ARCHIVES HISTORIQUES
DE LA COMMISSION
COLLECTION RELIEE DES
DOCUMENTS "COM"
COM (86) 076
Vol. 1986/0029
Disclaimer
Conformément au règlement (CEE, Euratom) n° 354/83 du Conseil du 1er février 1983
concernant l'ouverture au public des archives historiques de la Communauté économique
européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique (JO L 43 du 15.2.1983,
p. 1), tel que modifié par le règlement (CE, Euratom) n° 1700/2003 du 22 septembre 2003
(JO L 243 du 27.9.2003, p. 1), ce dossier est ouvert au public. Le cas échéant, les documents
classifiés présents dans ce dossier ont été déclassifiés conformément à l'article 5 dudit
règlement.
In accordance with Council Regulation (EEC, Euratom) No 354/83 of 1 February 1983
concerning the opening to the public of the historical archives of the European Economic
Community and the European Atomic Energy Community (OJ L 43, 15.2.1983, p. 1), as
amended by Regulation (EC, Euratom) No 1700/2003 of 22 September 2003 (OJ L 243,
27.9.2003, p. 1), this file is open to the public. Where necessary, classified documents in this
file have been declassified in conformity with Article 5 of the aforementioned regulation.
In Übereinstimmung mit der Verordnung (EWG, Euratom) Nr. 354/83 des Rates vom 1.
Februar 1983 über die Freigabe der historischen Archive der Europäischen
Wirtschaftsgemeinschaft und der Europäischen Atomgemeinschaft (ABI. L 43 vom 15.2.1983,
S. 1), geändert durch die Verordnung (EG, Euratom) Nr. 1700/2003 vom 22. September 2003
(ABI. L 243 vom 27.9.2003, S. 1), ist diese Datei der Öffentlichkeit zugänglich. Soweit
erforderlich, wurden die Verschlusssachen in dieser Datei in Übereinstimmung mit Artikel 5
der genannten Verordnung freigegeben.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
CO«(36)76 def.
Brussel, 3 «aart 1986
NIEUWE WEGEN OP HET GEBIED VAN HET MILIEU
(Mededeling van de Commissie aan de Raad)
INLEIDING
1. Er komen steeds meer bewijzen op tafel dat het natuurlijke en fysische
milieu zowel in de Gemeenschap als daarbuiten achteruit gaat. Ongevallen in
verband met gevaarlijke stoffen of bedrijven zijn dagelijkse kost. Van de
natuurlijke hulpbronnen die ten grondslag liggen aan de economische en sociale
ontwikkeling/ wordt herhaaldelijk misbruik gemaakt. De ongerustheid bij het
publiek neemt toe. Milieukwesties zijn steeds meer ook in politiek opzicht
van belang. De bescherming en de verbetering van het milieu zouden dan ook
op korte termijn als fundamentele factor moeten worden beschouwd bij de
besluitvorming over economische en sociale beleidslijnen van de Gemeenschap.
2. Krachtens het Derde Actieprogramma op het gebied van het milieu van de
Gemeenschap/ dat in 1983 werd vastgesteld/ is de Gemeenschap gebonden aan een
preventief beleid waarbij eisen in verband met het milieu tot integrerend
bestanddeel worden gemaakt van de planning en uitvoering van economische
activiteiten. Op sommige terreinen werd tot nu toe slechts weinig vooruitgang
bereikt bij het omzetten van deze verplichting in de praktijk.
3. Tijdens de vergadering op 29 en 30 maart 1985 heeft de Europese Raad
nogmaals met nadruk op deze verplichting gewezen. De Raad erkende dat een
milieubeschermingsbeleid kan bijdragen tot versterking van de economische
groei en het scheppen van werkgelegenheid en bevestigde zijn vaste voornemen
dit beleid te maken tot een wezenlijk onderdeel van het beleid op het gebied
van de economie/ de industrie/ de landbouw en de sociale zaken dat door de
Gemeenschap en de Lid-Staten wordt gevoerd. De Europese Raad deed een beroep
op de Raad en de Commissie het streven van de Gemeenschap naar bescherming
van het milieu in Europa en elders ter wereld te ondersteunen en riep het
jaar 1987 uit als Europees Jaar voor het Milieu. Tijdens de meest recente
vergadering op 2 en 3 december 1985 ondersteunde de Europese Raad het milieu
beleid van de Gemeenschap nogmaals door aan het Verdrag van Rome eenhoofdstuk
over het milieu toe te voegen.
- 3 -
4. Ook op internationaal niveau bestaat steeds meer begrip voor de urgentie
van milieuproblemen. Tijdens de Westelijke Economische Top die in mei 1985
te Bonn plaatsvond, werd gevraagd om nieuwe benaderingswijzen en versterkte
internationale samenwerking voor het vinden van oplossingen voor urgente
milieuproblemen en voor een ruimere toepassing van het beginsel de vervuiler
betaalt. Bij drie recente OESO-Conferenties op ministerieel niveau werd
nieuw licht geworpen op de wijze van denken over het milieubeleid voor
de komende tien jaar. Daarbij kwam het inzicht naar voren dat een voortdurende
verbetering van het milieu en een aanhoudende economische groei van wezenlijk
belang zijn, met elkaar in verband staan en elkaar ondersteunen bij het streven
naar politieke doelstellingen. Ook het begrip van de'Voorgelichte instemming'
van landen die gevaarlijk afval invoeren werd naar voren gebracht. De nood
zaak van een nauwere samenwerking inzake milieuproblemen werd duidelijk
genoemd in de gezamenlijke EG/EVA-Verklaring van Ministers van april 1984.
