Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3436/84 van de Raad van 4 december 1984 tot vaststelling voor 1985 van bepaalde maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, van toepassing op vaartuigen die de vlag van Zweden voeren
Publicatieblad Nr. L 318 van 07/12/1984 blz. 0009 - 0015
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3436/84 VAN DE RAAD
van 4 december 1984
tot vaststelling voor 1985 van bepaalde maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, van toepassing op vaartuigen die de vlag van Zweden voeren
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 170/83 van de Raad van 25 januari 1983 tot instelling van een communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden (1), inzonderheid op artikel 11,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat de Gemeenschap en Zweden overeenkomstig de procedure neergelegd in de Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van Zweden (2), inzonderheid in de artikelen 2 en 6, overleg hebben gepleegd over de wederzijdse visrechten in 1985 en over het beheer van de gemeenschappelijke biologische rijkdommen;
Overwegende dat de delegaties bij dit overleg zijn overeengekomen hun onderscheiden autoriteiten aan te bevelen voor 1985 voor de schepen van de andere partij bepaalde vangstquota vast te stellen;
Overwegende dat het naar luid van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 170/83 aan de Raad is met name het totaal van de vangsten die aan derde landen zijn toegekend en de bijzondere voorwaarden die daarbij in acht moeten worden genomen, vast te stellen;
Overwegende dat in de Overeenkomst van 19 december 1966 tussen Denemarken, Noorwegen en Zweden inzake de onderlinge verlening van visrechten in het Skagerrak en het Kattegat is bepaald dat elke partij de vaartuigen van de andere partijen visrechten verleent in haar visserijzone in het Skagerrak en een gedeelte van het Kattegat tot aan vier zeemijl zeewaarts gemeten van de basislijnen zonder kwantitatieve beperking;
Overwegende dat in de Conventie van 31 december 1932 tussen Denemarken en Zweden met betrekking tot de voorwaarden voor de visserij in de maritieme zones die beide landen omgeven, wordt bepaald dat elke partij toegang zal verlenen aan de visserijvaartuigen van de andere partij in haar visserijzone in het Kattegat tot aan 3 zeemijl vanaf de kust en in bepaalde gedeelten van de OEresund en in de Oostzee tot aan de basislijnen zonder kwantitatieve beperking,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Vaartuigen die de vlag van Zweden voeren, mogen tot en met 31 december 1985 in de 200-mijlszone van de Lid-Staten in de Noordzee, het Skagerrak, het Kattegat, de Oostzee en de Atlantische Oceaan benoorden 43°00' noorderbreedte overeenkomstig het bepaalde in deze verordening vissen op de in bijlage I vermelde soorten binnen de in die bijlage vastgestelde geografische en kwantitatieve grenzen.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 is het vissen voor vaartuigen die de vlag van Zweden voeren toegestaan zonder kwantitatieve beperkingen in het Skagerrak, in het Kattegat en in de OEresund.
3. In de zin van deze verordening wordt verstaan onder:
- Skagerrak, het gebied in het westen begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm tot de vuurtoren van Lindesnes en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de kust van Zweden;
- Kattegat, het gebied in het noorden begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen tot de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de kust van Zweden en in het zuiden door een lijn van Hasenore Head tot Gniben Point, van Korshage tot Spodsbjerg, en van Gilbjerg Head tot de Kullen;
- OEresund, het gebied in het noorden begrensd door een lijn van Gilbjerg Head tot de Kullen en in het zuiden door een lijn die de vuurtoren van Stevns met de vuurtoren van Falsterbo verbindt.
4. De bij de leden 1 en 2 toegestane visserij mag slechts worden uitgeoefend in de gedeelten van de visserijzone van 200 mijl zeewaarts van 12 zeemijl vanaf de basislijnen vanwaar de territoriale wateren van de Lid-Staten worden gemeten, met de volgende uitzonderingen:
a) vissen in het Skagerrak is toegestaan zeewaarts van 4 zeemijl vanaf de basislijnen van Denemarken;
b) vissen in het Kattegat is toegestaan zeewaarts van 3 zeemijl vanaf de kust van Denemarken;
c) vissen in de Oostzee is toegestaan zeewaarts van 3 zeemijl vanaf de basislijnen van Denemarken;
d) vissen in de OEresund is toegestaan in de zones en overeenkomstig de voorwaarden als vermeld in bijlage II.
5. Onverminderd het bepaalde in lid 1, zijn onvermijdelijke bijvangsten van een soort waarvoor in een zone geen quotum is vastgesteld, toegestaan binnen de grenzen vastgesteld in de instandhoudingsmaatregelen die voor de betrokken zone gelden.
6. Bijvangsten in een bepaalde zone van een soort waarvoor in die zone een quotum is vastgesteld, worden van dat quotum afgetrokken.
Artikel 2
1. Vaartuigen die vissen in het kader van de in artikel 1 vastgestelde quota dienen de instandhoudings- en controlemaatregelen alsmede alle overige voorschriften inzake de uitoefening van de visserij in de in artikel 1 bedoelde zones in acht te nemen.
