Nr. C 322/14 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
Ontwerp-resolutie van de Raad betreffende de langdurige werkloosheid
DE RAAD VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap,
Gezien de door de Commissie ingediende ontwerp-
resolutie,
Gezien het advies van het Europese Parlement,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal
Comité,
Overwegende dat de Raad de Commissie in de geza-
menlijke zitting van de ministers van Economische
en Financiële Zaken en de ministers van Werkgele-
genheid en Sociale Zaken van 16 november 1982
heeft verzocht een studie te maken over de langdu-
rige werkloosheid en over mogelijke voorstellen
voor acties om deze te verhelpen;
Overwegende dat de Raad in zijn zitting van 28 juni
1982 van de ministers van Werkgelegenheid en So-
ciale Zaken nogmaals blijk heeft gegeven van zijn
diepe bezorgdheid over het aanhoudend hoge peil
van de werkloosheid en de noodzaak heeft erkend
van aanvullende acties alsmede de noodzaak dat
dergelijke maatregelen verenigbaar zijn met bijzon-
dere maatregelen, met name maatregelen die beogen
langdurig werklozen te helpen;
Overwegende dat het probleem van de langdurige
werkloosheid uiterst ernstige afmetingen heeft aan-
genomen en dat het voortduren van een hoge totale
werkloosheid tot verdere verergering hiervan leidt;
Overwegende dat doelmatiger maatregelen op het
gebied van het arbeidsmarkt- en het sociale beleid
wezenlijke onderdelen vormen van het te voeren
beleid en dienen te worden gekoppeld aan een
ruimer beleid tot bevordering van de economische
groei en de schepping van werkgelegenheid, voor-
name elementen van een strategie gericht op het op
peil houden en versterken van de communautaire
economie;
Overwegende dat het voortduren van langdurige
werkloosheid op de huidige schaal een belemmering
vormt voor de verwezenlijking van de doelstelling
van de Gemeenschap de kwaliteit van haar arbeids-
krachten te verbeteren;
Overwegende dat toenemende langdurige werkloos-
heid symptomatisch is voor onder andere een gebrek
aan flexibiliteit van de communautaire arbeidsmarkt
dat met spoed moet worden verholpen, wil de toe-
neming van de werkgelegenheid worden hersteld;
Overwegende dat niet mag worden toegestaan dat
de druk van de sociale overdrachten op de over-
heidsbegrotingen leiden tot een verdere verlaging
van de levensstandaard van langdurig werklozen;
Overwegende dat langdurig werklozen bij de laat-
sten zullen zijn die van een opleving van de werkge-
legenheid zullen profiteren en dat de beleidsacties in
het kader van een algemene strategie tot bestrijding
van de langdurige werkloosheid derhalve dienen te
worden versterkt en ontwikkeld,
NEEMT DE VOLGENDE RESOLUTIE AAN:
I. ALGEMENE RICHTLIJNEN
De Raad is van mening dat een doelmatig beleid
van de Gemeenschap tot bestrijding van de langdu-
rige werkloosheid vraagt om zowel individuele als
gezamenlijke acties van de regeringen en de sociale
partners, op regionaal en plaatselijk zowel als op
nationaal niveau, aangemoedigd en gesteund op
communautair niveau.
De te treffen specifieke maatregelen dienen erop
gericht te zijn zwakke punten in het bestaande werk-
gelegenheids- en sociaal beleid weg te werken
door:
— grotere inspanningen tot schepping van nieuwe
arbeidsmogelijkheden en tot verbetering van de
flexibiliteit en het aanpassingsvermogen van de
arbeidsmarkten;
— verbetering van de beschikbaarheid van ade-
quate informatie over langdurige werkloosheid;
— een dusdanige organisatie van de arbeidsbemid-
delings- en sociale-zekerheidsdiensten dat het op
gang komen van specifieke aangepaste beleids-
vormen wordt vergemakkelijkt waardoor wordt
voorkomen dat werklozen langdurig werkloos
worden;
— voorziening in passende sociale steun voor hen
die toch gedurende lange tijd werkloos blijven.
II. NATIONALE MAATREGELEN
1. In het kader van hun eigen beleid en praktijk
worden de Lid-Staten verzocht alles in het werk te
stellen om de volgende maatregelen ten uitvoer te
leggen die beogen de Gemeenschap te helpen en
doelgericht en aangepast beleid op gang te bren-
gen:
— het verrichten van een gecoördineerde reeks ana-
lyses die uitgebreide gegevens moeten verschaf-
fen over de kenmerken van langdurig werklozen
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/15
en met name uitsluitsel moeten geven over de
omstandigheden waaronder langdurig werklozen
leven;
het in samenwerking met de sociale partners ver-
zekeren dat, wanneer werknemers door afvloei-
ing hun banen verliezen, passende voorberei-
dende steun wordt geboden in de vorm van
opleiding en advies alvorens zij zich op de ar-
beidsmarkt aanbieden of met vervroegd pen-
sioen gaan.
2. De Lid-Staten dienen eveneens de volgende
maatregelen te treffen:
— verzekeren dat de arbeidsbemiddelings- en an-
dere betrokken diensten zo zijn gestructureerd,
georganiseerd en van personeel voorzien dat zij
de noodzakelijke persoonlijke contacten kunnen
onderhouden om hen die als werkloos blijven
ingeschreven en langdurig werkloos worden in
het oog te houden en dat op het juiste moment
wordt ingegrepen;
— een systematisch onderzoek instellen naar de
werking van de arbeidsmarkten, in het bijzonder
ten aanzien van voorschriften en gebruiken die
nadelen kunnen opleveren voor langdurig werk-
lozen en met name ongeschoolden, jongeren en
personen die flexibele werktijden wensen;
— verzekeren dat programma's voor tijdelijke ar-
beid van openbaar nut worden uitgewerkt in sa-
menwerking tussen de nationale, de lokale en re-
gionale overheden, de arbeidsbemiddelings-
diensten en de sociale partners. De omvang van
dergelijke programma's moet worden vastgesteld
aan de hand van de omvang van het probleem
van de langdurige werkloosheid op plaatselijk en
regionaal niveau. De structuur en de inhoud van
de programma's moeten worden bepaald door
de plaatselijke behoeften, doch dienen in het al-
gemeen een element van onderwijs of opleiding
te omvatten dat bij het gewone onderwijs en de
gewone opleiding aansluit;
— voor zover dit nog niet is geschied, de regels voor
betaling van sociale-zekerheids-/werkloosheids-
uitkeringen herzien, ten einde werklozen in staat
te stellen bepaalde soorten onbetaald werk te
verrichten bij overheids- of particuliere instel-
lingen zonder hun uitkeringsrechten te verlie-
zen;
— gelden verschaffen om de oprichting mogelijk te
maken, in samenwerking met de sociale part-
ners, van plaatselijke centra voor werklozen, die
met name zijn toegespitst op voorlichting, ate-
liers, vrijetijdsbesteding en soortelijke voorzie-
ningen, in navolging van geslaagde voorbeelden
in de Gemeenschap. Hierbij dient prioriteit te
worden verleend aan de gebieden die de hoogste
werkloosheid kennen;
— meer in het algemeen grotere bewustwording van
het probleem en de oplossingen hiervoor in de
hand werken met verschillende middelen, inclu-
sief gebruikmaking van radio en televisie.