De onafhankelijke World Commission on Environment and Development (VN-Commissie
inzake Milieu en Ontwikkeling) (waarvan het in 1987 via de VN te publiceren
rapport zonder twijfel veel te zeggen zal hebben over economische, commerciële
en ondersteunende betrekkingen met de Derde Wereld en de invloed daarvan op
de steeds grotere milieuproblemen in die landen) wenst nauw met de Gemeenschap
samen te werken bij haar werkzaamheden in deze sector; de Commissie verheugt
zich hierover en zal de nodige maatregelen treffen.
5. De logische band tussen deze verschillende nieuwe opvattingen is de
erkenning van het feit dat een gezonde economie en een doeltreffende milieu
bescherming van elkaar afhangen. De groei kan niet worden gewaarborgd zolang
het milieu niet is beschermd aangezien natuurlijke hulpbronnen de grondslag
en de grenzen voor de economische ontwikkeling vormen. Milieubescherming is
derhalve niet één mogelijkheid onder vele : het opnemen van de daaraan
verbonden eisen in de algemene economische planning moet geschieden en bovendien
om economische redenen. Uiteindelijk kan een strikte milieubescherming worden
beschouwd als een wezenlijk onderdeel van een juist opgezet economisch beleid
op lange termijn.
- 4 -
6. Het is daarom thans van wezenlijk belang de prioriteiten opnieuw in
ogenschouw te nemen om rekening te kunnen houden met deze nieuwe opvattingen
en met de conclusies van de Europese Raad. Dat geschiedt in het kader van
de voorbereiding van voorstellen voor een Vierde Actieprogramma op het
gebied van het Milieu van de Gemeenschap dat aan het begin van het Europees Jaar
voor het Milieu zou moeten worden vastgesteld.
7. Inmiddels moeten urgente maatregelen worden getroffen inzake een aantal
kwesties om de aanzienlijke vooruitgang waar te maken waar de Europese Raad
om heeft gevraagd. Deze mededeling bevat een uiteenzetting over de opvattingen
van de Commissie inzake deze nieuwe wegen op het gebied van het milieubeleid
die thans moeten worden ingeslagen en een uitnodiging tot de Raad kennis te
nemen van de prioriteiten en richtsnoeren die hieronder nader worden toegelicht.
KOSTEN EN BATEN VAN HET ENERGIEBELEID
8. Bescherming van het milieu en ontwikkeling van de economie worden vaak,
alhoewel ten onrechte, als in tegenstelling tot elkaar beschouwd. Vaak
geschiedt dit op grond van de moeilijkheid de economische baten van het milieu
beleid te bepalen terwijl de kosten duidelijk naar voren komen. Daarom zal
de Commissie aandacht blijven hechten aan het zo goed mogelijk opstellen
van een kosten/baten-analyse als grondslag voor voorstellen op het gebied van
het mi lieu.
9. De economische effecten van het milieubeleid kunnen op verschillende
wijzen worden beoordeeld :
- de noodzaak door vroeger gevoerd industrieel beleid ontstane schade te
herstellen kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe technieken (water
zuivering, afvalbeheer en recycling) of een nieuwe vraag voor bestaande
bedrijven creëren;
- 5 -
- de stijgende vraag van het publiek naar strengere milieu-eisen leidt tot
afzetmogelijkheden voor nieuwe goederen en diensten (milieuvriendelijke auto's,
verbeteringen aan woningen, toerisme).
10. De mate waarin de Europese industrie in 1990 op de wereldmarkt kan concur-
reren,hangt ten dele af van die waarin haar produkten minstenseven milieuvriende
lijk zijn als die van onze grote concurrenten. Indien een dergelijke vooruitgang
niet wordt verwezenlijkt,verliest Europa niet alleen marktaandelen op de interna
tionale markt maar ook op de thuismarkt. Voorts dient te worden erkend dat ver
ontreiniging neerkomt op verkwisting van hulpbronnen en vaak in verband staat
met verouderde technieken. Moderne technieken zijn daarentegen in het algemeen
doeltreffender, van gunstige invloed op de concurrentiepositie en werken min
der verontreinigend. Van beide standpunten uit bezien leidt het opleggen van
strenge milieunormen in de laatste van de tachtiger jaren, door het in acht nemen
waarvan de technische innovatie moet worden gestimuleerd, op lange termijn tot
bescherming van het marktaandeel en de werkgelegenheid.
11. Nu staan tegenover de economische winst ten gevolge van het aanhouden van
strenge milieu-eisen op korte termijn,enkele problemen op het gebied van de
financiering en de concurrentie. Sommige investeringen worden op zo korte ter
mijn terugbetaald dat er reeds vroeg winst ontstaat; in de gevallen waarin de
baten slechts op de langere termijn kunnen worden gerealiseerd, kunnen er toch
milieugerichte en economische redenen voor de investering zijn. De Conferentie
van de OESO over Milieu en Economie in juni 1984 kwam tot de conclusie dat "de
baten van milieumaatregelen (met inbegrip van de vermeden kosten van schade)
meestal groter waren dan de daaraan verbonden kosten".
