ARCHIVES HISTORIQUES
DE LA COMMISSION
COLLECTION RELIEE DES
DOCUMENTS "COM"
COM (86) 271
Vol. 1986/0132
Disclaimer
Conformément au règlement (CEE, Euratom) n° 354/83 du Conseil du 1er février 1983
concernant l'ouverture au public des archives historiques de la Communauté économique
européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique (JO L 43 du 15.2.1983,
p. 1), tel que modifié par le règlement (CE, Euratom) n° 1700/2003 du 22 septembre 2003
(JO L 243 du 27.9.2003, p. 1), ce dossier est ouvert au public. Le cas échéant, les documents
classifiés présents dans ce dossier ont été déclassifiés conformément à l'article 5 dudit
règlement.
In accordance with Council Regulation (EEC, Euratom) No 354/83 of 1 February 1983
concerning the opening to the public of the historical archives of the European Economic
Community and the European Atomic Energy Community (OJ L 43, 15.2.1983, p. 1), as
amended by Regulation (EC, Euratom) No 1700/2003 of 22 September 2003 (OJ L 243,
27.9.2003, p. 1), this file is open to the public. Where necessary, classified documents in this
file have been declassified in conformity with Article 5 of the aforementioned regulation.
In Übereinstimmung mit der Verordnung (EWG, Euratom) Nr. 354/83 des Rates vom 1.
Februar 1983 über die Freigabe der historischen Archive der Europäischen
Wirtschaftsgemeinschaft und der Europäischen Atomgemeinschaft (ABI. L 43 vom 15.2.1983,
S. 1), geändert durch die Verordnung (EG, Euratom) Nr. 1700/2003 vom 22. September 2003
(ABI. L 243 vom 27.9.2003, S. 1), ist diese Datei der Öffentlichkeit zugänglich. Soweit
erforderlich, wurden die Verschlusssachen in dieser Datei in Übereinstimmung mit Artikel 5
der genannten Verordnung freigegeben.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
C0M 271 def.
Brussel, 30 mei 1986
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD
INZAKE DE HERZIENING VAN HET MEERJARENPROGRAMMA VOOR ONDERZOEK
EN ONTWIKKELING OP HET GEBIED VAN TECHNOLOGISCH BASISONDERZOEK
EN DE TOEPASSING VAN NIEUWE TECHNOLOGIEËN
(BRITE) (1985 - 1988)
C0MC86) 271 def.
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD
WOORD VOORAF
B1j het uiteenzetten van de óógmerken van het nieuw communautair
Kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling voor 198?-1991
(CÖM(86)129 def. van 1? maart 1986) heeft de Commissie uitdrukkelijk gewezen
op het belang van de volgend® communautaire acties :
verbetering van het concurrentievermogen van de industrie en zodoende van
de werkgelegenheid;
- verbetering van de kwaliteit van het bestaan;
- verwezenlijking van het Europa van de onderzoekers.
In het kader van de diverse communautaire programma's voor
onderzoek en technologische ontwikkeling zijn reeds talrijke maatregelen
genomen ter verbetering van het concurrentievermogen van de industrie. Het
is van essentieel belang dat deze activiteiten ononderbroken kunnen worden
voortgezet; drie van de vier mededelingen in bijlage zijn speciaal met dit
doel door de Commissie opgesteld. Zij betreffen ;
- de opzet van het Programma ESPRIT 2.
- de herziening van het Programma BRITE,
- de herziening van het Programma Biotechnologie.
Laatstgenoemd programma hoort overigens eveneens thuis in het kader
van de actie ter verbetering van de kwaliteit van het bestaan van de burgers
van de Gemeenschap.
In haar vierde mededeling zet de Commissie uiteen hoe zij de her
ziening van het plan ter stimulering van de Europese wetenschappelijke en
technische samenwerking en uitwisseling wenst aan te pakken; wat dit betreft
is het er de Commissie om te doen onverwijld maatregelen te treffen tot
ondersteuning van de actie om een echt Europa van de onderzoekers tot stand
te brengen.
Met de indiening van deze vier mededelingen wil de Commissie voor
komen dat bij de acties die reeds zijn opgezet met het oog op de als priori
tair aangemerkte doelstellingen verstarring optreedt; uit de onderwerpen
van de vier nieuwe programma's blijkt overigens duidelijk welke prioriteiten
de Commissie aanhoudt.
