Avis juridique important
Overeenkomst inzake overleg Gemeenschap-COST met betrekking tot een gecoördineerde actie op het gebied van kunstmatige intelligentie en patroonherkenning (COST 13)
Publicatieblad Nr. L 322 van 03/12/1985 blz. 0019
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 16 Deel 2 blz. 0037
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 16 Deel 2 blz. 0037
*****
OVEREENKOOVEREENKOMST INZAKE OVERLEG GEMEENSCHAP-COST
met betrekking tot een gecooerdineerde actie op het gebied van kunstmatige intelligentie en patroonherkenning (COST 13)
DEDE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP,
hierna »de Gemeenschap" te noemen,
OOSTENRIJK, FINLAND, NOORWEGEN, ZWEDEN, ZWITSERLAND en JOEGOSLAVIË,
hierna »de deelnemende derde landen" te noemen,
Overwegende dat de Raad van de Europese Gemeenschappen bij besluit van 11 september 1979 een vierjarenprogramma voor de ontwikkeling van de informatica heeft vastgesteld;
Overwegende dat de Raad bij besluit van 22 november 1984 het bij besluit van 11 september 1979 vastgestelde programma heeft gewijzigd en dat deze wijziging een gecooerdineerde actie op het gebied van kunstmatige intelligentie en patroonherkenning behelst, hierna »COST-actie 13" te noemen;
Overwegende dat de Lid-Staten van de Gemeenschap, de deelnemende derde landen, hierna samen de »Staten" te noemen, en de Gemeenschap het voornemen hebben om in het kader van de voorschriften en procedures die van toepassing zijn op hun nationale programma's, het onderzoek te verrichten dat is omschreven in bijlage A en bereid zijn dit onderzoek in te passen in een cooerdinatieproces dat naar hun mening tot gemeenschappelijk voordeel zal strekken;
Overwegende dat voor het onderzoek waarop de gecooerdineerde actie betrekking heeft een financiële bijdrage van de Staten en van de Gemeenschap nodig zal zijn van ongeveer 15 miljoen Ecu,
ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:
Artikel 1
De Gemeenschap en de deelnemende derde landen, hierna »de overeenkomstsluitende partijen" te noemen, nemen gedurende een periode die loopt tot 21 november 1986 deel aan een gecooerdineerde actie op het gebied van kunstmatige intelligentie en patroonherkenning.
De actie is nader omschreven in bijlage A.
De Staten blijven volledige verantwoordelijkheid dragen voor het onderzoek dat door hun nationale instellingen of instanties wordt uitgevoerd, behalve voor onderzoek uit hoofde van een contract met de Commissie van de Europese Gemeenschappen, hierna »de Commissie" te noemen.
Artikel 2
De cooerdinatie tussen de overeenkomstsluitende partijen wordt verzorgd door een Cooerdinatiecomité Gemeenschap-COST, hierna »het Comité" te noemen.
Het Comité stelt zijn reglement van orde vast. Het secretariaat van het Comité wordt waargenomen door de Commissie.
Taakomschrijving en samenstelling van het Comité worden omschreven in bijlage B.
De structuur van het Comité kan door de overeenkomstsluitende partijen worden herzien.
Artikel 3
Met het oog op een zo doeltreffend mogelijke uitvoering van de gecooerdineerde actie kan door de Commissie, na overleg met de afgevaardigden van de deelnemende derde landen in het Comité, een projectleider worden benoemd.
Artikel 4
De bijdragen van de overeenkomstsluitende partijen in de kosten van de cooerdinatie voor de in artikel 1, eerste alinea, bedoelde periode worden geraamd op:
1 300 000 Ecu voor de Gemeenschap,
57 000 Ecu voor Oostenrijk,
50 000 Ecu voor Finland,
53 000 Ecu voor Noorwegen,
70 000 Ecu voor Zweden,
70 000 Ecu voor Zwitserland,
58 000 Ecu voor Joegoslavië.
De Ecu is de rekeneenheid als gedefinieerd in het van kracht zijnde Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en in de financiële bepalingen die uit hoofde van dit Reglement zijn vastgesteld.
