ARCHIVES HISTORIQUES
DE LA COMMISSION
COLLECTION RELIEE DES
DOCUMENTS "COM"
COM (86) 171
Vol. 1986/0063
Disclaimer
Conformément au règlement (CEE, Euratom) n° 354/83 du Conseil du 1er février 1983
concernant l'ouverture au public des archives historiques de la Communauté économique
européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique (JO L 43 du 15.2.1983,
p. 1), tel que modifié par le règlement (CE, Euratom) n° 1700/2003 du 22 septembre 2003
(JO L 243 du 27.9.2003, p. 1), ce dossier est ouvert au public. Le cas échéant, les documents
classifiés présents dans ce dossier ont été déclassifiés conformément à l'article 5 dudit
règlement.
In accordance with Council Regulation (EEC, Euratom) No 354/83 of 1 February 1983
concerning the opening to the public of the historical archives of the European Economic
Community and the European Atomic Energy Community (OJ L 43, 15.2.1983, p. 1), as
amended by Regulation (EC, Euratom) No 1700/2003 of 22 September 2003 (OJ L 243,
27.9.2003, p. 1), this file is open to the public. Where necessary, classified documents in this
file have been declassified in conformity with Article 5 of the aforementioned regulation.
In Übereinstimmung mit der Verordnung (EWG, Euratom) Nr. 354/83 des Rates vom 1.
Februar 1983 über die Freigabe der historischen Archive der Europäischen
Wirtschaftsgemeinschaft und der Europäischen Atomgemeinschaft (ABI. L 43 vom 15.2.1983,
S. 1), geändert durch die Verordnung (EG, Euratom) Nr. 1700/2003 vom 22. September 2003
(ABI. L 243 vom 27.9.2003, S. 1), ist diese Datei der Öffentlichkeit zugänglich. Soweit
erforderlich, wurden die Verschlusssachen in dieser Datei in Übereinstimmung mit Artikel 5
der genannten Verordnung freigegeben.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
C0MC86) 171 def.
Brussel, 3 april 1986
MONETAIRE EN FINANCIËLE BETREKKINGEN MET JAPAN
(Mededeling van de Commissie aan de Raad)
C0MC86) 171 def.
I I /164/86—NL
MONETAIRE EN FINANCIËLE BETREKKINGEN MET JAPAN
I. INLEIDING
De groeiende betekenis van Japan in het wereldhandselssysteem heeft thans tot gevolg
dat Japan ook op monetair en financieel gebied een steeds grotere plaats inneemt. De
yen wordt weliswaar betrekkelijk weinig gebruikt in de handel maar de wisselkoers
van de yen is in het Internationale Monetaire Stelsel een belangrijke koers
geworden, gezien de implicaties daarvan voor de handel en de groei van het aandeel
van Japan in de financiële transacties en in het wereldkapitaalverkeer. De betekenis
van de yen in het Internationale Monetaire Stelsel zal verder toenemen daar zowel de
ontwikkelingen op de yenmarkten als de druk uitgaande van buitenlandse autoriteiten
ertoe hebben geleid dat de Japanse autoriteiten een doelbewust beleid tot vergroting
van de internationale functie van de yen zijn gaan voeren en dit beleid heeft onder
druk van de gebeurtenissen en van de liberalisatie steeds duidelijkere effecten. Op
financieel gebied was het belangrijkste feit in de afgelopen jaren de groei van de
functie van Japanse banken en andere Japanse financiële instellingen op de
internationale markten. Naar omvang van de buitenlandse activa nemen Japanse banken
in de wereld de eerste plaats in en de Japanse financiële instellingen behoren tot
de top van het internationale effectenbedrijf. Voorts is Japan de grootste exporteur
van kapitaal in de wereld geworden en de Japanse aan- en verkopen van effecten op
binnenlandse en internationale markten hebben een belangrijke invloed op de
ontwikkelingen op deze markten gekregen.
De vooruitgang van Japan op deze gebieden heeft echter bij de partners van
Japan in een aantal opzichten aanleiding gegeven tot zorg. In Japan heeft altijd
een zekere terughoudendheid bestaan ten aanzien van het volledig aanvaarden van de
de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit de toenemende internationale rol van
Japan en was men meer geneigd zich uitsluitend te concentreren op de consequenties
voor Japan van internationale gebeurtenissen en ontwikkelingen. Het is echter ook
noodzakelijk dat, naarmate de invloed en de betekenis van Japan op internationaal
monetair en financieel gebied toeneemt, een ruimere, meer internationale, benadering
wordt aanvaard. Andere zorgen zijn vergelijkbaar met die welke zich hebben
voorgedaan met betrekking tot de ontwikkeling van Japan als een grote handelspartner
en betreffen de ongelijke toegang tot eikaars markten. Sommigen zijn van oordeel dat
thans op het gebied van de financiële diensten een strategie wordt gevoerd van het
type dat de expansie van de Japanse goederenuitvoer begeleidt. De externe
activiteiten van de Japanse financiële instellingen hebben een uiterst snelle
expansie te zien gegeven, terwijl de toegang tot de Japanse binnenlandse financiële
markten voor buitenlandse financiële instellingen effectief werd belemmerd. Bij de
voortschrijdende internationalisatie van de yen bevinden de Japanse banken zich als
gevolg van de beperkte t
instellingen in de beste positie op de internationale markten yenzaken af te
handelen.
Terwijl Japan zich steeds meer ontwikkelde tot een groot financieel centrum
was het internationale monetaire en financiële stelsel aan spanningen onderhevig.
Het stelsel van zwevende wisselkoersen heeft niet geleid tot de verwachte
stabiliteit of effectieve aanpassingen; de wisselkoersen vertoonden grillige
fluctuaties en lange perioden van onaangepaste verhoudingen. Deze ontwikkelingen
hebben zowel tot officiële maatregelen geleid als tot discussies over de werking van
het wisselkoersstelsel. Overeenstemming zou moeten worden bereikt over verbeteringen
in de bestaande regelingen. Het schuldenprobleem van de ontwikkelingslanden vormde
een bedreiging voor de stabiliteit van het internationale financiële stelsel en
vereiste een voortdurend toezicht en evaluatie. Ook de snelle technologische
ontwikkeling en de internationalisatie van financiële markten kunnen naarmate de
interpenetratie van de markten voortschrijdt problemen doen rijzen aangaande
controle en toezicht.
