Avis juridique important
Interimakkoord tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Zimbabwe
Publicatieblad Nr. L 372 van 31/12/1980 blz. 0002
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 11 Deel 28 blz. 0111
INTERIMAKKOORD tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Zimbabwe
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
enerzijds, en
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZIMBABWE,
anderzijds,
OVERWEGENDE dat de op 31 oktober 1979 te Lomé ondertekende tweede ACS-EEG-Overeenkomst. hierna "de Overeenkomst" genoemd, in werking zal treden zodra de daartoe vereiste procedures zijn voltooid;
OVERWEGENDE dat Zimbabwe om toetreding tot de Overeenkomst heeft verzocht en dat de ACS-EEG-Raad van Ministers dit verzoek bij Besluit nr. 6/80 van 9 mei 1980 heeft goedgekeurd;
OVERWEGENDE dat een Akkoord houdende toetreding van Zimbabwe op 4 november 1980 is ondertekend tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten enerzijds, en Zimbabwe anderzijds en dat genoemd Akkoord eerst na een zeker tijdsverloop in werking zal kunnen treden;
OVERWEGENDE dat het wenselijk is, in afwachting van de inwerkingtreding van voornoemd toetredingsakkoord, met ingang van 1 januari 1981 een overgangsregeling voor het handelsverkeer in te voeren ter vervanging van die welke bij Verordening (EEG) nr. 120/80 is vastgesteld;
OVERWEGENDE dat deze overgangsregeling in dit stadium zo kan worden vastgesteld dat zij overeenstemt met de in de Overeenkomst opgenomen handelsregeling,
HEBBEN BESLOTEN dit Interimakkoord te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN:
Gaston THORN,
Fungerend Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen,
Vice-Voorzitter en minister van Buitenlandse Zaken van de Regering van het Groothertogdom Luxemburg;
Claude CHEYSSON,
Lid van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZIMBABWE:
De Hon. David Colville SMITH, MP,
Minister van Handel en Industrie.
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 1981 en tot de inwerkingtreding van het Akkoord houdende toetreding van de Republiek Zimbabwe tot de Overeenkomst gelden voor het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Zimbabwe bepalingen die overeenkomen met de handelsregeling vervat in de artikelen 1 tot en met 19 van de Overeenkomst en in de aan die Overeenkomst gehechte Protocollen nr. 1, betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking, nr. 4, betreffende bananen, en nr. 5, betreffende rum.
De bepalingen van de artikelen 1 tot en met 19 van de Overeenkomst zijn opgenomen in de bijlage bij dit Interimakkoord, die een integrerend deel daarvan vormt.
Artikel 2
Voor de toepassing van de in artikel 1 bedoelde teksten:
- wordt het woord "Overeenkomst" vervangen door "Interimakkoord";
- komt de benaming "Zimbabwe" in de plaats van de "ACS-Staat (Staten)", behalve voor de toepassing van Protocol nr. 1, waarin de uitdrukking "ACS-Staten" ook Zimbabwe dekt;
- worden de aan de ACS-EEG-Raad van Ministers en aan de andere bij de Overeenkomst ingestelde organen toegekende bevoegdheden gezamenlijk uitgeoefend door de Gemeenschap en Zimbabwe,
- is de verwijzing in artikel 1, derde alinea, van de Overeenkomst naar de maatregelen uit hoofde van de titels V, VI en VII daarvan, niet van toepassing.
Artikel 3
Dit akkoord is, behoudens de bijzondere bepalingen betreffende de betrekkingen tussen Zimbabwe en de Franse departementen overzee die erin zijn opgenomen, van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van de Republiek Zimbabwe.
Artikel 4
De regeling die met ingang van 1 januari 1981 op het handelsverkeer tussen de ACS-Staten en Griekenland van toepassing is, zal eveneens van toepassing zijn op het handelsverkeer tussen Zimbabwe en Griekenland.
Artikel 5
1. Dit akkoord is onderworpen aan bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring overeenkomstig de procedures van de overeenkomstsluitende partijen. De overeenkomstsluitende partijen geven elkaar kennis van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.
2. Dit akkoord treedt in werking op 1 januari 1981, indien op die datum de in lid 1 bedoelde kennisgevingen zijn verricht. Indien dit niet het geval is, treedt het in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de in lid 1 bedoelde kennisgevingen zijn verricht.
Artikel 6
De aan dit akkoord gehechte protocollen vormen een integrerend bestanddeel daarvan.
Artikel 7
Dit akkoord is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Til bekræftelse heraf har undertegnede befuldmægtigede underskrevet denne interimsaftale.
Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmächtigten ihre Unterschriften unter dieses Interimsabkommen gesetzt.
In witness whereof the undersigned Plenipotentiaries have signed this Interim Agreement.
En foi de quoi, les plénipotentiaires soussignés ont apposé leurs signatures au bas du présent accord intérimaire.
In fede di che, i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce al presente accordo interinale.
Ten blijke waarvan de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Interimovereenkomst hebben gesteld.
Udfærdiget i Luxembourg, den fjerde november nitten hundrede og firs.
Geschehen zu Luxemburg am vierten November neunzehnhundertachtzig.
Done at Luxembourg on the fourth day of November in the year one thousand nine hundred and eighty
Fait à Luxembourg, le quatre novembre mil neuf cent quatre-vingt.
Fatto a Lussemburgo, addì quattro novembre millenovecentoottanta.
Gedaan te Luxemburg, de vierde november negentienhonderd tachtig.
For Rådet for De europæiske Fællesskaber
Für den Rat der Europäischen Gemeinschaften
For the Council of the European Communities
Pour le Conseil des Communautés européennes
Per il Consiglio delle Comunità europee
Voor de Raad van de Europese Gemeenschappen
For præsidenten for republikken Zimbabwe
Für den Präsidenten der Republik Simbabwe
For the President of the Republic of Zimbabwe
Pour le président de la république du Zimbabwe
Per il presidente della Repubblica di Zimbabwe
Voor de President van de Republiek Zimbabwe
TWEEDE ACS-EEG-OVEREENKOMST Ondertekend op 31 oktober 1979 te Lomé COMMERCIËLE SAMENWERKING
Artikel 1
Op het gebied van de commerciële samenwerking heeft deze Overeenkomst tot doel de handel te bevorderen tussen de ACS-Staten en de Gemeenschap, met inachtneming van hun respectieve ontwikkelingspeil, en tussen de ACS-Staten onderling.
Bij het nastreven van dit doel zal bijzondere aandacht worden besteed aan de noodzaak daadwerkelijke extra voordelen te garanderen voor het handelsverkeer van de ACS-Staten met de Gemeenschap ten einde het groeitempo van hun handel en inzonderheid van hun export naar de Gemeenschap te versnellen en de toegankelijkheid van de markt van de Gemeenschap voor hun produkten te verbeteren, zodat een beter evenwicht in de handel van de partijen bij de Overeenkomst wordt gewaarborgd.
Te dien einde leggen de partijen bij de Overeenkomst de bepalingen van deze titel ten uitvoer evenals de overige passende maatregelen uit hoofde van de titels V, VI en VII.
Hoofstuk 1 Handelsregeling Artikel 2
1. Produkten van oorsprong uit de ACS-Staten mogen met vrijdom van douanerechten en heffingen van gelijke werking in de Gemeenschap worden ingevoerd.
2. a) Produkten van oorsprong uit de ACS-Staten:
- die zijn genoemd in de lijst van bijlage II van het Verdrag, voor zover zij aan een gemeenschappelijke marktordening in de zin van artikel 40 van her Verdrag zijn onderworpen, of
- die bij invoer in de Gemeenschap zijn onderworpen aan een bijzondere regeling, ingesteld in verband met de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid,
worden in afwijking van de algemene regeling die ten aanzien van derde landen geldt, overeenkomstig de volgende bepalingen in de Gemeenschap ingevoerd:
i) produkten waarvoor de op het moment van invoer van kracht zijnde Gemeenschapsbepalingen behalve douanerechten geen andere maatregel inzake de invoer behelzen, kunnen vrij van douanerechten worden ingevoerd;
ii) voor andere dan de sub i) bedoelde produkten neemt de Gemeenschap de nodige maatregelen om een regeling te waarborgen die gunstiger is dan die welke krachtens de clausule van de meestbegunstigde natie voor dezelfde produkten op derde landen wordt toegepast.
b) Indien de ACS-Staten tijdens de toepassingsduur van deze Overeenkomst verzoeken dat nieuwe landbouwprodukties of landbouwprodukten waarvoor een bijzondere regeling vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst geldt, voor een dergelijke regeling in aanmerking moeten komen, onderzoekt de Gemeenschap deze verzoeken in overleg met de ACS-Staten.
c) De sub a) bedoelde regeling treedt tegelijkertijd met deze Overeenkomst in werking en blijft voor de gehele duur daarvan van toepassing.
Indien de Gemeenschap echter gedurende de periode van toepassing van deze Overeenkomst
- een of meer produkten aan een gemeenschappelijke marktordening of aan een bijzondere regeling in het kader van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid onderwerpt, behoudt zij zich het recht voor om na overleg in de Raad van Ministers de invoerregeling voor deze produkten van oorsprong uit de ACS-Staten aan te passen. In dat geval is littera a) van toepassing;
- een gemeenschappelijke marktordening of een bijzondere regeling in het kader van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wijzigt, behoudt zij zich het recht voor om, na overleg in de Raad van Ministers de regeling die voor de produkten van oorsprong uit de ACS-Staten is vastgesteld, te wijzigen. In dat geval verbindt de Gemeenschap zich ertoe om voor de produkten van oorsprong uit de ACS-Staten een voordeel te handhaven dat vergelijkbaar is met dat wat zij voordien genoten ten opzichte van produkten van oorsprong uit derde landen waarvoor de clausule van de meestbegunstigde natie geldt.
d) Wanneer de Gemeenschap het sluiten van een preferentiële overeenkomst met derde Staten overweegt, stelt zij de ACS-Staten hiervan op de hoogte. Op verzoek van de ACS-Staten vindt dan overleg plaats ten einde hun belangen te vrijwaren.
Artikel 3
1. De Gemeenschap past bij de invoer van produkten van oorsprong uit de ACS-Staten geen kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking toe.