Het spreekt evenwel vanzelf dat, in de geest van de Europese akte,
met deze vier mededelingen niet wordt vooruitgelopen op het
resultaat van het momenteel in de Raad en het Parlement aan de gang zijnde
debat over de oogmerken van het kaderprogramma noch op het formele voorstel
dat de Commissie dienaangaande in juli 1986 zal indiener).
Evenmin wordt met deze vier documenten vooruitgelopen op de betref
fende voorstellen voor progrsmmabesluiten, die op een latere datum bij deRaad
en het Parlement zullen werden ingediend.
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD
INZAKE DE HERZIENING VAN HET MEERJARENPROGRAMMA VOOR ONDERZOEK
EN ONTWIKKELING OP HET GEBIED VAN TECHNOLOGISCH BASISONDERZOEK
EN DE TOEPASSING VAN NIEUWE TECHNOLOGIEËN
(BRITE) (1985 - 1988)
ACHTERGROND
1. Op 19 december 1984 stemde de Raad van Ministers in beginsel met het
BRITE-Programma. Het Besluit van de Raad werd vastgesteld op 12 maart
1985 (PB L 83 van 25.3.1985). Het bedrag dat noodzakelijk werd geacht
voor de uitvoering van het programma beliep 125 miljoen Ecu over een
periode van vier jaar. In het besluit is de volgende bepaling
opgenomen: "In het tweede jaar wordt het programma opnieuw bezien". Dit
onderzoek kan ertoe leiden dat de Commissie een voorstel tot herziening
van het programma indient. Ook de Raad verbond zich ertoe gelet op zijn
vroegere belofte de uitgaven voor 0 & O-werkzaamheden van de Gemeenschap
geleidelijk te verhogen, het programma opnieuw te bekijken en indien
nodig te herzien.
2. In januari 1985 verscheen een voorlopige uitnodiging tot het indienen
van voorstellen, waarna een uitnodiging tot het indienen van voorstellen
werd gepubliceerd in het Publikatieblad van 14 maart 1985. De uiterste
datum voor het indienen van voorstellen was 15 mei 1985.
3. Alles bij elkaar ontving de Commissie 559 voorstellen, ingediend door
1.977 deelnemers, dat is dus een gemiddelde van 3,5 partners per
project. Onder de deelnemers waren er 58% bedrijven, 22%
onderzoekinstellingen en 20% universiteiten. De gemiddelde kosten per
project bedroegen 1,6 miljoen Ecu. Het merendeel van de projecten
voldeed volledig aan de eisen om in aanmerking te komen voor deelneming
aan het programma.
Nagenoeg alle industriële sectoren, onder meer de vliegtuigindustrie, de
bouwnijverheid, de gereedschapsmachine-industrie, de auto-industrie, de
textielnijverheid, enz. dienden voorstellen in het kader van het
BRITE-Programma in. Een groot percentage van deze voorstellen hield
intersectoriële samenwerking in, met in vele gevallen een industrieel
effect dat verder reikte dan de sector waaruit het voorstel afkomstig
was.
4. De voorstellen werden beoordeeld door een comité van 65 onafhankelijke
deskundigen uit het bedrijfsleven en de universiteiten. Deze
deskundigen werkten gedurende de evaluatieperiode van 3 tot 14 juni 1985
onder verplichting van geheimhouding in de kantoren van de Commissie.
- 2 -
Daarnaast onderzochten ook ambtenaren die bij andere 0 & O-programma's
van de Gemeenschap (met name ESPRIT, Staalonderzoek, Materialen en
Niet-nucleaire energie) waren betrokken, voorstellen die eventueel beter
in hun programma's zouden passen. In een aantal gevallen werden
projecten van BRITE naar andere programma's overgeheveld en vice—versa.
Het totale bedrag dat met de ingediende voorstellen was gemoeid, liep
bijna 900 miljoen Ecu, wat voor de Gemeenschap dus een bijdrage
betekende van 450 miljoen Ecu. Daartegenover stond dat er slechts 65
miljoen Ecu beschikbaar was als bijdrage van de Gemeenschap in de eerste
ronde. Gezien deze financiële beperking kregen de evaluatieteams de
opdracht uiterst selectief te werk te gaan. Tal van goede voorstellen
dienden dan ook te worden afgewezen, niet omdat ze geen steun zouden
verdienen, maar wel bij gebrek aan geldmiddelen. De evaluatie werd als
objectief beoordeeld door zowel het IRDAC (1) als het CBC "Industriële
technologieën".
