Avis juridique important
Resolutie van de Raad van 22 december 1986 betreffende een actieprogramma voor werkgelegenheidsgroei
Publicatieblad Nr. C 340 van 31/12/1986 blz. 0002 - 0006
NLRESOLUTIE VAN DE RAAD
van 22 december 1986
betreffende een actieprogramma
voor werkgelegenheidsgroei
(86/C 340/02)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en op de Europese Akte,
Gezien de vroegere resoluties van de Raad betreffende werkgelegenheid voor jongeren, langdurige werkloosheid, arbeidsmarktbeleid, plaatselijke initiatieven voor het scheppen van werkgelegenheid, beroepsopleiding, invoering van nieuwe technologieën en gelijke behandeling van mannen en vrouwen,
Gezien de conclusies van de Europese Raad van 26/27 juni 1986 te Den Haag en van 5/6 december 1986 te Londen,
Gezien het document "Werkgelegenheidsgroei tot in de negentiger jaren - een strategie voor de arbeidsmarkt", dat op 28 mei 1986 door de ministers van Werkgelegenheid van Ierland, Italië en het Verenigd Koninkrijk werd ingediend,
Gezien de adviezen van het Europese Parlement betreffende de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid en de besprekingen in het Permanent Comité voor Arbeidsmarktvraagstukken, in het bijzonder die van 24 april en 7 november 1986,
Zich ervan bewust dat het nemen van maatregelen ter bestrijding van de werkloosheid de primaire verantwoordelijkheid van de Lid-Staten is,
Zich ervan bewust dat de werkgelegenheidsgroei in hoofdzaak door economische groei bewerkstelligd dient te worden,
Zich bewust van het belang van maatregelen om, in het kader van de cooeperatieve groeistrategie van de Gemeenschap en het algemene economische beleid van de Lid-Staten, de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren,
Zich ervan bewust dat bij een strategie ter verbetering van de arbeidsmarkt de fundamentele rechten inzake sociale zekerheid, sociale bescherming en arbeidsvoorwaarden niet in gevaar mogen worden gebracht,
Zich ervan bewust dat bij een dergelijke strategie volledig rekening gehouden dient te worden met de standpunten van de sociale partners, en met de conclusie van de sociale dialoog,
Zich ervan bewust dat bij een dergelijke strategie ook onderscheid gemaakt dient te worden tussen de gebieden waarop de Gemeenschap een rol te spelen heeft en die welke onder de verantwoordelijkheid van de Lid-Staten vallen,
Zich ervan bewust dat bij de inspanningen van de Gemeenschap ter bestrijding van de werkloosheid een grotere rol moet worden gespeeld door het Europees Sociaal Fonds, met name wat de aanwending van de beschikbare middelen en de prioriteiten betreft,
NEEMT DE VOLGENDE RESOLUTIE AAN :
I
De Raad houdt terdege rekening met de cooeperatieve groeistrategie van de Gemeenschap zoals bekrachtigd in Beschikking 85/619/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot goedkeuring van het Jaarverslag over de economische toestand in de Gemeenschap en vaststelling van de richtsnoeren voor de economische politiek voor 1986 (1) en in het besluit van de Raad ECO/FIN van 8 december 1986, in het bijzonder met de noodzaak om te zorgen voor handhaving van economische groei op een gezonde basis en om te streven naar een voortdurende vermindering van de werkloosheid.
II
De Raad verbindt zich ertoe zijn werkzaamheden te concentreren op en een bijdrage te leveren tot de verdere ontwikkeling van de samenwerking tussen de Lid-Staten op de volgende terreinen : stimulering van nieuwe ondernemingen en werkgelegenheidsgroei, doeltreffender arbeidsmarkten, betere opleidingsmogelijkheden voor jongeren en volwassenen en meer hulp voor langdurig werklozen; tevens verbindt hij zich ertoe om, in volledige overeenstemming met de Commissie, de nodige besluiten en maatregelen te nemen om de volgende doelstellingen te verwezenlijken :
1.