2. Lid 1 doet echter geen afbreuk aan de invoerregeling voor de in artikel 2, lid 2, sub a), eerste streepje, bedoelde produkten.
De Gemeenschap stelt de ACS-Staten op de hoogte van de opheffing van de voor deze produkten resterende kwantitatieve beperkingen.
Artikel 4
De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor de verplichtingen die de partijen bij de Overeenkomst zouden aangaan in het kader van internationale basisproduktenovereenkomsten.
Wanneer partijen bij de Overeenkomst het sluiten van dergelijke overeenkomsten overwegen, vindt daarover overleg plaats ten einde de respectieve belangen van alle partijen bij de Overeenkomst in aanmerking te nemen.
Artikel 5
1. Artikel 3 vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen van invoer, uitvoer of doorvoer, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, van de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch bezit of uit hoofde van de bescherming van de industriële en commerciële eigendom.
2. Deze verboden of beperkingen mogen in geen geval een middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel in het algemeen vormen.
3. Indien de toepassing van de in lid 1 genoemde maatregelen raakt aan de belangen van een of meer ACS-Staten, vindt er op verzoek van deze Staten overleg plaats ten einde tot een bevredigende oplossing te komen.
Artikel 6
De regeling voor de invoer van produkten van oorsprong uit de ACS-Staten mag niet gunstiger zijn dan die welke wordt toegepast op de handel tussen de Lid-Staten onderling.
Artikel 7
Indien nieuwe maatregelen of maatregelen die zijn voorgeschreven in het kader van door de Gemeenschap ter verbetering van het goederenverkeer vastgestelde programma's voor de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, de belangen van een of meer ACS-Staten dreigen te schaden, stelt de Gemeenschap de ACS-Staten hiervan door bemiddeling van de Raad van Ministers in kennis alvorens zij deze maatregelen aanneemt.
Ten einde de Gemeenschap in staat te stellen de belangen van de betrokken ACS-Staten in aanmerking te nemen vindt er op verzoek van die Staten overleg plaats ten einde tot een bevredigende oplossing te komen.
Artikel 8
1. Indien bestaande, ter vergemakkelijking van het goederenverkeer vastgestelde voorschriften van de Gemeenschap de belangen van een of meer ACS-Staten schaden, of indien deze belangen worden geschaad door de interpretatie, de toepassing of de uitvoeringsbepalingen van deze voorschriften, vindt er op verzoek van de betrokken ACS-Staten overleg plaats ten einde tot een bevredigende oplossing te komen.
2. Met het oog op een bevredigende oplossing kunnen de ACS-Staten in de Raad van Ministers eveneens andere moeilijkheden op het gebied van het goederenverkeer, die het gevolg zijn van door de Lid-Staten getroffen of voorgenomen maatregelen, aan de orde stellen.
3. De bevoegde Instellingen van de Gemeenschap brengen de Raad van Ministers zoveel mogelijk van dergelijke maatregelen op de hoogte.
Artikel 9
1. Gelet op hun huidige ontwikkelingsbehoeften zijn de ACS-Staten, wat de invoer van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap betreft, tijdens de toepassingsduur van deze Overeenkomst niet gehouden verplichtingen aan te gaan welke overeenkomen met de door de Gemeenschap krachtens dit hoofdstuk aangegane verbintenissen ten aanzien van de invoer van produkten van oorsprong uit de ACS-Staten.
2. a) In het kader van hun handelsverkeer met de Gemeenschap discrimineren de ACS-Staten niet tussen de Lid-Staten en kennen zij de Gemeenschap een behandeling toe die niet minder gunstig is dan de regeling van de meestbegunstigde natie.
b) De sub a) bedoelde behandeling van de meestbegunstigde natie geldt niet voor de economische en commerciële betrekkingen tussen de ACS-Staten onderling of tussen een of meer ACS-Staten en andere ontwikkelingslanden.
Artikel 10
Tenzij zij zulks al ter uitvoering van de ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé heeft gedaan, stelt elk der partijen bij de Overeenkomst binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de Raad van Ministers in kennis van haar douanetarief. Elke partij bij de Overeenkomst deelt eveneens de latere wijzigingen van haar tarief mede naarmate deze in werking treden.
Artikel 11
1. Het begrip "produkten van oorsprong" voor de toepassing van dit hoofdstuk en de desbetreffende methoden van administratieve samenwerking zijn omschreven in Protocol nr. 1.
2. De Raad van Ministers kan alle wijzigingen in Protocol nr. 1 vaststellen.
3. Wanneer het begrip "produkten van oorsprong" voor een bepaald produkt nog niet overeenkomstig lid 1 of lid 2 is omschreven, blijft elk der partijen bij de Overeenkomst haar eigen voorschriften toepassen.
Artikel 12
1. Indien de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk leidt tot ernstige verstoringen in een van de sectoren van het economische leven van de Gemeenschap of van een of meer Lid-Staten of hun externe financiële stabiliteit in gevaar brengt, of indien er moeilijkheden rijzen die achteruitgang in een sector van het economische leven van de Gemeenschap of een regio van de Gemeenschap tot gevolg kunnen hebben, kan de Gemeenschap vrijwaringsmaatregelen nemen of de betrokken Lid-Staat daartoe machtigen. Deze maatregelen, de duur en de uitvoeringsbepalingen daarvan worden onverwijld ter kennis van de Raad van Ministers gebracht.
2. De Gemeenschap en haar Lid-Staten verbinden zich ertoe geen vrijwaringsmaatregelen of andere middelen aan te wenden voor protectionistische doeleinden of ter belemmering van de structurele ontwikkelingen.
3. Deze vrijwaringsmaatregelen moeten beperkt blijven tot die welke bij de verwezenlijking van de doeleinde van deze Overeenkomst de handel tussen de partijen bij de Overeenkomst het minst verstoren en zij mogen nier verder reiken dan strikt noodzakelijk is om de gerezen moeilijkheden te ondervangen.
4. Bij de tenuitvoerlegging van de vrijwaringsmaat regelen wordt rekening gehouden met het bestaande niveau van de export van de betrokken ACS-Staten naar de Gemeenschap en met hun ontwikkelingspotentieel.
Artikel 13
1. Over de toepassing van de vrijwaringsclausule vindt voorafgaand overleg plaats, zowel voor de aanvankelijke tenuitvoerlegging als voor de verlenging van deze maatregelen. De Gemeenschap verschaft de ACS-Staten alle voor dit overleg vereiste inlichtingen alsmede de gegevens die het mogelijk maken te bepalen in hoeverre de invoer van een bepaald produkt uit een of meer ACS-Staten de in artikel 12, lid 1, bedoelde gevolgen heeft teweeggebracht.
2. Wanneer overleg heeft plaatsgehad, treden de vrijwaringsmaatregelen of tussen de betrokken ACS-Staten en de Gemeenschap gemaakte afspraken na afloop van dit overleg in werking.
3. Het in lid 1 en lid 2 bedoelde voorafgaande overleg vormt evenwel geen beletsel voor onmiddellijke beslissingen die de Gemeenschap of haar Lid-Staten overeenkomstig artikel 12, lid 1, zouden kunnen nemen wanneer bijzondere omstandigheden deze beslissingen noodzakelijk maken.
4. Ter vergemakkelijking van het onderzoek van feiten die marktverstoringen kunnen teweegbrengen, wordt er een regeling ingesteld om het statistisch toezicht op de export van bepaalde goederen van de ACS-Staten naar de Gemeenschap te garanderen.
5. De partijen bij de Overeenkomst verbinden zich ertoe geregeld overleg te plegen ten einde tot bevredigende oplossingen te komen voor de problemen die uit de toepassing van de vrijwaringsclausule zouden kunnen voortvloeien.
Artikel 14
De Raad van Ministers gaat op verzoek van de betrokken partijen bij de Overeenkomst na welke economische en sociale gevolgen voortvloeien uit de toepassing van de vrijwaringsclausule.
Artikel 15
Wanneer vrijwaringsmaatregelen worden vastgesteld, gewijzigd of ingetrokken, wordt speciale aandacht besteed aan de belangen van de minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende en insulaire ACS-Staten.
Artikel 16
Ten einde de doeltreffende toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst op het gebied van de commerciële samenwerking te waarborgen, komen de partijen bij de Overeenkomst overeen elkaar inlichtingen te verstrekken en te raadplegen.
Afgezien van de gevallen waarin overleg uitdrukkelijk is voorgeschreven in de artikelen 1 tot en met 15, vindt op verzoek van de Gemeenschap of van de ACS-Staten volgens de procedurevoorschriften van artikel 168, met name in de volgende gevallen, overleg plaats:
1. wanneer de partijen bij de Overeenkomst overwegen handelsmaatregelen te treffen die van invloed zijn op de belangen van een of meer andere partijen bij deze Overeenkomst, moeten zij de Raad van Ministers hiervan in kennis stellen. Er vindt dan op verzoek van de betrokken partijen bij de Overeenkomst overleg plaats ten einde hun respectieve belangen in aanmerking te nemen;
2. wanneer de ACS-Staten tijdens de toepassingsduur van deze Overeenkomst van mening zijn dat andere van de in artikel 2, lid 2, sub a), bedoelde landbouwprodukten dan die welke onder een bijzondere regeling vallen, eveneens voor zulk een regeling in aanmerking komen, kan er in de Raad van Ministers overleg worden gepleegd;
3. wanneer een partij bij de Overeenkomst van mening is dat belemmeringen van het goederenverkeer ontstaan als gevolg van het bestaan, de interpretatie, de toepassing of het beheer van een regeling van een andere partij bij de Overeenkomst;
4. wanneer de Gemeenschap het sluiten van een preferentiële overeenkomst met derde Staten overweegt, stelt zij de ACS-Staten hiervan op de hoogte. Op verzoek van de ACS-Staten vindt dan overleg plaats ten einde hun belangen te vrijwaren;
5. wanneer de Gemeenschap of de Lid-Staten vrijwaringsmaatregelen op grond van artikel 12 nemen, kan er op verzoek van de betrokken partijen bij de Overeenkomst over deze maatregelen overleg in de Raad van Ministers plaatsvinden, met name ten einde te waarborgen dat artikel 12, lid 3, wordt nageleefd.
