Avis juridique important
Richtlijn 87/56/EEG van de Raad van 18 december 1986 tot wijziging van Richtlijn 78/1015/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorrijwielen
Publicatieblad Nr. L 024 van 27/01/1987 blz. 0042 - 0045
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 16 blz. 0101
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 16 blz. 0101
*****
RICHTLIJN VAN DE RAAD
van 18 december 1986
tot wijziging van Richtlijn 78/1015/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorrijwielen
(87/56/EEG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100,
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
Gezien het advies van het Europese Parlement (2),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),
Overwegende dat in bijlage I van Richtlijn 78/1015/EEG (4) grenzen zijn vastgesteld voor het geluidsniveau van motorrijwielen; dat artikel 8 van die richtlijn bepaalt dat de Raad op voorstel van de Commissie besluit tot verlaging van de in bijlage I toegestane grenswaarden van het geluidsniveau;
Overwegende dat bij de goedkeuring van Richtlijn 78/1015/EEG de nadruk werd gelegd op het feit dat deze richtlijn een eerste stap was op de weg naar een verbetering van het milieu, dat de technische ontwikkeling van minder luidruchtige motorrijwielen diende te worden bevorderd, dat er in het bijzonder voor krachtiger motorrijwielen naar diende te worden gestreefd om vóór 1985 de vastgestelde grenswaarden tot ongeveer 80 dB (A) te verlagen en dat bij de vast te stellen niveaus rekening moest worden gehouden met de technische middelen welke op dat tijdstip konden worden aangewend;
Overwegende dat de bescherming van de bevolking in het stedelijke milieu tegen geluidsoverlast passende maatregelen vergt om het geluidsniveau van motorrijwielen te verminderen; dat een dergelijke vermindering mogelijk moet worden gemaakt door de bereikte of na te streven vooruitgang op technisch gebied bij de constructie van deze typen voertuigen;
Overwegende dat het in verband hiermede dienstig is Richtlijn 78/1015/EEG te wijzigen door de meetmethode representatiever te maken voor de werkelijke situatie inzake het gebruik van motorrijwielen in de stedelijke verkeersstroom en het aantal categorieën motorrijwielen te beperken, rekening houdend met deze nieuwe methodiek en ten einde de verschillen in behandeling tussen de categorieën te verkleinen; dat de vaststelling van de grenswaarden voor het geluidsniveau voor elk van deze nieuwe categorieën motorrijwielen leidt tot een daadwerkelijke vermindering van het geluid dat thans door deze typen voertuig wordt voortgebracht; dat het dienstig is deze verlagingen van het geluidsniveau in twee etappes te bewerkstelligen, zodat de fabrikanten voldoende tijd krijgen om hun produkten te verbeteren;
Overwegende dat deze verlagingen een belangrijke stap vooruit betekenen naar de verbetering van het milieu,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I van Richtlijn 78/1015/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.
Artikel 2
1. Met ingang van 1 oktober 1988:
- passen de Lid-Staten waar motorrijwielen of bepaalde categorieën motorrijwielen aan een nationale goedkeuring zijn onderworpen, op verzoek van de fabrikant of van diens gemachtigde, als grondslag voor een nationale goedkeuring, de geharmoniseerde technische voorschriften van Richtlijn 78/1015/EEG toe in plaats van de overeenkomstige nationale voorschriften;
- mogen de Lid-Staten waar motorrijwielen of bepaalde categorieën motorrijwielen niet aan een nationale goedkeuring zijn onderworpen, de registratie, de verkoop, het in het verkeer brengen of het gebruik van deze motorrijwielen niet weigeren omdat wel wordt voldaan aan de geharmoniseerde technische voorschriften van Richtlijn 78/1015/EEG, maar niet aan de overeenkomstige nationale voorschriften.
2. Met ingang van de data die in de tabel in punt 2.1.1 van bijlage I van Richtlijn 78/1015/EEG zijn vastgesteld voor het verkrijgen van de nationale goedkeuring van de drie categorieën motorrijwielen:
- mogen de Lid-Staten het in artikel 3, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 78/1015/EEG bedoelde certificaat niet langer afgeven voor een type motorrijwiel waarvan het geluidsniveau en de uitlaatinrichting niet voldoen aan die richtlijn;
- mogen de Lid-Staten de nationale goedkeuring weigeren van een type motorrijwiel waarvan het geluidsniveau en de uitlaatinrichting niet voldoen aan Richtlijn 78/1015/EEG.
3. Twee jaar na de in lid 2 bedoelde data mogen de Lid-Staten het voor de eerste maal in het verkeer brengen verbieden van motorrijwielen waarvan het geluidsniveau en de uitlaatinrichting niet voldoen aan de bepalingen van Richtlijn 78/1015/EEG.
Deze termijn wordt evenwel voor nieuwe motorrijwielen van categorie 2 teruggebracht tot één jaar voor wat betreft de naleving van de voor de eerste etappe vastgestelde grenswaarde.
Artikel 3
Vóór 1 oktober 1988 dienen de Lid-Staten de bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis.
Zij passen deze bepalingen toe met ingang van 1 oktober 1988.
Artikel 4
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
Gedaan te Brussel, 18 december 1986.
Voor de Raad
De Voorzitter
M. JOPLING
(1) PB nr. C 263 van 2. 10. 1984, blz. 5.
(2) PB nr. C 94 van 15. 4. 1985, blz. 142.
(3) PB nr. C 104 van 25. 4. 1985, blz. 3.
(4) PB nr. L 349 van 13. 12. 1978, blz. 21.