Stimulering van nieuwe ondernemingen en werkgelegenheidsgroei
Grote bedrijven zullen een belangrijke rol blijven spelen bij het verschaffen van werkgelegenheid. In dit verband zullen de overeengekomen beleidsmaatregelen van de Gemeenschap - met name de maatregelen met het oog op de voltooiing van de interne markt, het vrij verkeer van kapitaal, de handhaving van economische groei op een gezonde basis en de verhoging van de steun voor onderzoek en ontwikkeling in de industrie - grote en kleine bedrijven helpen om hun concurrentievermogen te verbeteren en een belangrijke bron van werkgelegenheid te blijven. Tegelijkertijd erkent de Raad dat er in het midden- en kleinbedrijf (MKB) aanzienlijke mogelijkheden voor een toekomstige groei van de werkgelegenheid liggen. De Raad wenst dan ook tot de verdere ontwikkeling van dit bedrijfstype bij te dragen door :
a) snelle tenuitvoerlegging van het Beleidsprogramma van de Commissie voor het midden- en kleinbedrijf zoals weergegeven in de resolutie van de Raad van 3 november 1986 (2), met inbegrip van :
- het opvoeren van de inspanningen om bekendheid te geven aan communautaire programma's die voor het MKB van belang zijn,
- het zoeken naar en stimuleren van maatregelen waardoor grote bedrijven en de particulieresector in het algemeen een bijdrage kunnen leveren tot de oprichting en de groei van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's), in het bijzonder door opleiding en gespecialiseerd advies,
- het nagaan hoe de Lid-Staten het best geholpen kunnen worden bij het opzetten van begeleidingsdiensten voor kleine bedrijven, met inbegrip van dienstverlening door de relevante arbeidsmarktinstanties, goedkope arbeids- en bedrijfsruimte tijdens de aanloopperiode, en adviezen over de invoering van nieuwe technologieën;
b) vermindering van administratieve verplichtingen inzake de oprichting en uitbreiding van ondernemingen, met inbegrip van steun voor de inspanningen die in de Lid-Staten worden gedaan om het opzetten en uitbreiden van kleine en middelgrote ondernemingen en eenpersoonsbedrijven te stimuleren, met name :
- eenvoudige handleidingen voor kleine en middelgrote ondernemingen en zelfstandigen,
- een campagne ter vermindering van overbodige administratieve verplichtingen, waarbij een beter inzicht in de communautaire wetgeving één van de doelstellingen moet zijn,
- maatregelen om een groter aantal personen, in het bijzonder jongeren en werklozen, te doen besluiten zich als zelfstandige te vestigen,
- onderzoek van het bestaande instrumentarium op alle niveaus, ten einde na te gaan of er veranderingen nodig zijn om onnodige of onbedoelde belemmeringen voor zich vestigende zelfstandigen weg te nemen;
c) stimulering van de groei van cooeperaties en lokale werkgelegenheidsinitiatieven met volledige inachtneming van de resolutie van de Raad van 7 juni 1984 (3), met name :
- het opsporen van wettelijke of andere beletselen in de Lid-Staten waardoor cooeperaties ten opzichte van andere bedrijfsvormen benadeeld worden,
- het verlenen van steun op communautair niveau voor de opleiding van degenen die cooeperaties en lokale werkgelegenheidsinitiatieven leiden of opzetten, alsmede hun assistenten,
- inspanningen om cooeperaties en KMO's ter plaatse te adviseren en te begeleiden.
2.
Doeltreffender arbeidsmarkten
De noodzaak om te zorgen voor flexibeler arbeidspatronen, zonder daarbij de fundamentele rechten inzake sociale zekerheid, sociale bescherming en arbeidsvoorwaarden in gevaar te brengen, en de noodzaak om de arbeidskansen voor alle werkzoekenden te vergroten, vergen zowel binnen als buiten de ondernemingen, een groter aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt, zulks in samenwerking met de sociale partners overeenkomstig de in de Lid-Staten bestaande gebruiken. Dit betekent dat er ook faciliteiten moeten komen voor de herplaatsing van werknemers die hun baan verliezen ingevolge de achteruitgang van traditionele industrieën of de herstructurering van andere industrieën.
