Avis juridique important
Mededeling van de Commissie - Vijfde onderzoekprogramma "arbeidshygiene in de mijnen"
Publicatieblad Nr. C 332 van 08/12/1983 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 16 Deel 1 blz. 0169
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 16 Deel 1 blz. 0169
++++
VIJFDE ONDERZOEKPROGRAMMA " ARBEIDSHYGIENE IN DE MIJNEN "
I . INLEIDING
Het vierde onderzoekprogramma " Arbeidshygiëne in de mijnen " is in 1978 van start gegaan ; de laatste projecten die met financiële steun van de Gemeenschap worden uitgevoerd , lopen in 1983 ten einde . Voor dit programma heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen een krediet van 7 miljoen Ecu voor een periode van vijf jaar uitgetrokken ( 1 ) .
Sinds 1957 is in totaal 19 900 000 Ecu , verdeeld over vier opeenvolgende meerjarenprogramma's , aan financiële steun toegekend voor projecten op het gebied van de arbeidshygiëne in de mijnen , meer in het bijzonder met betrekking tot de stofbestrijding , de bestrijding van schadelijke gassen , de klimaatverbetering en bepaalde problemen rond de lawaaivermindering en de verbetering van het zicht in ondergrondse werken .
Met de voor het vierde programma ter beschikking gestelde middelen konden 52 onderzoekprojecten financieel worden gesteund . Bij een aantal daarvan is gekozen voor een communautaire aanpak , dat wil zeggen dat een aantal instituten samen aan een project over een vooraf overeengekomen onderwerp heeft gewerkt ( 2 ) .
II . EERDER ONDERZOEK
Uit een nadere beschouwing van het onlangs beëindigde vierde onderzoekprogramma blijkt dat 58,6 % van de financiële bijdragen is uitgetrokken voor de stofbestrijding , waarvan 45,3 % bij de winning en 13,3 % buiten de winning , 26 % voor onderzoek op het gebied van de omgevingsfactoren en de epidemiologie , 10,9 % voor milieubewakingsproblemen ( metingen en meettechnieken ) en 4,4 % voor de gezondheidsproblematiek in ijzermijnen .
Uit deze verdeling blijkt het duidelijk praktijkgerichte karakter van het programma .
1 . Technische methoden voor milieubeheersing
De technische ontwikkelingen op het gebied van de in de mijnbouw gebruikte methoden en machines werden in hoofdzaak gekenmerkt door een zeer sterke concentratie van de winning , die gepaard ging met een toename van de produktie per eenheid en een betere bezettingsgraad van de machines , waardoor hogere eisen gesteld moesten worden aan de technische methoden voor milieubeheersing . Daar komt nog bij dat in sommige bekkens steeds diepere lagen worden ontgonnen , waardoor de ventilatie wordt bemoeilijkt en de behoefte aan een betere klimaatregeling op de werkplek groter wordt . Het einde van deze ontwikkeling is nog niet in zicht . Zij raakt in feite alle aspecten van de ondergrondse winning en in het bijzonder alle werkzaamheden waarbij stof of verontreinigende stoffen vrijkomen .
De actieve stofbestrijding heeft zich in eerste instantie gericht op de winplaatsen en het drijven van galerijen . Daarbij is ernaar gestreefd , de methoden af te stemmen op de specifieke eisen van de winning en de beschikbare technische middelen optimaal te benutten .
Een aantal onderzoekprojecten was gewijd aan de verbetering van waterinjectiemethoden en de technische aanpassing van winningsmachines en overlaadpunten . Bijzondere vermelding verdienen de inspanningen om de winningsmachines uit te rusten met trommels en beitels die door hun constructie de produktie van zeer fijn materiaal zoveel mogelijk tegengaan en beter snijden dank zij een zorgvuldige selectie van de draaisnelheid van de trommels en de voorwaartse snelheid .