- 2 - II/164/86-NL
Deze ontwikkelingen doen de noodzaak van een nauwe coördinatie op
internationaal niveau uitkomen. Deze coördinatie vindt reeds plaats in het kader van
verschillende multilaterale en internationale bijeenkomsten. Zowel de Gemeenschap
als Japan hebben bilaterale betrekkingen met de Verenigde Staten maar de bilaterale
betrekkingen met elkaar zijn nog betrekkelijk onderontwikkeld gebleven. Gezien de
toenemende rol van Japan en zijn valuta en gezien de invloed en het gewicht van de
Japanse financiële instellingen in het internationale financiële stelsel zou de
Gemeenschap moeten trachten te komen tot meer intensieve bilaterale betrekkingen op
deze gebieden. Deze moeten niet allen dienen voor besprekingen over wederzijdse
bilaterale problemen maar ook voor meer wederzijds overleg en samenwerking met
betrekking tot algemene problemen betreffende het Internationale Monetaire Stelsel.
. BETREKKINGEN VAN DE GEMEENSCHAP MET JAPAN
De huidige betrekkingen van de Gemeenschap met Japan betreffen voornamelijk de
handel en het aanhoudende en toenemende gebrek aan evenwicht in de handel tussen de
Gemeenschap en Japan. Deze punten waren onderwerp van de "High Level Consultations"
welke sedert 1972 regelmatig tweemaal per jaar plaatsvonden en waarop de economische
en industriële problemen tussen Japan en de Gemeenschap werden besproken. Dit
overleg werd aangevuld met besprekingen in het "Trade Expansion Committee" en
recentelijk met interministeriële ontmoetingen tussen leden van de Commissie en
Japanse ministers, alsmede met regelmatige contacten tussen ambtenaren en gedurende
bezoeken op hoog niveau. Terwijl de voornaamste punten in deze contacten altijd
betrekking hadden op het vraagstuk van het gebrek aan evenwicht in de handel hebben
ook discussies van ruimere aard plaatsgevonden over economisch beleid en financiële
vraagstukken, in het bijzonder met betrekking tot het gebrek aan evenwicht in het
handelsverkeer.
In dit verband heeft de Gemeenschap in het verleden formeel bij de regering
van Japan verzoeken ingediend aangaande de toegang van Europese financiële diensten
tot de Japanse markt. Deze werden voor het eerst in december 1981 door de Commissie
aan de Japanse autoriteiten voorgelegd in de vorm van een "Request List", welke werd
opgesteld na nauw overleg met de Lid-Staten. De "Request List" werd in november 1982
en april 1984 herzien en bleef onderwerp van de besprekingen met do Japanse
autoriteiten in het kader van regelmatige raadplegingen en bijeenkomsten.
De Japanse autoriteiten hebben in 1984 als uitvloeisel van bilaterale
onderhandelingen tussen de VS en Japan een reeks maatregelen aangekondigd oir. de
internationale functie van de yen te vergroten. Tevens zou het kader waarin
buitenlandse banken en financiële instellingen op de Japanse markt zouden kunnen
werken worden veranderd. Deze ontwikkeling en de duidelijke invloed welke de VS op
Japan konden uitoefenen leidde in de Lid-Staten tot vrees dat de
toelatingsvoorwaarden die met de VS voor hun financiële instellingen werden
overeengekomen in de praktijk niet eveneens van toepassing zouden zijn op Europese
financiële instellingen, waarvan de structuur verschilt van die van de Amerikaanse
financiële instellingen. Het gevolg daarvan was een reeks bilaterale besprekingen
tussen Lid-Staten en Japan welke plaatsvonden naast de voortgaande besprekingen
tussen de VS en Japan. Deze besprekingen (van het Verenigd Koninkrijk en de
Bondsrepubliek Duitsland en onlangs ook van Frankrijk en Italië) hadden in het
bijzonder betrekking op specifieke bilaterale vraagstukken om te verzekeren
- 3 - 11/164/86—NL
dat de financiële instellingen van de betrokken Lid-Staat niet benadeeld zouden
worden door de ontwikkelingen op de Japanse markten. Ook de Commissie heeft, op een
meer algemene grondslag, bilaterale besprekingen met Japan geopend aangaande de
mogelijkheden in het algemeen voor de activiteiten van financiële instellingen op
eikaars markten en over de betrekkingen tussen Japan en de Gemeenschap op monetair en
financieel gebied.
Het betrekkelijk geringe succes van de "Request Lists" en de daarop volgende
ontwikkeling van parallellopende bilaterale onderhandelingen tussen Lid-Staten en
Japan waren het gevolg van een aantal factoren. Een reden was dat de besprekingen
over de financiële diensten voornamelijk plaatsvonden in het kader van de
handelsproblemen met Japan meer in het algemeen. Daarbij namen handelsvraagstukken
betreffende in het bijzonder industrieprodukten de belangrijkste plaats in. Een
tweede reden was dat Japan er altijd de voorkeur aan heeft gegeven te onderhandelen
op grond van wederkerigheid, welke van zijn standpunt uit het best werd bereikt in
afzonderlijke besprekingen met de Lid-Staten.
Onderhandelingen van de Lid-Staten afzonderlijk zullen echter niet
noodzakelijkerwijs de beste resultaten voor de Gemeenschap afwerpen. Terwijl elke
Lid-Staat die onderhandelingen met Japan heeft geopend kan verwachten een beperkte
toegang tot de Japanse markten voor zijn instellingen te krijgen, in het bijzonder in
het geval een wederkerig Japans probleem van toegang tot de markten van de betrokken
Lid-Staat bestond, kan Japan in de praktijk aan de verlangens van de afzonderlijke
Lid-Staten van geval tot geval voldoen, zonder daadwerkelijk zijn markten algemeen te
openen. Terwijl aldus specifieke oplossingen voortvloeiende uit bilaterale
onderhandelingen, zoals de onderhandelingen tussen de USA en Japan, theoretisch op
alle landen van toepassing kunnen zijn, hebben de verschillen tussen de financiële
instellingen van land tot land tot gevolg dat de specifieke oplossingen in
werkelijkheid slechts van toepassing zijn op de instellingen van het land dat
daarover onderhandelde. Ook indien specifieke oplossingen een meer algemene
toepassing hebben was er geen reële druk op Japan om een even gelijke toegang tot
zijn markten te geven als de Japanse instellingen hebben tot de Europese markten. De
onderhandelingen van de afzonderlijke Lid-Staten hebben het vermogen van de
Gemeenschap ten aanzien van de verlangens van de Gemeenschap druk uit te oefenen op
Japan verzwakt en Japan in staat gesteld een krachtige positie te blijven nemen door
profijt te trekken van de concurrentie welke ongetwijfeld bestaat tussen de
financiële instellingen van de Lid-Staten in de wereldmarkten, waardoor de positie
van de Gemeenschap als geheel werd verzwakt.
