17.12.86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen N r . C 324/5
Gewijzigd voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de controle op concentra-
ties (*)
COM(86) 675 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend krachtens artikel 149, tweede alinea, van het EEG-
Verdrag op 2 december 1986)
(86/C 324/05)
Het voorstel dat werd overgemaakt aan de Raad op 20 juli 1973, en vervolgens gewijzigd op
12 februari 1982 en op 23 februari 1984, wordt als volgt gewijzigd:
OORSPRONKELIJK VOORSTEL GEWIJZIGD VOORSTEL
Artikel 19 Artikel 19
Contact met de autoriteiten der Lid-Staten Contact met de autoriteiten der Lid-Staten
Leden 1 tot en met 4: ongewijzigd 1. De Commissie doet de bevoegde autoriteiten van
de Lid-Staten onverwijld een afschrift toekomen van de
aanmeldingen, alsmede de belangrijkste documenten,
welke haar krachtens deze verordening bereiken.
2. Bij de in deze verordening bedoelde procedures on-
derhoudt de Commissie een nauw en voortdurend con-
tact met de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten;
deze zijn gerechtigd opmerkingen te maken over deze
procedures; zij kunnen met name van de Commissie ver-
langen, de procedures krachtens artikel 6 in te leiden.
3. Alvorens enige beschikking wordt gegeven krach-
tens artikel 3 en alvorens enige beschikking wordt gege-
ven krachtens de artikelen 13 en 14 wordt het Adviesco-
mité voor mededingingsregelingen en economische
machtsposities geraadpleegd.
4. Het Adviescomité is samengesteld uit ambtenaren
die bevoegd zijn op het gebied van mededingingsregelin-
gen en economische machtsposities. Elke Lid-Staat wijst
een ambtenaar aan die hem vertegenwoordigt; deze amb-
tenaar kan in geval van verhindering door een andere
ambtenaar worden vervangen.
5. De raadpleging vindt plaats op uitnodiging van de
Commissie in een gemeenschappelijke bijeenkomst, op
zijn vroegst twee weken na de verzending der convoca-
ties. Hierbij wordt een uiteenzetting van de zaak ge-
voegd, alsmede de opgave van de voornaamste stukken
van het dossier en een voorontwerp van beschikking
voor elk der te onderzoeken gevallen.
6. Het Adviescomité kan advies uitbrengen, ook in-
dien leden niet aanwezig, noch vertegenwoordigd zijn.
De conclusies van de raadpleging worden schriftelijk
vastgelegd en bij de ontwerp-beschikking gevoegd; zij
worden niet openbaar gemaakt.
5. De raadpleging vindt plaats op uitnodiging van de
Commissie in een gemeenschappelijke bijeenkomst. Bij
de uitnodiging wordt een uiteenzetting van de zaak ge-
voegd, alsmede een opgave van de voornaamste stukken
van het dossier en een voorontwerp van beschikking
voor elk der te onderzoeken gevallen. De Commissie kan
aan haar aan het Adviescomité gericht verzoek om advies
een termijn verbinden, waarbinnen het advies moet wor-
den uitgebracht.
6. De beraadslagingen in het Adviescomité leiden niet
tot een stemming. Ieder lid van het Comité kan evenwel
verlangen dat zijn standpunt in de notulen wordt opge-
nomen. Deze notulen worden bij de ontwerp-beschik-
king'gevoegd; zij worden niet openbaar gemaakt.
(') PB nr. C 92 van 31. 10. 1973, blz. 1.
Nr. C 324/6 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 17.12.86
OORSPRONKELIJK VOORSTEL GEWIJZIGD VOORSTEL
7. Indien de meerderheid van de leden van het Ad- Leden 7 en 8 vervallen
viescomité zich, overeenkomstig artikel 3, lid 1, tegen de
ontwerp-beschikking uitspreekt, neemt de Commissie
geen beschikking voordat een termijn van 20 dagen is
verstreken na de dag waarop het Adviescomité is geraad-
pleegd.
8. Indien voor het verstrijken van de in het voor-
gaande lid vastgestelde termijn een Lid-Staat in de Raad
beroep doet op een doel dat naar zijn mening van hoger
belang moet worden geacht in de zin van artikel 1, lid 3,
komt de Raad binnen 30 dagen na het verzoek van de
betrokken Lid-Staat bijeen. In dat geval neemt de Com-
missie haar beschikking pas na de Raadszitting, daarbij
rekening houdend met de beleidslijnen die tijdens de be-
raadslagingen in de Raad naar voren zijn gekomen.
Gewijzigd voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepas-
sing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag op het zeevervoer (')
COM(86) 676 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend krachtens artikel 149, tweede alinea, van het EEG-
Verdrag op 2 december 1986)
(86/C 324/06)
Het voorstel dat op 16 oktober 1981 aan de Raad werd overgemaakt, wordt als volgt gewij-
zigd:
OORSPRONKELIJK VOORSTEL GEWIJZIGD VOORSTEL
Artikel 14 Artikel 14
Contact met de autoriteiten van de Lid-Staten Contact met de autoriteiten van de Lid-Staten
1. Bij de in deze verordening bedoelde procedures on- Leden 1 tot en met 4 ongewijzigd
derhoudt de Commissie een nauw en voortdurend con-
tact met de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten;
deze zijn gerechtigd opmerkingen te maken over deze
procedures.
2. De Commissie doet de bevoegde autoriteiten van
de Lid-Staten onverwijld een afschrift toekomen van de
klachten en verzoeken en van de belangrijkste documen-
ten welke haar in het kader van deze procedures zijn
toegezonden of daar haar worden verzonden.
3. Een Adviescomité voor mededingingsregelingen en
economische machtsposities op het gebied van het zee-
vervoer wordt geraadpleegd alvorens een beschikking na
een procedure als bedoeld in artikel 9 wordt gegeven, en
alvorens enige beschikking in toepassing van artikel 11,
lid 3, tweede alinea, en lid 4, tweede alinea, wordt gege-
ven. Het Adviescomité wordt eveneens geraadpleegd
voor de goedkeuring van de in artikel 27 bedoelde uit-
voeringsbepalingen.
O PB nr. C 282 van 5. 11. 1981, blz. 4.
Full & Egal Universal Law Academy