2. De in lid 1 bedoelde vaartuigen dienen een logboek bij te houden waarin de in bijlage III aangegeven gegevens dienen te worden opgenomen.
3. De in lid 1 bedoelde vaartuigen dienen aan de Commissie de in bijlage IV genoemde gegevens mede te delen overeenkomstig de in die bijlage neergelegde voorschriften.
4. De registratieletters en -nummers van de in lid 1 bedoelde vaartuigen dienen duidelijk op beide zijden van de boeg van het vaartuig te zijn aangebracht.
Artikel 3
1. Het vissen in de ICES-deelgebieden IV en VI en in de ICES-sectoren III c en d in het kader van de in artikel 1 vastgestelde quotaregeling is slechts toegestaan indien er een op aanvraag van de Zweedse autoriteiten door de Commissie namens de Gemeenschap afgegeven vergunning aan boord is en de in de vergunning vermelde voorwaarden in acht worden genomen.
2. De vergunningen in het kader van lid 1 moeten zodanig worden afgegeven dat het aantal vergunningen op elk tijdstip tijdens een bepaalde maand niet meer bedraagt dan:
- 42 voor het vissen op kabeljauw en haring in de Oostzee,
- 3 voor het vissen op leng in ICES-deelgebied IV en ICES-sector VI a (ten noorden van 56°30' NB),
- 25 voor het vissen op haring in ICES-sector IV a en b,
- 10 voor het vissen in ICES-deelgebied IV op alle soorten vermeld in bijlage I, behalve haring en leng.
3. Het totale aantal actieve visdagen voor alle vaartuigen in het bezit van een vergunning om haring te vissen in de Noordzee mag niet meer bedragen dan 250.
4. Bij het indienen van een aanvraag voor een vergunning bij de Commissie dienen de volgende inlichtingen te worden verstrekt:
a) naam van het vaartuig;
b) registratienummer;
c) op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;
d) haven van registratie;
e) naam en adres van de eigenaar of huurder;
f) brutotonnage en lengte over alles;
g) motorvermogen;
h) roepnaam en radiofrequentie;
i) vismethode waarvan gebruik zal worden gemaakt;
j) zone waarin zal worden gevist;
k) soort waarop zal worden gevist;
l) periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.
5. Een vergunning is slechts geldig voor één vaartuig. Wanneer verschillende vaartuigen samen vissen, moet ieder vaartuig een vergunning aan boord hebben.
6. Vergunningen kunnen worden geannuleerd met het oog op de afgifte van nieuwe vergunningen. De annulering gaat in op de datum waarop de vergunning bij de Commissie is ingeleverd. Nieuwe vergunningen gaan in op de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de vergunningen zijn afgegeven.
Artikel 4
Bij het vissen op leng mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van de beug.
Artikel 5
De bevoegde instanties van de Lid-Staten treffen de nodige maatregelen om naleving van deze verordening te verzekeren, onder meer door regelmatige inspectie van de vaartuigen.
Artikel 6
Indien een overtreding naar behoren is geconstateerd, delen de Lid-Staten de Commissie onverwijld de naam van het betrokken vaartuig en de eventueel getroffen maatregelen mede.
Artikel 7
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing van 1 januari tot en met 31 december 1985. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 4 december 1984.
Voor de Raad
De Voorzitter
P. O'TOOLE
(1) PB nr. L 24 van 27. 1. 1983, blz. 1.
(2) PB nr. L 226 van 29. 8. 1980, blz. 1.
BIJLAGE I
Vangstquota
1.2.3 // // // // Soort // Gebied waarin mag worden gevist // Hoeveelheid (in ton) // // // // Kabeljauw // ICES III c, d // 1 250 // // ICES IV // 150 (2) // Schelvis // ICES IV // 400 // Wijting // ICES IV // 20 (2) // Haring // ICES III c, d // 1 600 // // ICES IV a, b // 1 350 // Leng // ICES IV, VI a (1) // 200 // // //
(1) Benoorden 56°30' noorderbreedte.
(2) Deze hoeveelheden zijn onderling verwisselbaar.
BIJLAGE II
1. In een gebied tot een diepte van 7 m is enkel toegelaten:
a) de haringvisserij met netten en
b) de lijnvisserij in de periode van juli tot en met oktober.
2. In een gebied met een diepte van meer dan 7 m is het gebruik van trawlnetten en zegens verboden ten zuiden van de lijn van Ellekilde Hage naar Lerberget.
3. In afwijking van lid 2 is de visserij toegelaten op de »Middelgrunden" met »Agnvod" die niet meer dan 7,5 m tussen »Armspidserne" meten.
4. Ten noorden van de lijn vermeld in lid 2 is het gebruik van trawlnetten of Deense zegennetten toegelaten zeewaarts van 3 mijlen van de kust.