III. GEMEENSCHAPSACTIE
1. Rekening houdend met de rol die door de finan-
ciële instrumenten van de Gemeenschap en door
bestaande actieprogramma's van de Gemeenschap
wordt gespeeld bij de strijd tegen de langdurige
werkloosheid, wordt de Commissie verzocht de vol-
gende aanvullende actie te ontwikkelen:
— samenwerken met de Lid-Staten, onder meer
door het organiseren van een reeks bijeenkom-
sten van deskundigen om te komen tot een beter
begrip van de aard en de omvang van de langdu-
rige werkloosheid, waardoor:
a) het vergaren wordt verbeterd van adequate
statistieken op een op Gemeenschapsniveau
overeengekomen grondslag welke gegevens
verstrekken over de totale aantallen langdu-
rige werklozen naar leeftijdsgroep, geslacht,
regio en werkloosheidsduur;
b) de Commissie in staat wordt gesteld langdu-
rige werkloosheid als criterium te gebruiken
voor het toekennen van financiële steun, met
name uit het Europees Sociaal Fonds en door
middel van geïntegreerde operaties waarbij
verscheidene bronnen van Gemeenschapsfi-
nanciering betrokken zijn. De ruimte voor
nieuwe vormen van specifieke Gemeen-
schapssteun dient eveneens te worden nage-
gaan;
— op Gemeenschapsniveau de beleidsinspanningen
van de Lid-Staten aanmoedigen en ondersteu-
nen, in het bijzonder wat betreft de organisatie
van de diensten voor arbeidsbemiddeling en so-
ciale zekerheid en de toepassing van werkgele-
genheids- en tijdelijke werkverschaffingsinitia-
tieven ;
— met de sociale partners en met bevoegde organen
samenwerken bij de ontwikkeling van hun des-
betreffende acties, met bijzondere nadruk op ac-
ties ten behoeve van de aanwerving van langdu-
rig werklozen en voor de oprichting van centra
voor langdurig werklozen in gebieden met bij-
zonder hoge werkloosheid;
— met steun van het MISEP(1) (Wederzijds infor-
matiesysteem werkgelegenheidsbeleid) verder
onderzoek verrichten naar maatregelen of prak-
tijken, ongeacht of deze door de overheid of de
sociale partners werden getroffen, die met succes
de langdurige werkloosheid bestrijden, met het
oog op uitbreiding hiervan tot andere gebieden
van de Gemeenschap.
2. De Commissie wordt voorts aangemoedigd om
op Gemeenschapsniveau een algemene beleidsher-
(') Mutual Information System on Employment Policies.
Nr. C 322/16 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
ziening door te voeren ten einde een consequenter
werkgelegenheids- en sociaal beleid op middellange
termijn te ontwikkelen waarmee het probleem van
de langdurige werkloosheid kan worden aangepakt.
Bijzondere in deze context te bestuderen vraagstuk-
ken zijn onder andere het scheppen van nieuwe
arbeidsplaatsen en de flexibiliteit van de arbeids-
markt, de sociale steunregelingen, de pensionering,
onderwijs en opleiding en de toekomstige arbeids-
en vrijetijdspatronen.
3. De Commissie" wordt verzocht de Raad om de
twee jaar in kennis te stellen van de bij de uitvoering
van deze acties gemaakte vorderingen.
4. Tot financiering door de Gemeenschap van de
in deze afdeling genoemde acties wordt besloten in
het kader van de begrotingsprocedures en overeen-
komstig de door de Raad aangegane juridische ver-
bintenissen.
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/17
BIJLAGE I
Specifieke nationale maatregelen voor langdurig werklozen of moeilijk te plaatsen personen
Opmerking: De tabellen omvatten in de Lid-Staten beschikbare informatie, bijeengebracht door
de diensten van de Commissie. Die informatie is niet volledig.
Zij zal worden bijgewerkt naarmate meer gegevens beschikbaar komen.
Er is geen rekening gehouden met algemene maatregelen waarvan de langdurig
werklozen eventueel kunnen profiteren maar waarvoor zij geen specifieke doelgroep
zijn. Om deze reden is geen informatie verstrekt over Griekenland.
Nr. C 322/18 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
K
os
te
n
v
o
o
r
de
ce
n
tr
al
e
be
gr
ot
in
g
(B
fr.)
T5 >
g'3
•Jj-ë
n a
A
r-
be
id
s-
o
v
er
-
ee
n
-
ko
m
st
Ex
tra
ar
be
id
s-
pl
aa
t-
se
n
Be
-
ro
ep
s-
o
pl
ei
-
di
ng
3
3
Q
'S
O
a
o
a
D
at
um
v
an
in
vo
er
in
g
i
1 I I I
Su
bs
id
ie
:
m
in
i-
m
u
m
lo
on
pl
us
w
er
kg
ev
er
s-
bi
jdr
ag
en
Su
bs
id
ie
:
n
o
r-
m
al
e
lo
ne
n
Su
bs
id
ie
:
n
o
r-
m
al
e
lo
ne
n
—
8
m
aa
n
de
n
