16. 3. 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 68/17
ten bevorderen en de nuttige rol van het Europees Netwerk
voor de uitwisseling van informatie (ELISE) moeten uitbou-
wen en blijven aanmoedigen.
2.7.6. Alle in PWI's werkzame zelfstandigen of werkne-
mers zouden, zowel in het geval van faillissement als bij
tijdelijke stillegging van de activiteiten, aanspraak moeten
kunnen maken op de in de nationale wettelijke regelingen
voorziene werkloosheidsuitkeringen en andere sociale zeker-
heidsprestaties.
2.7.7. Overname van insolvente of failliete bedrijven
door werknemers zou vergemakkelijkt kunnen worden als de
werknemers officieel bij de faillissementsprocedures betrok-
ken werden en als een (oneconomische) bedrijfssluiting
voorkomen werd door middel van een gezamenlijk overeen-
gekomen beheers- en onderhoudscontract, dan wel door de
nodige gerechtelijke procedures waarbij de belangen van alle
partijen in aanmerking worden genomen en er vooral naar
gestreefd wordt levensvatbare arbeidsplaatsen te behou-
den.
Gedaan te Brussel, 17 december 1986.
1. Inleiding
1.1. De geïntegreerde maatregelen staan bij het Econo-
misch en Sociaal Comité al jarenlang in de belangstelling. Het
Comité is nl. van oordeel dat de Gemeenschap onderontwik-
kelde of sterk achterop geraakte regio's te hulp dient te
komen en daarbij niet alleen de diverse communautaire
instrumenten onderling, maar ook het communautaire
instrumentarium en de nationale instrumentaria met elkaar
moet coördineren en combineren.
1.2. Zo heeft het Comité op 30 april 1980 met algemene
stemmen een studie van de hand van de heer Bornard over een
geïntegreerde maatregel in Lotharingen goedgekeurd.
1 3 . In 1982 heeft de heer Bornard de gehele problema-
tiek rond de geïntegreerde maatregelen grondig doorgelicht.
2.7.8. De sociale partners van hun kant zouden de PWI's
kunnen stimuleren en ervoor kunnen zorgen dat zij behoor-
lijke arbeidsvoorwaarden bieden door overal in Europa
plaatselijke en regionale tripartite comités op te zetten,
bestaande uit:
— werkgevers, werknemers en afgevaardigden van andere
sociale en beroepsgroepen;
— afgevaardigden van plaatselijke overheden;
— plaatselijke groepen van initiatiefnemers en afgevaardig-
den van PWI-projecten.
Deze comitées zouden gezamenlijk PWI's die in hun eigen
gemeenschap worden opgezet, hulp kunnen bieden, kunnen
adviseren en op constructieve wijze kunnen begeleiden, mede
met het oog de arbeidsplaatsen die kunnen worden gecreëerd
door de uitvoering van de grootscheepse infrastructuurpro-
gramma's welke door de Raad zijn opgezet om de produk-
tieactiviteiten en de werkgelegenheid te bevorderen.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
A. MARGOT
In het door de heer Bornard zelf opgestelde deel van de studie
worden de algemene aspecten van de geïntegreerde
maatregelen onder de loep genomen, waarna in een aantal
bijlagen — opgesteld door de co-rapporteurs Masprone (J),
Hall (2), Ognibene (3) en Kolbenschlag (4) — nader wordt
ingegaan op de reeds ten uitvoer gelegde maatregelen (Napels
en Belfast) en op enkele maatregelen voor andere regio's die
op dat moment in voorbereiding waren.
1.4. Later heeft het Comité — op verzoek van enkele
leden van de Afdeling voor regionale ontwikkeling — de heer
(») Napels.
(2) Belfast.
(3) Achtergebleven plattelandsgebieden.
(4) Beierse Woud.
Advies inzake de criteria voor en werking van geïntegreerde maatregelen
(87/C 68/10)
Nr. C 68/18 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 16. 3. 87
Regaldo een informatief rapport over een geïntegreerde
maatregel voor het graafschap Clwyd in Noord-Wales laten
opstellen.