De totale kosten van de stuk voor stuk degelijke en innovatiegerichte
voorstellen die door de evaluatieteams werden geselecteerd, bedroegen
ongeveer 345 miljoen Ecu, waarvoor dus 175 miljoen Ecu nodig was als
steun van de Gemeenschap.
5. Na raadpleging van het CBC besloot de Commissie eind juli 1985 100
projecten te steunen. Aangezien er niet minder dan 559 voostellen waren
ingediend, betekende dit uiteraard dat zeer veel indieners moesten
worden teleurgesteld. Bovendien kon dit aantal projecten slechts worden
gefinancierd mits :
- een aantal voorstellen enkel als haalbaarheidsstudie werd gesteund, en
- voor zover mogelijk aanvankelijk alleen contracten voor de eerste fase
werden aangegaan.
Gezien het grote aantal afwijzingen werd later in overleg met het CBC
beslist nog eens negen projecten te financieren.
In de eerste ronde van BRITE worden nu 103 projecten gesteund: 60% van
de betrokken deelnemers is afkomstig uit de industrie (waarvan 30% uit
het midden-en kleinbedrijf), 21% uit onderzoekinstellingen en 19% uit
universiteiten. Vijf projecten werden ingetrokken en twee projecten
werden tot één project samengevoegd. Het totaal aantal deelnemers
bedraagt nu 465, d.w.z. een gemiddelde van 4,5 per project.
6. De totale, naar de tweede fase over te dragen, betalingsverplichtingen
(uit hoofde van haalbaarheidsstudies en slechts voor een gedeelte
aangegane contracten) belopen 20 miljoen Ecu. Zo blijft er nog
ongeveer 40 miljoen Ecu over voor nieuwe projecten in de tweede fase van
BRITE.
(1) Raadgeverd Comité voor industrieel onderzoek en ontwikkeling.
- 3 -
EVALUATIE
Technische inhoud
7. In november en december 1985 evalueerden negen comités van
onafhankelijke deskundigen, waaronder ook diegenen die de projecten van
de eerste ronde hadden beoordeeld de technische inhoud van BRITE. Uit
dit onderzoek bleek dat de negen gebieden van het fundamenteel
technologisch onderzoek zoals die in de technische bijlage van het
Besluit van de Raad waren omschreven, goed waren gekozen ten aanzien van
het belang dat zij hebben voor de Europese industrie. Evenals IRDAC en
het CBC kwamen de comités tot de slotsom dar er vanuit industrieel,
wetenschappelijk en technisch oogpunt geen wijzigingen in de technische
bijlage bij het Besluit van de Raad wenselijk waren.
Voor de eerste ronde van BRITE werd, binnen de bepalingen van de
technische bijlage bij het Besluit van de Raad, door deskundigen een
lijst van indicatieve prioritaire onderwerpen opgesteld. Ook deze
prioritaire onderwerpen - die geenszins definitief zijn vastgelegd -
werden door de negen comités opnieuw bekeken. Er werden enkele
wijzigingen in aangebracht, en wel om de volgende redenen:
- sommige wijzigingen waren noodzakelijk geworden door de snelle
evolutie in de techniek;
- enkele toelichtingen over de aard van de gevraagde projecten was nodig
om indieners van voorstellen te helpen, om tot een duidelijker
afbakening te komen met andere programma's van de Gemeenschap
(bijvoorbeeld ESPRIT en EURAM) en om de prioriteiten te concentreren
op gebieden waar zij volgens de industrie het dringendst nodig zijn;
- de kans moest worden verkleind dat voorstellen zouden worden ingediend
over onderwerpen die reeds in de eerste ronde voldoende aan bod waren
gekomen.
Zo zijn er op het gebied van de membraanwetenschap en -technologie
momenteel twee projecten aan de gang met betrekking tot de scheiding van
gassen. Daarom is het dienovereenkomstig prioritaire onderwerp in de
nieuwe lijst nu toegespitst op innovatiegerichte industriële
toepassingen van membranen voor de scheiding van vloeibare mengsels en
gasstromen en wordt nu voorrang gegeven aan voorstellen waarbij nieuwe
membraantechnologieën worden gebruikt, bijvoorbeeld membraandistillatie,
pervaporatie, bipolaire membranen en transportbevorderende middelen. Al
deze gebieden werden door de industrie als prioritair naar voor
geschoven. Vanwege de beperkte middelen konden echter geen voorstellen
op deze gebieden worden gefinancierd binnen de projecten die na de
eerste uitnodiging tot het indienen van voorstellen waren ingediend.