Op het gebied van d- financiële diensten en de toegang tot de yenmarkten heeft
de Gemeenschap aldus bet jkkelijk weinig succes gehad in haar betrekkingen met Japan.
Evenzo heeft de Gemeenschap op het ruimere gebied van de monetaire betrekkingen
weinig invloed gehad op Japan en het Japanse beleid, in het bijzonder in vergelijking
met de druk welke de Amerikaanse autoriteiten van tijd tot tijd konden uitoefenen.
Niettemin bestaat er, nu Japan steeds belangrijker wordt op monetair en financieel
gebied, behoefte aan op een ruimere grondslag gebaseerde betrekkingen tussen de
Gemeenschap en Japan, in het kader waarvan ook specifieke vraagstukken, zoals de
relatieve toegang tot eikaars financiële markten, behandeld kunnen worden. Dit
impliceert het tot stand brengen van betrekkingen die de grotere vraagstukken van de
respectieve functies van de Gemeenschap en Japan in het Internationale Monetaire
Stelsel en met betrekking tot de internationale financiële ontwikkelingen omvatten.
- 4 - II/164/86—NL
Bij de ontwikkeling van de betrekkingen met Japan op monetair en financieel gebied
met het volle gewicht van de Gemeenschap aangewend worden omdat uitsluitend aldus de
Gemeenschap kan hopen werkelijke resultaten te bereiken.
Betrekkingen op communutair niveau impliceren niet noodzakelijkerwijze dat de
Lid-Staten afzonderlijk geen bilaterale besprekingen met Japan kunnen voeren over
aangelegenheden die hen betreffen. Deze afzonderlijke besprekingen zouden echter
effectiever zijn indien zij plaats zouden vinden in het kader van een algemene
benadering van Japan op communautair niveau met een nauwe coördinatie tussen de
Lid-Staten.
III. MONETAIRE BETREKKINGEN
De monetaire betrekkingen tussen de Gemeenschap en Japan kunnen zowel uit
bilateraal als uit multilateraal oogpunt worden beschouwd. Het belangrijkste aspect
van de monetaire betrekkingen betreft de wisselkoersverhoudingen welke van primair
belang zijn voor zowel de commerciële als de financiële relaties.
Wisselkoersen
Uit een bilateraal oogpunt zijn de wisselkoersbetrekkingen tussen de
Gemeenschap en Japan zwak. Beiderzijds bestond de neiging de valutaverhouding met de
dollar als het belangrijkst te beschouwen. Zo betrof bijvoorbeeld de recente
G-5-0vereenkomst van september 1985 de verhouding van de dollar ten opzichte van de
niet-dollarvaluta's als geheel. Dit heeft echter geleid tot een situatie waarin de
waarde van de yen ten opzichte van de communautaire valuta's een restfactor is die
voortvloeit uit de ontwikkelingen van de respectieve valuta's ten opzichte van de
dollar. Dit heeft het belang van wisselkoersen als potentiële instrumenten voor
aanpassingen tussen de twee zones verminderd. Het is onwaarschijnlijk dat de
handelsbetrekkingen van de Gemeenschap met Japan op een bevredigende grondslag kunnen
worden gevestigd tenzij er een passende wisselkoersverhouding tussen de twee zones
bestaat. In dit verband moet verandering komen in de vrijwel exclusieve concentratie
van de Japanse autoriteiten op de verhouding tussen de yen en de dollar en de
Gemeenschap moet trachten de Japanse autoriteiten er toe te brengen grotere aandacht
te schenken aan het belang van de verhouding tussen de yen en de valuta's van de EG
als een essentieel onderdeel van de bilaterale betrekkingen tussen de twee zones. De
parallelle ontwikkelingen van de yen en de EG-valuta's sinds begin 1985, in het
bijzonder ten opzichte van de dollar dienen voorwerp van overleg tussen de
Gemeenschap en Japan te zijn.
Het Internationale Monetaire Stelsel
Ook uit een multilateraal oogpunt is de wisselkoers tussen de yen eh de Ecu van
belang. Het wisselkoersstelsel heeft op onvolkomen wijze gewerkt. De instabiele
wisselkoersen bemoeilijkten de internationale handel en de investeringen en onjuiste
wisselkoersverhoudingen hebben geleid tot aanhoudende onevenwichtigheden op de
betalingsbalansen welke op hun beurt een bedreiging vormen voor het internationale
handelssysteem en monetaire systeem. Ofschoon de Gemeenschap met het EMS heeft
getracht enkele van de voornaamste verstorende consequenties te voorkomen konden een
aantal consequenties van de externe instabiliteit niet worden vermeden. Om deze reden
heeft de Commissie altijd gepleit voor een zekere mate van multilateraal beheer van
het wisselkoerssysteem. De wisselkoersvariaties hebben dusdanig algemeen verbreide
effecten op de economie dat daaraan niet voorbij kan worden gegaan of dat kan worden
aanvaard dat het wisselkoersniveau uitsluitend wordt bepaald als een restfactor
voortvloeiende uit economische en financiële ontwikkelingen.
- 5 - II/164/86-NL
Het is van groot belang, niet alleen voor economieën van de tanden
afzonderlijk maar ook voor het Internationale Monetaire S t e l s e U d a t het
wisselkoersbeleid integrerend deel uitmaakt van het economische beleid
van ae voornaamste industrielanden. Aangezien de wisselkoers tevens
de fundamentele economische variabele is in de betrekkingen tussen
landen dient de wisselkoers onderwerp te zijn van bilaterale of
internationale besprekingen.