1.5. In april 1985 heeft het Comité overeenkomstig
artikel 20, vierde alinea, van het Reglement van Orde de
Afdeling voor regionale vraagstukken opgedragen, in het
licht van bovenvermelde studies en ervaringen een initiatief-
advies over „de criteria voor en werking van geïntegrerende
maatregelen" op te stellen.
1.6. Het advies van de afdeling is op 12 september 1986
goedgekeurd. Rapporteur was de heer Della Croce.
Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 242e
zitting (vergadering van 17 december 1986) het volgende
advies uitgebracht, dat met ruime meerderheid van stemmen
(2 stemmen tegen, bij 2 onthoudingen) is goedgekeurd:
2. De lopende maatregelen
2.1. Tot nog toe zijn Napels en Belfast de enige regio's die
de Gemeenschap met geïntegreerde maatregelen te hulp is
gekomen. Deze maatregelen lopen al sinds verscheidene jaren
en zijn destijds opgezet bij wijze van experiment. Naast deze
twee experimenten — die hoofdzakelijk door het EFRO
worden gefinancierd — moeten nog de „geïntegreerde ont-
wikkelingsprogramma's" t.b.v. plattelandsgebieden —
waarvan de financiering voornamelijk via het EOGFL loopt
— worden vermeld. Dergelijke programma's vallen echter
buiten het bestek van dit advies.
2.2. De Commissie heeft meermaals verklaard dat zij met
deze geïntegreerde aanpak wilde doorgaan, maar zij heeft
nog steeds geen nieuwe regio gekozen.
2.3. Mede in het licht van de experimenten in Napels en
Belfast, beschouwt het Comité dergelijke maatregelen als een
efficiënt middel om de ontwikkeling van bepaalde regio's te
stimuleren. Essentiële voorwaarde voor het welslagen van
geïntegreerde maatregelen is dat zij uit een heel pakket
projecten bestaan, dat zowel de plaatselijke als de nationale
instanties bij de tenuitvoerlegging ervan worden betrokken
en dat alle nationale en communautaire financieringsinstru-
menten worden ingeschakeld. De tenuitvoerlegging van de
diverse projecten dient te geschieden in het kader van een
ontwikkelingsplan, waarbij de diverse maatschappelijke
kringen een doorslaggevende rol te vervullen krijgen en
rekening wordt gehouden met de werkelijke behoeften van de
gebieden in kwestie alsmede met het belang van de Gemeen-
schap.
2.4. Het Comité is van oordeel dat de experimentele fase
nu als afgesloten moet worden beschouwd en dat geïnte-
greerde maatregelen voortaan als een volwaardig instrument
van het regionaal ontwikkelingsbeleid moeten worden inge-
schakeld. Dit instrument mag evenwel alleen worden ge-
bruikt in gevallen die aan welbepaalde criteria voldoen.
3. Rechtsgrond van de geïntegreerde maatregelen
3.1. Artikel 34 van die nieuwe EFRO-verordening van
1984 handelt over „geïntegreerde ontwikkelingsacties" en
„geïntegreerde ontwikkelingsprojecten", waaraan een aan-
zienlijke betekenis wordt toegekend aangezien wordt
bepaald dat de investeringen en maatregelen die er deel van
uitmaken voorrang kunnen krijgen bij de toekenning van de
EFRO-middelen.
3.2. Volgens bovengenoemd artikel gaat het hier om „een
samenhangend geheel van openbare en particuliere acties en
investeringen" ten behoeve van „een beperkt geografisch
gebied dat lijdt onder bijzonder ernstige problemen, met
name ontwikkelingsachterstand, industriële achteruitgang of
stedelijk verval". Van fundamenteel belang is dat gebruik
wordt gemaakt van verscheidene financiële instrumenten met
structurele oogmerken en dat bij de tenuitvoerlegging van de
projecten nauw overleg wordt gepleegd en nauwe coördina-
tie plaatsvindt tussen de communautaire instanties en de
nationale en plaatselijke overheden.