12. De Commissie is er zich van bewust dat het moeilijk is een balans op te
maken van de positieve en negatieve effecten van het milieubeleid op de werkge
legenheid. Uiteraard leidt milieubescherming op zichzelf tot verlaging van de
■ · · / B S ·
- 6 -
sociale kosten van de verloedering van de hulpbronnen en draagt zodoende op
lange termijn bij tot economische groei en werkgelegenheid - en daarmede tot
versteviging van de concurrentiepositie van de industrie. Op korte termijn zou
de invoering van nieuwe milieunormen weleens een ongunstig effect kunnen heb
ben op de concurrentiepositie van bepaalde ondernemingen die deze in acht moe
ten nemen. Daarom moet niet alleen zorgvuldige aandacht worden besteed aan
aard en inhoud van de in te voeren milieunormen maar ook aan het tijdschema
waarnaar deze worden opgelegd. Bij haar milieubeleid streeft de Commissie naar
het bereiken van een zo groot mogelijke invloed op de groei en de werkgelegen
heid door er zorg voor te dragen dat de doelstellingen en middelen ter kennis
van de industrie worden gebracht en de bedrijven over voldoende tijd beschik
ken om zich bij de nieuwe normen te kunnen aanpassen. Een strenger milieube
leid zal een positieve invloed uitoefenen op het scheppen van werkgelegenheid
door milieugerichte infrastructuur en investeringen en door de vervaardiging
van nieuwe produkten die in reektstreeks verband staan met de verbetering van
de kwaliteit van het milieu.. Van andere invloeden is men minder zeker waarbij
toch wel vaststaat dat een aantal milieuprogramma's - zoals die gericht op het
tegengaan van het verval van oude stadskernen, op het opnieuw gebruiken van
braakliggend land of het herstel van schade aan het landschap in van nature
fraaie gebieden - op korte termijn wel leiden tot vooruitgang bij de werkge
legenheid en, althans in stadsgebieden, een aanmoediging vormen voor in
dustriële investeringen door het scheppen van een voor de handel gunstig kli
maat. Binnenkort stelt de Commissie een omvangrijk vijfjarenprogramma van
"demonstratieprojecten" (1) voor dat ten doel heeft alle
werkgelegenheid scheppende mogelijkheden van het milieubeleid na te gaan en
(1) Het programma bestaat uit specifieke projecten in alle Lid-Staten met het
doel aan te tonen in hoeverre milieugerichte acties en de tenuitvoerleg
ging van het milieubeleid kan leiden tot uitbreiding van de werkgelegen
heid.
- 7 -
ervaring en gegevens te vergaren waarvan de industrie in de toekomst in alle
Lid-Staten gebruik kan maken.
MILIEUGERICHTE EISEN IN HET KADER VAN HET ECONOMISCHE BELEID
13. In het Derde Actieprogramma van de Gemeenschap op het gebied van het Milieu
wordt eens te meer gewezen op het feit dat het vermijden van schade aan het milieu
goedkoper is dan het herstellen daarvan.. Met het oog hierop moeten mi lieugerichte
eisen als integrerend bestanddeel worden opgenomen in de planning en uitvoering
van het beleid op alle sectoren van de economie. Dit belangrijke gegeven van
het communautaire beleid kwam nog eens duidelijk naar voren in de vaste wil van
de Europese Raad om de milieubescherming te maken tot een wezenlijk onderdeel
van het beleid op het gebied van de economie, de industrie, de landbouw en de
sociale zaken zoals dit door de Gemeenschap en de Lid-Staten wordt gevolgd.
Praktische stappen tot uitvoering daarvan,met inbegrip van de snelle tenuitvoer
legging van de door de Raad vastgestelde procedure ter beoordeling van de invloed
op het milieu, zijn daarom van wezenlijk belang,. De Commissie heeft een eerste
stap op deze weg gezet door de hiertoe benodige besluiten te nemen in verband
met het eigen beleid van de Gemeenschap en de door haar beheerde fondsen.
14. Het beginsel de vervuiler betaalt - krachtens hetwelk de veroorzaker van
de verontreniging de kosten van voorkoming en herstel daarvan moet dragen en
dientengevolge wordt aangemoedigd voor het milieu minder schadelijke produktie-
technieken aan te wenden - is van wezenlijk belang om te waarborgen dat de
voor wat het milieu betreft juiste prijs- en marktsignalen worden gegeven. Het
beginsel zal derhalve moeten worden ontwikkeld en op ruimere schaal worden
toegepast. Daarnaast moet worden aangemoedigd dat er meer gebruik wordt gemaakt
van economische hulpmiddelen die berusten op het marktbeginsel. In het algemeen
moet ernaar worden gestreefd dat een combinatie van legislatieve en economische
maatregelen wordt ontwikkeld die de vrije werking van de markt aanmoedigt ten
einde de in milieutechnisch opzicht vereiste resultaten te bereiken.
