30 . 11 . 85 Pubhkatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 321 /9
VERORDENING (EEG) Nr. 3352/85 VAN DE COMMISSIE
van 29 november 1985
tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst
verwerkte produkten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van
29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke orde
ning der markten in de sector granen ('), laatstelijk gewij
zigd bij Verordening (EEG) nr. 1018/84 (2), inzonderheid
op artikel 16, lid 2, vierde alinea,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1418/76 van de Raad van
21 juni 1976 houdende een gemeenschappelijke ordening
van de rijstmarkt (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening
(EEG) nr. 1025/84 (4), inzonderheid op artikel 17, lid 2,
vierde alinea,
Gezien het advies van het Monetair Comité,
Overwegende dat volgens artikel 16 van Verordening
(EEG) nr. 2727/75 en artikel 17 van Verordening (EEG)
nr. 1418/76 het verschil tussen de noteringen of de
prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1 van deze
verordeningen genoemde produkten en de prijzen van
deze produkten in de Gemeenschap kan worden over
brugd door een restitutie bij de uitvoer ;
Overwegende dat krachtens artikel 2 van Verordening
(EEG) nr. 2746/75 van de Raad van 29 oktober 1975 Q,
en artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1431 /76 van de
Raad van 21 juni 1976 (% houdende respectievelijk voor
de sector granen en voor rijst algemene regels voor de
toekenning van restituties bij de uitvoer en de criteria
voor de vaststelling van het restitutiebedrag, de restituties
moeten worden vastgesteld met inachtneming van de
bestaande situatie en de vooruitzichten voor de ontwikke
ling, enerzijds van de beschikbare hoeveelheden granen ,
rijst en breukrijst, evenals van hun prijzen op de markt
van de Gemeenschap, en anderzijds van de prijzen van
granen, rijst en breukrijst en de produkten in de sector
granen op de wereldmarkt ; dat krachtens deze artikelen
ook waarborgen moeten worden geschapen dat op de
graan- en rijstmarkten een evenwichtige toestand heerst
en een natuurlijke ontwikkeling op het gebied van de
prijzen en de handel plaatsvindt en dat bovendien reke
ning moet worden gehouden met het economische aspect
van de bedoelde uitvoer en de noodzaak storingen op de
markt van de Gemeenschap te vermijden ;
Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2744/75 van de
Raad van 29 oktober 1975 betreffende de regeling voor de
invoer en de uitvoer van op basis van granen en rijst
verwerkte produkten (*), laatstelijk gewijzigd bij Verorde
ning (EEG) nr. 1 027/84 (8), in artikel 6 de specifieke
criteria heeft vastgesteld waarmee rekening moet worden
gehouden voor de berekening van de restitutie voor deze
produkten ;
Overwegende dat op basis van de in Verordening (EEG)
nr. 2744/75 voorgeschreven criteria, met name rekening
dient te worden gehouden met de prijzen en de hoeveel
heden basisprodukten die voor de berekening van het
variabele element van de heffing zijn aangehouden ; dat
krachtens artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2744/75 en
artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1077/68 (s), gewijzigd
bij Verordening (EEG) nr. 2764/71 (10), voor bepaalde
produkten het bedrag van de restitutie bij uitvoer dient te
worden verminderd met het bedrag van de restitutie bij de
produktie die aan het basisprodukt is toegekend ;
Overwegende dat de toepassing van deze regelen op de
huidige toestand van de markten in de sector verwerkte
produkten op basis van granen en rijst ertoe leidt dat de
restitutie wordt vastgesteld op een bedrag dat bedoeld is
het verschil tussen de prijzen in de Gemeenschap en die
op de wereldmarkt te dekken ;
Overwegende dat de restitutie wordt berekend met inacht
neming van de hoeveelheid grondstoffen die het variabele
element van de heffing bepaalt ; dat de hoeveelheid
grondstof die voor bepaalde verwerkte produkten is
gebruikt naar gelang van het uiteindelijke gebruik van het
produkt kan wisselen ; dat volgens het toegepaste fabrica
geproces behalve het gewenste hoofdprodukt andere
bijprodukten worden verkregen waarvan de hoeveelheid
en de waarde volgens de aard en de kwaliteit van het
gemaakte hoofdprodukt kunnen wisselen ; dat de cumu
latie van restituties toegekend aan verschillende
produkten uit een zelfde verwerkingsproces op grondslag
van hetzelfde basisprodukt, in bepaalde gevallen uitvoer
naar derde landen mogelijk zou kunnen maken tegen
lagere prijzen dan de op de wereldmarkt geldende note
ringen ; dat derhalve voor sommige van deze produkten
de restitutie moet worden beperkt tot een bedrag dat,
hoewel de toegang tot de wereldmarkt mogelijk moet blij
ven , de inachtneming van de doelstellingen van de
gemeenschappelijke ordening der markten verzekert ;
Overwegende dat het wenselijk is de aan bepaalde
verwerkte produkten toe te kennen restitutie, al naar
gelang van het produkt, hoger of lager vast te stellen
volgens het asgehalte, het gehalte aan ruwe celstof, het
gehalte aan doppen, het eiwitgehalte, het vetgehalte of het
zetmeelgehalte, daar deze gehaltes van bijzondere bete
(') PB nr. L 281 van 1 . 11 . 1975, blz . 1 .
