ARCHIVES HISTORIQUES
DE LA COMMISSION
COLLECTION RELIEE DES
DOCUMENTS "COM"
COM (86) 405
Vol. 1986/0173
Disclaimer
Conformément au règlement (CEE, Euratom) n° 354/83 du Conseil du 1er février 1983
concernant l'ouverture au public des archives historiques de la Communauté économique
européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique (JO L 43 du 15.2.1983,
p. 1), tel que modifié par le règlement (CE, Euratom) n° 1700/2003 du 22 septembre 2003
(JO L 243 du 27.9.2003, p. 1), ce dossier est ouvert au public. Le cas échéant, les documents
classifiés présents dans ce dossier ont été déclassifiés conformément à l'article 5 dudit
règlement.
In accordance with Council Regulation (EEC, Euratom) No 354/83 of 1 February 1983
concerning the opening to the public of the historical archives of the European Economic
Community and the European Atomic Energy Community (OJ L 43, 15.2.1983, p. 1), as
amended by Regulation (EC, Euratom) No 1700/2003 of 22 September 2003 (OJ L 243,
27.9.2003, p. 1), this file is open to the public. Where necessary, classified documents in this
file have been declassified in conformity with Article 5 of the aforementioned regulation.
In Übereinstimmung mit der Verordnung (EWG, Euratom) Nr. 354/83 des Rates vom 1.
Februar 1983 über die Freigabe der historischen Archive der Europäischen
Wirtschaftsgemeinschaft und der Europäischen Atomgemeinschaft (ABI. L 43 vom 15.2.1983,
S. 1), geändert durch die Verordnung (EG, Euratom) Nr. 1700/2003 vom 22. September 2003
(ABI. L 243 vom 27.9.2003, S. 1), ist diese Datei der Öffentlichkeit zugänglich. Soweit
erforderlich, wurden die Verschlusssachen in dieser Datei in Übereinstimmung mit Artikel 5
der genannten Verordnung freigegeben.
C O M M IS S IE V A N DE EUROPESE G E M E E N S C H A P P E N
C0M(86) 405 def.
Brussel, 15 ju li 1986
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD
betreffende het hernieuwde onderzoek van de in artikel 16 bis en
artikel 14, lid 2, van Richtlijn 71/118/EEG bedoelde uitzonderingsbepalingen
C0M(86) 405 def.
ö o t l L f O ' j '
MEDEDELING'VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD
betreffende het hernieuwde onderzoek van de in artikel 16 bis en artikel 14,
lid 2, van Richtlijn 71/118/EEG bedoelde uitzonderingsbepalingen
I. In Richtlijn 71/118/EEG van de Raad inzake gezondheidsvraagstukken op het
gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee (1), gewijzigd bij
Verordening (EEG) nr. 3768/85 (2),
- is in artikel 16 bis bepaald dat de Lid-Staten ten aanzien van vers vlees
van pluimvee dat op hun grondgebied geproduceerd en in de handel wordt
gebracht, voor de produktie van gedeeltelijk of niet ontdarmd pluimvee
een afwijking kunnen toestaan van de bepalingen inzake het slachten en
verwijderen van de ingewanden, die zijn vastgesteld in bijlage I,
hoofdstuk V, van die richtlijn.
Voorts is in dat artikel bepaald dat de Raad ter gelegenheid van het
hernieuwde onderzoek van die uitzonderingsbepaling, de voorwaarden zal
bezien waaronder voornoemd vlees tot hét intracommunautaire
handelsverkeer kan worden toegelaten,
- is in artikel 14, lid 2, bepaald dat de Lid-Staten met betrekking tot de
op hun grondgebied verkregen geslachte dieren die bestemd zijn om aldaar
in de handel te worden gebracht, gemachtigd zijn om aan de inrichtingen
die daarom verzoeken, afwijkingen van lid 1 van dat artikel toe te staan.
In lid 1 wordt de koeling van vers vlees van pluimvee door onderdompeling
in water verboden, tenzij zulks geschiedt overeenkomstig de punten 28 bis
en 28 ter van hoofdstuk V van bijlage I, voor zover de aldus gekoelde
geslachte dieren onmiddellijk worden bevroren of diepgevroren.
In lid 2, tweede alinea, van artikel 14 wordt voorts bepaald dat de
Lid-Staten die gebruik maken van de in de eerste alinea genoemde
afwijkingen, er zich niet tegen mogen verzetten dat op hun grondgebied
vlees van pluimvee wordt ingevoerd dat onder dezelfde voorwaarden in de
overige Lid-Staten is verkregen.
(1) PB nr. L 55 van 08,0 3.'9/ blz. 23
(2) PB nr. L 362 van 31.12.1*85, blz. 8
- is in artikel 16 ter bepaald dat de Raad vóór 15 augustus 1986, bij
besluit genomen met gekwalificeerde meerderheid op voortstel van de
Commissie, overgaat tot een hernieuwd onderzoek van de in artikel 14,
lid 2, en artikel 16 bis, onder a), bedoelde afwijkingen. Het hernieuwde
onderzoek van deze afwijkingen vindt plaats aan de hand van een verslag
van de Commissie, dat, in voorkomend geval, vergezeld gaat van
voorstellen waarin rekening wordt gehouden met de conclusies van het
lopende wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot de door dit type
produktie geboden waarborgen.