v
rijs
tel
lin
g
v
an
w
er
k-
ge
ve
rs
-
bi
jdr
ag
en
so
-
ci
al
e
ze
ke
r-
he
id
—
A
dm
in
ist
ra
-
tie
ve
ko
ste
n
v
o
o
r
ee
rs
te
w
er
kn
em
er
W
ei
ni
g
19
83
:
15
00
0
19
83
:2
50
0
cd cd cd cd
cd cd cd cd
N
ee
n
Ja
N
ee
n
N
ee
n
1
jaa
r
O
nb
ep
er
kt
O
nb
ep
er
kt
O
nb
ep
er
kt
(vo
ltij
ds
o
f
de
el
tijd
s)
Pa
rti
cu
lie
re
be
dr
ijv
en
N
on
-m
ar
ke
t
se
ct
or
O
pe
nb
ar
e
se
ct
or
en
in
ste
lli
ng
en
v
an
al
ge
m
ee
n
n
u
t
Pa
rti
cu
lie
re
be
-
dr
ijv
en
,
n
at
uu
r-
lijk
e
o
f
re
ch
ts-
pe
rs
on
en
—
Se
de
rt
m
ee
r
da
n
12
m
aa
n
de
n
w
er
kl
oz
en
—
A
rb
ei
de
rs
(bo
ve
n
55
) e
n
be
di
en
de
n
(bo
ve
n
40
)
—
Se
de
rt
m
ee
r
da
n
9 m
aa
n
-
de
n
w
er
kl
oz
e
ge
ha
nd
ic
ap
-
te
n
Se
de
rt
m
ee
r
da
n
12
m
aa
n
de
n
st
ru
ct
ur
ee
l
w
er
kl
oz
en
St
ru
ct
ur
ee
l
w
er
kl
oz
en
Se
de
rt
m
ee
r
da
n
1
jaa
r
w
er
kl
oz
en
,
ex
-le
er
lin
ge
n
o
n
-
de
r
26
,
w
er
kl
oz
e
v
ro
eg
er
e
ze
lf-
st
an
di
ge
n
D
ec
em
be
r
19
63
D
ec
em
be
r
19
63
,
he
rz
ie
n
m
aa
rt
19
82
M
aa
rt
19
82
to
t
m
aa
rt
19
85
D
ec
em
be
r
19
82
M
oe
ili
jk
te
pl
aa
tse
n
w
er
kl
oz
en
A
lte
rn
at
ie
ve
te
w
er
ks
te
lli
ng
In
te
rm
in
ist
er
ie
el
be
gr
ot
in
gs
fo
nd
s
v
o
o
r
te
w
er
ks
te
lli
ng
sb
ev
or
de
rin
g
Pr
em
ie
s
v
o
o
r
aa
n
w
er
v
in
g
v
an
ee
rs
te
w
er
kn
em
er
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/19
c « M e —
« ' « • C u ;
» i - i ; o ^
- i . C . j ,
P - 2 P — ' S
1
t-~ O 3
N g c
—. CO . ü , O —' .Si, > 00 O Xi
c 3
•o "O
T3
x>
3
P
O
o
O i
2 ~ « ! 3
• ca
>
4> 00 ca
T o .22 ® > o
.2 P>P
-v 2 ^ "^
j§ e°°r5>p
J?22ÜJ
'33 x* -C oo
X > \ . \ ï ï
SQ.S.Q'g
© Q T f SO §
>-J ^ t
o o o o o
* 2
§
i - O u C g
i3-S o5 C
t j u s u
W - g a "
£ z
S E
T3 3
| . |
e l
S i &
2 * e
— a O
«x> c 2 2 5
«J C « > P S U 0-, eu X> CU u S J3
p
o
00
•c
-»
-o
B
N
O
00 jrf
c rrt V
J *
>
•o
CQ
••ü «
13.2
t l 2
S S
S.S
L- S O
Pi3 2 S«* S « E c S3
S P"0 S S .» o-o P P
•-> w i» "O "O ! > w en "O "O
N«N ë E
. t
c
^ » w-o «
S ^ E g w «2 P o
5 P > « « - c S Ë - c P b -ö P P
w u S - 6 - 3 E 2 *
W
P
C P - « ««
p g p * o e e °
6 _-S
2 c
ca
OOlS
'S a
3
3
OO
B
T3
D.
O
tJU
W
OO
p
c
cd
o
o
> c
« 2
£.1 03
Nr. C 322/20 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
Jli |a
* >
u «
3 2 ü.
| | gj
l l l l
•2 o g §
4> « O 4» •—>
E 'S e O rv
•g «o B . * "*
« 'S 2 W t>
J « CT3X!
ca
ca
o
o
o
Tfr
c SS E
ca ea
ca E
* 2 2
m
O
O
3
£
is-- s
W f i O.
O OO
ca o
5 ^ §
c > „ >
^ ca
ö ^
c vo
s£>
O
tï O _ 'S 4> • - B ü
01
' « o 2 «
^ E ^ 2 Ë ^ o—>
ca
ca
«
c
„
u o ca C
C « tJ
e
3
£ e M > e
"2::r'C
is si
3 .2 «5 S*
5 ü g
4>.5.
T 3 u 6
• S S l S
4> X l
c
2?S oo
:;? o
2 « 2 o ca 5
2 a Ë
3 O
öOt*
j a ^ 8>I
:=> o» g
s ^ «
2 ca öo
o ca e
*» c _
4> S B
E-g 8
o ca J *
D B 4>
00 VO ?
i 5 ë
Q
J
00
H
D
Q
W
J
00
U)
«5
oo
Q
Z
O
ca
Os O
«3.2
'H os 11
> ÖO
C O C
5 ÖO
O0 O
w 2
"E >
O Ö0
OQ-3
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/21
oT3 « '3 2
ts
c •
t^- - 2 , 00 ÖOJ2 Ë B
e 3
^ • s
Os
— Pu
. . C
-'I
X o.
a,-o
^s £ g I
i;!H 3 c
• g/s *° O _
ss
ü
"B J ö g
a l l
UU V o
S?8
>
T3
«
B J3
.M
ai
eu
«
.* t>
cd
cd
CU
B
> 4>
"3
' Ö
00
•S
4>
M
M
*
B
O
6
8
•o
8
O
N
x>
1
;5
B
O
o
£
8 2.» B ° I ^
é « B
2 > o
> * > g
s s S 1
S oo T3 oo
o u B p. -" « ü
c ^ oog-o
" • c o B 2
» o öp ë Ë
- I "S-S ö
V?B Ë &fl S"S S S -
ï n ™ ^ U W •—i B >
^Öv?^4gr .« -g2
— a«N a = B — & oo >
g «» " e ©
•O 4 > ^ * C u JOB
«iijfilfiiii
• ^ i - 3 ? 0 > , S * ! C U > 4 > ' O B
E .5
i * o
0 \ 0 \
Os V V
— JS J3
3
u
00
B
T3
T3
B
.M
O
a Si) O £
o
o
B
ts
o
a
u
00
s
O
>
X)
T3
B
01)
" ü
00
" O . *
o S *
Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/23
^ j o | | l « » o 6 c
U , —> C X> —' Os rn o
x> 3
r!
o
J
RS
C
TJ
Vi
2 Z c ^
oo ^ "O ^
Os "* 4> o
—
.s 8 > S
SS,
u oo
_. , 00 C _^ ca
S \ c 2* - ^
5 « « £ S-rt
9 o M o « p—1 m »> X> « 4 3
.2 S
X)
i s
O o
gis
« >TJ
'5 « s^-ë s
^
ca
•O 5 «"*
• r oo X) *-
> c O » u
C v> O
.2, «•£>
Os S |2
C > 00
;r; ° o»
os
ü-o S e c
^ u
w £ O."
ffl og- l
O X)
C
O
o c
c
X) 3 . >
c.H-P «'S
« e •« "^ J£
O ax> O «5
e 3
. S o j j
-2 S G c
l « c |
ON-Ü
— c
aj ca
T3
Jj
e
c
•a
^
£
c
j*
*
C/5 rfr
i g i
«•o
1 ^ 3
c3 c3
' ^ O,
(N «
TJ 'XJ
C g
« E
c
Ir,
O
c S S «
oo ca
e-— « E S
" ^
4> C « «N
•S l ' « ë
ü E ö (u
ca C
2 § u ca
'Og
— J3
•o
o
c'
Os
rs)
O
OH
c
E
C/3
00
c
^ i
%
o
00 Jg
''S s
0 0 ^
•3 ?