De 125 prioritaire onderwerpen die nu duidelijker zijn geformuleerd en
scherper zijn afgebakend, vormen telkens een apart en belangrijk
technische gebied, dat van belang is voor een of meer industriële
sectoren. In sommige gebieden van BRITE zijn de prioritaire onderwerpen
nauwkeuriger omschreven dan in andere, maar gemiddeld bedraagt het
aantal projecten dat nodig is om een bepaald gebied technisch voldoende
te bestrijken ongeveer drie per onderwerp. De resultaten van de
evaluatie en de selectie van de onderwerpen zijn onderschreven door
IRDAC en het CBC, die hun volle instemming hebben betuigd met de
conclusies van de evaluatieteams.
- 4 -
8 ’ Coördinatie met andere werkzaamheden
Via de evaluatiecomités, het CBC en IRDAC blijft de coördinatie met
werkzaamheden op nationaal niveau verzekerd. " COOr'1 na"ie met
Ook coördinatie met EUREKA-projecten is nodig, aangever· de 0 &
O-programma s van de Gemeenschap en EUREKA elkaar aanvul fen. Terwiil de
Gemeenschap verder o & O-programma*s ontwikkelt oP s i v a n £
r e l51 elu — T * Lld:Sat“
™ d r i J ; a r i " tra„h0hetZakellJk Ulteevoer'a °p t k a f Z d e r l i Xbedrijven die aan het programma wensen mee te werken. Deze proiecten
hebben vooral betrekkin«? projecten
« i . . “ uetreKKing op de gezamenlijke ontwikkelina van
infrastructuren^eaVa"Ceerde techn0l^ i8Ï·' °f »“ ■ g^nsoverschri jdendb
FURFkünatie tussen communautaire programma's zoals BRITE en
EUREKA projecten kan dan ook bijdragen tot de verwezenliikine van
gemeenschappelijke doelstellingen, „et name het bevorderen va® het
doCblures Ver”°6en Van de Eur°pese in,iustrie en het voorkomen van
9* — - lneming van in derde landen gevestigde organisatie
door°hftSShieH ^ % Z1iCh b6WUSt Van de grote belangstelling die met name
door het bedrijfsleven m de EVA-landen is betoond voor het verruimen
van de samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische
ontwikkeling. Zij is daarom voornemens de criteria voor deelneming aan
de tweede fase van BRITE te hunner behoeve uit te breiden.
Aangezien dit van algemeen strategisch belang is voor het
concurrentievermogen van de Europese industrie in haar geheel en
volkomen in de lijn ligt van de kaderovereenkomsten inzake samenwerking
op 0 & O-gebied die momenteel met afzonderlijke EVA-landen worden
gesloten, wordt er voorgesteld om organisaties uit deze landen als
partner in BRITE-projecten toe te laten. Uitgekozen organisaties zullen
al hun kosten moeten dragen en daarenboven, waar geschikt, een bijdrage
voor operationele kosten.
Projecten waaraan bovenvermelde organisaties uit de EVA-landen deelnemen
moeten verder ook voldoen aan de normale criteria van het
BRITE—programma m.a.w, nog ten minste twee organisaties uit twee
verschillende Lid-Staten moeten aan het project deelnemen. Voorts
gelden de normale contractvoorwaarden van de Gemeénschap, in het
bijzonder die met betrekking tot eigendomsrechten. Wat de toegang tot
en het gebruik van voorgrond- en achtergrondinformatie bij een zelfde
project of bij aanverwante projecten betreft, worden organisaties uit
derde landen op gelijke wijze behandeld als andere organisaties die aan
BRITE deelnemen.
10.Aantal industriële organisaties per project
De voorwaarden tot deelneming (grensoverschrijdende samenwerking, 50%
industriële financiering, ten minste één industrieel bedrijf per
project) staan borg voor het industriële karakter van het programma.
Bij 90% van alle geslaagde projecten uit de eerste ronde werkten
minstens twee industriële partners uit twee verschillende Lid-Staten
samen. Ten einde het industriële karakter van het programma nog meer te
bekrachtigen wordt nu voorgesteld (zonder evenwel de huidige juridische
voorwaarden te wijzigen) dat duidelijk de voorkeur wordt gegeven aan
projecten waarbij ten minste twee industriële partners uit twee
Lid-Staten zijn betrokken.
