1 . 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 313/9
VERORDENING (EEG) Nr. 3355/84 VAN DE COMMISSIE
van 30 november 1984
tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst
verwerkte produkten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad
van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappe
lijke ordening der markten in de sector granen ('), laat
stelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1018/84 (2),
inzonderheid op artikel 16, lid 2, vierde alinea,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1418/76 van de Raad
van 21 juni 1976 houdende een gemeenschappelijke
ordening van de rijstmarkt (3), laatstelijk gewijzigd bij
Verordening (EEG) nr. 1025/84 (4), inzonderheid op
artikel 17, lid 2, vierde alinea,
Gezien het advies van het Monetair Comité,
Overwegende dat volgens artikel 16 van Verordening
(EEG) nr. 2727/75 en artikel 17 van Verordening
(EEG) nr. 1418/76 het verschil tussen de noteringen of
de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1 van
deze verordeningen genoemde produkten en de
prijzen van deze produkten in de Gemeenschap kan
worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer ;
Overwegende dat krachtens artikel 2 van Verordening
(EEG) nr. 2746/75 van de Raad van 29 oktober
1975 (5), en artikel 2 van Verordening (EEG) nr.
1431 /76 van de Raad van 21 juni 1976 (*), houdende
respectievelijk voor de sector granen en voor rijst alge
mene regels voor de toekenning van restituties bij de
uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het resti
tutiebedrag, de restituties moeten worden vastgesteld
met inachtneming van de bestaande situatie en de
vooruitzichten voor de ontwikkeling, enerzijds van de
beschikbare hoeveelheden granen, rijst en breukrijst,
evenals van hun prijzen op de markt van de Gemeen
schap, en anderzijds van de prijzen van granen, rijst en
breukrijst en de produkten in de sector granen op de
wereldmarkt ; dat krachtens deze artikelen ook waar
borgen moeten worden geschapen dat op de graan- en
rijstmarkten een evenwichtige toestand heerst en een
natuurlijke ontwikkeling op het gebied van de prijzen
en de handel plaatsvindt en dat bovendien rekening
moet worden gehouden met het economische aspect
van de bedoelde uitvoer en de noodzaak storingen op,
de markt van de Gemeenschap te vermijden ;
Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2744/75 van
de Raad van 29 oktober 1975 betreffende de regeling
voor de invoer en de uitvoer van op basis van granen
en rijst verwerkte produkten (J), laatstelijk gewijzigd bij
Verordening (EEG) nr. 1027/84 (8), in artikel 6 de
specifieke criteria heeft vastgesteld waarmee rekening
moet worden gehouden voor de berekening van de
restitutie voor deze produkten ;
Overwegende dat op basis van de in Verordening
(EEG) nr. 2744/75 voorgeschreven criteria, met name
rekening dient te worden gehouden met de . prijzen en
de hoeveelheden basisprodukten die voor de bereke
ning van het variabele element van de heffing zijn
aangehouden ; dat krachtens artikel 8 van Verordening
(EEG) nr. 2744/75 en artikel 1 van Verordening (EEG)
nr. 1077/68 (9), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr.
2764/71 (l0), voor bepaalde produkten het bedrag van
de restitutie bij uitvoer dient te worden verminderd
met het bedrag van de restitutie bij de produktie die
aan het basisprodukt is toegekend ;
Overwegende dat de toepassing van deze regelen op de
huidige toestand van de markten in de sector
verwerkte produkten op basis van granen en rijst ertoe
leidt dat de restitutie wordt vastgesteld op een bedrag
dat bedoeld is het verschil tussen de prijzen in de
Gemeenschap en die op de wereldmarkt te dekken ;
Overwegende dat de restitutie wordt berekend met
inachtneming van de hoeveelheid grondstoffen die het
variabele element van de heffing bepaalt ; dat de
hoeveelheid grondstof die voor bepaalde verwerkte
produkten is gebruikt naar gelang van het uiteindelijke
gebruik van het produkt kan wisselen ; dat volgens het
toegepaste fabricageproces behalve het gewenste
hoofdprodukt andere bijprodukten worden verkregen
waarvan de hoeveelheid en de waarde volgens de aard
en de kwaliteit van het gemaakte hoofdprodukt
kunnen wisselen ; dat de cumulatie van restituties
toegekend aan verschillende produkten uit een zelfde
verwerkingsproces op grondslag van hetzelfde basis
produkt, in bepaalde gevallen uitvoer naar derde
landen mogelijk zou kunnen maken tegen lagere
prijzen dan de op de wereldmarkt geldende noterin
gen ; dat derhalve voor sommige van deze produkten
de restitutie moet worden beperkt tot een bedrag dat,
hoewel de toegang tot de wereldmarkt mogelijk moet
blijven, de inachtneming van de doelstellingen van de
gemeenschappelijke ordening der markten verzekert ;
(') PB nr. L 281 van 1 . 11 . 1975, blz. 1 .