De bepalingen inzake de financiering van de Overeenkomst zijn opgenomen in bijlage C.
Artikel 5
1. In het kader van het Comité wisselen de Staten geregeld alle dienstige gegevens uit betreffende het verstrekte waarop de gecooerdineerde actie betrekking heeft. Zij streven er ook naar informatie te verstrekken over soortgelijk door andere instanties gepland of verricht onderzoek. De door een Staat versrekte informatie wordt steeds vertrouwelijk behandeld indien deze Staat daarom verzoekt.
2. Na overleg met het Comité stelt de Commissie aan de hand van de verstrekte gegevens een rapport op over de stand van de werkzaamheden en doet dit aan de Staten toekomen.
3. Na afloop van de gecooerdineerde actie zendt de Commissie, na overleg met het Comité, de Staten een algemeen rapport over de uitvoering en de resultaten van de actie. Dit rapport wordt door de Commissie uiterlijk zes maanden na toezending aan de Staten gepubliceerd, tenzij een Staat hiertegen bezwaar aantekent. In dat geval wordt het rapport vertrouwelijk behandeld en na overleg met het Comité en uitsluitend op verzoek toegezonden aan de instellingen en ondernemingen die zodanige onderzoek- of produktiewerkzaamheden verrichten dat zij toegang dienen te hebben tot de resultaten van het onderzoek waarop de gecooerdineerde actie betrekking heeft.
Artikel 6
1. Elk van de overeenkomstsluitende partijen dient, na ondertekening van de Overeenkomst, de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van de voltooiing van de krachtens haar eigen voorschriften geldende procedures voor de uitvoering van deze overeenkomst.
2. Voor de overeenkomstsluitende partijen die de in lid 1 bedoelde kennisgeving hebben verricht, treedt deze overeenkomst in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de Gemeenschap en ten minste één deelnemend derde land deze kennisgeving hebben verricht.
Voor de overeenkomstsluitende partijen die de kennisgeving na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst verrichten, wordt deze Overeenkomst van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op die waarin de kennisgeving is verricht.
De overeenkomstsluitende partijen die bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst deze kennisgeving nog niet hebben verricht, mogen zonder stemrecht deelnemen aan de werkzaamheden van het Comité gedurende een periode van zes maanden volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
3. De Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen stelt elke overeenkomstsluitende partij in kennis van de nederlegging van de in lid 1 bedoelde kennisgevingen en van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
Artikel 7
Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van de deelnemende derde landen.
Artikel 8
Deze Overeenkomst, opgesteld in één enkel exemplaar in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen, dat aan elke overeenkomstsluitende partij een voor eensluitend gewaarmerkt afschrift doet toekomen.
BIJLAGE A
DOEL VAN DE ACTIE
1.2 // 1. // Kunstmatige intelligentie (AI) en patroonherkenning (PR) worden momenteel beschouwd als gebieden van groot belang voor de huidige ontwikkeling van de informatietechnologie. Dit komt gedeeltelijk door de nieuwe produkten die geïntroduceerd zijn als nevenprodukten van onderzoek op AI- en PR-gebied, zoals de LISP-technologie, expertsystemen, spraaksynthesizer, enzovoort. Bovendien zijn de uitdagingen van kunstmatige intelligentie en patroonherkenning uitstekende stimulansen gebleken voor vooruitgang op het gebied van de informatietechnologie. // // In de recente nationale programma's en het ESPRIT-programma van de Europese Gemeenschappen is rekening gehouden met deze ontwikkelingen. De meeste programa's zijn industrieel gericht, in die zin dat ervan verwacht wordt dat zij binnen redelijk korte tijd produkten opleveren en de belangrijkste deelnemers aan de projecten zijn grote industriële ondernemingen. Daarom bestaat er behoefte aan een aanvullend actieprogramma dat speciaal ten goede moet komen aan geavanceerd onderzoek en een bijdrage kan leveren tot onderwijs op AI- en PR-gebied. // 2. // Hoofddoel van de actie is het creëren van de voorwaarden en mechanismen voor: // // - het ondernemen en stimuleren