00
c o
o
o
> c •
rt ü B-SP
P 7 3
ca c
ois
OU N
E
1:3
z
ca *2
ca o
> o
oo1 3
.2 c
sa
0.2,
Nr. C 322/24 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
K
os
te
n
v
o
o
r
de
ce
n
tr
al
e
be
gr
ot
in
g
(li
re)
c
H c
A
r-
be
id
s-
o
v
er
-
ee
n
-
ko
m
st
Ex
tra
ar
be
id
s-
pl
aa
t-
se
n
Be
-
ro
ep
s-
o
pl
ei
-
di
ng
3 3
Q
'S
O
a
o
o
Q
D
at
um
v
an
in
vo
er
in
g
1
1
1
r»
r»
2 ê ^ ü ca '£••
*— I-o
ca
(3
C
•o
c
ca
ca E
. « C
— 1> 3 >
tS-ë
ca o
0- x>
Jo
ng
er
en
v
a
n
15
to
t
29
jaa
r
(ge
se-
le
ct
ee
rd
u
it
n
aa
m
re
gi
ste
r:
w
er
kl
oo
sh
ei
ds
-
du
ur
is
éé
n
v
a
n
de
cr
ite
ria
v
o
o
r
kl
as
se
rin
g)
t :
ca
ca
e
t~ w
o «>
o oo
> c
*^ o
i's il
1!
' S "ca
' S ca
•£ a
K
os
te
n
v
o
o
r
de
ce
n
tr
al
e
be
gr
ot
in
g
(L
fr.)
XI cd
5 3
"E *
•
c
15 c
l |
A
r-
be
id
s-
o
v
er
-
ee
n
-
ko
m
st
Ex
tra
ar
be
id
s-
pl
aa
t-
se
n
Be
-
ro
ep
s-
o
pl
ei
-
di
ng
3
3
Q
t5
'5
O
2
M
O
Q
D
at
um
v
an
in
vo
er
in
g
00
1
1
Be
ta
lin
g
in
ee
ns
v
an
w
er
kl
oo
s-
he
id
su
itk
er
in
g
(to
t
12
m
aa
n
-
de
n),
v
a
n
29
4
00
0
to
t
36
0
00
0
Lf
r.
1
1
1
1
c
«J
•o
c
ca
ca
S
M
oe
ili
jk
te
pl
aa
tse
n
w
er
kl
o-
ze
n
M
oe
ili
jk
te
pl
aa
ts
en
w
er
k-
lo
ze
n
oo
o\
V
£>
E
cj
Q
c
t>
00
X )
e
ca
1
o
o
>
"3
XJ
t :
ca
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/25
3 o g jpw « > 8 j>
— CN G
a-t
2 a
•o *•
g'3
o l m
«N
O
O
3
Eg
8'S
M . S „ O § .2, -
Q 'S '-S « m —• 2
^5
3
i V
« G g
- — 4» e «
> 53 K Ca w
2 o c
S
^ 8
JJ o «> 2
•§? 's
O g"0
G
O
•o
G
O
«s-s
I *
• G G «t
o 00
Z o
•c
•o
*£ Ö G G 'C 2
.2 o i P u ~ ©J3>Ü «"2 §
OHJS rtX) P 9 . 3 X I
G
C4
•o 00
c . O
f 5 o 6 S § 3 o
"2S Ï3G
G
"O
« G.ü
2 «
E-o
oo.. c
Q
hT3
t S 5 c e s 5 B 2 o
G om
N
ö * -Si*
•* G.O °°M S-O 8
•5* 2 * « « G"^ 5 O
• s ig^g fcSS
32 N g g-ï> E Ö 5 o U S Ï3
00 V
' C GO
3 8
00 "^ 0) N
O
JJT3
Ö8f§§
lil
•e a
00
3
O
o
> G
a>
3
3
G
o
JX
4>
u S
3
T3
C
ö
D
P
c*
t/3
on
G
G
e o
o
00 >
G
J=
"O
O X )
C/2
o, G
V
M
O,
M
J 3
G
E
Ü
•o
c V
V
"O
>
£>
00 4> G 00
ej eèj
ra ca E E
Nr. C 322/26 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
K
os
te
n
v
o
o
r
de
ce
n
tr
al
e
be
gr
ot
in
g
(£)
•o >
e'3
B
— C
X5
A
r-
be
id
s-
o
v
er
-
ee
n
-
ko
m
st
Ex
tra
ar
be
id
s-
pl
aa
t-
se
n
Be
-
ro
ep
s-
o
pl
ei
-
di
ng
3
Q
'S
O
a
o
o
Q
D
at
um
v
an
in
vo
er
in
g
1
19
83
/
19
84
:
32
8
m
il-
joe
n
19
83
/
19
84
:
25
m
il-
joe
n
Pl
aa
tse
lijk
o
v
er
-
ee
n
ge
ko
m
en
lo
-
n
en
,
m
et
m
ax
i-
m
u
m
be
dr
ag
Pl
aa
tse
lijk
o
v
er
-
ee
n
ge
ko
m
en
lo
-
n
en
,
m
et
m
ax
i-
m
u
m
be
dr
ag
W
ek
el
ijk
se
to
el
ag
e
40
£
19
83
/1
98
4:
13
00
0
ar
be
id
s-
pl
aa
tse
n
be
-
sc
hi
kb
aa
r
19
83
:7
00
0
Ei
nd
jul
i 1
98
3:
31
6
N
ee
n
N
ee
n
« * *
N
ee
n
N
ee
n
N
ee
n
To
t
52
w
ek
en
1
jaa
r
of
m
ee
r
Su
bs
id
ie
1
jaa
r
V
er
en
ig
in
ge
n
V
er
en
ig
in
ge
n,
jeu
gd
clu
bs
Se
de
rt
m
ee
r
da
n
13
w
ek
en
w
er
k-
lo
ze
n
(m
et
ei
ge
n
in
ve
ste
rin
g
v
an
10
00
£)
—
18
to
t
24
-ja
ri-
ge
n,
se
de
rt
m
ee
r
da
n
6
m
aa
n
de
n
w
er
kl
oo
s
—
25
-ja
rig
en
en
o
u
de
r,
se
de
rt
m
ee
r
da
n
12
m
aa
n
de
n
w
er
kl
oo
s
K
an
sa
rm
e
jon
ge
-
re
n
16
to
t
18
jaa
r
Se
de
rt
m
ee
r
da
n
13
w
ek
en
w
er
k-
lo
ze
n
19
83
19
83
19
83
B
uu
rtp
ro
gr
am
m
a's
Pl
aa
tse
lijk
e
be
dr
ijfj
es
O
nd
er
ne
m
in
gs
to
el
ag
e
(m
od
elp
roj
ect
)
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/27
BIJLAGE II
Annexe statistique / Statistical Annex / Statistische bijlage
1. Working population and employment
Population active et emploi
Beroepsbevolking en werkgelegenheid
2. Trends in employment
Évolution de Femploi
Werkgelegenheidstendensen
3. Registered unemployed by duration
— Proportion of unemployed registered for more than one year
October
Chömeurs enregistrés — structure par durée
— Part des chömeurs inscrits depuis plus d'un an
Octobre
Geregistreerde werklozen naar duur
— aandeel van de sedert meer dan een jaar geregistreerde werklozen
oktober
4. Persons registered as unemployed for more than one year according to national method of
measurement
Demandeurs d'emploi enregistrés au chömage depuis plus d'un an suivant les methodes de
calcul nationales
Personen die sedert meer dan een jaar als werkloos geregistreerd zijn (naar nationale meet-
methoden)
5. Employment duration — Methods and measurements
— Summary of a study published by Eurostat in 1983
Durée du chömage — Methodes et mesures