O PB nr. L 107 van 19 . 4. 1984, blz. 1 .
(3) PB nr. L 166 van 25. 6. 1976, blz. 1 .
O PB nr. L 107 van 19 . 4. 1984, blz . 13 .
(j PB nr. L 281 van 1 . 11 . 1975, blz. 78 .
(j PB nr. L 166 van 25. 6 . 1976, blz. 36.
O PB nr. L 281 van 1 . 11 . 1975, blz. 65.
f) PB nr. L 107 van 19. 4. 1984, blz. 15.
O PB nr. L 181 van 27. 7. 1968, blz. 1 .
( ,0) PB nr. L 283 van 24. 12. 1971 , blz. 30.
Nr. L 313/10 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 1 . 12. 84
onderling worden gehandhaafd binnen een
contante maximummarge op een bepaald moment
van 2,25 %,
— een omrekeningskoers voor de andere munteen
heden gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde
van de contante wisselkoersen voor elke van deze
munteenheden, geconstateerd gedurende een
bepaalde periode, ten opzichte van de munteen
heden van de Gemeenschap bedoeld in het vorige
streepje, en bovengenoemde coëfficiënt,
aan te houden ;
Overwegende dat de restitutie eenmaal per maand
moet worden vastgesteld ; dat zij in de tussentijd kan
worden gewijzigd ;
Overwegende dat het Comité van beheer voor granen
geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter
bepaalde termijn,
Overwegende dat het wenselijk is de aan bepaalde
verwerkte produkten toe te kennen restitutie, al naar
gelang van het produkt, hoger of lager vast te stellen
volgens het asgehalte, het gehalte aan ruwe celstöf, het
gehalte aan doppen, het eiwitgehalte, het vetgehalte of
het zetmeelgehalte, daar deze gehaltes van bijzondere
betekenis zijn voor de hoeveelheid basisprodukt die
werkelijk voor de vervaardiging van het verwerkte
produkt is gebruikt ;
Overwegende dat ten aanzien van maniokwortel en
andere tropische wortels en knollen en het daaruit
vervaardigde meel, het economische aspect van de
uitvoeren die, in het bijzonder gezien de aard en de
herkomst van deze produkten, zouden kunnen worden
overwogen op het ogenblik geen vaststelling van een
restitutie bij uitvoer behoeft ; dat het voor bepaalde
verwerkte produkten, gezien het geringe aandeel van
de Gemeenschap aan de wereldhandel, op het ogen
blik niet noodzakelijk is een restitutie bij uitvoer vast
te stellen ;
Overwegende dat de situatie op de wereldmarkt of de
specifieke eisen van bepaalde markten voor zekere
produkten een differentiatie van de restitutie, naar
gelang van de bestemïning, nodig kunnen maken ;
Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2806/71 (')
aanvullende voorschriften betreffende de toekenning
van restituties bij uitvoer van bepaalde op basis van
granen en rijst verwerkte produkten heeft vastgesteld ;
Overwegende dat, ten einde de normale werking van
het stelsel van restituties te verzekeren, het nodig is
voor de berekening van deze laatste :
— een uit de spilkoers voortvloeiende omrekenings
koers waarop de in artikel 2 ter, lid 2, van Verorde- ,
ning (EEG) nr. 974/71 (2), laatstelijk gewijzigd bij
Verordening (EEG) nr. 855/84 (3), bedoelde coëffi
ciënt is toegepast, voor de munteenheden welke
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD :
Artikel 1
De restituties bij uitvoer van de in artikel 1 , sub d), van
Verordening (EEG) nr. 2727/75 en in artikel 1 , lid 1 ,
sub c), van Verordening (EEG) nr. 1418/76 bedoelde
produkten, waarop Verordening (EEG) nr. 2744/75 van
toepassing is, worden vastgesteld in overeenstemming
met de bijlage van deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 december
1984.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk
in elke Lid-Staat. >
Gedaan te Brussel, 30 november 1984.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
(') PB nr. L 284 van 28 . 12. 1971 , blz. 9.