Met het oog daarop wenst de Raad
a) plaatselijke initiatieven te stimuleren die, met inachtneming van nationale en regionale kenmerken, erop gericht zijn de plaatselijke belangen bij de ontwikkeling en uitvoering van het werkgelegenheids- en opleidingsbeleid in hun woonplaats aan bod te laten komen;
b) maatregelen te nemen om het de werknemers gemakkelijker te maken over te stappen naar beschikbare banen en in te spelen op veranderingen in de vraag naar arbeidskrachten, met inbegrip van de veranderingen die verband houden met de achteruitgang of herstructurering van traditionele industrieën, door :
- de Lid-Staten aan te moedigen de belemmeringen voor de mobiliteit in hun eigen land zoveel mogelijk uit de weg te ruimen, onder meer door te zorgen voor een snelle en doeltreffende arbeidsbemiddeling,
- te zorgen voor betere voorlichting en advies over de arbeidsmogelijkheden op alle scholings-niveaus, en over pensioenen (met inbegrip van het zoeken naar mogelijkheden om de overdraagbaarheid te verbeteren), sociale zekerheid en andere relevante rechten en regelingen in de hele Gemeenschap, ten einde de hinderpalen voor de mobiliteit tussen de Lid-Staten weg te nemen met gebruikmaking van het SEDOC-systeem, indien van toepassing;
c) uitbreiding van de onderlinge erkenning van beroepskwalificaties door de Lid-Staten, door middel van :
- versnelde uitvoering van de communautaire besluiten inzake de vergelijkbaarheid van opleidingsgetuigschriften,
- opsporing van en activiteiten in andere sectoren waar het ontbreken van onderling erkende of vergelijkbare getuigschriften een ernstige belemmering vormt voor het vrije verkeer van werknemers;
d) opheffing van de belemmeringen voor de ontwikkeling van nieuwe vormen van arbeid in de periferie van de traditionele arbeidssectoren, in de sector persoonlijke dienstverlening en in activiteiten van openbaar nut, ten einde in te spelen op de veranderende maatschappelijke behoeften;
e) opheffing van de belemmeringen voor de ontwikkeling van deeltijdse en tijdelijke arbeid, contractarbeid en duobanen, zonder uit het oog te verliezen dat de sociale en arbeidsbescherming dienen te worden gehandhaafd;
f) bevordering van gelijke arbeids- en carrièrekansen voor vrouwen door :
- uitvoering van het communautair programma op middellange termijn 1986-1990,
- steunverlening voor maatregelen van de Lid-Staten om vrouwen aan te moedigen een eigen bedrijf te beginnen,
- bevordering van de opleiding van vrouwen voor beroepen waar zij ondervertegenwoordigd zijn (met name beroepen op het gebied van de nieuwe technologieën),
- hernieuwd onderzoek naar de noodzaak van bepaalde wettelijke voorschriften waardoor de arbeidsmogelijkheden van vrouwen worden beknot, zoals de voorschriften betreffende nachtwerk in de industrie;
g) vergroting, via soortgelijke maatregelen, van gelijke arbeids- en carrièrekansen voor gehandicapten, migrerende werknemers, inclusief degenen die naar hun Lid-Staat van herkomst terugkeren, en bewoners van minder bevoorrechte stadsgebieden.
3.