Hoofdstuk 2 Bijzondere verbintenissen betreffende rum en bananen Artikel 17
Tot de inwerkingtreding van een gemeenschappelijke marktordening voor alcohol worden de produkten van tariefpost 22.09 C I - rum, arak, tafia - van oorsprong uit de ACS-Staten, in afwijking van artikel 2, lid 1, in de Gemeenschap toegelaten overeenkomstig de bepalingen van Protocol nr. 5.
Artikel 18
Ter verbetering van de omstandigheden waarin bananen van oorsprong uit de ACS-Staten worden geproduceerd en afgezet, komen de partijen bij de Overeenkomst overeen de in Protocol nr. 4 bij deze Overeenkomst vermelde doelstellingen te aanvaarden.
Artikel 19
Dit hoofdstuk en de Protocollen nr. 4 en nr. 5 gelden niet voor de betrekkingen tussen de ACS-Staten en de Franse overzeese departementen.
PROTOCOL Nr. 1 betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking
TITEL I Definitie van het begrip "produkten van oorsprong"
Artikel 1
Onverminderd de leden 3 en 4 worden voor de toepassing van de Overeenkomst beschouwd als "produkten van oorsprong" uit een ACS-Staat, mits zij overeenkomstig artikel 5 zijn vervoerd:
a) geheel en al in een of meer ACS-Staten verkregen produkten;
b) in een of meer ACS-Staten verkregen produkten bij de vervaardiging waarvan andere dan de sub a) bedoelde produkten zijn gebruikt, mits deze produkten bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 3.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden de ACS-Staten als één enkel grondgebied beschouwd.
3. Wanneer bepaalde produkten die geheel en al zijn verkregen in de Gemeenschap of in de landen en gebieden, omschreven in verklarende aantekening 9, in een of meer ACS-Staten bewerkingen of verwerkingen ondergaan, worden zij geacht geheel en al in deze ACS-Staat of ACS-Staten verkregen te zijn, mits zij overeenkomstig artikel 5 zijn vervoerd.
4. De in de Gemeenschap of in de landen en gebieden verrichte bewerkingen of verwerkingen worden, wanneer de verkregen produkten later in een of meer ACS-Staten bewerkingen of verwerkingen ondergaan, geacht in een of meer ACS-Staten te zijn verricht, mits de produkten overeenkomstig artikel 5 zijn vervoerd.
5. Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de in twee of meer ACS-Staten verkregen produkten beschouwd als produkten van oorsprong uit de ACS-Staat waar de laatste bewerking of verwerking heeft plaatsgehad, mits aan alle in deze leden gestelde voorwaarden is voldaan. In dit verband worden de in artikel 3, lid 3, sub a), b) c) en d), genoemde bewerkingen of verwerkingen, noch een combinatie daarvan, niet als zodanig beschouwd.
6. De in lijst C van bijlage IV genoemde produkten zijn tijdelijk van de toepassing van dit Protocol uitgesloten. De bepalingen inzake administratieve samenwerking blijven evenwel mutatis mutandis van toepassing op deze produkten.
Artikel 2
Als "geheel en al verkregen" in een of meer ACS-Staten of in de Gemeenschap of in de landen en gebieden, in de zin van artikel 1, lid 1, sub a), en lid 3, worden beschouwd:
a) uit hun bodem of hun zeebodem gewonnen minerale produkten;
b) aldaar geoogste produkten van het plantenrijk;
c) aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
d) produkten afkomstig van levende dieren die aldaar worden opgefokt;
e) produkten van de aldaar bedreven jacht en visserij;
f) produkten van de zeevisserij en andere door hun schepen uit de zee gewonnen produkten;
g) produkten, uitsluitend uit de sub f) bedoelde produkten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;
h) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts kunnen dienen voor het terugwinnen van grondstoffen;
i) afval afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;
j) goederen die aldaar zijn vervaardigd uit geen andere dan de sub a) tot en met i) bedoelde produkten.
Artikel 3
Voor de toepassing van artikel 1, lid 1, sub b), worden als toereikend beschouwd:
a) bewerkingen of verwerkingen die tot gevolg hebben dat de verkregen goederen onder een andere tariefpost komen te vallen dan die waartoe elk der bewerkte of verwerkte produkten behoort, met uitzondering evenwel van de bewerkingen of verwerkingen die zijn opgenomen in lijst A van bijlage II en waarop de bijzondere bepalingen van die lijst van toepassing zijn;
b) bewerkingen of verwerkingen die zijn genoemd in lijst B van bijlage III.
Onder afdelingen, hoofdstukken en tariefposten worden verstaan de afdelingen, hoofdstukken en posten van de nomenclatuur van de Internationale Douaneraad voor de indeling van goederen in douanetarieven.
2. Wanneer voor een bepaald verkregen produkt door een percentageregel in lijst A en in lijst B de waarde van de be- of verwerkte produkten die kunnen worden gebruikt, wordt beperkt, mag de totale waarde van deze produkten, ongeacht of zij binnen de grenzen en onder de voorwaarden, vermeld in elk van deze beide lijsten, tijdens bewerkingen, verwerkingen of de montage onder een andere tariefpost zijn komen te vallen, ten opzichte van de waarde van het verkregen produkt niet hoger zijn dan de waarde die overeenkomt met hetzij, indien de percentages in de beide lijsten gelijk zijn, dat gemeenschappelijke percentage, hetzij het hoogste van deze percentages, indien deze verschillen.
Voor de toepassing van lid 1, sub a), worden de volgende bewerkingen of verwerkingen steeds als ontoereikend beschouwd om het karakter van produkten van oorsprong te verlenen, ongeacht of er verandering van tariefpost plaatsvindt:
a) behandelingen om de bewaring in ongewijzigde staat van goederen tijdens het vervoer en de opslag te verzekeren (luchten, uitleggen, drogen, koelen, leggen in water waaraan zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, verwijdering van beschadigde gedeelten en soortgelijke handelingen);
b) eenvoudige handelingen bestaande in stofvrij maken, zeven, uitzoeken, rangschikken, sorteren (met inbegrip van het samenvoegen van goederensets), wassen, verven en snijden;
c) i) veranderingen in de verpakking en verdeling en samenvoeging van colli;
ii) eenvoudig bottelen, verpakken in zakken, in omhulsels, in blikken, bevestigen op plankjes enzovoorts, en alle andere eenvoudige verpakkingshandelingen;
d) het aanbrengen op de produkten zelf of op hun verpakkingen van merken, etiketten of andere soortgelijke onderscheidingstekens;
e) i) het eenvoudig mengen van produkten van dezelfde soort die een of meer bestanddelen bevatten welke niet voldoen aan de in het Protocol vastgestelde voorwaarden om als produkten van oorsprong uit een ACS-Staat, uit de Gemeenschap of uit een land of gebied te kunnen worden aangemerkt;
ii) het eenvoudig mengen van produkten van verschillende soorten tenzij een of meer bestanddelen van het mengsel voldoen aan de in dit Protocol vastgestelde voorwaarden om als produkten van oorsprong uit een ACS-Staat, uit de Gemeenschap of uit een land of gebied te kunnen worden aangemerkt en mits dit bestanddeel of deze bestanddelen mede het wezenlijk karakter van het eindprodukt bepalen;
f) het eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen om een geheel artikel te vormen;
g) twee of meer van de sub a) tot en met f) genoemde handelingen te zamen;
h) het slachten van dieren.
Artikel 4
Wanneer in de in artikel 3 bedoelde lijsten A en B is bepaald dat de in een ACS-Staat verkregen goederen alleen als goederen van oorsprong daaruit worden beschouwd indien de waarde van de bewerkte of verwerkte produkten een bepaald percentage van de waarde van de verkregen goederen niet overschrijdt, wordt bij de bepaling van dat percentage uitgegaan van de volgende waarden:
- enerzijds, voor produkten waarvan is aangetoond dat zij zijn ingevoerd : hun douanewaarde op het tijdstip van de invoer ; voor produkten van onbepaalde oorsprong : de eerste controleerbare prijs die voor deze produkten is betaald op het grondgebied van de partij bij de Overeenkomst waar de fabricage plaatsvindt;
- anderzijds, de prijs af-fabriek van de verkregen goederen, onder aftrek van de bij uitvoer gerestitueerde of te restitueren binnenlandse belastingen.
Artikel 5
1. Voor de toepassing van artikel 1, leden 1, 3 en 4, worden produkten geacht rechtstreeks van de ACS-Staten naar de Gemeenschap of van de Gemeenschap of de landen en gebieden naar de ACS-Staten te zijn vervoerd, wanneer het vervoer plaatsvindt zonder gebruikmaking van enig ander grondgebied dan dat van deze Staten, landen en gebieden. Het vervoer van produkten die één enkele zending vormen, kan echter plaatsvinden met gebruikmaking van andere grondgebieden dan de bovengenoemde, eventueel met overlading of tijdelijke opslag op die grondgebieden, voor zover het vervoer over die gebieden om geografische of vervoertechnische redenen gerechtvaardigd is en de produkten er niet in de handel zijn gebracht of ten invoer tot verbruik aangegeven en er eventueel geen andere behandelingen hebben ondergaan dan lossen en opnieuw laden, of andere behandelingen ter verzekering van hun bewaring in ongewijzigde staat.
Onderbrekingen en wijzigingen van het vervoer ten gevolge van moeilijkheden op zee of overmacht vormen geen beletsel voor de toepassing van het in dit Protocol vastgestelde preferentiestelsel, mits de produkten tijdens deze wijzigingen of onderbrekingen niet in de handel zijn gebracht of ten invoer tot verbruik zijn aangegeven en geen andere behandelingen hebben ondergaan dan die welke tot doel hebben om hun bewaring in ongewijzigde staat te verzekeren.
Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende documenten aan de bevoegde douancautoriteiten van de Gemeenschap:
a) hetzij een doorvoercognossement dat is opgemaakt in het begunstigde land van uitvoer en onder dekking waarvan het vervoer over het grondgebied van het doorvoerland heeft plaatsgevonden;
b) Hetzij een door de douaneautoriteiten van het doorvoerland afgegeven verklaring die de volgende gegevens bevat:
- een nauwkeurige omschrijving van de goederen;
- de data van lossen of opnieuw laden van de goederen, eventueel met vermelding van de specificaties van de gebruikte schepen;
- een verklaring betreffende de omstandigheden waaronder het verblijf van de goederen heeft plaatsgevonden;
c) hetzij, bij gebreke van bovenstaande documenten, elk stuk dat tot bewijs kan dienen.