Het onderzoek op het gebied van de waterinjectie is voortgezet . Getracht werd deze techniek toe te passen vanaf een plaats buiten de winplaats . Zowel de procédés als de apparatuur voor langfrontinjectie ( met behulp van lange , evenwijdig aan het pijlerfront lopende boorgaten ) zijn verder technisch verbeterd ; pretele-injectie is in dit verband opnieuw een doeltreffende methode gebleken . De toepassing van waterinjectie in voorwaartse pijlers blijft problemen opleveren omdat er , gezien de geringe vorderingen en door tijdgebrek , nog geen bevredigende technische oplossing is gevonden waarbij de winning en de injectie zouden kunnen worden gecombineerd .
Bij de ontwikkeling van geschikte stofvangsttechnieken voor snij - en laadmachines stuit men nog steeds op problemen , die voornamelijk verband houden met de afmetingen van dergelijke installaties . Het accent kwam hier te liggen op het verbeteren van de natte stofbestrijding door verstuiving of besproeiing .
De watertoevoerregeling werd verbeterd , dank zij nieuwe pompconstructies , terwijl de druk werd verhoogd . Ook de automatische reiniging van de filters en sproeiers tijdens de winning heeft aandacht gekregen .
Aangezien het vochtgehalte van de ruwe kool niet onbeperkt kan worden verhoogd , moest een methode worden ontwikkeld waarbij de verstuiving varieert met de hoeveelheid gewonnen kool , ten einde alle mogelijkheden van de waterverstuiving optimaal te benutten .
Hetzelfde probleem speelt bij schaafwerkzaamheden en transportgalerijen .
Bij de schavende winning is men erin geslaagd om voor de sproeierbediening een HF-zend/ontvangsysteem te ontwikkelen .
Wat het transport betreft , heeft het onderzoek zich vooral gericht op de overlaadpunten tussen de pijler en de galerij . In het geval van bandtransporteurs vraagt vooral de bekleding van de overlaadpunten om een passende oplossing , waarbij rekening wordt gehouden met de continue aanvoer van materiaal . De ideale oplossing zou een besproeiingstechniek zijn die is afgestemd op de getransporteerde hoeveelheden .
De stofbestrijding ter plaatse van de wandelondersteuning is grondig bestudeerd . De aanbevolen besproeiingssystemen en de ontstoffingstechniek hebben tot dusverre nog niet tot algemeen bruikbare oplossingen geleid .
Er is een nieuwe methode voor stofbestrijding in winplaatsen beproefd , waarbij de stofstroom wordt afgescheiden . Deze methode biedt de mogelijkheid de stofconcentratie op de werkplekken in de pijler te reduceren en de lucht aan het uiteinde daarvan te ontstoffen door de stofhoudende luchtstromen in het transport - en winpand te kanaliseren . De van de stofafscheider afkomstige gezuiverde luchtstroom is uitermate geschikt voor de ventilatie van het galerijfront en verhindert het neerslaan van het stof in de pijlergalerijen . De proeven dienen zowel ondergronds als op modellen te worden voortgezet .
Dank zij de stofvangsttechniek konden de stofconcentraties rond de machines voor het drijven van galerijen in de kool worden teruggebracht . De stofafscheiders hebben echter het nadeel dat zij te groot zijn . Er is onderzoek gedaan naar het filtermateriaal , ten einde de luchtdoorstroming en de reiniging te verbeteren . Door de constructie van drukcabines waarin gefiltreerde lucht circuleert , konden de werkomstandigheden ( stof , lawaai en temperatuur ) voor het personeel dat autonome machines ( boorwagens , continuous miners ) bedient , worden verbeterd .
Voor toepassing van de stofvangsttechniek op verplaatsbare machines en apparatuur in pijlers en onhouwen , op breekmachines en overlaadpunten zullen kleinere stofafscheiders met een hoge capaciteit moeten worden geconstrueerd .
Proeven met het gebruik van gekoeld water om het stof neer te slaan en tevens de concentratie fijn stof en de omgevingstemperatuur omlaag te brengen , bleken veelbelovend .
Ten slotte zij nog gewezen op een communautair onderzoek naar de doeltreffendheid van additieven . Het gebruik hiervan , waarnaar al diepgaand onderzoek is verricht , heeft tot op heden nog geen afdoende resultaten voor de natte stofbestrijding opgeleverd .