- 5 -
11. Midden- en kleinbedrijf
Van de 60% industriële bedrijven die aan de eerste fase deelnamen
behoorde 30% tot het MKB. In feite lag dit percentage nog hoger, want
tal van middelgrote en kleine ondernemingen namen indirect deel via
onderzoekinstellingen (21% van alle deelnemers). Onderzoekinstellingen
die volledig of hoofdzakelijk door industriële organisaties worden
gefinancierd, worden als industriële bedrijven beschouwd.
In de tweede fase van BRITE moet het mogelijk zijn om tot een nog
grotere deelneming van het MKB te komen, nu de Commissie samen met de
Lid-Staten een intensieve informatie- en assistentiecampagne
organiseert. Bovendien krijgen de kandidaat-deelnemers nu nagenoeg
negen maanden de tijd om hun voorstellen voor te bereiden, hetgeen ook
de deelneming van het MKB moet vergemakkelijken. Er worden bijzondere
inspanningen gedaan om kleine en middelgrote ondernemingen te helpen
bij het zoeken naar geschikte partners in andere Lid-staten. Ook het
verzoek om "blijken van belangstelling" (zie 12) speelt in dit opzicht
een nuttige rol.
Speciaal gelet op de behoeften van het MKB, wordt nu gepoogd de
procedures te vereenvoudigen. Als eerste stap daartoe werd het
formulier voor het indienen van voorstellen voor de tweede fase van
BRITE reeds vereenvoudigd.
Aan projecten waarbij ondernemingen uit het MKB zijn betrokken, wordt
bijzondere aandacht gegeven ten einde de deelneming van zulke
ondernemingen ten opzichte van de eerste ronde aanzienlijk te verhogen,
maar uiteindelijk geeft nog steeds de technische en economische
kwaliteit van de projecten, zoals deze door onafhankelijke deskundigen
wordt beoordeeld, de doorslag. Niettemin moet worden onderstreept dat
het MKB alleen dan voorstellen kan indienen als er voldoende
geldmiddelen beschikbaar zijn om een redelijke kans van slagen te
bieden.
12. Voorbereiding van fase II
Door IRDAC en het CBC werd er met nadruk op gewezen dat er onder
invloed van een aantal factoren in de tweede ronde een aanzienlijk
groter aantal voorstellen is te verwachten.
Deze factoren zijn:
- betere bekendheid van BRITE bij het bedrijfsleven vanwege het succes
van de eerste ronde, nu nog versterkt door een uitgebreide
informatiecampagne voor de tweede ronde.
Niettegenstaande de grote inspanningen die werden geleverd om
informatie over BRITE te verschaffen, waren vele bedrijven
helemaal niet van het programma op de hoogte of waren ze er niet
tijdig over ingelicht om nog voorstellen voor de eerste ronde in
te dienen. Ofschoon BRITE nu wel beter bekend is, blijven
informatie en assistentie nog essentieel.
Voor de eerste fase werd een infrastructuur in het leven geroepen
om potentiële deelnemers in de diverse Lid-Staten te informeren en
te assisteren; de Commissie zorgde daarbij voor de coördinatie.
Dit systeem wordt nu voor de tweede fase verbeterd. Uit ervaring
is gebleken dat er een direct verband bestaat tussen het aantal
gehonoreerde voorstellen en de inspanningen die op nationaal vlak
worden geleverd.
- 6 -
- Deelnemers krijgen meer tijd om hun voorstellen voor te bereiden.
Een vaak gehoorde klacht was dat er in de eerste ronde onvoldoende
T n t* WaS °m. g°ede voorstellen voor te bereiden. Voor de tweede
onde xs het dan ook een dringende eis dat de aankondiging vroeg
S r ^ o S e T l ™ Vf ' 1° en
an voorstellen, onder meer ook voor het zoeken naar partners in
andere manden. Het CBC was het er met de Commissie over eens dat
kan d7t°eï ? 86 aankondiSing in elk geval moet gebeuren, ook al
ineedfend g hebbön dat 6r n°g meer voorstellen worden
iïtpepeven . °T "ordt binnenkort al een informatiepakket
7 ’ terwijl de sluitingsdatum voor het indienen van
voorstellen pas in maart 1987 is. In het pakket wordt informatie
Srvaneen°h7 Juridif he status van het programma, de herziening
beschikbaartisinirnUmbedrag ^ momenteel aan financieringsmiddelen
Voorts worden in het informatiepakket gegevens verstrekt over het
verzoek om "blijken van belangstelling", samen met een korte
beschrijving van de projecten die worden voorbereid. Zo kunnen
exangstellenden vooraf advies inwinnen om na te gaan of hun
projecten binnen het actieterrein van het BRITE-programma vallen.
