Avis juridique important
Richtlijn 80/1266/EEG van de Raad van 16 december 1980 inzake de toekomstige samenwerking en onderlinge bijstand van de Lid-Staten op het gebied van het onderzoek naar de oorzaken van luchtvaartongevallen
Publicatieblad Nr. L 375 van 31/12/1980 blz. 0032 - 0033
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 7 Deel 2 blz. 0185
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 13 Deel 10 blz. 0103
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 7 Deel 2 blz. 0185
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 07 Deel 2 blz. 0273
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 07 Deel 2 blz. 0273
RICHTLIJN VAN DE RAAD van 16 december 1980 inzake de toekomstige samenwerking en onderlinge bijstand van de Lid-Staten op het gebied van het onderzoek naar de oorzaken van luchtvaartongevallen (80/1266/EEG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 84, lid 2,
Overwegende dat de technische gecompliceerdheid van moderne luchtvaartuigen met grote capaciteit voortdurend toeneemt ; dat krachtens hoofdstuk 5 van bijlage 13 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart de Verdragsluitende Staten ongevallen met dergelijke luchtvaartuigen, op verzoek van de bevoegde Lid-Staat, onverwijld dienen te laten onderzoeken door onafhankelijke deskundigen uit de meest diverse technische vakgebieden en bedrijfssectoren;
Overwegende dat de Lid-Staten niet alle de staf van geschoold personeel alsmede de technische onderzoekinstallaties, nodig voor het onderzoek naar de oorzaken van ernstige ongevallen, voortdurend of volledig ter beschikking kunnen houden;
Overwegende dat de gelijklopende technische ontwikkeling en het eenvormige niveau van de prestatienormen van de luchtvaart in de Lid-Staten het mogelijk maken tot samenwerking te komen bij het onderzoek naar de oorzaken van luchtvaartongevallen en bij de voorkoming daarvan;
Overwegende dat meer dan 90 % van de ongevallen betrekking hebben op luchtvaartuigen met een grensbelasting van 5 700 kg of minder ; dat het voor de veiligheid bij het vliegen en ter voorkoming van ongevallen dienstig is dat ook over deze ongevallen inlichtingen worden uitgewisseld,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Bij een ongeval met een burgerluchtvaartuig en op verzoek van de Lid-Staat die het onderzoek leidt, beijvert iedere Lid-Staat zich om, in het kader van wederzijdse bijstand en binnen de grenzen van zijn mogelijkheden, volgens het geval het volgende ter beschikking te stellen van de verzoekende Lid-Staat: a) de installaties, voorzieningen en apparatuur waarover zijn instanties beschikken voor: - het technisch onderzoek van wrakstukken en boordapparatuur en andere voor het onderzoek belangrijke voorwerpen;
- de verwerking van gegevens, geregistreerd door de vluchtparameterschrijvers en de stuurhutgeluidopname-apparatuur;
- de elektronische opslag en verwerking van gegevens over luchtvaartongevallen;
b) deskundigen inzake onderzoek van luchtvaartongevallen voor het uitvoeren van bepaalde taken en wel alleen bij een onderzoek naar de oorzaken van ernstige ongevallen.
2. Deze wederzijdse bijstand moet voor zover mogelijk kosteloos worden verleend.
Artikel 2
De Lid-Staten stellen elkaar op gezette tijden in kennis van de gegevens betreffende de incidenten die niet hebben geleid tot een ongeval alsmede van de resultaten van het onderzoek naar de oorzaken van ongevallen met luchtvaartuigen met een toegelaten grensbelasting van 5 700 kg of minder, voor zover deze resultaten beschikbaar zijn in een vorm die overeenstemt met die van het formulier voor ongevallen/storingen van de Internationale Organisatie voor Burgerluchtvaart. Deze gegevens en deze resultaten worden uitgewisseld voor zover zij tot een grotere veiligheid in de lucht en de voorkoming van ongevallen kunnen bijdragen.
Artikel 3
Na raadpleging van de Commissie stellen de Lid-Staten de bepalingen vast die nodig zijn om deze richtlijn ten uitvoer te leggen met ingang van 1 juli 1981.
Artikel 4
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
Gedaan te Brussel, 16 december 1980.
Voor de Raad
De Voorzitter
Colette FLESCH
Top