— Résumé extrait d'une étude publiée par Eurostat en 1983
Werkloosheidsduur — methoden en meetprocedures
— samenvatting van een Eurostat-studie (1983)
Nr. C 322/28 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
Working population and employment
Mio
Population active et emploi
EUR 10 Mio
105
1970 1971 1972 1973 1974 1975 1976 I 1977 1978 1979 1980 1981 1982 1983
Daling van de werkgelegenheid
EUR-10
Waarvan:
Duitsland
Frankrijk
Italië
Nederland
België
Verenigd
Koninkrijk
Denemarken
1980-
Totaal
Aantal
- 3 046 000
- 1 115 000
- 253 000
+ 21 000
- 43 000
- 176 000
- 1 586 000
- 13 000
%
- 2 , 8
- 4 , 2
- 1 , 2
+ 0,1
- 0 , 9
- 4 , 6
- 6 , 3
- 0 , 5
-1983
Mannen
Aantal
- 2 970 000
- 838 000
- 412 000
- 106 000
- 177 000
- 170 000
- 1 247 000
- 48 000
%
- 4 , 2
- 5 , 1
- 3 , 0
- 0 , 7
- 5 , 0
- 6 , 8
- 8 , 2
- 3 , 4
Vrouwen
Aantal
- 76 000
- 2 7 7 000
+ 158 000
+ 127 000
+ 135 000
- 6 000
- 3 3 9 000
+ 35 000
%
- 0 , 2
- 2 , 8
+ 2,0
+ 1,9
+ 8,9
- 0 , 5
- 3 , 4
+ 3,2
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/29
Werkgelegenheidstendensen Évolution de l'emploi
Duits-
land Frankrijk Italië
Neder-
land België
Luxem-
burg
Verenigd
Konink-
rijk Ierland
Dene-
marken EUR-9
Grieken-
land EUR-10
56,2
54,3
54,1
52,8*
57,2
55,2
55,2
55,4
54,7
53,0
52,8
53,9
55,2
54,8
54,2
53,2*
62,3*
63,1*
62,2*
60,6*
60,7
59,0
59,5
59,0*
55,9
52,3
52,2
52,2*
59,8
58,4
58,8
58,8
58,1*
56,2*
56,3*
56,0*
54,9
56,6*
28,8
30,4
32,5
33,3*
21,9
22,5
26,0
27,3
18,9
20,2
23,6
27,3
24,9
27,5
30,7
32,0*
21,0*
24,6*
26,2*
28,1*
31,3
33,6
36,3
36,5*
19,7
19,6
20,5
21,3*
36,9
40,0
45,3
48,0
27,7*
29,0*
31,4*
32,4*
21,1
23,4*
Industrie
Diensten
Activiteitspercentages naar geslacht
(Totale beroepsbevolking in % van totale bevolking)
Mannen
59,5
57,0
57,4
57,6
Vrouwen
30,3
31,1
32,0
32,9"
Totale beroepsbevolking (1 000)
(Werkgelegenheid -I- werkloosheid)
Mannen en vrouwen
27 191
27 445
Aandeel vrouwen in beroepsbevolking (°/o)
38,4 139,6 134,2 134,0 138,7 132,7"
Totale werkgelegenheid (1 000)
Mannen en vrouwen
26 302
25 187
Aandeel vrouwen in werkgelegenheid (°/o)
38,0 j 38,2 131,9 132,9 136,6 133,3"
Verdeling van werkgelegenheid naar sector (°/o)
5,4
41,1
53,5
Aandeel loontrekkenden in werkgelegenheid (°/o)
87,2 183,9 171,4 188,0 183,0 187,4
Taux d'activité par sexe
(Population active totale en % de la population totale)
Hommes
56,2*
56,0*
Femmes
23 147
23 306
22 804
23 406
5 389
5 814
4 152
4 182
159,9
161,0
26 819
26 704
1239
1 283*
2 662
2 728
113 563
115 029*
3 636
3 892*
31,1'
Population active totale (1 000)
(Emploi et chömage
Hommes et femmes
117 199
118921*
Part des femmes dans la population active (°/o)
39,6 128,8* 145,6 137,9* 130,0* 137,7*
Emploi total (1 000)
Hommes et femmes
110 684*
107 638*
Part des femmes dans l'emploi (°/o)
141,0 129,6* |45,6 137,3* 129,2* 137,0*
Part des secteurs dans l'emploi (°/o)
7,4*
34,6*
58,0*
Part des salariés dans l'emploi (°/o)
90,2 175,4* 184,8 183,7* 151,7* 182,6*
21695
21442
21 107
21 128
5 081
5 038
3 841
3 665
158,9
159,5
25 306
23 720
1 163
1 146*
2 489
2 476
107 143
103 962*
3 541*
3 676*
7,9
33,0
59,1
12,0
35,1
52,9
4,9
27,3
67,7
2,9
30,9
66,2
4,7
35,4
59,9
2,7
33,0
64,3
17,1*
30,7*
52,2*
8,4
25,8
65,7
6,7*
34,8*
58,4*
27,4*
27,7*
44,8*
Agricul-
Industrie
Services
Nr. C 322/30 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
Geregistreerde werklozen naar duur
Aandeel van de sedert meer dan 1 jaar
Chömeurs enregistrés — structure par durée
Part des chömeurs inscrits depuis
geregistreerde werklozen
Oktober
1974
1975
1976
1977
1978
1979
1980
1981
1982
1983
1974
1975
1976
1977
1978
1979
1980
1981
1982
1983
1974
1975
1976
1977
1978
1979
1980
1981
1982
1983
1974
1975
1976
1977
1978
1979
1980
1981
1982
1983
Duits-
land
9,6
17,9
18,6
20,3
19,9
17,0
16,2
21,2
28,5
11,0
21,3
21,2
22,5
22,2
18,3
16,0
20,9
29,9
7,9
14,7
16,2
18,5
18,1
16,0
16,3
21,6
27,0
37,7
42,1
46,7
50,1
51,9
51,8
51,4
46,9
43,8
Frankrijk
11,9
11,1
15,4
17,1
18,4
21,8
22,3
22,2
25,2
26,6
12,6
9,9
14,4
14,6
15,9
19,4
20,2
19,4
23,1
24,4
11,4
12,3
16,2
19,1
20,6
23,7
24,0
24,7
27,3
28,8
52,5
55,9
57,8
61,1
60,2
59,9
59,4
57,9
54,9
53,7
Italië
28,4
32,S
35,6
34,4
39,8
43,C
30,3
35,C
36,8
34,5
39,8
40,2
26,C
30,7
34,4
34,2
39,7
45,9
41,1
43,8
47,7
51,é
49,1
52,1
Neder-
land
?lus d'un an
% Octobre
België Luxem-burg
Verenigd
Koninkrijk Ierland
Dene-