BIJLAGE
WIJZIGING VAN BIJLAGE I VAN RICHTLIJN 78/1015/EEG
De punten 2.1.1, 2.1.4.3.1 en 2.1.4.3.2 worden vervangen door:
1.2 // »2.1.1. // Categorieën motorrijwielen (aan het geluidsniveau gestelde grenzen en data waarop deze in werking treden) // 2.1.1.1. // Categorieën motorrijwielen, grenswaarden die niet mogen worden overschreden, gemeten overeenkomstig het bepaalde onder 2.1.2 tot en met 2.1.5, alsmede de data waarop deze grenswaarden in werking treden: 1.2,5 // // // Categorieën motorrijwielen volgens cilinderinhoud (in cm3) // Grenswaarden van het geluidsniveau in dB (A) en data van inwerkingtreding voor de nationale goedkeuring van een type motorrijwiel // // // 1.2.3.4.5 // // Eerste etappe grenswaarden in dB (A) // Data van inwerkingtreding voor de nationale goedkeuring // Tweede etappe grenswaarden in dB (A) // Data van inwerkingtreding voor de nationale goedkeuring // // // // // // 1. µ 80 // 77 // 1 oktober 1988 // 75 // 1 oktober 1993 // 2. > 80 µ 175 // 79 // 1 oktober 1989 // 77 // 31 december 1994 // 3. > 175 // 82 // 1 oktober 1988 // 80 // 1 oktober 1993 // // // // //
1.2 // 2.1.1.2. // De datum waarop de grenswaarde van het geluidsniveau van motorrijwielen van categorie 2 voor de tweede etappe in werking treedt, kan door de Raad, eventueel op voorstel van de Commissie, vóór eind 1994 worden gewijzigd."; // »2.1.4.3.1. // Motorrijwiel met niet-automatische versnellingsbak // 2.1.4.3.1.1. // Naderingssnelheid // // Het motorrijwiel nadert de lijn AA' met: // // - een constante snelheid van 50 km/h, of // // - een constante snelheid waarbij het motortoerental gelijk is aan 75 % van het toerental bedoeld in punt 2.4 van bijlage II. // // De laagste snelheid wordt gekozen. // 2.1.4.3.1.2. // Keuze van de versnelling // 2.1.4.3.1.2.1. // Ongeacht de cilinderinhoud worden motorrijwielen die zijn uitgerust met een versnellingsbak met vier versnellingen of minder, beproefd in de tweede versnelling. // 2.1.4.3.1.2.2. // Motorrijwielen die zijn uitgerust met een motor waarvan de cilinderinhoud niet meer bedraagt dan 175 cm3 en met een versnellingsbak met vijf of meer versnellingen, worden uitsluitend in de derde versnelling beproefd. // 2.1.4.3.1.2.3. // Motorrijwielen die zijn uitgerust met een motor waarvan de cilinderinhoud meer bedraagt dan 175 cm3 en met een versnellingsbak met vijf of meer versnellingen, worden beproefd in de tweede en in de derde versnelling. Van die twee proeven wordt het gemiddelde genomen. // 2.1.4.3.1.2.4. // Indien tijdens de proef in de tweede versnelling (zie de punten 2.1.4.3.1.2.1 en 2.1.4.3.1.2.3) het motortoerental bij het naderen van de eindstreep van het proeftraject meer dan 110 % bedraagt van het toerental bedoeld in punt 2.4 van bijlage II, wordt de proef verricht in de derde versnelling en wordt het daarbij gemeten geluidsniveau als enig resultaat van de proef in aanmerking genomen."; // »2.1.4.3.2. // Motorrijwielen met automatische versnellingsbak // 2.1.4.3.2.1. // Motorrijwielen zonder handbediende keuzehefboom // 2.1.4.3.2.1.1. // Naderingssnelheid // // Het motorrijwiel nadert de lijn AA' met verschillende constante snelheden van 30, 40 en 50 km/h, of met 75 % van de maximale wegsnelheid indien deze waarde kleiner is. Hierbij wordt de omstandigheid gekozen waarbij het hoogste geluidsniveau wordt voortgebracht. // 2.1.4.3.2.2. // Motorrijwielen voorzien van een handbediende keuzehefboom met x standen voor vooruitrijden // 2.1.4.3.2.2.1. // Naderingssnelheid // // Het motorrijwiel nadert de lijn AA' met een constante snelheid: // // - van minder dan 50 km/h, waarbij het toerental van de motor gelijk is aan 75 % van het toerental bedoeld in punt 2.4 van bijlage II, of // // - van 50 km/h, waarbij het toerental van de motor minder bedraagt dan 75 % van het toerental bedoeld in punt 2.4 van bijlage II. // // Indien tijdens de proef met een constante snelheid van 50 km/h terugschakeling plaatsvindt in de eerste versnelling, mag de naderingssnelheid van het motorrijwiel worden opgevoerd tot maximaal 60 km/h ten einde terugschakeling te vermijden. // 2.1.4.3.2.2.2. // Stand van de handbediende keuzehefboom // // Indien het motorrijwiel is voorzien van een handbediende keuzehefboom met x standen voor vooruitrijden, moet de proef worden verricht met de keuzehefboom in de hoogste stand; het terugschakelmechanisme (bij voorbeeld »kick-down") mag niet worden gebruikt. Indien achter de lijn AA' automatische terugschakeling plaatsvindt, wordt de proef opnieuw begonnen met gebruikmaking van de hoogste stand 1 en, indien noodzakelijk, de hoogste stand 2, ten einde de hoogste stand van de hefboom te verkrijgen waarin de proef zonder automatische terugschakeling kan plaatsvinden (zonder gebruik te maken van het »kick-down"-effect).".
Top