3.3. In zij n huidige vorm is dit artikel echter niet meer dan
een soort algemene „programmaverklaring", zodat enige
toelichting en aanvulling op zijn plaats is.
3.4. Daar de Commissie meermaals heeft verklaard van
plan te zijn een voorstel voor een verordening inzake
geïntegreerde maatregelen in te dienen, dringt het Comité
erop aan dat zij die belofte nakomt, ook al lijkt zij het
intussen over een andere boeg te willen gooien, aangezien zij
tegenwoordig liever van een „geïntegreerde aanpak"
spreekt.
3.5. De Commissie zou niet alleen voor een solidere
rechtsgrond moeten zorgen, maar bovendien ook nader
moeten aangeven op welke manier bij de uitwerking, de
tenuitvoerlegging en het beheer van de geïntegreerde maat-
regelen precies te werk moet worden gegaan.
Een en ander zou in de verordening duidelijk en gedetailleerd
moeten worden aangegeven.
3.6. In een nota van 2 september 1986 heeft de Commis-
sie de Raad en het Parlement nadere informatie verstrekt over
de geïntegreerde aanpak van de regionale ontwikkelings-
problemen.
Het gaat hier om een zeer interessant document, waar men
een aantal ideeën in terugvindt die het Comité vroeger ook al
naar voren heeft gebracht. De Commissie spreekt echter
voortdurend over „geïntegreerde aanpak" en rept met geen
woord over „geïntegreerde maatregelen". Toch mag men
aannemen dat het vooral over dergelijke maatregelen gaat,
aangezien zij de definitie van artikel 34 in dit document
overneemt.
Ook qua terminologie zou dus voor meer duidelijkheid
moeten worden gezorgd.
16. 3. 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 68/19
Het Comité zou graag zien dat het formeel over alle in het
kader van deze geïntegreerde aanpak genomen en geplande
maatregelen wordt geraadpleegd.
4. Financiering van de geïntegreerde maatregelen
4.1. Bij de tenuitvoerlegging van de geïntegreerde maat-
regelen moeten de Lid-Staten (en eventueel de regionale en
lokale instanties), de communautaire structuurfondsen en de
Europese Investeringsbank economische en financiële steun
verlenen.
4.2. De financiële steun van de Gemeenschap dient de
steun van de nationale en plaatselijke overheden aan te vullen
en mag hiervoor niet in de plaats komen.
4.3. De Gemeenschap kan gebruik maken van de
bestaande structuurfondsen, op voorwaarde dat zij voor de
nodige coördinatie zorgt, de toekenningsvoorwaarden en de
regels voor het toezicht op het gebruik van het geld gelijktrekt
en — naar gelang van de situatie op het ogenblik van de
steunverlening en ter wille van de continuïteit van de
geïntegreerde maatregelen — de steunmaatregelen over
langere perioden laat lopen dan momenteel het geval is.
4.4. De verordeningen van de structuurfondsen dienen
zodanig te worden gewijzigd dat deze op een rationele manier
kunnen worden gecoördineerd en op een flexibelere manier
kunnen worden ingezet, en dat steun kan worden verleend in
gevallen die momenteel niet in aanmerking komen.
4.5. Zonder afbreuk te willen doen aan de bepalingen van
de Europese Akte, wijst het Comité erop dat voor de
geïntegreerde maatregelen evenals voor de geïntegreerde
mediterrane programma's méér geld ter beschikking dient te
worden gesteld (momenteel is alleen voor de haalbaarheids-
studies geld beschikbaar).
4.6. In het geval van Napels en Belfast heeft de Gemeen-
schap zich weliswaar niet onbetuigd gelaten en heeft zij zelfs
een krachtige impuls gegeven tot de uitwerking en coördina-
tie van de diverse projecten, maar niettemin was haar
financiële bijdrage in absolute cijfers en als percentage van de
totale kosten van beide maatregelen gering.