- 8 -
Voor dit doel denkt de Commissie voorstellen te doen uitgaan inzake de
aanwending van de daarvoor gewenste economische hulpmiddelen die van
bijzonder belang zouden kunnen zijn bij het benaderen van het probleem
van onduidelijke verontreinigingsbronnen.
15. Hoewel in het algemeen het beginsel de vervuiler betaalt behoort te
worden toegepast, moet toch worden ingezien dat er ?iich gevallen kunnen
voordoen waarin door strikte toepassing van dit beginsel wegens de financiële
consequenties daarvan voor bestaande ondernemingen de nodige verbeteringen
aan het milieu kunnen worden uitgesteld Cof zelfs onmogelijk gemaakt).
Bovendien ziet de overheid zich in sommige gebieden van de Gemeenschap
geplaatst tegenover economische problemen bij het toepassen van communautaire
maatregelen vooral in verband met de installatie van de fundamentele infra
structuur voor het milieu. Ten einde deze moeilijkheden te overwinnen werkt
de Commissie aan een voorstel voor een communautair programma in het kader
van het Regionaal Fonds met als doel achtergebleven gebieden in de Gemeen
schap te helpen bij het tenuitvoerleggen van de milieurichtlijnen van de
Gemeenschap waardoor zowel de sociaal-economische ontwikkeling in dergelijke
gebieden als het milieubeleid van de Gemeenschap wordt bevorderd.
16. Ten einde de vrije markt aan te moedigen zich met betrekking tot het
milieu rationeel op te stellen,moet de Commissie er ook toe bijdragen dat
men zich beter bewust wordt van de behoefte aan hoge milieunormen. Het zal
veel moeite kosten de ingenomen standpunten te beïnvloeden. Dat is echter
het voornaamste doel van het door de Europese Raad aangeduide Europees Jaar
voor het Milieu in 1987. De Commissie heeft reeds voorlopige voorstellen
inzake de organisatie van dat jaar uitgewerkt en gaat met spoed over tot de
gedetailleerde planning van de vereiste afspraken. Daarvoor zijn aanzienlijke
middelen vereist.
17. Voor wat betreft de wetgeving is het niet voldoende alleen nieuwe
maatregelen vast te stellen. De reeds vastgestelde moeten op doeltreffende
wijze worden aangewend en opgelegd. Bovendien moet de Commissie een onder
zoek instellen naar de praktische resultaten van deze maatregelen en naar de
mate waarin zij hebben bijgedragen tot de verbetering van het milieu. De
- 9 -
Commissie zal meer aandacht gaan besteden aan deze aspecten van het milieu
beleid en zal ervoor zorgen dat de resultaten van haar werkzaamheden op
ruime schaal worden verspreid. In dit verband komt een belangrijke rol toe
aan het communautaire informatiesysteem voor milieugegevens (CORINE) dat zich
nu snel ontwikkelt en op de volledige steun van de Lid-Staten is aangewezen
en aan de periodiek verschijnende rapporten over de stand van het milieu
waaruit de trend valt op te maken; het eerstvolgende rapport verschijnt
nog dit jaar.
URGENTE PROBLEMEN OP HET GEBIED VAN HET MILIEUBELEID
18. De Gemeenschap moet op het ogenblik het hoofd bieden aan een aantal
urgente problemen op het gebied van het milieubeleid. In dit verband moeten
dringend maatregelen worden getroffen.
19· Luchtverontreiniging ten gevolge van de verbranding van fossiele
brandstoffen in elektrische centrales, motorvoertuigen en centrale verwarmings-
installaties veroorzaakt kostbare schade aan bossen, meren, gebouwen en aan
de oogst. Deze schade neemt duidelijk voortdurend toe en blijft dat doen
tot er maatregelen tegen worden genomen. De kosten verbonden aan de controle
op deze schade zijn aanzienlijk maar niet onbetaalbaar. De Commissie stelt
een uitgebalanceerd beleid voor dat gericht is op het bereiken van een
aanzienlijke beperking van de emissies uit alle belangrijke bronnen, zulks
zo spoedig mogelijk en tegen redelijke kosten. Wegens de grensoverschrijdende
aard van luchtverontreiniging is samenwerking met andere Europese landen vereist,
zulks zowel met EVA-landen als via de Economische Commissie voor Europa. Naast
de reeds gedane voorstellen tot beperking van de emissies door motorvoertuigen
en grote verbrandingsinstallaties, tot beperking van het zwavelgehalte van
gasolie en tot controle 0p de verbranding van afgewerkte olie, denkt de
Commissie zo spoedig mogelijk een hele reeks aanvullende voorstellen te doen
die alle zijn gericht op beperking van emissies of op het vaststellen van
aanvaardbare standaardnormen voor de luchtkwaliteit. Deze voorstellen zullen
onder meer betrekking hebben op emissies van motorvoertuigen van meer dan
- 10 -
3,5 ton, deeltjesemissies van dieselvoertuigen, snelheidsbeperkingen en
het zwavelgehalte van zware stookolie en steenkool.