marken EUR-9
Grieken-
land
Mannen en vrouwen D Hommes et femmes
22,6
24,2
25,3
25,7
21,1
24,3
33,6
47,6
25,3
27,1
27,5
28,9
21,2
24,3
34,5
49,4
16,0
18,3
21,3
21,2
20,7
24,2
31,7
44,1
Vrouwen in
20,4
25,1
30,7
33,8
36,0
33,1
29,9
30,2
52,0
35,9
43,8
54,4
49,0
46,2
48,0
51,9
55,1
16,6
20,0
24,6
26,1
19,4
26,3
35,5
36,9
31,6
30,7
30,2
36,5
7,8
4,1
5,4
5,6
Mannen D Hommes
58,8
34,4
40,1
41,7
38,1
32,4
36,2
45,1
49,9
19,9
23,7
28,4
30,4
22,2
29,2
39,6
41,5
34,6
34,2
34,4
40,9
6,8
3,7
5,4
5,6
Vrouwen D Femmes
45,8
37,2
46,6
62,4
55,3
55,1
56,9
57,7
59,6
7,7
11,4
15,8
17,1
13,5
19,2
25,7
26,4
22,1
19,4
17,3
23,4
9,0
4,4
5,4
5,5
°/o van totaal D Part des femmes dans Ie total
46,3
53,8
60,9
70,4
71,5
72,7
67,6
60,6
58,1
12,4
17,2
19,8
21,2
21,8
21,6
21,5
21,5
16,5
14,8
14,0
16,2
51,6
50,8
48,6
51,8
EUR-10
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/31
Persons registered as unemployed for more than one year
according to national method of measurement
Total registered by duration
years/ans
> 2
1-2
100%
Registered
> 1 year by age
25-54
100%
October1983
DEUTSCHLAND
Age
(%)
Total
25-54
5=55
100
100
100
100
> 1 year/
annee
1980
17,0
5,2
17,5
35,9
1983
28,5
15,5
32,5
41,6
UNITED KINGDOM
Age
(%)
Total
25-54
5=55
100
100
100
100
> 1 year/
annee
1980
19,4
8,7
22,4
41,3
1983
37,0
26,9
43,4
46,0
FRANCE
Age
(%)
Total
25-54
3=55
100
100
100
100
> 1 year/
annee
1980
22,3
12,4
25,4
54,8
1983
26,5
15,6
27,7
68,7
IRELAND
Age
(%)
Total
25-54
2=55
100
100
100
100
> 1 year/
annee
1980
31,6
15,8
34,1
49,9
1983
36,4
21,1
41,4
53,1
ITALIA
Age
(%)
Total
25-54
5=55
100
100
100
100
> 1 year/
annee
1980
35,6
31,3
40,1
38,5
1983
43,0
42,4
43,7
42,0
EUR*
Age
(%)
Total
25-54
5=55
100
100
100
100
> 1 year/
année
1980
26
17
30
48
1983
37
28
40
50
* Estimate calculated as avarage of non-harmonized national data.
NEDERLAND
Age
(%)
Total
25-54
5=55
100
100
100
100
> 1 year/
annee
1980
21,1
11,9
25,6
62,8
1983
47,6
35,6
54,3
67,2
BELGIQUE/BELGIË
37,4
17,7
Age
(%)
Total
25-54
5=55
100
100
100
100
> 1 year/
annee
1980
46,2
25,1
59,4
75,7
1983
55,1
33,4
67,3
82,6
Registered unemployed
October1983
Deutschland
France
Italy
Nederland
Belgique/België
United Kingdom
Ireland
EUR
October1980
EUR
Total
(x 1000)
2 133,9
2 165,1
2 763,7
824,6
625,7
3 094,0
196,0
11 803,0
Total
(x 1000)
7 135,8
> 1 year
(X1000) (%)
608,7
575,1
1 187,3
392,9
344,9
1 142,9
71,5
4 323,3
28,5
26,5
43,0
47,6
55,1
37,0
36,5
37,0
> 1 year
(X1000) (%)
1 846,3 26,0
Nr. C 322/32 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
WERKLOOSHEIDSDUUR — METHODEN EN MEETPROCEDURES
Samenvatting van een Eurostat-studie (1983)
1. Het rapport behandelt de meting van de werkloosheidsduur voor in de plaatselijke arbeids-
bureaus (of dergelijke) geregistreerde werklozen in de EG-landen België, Denemarken,
Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Ierland, Italië, Nederland en het Verenigd Konink-
rijk. Het maakt ook gebruik van de beschikbare statistieken om aan te tonen welk materiaal
op dit gebied beschikbaar is en om recente tendensen over de vijfjarenperiode 1977-1981 te
illustreren.
2. Alle in de studie onderzochte Lid-Staten hebben de werkloosheidsduur de laatste vijf jaar
aanzienlijk zien toenemen. Het aandeel van de langdurig werklozen is daarbij steeds groter
geworden.
3. In de acht landen is de belangrijkste reeks inzake werkloosheidsduur afgeleid van de admini-
stratieve gegevens die door de nationale openbare arbeidsbureaus om te beginnen op plaat-
selijk niveau worden verzameld. Als zodanig lijdt het onder dezelfde problemen als de alge-
mene reeksen inzake werkloosheid, waarvan het grootste is dat bepaalde groepen al dan niet
worden opgenomen.
4. Daar de belangrijkste bron van informatie voor de gebruikelijke statistieken de lijst van
geregistreerde werklozen is, meten de statistieken in feite de duur van de lopende registratie-
periode op een bepaalde datum, namelijk de datum waarop de telling wordt gehouden. Zij
geven dus geen volledig accuraat overzicht van de werkloosheidsperioden.
5. Het verzamelen van statistieken over werkloosheidsduur is ook door internationale organi-
saties besproken. In het bijzonder werden door de Achtste Internationale Conferentie van
Arbeidsstatistici van 1954 richtsnoeren vastgelegd over de te verzamelen gegevens en de fre-
quentie.