Op deze wijze wordt voorkomen dat onnodige inspanningen worden
besteed aan het uitwerken van een volledig voorstel.
Voor de eerste ronde werden meer dan 3.000 blijken van
belangstelling ontvangen. Deze ervaring heeft aangetoond dat het
verzoek om blijken van belangstellinhg een uiterst nuttige
procedure is voor kandidaatdeelnemers die op zoek zijn naar
partners uit andere landen.
- Een aantal goede voorstellen die in de eerste ronde niet konden
worden gefinancierd, wordt nu opnieuw ingediend.
Zoals reeds gezegd, moest in de eerste ronde een groot aantal
goede innovatiegerichte voorstellen door gebrek aan middelen
worden afgewezen.
- Door de toetreding van Spanje en Portugal is het potentiële
deelnemersveld groter geworden.
Er wordt nu een speciale inspanning gedaan om informatie te
verstrekken en assistentie te verlenen aan Spaanse en Portugese
organisaties en nationale autoriteiten.
Met deze tweede fase moet het duidelijk' worden dat de Gemeenschap
ernstig werk wil maken van het stimuleren van Europese samenwerking bij
industrieel onderzoek volgens het BRITE-concept, namelijk door;
- de mogelijkheid te bieden om effectief in te spelen op technologische
onderwerpen die door de industrie als prioritair worden beschouwd, en
- goede innovatiegerichte voorstellen een redelijke kans op slagen te
bieden.
- 7 -
Volgens het CBC blijkt uit deze analyse dat er behoefte is aan hetzij
een aanzienlijke verhoging van de voor de tweede fase noodzakelijk
geachte geldmiddelen, hetzij andere maatregelen zoals een beperking van
het aantal bestreken technische gebieden.
IRDAC en het bedrijfsleven in het algemeen zijn van mening dat de negen
technische gebieden van BRITE onverminderd behouden moeten blijven en
dat het van het grootste belang is dat al deze gebieden voldoende
worden bestreken.
IRDAC is verder ook van mening dat BRITE nog onvoldoende in industriële
sectoren is doorgedrongen. Er dient dan ook rekening te worden
gehouden met een stijgend aantal deelnemers uit het bedrijfsleven en
een grotere internationale interpenetratie binnen een bepaalde
bedrijfstak. Voorts moet, gezien de hoge kosten waarmee het
voorbereiden van een voorstel gepaard gaat, ten minste 50% van de door
deskundigen als waardevol beoordeelde projecten worden aangenomen.
Voor de tweede fase betekent dit een stijging van de uitgaven van 60
miljoen Ecu tot ten minste 300 miljoen Ecu, wil men daadwerkelijke
steun verlenen aan Europese bedrijven voor projecten die als
industrieel gezond worden beschouwd (zie bijgaand advies).
UNICE wijst er in een advies inzake het BRITE-Programma eveneens op dat
het grote aantal afgewezen projecten ontmoedigend werkt en stelt voor
de tweede fase een totaalbedrag van 250 miljoen Ecu voor.
13. Tot nog toe bereikte resultaten
Het BRITE-programma werd vastgesteld in maart 1985. Tegen eind juli
1985 waren de projecten geselecteerd onmiddellijk daarna werden
onderhandelingen voor het sluiten van contracten begonnen en de eerste
contracten lagen nog voor eind december 1985 klaar voor ondertekening.
Maar ondanks deze snelle werkwijze bij het ontvangen van voorstellen,
het beoordelen van projecten en het sluiten van contracten, is het
duidelijk dat ten vroegste op 1 januari 1986 met de eerste
werkzaamheden voor BRITE-projecten kon worden begonnen. Het is dan ook
nog veel te vroeg om al te spreken van verwezenlijkingen op technisch
vlak.