TITEL II Methoden van administratieve samenwerking
Artikel 6
1. a) Als bewijs van het karakter van oorsprong van de produkten in de zin van dit Protocol geldt een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1, waarvan men het model in bijlage V aantreft.
b) Voor produkten die over de post worden verzonden (ook in colli) geldt echter als bewijs van de oorsprong in de zin van dit Protocol een formulier EUR. 2, waarvan men het model in bijlage VI aantreft, mits de zendingen uitsluitend produkten van oorsprong bevatten en de waarde per zending niet meer dan 1420 Europese rekeneenheden bedraagt.
c) Tot en met 30 april 1981 wordt voor de omrekening van de Europese rekeneenheid in de nationale valuta van een Lid-Staat van de Gemeenschap de op 30 juni 1978 geldende koers van de Europese rekeneenheid in de nationale valuta van dit land gebruikt. Voor iedere volgende periode van twee jaar is dit de tegenwaarde in de nationale valuta van dit land van de Europese rekeneenheid zoals die van toepassing is op de eerste werkdag van de maand oktober van het jaar dat aan deze periode van twee jaar voorafgaat.
d) Aan het begin van iedere volgende periode van twee jaar kan de Gemeenschap zo nodig ter vervanging van de bovenstaande in Europese rekeneenheid uitgedrukte bedragen en die welke in artikel 16, lid 2, worden genoemd, herziene bedragen vaststellen die zij uiterlijk één maand voor hun inwerkingtreding aan het Comité voor douanesamenwerking dient mede te delen. Deze bedragen dienen alleszins zodanig te worden vastgesteld dat de in de nationale valuta van een bepaald land uitgedrukte waarde van maxima niet vermindert.
e) Indien de goederen in de valuta van een andere Lid-Staat van de Gemeenschap worden gefactureerd, erkent de Lid-Staat van invoer het door de betrokken Lid-Staat medegedeelde bedrag.
2. Wanneer op verzoek van de declarant een onder de hoofdstukken 84 of 85 van de nomenclatuur van de Internationale Douaneraad vallend gedemonteerd of niet gemonteerd artikel onder de door de bevoegde instanties vastgestelde voorwaarden in deelzendingen wordt ingevoerd, wordt dit geacht één enkel artikel te vormen en kan bij de invoer van de eerste deelzending een certificaat inzake goederenverkeer voor het volledige artikel worden overgelegd.
3. Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines of voertuigen worden geleverd, die deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en waarvan de prijs is begrepen in de prijs daarvan of niet afzonderlijk in rekening wordt gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het betrokken materieel of de betrokken machines, apparaten of voertuigen.
4. Assortimenten in de zin van algemene bepaling 3 van de nomenclatuur van de Internationale Douaneraad worden als van oorsprong beschouwd indien alle artikelen waaruit zij zijn samengesteld, van oorsprong zijn. Een assortiment bestaande uit artikelen van oorsprong en artikelen welke niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de artikelen welke niet van oorsprong zijn, niet meer dan 15 % van de totale waarde van het assortiment bedraagt.
Artikel 7
1. Certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 worden bij uitvoer van de goederen waarop zij betrekking hebben, door de douaneautoriteiten van de ACS-Staat van uitvoer afgegeven. Zij worden ter beschikking van de exporteur gehouden, zodra de werkelijke uitvoer plaatsvindt of is verzekerd.
2. Certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 kunnen bij wijze van uitzondering eveneens worden afgegeven na uitvoer van de goederen waarop zij betrekking hebben, wanneer zij door vergissingen, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer werden overgelegd. In dat geval wordt zulks speciaal op de certificaten vermeld, waarbij wordt aangegeven onder welke omstandigheden de afgifte heeft plaatsgevonden.
3. Certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 worden slechts afgegeven op schriftelijk verzoek van de exporteur, die daartoe een formulier van het in bijlage V voorkomende model op de in dit Protocol voorgeschreven wijze invult.
4. Certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 mogen slechts worden afgegeven wanneer zij als bewijsstuk kunnen dienen voor de toepassing van de Overeenkomst.
5. Verzoeken om certificaten inzake goederenverkeer moeten door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer gedurende ten minste drie jaar worden bewaard.
Artikel 8
1. Certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 worden door de douaneautoriteiten van de ACS-Staat van uitvoer afgegeven, indien de goederen kunnen worden beschouwd als produkten van oorsprong in de zin van dit Protocol.
2. Ten einde na te gaan of aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, kunnen de douaneautoriteiten alle bewijsstukken eisen en iedere controle uitoefenen die zij dienstig achten.
3. De douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer moeten erop toezien dat de formulieren, bedoeld in artikel 9, op de juiste wijze zijn ingevuld, Zij gaan met name na of het vak dat voor de omschrijving van de goederen is bestemd, zodanig is ingevuld dat elke mogelijkheid van frauduleuze toevoegingen is uitgesloten. Daartoe mag bij de omschrijving van de goederen geen ruimte tussen de regels worden opengelaten. Wanneer het vak niet geheel is ingevuld, dient onder de laatste regel een horizontale streep te worden getrokken en het niet-ingevulde gedeelte te worden doorgestreept.
4. De datum van afgifte van het certificaat dient te worden vermeld op het gedeelte van de certificaten inzake goederenverkeer dat voor de douane is bestemd.
Artikel 9
1. Certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 worden opgemaakt op het formulier waarvan het model in bijlage V voorkomt. Dit formulier wordt gedrukt in een of meer van de talen waarin de Overeenkomst is opgesteld. De certificaten worden in een van deze talen opgemaakt overeenkomstig het nationale recht van de Staat van uitvoer ; indien een certificaat met de hand wordt opgemaakt, moet het met inkt en in blokletters worden ingevuld.
2. Het formaat van de certificaten is 210 × 297 mm, waarbij voor de lengte een maximumtolerantie van 5 mm minder en 8 mm meer is toegestaan. Het te gebruiken papier moet wit en houtvrij zijn, zodanig gelijmd zijn dat het goed te beschrijven is en ten minste 25 gram per m2 wegen. Het papier moet voorzien zijn van een groenkleurige geguillocheerde onderdruk die elke vervalsing met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.
3. De Staten van uitvoer kunnen het drukken van de certificaten zelf uitvoeren, dan wel overlaten aan drukkerijen die zij daartoe vergunning hebben verleend. In het laatste geval dient op ieder certificaat naar deze vergunning te worden verwezen. Op elk certificaat moeten naam en adres van de drukker worden vermeld of een teken waardoor deze kan worden geïdentificeerd. Voorts moeten alle certificaten van een al dan niet gedrukt serienummer worden voorzien, ten einde ze onderling te kunnen onderscheiden.
Artikel 10
1. Om afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 dient, onder aansprakelijkheid van de exporteur, door deze of door zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger te worden verzocht.
2. De exporteur of diens vertegenwoordiger dient te zamen met zijn verzoek elk nuttig bewijsstuk in dat kan dienen om aan te tonen dat de uit te voeren goederen in aanmerking kunnen komen voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1.
Artikel 11
1. Certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 moeten binnen tien maanden na de datum van afgifte door de douane van de ACS-Staat van uitvoer worden overgelegd op het douanekantoor van de Staat van invoer waar de goederen worden aangeboden.
2. Wanneer de goederen via een haven van een andere ACS-Staat of van andere landen of gebieden dan het land van oorsprong worden verscheept, gaat een nieuwe geldigheidsduur van zes maanden in op de datum waarop door de douaneautoriteiten van de haven van doorvoer in vak 7 van het certificaat EUR. 1 -
de vermelding "transit",
- de naam van het land van doorvoer,
- een datumstempel worden aangebracht.
Deze procedure treedt in werking nadat het model van de gebruikte stempelafdruk aan de Commissie is toegezonden.
De Commissie deelt deze gegevens aan de douaneautoriteiten van de Lid-Staten mede.
3. Vervanging van een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 door een of meer certificaten EUR. 1 is steeds mogelijk, mits zulks plaatsvindt op het douanekantoor waar de goederen zich bevinden.
Artikel 12
In de Staat van invoer worden certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 aan de douaneautoriteiten overgelegd volgens de voorschriften van dat land. Deze autoriteiten hebben het recht daarvan een vertaling te eisen. Zij kunnen bovendien eisen dat de invoeraangifte wordt aangevuld met een verklaring van de importeur dat de goederen voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van de Overeenkomst.
Artikel 13
1. Certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 die na het verstrijken van de in artikel 11 bedoelde indieningstermijn bij de douaneautoriteiten van de Staat van invoer worden overgelegd, kunnen worden aanvaard met het oog op de toepassing van de preferentiële regeling, wanneer men zich ten gevolge van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden niet aan de termijn heeft kunnen houden.
2. Behalve in bovengenoemde gevallen kunnen de douaneautoriteiten van de Staat van invoer de certificaten aanvaarden, wanneer de goederen vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangeboden.
Artikel 14
Indien geringe verschillen worden vastgesteld tussen de op het certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 vermelde gegevens en die welke voorkomen op de documenten die aan het douanekantoor met het oog op het vervullen van de invoerformaliteiten voor de goederen zijn overgelegd, leidt dit niet op zichzelf tot ongeldigheid van het certificaat indien deugdelijk wordt vastgesteld dat dit certificaat op de aangeboden goederen betrekking heeft.
Artikel 15
Formulier EUR. 2, waarvan men het model in bijlage VI aantreft, wordt ingevuld door de exporteur. Het wordt opgemaakt in een der officiële talen waarin de Overeenkomst is opgesteld en in overeenstemming met het nationale recht van de Staat van uitvoer. Indien het formulier met de hand wordt opgemaakt, moet het met inkt en in blokletters worden ingevuld.
Formulier EUR. 2 bestaat uit een enkel deel met een formaat van 210 × 148 mm. Het te gebruiken papier moet wit en houtvrij zijn, zodanig gelijmd dat het goed te beschrijven is en ten minste 64 gram per m2 wegen.