6. In vijf van de acht landen, België, Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Italië en het
Verenigd Koninkrijk, worden de statistieken verzameld en gepubliceerd door het Ministerie
van Arbeid of een afdeling daarvan. In Denemarken, Ierland en Nederland berust de alge-
mene verantwoordelijkheid bij de nationale statistiekdiensten.
7. Alle landen gebruiken een regelmatige maandelijkse tellingsdatum, zoals die voor de belang-
rijkste reeks inzake werkloosheid wordt gebruikt, ook voor de berekeningen inzake
werkloosheidsduur. De speciale tellingen geschieden maandelijks in België, Denemarken en
Frankrijk, driemaandelijks in Nederland en het Verenigd Koninkrijk, en halfjaarlijks in de
Bondsrepubliek Duitsland, Ierland en Italië.
8. Er doet zich een bijzonder probleem voor met de statistieken in Denemarken, ten gevolge
van de goedkeuring van een nieuwe informatiebasis in 1978/1979. De reeks werd immers in
1979 opnieuw gestart, waarbij de registratie van de werkloosheidsduur werd onderbroken.
Dit betekent dat gegevens van na die datum niet meer op de gegevens van vóór die datum
aansluiten.
9. De registratie van de werkloosheidsduur en de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen
houden nauw verband met elkaar, in die zin dat de voorwaarden voor het ontvangen van een
uitkering gewoonlijk inhouden dat de betrokkene voor arbeid beschikbaar is. Daarom
dienen perioden van onbeschikbaarheid wegens bij voorbeeld ziekte niet te worden meege-
teld.
10. Het ernstigste probleem voor de vergelijkbaarheid is de behandeling van onderbrekingen in
de werkloosheidsperiode. De meeste landen hebben geen formeel systeem voor het regis-
treren van dergelijke onderbrekingen; ten gevolge daarvan worden vele individuele gevallen
subjectief behandeld door het personeel van de plaatselijke arbeidsbureaus. Deze discrepan-
tie zal vergelijkingen van nationale trends echter minder bemoeilijken dan internationale
vergelijkingen.
11. Alle landen kennen uitgebreide voorzieningen voor werklozen, waarbij steeds bijdragen
moeten worden betaald aan het desbetreffende fonds voor de meeste categorieën van wer-
kenden. Alleen in Denemarken bestaan dergelijke bijdragen niet. Het aandeel van de
arbeidskrachten die onder dergelijke regelingen vallen, varieert evenwel ten gevolge van de
uitsluiting van bepaalde groepen, voornamelijk zelfstandigen en medewerkende gezinsleden.
Niettegenstaande de vrijwillige aard van de Deense regeling is het aandeel van de
beschermde werkenden (ongeveer 65 %) daar gunstiger dan in andere Lid-Staten.
12. De voorwaarden inzake de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen kunnen een effect heb-
ben op de datum van de registratie en bijgevolg op de meting van de werkloosheidsduur. Dit
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/33
houdt verband met de voorgeschreven wachtperiode voor de toekenning van uitkeringen en
met de tijdsduur waarvoor aan het inkomen gerelateerde uitkeringen worden betaald. In alle
landen behalve België bestaat een maximumduur waarna al diegenen die nog steeds werk-
loos zijn, alleen nog onder een sociale bijstandsregeling vallen waarbij ook de staat van
behoefte wordt nagegaan. De duur waarvoor aan het inkomen gerelateerde uitkeringen
worden betaald, varieert van zes maanden in Italië tot 30 maanden in Denemarken en
Nederland. In België is die periode onbeperkt.
13. Dat men in België gedurende een onbeperkte periode aan het inkomen gerelateerde uitke-
ringen kan verkrijgen, kan ertoe bijdragen dat in dat land een groot deel van de geregis-
treerde werklozen in de categorie van meer dan twaalf maanden valt, namelijk steeds meer
dan 50% in de periode 1977 tot 1981, vergeleken met ongeveer 20% voor de andere Lid-
staten.
14. Alle landen publiceren analyses van de werkloosheidsduurstatistieken naar geslacht en leef-
tijdsgroep, alsmede (behalve in Frankrijk) naar regio, hoewel het niveau van regionale uit-
splitsing varieert. Daarnaast publiceert Denemarken een reeks statistieken die zijn eigen
unieke verzekeringssysteem weerspiegelen. Een groot deel van de in ieder land beschikbare
informatie wordt niet regelmatig gepubliceerd (bij voorbeeld plaatselijke statistieken) maar
kan over het algemeen op verzoek worden geraadpleegd.
15. Uit een analyse van de administratieve statistieken over de periode 1977 tot 1981 blijkt een
aanzienlijke toeneming van het aantal langdurig werklozen. De grootste stijgingen deden
zich voor in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, de kleinste in de Bondsrepubliek Duits-
land en Ierland.
16. Enquêtegegevens betreffende werkloosheidsperioden zijn beschikbaar voor sommige Lid-
staten, maar de enige vergelijkbare gegevens zijn die uit de in de gehele Gemeenschap
gehouden Eurostat-enquête naar de arbeidskrachten. In die enquête wordt evenwel de lengte
gemeten van de periode waarin werklozen actief naar ander werk zoeken, hetgeen dus niet
strikt vergelijkbaar is met de gegevens uit de administratieve bronnen.
17. Een vergelijking van de gegevens uit administratieve bronnen en uit enquêtes naar de
arbeidskrachten is niet goed mogelijk, omdat zij verschillende aspecten van de duur meten.
Vergelijking van de Franse gegevens uit de verschillende bronnen toont aan dat de enquête-
resultaten de neiging hebben een veel groter aandeel van de totale werkloosheid in de cate-
gorieën met de langste werkloosheidsduur onder te brengen.
18. De nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de administratieve gegevens in de verschillende
landen zijn vermoedelijk afhankelijk van de fundamentele vergelijkbaarheid van de alge-
mene reeksen inzake werkloosheid. Verder zullen de gegevens inzake werkloosheidsduur
sterk verband houden met de verschillende voorwaarden inzake de betaling van werkloos-
heidsuitkeringen, die van land tot land aanzienlijk variëren. In internationale vergelijkingen
worden deze gegevens dan ook beter gebruikt als indicatoren van tendensen dan als exacte
momentopnamen.