4.7. Wanneer in de toekomst nieuwe geïntegreerde maat-
regelen worden opgezet, zou de Gemeenschap haar aandeel
in de financiering ervan (t.o.v. de bijdrage van de nationale
overheid) moeten optrekken. De plaatselijke instanties zou-
den dan meer initiatief aan de dag leggen, zodat de commu-
nautaire bijdrage een soort multiplicatoreffect zou teweeg-
brengen.
4.8. In dit verband wijst het Comité er nogmaals op dat de
financiële armslag van de communautaire structuurfondsen
te beperkt is.
4.9. Zoals uit het verslag betreffende de tenuitvoerlegging
van de structuurmaatregelen blijkt, heeft ook de benarde
begrotingssituatie in de Gemeenschap een negatieve weerslag
op het EFRO.
5. Geïntegreerde steunverlening via de communautaire
structuurfondsen
5.1. Tot nog toe liep de communautaire steunverlening
voor geïntegreerde maatregelen via het EFRO en — zij het in
mindere mate — via het ESF. Ook via de afdeling „Oriënta-
tie" van het EOGFL is enige steun verleend, maar dit bedrag
was zeer gering en — behalve bij de „geïntegreerde ontwik-
kelingsprogramma's" — was hier van enige coördinatie met
de steunverlening uit andere bronnen geen sprake.
5.2. Het zou echter niet realistisch zijn de moeilijkheden
te onderschatten die zich in de praktijk voordoen wanneer
men de steunverlening uit het EOGFL en die uit de andere
structuurfondsen wil coördineren. Daarom moet er met klem
op worden gewezen dat de Commissie zelf in haar Groen-
boek heeft verklaard dat de steunmaatregelen t.b.v de
landbouwsector op die in het kader van het regionaal beleid
moeten worden afgestemd.
5.3. Daar ook de Commissie van oordeel is dat alle
beschikbare middelen moeten worden gebruikt voor het
verwezenlijken van algemene economische — en dus niet
alleen agrarische — doelstellingen in de regio's, en ook zij
overtuigd is van het nut van een geïntegreerde aanpak, zou bij
steunverlening voor geïntegreerde maatregelen in gebieden
waar de landbouw van grote betekenis is, ook steeds het
EOGFL moeten worden ingeschakeld.
5.4. Om langs deze weg krachtiger te kunnen optreden,
zouden de middelen van de afdeling Oriëntatie echter moeten
worden uitgebreid.
6. Uitwerking van de geïntegreerde maatregelen
6.1. De uitwerking van een geïntegreerde maatregel moet
beginnen met het opstellen van een ontwikkelingsplan,
d.w.z. een samenhangend geheel van projecten en investe-
ringen van particuliere en overheidsinstanties waarmee de
achterstand en de problemen van de betrokken regio in
belangrijke mate kunnen worden weggewerkt.
6.2. Men dient er echter rekening mee te houden dat een
dergelijke geïntegreerde maatregel niet zo maar een pakket
van projecten, maar een belangrijke gebeurtenis met verrei-
kende gevolgen is. In het ontwikkelingsplan dient dan ook
nauwkeurig — en met het nodige cijfermateriaal — te
worden aangegeven welke voordelen de geïntegreerde aan-
pak biedt in vergelijking met afzonderlijke steunmaatregelen,
waarvan het effect uiteraard veel geringer zou zijn.
6.3. Een essentieel aspect van het ontwikkelingsplan is
bijgevolg de coödinatie van de diverse nationale en commu-
nautaire financieringsinstrumenten.
6.4. Die financieringsinstrumenten dienen bovendien zo
te worden gebruikt dat zij een krachtige stimulans vormen
voor particuliere investeringen.
6.5. Reeds bij de uitwerking van de geïntegreerde maat-
regel moet ervan worden uitgegaan dat alle instellingen,
Nr. C 68/20 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 16. 3. 87
instanties, organisaties en ondernemers waarvoor de maat-
regel van belang is, actief bij de zaak moeten worden
betrokken en met elkaar moeten samenwerken om de
gewenste resultaten te bereiken.