De Staten van uitvoer kunnen het drukken van de formulieren zelf verrichten dan wel overlaten aan drukkerijen die zij daartoe vergunning hebben verleend. In dit laatste geval dient op ieder formulier naar deze vergunning te worden verwezen. Alle formulieren worden voorzien van het onderscheidingsteken dat aan de erkende drukkerij is toegekend, alsmede van een al dan niet gedrukt serienummer, waardoor ze onderling kunnen worden onderscheiden.
Voor elke postzending wordt een formulier EUR. 2 opgemaakt. Na invulling en ondertekening van het formulier hecht de exporteur dit formulier in geval van pakketpostzendingen aan het verzendformulier. Indien het brievenpostzendingen betreft, sluit de exporteur het formulier in het collo.
Deze bepalingen ontslaan de exporteur niet van het vervullen van alle overige formaliteiten volgens de douane- en postvoorschriften.
Artikel 16
1. Goederen die zich in aan particulieren gerichte kleine zendingen of in de persoonlijke bagage van reizigers bevinden, worden als produkten van oorsprong toegelaten, zonder dat een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 moet worden overgelegd, of een formulier EUR. 2 moet worden ingevuld, voor zover het invoer betreft waaraan ieder handelskarakter vreemd is en op voorwaarde dat bij de aangifte wordt verklaard dat de betrokken goederen voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van deze bepalingen en er geen twijfel bestaat omtrent de juistheid van deze verklaring.
2. Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is, wordt beschouwd invoer die een incidenteel karakter draagt en die uitsluitend betrekking heeft op goederen, bestemd om door de reiziger of de geadresseerde persoonlijk dan wel door zijn gezin te worden gebruikt, mits noch de aard, noch de hoeveelheid van de goederen op commerciële bedoelingen wijzen. Bovendien mag de totale waarde van de betrokken goederen niet meer bedragen dan 90 Europese rekeneenheden wat kleine zendingen betreft, en 285 Europese rekeneenheden wat de inhoud van persoonlijke bagage van reizigers betreft.
Artikel 17
Op goederen die uit een van de ACS-Staten naar een tentoonstelling in een ander land dan een ACS-Staat, een Lid-Staat of een land of gebied worden verzonden, en die na de tentoonstelling worden verkocht om te worden ingevoerd in de Gemeenschap, is bij invoer de Overeenkomst van toepassing, mits zij voldoen aan de voorwaarden die in dit Protocol worden gesteld om te worden beschouwd als produkten van oorsprong uit een ACS-Staat en voor zover aan de bevoegde douaneautoriteiten het bewijs wordt geleverd:
a) dat een exporteur deze goederen uit een ACS-Staat heeft verzonden naar het land van de tentoonstelling en aldaar heeft tentoongesteld;
b) dat deze exporteur de goederen heeft verkocht of overgedragen aan een geadresseerde in de Gemeenschap;
c) dat de goederen tijdens de tentoonstelling of onmiddellijk daarna naar de Gemeenschap zijn verzonden in dezelfde staat waarin zij naar de tentoonstelling werden verzonden;
d) dat de goederen vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.
2. Er moet onder de normale voorwaarden aan de douaneautoriteiten een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 worden overgelegd waarop naam en adres van de tentoonstelling vermeld staan. Zo nodig kan een aanvullend bewijsstuk worden gevraagd betreffende de aard van de goederen en de omstandigheden waaronder zij zijn tentoongesteld.
3. Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, jaarbeurzen of soortgelijke openbare manifestaties met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter gedurende welke de goederen onder douanetoezicht blijven, met uitzondering van de voor particuliere doeleinden in winkels of handelslokalen georganiseerde manifestaties die de verkoop van buitenlandse goederen ten doel hebben.
Artikel 18
1. Wanneer een certificaat wordt afgegeven in de zin van artikel 7, lid 2, na de daadwerkelijke uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft, dient de exporteur op de in artikel 7, lid 3, bedoelde aanvraag - plaats en datum van verzending van de goederen, waarop het certificaat betrekking heeft, te vermelden;
- onder opgave van de redenen te verklaren dat bij de uitvoer van de betrokken goederen geen certificaat EUR. 1 is afgegeven.
2. De douaneautoriteiten kunnen slechts a posteriori een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 afgeven na te hebben nagegaan of de in de aanvraag van de exporteur vermelde aanduidingen overeenstemmen met die welke in het overeenkomstige dossier voorkomen.
De a posteriori afgegeven certificaten dienen van een van de volgende vermeldingen te zijn voorzien : "NACHTRÄGLICH AUSGESTELLT", "DÉLIVRÉ A POSTERIORI", "RILASCIATO A POSTERIORI", "AFGEGEVEN A POSTERIORI", "ISSUED RETROSPECTIVELY", "UDSTEDT EFTERFØLGENDE".
Artikel 19
In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 kan de exporteur aan de douaneautoriteiten die het certificaat hebben afgegeven, om een duplicaat verzoeken, dat wordt opgesteld aan de hand van de uitvoerdocumenten die in het bezit van deze autoriteiten zijn.
Op het aldus afgegeven duplicaat dient een van de volgende vermeldingen te worden aangebracht : "DUPLIKAT", "DUPLICATA", "DUPLICATO", "DUPLICAAT", "DUPLICATE".
Artikel 20
1. Wanneer artikel 1, leden 2, 3 en 4, wordt toegepast met het oog op de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1, neemt het bevoegde douanekantoor van de ACS-Staat waarin voor produkten bij de vervaardiging waarvan produkten van herkomst uit andere ACS-Staten, de Gemeenschap of landen en gebieden zijn gebruikt, om de afgifte van genoemd certificaat wordt verzocht, de verklaring volgens het model van bijlage VII in aanmerking die door de exporteur van de Staat, het land of het gebied van herkomst wordt gesteld, hetzij op de handelsfactuur betreffende deze produkten, hetzij op een bijlage bij deze factuur.
2. Het betrokken douanekantoor kan de exporteur evenwel verzoeken om overlegging van het onder de voorwaarden van artikel 21 afgegeven inlichtingenblad, waarvan een model voorkomt in bijlage VIII, hetzij om de echtheid en de juistheid van de inlichtingen, vervat in de in lid 1 bedoeld verklaring, te controleren, hetzij om aanvullende gegevens te verkrijgen.
Artikel 21
Het inlichtingenblad betreffende de be- of verwerkte produkten wordt op verzoek van de exporteur van deze produkten, hetzij in de gevallen bedoeld in artikel 20, lid 2, hetzij op initiatief van deze exporteur, afgegeven door het bevoegde douanekantoor in de Staat, het land of het gebied waaruit deze produkten zijn geëxporteerd. Het wordt opgemaakt in twee exemplaren. Eén exemplaar wordt overhandigd aan de aanvrager, die het doet toekomen hetzij aan de exporteur van de uiteindelijk verkregen produkten, hetzij aan het douanekantoor dat om afgifte van het certificaat inzake het goederenverkeer EUR. 1 voor bedoelde produkten is verzocht. Het tweede exemplaar wordt door het kantoor dat het heeft afgegeven, gedurende ten minste drie jaar bewaard.
Artikel 22
De ACS-Staten treffen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat de goederen die onder dekking van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 worden verhandeld en tijdens hun vervoer in een vrije zone op hun grondgebied verblijven, aldaar worden vervangen of andere behandelingen ondergaan dan die welke voor hun bewaring in ongewijzigde staat gebruikelijk zijn.
Artikel 23
1. De ACS-Staten doen de Commissie de gebruikte stempelafdrukken toekomen met de adressen van de douanediensten die bevoegd zijn voor de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 en voor de controle a posteriori van certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 en formulieren EUR. 2.
De Commissie deelt deze inlichtingen aan de douaneautoriteiten van de Lid-Staten mede.
2. Om de juiste toepassing van deze titel te verzekeren, verlenen de Lid-Staten, de landen en gebieden en de ACS-Staten elkaar, via hun respectieve douanediensten, bijstand ten aanzien van de controle van de echtheid van de certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1, de juistheid van de inlichtingen betreffende de werkelijke oorsprong van de betrokken produkten en van de op de formulieren EUR. 2 gestelde verklaringen van de exporteurs, en de echtheid en de juistheid van de in artikel 20 bedoelde inlichtingenbladen.
Artikel 24
Tegen een ieder die, ten einde een goed onder de preferentiële regeling te doen vallen, hetzij een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen om een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 te verkrijgen, hetzij een formulier EUR. 2 met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen, worden sancties getroffen.
Artikel 25
1. De controle a posteriori van de certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 of van de formulieren EUR. 2 geschiedt door middel van steekproeven en telkens wanneer de douaneautoriteiten van de Staat van invoer gegronde twijfel koesteren over de echtheid van het document of de juistheid van de gegevens betreffende de werkelijke oorsprong van het betrokken goed.
2. Voor de toepassing van lid 1 zenden de douaneautoriteiten van de Staat van invoer het certificaat EUR. 1 of het formulier EUR. 2 dan wel een fotocopie van dit certificaat of dit formulier terug aan de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer, onder eventuele vermelding van de materiële of formele redenen die een onderzoek rechtvaardigen. Zij voegen bij certificaat EUR. 1 of formulier EUR. 2, indien dit is overgelegd, de factuur of een afschrift daarvan en verstrekken alle verkregen inlichtingen die doen vermoeden dat de op dit certificaat of dit formulier vermelde gegevens onjuist zijn.
Indien zij besluiten de toepassing van de Overeenkomst in afwachting van de resultaten van de controle op te schorten, stellen de douaneautoriteiten van de Staat van invoer de importeur voor, de goederen vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.
3. De resultaten van de controle a posteriori worden binnen uiterlijk drie maanden ter kennis van de douaneautoriteiten van de Staat van invoer gebracht. Aan de hand daarvan moet kunnen worden vastgesteld of het betwiste certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 of formulier EUR. 2 geldt voor de werkelijk uitgevoerde goederen en of de preferentiële regeling inderdaad daarop kan worden toegepast.
Wanneer deze geschillen niet tussen de douaneautoriteiten van de Staat van invoer en die van de Staat van uitvoer kunnen worden geregeld, of wanneer zich daarbij een probleem betreffende de interpretatie van dit Protocol voordoet, worden zij voorgelegd aan het in artikel 28 genoemde Comité voor douanesamenwerking.
