Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3410/84 van de Raad van 4 december 1984 houdende verdeling, over de Lid-Staten, van de voor 1985 aan de Gemeenschap toegekende vangstquota voor de Canadese wateren
Publicatieblad Nr. L 316 van 06/12/1984 blz. 0009 - 0010
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3410/84 VAN DE RAAD
van 4 december 1984
houdende verdeling, over de Lid-Staten, van de voor 1985 aan de Gemeenschap toegekende vangstquota voor de Canadese wateren
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 170/83 van de Raad van 25 januari 1983 tot instelling van een communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden (1), inzonderheid op artikel 11,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat de Visserijovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Canadese Regering (2), ondertekend op 30 december 1981, de jaarlijkse vangstquota in de Canadese visserijzone vaststelt die Canada aan de Gemeenschap toekent;
Overwegende dat het naar luid van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 170/83 aan de Raad is het totale quotum dat per bestand of groep bestanden mag worden gevangen, het gedeelte daarvan dat voor de Gemeenschap beschikbaar is en de bijzondere voorwaarden die bij deze vangsten in acht moeten worden genomen, vast te stellen; dat naar luid van artikel 4 van die verordening het voor de Gemeenschap beschikbare gedeelte onder de Lid-Staten wordt verdeeld;
Overwegende dat gegevens over de werkelijke vangsten dienen te worden verstrekt om te kunnen nagaan of deze verdeling in acht wordt genomen,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Van 1 januari tot en met 31 december 1985 mogen vaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren, in de wateren die onder de visserijjurisdictie van Canada vallen de in bijlage vermelde hoeveelheden vissen.
Artikel 2
De Lid-Staten, alsmede de kapiteins van vissersvaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren en vissen in de in artikel 1 bedoelde wateren, dienen zich te houden aan de artikelen 3 tot en met 9 van Verordening (EEG) nr. 2057/82 van de Raad van 29 juni 1982 houdende vaststelling van bepaalde maatregelen voor controle op de activiteiten van vissersvaartuigen uit de Lid-Staten (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1729/83 (4).
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing van 1 januari tot en met 31 december 1985.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 4 december 1984.
Voor de Raad
De Voorzitter
P. O'TOOLE
(1) PB nr. L 24 van 27. 1. 1983, blz. 1.
(2) PB nr. L 379 van 31. 12. 1981, blz. 54.
(3) PB nr. L 220 van 29. 7. 1982, blz. 1.
(4) PB nr. L 169 van 28. 6. 1983, blz. 14.
BIJLAGE
In artikel 1 bedoelde hoeveelheden
(in ton)
1.2.3.4 // // // // // Soort // NAFO-deelgebied // EEG-quota // Verdeling // // // // // Kabeljauw // 2 GH // 6 500 // Duitsland 6 000 // // // // Frankrijk 200 // // // // Verenigd Koninkrijk 300 // // 2 J 3 KL // 9 500 // Duitsland 7 125 // // // // Frankrijk 1 545 // // // // Verenigd Koninkrijk 830 // Pijlinktvis // 3 + 4 // 7 000 // Duitsland 2 600 // // // // Italië 2 000 // // // // Frankrijk 2 400 // // // //
Top