van onderzoek in samenwerking op AI- en PR-gebied; // // - bevordering van uitwisseling van ideeën, identificatie van problemen en strategieharmonisatie voor het oplossen daarvan; // // - cooerdinatie op Europees niveau van de lopende activiteiten; // // - overdracht van eventuele oplossingen die gevonden worden bij onderzoek naar ontwikkelingen op deze gebieden op andere omgevingen (bijvoorbeeld industrie); // // - versterking van het schaarse, in Europa beschikbare opleidingspotentieel; // // - uitbouwing van zwaartepuntcentra in Europa, // // door middel van de volgende activiteiten: // // - uitwisseling van wetenschappelijk personeel voor korte of langere perioden; // // - het steunen van werkgroepen en workshops voor probleemidentificatie; // // - het steunen van projecten voor onderzoek in samenwerking; // // - het steunen van werkzaamheden in de vorm van kleine gespecialiseerde projecten (implementatie, proefprojecten, studies, enzovoort); // // - het steunen van cursussen van hoog niveau; // // - het verstrekken van toelagen om studenten of wetenschappelijk personeel in staat te stellen deel te nemen aan projecten voor onderzoek in samenwerking; // // - het steunen van het gebruik van geavanceerde informatie-uitwisselingssystemen. // 3. // Technische doelstellingen // // Dit programma omvat fundamenteel onderzoek dat de ontwikkeling van geavanceerde hulpmiddelen voor kunstmatige intelligentie en patroonherkenning mogelijk moet maken. De gebieden zijn: methoden voor het ontwerp van kennisbanken, verspreide kennisbanksystemen, logische programmering en parallellisme en geavanceerde patroonherkenning. // // Op de volgende terreinen kunnen voorstellen worden gedaan: // // - kennisverwerving en -analyse (ICAI), // // - leren en inductieve inferentie, // // - automatische programmering, // // - verspreide en samenwerkende probleemoplossing, // // - mens-computersamenwerking, // // - ontwikkeling van efficiënte systemen voor symbolische verwerking, // // - parallellisme en spreiding in logische programmeersystemen, // // - niet-monotone stellingbewijzers, // // - interfaces tussen het hoge en lage verwerkingsniveau voor signaalbegrip: de ontwikkelingsdomeinen omvatten spraakbegrip, beeldbegrip en specifiek signaalbegrip, // // - KR en cognitieve modelling, // // - doelgeoriënteerde kenmerkbepaling met gebruik van syntaxis en semantiek. (»Segmentatie door verkenning") met de nadruk op het besturingsprobleem, // // - 3D-beeld- en bewegingsbegrip (apparatuur, programmatuur), // // - architectuur en speciale apparatuur voor signaalbegrip met de nadruk op het verband tussen algoritme en architectuur (parallellisme).
BIJLAGE B
TAAKOMSCHRIJVING EN SAMENSTELLING VAN HET COOERDINATIECOMITÉ GEMEENSCHAP-COST OP HET GEBIED VAN KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE EN PATROONHERKENNING
1.2 // 1. // Het Comité // 1.1. // draagt bij tot een optimale uitvoering van de gecooerdineerde actie door advies uit te brengen over de gang van zaken in al zijn aspecten, waaronder: // // - het bevorderen en cooerdineren van activiteiten op nationaal vlak binnen de gecooerdineerde actie; // // - het vaststellen van onderwerpen van bijzonder of van algemeen belang; // // - het toekennen van financiële steun uit het cooerdinatiefonds; // // - het selecteren van contractanten voor bijzondere opdrachten; // // - het aanstellen van de projectleider; // // - het begeleiden van de projectleider; // 1.2. // beoordeelt de resultaten van de actie en formuleert conclusies over de toepassing ervan; // 1.3. // zorgt voor de uitwisseling van informatie als bedoeld in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst; // 2. // De rapporten en adviezen van het Comité worden aan de Staten toegezonden. // 3. // Het Comité bestaat uit een afgevaardigde van de Commissie, een afgevaardigde van elk deelnemend derde land, een afgevaardigde van elke Lid-Staat als vertegenwoordiger van het nationale programma en eventueel de projectleider. Alle afgevaardigden mogen zich laten bijstaan door deskundigen. // // Het Comité mag vertegenwoordigers van gebruikers, van de CEPT en van Europese instanties die meewerken aan de normalisatie uitnodigen hun standpunt kenbaar te maken.