2 . Milieubewaking
Dank zij een omvangrijk communautair onderzoek betreffende de in de verschillende Lid-Staten gebruikte methoden en apparatuur voor het meten van stof kon een basis worden gevonden voor de vergelijkende interpretatie van de resultaten van stofmetingen . Bovendien verschafte dit onderzoek zeer bruikbare aanwijzingen voor de indeling van de werkplaatsen naar stofconcentratie . Daaruit is gebleken dat met de huidige indelingscriteria de bescherming van het personeel in de Lid-Staten in vrijwel gelijke mate wordt gewaarborgd .
Overwegingen van biologische aard hebben geleid tot de ontwikkeling en beproeving van apparatuur voor de bepaling van de korrelgrootteverdeling van zwevend stof ( cascade-impactors ) .
De perfectionering van direct afleesbare optische meetapparatuur heeft geleid tot de constructie van een draagbaar toestel , dat bij koppeling aan een registreertoestel het concentratieverloop in de tijd aangeeft . Dit apparaat is zodanig geconstrueerd dat over een lange periode berekende gemiddelden direct kunnen worden aangegeven ; hierdoor kan het als aanvulling op de gravimetrische meetapparatuur worden gebruikt .
In dit verband zijn in het ondergronds bedrijf van de mijnen van de Gemeenschap ook langdurige proeven genomen met de integrerende registreertoestellen Simslin II en TM digital , welke proeven hebben bijgedragen tot een goed inzicht in de gebruiksmogelijkheden van deze apparaten .
Voorts is nog onderzoek verricht , ten einde de tijd die aan de routinemetingen van de concentraties respirabel stof wordt besteed , te bekorten .
3 . Omgevingsfactoren en gezondheid
Het omvangrijke communautaire onderzoek dat in vier landen van de Gemeenschap werd uitgevoerd , is afgesloten en heeft een grote hoeveelheid gegevens opgeleverd ten aanzien van de bepaling van de fibrogene eigenschappen van de bestanddelen van mijnstof . Bij de op een aantal geselecteerde winplaatsen ( zes in elk land , vijf in Groot-Brittannië ) genomen monsters ging het om werkelijk vrijgekomen en opgevangen stof en niet om door maling verkregen of neergeslagen stof Van dit stof , dat volgens een vooraf overeengekomen methode werd geanalyseerd , zijn de eigenschappen en de mineralogische samenstelling bepaald . Er zijn cytotoxiciteitsproeven uitgevoerd , terwijl ook de weefselschade werd onderzocht . Er moet alleen nog een statistische analyse worden uitgevoerd , ten einde de correlaties tussen de resultaten van het onderzoek en de eigenlijke epidemiologie vast te stellen . Dit onderzoek wil een bijdrage leveren tot zo doeltreffend mogelijke maatregelen ter preventie van pneumoconiosen door de toepassing van technische middelen en door de werkorganisatie .
Op het ogenblik wordt de blootstelling aan stof in alle Lid-Staten aan de hand van gravimetrische meetwaarden bepaald . Op deze wijze kan volgens de epidemiologische criteria een algemene indruk worden verkregen van de omvang van het risico , uitgaande van de grenswaarden voor de stofconcentratie , de gehalte van het stof aan minerale stoffen en de expositieduur . Een pneumoconipse verloopt echter van persoon tot persoon en van streek tot streek verschillend , iets waarvoor nog geen bevredigende verklaring is gevonden . Dit communautaire onderzoek poogt in deze leemten te voorzien .
Voorts zij nog gewezen op een onderzoek naar de relaties tussen chronische bronchitis en de stofconcentratie , en een studie naar de invloed van schietgassen en uitlaatgassen van dieselmotoren , hoewel de concentratie van deze verontreinigende stoffen in de steenkolenmijnen in het algemeen ruim onder de schadelijkheidsdrempel ligt .
Ten slotte zijn nog enkele studies ter hand genomen betreffende het lawaai op een aantal plaatsen in de mijn ; dit onderzoek vormt een aanvulling op de al enige tijd lopende werkzaamheden in het kader van het ergonomisch onderzoek .