O PB nr. L 106 van 12. 5. 1971 , blz. 1 .
(3) PB nr. L 90 van 1 . 4. 1984, blz. 1 .
1 . 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 313/11
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 30 november 1984 tot vaststelling van de
restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte produkten
(Ecu/ton)
Nummer uit de
naamlijst gebruikt voor
de restituties
Vereenvoudigde naamlijst Bedrag vande restitutie
11.01 C (I) Meel van gerst, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,9
gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof,
van ten hoogste 0,9 gewichtspercent
62,54
11.01 C (II ) Meel van gerst, niet bedoeld bij post 11.01 C (I) —
11.01 D (I) Meel van haver, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten hoogste 2,3
gewichtspercenten en met een gehalte aan ruwe celstof berekend op de droge stof,
van ten hoogste 1,8 gewichtspercent, met een vochtgehalte van 11 % of minder en
waarvan de peroxydase praktisch onwerkzaam is
65,41
11.01 D (II) Meel van haver, niet bedoeld bij post 11.01 D (I) —
11.01 E (I) Meel van maïs, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1,3 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de
droge stof, van ten hoogste 0,8 gewichtspercent
91,87
11.01 E (II) Meel van maïs, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van meer
dan 13 gewichtspercent en ten hoogste 1,7 gewichtspercent en met een gehalte aan
ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 1 gewichtspercent
11.01 H (III) Meel van maïs, niet bedoeld bij post 11.01 E (I) en (II) —
11.01 F Meel van rijst 47,41
11.02 A III (a) Gries en griesmeel van gerst, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1 gewichtspercent, en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de
droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent
64,62
11.02 A III (b) Gries en griesmeel van gerst, niet bedoeld bij post 11.02 A III (a) —
11.02 A IV (a) Gries en griesmeel van haver, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 2,3 gewichtspercenten en met een gehalte aan doppen van 0,1 gewichtsper
cent of minder, met een vochtgehalte van 1 1 % of minder en waarvan de peroxy
dase praktisch onwerkzaam is
65,41
11.02 A IV (b) Gries en griesmeel van haver, niet bedoeld bij post 11.02 A IV (a) —
1 1 .02 A V (a) Gries en griesmeel van maïs, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge
stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent, en met een gehalte aan ruwe celstof,
berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,6 gewichtspercent (') f)
118,12
11.02 AV (b) Gries en griesmeel van maïs, met een gehalte aap vetstoffen, berekend op de droge
stof, van ten hoogste 1,3 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, bere
kend op de droge stof, van teri hoogste 0,8 gewichtspercent (') 0
91,87
11.02 A V (c ) Gries en griesmeel van maïs, met een gehalte aan vetstoffen, berekend bp de droge
stof, van meer dan 1,3 gewichtspercent en ten hoogste 1,7 gewichtspercent en met
een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 1 ge
wichtspercent . (') Q
78,74
11.02 A VI Gries en griesmeel van rijst 47,41
11.02 B I a) 1 (aa) Gepelde granen van gerst, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de
droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent (2)
62,54
11.02 B Ia) 1 (bb) Gepelde granen van gerst, niet bedoeld bij post 1 1 .02 B I a) 1 (aa) (2) —
11.02 B I a) 2 (aa) Ontpunte haver —
Nr. L 313/12 Publikatieblad van de Europese. Gemeenschappen 1 . 12. 84
(Ecu/ton)
Nummer uit de
naamlijst gebruikt voor
de restituties
-
Vereenvoudigde naamlijst Bedrag vande restitutie
11.02 B I a) 2 bb) (11 ) Gepelde granen van haver, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 2,3 gewichtspercenten en met een gehalte aan doppen van 0,5 % of
minder, met een vochtgehalte van 1 1 % of minder en waarvan de peroxydase prak
tisch onwerkzaam is (2)
58,14
1 1 .02 B I a) 2 bb) (22) Gepelde granen van haver, niet bedoeld bij post 11.02 B I a) 2 bb) ( 11 )(2) —
11.02 B I b) 1 (aa) Gepelde en gesneden of gebroken granen van gerst (grutten), met een asgehalte,