20. In vele Lid-Staten maakt men zich steeds sterker bezorgd over de
verontreiniging van de zee aangezien in dit bekken uiteindelijk de meeste
verontreinigende emissies terechtkomen, ongeacht of deze oorspronkelijk
in het water, in de lucht of op het land werden geloosd. Een belangrijke
beperking van de mariene verontreiniging is van wezenlijk belang ter
vermijding van het risico dat de absorptiecapaciteit van de zee wordt over
belast. De situatie is reeds kritiek in de Middellandse Zee en in de
ecologisch belangrijke Waddenzee om de Noordzee. Ook moet worden vermeden
dat uit onaohtzaamheid verontreinigende stoffen in de zee worden geloosd
waardoor het risico ontstaat dat zij weer in de kringloop worden opgenomen.
De Commissie heeft zojuist een voorstel gedaan inzake het lozen van afval
stoffen in zee en zal binnenkort aanvullende voorstellen doen inzake de
deelneming van de Gemeenschap aan de London Dumping Convention. De Commissie
heeft het voornemen actiever deel te nemen aan de werkzaamheden van inter
nationale lichamen die zich met de verontreiniging van de zee bezighouden.
Zij denkt binnenkort te beginnen aan de ontwikkeling van een milieubescher-
mingsstrategie en actieplan voor de Middellandse Zee (MEDSPA) zoals zij dit
reeds in een mededeling aan de Raad heeft vermeld; verder denkt zij het
communautaire informatiesysteem inzake op zee geloosde koolwaterstoffen uit
te breiden tot andere gevaarlijke stoffen overeenkomstig een recent besluit
van de Raad over deze :materie. Tenslotte acht de Commissie uitgebreide
steun van de Gemeenschap gewenst voor maatregelen ter bescherming van de
Middellandse Zee in het kader van de laatstelijk vastgestelde verklaring
van Genua voor het volgende decennium van het Actieprogramma voor de Middel
landse Zee alsmede voor maatregelen ter bescherming van de Noordzee in het
kader van de voorbereiding van de Tweede Conferentie over de Noordzee, een
belangrijke gebeurtenis in het Europees Jaar voor het Milieu.
21. Men maakt zich steeds meer bezorgd over transport en produktie op
internationale schaal van gevaarlijke chemicaliën, afvalstoffen en fabrieken.
Op dit gebied doen zich weliswaar gelukkig slechts weinig ongevallen voor
maar de gevolgen daarvan kunnen catastrofaal zijn (Seveso en Bhopal). Naast
- 11 -
de systematische tenuitvoerlegging van bestaande communautaire voorschriften
inzake indeling, verpakking en etikettering van gevaarlijke chemische stoffen
en betreffende het grensoverschrijdende vervoer van giftige en gevaarlijke
afvalstoffen is dringend aandacht vereist voor de ontwikkeling op inter
nationaal niveau van de nodige controlemaatregelen en mededelings- en goed
keuringsprocedures die leiden tot een hoge mate van veiligheid zonder de
wettige vervaardiging van en handel in gevaarlijke produkten in de weg te
staan. Hierbij zijn ook de OESO en de UNO betrokken. Er valt veel voor te
zeggen dat de Gemeenschap zich bezighoudt met de bevordering van de snelle
ontwikkeling van over de hele wereld geldende praktijkvoorschriften ter
aanvulling van specifieke wettelijke maatregelen, die nodig zijn om sommige
aspecten van deze aangelegenheden te kunnen beheersen; de Commissie zal ter
zake het initiatief nemen. Daarnaast denkt de Commissie voorschriften voor
te stellen inzake de in- en uitvoer van bijzonder gevaarlijke stoffen en
tevens het werk ter hand te nemen aan soortgelijke maatregelen op inter
nationaal niveau.
22. De bedrijven in de Gemeenschap die zich met afvalbeheer bezighouden
geven werk aan 3 miljoen mensen en behandelen 2.000 miljoen ton afval
per jaar. Deze hoeveelheid neemt voortdurend toe. Driekwart van alle afval
wordt verbrand; tobh komt 80 % van de afval voor recycling in aanmerking
waarbij grondstoffen of energie kunnen worden gewonnen; door betere produktie-
processen in industrie en landbouw zou een deel van deze afvalberg niet eens
ontstaan. Met het oog hierop moeten nieuwe technologieën worden gestimuleerd.
De Commissie heeft kortelings een eerste reeks ondersteunende maatregelen
vastgesteld voor schone technologieën in het kader van de in 1984 door de
Raad vastgestelde ACE-maatregelen. Het aanmoedigen van de ontwikkeling
van nieuwe technologieën en het scheppen van de juiste marktvoorwaarden
voor een redelijkere benadering van het afvalbeheer leidt niet'alleen tot
aanzienlijke vooruitgang op het gebied van de economie en de werkgelegenheid
en tot geringere afhankelijkheid van ingevoerde goederen, maar tevens tot
beperking van het verontreinigingsgevaar. De Commissie zal op korte termijn
een algemene strategie voorstellen voor een redelijker afvalbeheer in de
hele Gemeenschap waaronder specifieke voorstellen voor maatregelen die op
communautair niveau gewenst lijken.