In recente internationale besprekingen bleven de Japanse
autoriteiten betrekkelijk terughoudend ten aanzien van verdere insti
tutionele ontwikkelingen in het Internationale Monetaire Stelsel. Zij
zijn niet bereid doelzones of het gebruik van de wisselkoers als een objec
tieve indicator te ondersteunen, zij wensen geen automatisch overleg-
systeem en zij zijn niet voor een grotere openbaarheid in het proces van
toezicht. Als een gevolg echter van de G-5- bijeenkomst in september 1985
heeft Japan onder de dreiging van een groter protectionisme van de kant van
de VS ten volle medegewerkt aan een overeengekomen aanpassing van
de wisselkoersen. Japan is in feite historisch gezien nooit voorstander
geweest van een laissez faire-beleid ten aanzien van zijn wisselkoers en
streefde veeleer naar een zekere mate van wisselkoers
beheer, zij het slechts op bilaterale grondslag en met inachtneming van
de eigen beleidsdoelstellingen voor de yen. Meer wederzijds overleg
op bilaterale grondslag tussen de Gemeenschap en Japan zou kunnen
leiden tot een beter begrip voor de noodzaak van een verbetering van
de werking van het stelsel van zwevende wisselkoersen en zou kunnen
bijdragen tot een verdere ontwikkeling van het Internationale Monetaire Stelsel
tot de beïnvloeding van de ontwikkelingen op de markten. Het
EMS is niet uitsluitend een interne regeling van de Gemeenschap maar
maakt deel uit van en draagt bij tot het Internationale Monetaire
Stelsel en, gezien de groeiende potentiële ontwikkeling van de yen als een
internationale valuta,zou nauwer overleg tussen de Gemeenschap en Japan
de vooruitzichten voor een meer ordelijke en stabiele ontwikkeling op
internationaal niveau doen verbeteren.
De yen en de Ecu
In het kader van het huidige Internationale Monetaire Stelsel
wordt wellicht te veel verlangd van de USD. Het overwicht
van de dollar heeft tot gevolg dat het binnenlandse beleid van de VS
belangrijke implicat ?s heeft voor de rest van de wereld ten aanzien
van wisselkoersen, rentetarieven en internationale liquiditeiten.
Anderzijds konden de Amerikaanse autoriteiten moeilijk een passende
internationale dimensie in hun binnenlands beleid opnemen. Op Langere
termijn zou derhalve een internationaal monetair systeem op bredere
grondslag, dat minder afhankelijk zou zijn van de USD en waarin de functie
van internationale valuta meer gespreid zou zijn, wenselijk zijn.
Met steun van de VS en de Gemeenschap wordt door de autoriteiten gestreefd naar
een grotere internationale functie voor de yen. Ook het gebruik
van de Ecu in de internationale markten is toegenomen en de Ecu wordt
steeds meer gezien als een financieel instrument dat representatief
is voor de economie van de Gemeenschap. Naarmate de Gemeenschap haar
eigen financiële integratie voltooit zal de functie van de Ecu toenemen.
Aldus zal een grotere financiële integratie in de Gemeenschap, gelijk
opgaande met de ontwikkeling van de interne markt,de noodzaak van
stabiele wisselkoersen binnen de Gemeenschap doen toenemen, waardoor
weerde betekenis van de afzonderlijke valuta's in het kader van de
externe betrekkingen zal verminderen. Aldus zou de Ecu als een samen
gestelde eenheid, bestaande uit de valuta's van de Gemeenschap,waar
schijnlijk een grotere betekenis krijgen als een maatstaf voor de
wisselkoersen van de Gemeenschap en als een centraal punt in het
beleid tot ontwikkeling van de externe betrekkingen van de Gemeenschap
op monetair gebied.
- 6 - II/164/86-NL
Een internationaal monetair stelsel op een bredere basis en met een grotere
rol voor yen en Ecu zal een nauwe samenwerking met Japan vereisen, zowel
bilateraal als op multilaterale bijeenkomsten.
FINANCIËLE BETREKKINGEN
Ondanks de sinds 1980 aangekondigde liberalisatie- en
dereguleringsmaatregelen, met name na het "verslag van het ad hoe Comité
yen/dollar" van mei 1984, blijft de markt voor financiële diensten in Japan
uitermate gereguleerd, gesegmenteerd en internationaal geïsoleerd. De steeds
langer wordende Lijst van besluiten die door de autoriteiten zijn genomen om de
markt te dereguleren, is meer indrukwekkend als maatstaf voor de mate waarin de
markt beperkt was en nog is dan als een teken van de werkelijk bereikte
liberalisatie. De voorgenomen tijdschema's voor verdere maatregelen ter
openstelling van de markt zijn niet voldoende progressief, noch houden zij
voldoende hervormingen in om de rendabele werking van buitenlandse
bankinstellingen in Japan te bevorderen.
Bankwezen
Wat de banksector betreft hebben de Japanse autoriteiten de doordringing
van buitenlandse banken op hun nationale markten niet vergemakkelijkt, hoewel
Japanse banken in grote mate op buitenlandse markten opereren op een vrij
redelijke voet van gelijkheid met de andere banken en op de overzeese markten een
flinke vooruitgang hebben geboekt met verovering van marktaandelen ten koste van
westerse banken. Een recent rapport van de BIP lijkt aan te tonen dat Japan de
VS voor de eerste maal op het terrein van het internationale bankwezen achter
zich heeft gelaten. Eind september 1985 hadden de Japanse instellingen meer
internationaal krediet verleend dan de Amerikaanse. Uit het rapport van de BIP
blijkt, dat circa 26 % (640 miljard USD), van alle internationale vorderingen van
de banken die verslag uitbrengen aan de BIP uitstond bij Japanse instellingen.
(De vorderingen van banken van de VS - 580 miljard USD - maakten 23,4 % van de
markt uit. De Franse banken stonden op de derde plaats met 8,9 %, gevolgd door
de Britse met 7,4 %. Het aandeel van de Duitse banken beliep 6,7 %.) In het
Verenigd Koninkrijk was bijvoorbeeld circa 22 % van alle passiva/^ctiva van daar
gevestigde banken in handen van Japanse banken en in 1984 vertegenwoordigden zij
circa 70 % van de London Floating Rate Note-markt (VS 4,6 %). De 0,97 % van alle
deposito's en 3,10 % van alle leningen en disconto's van alle buitenlandse >anken
in Japan gedurende dezelfde periode staan daar wel heel ongunstig tegenover. De
groeiende internationale macht van de Japanse banken wordt ook nog aangetoond
door het feit dat in 1980 slechts één Japanse bank tot de qua activa
grootste tien mondiale banken behoorde, en 13 tot de eerste 50. In 1985 waren
deze cijfers respectievelijk 5 en 18. De Verenigde Staten hebben 19 banken onder
de eerste 100 tegenover 26 Japanse banken.