III . HET PROGRAMMA
1 . Algemeen
De verbetering van de gezondheid van de mijnwerken in de afgelopen jaren is ongetwijfeld te danken aan de niet-aflatende inspanningen op het gebied van de technische stofbestrijding , waarvan de verschillende fasen in de diverse communautaire onderzoekprogramma's tot uiting komen . Het zou echter overdreven zijn te beweren dat de gezondheidssituatie in de mijnen thans aanleiding geeft tot tevredenheid . Pneumocomose komt weliswaar minder voor dan vroeger , maar is nog steeds een van de hoofdprobelen van de arbeidshygiéne .
Allerwegen is behoefte aan onderzoek dat voortdurend oog heeft voor nieuwe ontwikkelingen en sterk op de praktijk is gericht . Het programma moet inspelen op nieuwe situaties in de mijnbouw , zoals bij voorbeeld de ontginning van kolenlagen op grote diepte , de mechanisering van de winning en het snijden in steenlagen met snijtrommels , de verbreiding van wandelondersteuning , het gebruik van breekmachines , het mechanisch drijven van galerijen , enzovoort .
Het programma zal aan doeltreffendheid winnen als men , profiterend van de in het verleden opgedane ervaringen , de onderzoeksinspanningen op communautaire niveau coordineert .
In alle mijnbouwgebieden wordt men immers geconfronteerd met nagenoeg dezelfde situaties en problemen , en naast het onderzoek draagt ook de uitwisseling van ervaringen bij tot technische vooruitgang .
De belangrijkste doelstelling van het programma blijft de stofbestrijding , waaraan , evenals in het verleden , het grootste deel van het onderzoek zal worden gewijd . Als gevolg van de technologische ontwikkeling doen zich namelijk nieuwe problemen voor . Daarnaast is in het programma echter tevens plaats voor de bestrijding van verontreinigende stoffen in de mijnlucht , met name die welke afkomstig zijn van schietgassen en de uitlaatgassen van dieselmotoren .
Hoewel in dit programma ook aandacht zal kunnen worden besteed aan bepaalde aspecten van de lawaaivermindering in het ondergronds bedrijf , blijven deze in vergelijking met de stofbestrijding van secundair belang .
Er zal serieus moeten worden getracht om ontstoffingssystemen op machines al in de ontwerpfase in te calculeren , en meer in het algemeen rekening te houden met alle gezondheidsfactoren ( stof , klimaat , lawaai ) .
Bij de presentatie van de onderzoekthema's is de gebruikelijke onderverdeling aangehouden : technische stofbestrijding en bestrijding van verontreinigende stoffen in de mijnen , stofmeting en bepaling van de eigenschappen van het stof , pneumoconiosen en omgevingsfactoren , diverse vraagstukken . Deze onderverdeling maakt een vergelijking met de vorige programma's mogelijk doordat zij zorgt voor eenheid en continuïteit in het onderzoek . Het programma legt de verbinding tussen de bestrijding van verontreinigende stoffen en de technieken die bijdragen tot bekendheid met die stoffen , en het epidemiologisch onderzoek , dat aan het algemene preventiebeleid richting geeft .
2 . Technische bestrijding van verontreinigende stoffen
De methoden waaraan bij het stofbestrijdingsonderzoek aandacht zal worden besteed , hebben betrekking op de ondergrondse winning ( lange pijlers , kamers en steunpijlers , schijven , steile lagen , magazijnen , enz . ) , maar deze winningsmethoden lopen vaak nogal uiteen omdat zijn afgestemd moeten worden op de bijzondere eigenschappen van de afzettingen . Bepaalde moeilijke winningsomstandigheden vereisen speciale bestrijdingsmethoden .
Een goede bedrijfszekerheid van de ontstoffingsinrichtingen en gemakkelijk door het personeel aanvaarde meshoden vormen factoren die bij het onderzoek speciale aandacht verdienen . Zo zal ook rekening moeten worden gehouden met de wisselwerking tussen de stofbestrijdingstechnieken en andere omgevingsfactoren , zoals de ontwikkeling van mijngas , de hitte en de vochtigheid , alsmede het met de preventietechnieken samenhangende lawaai ( bij voorbeeld ventilatoren in het ondergronds bedrijf ) .