7. Rol van de maatschappelijke kringen en van de commu-
nautaire instellingen
7.1. Zowel in Napels als in Belfast blijken de diverse
maatschappelijke kringen maar weinig bij de geïntegreerde
maatregelen betrokken te zijn, hetgeen de draagwijdte ervan
beperkt heeft.
7.2. De vertegenwoordigers van de Gemeenschap daar-
entegen hebben de zaak op de voet gevolgd en actief
meegewerkt. Zij hebben niet alleen een duidelijk bewijs
geleverd van de belangstelling van de Gemeenschap voor de
resultaten van de geïntegreerde maatregelen, maar hebben er
ook — en vooral — voor gezorgd dat deze de stempel van het
regionaal beleid van de Gemeenschap hebben meegekregen.
Verder hebben zij nog zeer deskundig hulp verleend bij het
gebruik van de uit de structuurfondsen verleende steun.
7.3. Men kan dan ook stellen dat de communautaire
instanties en de diverse maatschappelijke en economische
kringen van meet af aan actief aan de geïntegreerde maatre-
gelen moeten meewerken.
7.4. Wanneer een geïntegreerde maatregel wordt opge-
zet, moeten de representatieve organisaties van alle belan-
gengroepen om advies worden gevraagd.
Hoewel dit advies niet bindend kan zijn, moeten de bevoegde
instanties er bij de keuze van de projecten toch terdege
rekening mee houden.
8. Beheer van de geïntegreerde maatregelen
8.1. Alles wat planning, toezicht en beheer aangaat, is
van het allergrootste belang.
8.2. Met name zou er een Raadgevend Comité —
bestaande uit vertegenwoordigers van alle betrokken orga-
nisaties en instanties — moeten worden ingesteld. Dat
Comité zou permanent toezicht moeten uitoefenen op het
beheer van iedere geïntegreerde maatregel, en zou moeten
nagaan of de diverse steunmaatregelen wel in overeenstem-
ming zijn met de oorspronkelijke opzet van de geïntegreerde
maatregel en of er eventueel aanpassingen of varianten nodig
zijn. Verder zou het op geregelde tijdstippen moeten bekijken
welke concrete resultaten de geïntegreerde maatregel heeft
opgeleverd.
8.3. Het beheer van de geïntegreerde maatregelen zou
moeten worden toevertrouwd aan goed gestructureerde
organen die in staat zijn om de toepassing van een zo
ingewikkeld instrument op de voet te volgen.
Dergelijke overheidsorganen (of in de publiekrechtelijke
sfeer opererende organen) zouden over efficiënte administra-
tieve en organisatorische structuren moeten beschikken en op
dezelfde manier als moderne particuliere ondernemingen
moeten kunnen opereren en geleid worden.
8.4. Het welslagen van de geïntegreerde maatregelen
hangt grotendeels af van de relaties tussen de plaatselijke en
de nationale overheden en van de samenwerking tussen deze
overheden en de communautaire instanties. Een harmonisch
samenspel tussen de diverse overheden en een geïntegreerde
aanpak van de steunverlening zijn bij het beheer van de
geïntegreerde maatregelen — en met name bij de werkzaam-
heden van bovengenoemde beheersorganen en van de toe-
zichthoudende raadgevende comités — dan ook beslist
noodzakelijk. In dit verband is het van het grootste belang
dat de Lid-Staten hun volledige medewerking verlenen.
9. Fundamentele kenmerken van de geïntegreerde maatre-
gelen
9.1. Geïntegreerde maatregelen dienen tot doel te hebben
de sociaal-economische ontwikkeling van de betrokken
regio's te stimuleren. Concreet betekent dit dat zij moeten
bijdragen tot een verbetering van de werkgelegenheid, het
BIP, de levensstandaard en de levensomstandigheden.
9.2. In de allereerste plaats dienen zij gericht te zijn op het
verbeteren van de werkgelegenheidssituatie en dus op het
scheppen van nieuwe stabiele arbeidsplaatsen. Om de
geïntegreerde maatregelen zo veel mogelijk effect te doen
sorteren, zou moeten worden bepaald dat de winst die met
het geïnvesteerde kapitaal is geboekt, opnieuw in hetzelfde
gebied moet worden geïnvesteerd, ten einde de werkgelegen-
heidssituatie te kunnen blijven verbeteren.