berekend op de droge stof, van ten hoogste 1 gewichtspercent en met een gehalte
aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent (2)
62,54
11.02 B I b) 1 (bb) Gepelde en gesneden of gebroken granen van gerst (grutten), niet bedoeld bij post
11.02 B I b) 1 (aa)0
—
11.02 Bib) 2 (aa) Gepelde en gesneden of gebroken granen van haver (grutten), met een asgehalte,
berekend op de droge stof, van ten hoogste 2,3 gewichtspercenten, met een gehalte
aan doppen van 0,1 % of minder, met een vochtgehalte van 11 % of minder en
waarvan de peroxydase praktisch onwerkzaam is (^
61,78
11.02 B I b)2(bb) Gepelde en gesneden of gebroken granen van haver (grutten), niet bedoeld bij post
11.02 B I b) 2 (aa)0
—
1 1 .02 B II a) ( 1 ) Gepelde, niet gesneden of gebroken granen van tarwe (2) —
11.02 B II c) ( 1 ) Gepelde en gesneden of gebroken granen van maïs (grutten) met een gehalte aan
vetstoffen, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent, en met
een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,6
gewichtspercent (2)
98,43
11.02 C III (a) Geparelde granen van gerst, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1 gewichtspercent (zonder talk), le categorie ^
83,38
11.02 C III (b) Geparelde granen van gerst, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 1 gewichtspercent (zonder talk), 2e categorie (3)
66,70
11.02 C IV Geparelde granen van haver (^ / —
11.02 Dl Granen van tarwe, enkel gebroken 9,00
11.02 DU Granen van rogge, enkel- gebroken 10,00
11.02 E I b) 1 (aa) Gerstvlokken, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten hoogste 1
gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof,
van ten hoogste 0,9 gewichtspercent
62,54
11.02EIb)l (bb) Gerstvlokken, niet bedoeld bij post 11.02 E I b) 1 (aa) —
1 1 .02 E I b) 2 (aa) Havervlokken, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten hoogste 2*3
gewichtspercenten, met een gehalte aan doppen van 0,1 gewichtspercent of minder,
met een vochtgehalte van 12 % of minder en waarvan de peroxydase praktisch
onwerkzaam is
72,68
11.02 E I b) 2 (bb) Havervlokken, met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten hoogste 23
gewichtspercenten, met een gehalte aan doppen van meer dan 0,1 % en minder
dan 1,5 %, met een vochtgehalte van 12 % of minder en waarvan de peroxydase
praktisch onwerkzaam is
58,14
11.02 E I b) 2 (cc) Havervlokken, niet bedoeld bij de posten 1 1 .02 E I b) 2 (aa) en 1 1 .02 E I b) 2 (bb) —
ex 11.02 E II c) ( 1) Maïsvlokken, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 0,9 gewichtspercent, en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de
droge stof, van ten hoogste 0,7 gewichtspertent
104,99
1 . 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 313/ 13
(Ecu/ton)
Nummer uit de
naamlijst gebruikt voor
de restituties
Vereenvoudigde naamlijst Bedrag vande restitutie
ex 11.02 E II c)(2)
ex 11.02 E II c) (3)
Maïsvlokken, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van ten
hoogste 13 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de
droge stof, van ten hoogste 0,8 gewichtspercent
Maïsvlokken, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van meer
dan 1,3 gewichtspercent en ten hoogste 1,7 gewichtspercent en met een gehalte aan
ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 1 gewichtspercent
85,31
1 1 .02 E II d) 1 Rijstvlokken —
11.02 F III Pellets van gerst —
11.02 F IV Pellets van haver —
11.02 F V Pellets van maïs —
11.02GI Tarwekiemen, ook indien gemalen 3,57
11.02 G II Kiemen van andere graansoorten dan tarwe, ook indien gemalen 16,41
11.07 A Ia) Mout van tarwe, niet gebrand, in de vorm van meel 25,44
11.07 A II a) Mout, niet van tarwe, niet gebrand, in de vorm van meel 74,21
11.08 AI Maïszetmeel Q 74,40
11.08 A II Rijstzetmeel (*) 31,65
11.08 A III Tarwezetmeel (*) 0,00
11.08 A IV Aardappelzetmeel (*) 74,40
11.08 AV Zetmeel van andere graansoorten dan maïs, rijst en tarwe en niet van aardappe
len Q
—
11.09 A Tarwegluten, gedroogd, met een gehalte aan proteïnen, berekend op de droge stof
