Nr. C 324/6 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 17.12.86
OORSPRONKELIJK VOORSTEL GEWIJZIGD VOORSTEL
7. Indien de meerderheid van de leden van het Ad- Leden 7 en 8 vervallen
viescomité zich, overeenkomstig artikel 3, lid 1, tegen de
ontwerp-beschikking uitspreekt, neemt de Commissie
geen beschikking voordat een termijn van 20 dagen is
verstreken na de dag waarop het Adviescomité is geraad-
pleegd.
8. Indien voor het verstrijken van de in het voor-
gaande lid vastgestelde termijn een Lid-Staat in de Raad
beroep doet op een doel dat naar zijn mening van hoger
belang moet worden geacht in de zin van artikel 1, lid 3,
komt de Raad binnen 30 dagen na het verzoek van de
betrokken Lid-Staat bijeen. In dat geval neemt de Com-
missie haar beschikking pas na de Raadszitting, daarbij
rekening houdend met de beleidslijnen die tijdens de be-
raadslagingen in de Raad naar voren zijn gekomen.
Gewijzigd voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepas-
sing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag op het zeevervoer (')
COM(86) 676 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend krachtens artikel 149, tweede alinea, van het EEG-
Verdrag op 2 december 1986)
(86/C 324/06)
Het voorstel dat op 16 oktober 1981 aan de Raad werd overgemaakt, wordt als volgt gewij-
zigd:
OORSPRONKELIJK VOORSTEL GEWIJZIGD VOORSTEL
Artikel 14 Artikel 14
Contact met de autoriteiten van de Lid-Staten Contact met de autoriteiten van de Lid-Staten
1. Bij de in deze verordening bedoelde procedures on- Leden 1 tot en met 4 ongewijzigd
derhoudt de Commissie een nauw en voortdurend con-
tact met de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten;
deze zijn gerechtigd opmerkingen te maken over deze
procedures.
2. De Commissie doet de bevoegde autoriteiten van
de Lid-Staten onverwijld een afschrift toekomen van de
klachten en verzoeken en van de belangrijkste documen-
ten welke haar in het kader van deze procedures zijn
toegezonden of daar haar worden verzonden.
3. Een Adviescomité voor mededingingsregelingen en
economische machtsposities op het gebied van het zee-
vervoer wordt geraadpleegd alvorens een beschikking na
een procedure als bedoeld in artikel 9 wordt gegeven, en
alvorens enige beschikking in toepassing van artikel 11,
lid 3, tweede alinea, en lid 4, tweede alinea, wordt gege-
ven. Het Adviescomité wordt eveneens geraadpleegd
voor de goedkeuring van de in artikel 27 bedoelde uit-
voeringsbepalingen.
O PB nr. C 282 van 5. 11. 1981, blz. 4.
17. 12. 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 324/7
OORSPRONKELIJK VOORSTEL GEWIJZIGD VOORSTEL
4. Het Adviescomité is samengesteld uit bevoegde
ambtenaren op het gebied van het zeevervoer en van me-
dedingingsregelingen en economische machtsposities.
Iedere Lid-Staat benoemt twee ambtenaren die hem ver-
tegenwoordigen en bij verhindering door een andere
ambtenaar kunnen worden vervangen.
5. De raadpleging vindt plaats op een gemeenschappe-
lijke vergadering op uitnodiging van de Commissie,
uiterlijk 14 dagen na verzending van de oproep. Bij deze
oproep worden een uiteenzetting van de zaak, met op-
gave van de belangrijkste stukken, en een voorontwerp
van beschikking voor elk te onderzoeken geval ingeslo-
ten.
6. Het Adviescomité kan advies uitbrengen zelfs in-
dien er leden afwezig zijn en niet zijn vertegenwoordigd.
Van het resultaat van de raadpleging wordt een schrifte-
lijk verslag opgemaakt dat bij het ontwerp van beschik-
king wordt gevoegd. Het wordt niet openbaar gemaakt.
5. De raadpleging vindt plaats op uitnodiging van de
Commissie in een gemeenschappelijke bijeenkomst. Bij
de uitnodiging wordt een uiteenzetting van de zaak ge-
voegd, alsmede een opgave van de voornaamste stukken
van het dossier en een voorontwerp van beschikking
voor elk der te onderzoeken gevallen. De Commissie kan
aan haar aan het Adviescomité gericht verzoek om advies
een termijn verbinden, waarbinnen het advies moet wor-
den uitgebracht.
6. De beraadslagingen in het Adviescomité leiden niet
tot een stemming. Ieder lid van het Comité kan evenwel
verlangen dat zijn standpunt in de notulen wordt opge-
nomen. Deze notulen worden bij de ontwerp-beschik-
king gevoegd; zij worden niet openbaar gemaakt.
Artikel 15
Bestudering door de Raad van een beginselvraagstuk be-
treffende het gemeenschappelijk vervoerbeleid dat is ge-
rezen in verband met een concreet geval
1. De Commissie geeft een beschikking waarvoor de
in artikel 14 bedoelde raadpleging verplicht is gesteld,
eerst na afloop van een termijn van 20 dagen na de dag
waarop het Adviescomité zijn advies heeft uitgebracht.
2. Vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde ter-
mijn kan elke Lid-Staat verzoeken de Raad bijeen te
roepen ten einde met de Commissie de beginselvraag-
stukken betreffende het gemeenschappelijke vervoerbe-
leid te bestuderen waarvan hij meent dat zij verband
houden met het bijzondere geval waarop de beschikking
betrekking zal hebben.
De Raad komt binnen 30 dagen na het verzoek van de
betrokken Lid-Staat bijeen ten einde uitsluitend deze be-
ginselvraagstukken te behandelen.
De Commissie geeft haar beschikking pas na de Raads-
zitting.
3. Voorts kan de Raad te allen tijde, op verzoek van
een Lid-Staat of van de Commissie, algemene vraagstuk-
ken bespreken die bij de toepassing van het mededin-
gingsbeleid op zeevervoergebied rijzen.
4. In alle gevallen waarin de Raad bijeen moet komen
om krachtens lid 2 beginselvraagstukken of krachtens lid
3 algemene vraagstukken te bespreken, houdt de Com-
missie in het kader van deze verordening rekening met
de beleidslijnen die in de Raad naar voren zijn gekomen.
Artikel 15
Vervalt
Full & Egal Universal Law Academy