Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3380/80 van de Commissie van 23 december 1980 betreffende de bepalingen inzake de invoer van produkten uit de sector schape- en geitevlees van oorsprong uit Oostenrijk, IJsland en Roemenië
Publicatieblad Nr. L 355 van 30/12/1980 blz. 0032 - 0036
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 32 blz. 0080
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3380/80 VAN DE COMMISSIE
van 23 december 1980
betreffende de bepalingen inzake de invoer van produkten uit de sector schape- en geitevlees van oorsprong uit Oostenrijk, IJsland en Roemenië
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1837/80 van de Raad van 27 juni 1980 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2966/80 (2), en met name op artikel 33,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2645/80 van de Raad van 14 oktober 1980 betreffende de toepassing van de heffing voor sommige levende dieren in de sector schape- en geitevlees (3), en met name op artikel 2,
Overwegende dat bepaalde derde landen de onderhandelingen betreffende overeenkomsten inzake vrijwillige beperking met de Gemeenschap hebben afgesloten; dat in afwachting van de goedkeuring en de ondertekening van deze overeenkomsten bij wijze van overgangsmaatregel voor de produkten die deel uitmaken van bedoelde overeenkomsten analoge bepalingen moeten gelden als die welke zijn vastgesteld voor invoer uit landen waarmee overeenkomsten inzake vrijwillige beperking werden gesloten;
Overwegende dat de bevoegde autoriteiten van de betrokken landen de Commissie een eenzijdige schriftelijke toezegging hebben doen toekomen waarbij zij de verplichting aangaan hun uitvoer naar de Gemeenschap te beperken en onmiddellijk de administratieve bepalingen inzake de afgifte van de »certificaten voor uitvoer naar de Gemeenschap" toe te passen waarin de ontwerp-overeenkomsten inzake vrijwillige beperking voorzien;
Overwegende dat deze toezegging het stellen van een waarborg bij de indiening van de aanvraag om een invoercertificaat overbodig maakt; dat het model van de certificaten voor uitvoer moet worden vastgesteld en dat het gebruik van deze certificaten moet worden geregeld;
Overwegende dat het certificaat voor uitvoer naar de Europese Economische Gemeenschap moet worden afgegeven door de daartoe door elk betrokken derde land aan te wijzen instantie; dat deze instantie alle garanties moet bieden voor de goede werking van de regeling;
Overwegende dat de betrokken invoer moet worden beperkt tot de in de toezeggingen genoemde hoeveelheden; dat bijgevolg moet worden afgeweken van Verordening (EEG) nr. 193/75 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3183/80 (5), ten aanzien van de hoeveelheden die boven de in het certificaat vermelde hoeveelheden mogen worden ingevoerd;
Overwegende dat dient te worden voorgeschreven dat de Lid-Staten de nodige gegevens over de betrokken invoer moeten mededelen;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer »schapen en geiten",
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
In afwijking van artikel 16 van Verordening (EEG) nr. 1837/80:
a) is voor de produkten van de posten 01.04 B en 02.01 A IV van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Oostenrijk, IJsland en Roemenië, de afgifte van het invoercertificaat:
- afhankelijk van de overlegging van een »certificaat voor uitvoer naar de Europese Economische Gemeenschap", hierna »certificaat voor uitvoer" te noemen, dat door de regering van het exporterende derde land of op haar verantwoordelijkheid is afgegeven;
- niet afhankelijk van het stellen van een waarborg;
b) worden de certificaten voor uitvoer afgegeven voor de volgende jaarlijkse maximumhoeveelheden uitgedrukt in ton geslacht gewicht equivalent:
- voor Oostenrijk, 300 ton voor levende dieren,
- voor IJsland, 600 ton vlees, waarvan ten hoogste 10 % vers of gekoeld vlees,
- voor Roemenië, 550 ton, waarvan 475 ton voor levende dieren en 75 ton voor bevroren vlees.
Voor de produkten van post 01.04 B van het gemeenschappelijk douanetarief stemt 100 kg nettomassa (levend gewicht) overeen met 47 kg massa geslacht (geslacht gewicht).
Artikel 2
1. Van het certificaat voor uitvoer wordt een origineel en ten minste één kopie opgesteld op een formulier dat overeenstemt met het model in bijlage I.
Het formaat van dit formulier is circa 210 × 297 mm. Het papier moet ten minste 40 gram per m2 wegen en wit van kleur zijn.
2. De formulieren worden gedrukt en ingevuld in één van de officiële talen van de Gemeenschap; bovendien kunnen zij worden gedrukt en ingevuld in de officiële taal of één van de officiële talen van het exporterende land.
3. Het origineel en de kopieën worden met de schrijfmachine of met de hand ingevuld. In het laatste geval moeten zij met inkt worden ingevuld en moeten drukletters worden gebruikt.
4. Het certificaat voor uitvoer wordt geïndividualiseerd door een volgnummer dat wordt toegekend door de in artikel 4 bedoelde instantie van afgifte. Het origineel en de kopieën hebben hetzelfde volgnummer.