In alle gevallen is de regeling van geschillen tussen de importeur en de douaneautoriteiten van de Staat van invoer onderworpen aan de wetgeving van deze Staat.
Artikel 26
De controle a posteriori op de in artikel 20 bedoelde inlichtingenbladen geschiedt in de in artikel 25 genoemde gevallen volgens aan de in dat artikel genoemde analoge methoden.
Artikel 27
Overeenkomstig artikel 11 van de Overeenkomst worden de toepassing en de economische consequenties van dit Protocol jaarlijks of telkens wanneer de ACS-Staten of de Gemeenschap een daartoe strekkend verzoek indienen, door de Raad van Ministers aan een onderzoek onderworpen met het doel daarin de noodzakelijk geachte wijzigingen of aanpassingen aan te brengen.
De Raad van Ministers houdt onder meer rekening met de gevolgen welke de technologische ontwikkelingen voor de regels van oorsprong kunnen hebben.
De genomen besluiten worden zo spoedig mogelijk ten uitvoer gelegd.
Artikel 28
1. Er is een Comité voor douanesamenwerking ingesteld dat ermee belast is de administratieve samenwerking met het oog op de juiste en uniforme toepassing van dit Protocol te waarborgen, en elke andere opdracht op douanegebied die het kan worden toevertrouwd, uit te voeren.
2. Het Comité komt op gezette tijden bijeen, met name ter voorbereiding van de besluiten die krachtens artikel 27 door de Raad van Ministers worden genomen.
3. Het Comité neemt overeenkomstig artikel 30 besluiten in verband met afwijkingen van dit Protocol.
4. Het Comité is samengesteld uit deskundigen van de Lid-Staten en ambtenaren van de Commissie onder wier bevoegdheid douaneaangelegenheden vallen, enerzijds, en uit deskundigen die de ACS-Staten vertegenwoordigen en ambtenaren van regionale groeperingen van de ACS-Staten die verantwoordelijk zijn voor douaneaangelegenheden, anderzijds.
Artikel 29
Het Comité voor douanesamenwerking onderzoekt op gezette tijden welke gevolgen de toepassing van de oorsprongsregels voor de ACS-Staten, in het bijzonder voor de minst ontwikkelde ACS-Staten, meebrengen en doet de Raad van Ministers aanbevelingen voor passende maatregelen toekomen.
Artikel 30
1. Wanneer zulks op grond van de ontwikkeling van bestaande industrieën of de vestiging van nieuwe industrieën gerechtvaardigd is, kan het Comité afwijkingen van dit Protocol vaststellen. Met het oog hierop brengt c.q. brengen de betrokken ACS-Staat of ACS-Staten, voordat of wanneer de ACS-Staten het Comité inlichten, een daartoe strekkend verzoek ter kennis van de Gemeenschap onder overlegging van een overeenkomstig verklarende aantekening 10 samengesteld dossier van bewijsstukken.
Bij het onderzoek van de aanvragen wordt in het bijzonder rekening gehouden met:
a) het ontwikkelingsniveau of de geografische ligging van de betrokken ACS-Staat of ACS-Staten;
b) omstandigheden waarbij de toepassing van de oorsprongsregels van aanzienlijke invloed zou zijn op de mogelijkheid voor een bestaande industrie in een ACS-Staat om haar uitvoer naar de Gemeenschap te handhaven en in het bijzonder omstandigheden waarbij de toepassing van deze regels tot stopzetting van haar activiteiten zou leiden;
c) specifieke gevallen waarin duidelijk kan worden aangetoond dat de oorsprongsregels belangrijke investeringen in een industrie zouden kunnen ontmoedigen en waarin dank zij een afwijking zou worden bijgedragen tot de verwezenlijking van een investeringsprogramma, waardoor naleving van deze regels in verschillende fasen mogelijk wordt gemaakt.
3. In alle gevallen dient te worden nagegaan of de regels inzake cumulatie van oorsprong geen oplossing bieden voor het probleem.
Wanneer het verzoek om een afwijking een van de minst ontwikkelde ACS-Staten betreft, wordt dit in een geest van welwillendheid onderzocht, waarbij met name rekening wordt gehouden met:
a) de economische en sociale weerslag van de te nemen besluiten ten aanzien van de werkgelegenheid;
b) de noodzaak de afwijking toe te passen gedurende een periode bij de vaststelling waarvan de bijzondere situatie van de betrokken ACS-Staat en de moeilijkheden waarmede deze te kampen heeft, in aanmerking worden genomen.
5. Bij het onderzoek, dat voor ieder geval afzonderlijk plaatsvindt, wordt in het bijzonder rekening gehouden met de mogelijkheid om het oorsprongskarakter te verlenen aan produkten bij de samenstelling waarvan produkten zijn verwerkt welke van oorsprong zijn uit ontwikkelingslanden die aan een ACS-Staat grenzen of waarmee een ACS-Staat of de ACS-Staten bijzondere betrekkingen onderhouden, mits er een bevredigende administratieve samenwerking tot stand kan worden gebracht.
6. Het Comité draagt er zorg voor dat zo spoedig mogelijk en in ieder geval uiterlijk drie maanden nadat de kwestie aan de Gemeenschap is voorgelegd, een besluit wordt genomen. Indien het Comité geen besluit neemt, wordt het Comité van Ambassadeurs verzocht tijdens de maand volgende op de datum waarop het is benaderd, een uitspraak te doen.
7. a) De afwijkingen gelden voor een door het Comité vast te stellen periode die in het algemeen twee jaar bedraagt. Waaneer de afwijking een van de minst ontwikkelde ACS-Staten betreft, kan deze periode op maximaal drie jaar worden gebracht.
b) Het afwijkingsbesluit kan in verlenging van één jaar voorzien zonder dat hiervoor een nieuw besluit van het Comité vereist is, op voorwaarde dat door de betrokken ACS-Staat of ACS-Staten drie maanden vóór het einde van iedere periode wordt aangetoond dat nog niet kan worden voldaan aan die bepalingen van dit Protocol waarop de afwijking betrekking heeft.
c) Indien tegen de verlenging bezwaar wordt aangetekend, onderzoekt het Comité dit bezwaar ten spoedigste en besluit al dan niet tot nieuwe verlenging van de afwijking. Het Comité gaat hierbij te werk volgens de procedure van lid 6. Alle dienstige maatregelen worden genomen om te voorkomen dat zich onderbrekingen in de toepassing van de afwijking voordoen.
Artikel 31
De partijen bij de Overeenkomst komen overeen, zodra de Overeenkomst is ondertekend, ieder verzoek om afwijking van dit Protocol in een passend institutioneel kader te onderzoeken, ten einde ervoor te zorgen dat de afwijkingen op dezelfde datum in werking kunnen treden als de Overeenkomst.
Artikel 32
De bij dit Protocol gevoegde bijlagen maken daarvan een integrerend deel uit.
Artikel 33
De Gemeenschap en de ACS-Staten nemen ieder voor zich de voor de tenuitvoerlegging van dit Protocol vereiste maatregelen.
BIJLAGE I
VERKLARENDE AANTEKENINGEN Aantekening 1 - ad artikelen 1 en 2 (1)
De termen "een of meer ACS-Staten", "Gemeenschap" en "landen en gebieden" omvatten eveneens de territoriale wateren.
Schepen waarmee in volle zee wordt gevist, met inbegrip van fabrieksschepen aan boord waarvan de eigen vangst wordt verwerkt of bewerkt, worden geacht deel uit te maken van het grondgebied van de ACS-Staat of ACS-Staten, de Gemeenschap of de landen en gebieden waartoe zij behoren, mits zij aan de in aantekening 6 genoemde voorwaarden voldoen.
Aantekening 2 - ad artikel 1, lid 1, sub b)
Om te bepalen of een produkt van oorsprong is uit de ACS-Staten, uit de Gemeenschap, dan wel uit een land of gebied, wordt niet nagegaan of de voor de verkrijging van de eindprodukten gebruikte elektrische energie, brandstoffen, installaties en uitrusting, machines en gereedschappen alsmede de produkten die bij de vervaardiging worden gebruikt doch niet in de uiteindelijke samenstelling van de artikelen voorkomen, al dan niet van oorsprong zijn uit derde landen.
Aantekening 3 - ad artikel 1
Wanneer een percentageregel wordt toegepast ter bepaling van het oorsprongskarakter van een in een ACS-Staat verkregen produkt, komt de ten gevolge van de in artikel 1 bedoelde bewerkingen of verwerkingen toegevoegde waarde overeen met de prijs af-fabriek van het verkregen produkt, verminderd met de douanewaarde van de in de Gemeenschap, in de ACS-Staten en in de landen en gebieden ingevoerde produkten van derde landen.
Aantekening 4 - ad artikel 3, leden 1 en 2, en ad artikel 4
De percentageregel is, wanneer het produkt in lijst A voorkomt, een criterium dat moet worden toegepast naast het criterium betreffende de verandering van tariefpost voor het eventueel gebruikte produkt dat geen produkt van oorsprong is.
Aantekening 5 - ad artikel 1
Voor de toepassing van de oorsprongsregels worden verpakkingen geacht een geheel te vormen met de goederen die zij bevatten. Deze bepaling is echter niet van toepassing op de verpakkingen die van een voor het verpakte produkt ongebruikelijke type zijn en die naast hun functie van verpakkingsmateriaal een eigen, duurzame gebruikswaarde bezitten.
Aantekening 6
De uitdrukking "hun schepen" heeft slechts betrekking op schepen:
- die zijn ingeschreven of geregistreerd in een Lid-Staat of een ACS-Staat;
- die de vlag voeren van een Lid-Staat of een ACS-Staat;
- die voor ten minste de helft het eigendom zijn van onderdanen van de Staten die partij zijn bij de Overeenkomst of van een vennootschap waarvan het hoofdkantoor in een van die Staten is gevestigd, waarvan de zaakvoerder of zaakvoerders dan wel bestuurder of bestuurders, de voorzitter van de raad van beheer of van de raad van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn van de Staten die partij zijn bij de Overeenkomst en waarvan bovendien, voor zover het personenvennootschappen en vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid betreft, (1) Voor deze regels wordt verwezen naar het onderzoek waarvan sprake is in de gemeenschappelijke verklaring betreffende de oorsprong van visserijprodukten (blz. 173). publiekrechtelijke lichamen of aan onderdanen van genoemde Staten;
- waarvan de bemanning, met inbegrip van de officieren, voor ten minste 50 % bestaat uit onderdanen van de Staten die partij zijn bij de Overeenkomst.