De buitenlandse banken zijn op de Japanse nationale markt niet
concurrerend, in hoofdzaak wegens de goedkope spaarmiddelen die de Japanse banken
ter beschikking staan en de zeer smalle marges boven de libor- en andere
kapitaalmarktkosten die zij bij leningen bieden. Dit specifieke voordeel stelt
de Japanse banken in staat hun middelen te verkrijgen tegen aanzienlijk lagere
kosten dan de buitenlandse banken. Eén der gevolgen hiervan is dat buitenlandse
banken in Japan feitelijk grotendeels als off-shore-instellingen fungeren en dat
hun aanwezigheid op de Japanse markten strikt marginaal lijkt te zijn.
- 7 - II/164/86-NL
Om de buitenlandse banken in Japan een redelijke mogelijkheid te bieden om
met de nationale banken te concurreren zullen de maatregelen ter openstelling van
de markt aanzienlijk moeten worden versneld, met name met betrekking tot de
deregulering van de rentevoeten (hetgeen zou gelden voor alle deposito's, d.w.z.
van elke omvang/looptijd zodat de rentevoet op de markt tot stand komt in plaats
van te worden gereguleerd), en een interbancaire markt te ontwikkelen (zodat
banken actief transacties met elkaar kunnen verrichten zonder zekerheid te moeten
stellen, zonder beperkingen van termijn en met een ruimer bestek instrumenten).
Ook zal buitenlandse banken moeten worden toegestaan yen tegen een vaste koers
op te nemen (d.w.z. deregulering van het willekeurig onderscheid tussen nationale
korte- en langetermijnmarkten), terwijl zij ook bij de Bank van Japan over grote
herdiscontofaciliteiten dienen te beschikken. Fiscale belemmeringen,
bijvoorbeeld de bronheffing op buitenlandse valutaleningen, zouden moeten worden
opgeheven. Over het geheel genomen zou dit alles de totstandbrenging van een
gedereguleerde korte- en langetermijnkapitaalmarkt vereisen, waarop alle prijzen
op basis van de markt tot stand komen (aan de hand van het concept van aanbod en
vraag) waarop wordt onderhandeld op basis van naam en kredietwaardigheid en waar
zekerheidsvereisten volledig zijn afgeschaft.
Anderzijds bestaat er weinig twijfel aan, dat het bankklimaat in Tokio
uiterst concurrerend is; er zijn veel te veel banken in Japan. Er bestaat thans
te weinig vraag van het bedrijfsleven om voor de marktdeelnemers voldoende te
zijn. Bij de huidige situatie van het nationale bedrijfsklimaat zullen de banken
zich steeds meer richten op vergoedingsmatige en meer gespecialiseerde
bedrijfsactiviteiten en op dit gebied hebben de Europese banken een duidelijk
mede din gi ngs vo ord ee l. Europese banken zijn bijvoorbeeld het meest ervaren op het
gebied van het beheer van portefeuilles en pensioenfondsen, doch houden zich
slechts in betrekkelijk beperkte mate bezig met het beheer van trust-kantoren.
Er moet worden opgetreden om te waarborgen dat de fundamentele voordelen van de
Europese banken niet worden tenietgedaan gedurende het liberalisatieproces dat
door de Japanse autoriteiten zo lijkt te worden behandeld, dat dit in het
voordeel van de binnenlandse banken is. Het gevaar bestaat, dat het huidige
sterke mededingingsvoordeel van buitenlandse banken steeds meer zal worden
uitgehold, naarmate de Japanse financiële instellingen onverbiddelijk algemene
bankervaring in het buitenland verkrijgen; naarmate de binnenlandse markt
geleidelijk wordt geliberaliseerd en gedereguleerd, een onvermijdelijk doch
fragmentarisch proces, zullen dergelijke banken hun pas verkregen ervaring weer
naar eigen land terugbrengen en opnieuw, zoals in andere sectoren is geschied, de
capaciteit van de markt volledig uitknijpen in het absolute nadeel van de
buitenlandse concurrentie.
Een grote belemmering voor het vermogen van buitenlandse financiële
instellingen op Japan; markten te opereren vloeit voort uit artikel 65 van de
effecten- en deviezen jet. Door deze wet worden handelsbanken daadwerkelijk
belemmerd in Japan 100 % dochtermaatschappijen voor effectentransacties op te
richten. Onlangs hebben de autoriteiten voor buitenlandse banken hun
interpretatie van dit artikel versoepeld, doch de toepassing geschiedt steeds op
basis van een individuele beoordeling. De invoering van de "49,9 %-regel"
maskeert deze situatie slechts. Het argument om dit artikel volledig in te
trekken is, dat Japanse banken een volledige bank- en effectendienstverlening
kunnen bieden op bijvoorbeeld de markt van Londen en op andere Europese markten,
doch dat buitenlandse instellingen - waaronder vele algemene banken - in feite
een dergelijke toegang tot de Japanse markten wordt ontzegd, zij het ook op basis
van de daar geldende bankwetgeving.
Kapitaalmarkten
Hoewel het tempo van liberalisering van de rentevoeten uiterst laag is, is
meer bereikt bij de vrijmaking van de kapitaalmarkten. De toegang tot de
nationale kapitaalmarkten voor buitenlandse leningnemers (Samurai) is
. . . / . . .
- 8 - 1 1 /164/86— NL
verbeterd en de Euroyenobligatiemarkt is geliberaliseerd. De tendens ging in
Japan echter naar een liberalisering van de toegang tot de langetermijnmarkten
(aandelen en langlopende obligaties), doch de vooruitgang bij de ontwikkeling van
de kortere termijnmarkten is zeer gering geweest (hoewel de recente invoering van
een instrument voor kortetermijnoverheidsleningen een stap in de goede richting
is). Goed ontwikkelde kortetermijnmarkten zijn essentieel, wil de yen een
grotere internationale rol kunnen spelen. Wegens de gereguleerde en
geadministreerde aard van de markten bestaan Japanse kortetermijnmarkten echter
niet of slechts in een zeer rudimentaire vorm.