9.3. Van groot belang voor het welslagen van de geïnte-
greerde maatregelen is dat de steunmaatregelen een multisec-
torieel karakter hebben, zodat de steun uit verschillende
hoeken komt en op diverse terreinen positieve resultaten
kunnen worden geboekt.
9.4. De beschikbare middelen moeten behoorlijk worden
verdeeld over projecten op het vlak van de infrastructuur, in
de secundaire en de tertiaire (diensten)sector, en in de
landbouw. Bijzondere aandacht verdient verder de bescher-
ming van landschap en milieu en van het regionaal kunstbe-
zit. Ten slotte moet ook voor de beroepsopleiding voldoende
geld worden uitgetrokken, omdat men over goedgeschoolde,
bekwame mensen moet beschikken om de ontwikkelingsstra-
tegie ten uitvoer te kunnen leggen.
9.5. Het spreekt vanzelf dat in dergelijke onderontwik-
kelde of achterop geraakte regio's speciale aandacht dient te
worden besteed aan de woningbouw.
Toch mag steunverlening t.b.v. de woningbouw niet de
hoofdmoot vormen, omdat zulks zou neerkomen op een
onderschatting van het belang van maatregelen ter bevor-
dering van de investeringen in de produktieve sectoren,
waardoor het welslagen van de geïntegreerde maatregelen in
het gedrang zou komen.
9.6. Hoofddoel van de geïntegreerde maatregelen is het
scheppen van duurzame arbeidsplaatsen. Er moet dan ook
voor worden gezorgd dat de arbeidskrachten die tijdelijk
worden gebruikt voor de uitbouw van de infrastructuur, de
oprichting van bedrijfsgebouwen en de uitvoering van spe-
ciale woningbouwprojecten later een definitieve baan krijgen
in de produktieve sector of de dienstensector.
16. 3. 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 68/21
10. Geografische afbakening en uitvoeringstermijnen van de
geïntegreerde maatregelen
10.1. Voor de tenuitvoerlegging van de geïntegreerde
maatregelen moeten middellange of lange termijnen worden
vastgesteld. Dit vereist echter een aantal garanties.
Zo is het van groot belang dat — zoals reeds in de vorige
paragrafen is gezegd — een aantal normen en een procedure
worden vastgesteld, de structuurfondsen worden ingescha-
keld, de diverse directoraten-generaal van de Commissie hun
werkzaamheden coördineren en de bevoegde diensten van de
Commissie behoorlijk worden gestructureerd.
Wanneer wordt besloten een geïntegreerde maatregel op te
zetten, moeten degenen voor wie deze maatregel van belang
is de zekerheid hebben dat de tenuitvoerlegging ervan niet
door administratieve rompslomp of procedurekwesties zal
worden belemmerd en dat de toegekende steun tijdig ter
bestemming zal komen.
10.2. Ook de geografische afbakening van de te onder-
steunen regio's vormt een delicaat en ingewikkeld probleem
omdat het gebied in kwestie een homogeen geheel moet
vormen en de geïntegreerde maatregel de gehele regio ten
goede moet komen.
De resultaten van de maatregel moeten duidelijk zichtbaar
zijn voor de gehele plaatselijke bevolking.
11. Slotopmerkingen
11.1. In het rapport van de Afdeling voor regionale
ontwikkeling (doe. CES 706/86 fin) wordt het standpunt
van het Comité t.a.v. de geïntegreerde maatregelen in
Belfast en Napels uitvoering uiteengezet. Over het geheel
genomen is dit nog steeds positief, maar het Comité is wel van
oordeel dat nog een lange weg zal moeten worden afgelegd
voordat optimale resultaten zullen worden bereikt.