Het programma bestrijkt de volgende onderzoeksgebieden :
1 . Wijziging van de winningsmachines en hun werking , ten einde de stofontwikkeling te verminderen .
2 . Verbetering van de natte stofbestrijdingstechnieken , met inbegrip van de methoden voor het regelen van de watertoevoer . Bij dit onderzoek zal uiteraard rekening moeten worden gehouden met de bijzondere kenmerken van de verschillende soorten machines ; snij - en schaafmachines leveren immers specifieke problemen op .
Parallel hieraan zal ook moeten worden gezocht naar methoden om bij geringere hoeveelheden water een gelijke of grotere doeltreffendheid te bereiken , aangezien een te grote vochtigheid problemen kan opleveren in de bereidingsinstallaties en voor de mijnatmosfeer . Het gebruik van gekoeld water voor de stofbestrijding heeft een nader te definiëren gunstige uitwerking op de werkomstandigheden .
3 . Onderzoek naar de mogelijkheden om de stofvangsttechniek verder te ontwikkelen en toe te passen , dat wil zeggen de ontwikkeling en de beproeving van apparatuur waarmee het in de stofafscheiders aanwezige zwevende stof kan worden opgevangen en neergeslagen .
Een ruimere toepassing van deze techniek is afhankelijk van de verbetering van de precipitatiemethoden en de methoden voor zuivering van de lucht in de stofafscheider , ten einde de afmetingen van de installatie te kunnen reduceren en tegelijkertijd de hoeveelheid te zuiveren lucht op te voeren . Deze verbeteringen zijn van bijzonder belang als men deze ontstoffingsmethode wil toepassen op verplaatsbare machines die gebruikt worden in winplaatsen of bij het drijven van galerijen of in de onmiddellijke nabijheid van dergelijke werkplaatsen , bij voorbeeld in nissen .
Er dienen ook compactere installaties te worden ontwikkeld voor de ontstoffing van grote luchtvolumes in de pijler .
Het onderzoek dient zowel de natte als de droge stofafscheidings - en stofvangsttechnieken te omvatten . Veelbeloven in dit verband zijn ontstoffingssystemen die bestaan uit venturi's en in de snijmachines zijn ingebouwd . De mogelijke effecten van een dergelijk systeem op de mijngasgenaltes mogen echter niet uit het oog worden verloren .
Te denken valt ook aan verdere aanpassing van de bedieningsposten van drijf - en winningsmachines met puntinbraak ( " Teilschnitt " -machines ) , bij voorbeeld door de aanvoer van verse lucht .
In het algemeen kan de bescherming van het personeel worden verbeterd wanneer gebruik gemaakt wordt van afstandsbediening en -bewakingssystemen , waardoor de afstand tussen het personeel en de machines wordt vergroot .
4 . De waterinjectietechnieken moeten worden verbeterd .
5 . Verder onderzoek naar methoden voor het scheiden van de luchtstromen , met behulp van aërodynamische en fysische middelen , langs het machine - en gaanpand in de pijlers , ten einde de blootstelling van de pijlerbezetting aan stof te reduceren . De toepassing van deze technieken dient gepaard te gaan met zuivering van de lucht in de uittrekkende galerij .
6 . Verder onderzoek naar de beheersing van de stofontwikkeling bij wandelondersteuning . De stofconcentraties die veroorzaakt worden door verplaatsing van de ondersteuningen , kunnen een aanzienlijk aandeel uitmaken van de stofconcentratie aan het pijlerfront .
7 . Verdere studies naar de effecten van plaatselijk hoge luchtsnelheden op het stof . Onderzoek naar het gedrag van het stof en andere schadelijke stoffen in het luchtcircuit . De toenemende diepte van de werken vereist grotere luchthoeveelheden en de luchtsnelheden bereiken plaatselijk zeer hoge waarden . Dit soort onderzoek kan worden uitgevoerd op modellen , op proefstellingen of onder bedrijfsomstandigheden .