23. In stadskernen in achtergebleven gebieden en in streken waar de
industriële activiteit afneemt,doen zich steeds meer problemen op het gebied
van het milieu voor. Economische achteruitgang en de bijzondere moeilijkheden
in deze gebieden dragen bij tot de afbraak van de woon- en werkomstandigheden
van de inwoners. Het overwinnen van deze trend werd derhalve een wezenlijke
factor niet alleen voor de verbetering van de kwaliteit van het bestaan,doch
eveneens voor de beperking van de werkloosheid in stadsgebieden. De Commissie
heeft reeds een uitgebreide studie over regionaal beleid en stedelijke achter
uitgang uitgevoerd en heeft via verschillende maatregelen in het kader van het
Regionaal- Fonds bijgedragen tot de heropbouw van industrie- en stadsgebieden.
Nu denkt de Commissie de mogelijkheid te onderzoeken een programma in het
kader van het Regionaal Fonds op te stellen ter ondersteuning van de recon
versie van achteruitgegane stads- en industriegebieden. Ook zal zij een
rapport voor de Raad voorbereiden waarin wordt ingegaan op de vraag hoe de
openbare en particuliere sector en andere belanghebbenden kunnen samenwerken
bij de rehabilitatie van bepaalde stadskernen en zodoende bijdragen tot de
ondersteuning van de economische ontwikkeling daarvan. Het onder punt 12
genoemde programma van "demonstratieprojecten" inzake het werkgelegenheid-
scheppende aspect van milieumaatregelen zal in dat verband zonder twijfel
een belangrijke bijdrage vormen. In het Europees Jaar van het Milieu vormt
de rehabilitatie van stadskernen ongetwijfeld een belangrijk onderwerp.
24. Als schakel tussen een aantal bovenbedoelde probleemgebieden fungeert
de kwestie van de bodembescherming die in de toekomst waarschijnlijk steeds
belangrijker zal worden. Controle op lozingen in de lucht en in het water
en de wijze waarop afval wordt gestort (vooral wanneer dit werd gebruikt
voor opvullen van leemten in het terrein) zijn alle van rechtstreeks belang
voor de bodem. Het handhaven van de bodemkwaliteit is van het hoogste belang
voor de landbouw en voor talrijke aspecten van de natuurbescherming die in
- 13 -
het kader van het gemeenschappelijk milieubeleid een belangrijke plaats
inneemt. Het voorstel van de Commissie voor een richtlijn inzake het
gebruik van rioolslib in de landbouw, dat nog in de Raad wordt besproken,
is zowel voor het afvalbeheer als voor de bescherming van de bodem van
belang. Bepaalde gebruiken in de landbouw zijn van rechtstreekse invloed
op de bodem (en op het milieu in meer algemene zin). De in dat verband
beoogde maatregelen in een herzien gemeenschappelijk landbouwbeleid en
vermeld onder punt 27 in dit document zouden zeker bijdragen tot de bescherming
van de bodem. De Commissie zal de nodige voorstellen zo spoedig mogelijk
naar 'buiten brengen. Meer in het algemeen gesproken heeft zij het voornemen
de bodembescherming als belangrijk onderwerp op te nemen in het Vierde Actie
programma van de Gemeenschap inzake het Milieu.
HET OPNEMEN VAN MILIEU-EISEN IN ANDERE VORMEN VAN BELEID
25. Wegens de preventieve aard van het communautaire milieubeleid moeten
de eisen in verband met de milieubescherming als integrerend bestanddeel
worden opgenomen in het beleid dat de Gemeenschap en de Lid-Staten in andere
sectoren voeren. Momenteel zijn echter een aantal gebieden van bijzonder
belang.
26. De biotechnologie biedt niet alleen aanzienlijke mogelijkheden op
industrieel terrein in de Gemeenschap maar is tevens een belangrijk hulp
middel bij de behandeling van milieuproblemen vooral van die in verband met
afvalstromen en afvalbeheer. Toch zijn er ook aanzienlijke milieurisico's
aan verbonden. De preventieve benaderingswijze van de Gemeenschap inzake
milieuproblemen maakt het nodig dat snel maatregelen worden getroffen voor
het scheppen van een stelsel van voorschriften waardoor enerzijds deze
risico's worden beperkt en anderzijds de industrie over een veilige basis
beschikt waarop zij zich kan ontwikkelen. De Commissie heeft het voornemen
op korte termijn de nodige voorstellen te doen en zal nadenken over de
noodzaak daarnaast initiatieven op internationaal niveau te ontplooien.
- 14 -
27. In de loop der eeuwen is het Europese landschap door de landbouw in
vorm gebracht. Door de ontwikkeling van nieuwe landbouwtechnieken ontstaan
echter vraagstukken waarvoor dringend een oplossing moet worden gevonden.
Onjuist gebruik van het land is schadelijk voor de kwaliteit van het
landschap en voor bij voorkeur te beschermen gebieden; misbruik van chemicaliën
en willekeurige lozing van landbouwafval leidt tot verontreiniging van het
water en tot schade aan de wildstand. In het kader van het gemeenschappelijk
landbouwbeleid moet sterker worden gestreefd naar een samenstel van voor
schriften waarbij de landbouw het milieu eerbiedigt en het erfdeel aan land
schap en de rijkdom aan soorten conserveert. Uitbreiding van het bosbestand
in de Gemeenschap zou moeten worden overwogen en kan bijdragen tot de
bescherming van het milieu. Het Groenboek van de Commissie over "Vooruit
zichten voor het gemeenschappèlijk landbouwbeleid" vermeldde reeds de
opvattingen van de Commissie over het zoeken naar evenwicht tussen de
ontwikkeling van de landbouw en de soms daarmee strijdige behoeften van
de natuurbescherming; in dat Groenboek werden tevens een aantal maatregelen
aangekondigd die meer in het bijzonder betrekking hebben op het gebruik van
landbouwchemicaliën, de behandeling van landbouwafval en de bescherming van
plant- en diersoorten, habitat en landschappen. De Commissie heeft haar
standpunten ter zake nogmaals duidelijk gemaakt in haar recente mededeling
over haar opvattingen over de herziening van het GLB aan de Raad.