Het ontbreken van goed ontwikkelde kortetermijnmarkten is in de afgelopen
jaren de hoofdfactor geweest waarop een grotere internationale rol van de yen is
gestuit. Externe investeringen in yenactiva, afgezien van aandelen en
langlopende obligaties, zullen alleen plaats kunnen vinden in gereguleerde
bankdeposito's (met ui tzondering van externe officiële monetaire instellingen) of
op de gereguleerde D-C-markt of de we de r i n k o o p m a r k t . Zoals boven opgemerkt
bestaat er geen interbancaire markt, zijn talrijke markten gecontroleerd en
bestaat er tot nog toe geen ontwikkelde markt voor staatspapieren of in yen
Luidende handelspapieren. Onlangs is ingevolge het Liberalisatieprogramma een
bankacceptmarkt tot stand gekomen, doch deze is voornamelijk van belang voor
Japanse importeurs.
Ten gevolge van het ontbreken van ontwikkelde kortetermijnmarkten bestaat
er geen werkelijke externe toegang tot yenactiva, met het gevolg dat de
wisselkoers van de yen de fundamentele sterkte van de Japanse economie nooit
volledig heeft weerspiegeld. Externe financiële instellingen en ook de
buitenlandse financiële instellingen in Tokio hebben weinig of geen toegang tot
yenactiva of yendepositomiddelen, zodat zij geen internationale markt in yen of
yenactiva hebben ontwikkeld. Een verder resultaat is nog dat naarmate het
internationale gebruik van de yen begint toe te nemen door de liberalisering van
de Euroyenmarkten enz., de Japanse banken bij' het yenbedrijf een aanzienlijk
voordeel zullen hebben daar zij vanzelfsprekend toegang hebben tot yenactiva.
Dientengevolge zal de mate van de groei van het internationale gebruik van
de yen zonder een deregulering van de nationale yenmarkten worden belemmerd en
zal de eventueel mogelijke expansie grotendeels gerealiseerd worden door Japanse
banken.
Kapitaalstromen
Een markant kenmerk van de situatie bij de Japanse externe betalingen is,
dat Japan thans de grootste individuele kapitaalexporteur ter wereld is. Deze
uitstroming van kapitaal heeft ten gevolge dat de potentiële invloed van Japan op
het internationale kapitaalverkeer wordt vergroot. Thans bestaat het grootste
gedeelte van deze kapitaaluitstroming uit beleggingen, voornamelijk in de
Verenigde Staten. Deze kapitaalstromingen leiden tot een gedeeltelijke
neutralisatie van de onevenwichtigheden op de lopende rekening van de
betalingsbalans, die in Japan en de Verenigde Staten bijzonder sterk zijn. Ook
zijn zij het gevolg van de meer fundamentele onevenwichtigheden in de Amerikaanse
en Japanse economieën, waarbij het besparingssurplus ten opzichte van de
investeringen in Japan het besparingsmanco ten opzichte van de investeringen in
de VS financiert. Wijzigingen van deze kapitaalstromingen kunnen gevolgen hebben
voor de mondiale economieën en voor Europa. Indien de Japanse beleggingsstromen
immers van de VS zouden worden verlegd naar bijvoorbeeld communautaire
valuta-activa, zouden het evenwicht van de economische activiteit en de
stabiliteit van de wisselkoersen kunnen worden beïnvloed. Afgezien van hun
weerslag voor het macro-economisch evenwicht zouden de bewegingen van de Japanse
kapitaalstromen tot moeilijkheden op de kapitaalmarkten van andere landen kunnen
leiden en regelgevende problemen kunnen scheppen, die eerst op internationaal
niveau zouden kunnen worden opgelost.
- 9 - II/164/86—NL
Eén van de kenmerken van de Japanse economie is, dat de externe sector over
het algemeen in USD luidt. Dit geldt zowel voor lopende rekeningen als
kapitaalstromen. Hoewel de situatie langzaam verandert en Japanse uitvoer en
leningen aan de ontwikkelingslanden steeds meer in yen gaan luiden, zal het om de
yen een grote rol te laten spelen in het Internationale Monetaire Stelsel,
noodzakelijk zijn een toenemend gebruik van de yen in het handels- en
kapitaalverkeer aan te moedigen.
Een verder belangrijk element in het kapitaalverkeer is de aard en de
geografische spreiding van de stromen. Japan kan een grotere rol spelen bij de
financiering van de ontwikkelingslanden, zowel via een vergroting van de Japanse
ontwikkelingshulp als door grotere bijdragen aan de multilaterale lichamen,
alsmede in de vorm van rechtstreekse investeringen in de ontwikkelingslanden.
Zelfs de Gemeenschap is een importeur van Japans kapitaal, in hoofdzaak in
de vorm van directe investeringen. Directe investeringen van Japan in de
Gemeenschap doen echter een aantal vragen rijzen in verband met de respectieve
voordelen daarvan voor de importerende landen en Japan (geringe
technologieoverdracht, investeringen die gericht zijn op de vergemakkelijking van
Japanse invoer, enz.). Ook is er de kwestie van wederzijdse toegang - in de
praktijk zijn buitenlandse investeringen in Japan betrekkelijk gering en is de
toegang tot aankopen van aanzienlijke aandelendeelnemingen, overnemingen, fusies,
enz. ondanks de formele liberalisatie moeilijk.
De directe investeringen in Japan zouden voor de Gemeenschap het voordeel
hebben, dat de Europese industrie toegang krijgt tot Japanse know-how en
technologie. Buitenlandse investeerders, met name kleine en middelgrote
ondernemingen, zullen echter vanzelfsprekend eerder een beroep doen op banken van
hun eigen nationaliteit om de voor de ondersteuning van de investering
noodzakelijke financiële diensten te verrichten. Ondernemingen uit de VS en Japan
hebben aldus in de Gemeenschap Amerikaanse en Japanse banken gevonden, die hun
een volledig gamma bankdiensten kunnen aanbieden. Dit gaat niet op voor Europese
banken in Japan; buitenlandse investeringen in Japan worden bemoeilijkt door het
onvermogen van Europese financiële instellingen in Japan het noodzakelijk gamma
diensten aan te bieden, die directe investeringsprojecten kunnen aanmoedigen. De
aantrekkelijkheid van Japan als een markt voor directe investeringen zou worden
vergroot indien er een dynamische Europese financiële dienstensector zou bestaan,
die in staat zou zijn een volledig gamma diensten aan te bieden. Het omgekeerde
zou ook het geval zijn, namelijk dat een grotere stroom van directe investeringen
van Europa naar Japan zou bijdragen tot de schepping van een klimaat en een markt
voor Europese activiteiten op het gebied van financiële diensten, zodat er een
zekere wisselwerking tussen activiteiten op het gebied van buitenlandse
financiële diensten er de rechtstreekse investeringsstroom naar een land bestaat.