8 . Onderzoek naar het optimale gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen tegen stof op verschillende werkpunten en voor verschillende groepen arbeiders . Onderzoek naar technieken voor de toevoer van zuivere lucht naar de werkplekken .
9 . Bij de conventionele ventilatieschema's stuit de luchtstroom op zijn weg van de luchtingang , waar zich de transportinstallaties bevinden , tot de kop van de pijler achtereenvolgens op de verschillende verontreinigende stoffen ( stof , mijngas , hitte , enz . ) .
De gezondheidsvoorwaarden zouden kunnen worden verbeterd wanneer andere ventilatieschema's zouden worden ontwikkeld ( bij voorbeeld dalende ventilatie ) ; de voor - en nadelen van de verschillende variatiemogelijkheden dienen tegen elkaar te worden afgewogen om een weloverwogen keuze te kunnen maken .
3 . Stofmeting en bepaling van de eigenschappen van het stof
Met de momenteel algemeen gebruikte methoden en apparatuur voor stofmeting kan de concentratie respirabel stof op een vast punt worden bepaald . Er dienen toestellen ontwikkeld of verbeterd te worden voor continue registratie en snelle meting van de stofconcentraties , ter aanvulling op de met de gebruikelijke methoden verkregen meetresultaten . Zo kan de stofontwikkeling op het werkpunt in de gaten worden gehouden en kan de verdeling van de stofconcentratie op kaart worden vastgelegd .
Apparaten waarmee de blootstelling van de afzonderlijke werknemers die zich in de mijn verplaatsen kan worden gemeten , zouden daarop een welkome aanvulling vormen . Ook zou aandacht moeten worden besteed aan de korrelgrootteverdeling van de stofdeeltjes , aangezien de totale beoordeling van een enkele categorie respirabel stof voor onderzoek naar de specifieke schadelijkheid van de verschillende afzettingen wellicht niet toereikend is .
Zo zullen ook stofbemonsteringsapparatuur en analysemethoden voor de bepaling van de chemische , fysische en mineralogische eigenschappen van het stof en de daarin aanwezige vloeibare en vaste verontreinigingen moeten worden ontwikkeld en verbeterd .
Voor de meting van andere in de lucht aanwezige schadelijke stoffen , zoals bij voorheeld nitreuze gassen en aërosolen , moeten eenvoudig te hanteren instrumenten worden ontwikkeld , met name voor gebruik in mijngashoudende mijnen .
Gezien de ontwikkeling van de produktietechnieken zal een geschikte stofbemonsteringsstrategie moeten worden ontwikkeld , ten einde de plaatselijke metingen met het oog op de bewaking van de stofconcentratie en de tewerkstelling van het personeel te kunnen aanpassen .
4 . Pneumoconiosen en omgevingsfactoren
Onderzoek , ook epidemiologisch , zou meer duidelijkheid moeten verschaffen over de effecten op lange termijn van een langdurige blootstelling aan stof en andere schadelijke stoffen voor de ademhalingswegen . Er dient verder onderzoek te worden verricht naar de fysische eigenschappen en de samenstelling van stof , met inbegrip van de specifieke toxiciteit van stof , ten einde een beter inzicht te verkrijgen in de relatie tussen stofconcentraties enerzijds en het optreden van ongecompliceerde pneumoconiosen en progressieve gegeneraliseerde fibrosen anderzijds .
Voorts zal ook onderzoek moeten worden gedaan naar de relatie tussen de granulometrische gegevens en de afzetting van stof in de verschillende delen van de ademhalingswegen , ten einde een beter inzicht te verkrijgen in de relatie tussen de stofexpositie en het optreden van ademhalingsstoornissen .
Met onderzoek naar de vermindering van emissies van gassen en schadelijke dampen zou moeten worden voortgegaan .
Ook het onderzoek naar mogelijke synergetische effecten van schadelijke rook en gassen enerzijds en respirabel stof anderzijds dient te worden voortgezet .