(2) PB nr. L 107 van 19 . 4 . 1984, blz . 1 .
O PB nr. L 166 van 25 . 6 . 1976, blz . 1 .
(4) PB nr. L 107 van 19 . 4 . 1984, blz . 13 .
O PB nr. L 281 van 1 . 11 . 1975, blz . 78 .
¥} PB nr. L 166 van 25. 6 . 1976, blz . 36 .
(J) PB nr. L 281 van 1 . 11 . 1975, blz . 65 .
(8) PB nr. L 107 van 19 . 4 . 1984, blz . 15 .
(9) PB nr . L 181 van 27. 7 . 1968 , blz . 1 .
I0) PB nr. L 283 van 24. 12 . 1971 , blz . 30 .
Nr. L 321 / 10 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 30 . 11 . 85
contante wisselkoersen voor elke van deze munteen
heden, geconstateerd gedurende een bepaalde periode,
ten opzichte van de munteenheden van de Gemeen
schap bedoeld in het vorige streepje, en bovenge
noemde coëfficiënt,
aan te houden ;
Overwegende dat de restitutie eenmaal per maand moet
worden vastgesteld ; dat zij in de tussentijd kan worden
gewijzigd ;
Overwegende dat het Comité van beheer voor granen
geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voor
zitter bepaalde termijn,
kenis zijn voor de hoeveelheid basisprodukt die werkelijk
voor de vervaardiging van het verwerkte produkt is
gebruikt ;
Overwegende dat ten aanzien van maniokwortel en
andere tropische wortels en knollen en het daaruit
vervaardigde meel, het economische aspect van de
uitvoeren die, in het bijzonder gezien de aard en de
herkomst van deze produkten, zouden kunnen worden
overwogen op het ogenblik geen vaststelling van een
restitutie bij uitvoer behoeft ; dat het voor bepaalde
verwerkte produkten, gezien het geringe aandeel van de
Gemeenschap aan de wereldhandel, op het ogenblik niet
noodzakelijk is een restitutie bij uitvoer vast te stellen ;
Overwegende dat de situatie op de wereldmarkt of de
specifieke eisen van bepaalde markten voor zekere
produkten een differentiatie van de restitutie, naar gelang
van de bestemming, nodig kunnen maken ;
Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2806/71 (')
aanvullende voorschriften betreffende de toekenning van
restituties bij uitvoer van bepaalde op basis van granen en
rijst verwerkte produkten heeft vastgesteld ;
Overwegende dat, ten einde de normale werking van het
stelsel van restituties te verzekeren, het nodig is voor de
berekening van deze laatste :
— een uit de spilkoers voortvloeiende omrekeningskoers
waarop de in artikel 2 ter, lid 2, van Verordening
(EEG) nr. 974/71 (2), laatstelijk gewijzigd bij Verorde
ning (EEG) nr. 855/84 (3), bedoelde coëfficiënt is
toegepast, voor de munteenheden welke onderling
worden gehandhaafd binnen een contante maximum
marge op een bepaald moment van 2,25 % ,
— een omrekeningskoers voor de andere munteenheden
gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD :
Artikel 1
De restituties bij uitvoer van de in artikel 1 , sub d), van
Verordening (EEG) nr. 2727/75 en in artikel 1 , lid 1 , sub
c), van Verordening (EEG) nr. 1418/76 bedoelde produk
ten, waarop Verordening (EEG) nr. 2744/75 van toepas
sing is , worden vastgesteld in overeenstemming met de
bijlage van deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 december 1985 .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk
in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel , 29 november 1985 .
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice - Voorzitter
(') PB nr. L 284 van 28 . 12 . 1971 , blz . 9 .
(2) PB nr. L 106 van 12 . 5 . 1971 , blz . 1 .