CONCLUSIES
De Gemeenschap heeft haar betrekkingen met Japan op het gebied van kapitaal
en financiering onvoldoende ontwikkeld. Zowel de Gemeenschap als Japan neigen
ertoe de nadruk te leggen op hun bilaterale betrekkingen met de Verenigde Staten.
Gezien de invloed van de Verenigde Staten op de mondiale economie en de
dominerende rol van de USD in het Internationale Monetaire Stelsel is dit
begrijpelijk. De steeds grotere rol van de Japanse financiële instellingen op
het gebied van de internationale bank- en effectenmarkten en sinds kort van Japan
als een belangrijke kapitaalexporteur hebben de betekenis van Japan op monetair
en financieel terrein doen toenemen. Bovendien kunnen deze recente
- 'lU - II/164/86-NL
ontwikkelingen slechts een begin zijn, naarmate de Japanse banken en andere
financiële instellingen zich uitbreiden en een groter gamma financiële diensten
beginnen aan te bieden, naarmate de yen wordt geïnternationaliseerd en een
grotere rol speelt op de kapitaal- en valutamarkten, naarmate de Japanse externe
directe investeringen een toenemende invloed hebben op de produktiecapaciteit en
de technologische kwaliteit in de tanden van ontvangst. Erkend moet worden dat
Japan grote vooruitgang heeft geboekt bij de ontwikkeling van zijn verlening van
financiële diensten in de internationale economie en dat zulks naar alle
waarschijnlijkheid zal voortduren.
Terzelfder tijd bestaat er geen overeenkomstige wederkerige ontwikkeling
van het vermogen van de Gemeenschap financiële diensten te verlenen aan Japan,
internationaal en intern in Tokio toegang te^hebben tot het yenbedrijf of het
Japanse monetaire en financiële beleid te beïnvloeden, althans voor zover dit de
Gemeenschap raakt. De Gemeenschap dient nauwe relaties met Japan te ontwikkelen
op het gebied van wisselkoersen, bankwezen en kapitaal, niet alleen ten einde de
belangen van de Gemeenschap te beschermen, doch ook om overleg en samenwerking
met betrekking tot de gemeenschappelijke problemen voor Japan en de Gemeenschap
in het kader van het internationale stelsel en de problemen daarvan te
ontwikkelen.
De ontwikkeling van een krachtiger relatie met Japan dient te worden
gebaseerd op een communautaire aanpak. Dit is om een aantal redenen
noodzakelijk. Ten eerste vormen de monetaire regelingen van de Gemeenschap een
onderdeel van het ruimere Internationale Monetaire Stelsel en zijn zij niet
slechts een interne communautaire regeling, zoals reeds blijkt uit de bestaande
coördinatie op communautair niveau met betrekking tot internationale monetaire
besprekingen. De externe dimensie van de communautaire wisselkoersregelingen en
de toekomstige ontwikkeling van het Internationale Monetaire Stelsel zijn voor de
Lid-Staten een zaak van gemeenschappelijke zorg, evenals de externe bilaterale
betrekkingen die een onderdeel vormen van het ruimere kader van de monetaire en
financiële wereld.
Ten tweede zou de positie van de Gemeenschap worden versterkt. Dit geldt
zowel op breed of algemeen niveau als op het specifieke niveau waa,op Japan, door
individueel met de Lid-Staten over bilaterale kwesties te onderhandelen, zijn
sterke positie kan handhaven en erin kan slagen op individuele basis door te
dringen op de Gemeenschapsmarkt, zonder een daadwerkelijke liberalisatie van zijn
eigen markten.
De noodzaak een communautair standpunt te ontwikkelen in de betrekkingen
met Japan op monetair en financieel terrein, wordt nog belangrijker naarmate de
deviezencontroles en de kapitaalmarkten binnen de Gemeenschap verder worden
geliberaliseerd. De penetratie van de kapitaalmarkten van individuele Lid-Staten
door externe finananciële instellingen zal de mo gelijkheid voor internationale
financiële instellingen om op alle communautaire markten te opereren, naarmate de
liberalisatie voortgang vindt, vergroten. Het volledig vrij verlenen van
financiële diensten op Gemeenschapsbrede basis, die in het recente Akkoord van
Luxemburg als een do elstelling voor 1992 werd aangegeven, zal het eveneens
noodzakelijk maken een communautaire benadering van de externe betrekkingen te
ontwikkelen, zoals reeds in het Verdrag wordt erkend (artikel 70).
- 11 - II/164/86-NL
Bij de afbakening van een communautaire aanpak van de monetaire en
financiële betrekkingen met Japan dient de Gemeenschap een kader vast te stellen,
waarbinnen zowel de ruimere kwesties op monetair terrein als Je meer specifieke
vraagstukken op financieel terrein kunnen worden behandeld. In een dergelijk
kader moeten de doelstellingen worden vastgesteld die de Gemeenschap in haar
betrekkingen met Japan nastreeft, alsmede de specifieke vraagstukken en
verlangens die de Gemeenschap naar voren zou kunnen brengen met betrekking tot de
internationale rol van Japan en de onevenwichtigheid van de financiële diensten
tussen de Gemeenschap en Japan. Een dergelijk kader zou een nuttige basis vormen
voor de behandeling van specifieke kwesties van bilaterale aard tussen de
individuele Lid-Staten en Japan, waarbij de Gemeenschap haar invloed zou kunnen
doen gelden. Ook zou daardoor een evenwichtiger situatie met betrekking tot
financiële diensten kunnen worden bereikt door bij deze kwesties het volledige
gewicht van de Gemeenschap in de schaal te leggen.