28. De voltooiing van de interne markt tegen 1992 is een erkend streëfdoel
van de Gemeenschap en één van de grootste uitdagingen waarvoor de Gemeenschap
zich ziet geplaatst. Zelfs voor het bereiken van dit doel is steun en hulp
vanuit alle andere beleidsaspecten van de Gemeenschap vereist. Voor wat
betreft het milieubeleid is de voltooiing van de interne markt vooral potentieel
belangrijk in verband met produktnormen. In belangrijke gevallen bestaan
grote verschillen tussen nationale normen vooral op het gebied van de milieu
bescherming. Daarom is het van wezenlijk belang spoedig en voor de hele
Gemeenschap te komen tot harmonisatie van deze normen wat voor miLieugerichte
redenen noodzakelijk zou kunnen zijn. Tijdens de Europese Raad op 2
en 3 december 1985 werd gesteld dat het nader tot elkaar brengen van de
wetgevingen inzake milieubescherming zal worden gebaseerd op een hoog
- 15 -
beschermingsniveau. Tijdens de periode tot 1992 zal de Commissie de nodige
voorstellen ter zake indienen.
29. Bij de produktie van energie wordt in grote mate gebruik gemaakt van
fossiele brandstoffen en derhalve staat het energiebeleid onvermijdelijk in
verband met de luchtverontreiniging. Eisen inzake het milieu zijn op hun
beurt van invloed op de kosten van de energie en de concurrentiepositie
van de afzonderlijke energiebronnen onderling. Een evenwichtige voortzetting
van het milieu- en het energiebeleid is daarom van bijzonder belang zoals
blijkt uit de recente mededeling van de Commissie inzake energiedoelstellingen
van de Gemeenschap (C0M(85)245). Energiebesparing en de aanwending van
alternatieve niet-fossiele energiebronnen met inbegrip van de kernenergie
dragen bij tot verbetering van de luchtkwaliteit. De nodige technologieën
waarmee de verontreinigende emissies vanuit met fossiele brandstoffen
gestookte centrales tegen redelijke kosten kunnen worden beperkt, zijn reeds
beschikbaar. In de toekomst zouden moeilijke problemen kunnen rijzen bij
het gebruik van fossiele brandstoffen daar dit kan leiden tot het ontstaan
van een hoog koolstofdioxidegehalte in de atmosfeer en tot het "kas-effect"
daV naar sommige onderzoekers vrezen,ernstige gevolgen kan hebben voor de
produktivitéit van de landbouw over de gehele wereld. Indien bij verder
wetenschappelijk onderzoek de waarschijnlijkheid van dergelijke gevolgen
mochten worden bevestigd,dan zou de Gemeenschap reeds moeten beginnen na te
denken over hoe zij hierop denkt te reageren en over een ander energiebeleid.
De Commissie zet haar onderzoek ter zake voort.
30. De voornaamste milieuproblemen van de Derde Wereld - het ontstaan van
woestijnen, het verdwijnen van het tropische regenwoud, de explosieve groei
van steden en het verlies aan wild en aan de veelvoudige plant— en dier
soorten - behoren tot de meest dreigende en gevaarlijke milieuproblemen ter
wereld. Het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap in het kader van Lomé III
is gericht op de bestrijding van de verdere achteruitgang van natuurlijke
hulpbronnen door tenuitvoerlegging van actieprogramma's waarin meer dan in
het verleden rekening wordt gehouden met milieufactoren. Bijzondere aandacht
- 1 6 -
werd reeds besteed aan de problemen in verband met de woestijnvorming en de
herbebossing in Afrika. Het vinden van een oplossing daarvoor is in sommige
landen een voorwaarde sine qua non voor aanhoudende landbouwkundige ontwikke
ling ten plattelande op lange termijn (zie C0M(86)16 def. van 22.1.1986)
Gezien de omvang van het probleem zijn de inspanningen van de Gemeenschap
echter niet voldoende. Voor het vinden van oplossingen voor de achteruitgangs-
problemen in de Derde Wereld zijn steeds meer nauwe internationale samen
werking, ruimere en doeltreffender aangewende financiële middelen en belang
rijke veranderingen in ingenomen standpunten vereist. In dit verband zullen
het handels- en prijsbeleid van de ontwikkelde landen opnieuw moeten worden
bezien. Deze onderwerpen vormen de kern van de werkzaamheden van de Wereld-
commissie voor Milieu en Ontwikkeling. De Commissie heeft het voornemen
deze zaken te bestuderen als bijdrage tot het werk van de WereIdcommissie.