5 . Onderzoek op het gebied van lawaai en trillingen
Een onderzoekprogramma " Arbeidshygiëne in de mijnen " zal zeker ook plaats moeten inruimen voor onderzoek naar de vermindering van geluidsemissies , zowel aan de bron als bij de ontvanger ( werknemers op bepaalde werkplekken ) . Bij de voorstellen voor onderzoekprojecten moet echter rekening worden gehouden met het feit dat aan dit probleem slechts in zoverre belang kan worden toegekend als de werkelijke behoeften van de industrie rechtvaardigen . Zo nodig kunnen er oproepen tot het indienen van onderzoekprojecten worden gepubliceerd om voor bepaalde aspecten van de preventie een oplossing te vinden .
In dit verband is in relatie tot geluidmetingen en het gehoorverlies bij het personeel , onderzoek betreffende lawaaivermindering aan de bron , verwijdering van het personeel van lawaaibronnen , geluidsisolatie of afstandsbediening gewenst .
IV . UITVOERING RESEARCHWERK
Het in het kader van het programma te verrichten onderzoek zal in het algemeen worden uitgevoerd door de researchinstituten van de mijnen in de Gemeenschap . Deze instituten hebben al een aantal jaren aan onderzoek op het gebied van de gezondheidsbescherming in de mijnen gewerkt , onder andere in het kader van het nu ten einde lopende programma , en hebben bewezen in staat te zijn de in het nieuwe programma voorgestelde werkzaamheden te verrichten .
De projecten zullen over de verschillende instituten worden verdeeld op basis van de faciliteiten en de specialisatie van de instituten , zodat het programma zo doeltreffend mogelijk kan worden uitgevoerd en er zoveel mogelijk profijt uit kan worden getrokken .
V . PROCEDURES
Wanneer het Raadgevend Comité van de EGKS en de Raad met een door de Commissie voorgesteld onderzoekprogramma hebben ingestemd , stelt de Commissie de uitvoeringsbepalingen vast en gaat zij over tot het voor de uitvoering van het programma noodzakelijke overleg .
Drie adviescommissies , namelijk de commissie voor onderzoek , de commissie van werkgevers en werknemers inzake arbeidsveiligheid en arbeidsgeneeskunde , alsmede de commissie van regeringsdeskundigen , dienen de Commissie van advies wanneer wordt bezien of projecten voor financiële steun in aanmerking komen .
Na goedkeuring door de Commissie wordt een project vastgelegd in een contract waarin uitvoeringe bepalingen zijn opgenomen , onder meer dat er periodieke technische rapporten en een eindverslag moeten worden ingediend . Deze worden bestudeerd door deskundigencomités waarvan de leden de nodige technische kennis bezitten om een competent advies te kunnen uitbrengen over de vordering en de resultaten van het onderzoek . Het aantal comités en het aantal leden wordt zoveel mogelijk beperkt gehouden . Deze werkwijze heeft bij de vorige onderzoekprogramma's goed voldaan , zodat wordt voorgesteld ook bij dit programma op dezelfde wijze te werk te gaan .
VI . ONDERZOEKSRESULTATEN
De leden van de bovengenoemde deskundigencomités hebben tot taak de informatie over het onderzoek te verspreiden . Zij ontvangen binnen de kortst mogelijke termijn de technische rapporten over de onderzoekprojecten die binnen het werkterrein van het comité vallen . Op deze manier bereikt de informatie zeer snel de mijnindustrie in de Gemeenschap .
Ten einde de informatie over lopend onderzoek in ruimere kring te verspreiden , worden de onderzoeksresultaten en de patenten in de vorm van een samenvatting in publikaties van de Commissie gepubliceerd . Voor een snelle en betere informatie zullen ook andere verspreidingsmethoden worden beproefd . Voorts kan iedere persoon of instantie die uitvoeriger informatie wenst , gedetailleerde rapporten over de financieel gesteunde onderzoekprojecten aanvragen . Na afloop van de door het programma bestreken periode wordt een uitvoerig samenvattend verslag opgesteld , dat in ruime kring wordt verspreid . Zo nodig worden door de Commissie voor bepaalde doelgroepen voorlichtingsdagen georganiseerd .
Deze in de loop der jaren ontwikkelde en verbeterde methoden bleken goed te voldoen , en er wordt voorgesteld ze ook in het kader van dit onderzoekprogramma " Arbeidshygiëne in de mijnen " toe te passen .
