Avis juridique important
Richtlijn 86/652/EEG van de Raad van 18 december 1986 tot wijziging van Richtlijn 76/625/EEG betreffende de door de Lid-Staten te houden statistische enquêtes, ten einde het produktiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen vast te stellen
Publicatieblad Nr. L 382 van 31/12/1986 blz. 0016 - 0016
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 22 blz. 0118
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 22 blz. 0118
RICHTLIJN VAN DE RAAD
van 18 december 1986
tot wijziging van Richtlijn 76/625/EEG betreffende de door de Lid-Staten te houden statistische enquêtes, ten einde het produktiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen vast te stellen
(86/652/EEG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
Gezien het advies van het Europese Parlement (2),
Overwegende dat de Commissie voor het vervullen van de taken, haar opgedragen bij het Verdrag, alsmede bij de communautaire voorschriften betreffende de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit, informatie behoeft over het produktiepotentieel van andere soorten fruitbomen dan die waarvoor in het kader van Richtlijn 76/625/EEG (3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 86/84/EEG (4), reeds enquêtes worden gehouden,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Richtlijn 76/625/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1. artikel 1, lid 1, wordt als volgt gelezen:
"1. De Lid-Staten houden in 1987, en vervolgens om de vijf jaar, in het voorjaar enquêtes betreffende de op hun grondgebied aanwezige boomgaarden bestemd voor de produktie van tafelappelen en -peren, met uitzondering van appelen en peren die uitsluitend zijn bestemdvoor ander gebruik dan als tafelappelen en -peren, alsmede van perziken, abrikozen, sinaasappelen, citroenen en kleine citrusvruchten. Het opnemen van appel- en pereboomgaarden met variëteiten die uitsluitend bestemd zijn voor ander gebruik dan als tafelappelen en -peren, is facultatief.
Voor de toepassing van lid 2 van dit artikel en van de artikelen 2, 3, 5 en 6 wordt de groep kleine citrusvruchten (mandarijnen, tangerines en satsuma's daaronder begrepen; clementines, wilkings en andere kleine citrusvruchten) als één soort beschouwd.'';
2. Artikel 2, lid 1 onder A, laatste alinea, wordt gelezen:
"De enquête betreffende perzik- en abrikozebomen wordt alleen in Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië en Portugal gehouden, terwijl ook die betreffende sinaasappel- en citroenbomen en bomen met kleine citrusvruchten alleen in Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië en Portugal wordt gehouden, maar slechts dan wanneer een van deze soorten citrusvruchten in significante aantallen op het grondgebied van de Lid-Staat voorkomt.''.
Artikel 2
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
Gedaan te Brussel, 18 december 1986.
Voor de Raad
De Voorzitter
M. JOPLING
(1) PB nr. C 265 van 21. 10. 1986, blz. 10.
(2) Advies uitgebracht op 12 december 1986 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).
(3) PB nr. L 218 van 11. 8. 1976, blz. 10.
(4) PB nr. L 77 van 22. 3. 1986, blz. 32.
Top