Een ontmoeting te Brussel tussen de hele Gemeenschap en de Wereldcommissie
ter bespreking van het ontwerp-rapport dat door deze laatste is opgesteld,
vormt een belangrijk gebeuren in het begin van het Europees Jaar van het
Milieu.
OOGMERKEN VOOR HET GEMEENSCHAPPELIJKE MILIEUBELEID
31. De Commissie concludeert dat de volgende oogmerken moeten dienen
ter bepaling van de reactie waarmede de Gemeenschap thans moet ingaan op
de uitdagingen op het gebied van het milieu en de verzoeken van de Europese
Raad :
- een streng milieubeleid is van wezenlijk belang voor, en in alle opzichten
verenigbaar met, economische groei op lange termijn. Het kan bijdragen tot
schepping van werkgelegenheid. Het dient te worden beschouwd als een
fundamentele factor van het economische en sociale beleid van zowel de
Gemeenschap als de Lid-Staten;
- voorkoming dient het voornaamste doel van het milieubeleid te blijven.
In dit verband zouden eisen inzake het milieu moeten worden opgenomen in
de wetgeving en de besluitvorming terwijl de richtlijn ter beoordeling van
de invloed op het milieu voor belangrijke projecten snel zou moeten worden
uitgevoerd; ook zouden instrumenten moeten worden ontwikkeld om te waarborgen
- 17 -
dat milieu-eisen worden verwerkt bij het opstellen van beleidslijnen,
plannen en programma's;
- op korte termijn zou moeten worden overgegaan tot het waarborgen van de
verwerking van deze milieu-eisen in de dagelijkse praktijk, zulks zowel
op het niveau van de Gemeenschap als op dat van de Lid-Staten;
- het beginsel de vervuiler betaalt is van wezenlijke betekenis om te
waarborgen dat in milieutechnisch opzicht de juiste prijs en markt ontstaan.
Het zou verder moeten worden ontwikkeld en op ruimere schaal moeten worden
aangewend;
- de tenuitvoerlegging van het milieubeleid in achtergebleven regio's en
verwaarloosde industriegebieden in de Gemeenschap zal desalniettemin steun
moeten krijgen;
- milieuproblemen kunnen niet meer naar behoren alleen op een sectoriëte
basis worden benaderd; er moet steeds meer worden gewerkt aan een multi-
sectoriële benaderingswijze om te vermijden dat de verontreiniging van
de ene milieusector op de andere overgaat (water, lucht, enz.);
- de Commissie zou meer aandacht moeten besteden aan de daadwerkelijke ten
uitvoerlegging en aanwending van het milieubeleid en aan de praktische
resultaten daarvan in het veld;
- het Europese Jaar van het Milieu dient te worden beschouwd als een goede
gelegenheid voor een betere bewustwording van het belang van milieuproblemen
en voor een wijziging van opvattingen.
32. Naar aanleiding van de vraag van de Europese Raad aan de Commissie
en de Raad om op korte termijn over te gaan naar het zoeken van oplossingen
voor de meest dringende milieuproblemen is de Commissie van mening dat
spoedig besluiten moeten worden genomen om :
- 18 -
de luchtverontreiniging door alle belangrijke bronnen aanzienlijk te beperken,
maatregelen ter beperking van verontreinigende emissies in de zee, met name in
de Noordzee en de Middellandse Zee, te ontwikkelen en te ondersteunen,
de opstelling van over de gehele wereld geldige praktijkvoorschriften in
verband met gevaarlijke chemicaliën, afval en bedrijven te bevorderen,
de nodige milieuvoorschriften voor de biotechnologie vast te stellen,
een samenstel van maatregelen te ontwikkelen waarbinnen de landbouw op milieu
vriendelijke wijze tewerk gaat en het erfdeel aan landschappen en plant
en diersoorten behoedt,
het tot stand komen van de interne markt te ondersteunen door de completering
van de harmonisatie van produktnormen op communautair niveau die tegen 1992
om milieugerichte redenen van belang zouden kunnen zijn,
de problemen aan te vatten waarmee de gebieden met een achteruitgaand milieu
worden geconfronteerd,
een uitgebreid programma met "demonstratieprojecten" te lanceren om het
werkgelegenheid scheppende potentieel van het milieubeleid te onderzoeken,
achtergebleven gebieden in de Gemeenschap te helpen bij het installeren van
een fundamentele infrastructuur voor het milieu en het ten uitvoer leggen
van milieurichtlijnen van de Gemeenschap,
de internationale rol van de Gemeenschap inzake milieuproblemen te verster
ken met name in verband met de ontwikkeling van de Derde Wereld en de sa
menwerking op Europees niveau,
- 19 -
- het tot stand komen van het Europees Jaar van het Milieu op aanzienlijke schaal
te lanceren en te ondersteunen.
33. Bij de voorbereiding van haar voorstellen voor het Vierde Actieprogramma
van de Gemeenschap inzake het Milieu zal de Commissie zich onder meer laten lei
den door bovenstaande overwegingen. Inmiddels nodigt zij de Raad uit kennis te
nemen van de algemene oriënteringen als vervat in dit document en van het voor
nemen van de Commissie om,zodra zij daarvoor over de nodige hulpmiddelen
beschikt, de nodige gedetailleerde voorstellen in te dienen.
Full & Egal Universal Law Academy