1 . 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 313/25
VERORDENING (EEG) Nr. 3360/84 VAN DE COMMISSIE
van 30 november 1984
tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor oliehoudende zaden
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMBENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad
van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging
van een gemeenschappelijke ordening der markten in
de sector oliën en vetten ('), laatstelijk gewijzigd bij
Verordening (EEG) nr. 2260/84 (2),
Gelet op Verordening nr. 142/67/EEG van de Raad
van 21 juni 1967 betreffende de restituties bij uitvoer
van koolzaad, raapzaad en zonnebloemzaad (3), laatste
lijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2429/72 (4), en
met name op artikel 2, lid 3, eerste zin,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1223/83 van de Raad
van 20 mei 1983 inzake de in de landbouwsector toe
te passen wisselkoersen (*), laatstelijk gewijzigd bij
Verordening (EEG) nr. 855/84 (6),
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1569/72 van de Raad
van 20 juli 1972 tot instelling van bijzondere maatre
gelen voor kool-, raap- en zonnebloemzaad (7), laatste
lijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1474/84 (*), en
met name op artikel 2, lid 3,
Gezien het advies van het Monetair Comité,
Overwegende dat uit hoofde van artikel 28 van Veror
dening nr. 136/66/EEG bij de uitvoer van de in de
Gemeenschap geoogste oliehoudende zaden naar
derde landen een restitutie kan worden verleend ; dat
het bedrag van deze restitutie ten hoogste gelijk kan
zijn aan het verschil tussen de prijzen in de Gemeen
schap en de noteringen op de wereldmarkt, indien de
eerste hoger zijn dan de laatste ; dat uit hoofde van
artikel 21 van Verordening nr. 136/66/EEG artikel 28
van deze verordening momenteel slechts van toepas
sing is op koolzaad, raapzaad en zonnebloemzaad ;
Overwegende dat uit hoofde van artikel 3 van Verorde
ning nr. 142/67/EEG de restitutie berekend moet
worden door de prijzen op de verschillende representa
tieve markten in de Gemeenschap voor de verwerking
en de export, de meest gunstige notering op de
verschillende markten van de invoerende derde landen
alsmede de kosten welke gemoeid zijn met het op de
wereldmarkt brengen van de produkten, in aanmer
king te nemen ; dat bovendien het bedrag van de resti
tutie moet worden vastgesteld rekening houdende met
het marktprijsniveau in de Gemeenschap van de olie
houdende zaden bedoeld bij artikel 21 van Verorde
ning nr. 136/66/EEG evenals de vooruitzichten voor
de ontwikkeling van deze prijzen ; dat daarenboven
deze vaststelling rekening moet houden met het eco
nomisch aspect van de beoogde uitvoer en met de in
de Gemeenschap bestaande verhouding tussen de
beschikbare hoeveelheden van deze produkten ener
zijds en de vraag anderzijds ;
Overwegende dat, overeenkomstig artikel 1 van Veror
dening (EEG) nr. 651 /71 van de Commissie van 29
maart 1971 betreffende bepaalde voorwaarden voor de
toepassing van de restituties bij de uitvoer van oliehou
dende zaden (9), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr.
1815/84 (l0), het bedrag van de uitvoerrestitutie bere
kend moet worden op basis van het gewicht van de
uitgevoerde zaden ; dat dit gewicht moet worden
aangepast op basis van de verschillen die kunnen
bestaan tussen de waargenomen vocht- en onzuiver
heidspercentages en die welke in aanmerking zijn
genomen bij het bepalen van de standaardkwaliteit
waarvoor de richtprijs is vastgesteld ; dat bij deze
aanpassing het gewicht van de uitgevoerde zaden
verhoogd moet worden met het verschil tussen de
werkelijk aanwezige hoeveelheid vocht en onzuiver
heid en die welke voor de standaardkwaliteit in
aanmerking is genomen, indien de eerste hoeveelheid
kleiner is dan de tweede ; dat in het tegenovergestelde
geval het gewicht van het uitgevoerde zaad met
hetzelfde verschil verminderd moet worden ;
Overwegende dat de hierbovenbedoelde standaardkwa
liteit zaden omschreven is in artikel 2 van Verordening
(EEG) nr. 1102/84 (");
Overwegende dat uit hoofde van artikel 2 van Verorde
ning nr. 142/67/EEG de restitutie, indien de situatie
op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde
markten dat noodzakelijk maakt, naar gelang van de
bestemming kan verschillen ;
Overwegende dat artikel 4 van Verordening (EEG) nr.
651 /71 voorziet in de bekendmaking van de defini
tieve restitutie die resulteert uit de omrekening, in elk
van de nationale valuta, van het in Ecu uitgedrukte
bedrag van de restitutie, vermeerderd of verminderd
met het differentiële bedrag ; dat in artikel 1 van
Verordening (EEG) nr. 1813/84 (u) de elementen zijn
vastgesteld waaruit de differentiële bedragen bestaan ;
(■) PB nr. 172 van 30 . 9 . 1966, blz. 3025/66.
O PB nr. L 208 van 3. 8 . 1984, blz. 1 .
(3) PB nr. 125 van 26. 6. 1967, blz. 2461 /67.
(
(^ PB nr. L 132 van 21 . 5. 1983, blz. 33 .
(6) PB nr. L 90 van 1 . 4. 1984, blz. 1 .
O PB nr. L 167 van 25. 7. 1972, blz. 9.
(*) PB nr. L 143 van 30. 5. 1984, blz. 4.
O PB nr. L 75 van 30. 3 . 1971 , blz. 16.
(I0) PB nr. L 170 van 29. 6. 1984, blz. 46.
(") PB nr. L 113 van 28 . 4. 1984, blz. 8 .