Wat echter wel met zekerheid kan worden gesteld is dat BRITE nu al
heeft geleid tot bijzonder veel samenwerking op het gebied van 0 & 0
met industriële oogmerken over de landsgrenzen binnen de Gemeenschap
heen. Met uitzondering van ESPRIT is een dergelijke mate van
samenwerking in zoveel industriële sectoren en tussen sectoren
onderling nog nooit tot stand gebracht. In tal van projecten werken
bedrijven samen die traditioneel eikaars concurrenten zijn. Bij andere
l s er sprake van grensoverschrijdende samenwerking tussen leveranciers
en gebruikers van technologie en van processen en produkten, waarmee
een opmerkelijke bijdrage wordt geleverd tot het neerhalen van
traditionele barrières in de Lid-Staten waardoor hechte relaties alleen
binnen de eigen landsgrenzen werden aangegaan. Het belangrijkste
resultaat van BRITE op dit ogenblik is dan ook de bijdrage die het
programma nu al heeft geleverd tot de verwezenlijking van de
Gemeenschap als één enkele Markt.
- 8 -
Dlt ,kan w°rden geïllustreerd aan de hand van projecten zcals die
ItaliaLse6 Alfa^r S,amenWerkt met het Britse Babcouk Power, het
t ï n / fn R°meo met de Franse bedrijven Renault en Aerospatiale
oCiï:: °he:r eo ° r si steei shipyard L t het
Ansaldo Voort"8’· °f h6t Nederlandse Xycarb met het Italiaanse
nsaldo. Voorts is er samenwerking tussen kleine bedrijven zoals
Metravib inFrankrijk en Stewart Hughes in het Verenigd Koninkrijk en
doen ook bedrijfstakken mee die nog nooit bij 0 & O-Programma's vin T e
Gemeenschap waren betrokken: bij voorbeeld de meubelindustrie, waarbij
TNrina NeTerer S d KOkkr eï “ M°bler in Denemar’ken samenwerken met
v ° nT J ?' ^ 1 , d .®n de Furniture Industry Research Association in het
Annarif* *°ainkrijk> of de kledingindustrie, waarbij Arts Ltd. en de
t l T i , l l XT Federation in I ere land samenwerken met TNO in
Nederland en Xetal Systems Ltd. in het Verenigd Koninkrijk.
De ruchtbaarheid die, vaak door de betrokken bedrijven en
onderzoekinstituten zelf, aan deze projecten is gegeven, heeft geleid
tot een enorme toename van de belangstelling voor BRITE. De diensten
van de Commissie hebben talloze brieven ontvangen van bedrijven die in
dit stadium nog graag willen meedoen aan de reeds gestarte projecten of
informatie vragen omtrent de tweede uitnodiging tot het indienen van
voorstellen.
14. Conclusies
Uit dit alles meent de Commissie te kunnen besluiten dat het standpunt
van het bedrijfsleven, zoals dit door IRDAC en UNICE naar voren is
gebracht en dat hierboven is samengevat, in wezen correct is en dat in
de tweede fase van BRITE de toenemende tendens van Europese bedrijven
om onderling en met universiteiten over de landsgrenzen heen samen te
werken moet worden aangemoedigd en een Europese grensoverschrijdende
infrastructuur voor samenwerking tot stand dient te worden gebracht,
waarmee de Europese industrie het beter kan opnemen tegen de
internationale concurrentie en die nodig is om het pas ingezette
economische herstel kracht bij te zetten. Het standpunt van de
Commissie is dan ook als volgt:
- in antwoord op de tweede uitnodiging tot het indienen van voorstellen
zullen veel meer voorstellen worden ontvangen dan na de eerste
uitnodiging; ten minste het dubbele is te verwachten; maar zelfs het
vier dubbele mag niet worden uitgesloten;
- door de aanmoediging tot deelneming van het MKB zal het programma
meer bekendheid krijgen en mogen er bijgevolg nog meer voorstellen
worden verwacht;
- doordat er meer tijd voor de voorbereiding van voorstellen en meer
informatie beschikbaar wordt gesteld, zal de kwaliteit van de
voorstellen nog hoger liggen dan voorheen;
- het vertrouwen van het bedrijfsleven in de Gemeenschap staat op het
spel; daarom moet een redelijk gedeelte van de goede voorstellen ~
één op drie of ten minste één op vier - steun kunnen ontvangen;
- 9 -
- de technische gebieden en de gedetailleerde onderwerpen binnen deze
gebieden waren goed gekozen en zijn nog steeds van groot belang voor
het bedrijfsleven, in het bijzonder voor de grote, welvaart
verschaffende bedrijven waarin 75% van de fabrieksarbeiders in de
Gemeenschap werkzaam is;
- mocht een of meer van de technische gebieden komen te vervallen, dan
zou dit aanleiding geven tot ernstige moeilijkheden, met name tot
grote wrevel in bedrijfstakken die zich door dergelijke maatregelen
benadeeld kunnen achten;
- een snelle beslissing omtrent de voor de tweede fase noodzakelijk
geachte financieringsmiddelen is noodzakelijk om belangstellenden
niet in onzekerheid te laten over hun eventuele kansen op succes.
