Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF VAN 20 OKTOBER 1992. - RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN EUROPEES PARLEMENT, COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, VERENIGD KONINKRIJK EN KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. - VERZOEK TOT HERZIENING - ONTVANKELIJKHEID. - ZAAK C-295/90 REV.
Jurisprudentie 1992 bladzijde I-05299
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
Procedure ° Herziening van arrest ° Voorwaarden voor ontvankelijkheid van verzoek ° Nieuw feit
(' s Hofs Statuut-EEG, art. 41)
SamenvattingEen verzoek tot herziening van een arrest van het Hof, dat niet wordt gestaafd met een feit dat van beslissende invloed kan zijn en dat, vóór de uitspraak van het arrest, onbekend was aan de partij die de herziening verzoekt, is niet-ontvankelijk.
PartijenIn zaak C-295/90 Rev.,
Raad van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A. A. Dashwood, directeur bij zijn juridische dienst, en J. Aussant, hoofdadministrateur bij dezelfde dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij J. Kaeser, directeur van de directie Juridische zaken van de Europese Investeringsbank, Boulevard Konrad Adenauer 100, Kirchberg,
verzoeker tot herziening,
tegen
Europees Parlement, vertegenwoordigd door J. Campinos, jurisconsult, bijgestaan door R. Bieber, juridisch adviseur, en K. Bradley, lid van zijn juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij het secretariaat-generaal van het Europees Parlement, Kirchberg,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door C. W. A. Timmermans, adjunct-directeur-generaal van haar juridische dienst, en D. Sorasio, juridisch adviseur, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R. Hayder, representant van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door J. E. G. Vaux van het Treasury Solicitor' s Department, als gemachtigde, bijgestaan door R. Plender en D. Wyatt, Barristers, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Britse ambassade, Boulevard Roosevelt 14,
en
Koninkrijk der Nederlanden, vertegenwoordigd door J. de Zwaan en T. Heukels, beiden assistent juridisch adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Nederlandse ambassade, Rue C. M. Spoo 5,
verweerders tot herziening,
betreffende een verzoek tot herziening van het arrest, op 7 juli 1992 door het Hof van Justitie gewezen in zaak C-295/90 (Parlement/Raad, Jurispr. 1992, blz. I-4193),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, C. N. Kakouris, G. C. Rodríguez Iglesias, M. Zuleeg en J. L. Murray, kamerpresidenten, G. F. Mancini, R. Joliet, F. A. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida, F. Grévisse, M. Diez de Velasco, P. J. G Kapteyn en D. A. O. Edward, rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: J.-G. Giraud
gehoord de advocaat-generaal,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij brief van 24 juli 1992, ingekomen bij het Hof op 29 juli daaraanvolgend, heeft de Raad krachtens artikel 41 van 's Hofs Statuut-EEG en de overeenkomstige bepalingen van 's Hofs Statuten-EGKS en -EGA, verzocht om herziening van het arrest, op 7 juli 1992 door het Hof van Justitie gewezen in zaak C-295/90 (Parlement/Raad, Jurispr. 1992, blz. I-4193).
2 Dit verzoek houdt in, dat aan het begin van rechtsoverweging 22 van genoemd arrest het woord "Raad" wordt doorgehaald en aan het eind van deze rechtsoverweging 22 de zin "De Raad heeft zich over dit punt niet uitgesproken" wordt toegevoegd.
3 De Raad betoogt namelijk dat hij zich noch in zijn schriftelijke opmerkingen, noch tijdens de mondelinge behandeling heeft uitgesproken over een beperking van de gevolgen van het arrest in de tijd. De andere partijen hebben te kennen gegeven, geen opmerking te hebben.
4 De ontvankelijkheid van het onderhavige verzoek moet worden beoordeeld op basis van artikel 41, eerste alinea, van 's Hofs-Statuut-EEG, dat luidt als volgt:
"Herziening van een arrest kan aan het Hof slechts worden verzocht op grond van de ontdekking van een feit, dat van beslissende invloed kan zijn en dat, vóór de uitspraak van het arrest, onbekend was aan het Hof en aan de partij, die de herziening verzoekt."
5 De Raad staaft zijn verzoek echter niet met de ontdekking van een dergelijk gegeven. De door de Raad aangevoerde vergissing is aan te merken als een schrijffout ten aanzien waarvan het Hof heden een beschikking heeft gegeven.
6 Hieruit volgt dat het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Beslissing inzake de kostenKosten
Aangezien geen der partijen vergoeding van de kosten heeft gevorderd, zal elk der partijen de door haar gemaakte kosten dragen.
DictumHET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende:
1) Verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
2) Verstaat dat elk der partijen de eigen kosten zal dragen.
Top