BIJLAGE C
BEPALINGEN INZAKE FINANCIERING
Artikel 1
Deze regeling bevat de bepalingen inzake financiering als bedoeld in artikel 4 van de Overeenkomst.
Artikel 2
Bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst verzoekt de Commissie elk deelnemend derde land om storting van het in artikel 4 van de Overeenkomst vastgestelde bedrag.
Deze bijdrage wordt zowel in Ecu als in de valuta van de betrokken Staat uitgedrukt, waarbij de waarde van de Ecu is gedefinieerd in het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en wordt vastgesteld op de datum van het stortingsverzoek.
De totale bijdragen moeten, behalve de eigenlijke cooerdinatiekosten, de reis- en verblijfkosten dekken van de afgevaardigden in het Comité.
Elk deelnemend derde land betaalt zijn bijdrage in de kosten van de cooerdinatie in het kader van de Overeenkomst uiterlijk drie maanden nadat het hiertoe door de Commissie is aangezocht. Bij overschrijding van de termijn voor de betaling moet het betrokken deelnemend derde land een rente betalen die gelijk is aan de hoogste discontovoet die op de vervaldatum in de Staten van toepassing is. De rentevoet wordt verhoogd met 0,25 procentpunt per maand waarmee de termijn wordt overschreden. De verhoogde rentevoet wordt toegepast over de volledige periode van overschrijding.
Artikel 3
De door de deelnemende derde landen betaalde bedragen worden als kredieten voor de gecooerdineerde actie geboekt bij de begrotingsontvangsten op een post van de staat van ontvangsten van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (afdeling Commissie).
Artikel 4
Het indicatieve tijdschema met betrekking tot de spreiding van de cooerdinatiekosten als bedoeld in artikel 4 van de Overeenkomst, is opgenomen in het aanhangsel.
Artikel 5
Voor het beheer van de kredieten geldt het van kracht zijnde Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.
Artikel 6
Aan het einde van elk begrotingsjaar wordt een staat van kredieten voor de gecooerdineerde actie opgesteld en ter informatie toegezonden aan de deelnemende derde landen.
AANHANGSEL
VOORLOPIG TIJDSCHEMA VOOR DE GECOOERDINEERDE ACTIE: KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE EN PATROONHERKENNING
BEGROTINGSPOST 7702 »COMMUNAUTAIRE MAATREGELEN VOOR DE ONTWIKKELING VAN DE INFORMATICA"
(in Ecu)
1.2,3.4,5.6,7.8,9.10,11 // // // // // // // // 1985 // 1986 // 1987 // 1988 // Totaal // // // // // 1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.11 // // vk // bk // vk // bk // vk // bk // vk // bk // vk // bk // // // // // // // // // // // // 1. Aanvankelijke ramingen van de globale behoeften // // // // // // // // // // // - Huishoudelijke uitgaven en contracten // 1 300 000 // 350 000 // - // 400 000 // - // 350 000 // - // 200 000 // 1 300 000 // 1 300 000 // // // // // // // // // // // // Totaal // 1 300 000 // 350 000 // - // 400 000 // - // 350 000 // - // 200 000 // 1 300 000 // 1 300 000 // // // // // // // // // // // // 2. Herziene raming van de uitgaven, gelet op aanvullende behoeften ten gevolge van de toetreding van deelnemende derde landen: // // // // // // // // // // // - Huishoudelijke uitgaven en contracten // 1 300 000 // 350 000 // 358 000 // 520 000 // - // 470 000 // - // 318 000 // 1 658 000 // 1 658 000 // // // // // // // // // // // // 3. Verschil tussen 1 en 2, te dekken door middel van de bijdragen van de deelnemende derde landen // 0 // 0 // 358 000 // 120 000 // - // 120 000 // - // 118 000 // 358 000 // 358 000 // // // // // // // // // // // 1.2 // vk // = Vastleggingskredieten. // bk // = Betalingskredieten. // //
Top