Artikel 3
1. Het certificaat voor uitvoer is drie maanden geldig vanaf de datum van afgifte.
Het origineel van dit certificaat en een kopie worden aan de bevoegde instanties overgelegd bij de indiening van de aanvraag voor het overeenkomstige invoercertificaat.
2. Het origineel wordt bewaard door de instantie die het invoercertificaat afgeeft. Indien evenwel het invoercertificaat slechts wordt aangevraagd voor een deel van de hoeveelheid die in het certificaat voor uitvoer is aangegeven, vermeldt de instantie van afgifte op het certificaat voor uitvoer de hoeveelheid waarvoor het werd gebruikt, voorziet het certificaat van een stempel en geeft het terug aan de belanghebbende.
Artikel 4
1. Een certificaat voor uitvoer is slechts geldig indien het overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en de aanwijzingen in bijlage I naar behoren is ingevuld en geviseerd door een instantie van afgifte die vermeld is in de lijst van bijlage II.
2. Een certificaat voor uitvoer is naar behoren geviseerd wanneer daarop de plaats en datum van afgifte en de laatste dag van de geldigheidsduur zijn vermeld en wanneer het is voorzien van het stempel van de instantie van afgifte en de handtekening van de persoon of de personen die het mogen ondertekenen.
Artikel 5
1. De instanties van afgifte die vermeld zijn in de lijst van bijlage II moeten:
a) als zodanig zijn erkend door het exporterende derde land;
b) zich ertoe verbinden de op de certificaten voor uitvoer aangebrachte vermeldingen te verifiëren;
c) zich ertoe verbinden de Commissie periodiek mede te delen voor welke hoeveelheden certificaten voor uitvoer zijn afgegeven, gespecificeerd volgens de bestemming;
d) zich ertoe verbinden de Commissie en de Lid-Staten desgevraagd alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn om de juistheid van de op de certificaten voor uitvoer aangebrachte vermeldingen te kunnen nagaan.
2. De lijst wordt herzien wanneer niet meer is voldaan aan de in lid 1, sub a), bedoelde voorwaarde of wanneer een instantie van afgifte een van haar verplichtingen niet nakomt.
Artikel 6
1. Het in artikel 1 bedoelde invoercertificaat wordt uiterlijk de eerste werkdag na de dag van indiening van de aanvraag afgegeven en is geldig tot en met de laatste dag van de geldigheidsduur van het overeenkomstig artikel 1 overgelegde certificaat voor uitvoer.
2. Het invoercertificaat moet onverwijld en uiterlijk bij het verstrijken van de geldigheidsduur aan de instantie van afgifte worden teruggezonden.
Artikel 7
1. Op de certificaataanvraag om een invoercertificaat en op het invoercertificaat moet in vak 14 het derde land van oorsprong worden vermeld.
Het certificaat brengt de verplichting mee in te voeren uit het aangeduide land.
2. Voor de produkten van post 01.04 B moet in de certificaataanvraag en in het certificaat, in de vakken 10 en 11, de nettomassa worden vermeld.
3. Op het certificaat moet in vak 20 één van de volgende vermeldingen worden aangebracht:
- Heffing beperkt tot 10 % ad valorem (toepassing van Verordening (EEG) nr. 3380/80).
- Importafgiften begraenses til 10 % af vaerdien (jf. forordning (EOEF) nr. 3380/80).
- Beschraenkung der Abschoepfung auf 10 v. H. nach dem Wert (Anwendung der Verordnung (EWG) Nr. 3380/80).
- eisforá periorizómeni sto 10 % kat axían (efarmogí toy kanonismoý (EOK) arith. 3380/80).
- Levy limited to 10 % ad valorem (application of Regulation (EEC) No 3380/80).
- Prélèvement limité à 10 % ad valorem (application du règlement (CEE) no 3380/80).
- Prelievo limitato al 10 % ad valorem (applicazione del regolamento (CEE) n. 3380/80).
In afwijking van artikel 2, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 193/75 mag de hoeveelheid die in het vrije verkeer wordt gebracht de in de vakken 10 en 11 van het invoercertificaat vermelde hoeveelheid niet overschrijden; daartoe wordt in vak 22 van genoemd certificaat het cijfer 0 ingevuld.
Artikel 8
De Lid-Staten delen vóór de vijfde werkdag van iedere maand per telexbericht aan de Commissie de hoeveelheden mede, gespecificeerd per produkt en per oorsprong, waarvoor tijdens de vorige maand de in artikel 1, lid 1, bedoelde invoercertificaten zijn afgegeven.
Artikel 9
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1981. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 23 december 1980.
Voor de Commissie
Finn GUNDELACH
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 183 van 16. 7. 1980, blz. 1.
(2) PB nr. L 307 van 18. 11. 1980, blz. 5.
(3) PB nr. L 275 van 18. 10. 1980, blz. 11.
(4) PB nr. L 25 van 31. 1. 1975, blz. 1.
(5) PB nr. L 338 van 13. 12. 1980, blz. 1.
Top