Aantekening 7 - ad artikel 4
Onder "prijs af-fabriek" wordt verstaan de prijs die is betaald aan de fabrikant in wiens onderneming een bewerking of verwerking heeft plaatsgevonden, met inbegrip van de waarde van alle bewerkte of verwerkte produkten.
Onder "douanewaarde" wordt verstaan de douanewaarde als bepaald in het op 15 december 1950 te Brussel ondertekende Verdrag nopens de waarde van goederen in douanezaken.
Aantekening 8 - ad artikel 23
De geraadpleegde autoriteiten verstrekken alle inlichtingen omtrent de voorwaarden waaronder het produkt is bewerkt, met name de voorwaarden waaronder de oorsprongsregels in de verschillende ACS-Staten, de Lid-Staten of de landen of gebieden in acht zijn genomen.
Aantekening 9 - ad artikel 1, lid 3
Onder "landen en gebieden" in de zin van dit Protocol worden verstaan : de in het vierde deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap bedoelde landen en gebieden.
Aantekening 10 - ad artikel 30, lid 1
Ten einde het onderzoek van het Comité voor douanesamenwerking met betrekking tot verzoeken om afwijkingen te vergemakkelijken dient de aanvragende ACS-Staat ter staving van zijn verzoek een zo volledig mogelijk dossier in dat met name op de volgende punten betrekking heeft:
- omschrijving van het eindprodukt,
- aard en hoeveelheid van de produkten van oorsprong uit derde landen,
- aard en hoeveelheid van de produkten van oorsprong uit de ACS-Staten, de Gemeenschap of de landen en gebieden of die aldaar worden verwerkt,
- fabricageprocédé,
- toegevoegde waarde,
- aantal werknemers van het betrokken bedrijf,
- verwachte omvang van de uitvoer naar de Gemeenschap,
- andere mogelijke voorzieningsbronnen voor grondstoffen,
- verantwoording van de duur van de gevraagde afwijking gezien het verrichte onderzoek naar nieuwe voorzieningsbronnen,
- andere opmerkingen.
Zulks geldt eveneens voor de eventuele verlengingen.
De in lid 6 van artikel 30 bedoelde termijn gaat in op het ogenblik waarop de kwestie aan de Gemeenschap wordt voorgelegd.
BIJLAGE II
LIJST A
Lijst van bewerkingen of verwerkingen van produkten die niet van oorsprong zijn, welke een verandering van tariefpost meebrengen, doch aan de daardoor verkregen produkten niet of slechts onder bepaalde voorwaarden het karakter van "produkten van oorsprong" verlenen
BIJLAGE III
LIJST B
Lijst van bewerkingen of verwerkingen van produkten die niet van oorsprong zijn, welke geen verandering van tariefpost meebrengen, doch aan de daardoor verkregen produkten niettemin het karakter van "produkten van oorsprong" verlenen
BIJLAGE IV
LIJST C
Lijst van produkten die van de toepassing van dit Protocol zijn uitgesloten
BIJLAGE V
CERTIFICAAT INZAKE GOEDERENVERKEER
AANVRAAG TOT AFGIFTE VAN EEN CERTIFICAAT INZAKE GOEDERENVERKEER
VERKLARING VAN DE EXPORTEUR
BIJLAGE VI
BIJLAGE VII MODEL VAN DE VERKLARING
BIJLAGE VIII
PROTOCOL Nr. 4 betreffende bananen
De Gemeenschap en de ACS-Staten komen overeen de volgende doelstellingen te aanvaarden ter verbetering van de omstandigheden waarin de bananen van de ACS-Staten worden geproduceerd en afgezet, en de vereiste maatregelen voor de verwezenlijking daarvan te treffen.
Artikel 1
Voor zijn uitvoer van bananen naar de markten van de Gemeenschap wordt geen enkele ACS-Staat, wat de toegang tot zijn traditionele markten en de voordelen op die markten betreft, in een minder gunstige positie geplaatst dan vroeger of thans.
Artikel 2
De betrokken ACS-Staten en de Gemeenschap zullen onderling overleg plegen om na te gaan welke maatregelen moeten worden uitgevoerd ter verbetering van de omstandigheden met betrekking tot de produktie en afzet van bananen. Daartoe zullen alle middelen worden aangewend waarin in het kader van de financiële en technische samenwerking is voorzien. Deze maatregelen zullen zodanig worden uitgewerkt dat de ACS-Staten, inzonderheid Somalië, met inachtneming van hun eigen situatie in staat worden gesteld hun concurrentiepositie zowel op hun traditionele markten als op de andere markten van de Gemeenschap te verbeteren. De maatregelen zullen worden uitgevoerd in alle stadia, van het produktie- tot het verbruiksstadium, en zullen in het bijzonder betrekking hebben op:
- verbetering van de omstandigheden met betrekking tot de produktie, de oogst, de behandeling en het intern transport;
- bevordering van de handel.
Artikel 3
Ter verwezenlijking van deze doelstellingen komen de twee partijen overeen overleg te plegen in een permanente gemengde groep, bijgestaan door een groep deskundigen, die tot taak heeft de specifieke problemen die bij de toepassing van dit Protocol rijzen, doorlopend te bestuderen ten einde oplossingen voor te stellen.
Artikel 4
Indien de bananenproducerende ACS-Staten besluiten een gemeenschappelijke organisatie op te richten om de doelstellingen van dit Protocol te verwezenlijken, zal de Gemeenschap een dergelijke organisatie steunen en de verzoeken in overweging nemen die eventueel tot haar worden gericht om steun te verlenen voor die werkzaamheden van de organisatie welke passen in het kader van de regionale acties op het gebied van de financiële en technische samenwerking.
PROTOCOL Nr. 5 betreffende rum Artikel 1
Tot de inwerkingtreding van een gemeenschappelijke marktordening voor alcohol worden de produkten van postonderverdeling 22.09 C I, van oorsprong uit de ACS-Staten, in de Gemeenschap met vrijdom van douanerechten toegelaten onder voorwaarden die de ontwikkeling van de traditionele handelsstromen tussen de ACS-Staten en de Gemeenschap enerzijds en tussen de Lid-Staten anderzijds mogelijk maken.
Artikel 2
a) Voor de toepassing van artikel 1 stelt de Gemeenschap, in afwijking van artikel 2, lid 1, van de Overeenkomst, jaarlijks de hoeveelheden die met vrijdom van douanerechten mogen worden ingevoerd, vast op basis van de grootste jaarlijkse hoeveelheden die uit de ACS-Staten in de Gemeenschap zijn ingevoerd in de laatste drie jaren waarover statistieken beschikbaar zijn, vermeerderd met een jaarlijks groeipercentage van 40 op de markt van het Verenigd Koninkrijk en van 18 op de andere markten van de Gemeenschap.
b) Wanneer de toepassing van littera a) de ontwikkeling van een traditionele handelsstroom tussen de ACS-Staten en een Lid-Staat belemmert, treft de Gemeenschap de nodige maatregelen om deze situatie te ondervangen.
c) Indien het verbruik van rum in de Lid-Staten aanzienlijk toeneemt, verbindt de Gemeenschap zich ertoe, het in dit Protocol vastgestelde jaarlijkse stijgingspercentage opnieuw te bestuderen.
d) De Gemeenschap verklaart zich bereid passend overleg te plegen alvorens de sub b) bedoelde maatregelen vast te stellen.
e) Voorts verklaart de Gemeenschap zich bereid met de betrokken ACS-Staat na te gaan met welke maatregelen hun verkoop van rum op de niet-traditionele markten kan worden opgevoerd.
Artikel 3
Ter verwezenlijking van deze doelstellingen komen de partijen overeen overleg te plegen in een gemengde werkgroep die tot taak heeft doorlopend de specifieke problemen te bestuderen die rijzen bij de toepassing van dit Protocol.
Artikel 4
Op verzoek van de ACS-Staten verleent de Gemeenschap in het kader van titel I, hoofdstuk 3, de ACS-Staten hulp bij de bevordering en ontwikkeling van hun afzet van rum op de traditionele en niet-traditionele markten in de Gemeenschap.
SLOTAKTE
De gevolmachtigden
van de Raad van de Europese Gemeenschappen,
enerzijds, en
de gevolmachtigde
van de President van de Republiek Zimbabwe,
anderzijds,
bijeengekomen te Luxemburg op 4 november 1980, voor de ondertekening van het Interimakkoord tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Zimbabwe, hebben de volgende teksten vastgesteld:
- het Interimakkoord tussen e Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Zimbabwe, en de bijlage daarvan,
- Protocol nr. 1 betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking,
- Protocol nr. 4 betreffende bananen,
- Protocol nr. 5 betreffende rum, welke protocollen een integrerend deel van de op 31 oktober 1979 te Lomé ondertekende tweede ACS-EEG-Overeenkomst vormen.
De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigde van Zimbabwe hebben tevens overeenstemming bereikt over de toepasselijkheid, mutatis mutandis, van de hierna genoemde, aan de Slotakte van de Overeenkomst gehechte verklaringen:
1. Gemeenschappelijke verklaring betreffende de regeling inzake de toelating van de in artikel 2, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde produkten van oorsprong uit de ACS-Staten tot de markten van de Franse overzeese departementen (bijlage II)
2. Gemeenschappelijke verklaring ad artikel 9 en artikel 11 van de Overeenkomst (bijlage III)
3. Gemeenschappelijke verklaring betreffende de produkten die onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid vallen (bijlage IV)
4. Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 1 (bijlage XX)
5. Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 5 (bijlage XXII)
6. Gemeenschappelijke verklaring ad artikel 1 van Protocol nr. 5 (bijlage XXIII)
7. Gemeenschappelijke verklaring ad artikel 4 van Protocol nr. 5 (bijlage XXIV).
Zij hebben bovendien de tekst vastgesteld van de volgende gemeenschappelijke verklaring: 8.