Opleiding
Voor de groei van de werkgelegenheid is het van het grootste belang dat men beschikt over een arbeidspotentieel met de nodige bekwaamheid en flexibiliteit om te kunnen voldoen aan de veranderende behoeften in handel en industrie, vooral in een tijd waarin de ontwikkeling van nieuwe technologieën snelle veranderingen teweegbrengt. Bovendien moeten zowel jongeren als volwassenen beschikken over opleidingsmogelijkheden die hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Een onontbeerlijke basis voor die opleiding is de verstrekking door de Lid-Staten van kwaliteitsonderwijs voor leerplichtigen. Met het oog daarop stuurt de Raad aan op :
a) effectievere programma's op het gebied van beroepsonderwijs en beroepsopleidingen voor jongeren, door het nemen van maatregelen door de Lid-Staten met het oog op :
- het scheppen van banden tussen school en beroepsleven,
- grotere betrokkenheid van industrie en handel bij het opzetten en verstrekken van beroepsonderwijs en -opleidingen,
- gedurende een bepaalde periode, die tot twee jaar kan oplopen, beroepsonderwijs en -opleiding voor schoolverlaters (waar nodig inclusief opleiding op de arbeidsplaats met een leercontract, zonder dat hierbij andere regelingen voor opleidingen van langere duur worden uitgesloten), af te sluiten met erkende beroepsgetuigschriften,
- speciale voorzieningen voor minder bevoorrechten en gehandicapten;
b) meer vooruitzichten op aanwerving en vast dienstverband voor jongeren die de onderwijs- en opleidingsprogramma's verlaten;
c) verhoging van het niveau van de scholings- en herscholingsmogelijkheden voor volwassenen, door het nemen van maatregelen die ertoe leiden dat :
- zowel werkgevers als werknemers sterker doordrongen raken van het belang van opleiding, niet alleen om de economische groei te bevorderen, maar ook om aan persoonlijke en professionele aspiraties van de enkeling te voldoen,
- de werkgevers gestimuleerd worden om meer te investeren in opleidingen binnen de bedrijven,
- hulp geboden wordt bij de ontwikkeling van beter aansluitende opleidingsstelsels, inclusief het gebruik van nieuwe technologieën voor onderwijs- en opleidingsdoeleinden;
d) het opzetten van een reeks communautaire acties om na te gaan :
- hoe beperkingen betreffende de toegang tot opleidingen kunnen worden opgeheven, vooral wanneer de opleidingsmogelijkheden voor bepaalde banen niet in grote mate ter beschikking staan van bepaalde sectoren van de bevolking,
- hoe de groeiende behoefte aan opleiding, met name bij plaatselijke bedrijven, kan worden gepeild als onderdeel van de permanente werkzaamheden van de Commissie op het gebied van opleiding en bij de ontwikkeling van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven,
- hoe flexibeler en rendabeler methodes voor het geven van opleidingen kunnen worden ontwikkeld, in het bijzonder door aanwending van nieuwe technologieën.
4.
Landurig werklozen
Uit het verder toenemen van de langdurige werkloosheid in de Gemeenschap valt niet alleen af te leiden dat er in het algemeen te weinig werkgelegenheid is, maar ook dat bepaalde regio's en groepen op de arbeidsmarkt naar verhouding zwaarder dan andere door de werkloosheid worden getroffen, vooral wanneer het vinden en behouden van werk door andere nadelige factoren wordt bemoeilijkt. Een effectieve aanpak van dit probleem vereist een krachtdadig regeringsoptreden ten gunste van langdurig werklozen; dit dient zoveel mogelijk te geschieden met de steun van de sociale partners, zoals reeds overeengekomen in het kader van de resolutie van de Raad van 19 december 1984 (4). Aangezien de langdurige werkloosheid sedert dat tijdstip echter is blijven toenemen, acht de Raad het dringend noodzakelijk dat er nieuwe acties komen met het oog op :
a) bevordering en aanmoediging van regelingen in de Lid-Staten ten gunste van de langdurig werklozen, met inbegrip van regelingen voor opleiding, beroepsbegeleiding en advies, waardoor de diensten voor arbeidsbemiddeling over meer middelen zullen beschikken om langdurig werklozen te helpen,
b) vaststelling van een communautaire benadering inzake steun bij plaatsing van langdurig werklozen, waarbij rekening wordt gehouden met de opgedane ervaring en de omstandigheden in de afzonderlijke Lid-Staten,
c) bepaling van andere wegen waarlangs meer langdurig werklozen (met inbegrip van werklozen die jonger zijn dan 25 jaar) aan banen kunnen worden geholpen, op basis van besprekingen met de sociale partners over deze wegen,
d) afspraken over de opstelling in de gehele Gemeenschap van vergelijkbare statistieken betreffende de werkloosheidsduur,
e) bestudering van de consequenties die de nationale stelsels van sociale zekerheid met zich meebrengen voor langdurig werklozen.
III
Sociale dialoog
De Raad herinnert aan het in artikel 22 van de Europese Akte vermelde artikel 118 B, waarin van de Commissie wordt verlangd dat zij zich beijvert de dialoog tussen de sociale partners op Europees niveau verder te ontwikkelen en spreekt zijn voldoening uit over de overeenkomsten die reeds werden bereikt.
De Raad steunt de inspanningen die de Commissie heeft gedaan om deze opdracht te vervullen en spreekt de hoop uit dat de dialoog wordt voortgezet en dat de sociale partners onderling tot conclusies komen die een extra stimulans zullen geven aan het in deze resolutie vervatte programma.