A. Hernieuwd onderzoek van de in artikel 16 bedoelde uitzonderingsbepaling
voor geheel of gedeeltelijk ontdarmd pluimvee
Voordat deze afwijking opnieuw bezien wordt en voordat de Commissie
eventuele voorstellen ter zake uitwerkt, dienen eerst bepaalde studies te
worden uitgevoerd om gegevens te verkrijgen over :
- de keuring van pluimvee en
- de microbiologische kwaliteit van geheel of gedeeltelijk ontdarmd
pluimvee.
a) Studie in verband met de keuring van pluimvee
In de huidige richtlijn 71/118/EEG is met het oog op een doeltreffende
keuring voorgeschreven dat alle delen van het dier onmiddellijk na het
slachten gekeurd moeten worden. Daartoe moeten alle ingewanden
verwijderd worden. De Lid-Staten kunnen slechts bij wijze van
uitzondering toestaan dat slechts gedeeltelijk of niet ontdarmd pluimvee
op hun grondebied verkregen en in de handel gebracht wordt.
Naar aanleiding van de behandeling in de Raad van het Commissievoorstel
tot wijziging van de bepalingen inzake de keuring van pluimvee na het
slachten (PB C 97 van 29.4.1981), en van de conclusies van een door het
Wetenschappelijk Veterinair Comité uitgevoerd onderzoek naar de
mogelijkheid om ingevolge de technische vooruitgang een nieuwe richting
aan de keuring van pluimvee te geven (COM(84)312 def. van 6.6.1984),
worden in twee Lid-Staten (Denemarken en de Bondsrepubliek Duitsland)
- 2 -
- 3 -
proeven genomen. Deze proefnemingen hebben ten doel na te gaan in
hoeverre het door het Wetenschappelijk Veterinair Comité overwogen
nieuwe systemen voor de keuring van pluimvee in praktijk kan worden
gebracht. Met deze proeven wil men ook enige aanvulende gegevens van
technische aard verkrijgen. In het overwogen nieuwe kleuringssysteem
krijgt de keuring vóór het slachten op het bedrijf waarvan de dieren
afkomstig zijn, een groter gewicht. Ook wordt de mogelijkheid geboden in
bepaalde omstandigheden een vereenvoudigde keuring na het slachten uit
te voeren in plaats van de thans in de richtlijn voorgeschreven
afzonderlijke en volledige keuring.
Naar gelang van de resultaten van de lopende proefnemingen, kan het
dienstig en zelfs noodzakelijk zijn deze proeven in de overige
Lid-Staten voort te zetten zodat het onderzoek de meest verscheiden
situaties op sanitair en structureel gebied omvat.
b) Microbiologische toestand van gedeeltelijk of niet-ontdarmd pluimvee
Op grond van de resultaten der bovengenoemde proefnemingen overweegt de
Commissie onderzoekingen uit te voeren naar de microbiologische toestand
van gedeeltelijk of niet-ontdarmd pluimvee.
B . Hernieuwd onderzoek van de in artikel 14, lid 2. bedoelde
uitzonderingsbepalingen (bevriezen van vlees dat door onderdompeling in
water gekoeld is)
Er zij herinnerd dat de Commissie, om beoordelingsgegevens te verkrijgen
over de mogelijkheid het gebruik van het bij Richtlijn 71/118/EEG
toegelaten dompelkoelprocédé ook toe te staan voor karkassen die gekoeld
worden verkocht, in 1978 op Gemeenschapsniveau een studie liet uitvoeren
om, wat het microbiologische aspect en de houdbaarheid betreft, een
vergelijking te maken tussen pluiraveekarkassen die door onderdompeling in
water worden gekoeld, en luchtgekoelde karkassen (vgl. Informatie over
landbouw nr. 61 - Microbiolcgy and shelf life of chilled poultry carcasses
- december 1978).
I - 4 -
De voornaamste gevolgtrekking van deze studie luidt dat het volgens de
voorschriften van voornoemde richtlijn toegepaste dompelkoelprocédé ook op
karkassen kan worden aangewend die niet onmiddellijk worden bevroren of
diepgevroren en dië derhalve bestemd zijn om gekoeld te worden verkocht.
Om deze kwestie te,regelen heeft de Commissie in 1979 een verslag en een
voorstel tot wijziging van de richtlijn bij de Raad ingediend (COM(79)37
def. van 9 februari 1979).
De Commissie meent dat de conclusie van bovengenoemde studie nog steeds
geldig is.
II. Deze mededeling aan de Commissie vormt een voorlopig verslag. Wanneer de
lopende onderzoekingen hun beslag gekregen hebben, zal de Commissie een
eindverslag met eventuele voorstellen bij de Raad indienen.
Full & Egal Universal Law Academy