11.2. De ervaringen met deze twee experimenten zouden
de Gemeenschap ertoe moeten aanzetten nieuwe initiatieven
te ontplooien in toepassing van artikel 34 van de EFRO-ver-
ordening en zich daarbij niet te beperken tot stedelijke
agglomeraties. Ook eilandgebieden, bergstreken en onder-
ontwikkelde plattelandsgebieden dienen nl. in aanmerking te
komen.
Bijzondere aandacht verdienen verder een aantal grensgebie-
den met structurele problemen waar pogingen om de in-
vesteringen te stimuleren een reële kans van slagen hebben. In
dergelijke gebieden zou men door het opzetten van geïn-
tegreerde maatregelen moeten trachten de steunverlening
door de betrokken Lid-Staten beter te organiseren en zo
mogelijk ook op supranationaal niveau te coördineren.
11.3. De rechtsgrond van de geïntegreerde maatregelen
dient duidelijk en meer in detail te worden aangegeven en er
Gedaan te Brussel, 17 december 1986.
moet met bekwame spoed worden gereageerd op de infor-
matieve nota die de Commissie op 2 september 1986 heeft
uitgebracht. Dat er op het organisatorische vlak nog een
aantal tekortkomingen zijn heeft de Commissie intussen al
ingezien, want zij heeft een nieuw directoraat-generaal (DG
XXII) opgericht en dit speciaal belast met het coördineren
van de structuurfondsen. Nu is het te hopen dat dit nieuwe
directoraat-generaal het nodige gezag zal hebben om zich van
deze taak te kunnen kwijten.
Het Comité heeft de Commissie ongeveer vijfjaar geleden een
aantal suggesties voor een nauwkeurigere omschrijving van
de rechtsgrond van de geïntegreerde maatregelen gedaan. De
aanbevelingen van het Comité zijn grotendeels verwerkt in
artikel 34 van de nieuwe EFRO-verordening, dat duidelijke-
re richtsnoeren geeft voor de bestemming van de communau-
taire steun.
11.4. Op korte termijn is het van het grootste belang dat
alle structuurfondsen worden ingeschakeld, dat voldoende
steun wordt verleend en dat de steunverlening uit de diverse
fondsen een complementair karakter heeft. Bovendien moe-
ten de desbetreffende verordeningen aan de geïntegreerde
aanpak van de regionale problemen worden aangepast. Het
ligt nl. voor de hand dat bij de tenuitvoerlegging van een
gecoördineerd programma ter bevordering van de ontwikke-
ling van een bepaalde regio de diverse fondsen op elkaar
moeten worden afgestemd, want alleen op die manier
kunnen goede resultaten worden bereikt. Verder moet
duidelijk worden aangegeven onder welke omstandigheden
een geïntegreerde maatregel kan worden goedgekeurd en aan
welke vereisten bij de indiening van een voorstel moet
worden voldaan.
11.5. Van essentieel belang is bovendien ook dat de
plaatselijke, nationale en communautaire instanties en de
representatieve sociaal-economische organisaties in alle
belangensectoren ruimschoots bij de geïntegreerde maatrege-
len worden betrokken en actief aan de tenuitvoerlegging
hiervan meewerken.
11.6. Daar de geïntegreerde maatregelen in Napels en
Belfast niet tot een noemenswaardige verbetering van de
werkgelegenheidssituatie in de betrokken gebieden hebben
geleid, vestigt het Comité er nogmaals de aandacht op dat een
geïntegreerde maatregel in de eerste plaats een aanzienlijke
toeneming van de werkgelegenheid op lange termijn ten doel
moet hebben.
11.7. Ten slotte wijst het Comité erop dat dit advies kort
is gehouden omdat er niet veel tijd was en ook een grondige
analyse van de geïntegreerde maatregelen in Napels en
Belfast moest worden gemaakt.
Het hoopt evenwel dat het zijn werkzaamheden op dit terrein
zal kunnen voortzetten en zich meer in het bijzonder zal
kunnen verdiepen in de situatie van enkele gebieden waar-
voor haalbaarheidsstudies zijn of worden verricht (zoals b.v.
het Beierse Woud en het eiland Réunion).
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
A. MARGOT
Full & Egal Universal Law Academy