3 PB nr. L 90 van 1 . 4 . 1984, blz . 1 .
30 . 11 . 85 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 321 / 11
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 29 november 1985 tot vaststelling van de
restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte produkten
(Ecu/ton)
Nummer uit de
naamlijst gebruikt voor
de restituties
Vereenvoudigde naamlijst Bedrag vande restitutie
11.01 G (I) Meel van gerst, met een asgehalte , berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,9
gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof,
van ten hoogste 0,9 gewichtspercent
142,77
11.01 C (II) Meel van gerst, niet bedoeld bij post 11.01 C (I) —
11.01 D (I) Meel van haver, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten hoogste 2,3
gewichtspercenten en met een gehalte aan ruwe celstof berekend op de droge stof,
van ten hoogste 1 ,8 gewichtspercent, met een vochtgehalte van 1 1 % of minder en
waarvan de peroxydase praktisch onwerkzaam is
133,94
11.01 D (II) Meel van haver, niet bedoeld bij post 11.01 D (I) —
11.01 E (I) Meel van maïs , met een gehalte aan vetstoffen , berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1,3 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de
droge stof, van ten hoogste 0,8 gewichtspercent (?)
127,50
11.01 E (II) Meel van maïs, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van meer
dan 1,3 gewichtspercent en ten hoogste 1,7 gewichtspercent en met een gehalte aan
ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 1 gewichtspercent Q
—
11.01 E (III) Meel van maïs, niet bedoeld bij post 11.01 E (I) en (11)0 —
11.01 F Meel van rijst —
1 1.02 A III (a) Gries en griesmeel van gerst, met een asgehalte , berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1 gewichtspercent, en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de
droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent
147,53
1 1.02 A III (b) Gries en griesmeel van gerst, niet bedoeld bij post 1 1 .02 A III (a) —
1 1.02 A IV (a) Gries en griesmeel van haver, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 2,3 gewichtspercenten en met een gehalte aan doppen van 0,1 gewichtsper
cent of minder, met een vochtgehalte van 1 1 % of minder en waarvan de peroxy
dase praktisch onwerkzaam is
133,94
1 1.02 A IV (b) Gries en griesmeel van haver, niet bedoeld bij post 11.02 A IV (a) —
11.02 A V (a ) Gries en griesmeel van maïs, met een gehalte aan vetstoffen , berekend op de droge
stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent, en met een gehalte aan ruwe celstof,
berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,6 gewichtspercent (') (8)
163,93
1 1 .02 A V (b) Gries en griesmeel van maïs , met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge
stof, van ten hoogste 1 ,3 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, bere
kend op de droge stof, van ten hoogste 0,8 gewichtspercent (') (8)
127,50
1 1 .02 A V (c) Gries en griesmeel van maïs, met een gehalte aan vetstoffen , berekend op de droge
stof, van meer dan 1,3 gewichtspercent en ten hoogste 1,7 gewichtspercent en met
een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 1 ge
wichtspercent (') (8 )
109,28
11.02 A VI Gries en griesmeel van rijst —
11.02 B Ia) 1 (aa) Gepelde granen van gerst, met een asgehalte , berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de
droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent (2)
142,77
11.02 B I a) 1 (bb) Gepelde granen van gerst, niet bedoeld bij post 1 1 .02 B I a) 1 (aa) (2) —
11.02 B I a) 2 (aa) Ontpunte haver —
Nr. L 321 / 12 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 30 . 11 . 85
(Ecu/ton)
Nummer uit de
naamlijst gebruikt voor
de restituties
Vereenvoudigde naamlijst Bedrag vande restitutie
1 1.02 B I a) 2 bb) (1 1 ) Gepelde granen van haver, met een asgehalte , berekend op de droge stof, van ten
hoogste 2,3 gewichtspercenten en met een gehalte aan doppen van 0,5 % of
minder, met een vochtgehalte van 1 1 % of minder en waarvan de peroxydase prak
tisch onwerkzaam is (2)
119,06
1 1 .02 B I a) 2 bb) (22) Gepelde granen van haver, niet bedoeld bij post 11.02 B I a) 2 bb) ( 11 )(2) —
11.02B Ib) 1 (aa) Gepelde en gesneden of gebroken granen van gerst (grutten), met een asgehalte ,
berekend op de droge stof, van ten hoogste 1 gewichtspercent en met een gehalte
aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent (2)
142,77
11.02 B I b) 1 (bb) Gepelde en gesneden of gebroken granen van gerst (grutten), niet bedoeld bij post
11.02 B I b) 1 (aa) (2)
—
1 1 .02 B I b) 2 (aa) Gepelde en gesneden of gebroken granen van haver (grutten), met een asgehalte ,
berekend op de droge stof, van ten hoogste 2,3 gewichtspercenten, met een gehalte
aan doppen van 0,1 % of minder, met een vochtgehalte van 1 1 % of minder en
waarvan de peroxydase praktisch onwerkzaam is (2)
126,50
1 1 .02 B I b) 2 (bb) Gepelde en gesneden of gebroken granen van haver (grutten), niet bedoeld bij post
11.02 B I b) 2 (aa) (2)
—
1 1.02 B II a) ( 1 ) Gepelde, niet gesneden of gebroken granen van tarwe (2) —
1 1.02 B II c) (1 ) Gepelde en gesneden of gebroken granen van maïs (grutten) met een gehalte aan
vetstoffen, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent, en met
een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,6
gewichtspercent (2) (8)
136,60
1 1.02 B II c) (2) Gepelde en gesneden of gebroken granen van maïs (grutten) met een gehalte aan
vetstoffen, berekend op de droge stof, van ten hoogste 1,3 gewichtspercent, en met
een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,8
gewichtspercent (2) (8)
104,73
1 1.02 C III (a) Geparelde granen van gerst, met een asgehalte , berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1 gewichtspercent (zonder talk), le categorie (3)
190,36
1 1.02 C III (b) Geparelde granen van gerst, met een asgehalte , berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1 gewichtspercent (zonder talk), 2e categorie (3)
152,29
1 1.02 C IV Geparelde granen van haver (3) —
11.02 Dl Granen van tarwe, enkel gebroken 67,00
11.02 D II Granen van rogge, enkel gebroken 82,00
1 1 .02 E I b) 1 (aa) Gerstvlokken , met een asgehalte , berekend op de droge stof, van ten hoogste 1
gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof,
van ten hoogste 0,9 gewichtspercent
142,77
11.02 E I b) 1 (bb) Gerstvlokken , niet bedoeld bij post 11.02 E I b) 1 (aa) —
1 1 .02 E I b) 2 (aa) Havervlokken , met een asgehalte , berekend op de droge stof, van ten hoogste 2,3
gewichtspercenten , met een gehalte aan doppen van 0,1 gewichtspercent of minder,
met een vochtgehalte van 12 % of minder en waarvan de peroxydase praktisch
onwerkzaam is
148,82
1 1 .02 E I b) 2 (bb) Havervlokken, met een asgehalte , berekend op de droge stof, van ten hoogste 2,3
gewichtspercenten , met een gehalte aan doppen van meer dan 0,1 % en minder
dan 1,5 % , met een vochtgehalte van 12 % of minder en waarvan de peroxydase
praktisch onwerkzaam is
119,06
11.02 E I b) 2 (cc) Havervlokken , niet bedoeld bij de posten 1 1.02 E I b) 2 (aa) en 1 1.02 E I b) 2 (bb) —
ex 1 1.02 E II c) ( 1 ) Maïsvlokken , met een gehalte aan vetstoffen , berekend op de droge stof, van ten
hoogste 0,9 gewichtspercent , en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de
droge stof, van ten hoogste 0,7 gewichtspercent
145,71
30 . 11 . 85 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen - Nr. L 321 / 13
(Ecu/ton)
Nummer uit de
naamlijst gebruikt voor
de restituties
Vereenvoudigde naamlijst Bedrag vande restitutie
ex 1 1 .02 E II c) (2) Maïsvlokken, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1,3 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de
droge stof, van ten hoogste 0,8 gewichtspercent
118,39
ex 1 1 .02 E II c) (3) Maïsvlokken, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van meer
dan 1,3 gewichtspercent en ten hoogste 1,7 gewichtspercent en met een gehalte aan
ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 1 gewichtspercent
11.02 E II d) 1 Rijstvlokken —
11.02 F III Pellets van gerst —
11.02 F IV Pellets van haver ■ —
11.02 F V Pellets van maïs —
11.02GI Tarwekiemen, ook indien gemalen 20,75
1 1.02 G II Kiemen van andere graansoorten dan tarwe, ook indien gemalen 22,77
1 1.07 A Ia) Mout van tarwe, niet gebrand, in de vorm van meel 147,72
1 1 .07 A II a) Mout, niet van tarwe, niet gebrand, in de vorm van meel 169,42
11.08 AI Maïszetmeel (*) 115,37
11.08 A II Rijstzetmeel (*) 152,32
11.08 A III Tarwezetmeel 121,44
11.08 A IV Aardappelzetmeel (*) 115,37
11.08 AV Zetmeel van andere graansoorten dan maïs, rijst en tarwe en niet van aardappe
len (^)
—
11.09 A Tarwegluten, gedroogd, met een gehalte aan proteïnen, berekend op de droge stof