In het licht van de besprekingen in de Raad en het Parlement van de
algemene aanbevelingen voor het kaderprogramma voor onderzoek en
technologische ontwikkeling (1987-1991) en de bepalingen van het
formele voorstel voor het kaderprogramma dat t.z.t. zal worden
ingediend, zal de Commissie een ontwerpbesluit van de Raad tot
herziening van het BRITE-programma opstellen en aan de Raad voorleggen.
COMMISSIE
VAN DE
EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Directoraat-Genaraal
Wetenschap. Onderzoek en Ontwikkeling
I R 0 A C
IndustriaL Research and
Development Advisory Committee
BrUS.SeP 21 februari 198·.
IRDAC-PM/
S e c re ta r ia a t IRDAC—adviea
inzake het BRITE—Programma
vggtgesteld op de plenaire vergadering van 21 februari 1986
' f BRITE_Pr°gramma en de uitvoering die er in de voorbije twaalf
maanden aan is gegeven kunnen als bevredigend worden beschouwd voor de
Europese industrie in haar geheel en de deelnemende bedrijven in het
bijzonder. J
2. Toch waren tal van deelnemers na maandenlang hard en kostbaar werk
teleurgesteld door de bijzonder talrijke afwijzingen van projecten (80%
voor de eerste ronde van BRITE in 1985).
3. Aan een verlaging van het aandeel van de door de Gemeenschap verleende
steun (momenteel 50%) ten einde een groter aantal projecten met dezelfde
middelen te kunnen steunen, kan niet worden gedacht. IRDAC is
integendeel van mening dat steunverlening aan projecten waarbij alleen
kleine en middelgrote ondernemingen zijn betrokken, tot boven het
huidige niveau van 50% mag worden opgetrokken.
4. De Europese industrie heeft positief en opbouwend gereageerd; het aantal
en de omvang van de voorgestelde projecten heeft de verwachtingen
overtroffen.
Nu de Commissie en de industriële organisaties van de deelnemende landen
zich inspannen om het BRITE-Programma grotere bekendheid te geven bij
ondernemingen, vooral uit het midden- en kleinbedrijf, zal het aantal
vooxgestelde projecten aanzienlijk toenemen en wordt bijgevolg ook het
risico van ontmoediging als gevolg van de beperkte begrotingsmiddelen
groter.
De bekendheid van BRITE bij het bedrijfsleven wordt nog duidelijk
onvoldoende geacht. In de verschillende sectoren is dan ook een
stijgend aantal industriële deelnemers en een grotere internationale
interpenetratie binnen een bedrijfstak te verwachten.
Inspanningen om zowel samenwerkingsverbanden te vormen als in
industriële sectoren door te dringen, zullen leiden tot een stijging van
het aantal voorgestelde projecten.
Voorlopig adres: Wetstraat 200, B-1049 Brussel — Telefoon 7350040/7358030/7358040/7366000 — Telegramadres: "COMEUR Brussel" —
Telex: "COMEU B 21877"
*
- 2 -
5. IRDAC is van mening dat er dan ook aanzienlijk meer geldmiddelen ter
beschikking van de Commissie moeten worden gesteld om industrieel
O&O-werk te ondersteunen en de coördinatie tussen de verschillende
programma's (BRITE, BIO, EURAM, ESPRIT, enz.) te verstevigen.
6. Wat het BRITE-Programma betreft, dient ten minste 50% van de door de
deskundigen als waardevol beoordeelde projecten te worden aangenomen.
Daarom moeten, rekening gehouden met de stijging van het aantal
deelnemers per sector en de grotere internationale interpenetratie in
deze sectoren in de verschillende landen, de huidige begrotingsmiddelen
voor het programma worden vervijfvoudigd. Concreet betekent dit een
verhoging van 60 miljoen Ecu tot ten minste 300 miljoen Ecu voor de
tweede ronde van BRITE. Dit bedrag is noodzakelijk wil men
daadwerkelijk steun verlenen aan Europese bedrijven voor projecten die
als industrieel gezond en veelbelovend worden beschouwd.
Over de coördinatie tussen de verschillende programma's van de Commissie
wordt later, na verder onderzoek en zodra hierover meer informatie is
ontvangen, advies uitgebracht.
Full & Egal Universal Law Academy