van ten minste 82 gewichtspercenten (N x 6,25)
0,00
17.02 B II a) Maltodextrine en glucose (druivesuiker), andere dan glucose (druivesuiker), welke in
droge toestand 99 of meer gewichtspercenten zuivere glucose bevat, in wit kristal
lijn poeder, ook indien geagglomereerd (4)
97,04
17.02 B II b) Maltodextrine en maltodextrinestroop, glucose en glucosestroop welke in droge
toestand geen 99 of meer gewichtspercenten zuivere glucose bevat, in andere vorm -
dan wit kristallijn poeder, ook indien geagglomereerd (4)
74,40
17.02 F II a) Karamel, andere dan karamel welke in droge toestand 50 of meer gewichtsper
centen saccharose bevat, in poeder, ook indien geagglomereerd
101,66
17.02 F II b) Karamel, andere dan karamel welke in droge toestand 50 of meer gewichtsper
centen saccharose bevat, in andere vorm dan poeder
70,70
21.07 F II Glucosestroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen, en maltodextrine
stroop
74,40
23.02 A Ia) Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere
bewerkingen van granen van maïs of van rijst mét een zetmeelgehalte van niet
meer dan 35 gewichtspercenten
9,73
23.02 Alb) 2 Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere
bewerkingen van granen van maïs of van rijst met een zetmeelgehalte van meer dan
35 gewichtspercenten en die geen denatureringsproces hebben ondergaan of die
een denatureringsproces hebben ondergaan en een zetmeelgehalte hebben van
meer dan 45 gewichtspercenten
9,73
23.02 A II a) Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere
bewerkingen van andere graansoorten dan maïs en rijst, met een zetmeelgehalte
van niet meer dan 28 gewichtspercenten en waarvan niet meer dan 10 gewichtsper
centen van het produkt door een zeef met mazen van 0,2 mm valt of waarvan,
indien meer dan 10 gewichtspercenten van het produkt door de zeef is gegaan, het
asgehalte, berekend op basis van de droge stof, 1,5 gewichtspercent of meer
bedraagt
9,73
23.02 A II b) Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere
bewerkingen van andere graansoorten dan maïs en rijst, niet bedoeld bij post
23.02 A II a)
9,73
23.03 A I Afvallen van maïszetmeelfabrieken (met uitzondering van ingedikt zwelwater), met
een gehalte aan proteïnen, berekend op de droge stof, van ten minste 63 gewichts
percenten (N x 6,25)
36,97
Nr. L 313/14 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 1 . 12. 84
(') Komen voor de restitutie bij de uitvoer in aanmerking gries en griesmeel van mals :
— die een percentage van minder dan of gelijk aan 30 % bevatten, dat door een zeef met mazen van 315 micrometer valt,
— die een percentage van minder dan 5 % produkt bevatten dat door een zeef met mazen van 150 micrometer valt.
0 Gepelde granen zijn granen die beantwoorden aan de in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 821 /68 (PB nr. L 149 van 29. 6.
1968, blz. 46) voorkomende definitie.
(3) Geparelde granen zijn granen die beantwoorden aan de in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 821 /68 (PB nr. L 149 van 29. 6.
1968, blz. 46) voorkomende definitie.
(4) Dit produkt, dat valt onder onderverdeling 17.02 B I, komt krachtens Verordening (EEG) nr. 2730/75 in aanmerking voor
dezelfde restitutie bij uitvoer als het produkt dat onder onderverdeling 17.02 B II valt.
(*) De restitutie bij uitvoer wordt toegekend voor produkten van deze onderverdeling met een zetmeelgehalte van 85 gewichtsper
centen of meer.
(*) De restitutie bij uitvoer wordt toegekend voor produkten van deze onderverdeling met een zetmeelgehalte van 78 gewichtsper
centen of meer.
Q De te volgen procedure voor het vaststellen van het gehalte aan vetstoffen :
— het monster moet op zodanige wijze worden gebroken dat 90 % of meer kan passeren door een zeef met een maaswijdte
van 500 micrometer en 100 % kan passeren door een zeef met een maaswijdte van 1 000 micrometer ;
— de analytische methode waarvan daarna gebruik dient te worden gemaakt, is die welke is opgenomen in bijlage I (methode
A) van Richdijn 84/4/EEG van de Commissie (PB nr. L 15 van 18. 1 . 1984, blz. 28).
Full & Egal Universal Law Academy