Nog een aspect van de betrekkingen van de Gemeenschap met Japan is de
behoefte aan een beter toezicht op de ontwikkelingen. Zo is er behoefte aan een
grotere uitwisseling van informatie tussen de Lid-Staten inzake ontwikkelingen in
hun betrekkingen met Japan en de rol van de Japanse financiële instellingen op
hun markten. Dit zou kunnen worden geregeld binnen het kader van het
communautair overleg in een bestaand communautair organisme, zoals het Monetair
Comité. Ook bestaat de behoefte aan beter toezicht op de mogelijkheden voor
Europese activiteiten op het gebied van financiële diensten in Japan. De
Commissie heeft in haar recente mededeling over de betrekkingen met Japan reeds
voorgesteld, een groep in te stellen die zou moeten toezien op de ontwikkeling
van de betrekkingen tussen Japan en de Gemeenschap, en die een nuttig middel zou
kunnen vormen voor de ontwikkeling van een dialoog met Japan op dit gebied, niet
in het minst met het oog op het voeren van een doeltreffende actie ten behoeve
van het bereiken van een evenwichtiger mededingingssituatie.
II/164/86—NL
Tabel 1
JAPAN : Betalingsbalans 1980-1985
miljard USD
1980 1981 1982 1983 1984 1985
Lopende rekening -10,7 4,8 6,9 20,8 35,0 49,3
Handelsbalans
Uitvoer
Invoer
2,1
126,7
124,6
20,0
149.5
129.6
18,1
137,7
119,6
31,5
145,5
114,0
44,3
168,3
124,0
56,0
173,9
117 j9
Diensten en overdrachten
-12,9 -15,2 - 1 1 ,2 -10,7
- v
-6,7
Lang kapitaal
Activa
Passiva
2,4
-10,8
13,1
-9,7
-22,8
13,1
-15,0
-27,4
12,4
-17,7
-32 ƒ 5
14,8
-49,7
-56,8
7,1
-64,8
-82,1
17,3
Kort kapitaal 3,1 - 1 , 0 - 1 , 6 0,0 -4,3 -0,7
Fouten en weglatingen -3,1 0,5 4/7 V 3,7 3,9
Saldo -8,4 -5,4 -5,0 5,2 -15,2 -12,3
Tabel 2
Indexcijfers gemiddelde wisselkoersen (maandcijfers)
1985 YEN/ECU YEN/USD ECU/USD DM/USD
Januari 100,0 100,0 100,0 100,0
Februari 101,4 97,5 96,3 96,2
Maart 102,3 98,4 96,1 95,9
Apri l 97,8 101,0 103,2 102,8
Mei 98,3 100,9 102,6 101,8
Juni 97,7 102)0 104.3 103,4
Juli 95,7 105,2 110,1 108,6
Augustus 94,2 107,0 113,8 113,6
September 96,1 107,5 111,9 111,7
Oktober 99,2 118,3 119,3 119,9
November 102,6 124,4 121,4 122,2
December 100,7 125,2 124,4 126,0
1986
Januari 99,9 126,9 126,9 129,7
Februari 104,2 137,7 132,1 135,9
Maart 105,9 145,0 136,9 102,8
- 2 - 11/164/86—NL
Tabel 3
Rol van de yen
In yen uitgedrukte handel van Japan %
Uitvoer
Invoer
Aandeel van de yen in officiële buitenlandse
deviezenportefeuilles %
USD
DM
Yen
Buitenlandse activa van banken in Japan,
milj ard USD
Totaal
waarvan luidend in yen
Aandeel van de yen op de Eurovalutamarkten %
USD
DM
Yen
Ec u
Aandeel van de yen in emissies van
Europese obligaties
USD
DM
Yen
Tabel 4
Internationale activa van banken najr nationaliteit - september 1985
Miljard USD Aandeel in %
Japan 640 26
VS 580 23
EG 822 33
België 44 2
Luxemburg 10
Denemarken 14 1
Frankrijk 221 9
BRD 165 7
Italië 92 4
Nederland 67 3
Spanje 26 1
VK 183 7
Ierland )
Griekenland ) gegevens ontbreken
Portugal )
Totaal 2477 100
Bron : BIB
1983
35.0
3,0
1984
65
12
5
S«pt. 1985
116.0
57,2
Sept. 1985
69
12
3
3
4 e KW 1985
63
11
7
- 3 - II/164/86—NL
Tabel 5
Japan : Buitenlands lang kapitaal 1980-1984
miIjard USD
Uitvoer
Invoer
1980 1981 1982 1983 1984
Directe investeringen 2,4 4,9 4,5 3,6 6,0
Handelskredieten o,i 2,7 3>2 2,6 4,9
Leningen 2,6 V 7,9 8,4 H , 9
Obligaties 3,8 8.8 9,7 16,0 30,8
Overige M 1,3 2,0 1,8 3,2
Directe investeringen 0,3 0,2 0,4 0,4 -0,0
Handelskredieten -0,0 -0,0 -0,0 +0,0 +0,0
Leningen -0,2 -0,2 -0,2 -0,0 -0,1
Obligaties 13,1 13,2 11,9 14,1 7,2
Overige -0,0 -0,1 0,3 0,2 0,0
Netto buitenlandse activa
mi lj ard USD
1985 1986
1981 1982 1983 1984 Raming Prognose
Japan 11 25 37 74 120 175
VS 143 150 106 4 -120 -250
BRD 19 21 21 28 40 55
VK 63 71 82 82 85 90
- 4 - II/164/86-NL
Tabel 6
JAPAN : Buitenlandse kapitaalstroom naar regio 1984
miljard USD
Overige Ontwikkelings-
VS EG OESO-Landen landen OVERIGE
Invoer
Directe investeringen -0,1 ♦0,0 +0,0 -0,0 -0,0
Handelskredieten + 0 ;0 0,0 0,0 0,0 0,0
Leningen -0,0 -0,0 -0,0 +0,0 0,0
Obligaties 0,7 3,4 2,5 -0,8 V
Overige 0;0 OyO 0,0 0,0 0,0
Uitvoer
Directe investeringen 3,1 0,8 0,2 V * 0,0
Handelskredieten 0,2 V V 2>5 0,0
Leningen 0,4 1,6 b* 4,6 V 9
Obligaties 11,3 10,9 5,5 0,6 2,5
Overige 0,4/ 4
*
0,4 0;0 0,2 2; 2
Tabel 7
JAPAN : ODA
1980 1981 1982 1983 1984
Mi Ij ard USD 3,4 3.2 3,0 3,8 4,3
% BNP ,32 ,28 ,28 ,33 ;3
Full & Egal Universal Law Academy