Avis juridique important
Resolutie van de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, van 24 november 1986 inzake de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt
Publicatieblad Nr. C 331 van 23/12/1986 blz. 0002 - 0002
RESOLUTIEvan de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen,van 24 november 1986inzake de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt(86/C 331/02)
DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LID-STATEN, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN, Overwegende dat de Raad Richtlijn 86/609/EEG heeft aangenomen inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van Lid-Staten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (1) ; Overwegende niettemin dat dierproeven voor bepaalde doeleinden niet onder de bepalingen van bovengenoemde richtlijn vallen; Overwegende dat dergelijke doeleinden duidelijk omschreven en begrensd moeten worden; Overwegende in het bijzonder dat in geval van dergelijke proeven de toe te passen maatregelen niet minder streng mogen zijn dan die welke gelden voor overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn uitgevoerde dierproeven, NEMEN DE VOLGENDE RESOLUTIE AAN: De Lid-Staten verbinden zich ertoe het gebruik van dieren voor proeven uitsluitend toe te staan voor de volgende doeleinden: a) i) het vermijden of voorkomen van ziekten, gezondheidsstoornissen of andere afwijkingen, dan wel de gevolgen daarvan, bij de mens, bij gewervelde of ongewervelde dieren en bij planten, met inbegrip van de produktie van geneesmiddelen, stoffen en produkten en van het onderzoek ervan op kwaliteit, werkzaamheid en onschadelijkheid; ii) de diagnose of de behandeling van ziekten, gezondheidsstoornissen of andere afwijkingen, dan wel de gevolgen daarvan, bij de mens, bij gewervelde en ongewervelde dieren en bij planten; b) het beoordelen, onderkennen, reguleren of wijzigen van fysiologische omstandigheden bij de mens, bij gewervelde en ongewervelde dieren en bij planten; c) de bescherming van het milieu in het belang van de gezondheid of het welzijn van mens of dier; d) wetenschappelijk onderzoek; e) opleiding en scholing; f) gerechtelijk onderzoek. Wanneer de doeleinden van dergelijke proeven niet onder de bepalingen van de richtlijn vallen, passen de Lid-Staten nationale bepalingen toe die niet minder streng zijn dan de bepalingen van de richtlijn. In het bijzonder komen de Lid-Staten, wat opleiding en scholing betreft, overeen dat proeven voor onderwijsdoeleinden voornamelijk moeten worden verricht in universiteiten of andere onderwijsinstellingen van hetzelfde niveau. Proeven die op middelbare scholen en in andere onderwijs- en scholingsinstellingen van hetzelfde niveau worden genomen, moeten beperkt blijven tot het strikte minimum dat voor de betrokken opleiding en beroepsscholing noodzakelijk is. De Lid-Staten zien erop toe dat proeven voor onderwijsdoeleinden zoveel mogelijk met gefokte dieren worden verricht door of onder toezicht van een deskundige. Wanneer mogelijk, moeten de proeven worden vervangen door audiovisuele of andere geschikte methoden. Voorts komen de Lid-Staten overeen dat proeven waarbij het dier wordt vrijgelaten niet zijn toegestaan indien zij alleen voor opleidings- of scholingsdoeleinden plaatsvinden. (1) PB nr. L 358 van 18. 12. 1986, blz. 1.
Top