(I2) PB nr. L 170 van 29. 6. 1984, blz. 41 .
Nr. L 313/26 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 1 . 12. 84
dat deze elementen gelijk zijn aan het effect van de
coëfficiënt die is afgeleid van het in artikel 2, lid 1 , van
Verordening (EEG) nr. 1569/72 bedoelde percentage
op de richtprijs of op de restitutie ; dat, krachtens deze
bepalingen, dit percentage weergeeft :
a) voor de Lid-Staten waarvan de munteenheden
onderling worden gehandhaafd binnen een maxi
mummarge op een bepaald moment van 2,25 %,
het verschil tussen :
— de omrekeningskoers die in het kader van het
gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt
gebruikt,
en
— de uit de spilkoers voortvloeiende omrekenings
koers ;
b) voor Italië, het Verenigd Koninkrijk en Grieken
land, het verschil tussen :
— de verhouding tussen de omrekeningskoers die
in het kader van het gemeenschappelijk land
bouwbeleid wordt gebruikt voor de munteen
heid van de betrokken Lid-Staat en de spilkoers
van elk der munteenheden van de sub a) hier
boven bedoelde Lid-Staten,
en
— de over een nader te bepalen periode geno
teerde contante wisselkoers van de munteenheid
van de betrokken Lid-Staat ten opzichte van elk
der munteenheden van de sub a) hierboven
bedoelde Lid-Staten ;
Overwegende evenwel dat, krachtens artikel 2 bis, van
Verordening (EEG) nr. 1569/72, voor de verkoopsei
zoenen 1984/ 1985 tot 1986/ 1987, hèt monetaire
verschil wordt berekend met inachtneming van een
coëfficiënt die wordt toegepast op de uit de spilkoers
voortvloeiende omrekeningskoers ; dat deze coëfficiënt
voor het begin van het verkoopseizoen 1984/1985 is
vastgesteld in voornoemd artikel 2 bis ; dat voor kool
en raapzaad daarmee rekening moet worden gehouden
met ingang van 1 juli 1984 en voor zonnebloemzaad
met ingang van 1 augustus 1984 ;
Overwegende dat krachtens artikel 2, lid 2, van Veror
dening (EEG) nr. 1569/72, differentiële bedragen op
termijn worden bepaald wanneer de termijnkoers voor
één of meer communautaire valuta's ten minste een
bepaald percentage afwijkt van de contante koers ; dat
dit percentage bij Verordening (EEG) nr. 1813/84 is
vastgesteld op 0,5 ;
Overwegende dat, wanneer voor één of meer maanden
geen termijnkoersen beschikbaar zijn, de koers wordt
gebruikt waarvan is uitgegaan voor de voorgaande of
de volgende maand, naar gelang van het geval ;
Overwegende dat, voor de periode van 21 tot en met
27 november 1984, voor bepaalde valuta's :
— voor de lopende maand, het in artikel 2, lid 1 , van
Verordening (EEG) nr. 1569/72 bedoelde verschil
meer dan één punt afwijkt van het voor de vorige
vaststelling aangehouden percentage,
— voor bepaalde termijnmaanden, het in artikel 2, lid
2, van Verordening (EEG) nr. 1569/72 bedoelde
verschil 0,5 % overschrijdt ; dat dit verschil voor
bepaalde differentiële bedragen op termijn meer
dan één punt afwijkt van het percentage dat voor
de vorige vaststelling is aangehouden ;
Overwegende dat uit de toepassing van deze bepa
lingen op de huidige marktsituatie voor oliehoudende
zaden en met name op de noteringen of prijzen voor
deze produkten, volgt dat, krachtens artikel 4 van
Verordening (EEG) nr. 651 /71 , het in Ecu uitgedrukte
bedrag van de restitutie en het bedrag van de defini
tieve restitutie in elk van de nationale valuta voor
kool- en raapzaad moeten worden vastgesteld zoals
aangegeven in de bijlage bij deze verordening ; dat
voor zonnebloemzaad geen restitutie moet worden
vastgesteld ;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte
maatregelen in overeenstemming zijn met het advies
van het Comité van beheer voor oliën en vetten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD :
Artikel 1
De restitutiebedragen als bedoeld in artikel 4, lid 1 ,
van Verordening (EEG} nr. 651 /71 worden voor kool
en raapzaad vastgesteld in de bijlage.
Voor zonnebloemzaad wordt geen restitutie vastgesteld.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 december
1984.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk
in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 30 november 1984.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
1 . 12. 84 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 313/27
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 30 november 1984 tot vaststelling van de uitvoerrestituties
voor kool- en raapzaad
(Bedragen per 100 kg)
I Lopendemaand le maand 2e maand 3e maand 4e maand 5e maand
1 . Bruto restitutie (Ecu) 12,300 12,820 13,340 13,860 14,380 14,380
2. Definitieve restitutie
Zaad geoogst en uitgevoerd uit : \ ||
— Bil. Duitsland (DM) 38,24 33,09 34^7 35,84 37,08 37,79
— Nederland (Fl.) 36,99 37,29 38,69 4033 41,73 42,45
— BLEU (Bfr./Lfr.) 570,87 595,00 619,13 641,82 665,95 655,10
— Frankrijk (Ffr.) 75,70 79,27 82,28 84,82 88,39 88,40
— Denemarken (Dkr.) 103,50 107,88 112^6 116,63 121,01 120,24
— Ierland (Iers £) 9,226 9,616 10,001 10,324 10,714 10,225
— Verenigd Koninkrijk (Brits £) 7343 7,664 7,986 8,308 8,629 8,629
— Italië (lire) 17 614 18 354 18 819 19 294 20 039 19 187
— Griekenland (dr.) 942,37 989,45 1 036,52 1 083,60 1 130,67 1 130,67
Full & Egal Universal Law Academy