VII . FINANCIELE ASPECTEN EN DUUR VAN HET PROGRAMMA
De ervaring met de vorige programma's heeft geleerd dat voor een kaderprogramma op het gebied van de arbeidshygiëne een looptijd van vijf jaar toereikend is . Dit programma zal in 1983 van start gaan . In het algemeen bestrijken de onderzoekprojecten twee à drie jaar .
Bij de vaststelling van de voor dit programma in totaal uit te trekken middelen wordt uitgegaan van de bij de uitvoering van soortgelijke programma's opgedane ervaring en van een analyse van de verschillende posten die in de kostenraming van een onderzoekproject worden opgevoerd . Deze analyse is mogelijk dank zij de financiële controle die steeds na afloop van de onderzoekcontracten wordt verricht .
Voorts moet rekening worden gehouden met de ontwikkeling van de steeds stijgende kosten voor onderzoek .
De financiële steun van de Gemeenschap kan ten hoogste 75 % van de totale kosten van het onderzoekproject bedragen , waarbij het resterende bedrag voor rekening van de begunstigde komt .
Uit bezuinigingsoogpunt en ten einde de bestaande faciliteiten van de researchinstituten optimaal te benutten , zal , evenals in het verleden , voor een rationele werkverdeling moeten worden gezorgd .
Behalve voor de financiering van de directe kosten voor onderzoek , zullen voldoende middelen worden uitgetrokken om de bijkomende kosten van het programma te dekken .
Deze kosten omvatten de organisatie van de voor de uitvoering van het programma vereiste vergaderingen , de reis - en verblijfkosten van de deskundigen en onderzoekers , de organisatie van studie - of voorlichtingsbijeenkomsten , alsmede de publikatie en de verspreiding van de onderzoeksresultaten .
Gezien het een en ander wordt voor een programma dat een wezenlijke bijdrage wil leveren tot de verbetering van de arbeidshygiëne in de mijnen , een financiële steun van 11 000 000 Ecu , verdeeld over vijf jaar , noodzakelijk geacht .
VIII . CONCLUSIES
De Commissie van de Europese Gemeenschappen ,
- overwegende dat het nodig is de arbeidshygiëne in de mijnen te bevorderen ,
- gezien de gunstige adviezen van de geraadpleegde adviescommissies uit het bedrijfsleven , van de overheid en uit wetenschappelijke kringen , alsmede de onderzoekvoornemens van de geraadpleegde gespecialiseerde instituten en instanties ,
- gelet op artikel 55 van het EGKS-Verdrag ,
besluit , voor een periode van vijf jaar , te rekenen vanaf 1983 , 11 000 000 Ecu toe te kennen voor een vijfde onderzoekprogramma " Arbeidshygiëne in de mijnen " .
( 1 ) PB nr . C 159 van 5 . 7 . 1978 , blz . 2 .
( 2 ) Een beknopt verslag van de onderzoeksresultaten is te vinden in de brochures :
- Technische stofbestrijding in de mijnen ( Stand van het onderzoek op het gebied van de arbeidsgeneeskunde , arbeidsveiligheid en arbeidshygiëne op 1 januari 1967 ) , Luxemburg 1967 , brochure 4194/2/67/1 .
- Technische stofbestrijding in de mijnen ; klimaat in de mijnen ( Stand der onderzoekingswerkzaamheden per 1 januari 1968 ) , Luxemburg 1968 , brochure 3890/2/66/1 .
- Technische stofbestrijding in de mijnen ( Samengesteld verslag van de onderzoekingen van het tweede programma 1964-1970 ) , Luxemburg 1972 , brochure EUR 4851 .
- Hygiëne in de mijnen ( Samenvattend rapport betreffende het onderzoek in het kader van het derde programma 1971-1976 ) , 1978 , brochure EUR 5931 .
Deze rapporten zijn aan het einde van elke onderzoekperiode gepubliceerd . Voor het vierde programma is een soortgelijke brochure in voorbereiding ; deze zal in 1983 verschijnen .
Top