IV
Economische en sociale samenhang
De Raad herinnert aan het in artikel 23 van de Europese Akte vermelde artikel 130a en bevestigt het belang van economische en sociale samenhang ter verkleining van het verschil tussen de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstige regio's.
In dit verband herinnert de Raad aan de conclusies van de Europese Raad van 26/27 juni te Den Haag en van 5/6 december 1986 te Londen.
V
Tenuitvoerlegging van het programma
1. De Raad, zich bewust van de belangrijke rol van de Commissie bij de tenuitvoerlegging van dit programma, verzoekt de Commissie, hem vóór de volgende zitting van de Raad (Arbeid en sociale zaken) de eerste voorstellen voor te leggen voor de tenuitvoerlegging van bovenstaand programma door de Gemeenschap, of in voorkomend geval door de Lid-Staten, en voor het overige de werkgelegenheid te bevorderen.
2. De Raad verzoekt de Commissie voorts, een bijdrage te leveren tot een snelle verspreiding in de hele Gemeenschap van informatie over nieuwe initiatieven op de door het programma bestreken gebieden, waarbij zij zoveel mogelijk gebruik dient te maken van de bestaande structuren en informatiesystemen, in het bijzonder van MISEP en ELISE.
3. De Raad verzoekt de Commissie, bij het opstellen van deze voorstellen zowel rekening te houden met de standpunten en de verantwoordelijkheden van de sociale partners en de door hen in het kader van de sociale dialoog te bereiken of bereikte conclusies, als met de meest adequate werkwijzen in de Lid-Staten.
4. De Raad verbindt zich ertoe, zich zo spoedig mogelijk over deze voorstellen uit te spreken na officieel in kennis te zijn gesteld van de adviezen van het Europese Parlement en het Economisch en Sociaal Comité over het voorstel of de mededeling in kwestie; daarbij zal hij zich ten volle inzetten om tot overeenstemming te komen. De Raad verzoekt de Commissie in het bijzonder, hem vóór de volgende zitting van de Raad (Arbeid en sociale zaken) voorstellen en mededelingen te doen toekomen betreffende de opleiding van jongeren en volwassenen en langdurige werkloosheid.
5. In dit verband wijst de Raad opnieuw op zijn conclusies van 13 juni 1985, waarin onder meer de Commissie werd verzocht de mogelijkheid na te gaan van het bevorderen van een gecooerdineerde actie ter ontwikkeling van communautaire en/of nationale experimentele of modelprojecten, gericht op het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen en het oprichten van nieuwe ondernemingen, met voorrang voor langdurig werklozen en jongeren; hij verzoekt de Commissie om hem v´óor de volgende zitting van de Raad (Arbeid en sociale zaken) verslag uit te brengen over de bevindingen van de in die conclusies gevraagde studie.
6. De Raad wijst voorts opnieuw op het verzoek van de Europese Raad van 26/27 juni 1986 aan de Commissie om een analyse te maken van de verschijnselen van de verborgen economische bedrijvigheid, om zodoende het arbeidsmarktbeleid te helpen bepalen, en ziet de resultaten van de analyse van de Commissie tegemoet.
7. De Raad verzoekt de Commissie om de Raad, het Europese Parlement en het Economisch en Sociaal Comité eens per half jaar een beknopt schriftelijk verslag voor te leggen over de stand van zaken rond de uitvoering van het programma en de te verwachten ontwikkelingen.
8. De Raad verzoekt de Commissie om, binnen de grenzen van de beschikbare middelen, bij haar besluiten met betrekking tot de diverse communautaire financiële instrumenten, rekening te houden met de mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan de uitvoering van dit programma; hij verzoekt haar in het bijzonder, de voorstellen voor de herziening van het Europees Sociaal Fonds zo spoedig mogelijk in te dienen.
(1) PB nr. L 377 van 31. 12. 1985, blz. 1.
(2) PB nr. C 287 van 14. 11. 1986, blz. 1.
(3) PB nr. C 161, 21. 6. 1984, blz. 1.
(4) PB nr. C 2 van 4. 1. 1985, blz. 3.
Top