Gemeenschappelijke verklaring ad artikel 9, lid 2:
Gelet op artikel 9 van de tweede ACS-EEG-Overeenkomst en op de verklaring in bijlage XXVIII bij de Overeenkomst, erkent de Gemeenschap en verklaart de Regering van Zimbabwe dat:
- indien wijzigingen van het douanetarief van Zimbabwe en van zijn preferentiële regelingen met een ontwikkeld derde land worden overwogen, de Regering van Zimbabwe met betrekking tot die voornemens onmiddellijk in overleg zal treden met de Gemeenschap;
- de Regering van Zimbabwe en de Gemeenschap op verzoek van één van beide partijen onmiddellijk overleg plegen, telkens wanneer de aan een ander ontwikkeld land toegekende preferentiële behandeling zou kunnen worden geacht aanleiding te geven tot een minder gunstige behandeling voor de uitvoer van de Gemeenschap.
De gevolmachtigde van de Republiek Zimbabwe heeft akte genomen van de inhoud, mutatis mutandis, van de hierna genoemde, aan de Slotakte van de Overeenkomst gehechte verklaringen:
9. Verklaring van de Gemeenschap betreffende de liberalisering van de handel (bijlage XXV)
10. Verklaring van de Gemeenschap ad artikel 2, lid 2, van de Overeenkomst (bijlage XXVI)
11. Verklaring van de Gemeenschap ad artikel 3 van de Overeenkomst (bijlage XXVII)
12. Verklaring van de Gemeenschap ad artikel 9, lid 2, sub a) van de Overeenkomst (bijlage XXVIII)
13. Verklaring van de Gemeenschap ad artikel 12, lid 3, van de Overeenkomst (bijlage XXIX)
14. Verklaring van de Gemeenschap betreffende de artikelen 30 en 31 van Protocol nr. 1 (bijlage XXXVI).
Til bekræftelse af dette har de undertegnede befuldmægtigede sat deres underskrifter under denne slutakt.
Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmächtigten ihre Unterschriften unter diese Schlußakte gesetzt.
In witness whereof, the undersigned Plenipotentiaries have affixed their signatures below this Final Act.
En foi de quoi, les plénipotentiaires soussignés ont apposé leurs signatures au bas du présent acte final.
In fede di che, i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce al presente atto finale.
Ten blijke waarvan de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Slotakte hebben gesteld.
Udfærdiget i Luxembourg, den fjerde november nitten hundrede og firs.
Geschehen zu Luxemburg am vierten November neunzehnhundertachtzig.
Done at Luxembourg on the fourth day of November in the year one thousand nine hundred and eighty.
Fait à Luxembourg, le quatre novembre mil neuf cent quatre-vingt.
Fatto a Lussemburgo, addì quattro novembre millenovecentoottanta.
Gedaan te Luxemburg, de vierde november negentienhonderd tachtig.
For Rådet for De europæiske Fællesskaber
Für den Rat der Europäischen Gemeinschaften
For the Council of the European Communities
Pour le Conseil des Communautés européennes
Per il Consiglio delle Comunità europee
Voor de Raad van de Europese Gemeenschappen
For præsidenten for republikken Zimbabwe
Für den Präsidenten der Republik Simbabwe
For the President of the Republic of Zimbabwe
Pour le président de la république du Zimbabwe
Per il Presidente della Repubblica di Zimbabwe
Voor de President van de Republiek Zimbabwe
Verklaring van de Gemeenschap betreffende de regeling inzake de toelating van de in artikel 2, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde produkten van oorsprong uit de ACS-Staten tot de markten van de Franse overzeese departementen (Bijlage II)
De partijen bij de Overeenkomst bevestigen wederom dat de hoofdstukken 1 en 3 van titel I van de Overeenkomst van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de ACS-Staten en de Franse overzeese departementen.
De Gemeenschap zal de mogelijkheid hebben om tijdens de toepassingsduur van de Overeenkomst wijzigingen aan te brengen in de regeling inzake de toelating van de in artikel 2, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde produkten van oorsprong uit de ACS-Staten tot de markten van de Franse overzeese departementen, indien de economische ontwikkeling van deze departementen zulks vereist.
Bij het bezien van een eventuele toepassing van deze mogelijkheid houdt de Gemeenschap rekening met het rechtstreekse handelsverkeer tussen de ACS-Staten en de Franse overzeese departementen. De informatie- en overlegprocedures zijn tussen de betrokken partijen van toepassing overeenkomstig het bepaalde in artikel 16.
Gemeenschappelijke verklaring ad artikel 9 en artikel 11 van de Overeenkomst (Bijlage III)
Indien de ACS-Staten een speciale tariefregeling toepassen op de invoer van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden de bepalingen van Protocol nr. 1 mutatis mutandis toegepast. In alle andere gevallen waarin de door de ACS-Staten toegepaste invoerregeling het bewijs van de oorsprong vereist, aanvaarden deze Staten de certificaten van oorsprong die in overeenstemming zijn met de bepalingen van de internationale overeenkomsten ter zake.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de produkten die onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid vallen (Bijlage IV)
De partijen hij de Overeenkomst erkennen dat voor de produkten die onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid vallen, speciale voorschriften en regelingen gelden, in het bijzonder met betrekking tot vrijwaringsmaatregelen. De bepalingen van de Overeenkomst betreffende de vrijwaringsclausule zijn op deze produkten slechts van toepassing voor zover zij verenigbaar zijn met het speciale karakter van deze voorschriften en regelingen.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 1 (Bijlage XX)
1. Ter uitvoering van artikel 5, lid 2, sub c), van het Protocol is het zeevervoerdocument dat wordt afgegeven in de eerste haven van inscheping op weg naar de Gemeenschap, gelijkwaardig aan het doorvoercognossement voor produkten waarvoor certificaten inzake goederenverkeer worden afgegeven in niet aan zee grenzende ACS-Staten.
2. Voor produkten die uit niet aan zee grenzende ACS-Staten worden uitgevoerd en elders dan in de ACS-Staten of de in verklarende aantekening 9 bedoelde landen en gebieden worden opgeslagen, kunnen certificaten inzake goederenverkeer worden afgegeven onder de voorwaarden van artikel 7, lid 2.
3. Ter uitvoering van artikel 7, lid 1, van het Protocol worden de door een bevoegde instantie afgegeven en door de douaneautoriteiten afgetekende EUR. 1 certificaten aanvaard.
4. Ten einde de ondernemingen uit de ACS-Staten te helpen bij het opsporen van nieuwe bevoorradingsmogelijkheden om aldus optimaal profijt te kunnen trekken van de bepalingen van het Protocol inzake de cumulatie van oorsprong, zal er zorg voor worden gedragen dat het Centrum voor industriële ontwikkeling het bedrijfsleven in de ACS-Staten ter zijde staat hij het leggen van de nodige contacten met leveranciers uit de ACS-Staten, de Gemeenschap en de landen en gebieden, mede ter bevordering van de industriële samenwerking tussen de verschillende ondernemers.
De partijen bij de Overeenkomst komen bovendien overeen dat er ten behoeve van de betrokken diensten en exporteurs een handleiding betreffende de oorsprongsregels zal worden opgesteld. Zij zijn voornemens in het kader van de verspreiding van deze handleiding voorlichtingsbijeenkomsten te organiseren.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 5 (Bijlage XXII)
De Lid-Staten verbinden zich ertoe te waarborgen dat hun vergunningenstelsel niet door de nationale autoriteiten zodanig wordt toegepast dat daardoor de invoer van de in artikel 2, sub a), vermelde hoeveelheden rum wordt belemmerd.
Gemeenschappelijke verklaring ad artikel 1 van Protocol nr. 5 (Bijlage XXIII)
Indien de Gemeenschap een gemeenschappelijke ordening van de alcoholmarkten vaststelt, verbindt zij zich tot het voeren van overleg met de traditionele rumexporteurs ten einde hun belangen bij veranderende marktvoorwaarden te waarborgen.
Gemeenschappelijke verklaring ad artikel 4 van Protocol nr. 5 (Bijlage XXIV)
De partijen bij de Overeenkomst stellen vast dat de Gemeenschap de bepalingen van artikel 4 heeft aanvaard op voorwaarde dat:
a) iedere ACS-Staat die gebruik wenst te maken van deze bepalingen, passende projecten tot bevordering van de afzet van rum in zijn nationaal indicatief programma opneemt;
b) de instemming van de Gemeenschap de wetgeving van de Lid-Staten ter zake van reclame voor alcohol geheel onverlet laat.
Verklaring van de Gemeenschap betreffende de liberalisering van de handel (Bijlage XXV)
De Gemeenschap is zich bewust van de noodzaak om in alle toepassingsgevallen van deze Overeenkomst het behoud van de concurrentiepositie van de ACS-Staten te garanderen wanneer hun handelsvoordeel op de markt van de Gemeenschap in het gedrang komt door maatregelen in verband met een algemene liberalisering van de handel.
De Gemeenschap verklaart zich bereid om, telkens wanneer ACS-Staten haar een specifiek geval voorleggen, gezamenlijk de nodige speciale maatregelen te bestuderen om de belangen van de ACS-Staten te vrijwaren.
Verklaring van de Gemeenschap ad artikel 2, lid 2, van de Overeenkomst (Bijlage XXVI)
Voor de toepassing van artikel 2, lid 2, van de Overeenkomst is de Gemeenschap bereid, met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 1 van de Overeenkomst vastgestelde doeleinden, een begin te maken met de behandeling van de verzoeken van de ACS-Staten om ook andere landbouwprodukten, bedoeld in artikel 2, lid 2, sub a), van de Overeenkomst, in aanmerking te laten komen voor een bijzondere regeling.
Deze behandeling zal betrekking hebben of wel op nieuwe landbouwprodukties waarvoor reële mogelijkheden tot uitvoer naar de Gemeenschap bestaan, of wel op bestaande produkten die niet onder uitvoeringsbepalingen van bovenbedoelde regeling vallen, voor zover deze uitvoer een belangrijke plaats inneemt in de uitvoer van één of meer ACS-Staten.
Verklaring van de Gemeenschap ad artikel 3 van de Overeenkomst (Bijlage XXVII)
Artikel 3, lid 1, van de Overeenkomst doet geen afbreuk aan de bijzondere regeling voor de invoer van motorvoertuigen en de motorvoertuigenassemblage-industrie in Ierland, neergelegd in Protocol nr. 7 bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen.
Top