van ten minste 82 gewichtspercenten (N x 6,25)
147,92
17.02 B II a) Maltodextrine en glucose (druivesuiker), andere dan glucose (druivesuiker), welke in
droge toestand 99 of meer gewichtspercenten zuivere glucose bevat, in wit kristal
lijn poeder, ook indien geagglomereerd (4)
150,49
17.02 B II b) Maltodextrine en maltodextrinestroop, glucose en glucosestroop welke in droge
toestand geen 99 of meer gewichtspercenten zuivere glucose bevat, in andere vorm
dan wit kristallijn poeder, ook indien geagglomereerd (4)
115,37
17.02 F II a) Karamel, andere dan karamel welke in droge toestand 50 of meer gewichtsper
centen saccharose bevat, in poeder, ook indien geagglomereerd
157,65
17.02 F II b) Karamel , andere dan karamel welke in droge toestand 50 of meer gewichtsper
centen saccharose bevat, in andere vorm dan poeder
109,64
21.07 F II Glucosestroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen, en maltodextrine
stroop
115,37
23.02 A I a) Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere
bewerkingen van granen van maïs of van rijst met een zetmeelgehalte van niet
meer dan 35 gewichtspercenten
21,54
23.02 A I b) 2 Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere
bewerkingen van granen van maïs of van rijst met een zetmeelgehalte van meer dan
35 gewichtspercenten en die geen denatureringsproces hebben ondergaan of die
een denatureringsproces hebben ondergaan en een zetmeelgehalte hebben van
meer dan 45 gewichtspercenten
21,54
23.02 A II a) Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere
bewerkingen van andere graansoorten dan maïs en rijst, met een zetmeelgehalte
van niet meer dan 28 gewichtspercenten en waarvan niet meer dan 10 gewichtsper
centen van het produkt door een zeef met mazen van 0,2 mm valt of waarvan,
indien meer dan 10 gewichtspercenten van het produkt door de zeef is gegaan , het
asgehalte, berekend op basis van de droge stof, 1,5 gewichtspercent of meer
bedraagt
21,54
23.02 A II b) Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere
bewerkingen van andere graansoorten dan maïs en rijst, niet bedoeld bij post
23.02 A II a)
21,54
23.03 A I Afvallen van maïszetmeelfabrieken (met uitzondering van ingedikt zweiwater), met
een gehalte aan proteïnen , berekend op de droge stof, van ten minste 63 gewichts
percenten (N x 6,25)
57,32
Nr. L 321 / 14 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 30 . 11 . 85
(') Komen voor de restitutie bij de uitvoer in aanmerking gries en griesmeel van maïs :
— die een percentage van minder dan of gelijk aan 30 % bevatten, dat door een zeef met mazen van 315 micrometer valt,
— die een percentage van minder dan 5 % produkt bevatten dat door een zeef met mazen van 150 micrometer valt.
(2) Gepelde granen zijn granen die beantwoorden aan de in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 821 /68 (PB nr. L 149 van 29. 6. 1968,
blz . 46) voorkomende definitie .
(3) Geparelde granen zijn granen die beantwoorden aan de in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 821 /68 (PB nr. L 149 van 29. 6. 1968,
blz. 46) voorkomende definitie .
(*) Dit produkt, dat valt onder onderverdeling 17.02 B 1 , komt krachtens Verordening (EEG) nr. 2730/75 in aanmerking voor dezelfde
restitutie bij uitvoer als het produkt dat onder onderverdeling 17.02 B II valt.
(^ De restitutie bij uitvoer wordt toegekend voor produkten van deze onderverdeling met een zetmeelgehalte van 85 gewichtspercenten of
meer.
(6) De restitutie bij uitvoer wordt toegekend voor produkten van deze onderverdeling met een zetmeelgehalte van 78 gewichtspercenten of
meer.
Q De analytische methode voor het vaststellen van het gehalte aan vetstoffen is die welke is opgenomen in bijlage I (methode A) van
Richtlijn 84/4/EEG (PB nr. L 15 van 18 . 1 . 1984, blz . 28).
(8) De te volgen procedure' voor het vaststellen van het gehalte aan vetstoffen :
— het monster moet op zodanige wijze worden gebroken dat 90 % of meer kan passeren door een zeef met een maaswijdte van 500
micrometer en 100% kan passeren door een zeef met een maaswijdte van 1 000 micrometer ;
— de analytische methode waarvan daarna gebruik dient te worden gemaakt, is die welke is opgenomen in bijlage I (methode A) van
Richtlijn 84/4/EEG (PB nr. L 15 van 18 . 1 . 1984, blz. 28).
Full & Egal Universal Law Academy