Nr. C 322/34 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3. 12. 84
BIJLAGE III
Bibliografie
I. Meting van individuele werkloosheidsduur
— Walsh, Kenneth — 'The measurement of the duration of unemployment in the EEC',
November 1982; a report prepared for the Statistical Office of the European Communi-
ties, Luxembourg, 1983
II. Oorzaken van langdurige werkloosheid
— Beardsworth, Alan; Myrman, Alan; Ford, Janet and Keil, Teresa — 'Employers' strate-
gies in relation to their demand for labour: a sociological contribution , Industrial Rela-
tions Journal, 1982, Summer
— Bunchteman, Christoph F. — „Die Bewaltigung von Arbeitslosigkeit im zeitlichen Ver-
lauf' — Forschungsbericht 85, Sozialforschung 1984 des Bundesministers für Arbeit und
Sozialordnung
— Bundesanstalt für Arbeit — „Dauer der Arbeitslosigkeit; Mehrfacharbeitslosigkeit" —
Amtliche Nachrichten der Bundesanstalt für Arbeit Nr. 3/1984 vom Marz 1984, Nürn-
berg
— Colin, Jean-Francois; Welcomme, Dominique — «L'employabilité des demandeurs
d'emploi: une description a partir des statistiques de l'ANPE», Travail et Emploi, juillet-
septembre 1981, n°9^ Paris
— Commission des Communautés européennes — «Le chömage de longue durée dans la
Communauté européenne», rapport réalisé par l'Agence nationale pour Pemploi, France
1980; étude n° 79/68, Bruxelles, 1980
— Direction des études et des statistiques de l'ANPE — «Les demandeurs d'emploi de lon-
gue durée: analyse d'une population», juin 1983, Paris
— Feinberg, R. M. — 'Risk aversion, risk and the duration of unemployment', The Review
of Economics and Statistics, Volume LIX No 3, August 1977
— Franz, Wolfgang — „Jugendarbeitslosigkeit: eine kurze Episode oder eine permanente
Gefahr?" — Wirtschaftsdienst 1983 III
— Ginneken (van), W. — «Le chömage: tendances, causes et possibilités d'action», Revue
internationale du travail, Bureau international du travail, Genève, vol. 120, n° 2, mars/
avril 1981
— Greedy, John and Disney, Richard — 'Changes in Labour market . . . in Great Britain',
Scottish Journal of Political Economy, Volume 28 No 1, February 1981
— Irish Manpower Consultative Committee — 'Report on the problems of the long-term
unemployed', November 1982
— Humilton, Leslie and Just, Wolf-Dieter — Poverty and dependence in the European Com-
munity: an ethnical perspective, Rotterdam, 1983
— König, Heinz — „Zur Dauer der Arbeitslosigkeit" — Kylos Vol. 31, Fase. 1.36.52
— Lévy, Martine — «Le chömage des femmes», rapport élaboré a l'intention de la Commis-
sion des Communautés européennes, avril 1983, Bruxelles
— Lux, Bernard — «Les facteurs determinant la durée individuelle du chömage», Cahiers
économiques de Bruxelles, n° 94, deuxième trimestre de 1982
— MacGregor, A. — 'Unemployment duration and re-employment probability', The Econo-
mie Journal, 18 December 1978
— Manpower Services Commission — 'Closure at Lintwood: a follow-up survey of redun-
dant workers', April 1984
— Manpower Services Commission — 'A study on the long-term unemployment', February
1980
— Salais, Robert — «Le chömage, un phénomène de file d'attente», Économie et statistique,
INSEE, Paris, n° 123, juillet 1981
— Short, J. F. — 'Long-term unemployment in Ireland', Analysis Section, Department of
Finance, October 1970
— Standing, Guy — «La notion de chömage structurel», Revue internationale du travail.
Bureau international du travail, Genève, vol. 122, n° 2, mai/avril 1983
— Tyrell, Robert and Shanks, Michel — Long-term unemployment, September 1982, Lon-
don
3. 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 322/35
III. Werkgelegenheidstendensen
— Eurostat — «L'emploi et Ie chömage des jeunes de moins de 25 ans», Bulletin, n° 1, 1983;
Office des statistiques des Communautés européennes, Luxembourg
— Eurostat — «Les femmes face a l'emploi et au chömage», Emploi et chömage, n° 1, 1984;
Office des statistiques des Communautés européennes, Luxembourg
— Eurostat — «Évolution de l'emploi en 1983», Bulletin statistique, n° 3, 1984; Office des
statistiques des Communautés européennes, Luxembourg
IV. Effect van werkloosheid op individu en samenleving
— Brenner, M. H. — 'Mortality and economie instability: a model including intervening
risk factors for predictions purposes'. Symposium de l'OMS 'Influence of Economie
Instability on Health', München, 1981
— Brinkman, Christian; Potthoff, Peter — „Gesundheitliche Probleme in der Eingangs-
phase der Arbeitslosigkeit", Mitteilung aus der Arbeitsmarkt- und Berufsforschung, IAB,
Nürnberg, 16/J/1983—4
— Frankfurter Rundschau — „Deutsche Gesellschaft für Verhaltenstherapie: Denkschrift
über Gesundheit und Arbeitslosigkeit", 13. April 1983
— Harrison, R. — 'The demoralizing experience of prolonged unemployment', Department
of Employment Gazette, April 1976
— Heyes, J., et Nutman, P. — «Comprendre les chömeurs», Bruxelles, 1983
— OMS (Organisation mondiale de la santé):
— séminaire sur la politique de la santé dans Ie contexte du chömage dans la Commu-
nauté, Leeds, 1982
— séminaire sur Ie chömage et la santé: approches nouvelles de la recherche et de Pac-
tion sociale, Stockholm, 1983
— Schnaffer, Dominique — «Chömage et politique: une relation mal connue», Revue fran-
caise de science politique, vol. 32, nos 4—5, aoüt/octobre 1982
V. Werkloosheidsuitkeringen
— Centre d'étude des revenus et des coüts — «L'indemnisation du chömage en France et a
l'étranger», document du CERC, n° 62, Paris, deuxième trimestre de 1982
— European Industrial Relations Review — International unemployment benefits in 12 coun-
tries, 1983
— Euvrard, Francoise — «L'indemnisation du chömage: autres systèmes, autres niveaux
d'indemnisation», Droit social, n° 5, mai 1983, Paris
VI. Werklozencentra
— Arbeitslosenzentrum Hannover — „Arbeitslos, nicht wehrlos", Hannover, November
1982
— 1. BundeskongreB der Arbeitslosen, Fachhochschule Frankfurt am Main, 1983, Arbeits-
loseninitiativen der Bundesrepublik Deutschland und West-Berlin
— National Council for Voluntary Organizations — 'Voluntary and Community Organiza-
tions and long-term unemployment: an NVCO consultation paper', London, March
1983
VII. Werkgelegenheidsbeleid
— Direction des études et des statistiques de l'ANPE — «Le programme gouvernemental
des chömeurs de longue durée», Échange et travail, juin 1983, Paris
— Freie Universiteit Berlin, Forschungsstelle Sozialökonomie der Arbeit — „Effizienz von
Arbeitsmarkt- und Beschaftigungspolitischen Mafinahmen" — Étude réalisée pour la
Commission des Communautés européennes, Bruxelles, 1983
— Manpower Services Commission, Psychological Services — 'The results of schemes to
help the long-term unemployed (10 % initiatives) at 34 local offices during winter 1981/
82', July 1982
— MISEP — «Rapports nationaux d'information de base», Commission des Communautés
européennes et Work & Society, Maastricht, mars 1984.
Full & Egal Universal Law Academy