BIJLAGE III
De volgende gegevens dienen na iedere trek in het logboek te worden genoteerd:
1. Gevangen hoeveelheid van elke soort (in kg).
2. Datum en tijdstip waarop de trek heeft plaatsgevonden.
3. Geografische positie waarin de vangsten zijn gedaan.
4. Gebruikte vismethode.
5. Alle radioberichten uitgezonden overeenkomstig bijlage IV.
BIJLAGE IV
1. De aan de Commissie mede te delen inlichtingen en het tijdschema voor mededelingen zijn als volgt:
1.1. Bij het binnenvaren van de zone die zich uitstrekt tot 200 zeemijl uit de kusten van de Lid-Staten van de Gemeenschap en waarop de communautaire visserijwetgeving van toepassing is:
a) de in punt 1.4 aangegeven inlichtingen;
b) gewicht (in kg) van de vangsten, per vissoort, die zich in de ruimen bevinden;
c) wanneer en waar het vissen aanvangt.
Indien in verband met de visserijactiviteit de visserijzone van de Gemeenschap op ongeacht welke dag meer dan eens moet worden binnengevaren, volstaat een enkele mededeling wanneer voor de eerste keer wordt binnengevaren.
1.2. Bij het verlaten van de zone die zich uitstrekt tot 200 zeemijl uit de kusten van de Lid-Staten van de Gemeenschap en waarop de communautaire visserijwetgeving van toepassing is:
a) de in punt 1.4 aangegeven inlichtingen;
b) gewicht (in kg) van de vangsten, per vissoort, die zich in de ruimen bevinden;
c) gewicht (in kg) van de sedert het vorige bericht gevangen vissoorten;
d) de ICES-sector waarin de vangsten zijn behaald;
e) gewicht (in kg) van de vangsten, per vissoort, die sinds het vaartuig de visserijzone van de Gemeenschap is binnengevaren, op andere vaartuigen zijn overgeladen en aanduiding van het vaartuig waarnaar is overgeladen;
f) gewicht (in kg) van de vangsten, per vissoort, die sinds het vaartuig de visserijzone van de Gemeenschap is binnengevaren, in een haven van de Gemeenschap aan land zijn gebracht.
Indien in verband met de visserijactiviteit de visserijzone van de Gemeenschap meer dan eens op ongeacht welke dag moet worden verlaten, volstaat een enkele mededeling wanneer de zone definitief wordt verlaten.
1.3. Wanneer op haring in de Noordzee wordt gevist, om de drie dagen, te beginnen op de derde dag nadat het vaartuig de zones van de Gemeenschap voor het eerst is binnengevaren, en wanneer op andere soorten dan haring wordt gevist, elke week, te beginnen op de zevende dag nadat het vaartuig de zones van de Gemeenschap voor het eerst is binnengevaren:
a) de in punt 1.4 aangegeven inlichtingen;
b) gewicht (in kg) van de vangsten, per vissoort, die sinds het vorige bericht zijn gedaan;
c) de ICES-sector waarin de vangsten zijn behaald;
d) het aantal actieve visdagen, wanneer op haring in de Noordzee wordt gevist.
1.4. a) Naam, roepnaam, identificatienummers en -letters van het vaartuig en naam van de gezagvoerder;
b) nummer van de vergunning indien het schip met een vergunning vist;
c) volgnummer van het bericht;
d) aanduiding van het soort bericht;
e) datum, uur en geografische positie van het vaartuig.
2.1. De sub 1 bedoelde gegevens moeten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen te Brussel (telexadres 24 189 FISEU-B) worden medegedeeld via een van de sub 3 vermelde radiostations, en wel in de sub 4 aangegeven vorm.
2.2. Indien het bericht wegens overmacht niet door het vaartuig kan worden doorgezonden mag het namens dat vaartuig door een ander vaartuig worden doorgezonden.
1.2.3 // 3. // Naam van het radiostation // Oproepletters van het radiostation // // Skagen // OXP // // Blaavand // OXB // // Norddeich // DAF DAK // // // DAH DAL // // // DAI DAM // // // DAJ DAN // // Scheveningen // PCH // // Oostende // OST // // North Foreland // GNF // // Humber // GKZ // // Cullercoats // GCC // // Wick // GKR // // Portpatrick // GPK // // Anglesey // GLV // // Ilfracombe // GIL // // Niton // GNI // // Stonehaven // GND // // Portishead // GKA // // // GKB // // // GKC // // Land's End // GLD // // Valentia // EJK // // Malin Head // EJM // // Boulogne // FFB // // Brest // FFU // // Saint-Nazaire // FFO // // Bordeaux-Arcachon // FFC // // Prins Christians Sund // OZN // // Julianehaab // OXF // // Godthaab // OXI Central Godthaab // // Holsteinsborg // OYS // // Godhavn // OZM // // Stockholm // SOJ // // Goeteborg // SOG // // Roenne // OYE
4. Vorm van de berichten
De sub 1 bedoelde inlichtingen dienen de volgende gegevens te bevatten en worden in de volgende volgorde gegeven:
- de naam van het vaartuig;
- roepnaam van het vaartuig;
- uitwendige identificatieletters en -nummers;
- volgnummer van het bericht voor de betrokken visreis;
- aanduiding van het soort van bericht overeenkomstig de volgende code:
- bericht bij binnenvaren van de Gemeenschapszone: IN,
- bericht bij verlaten van de Gemeenschapszone: OUT,
- wekelijks bericht: WKL,
- bericht om de drie dagen: 2 WKL;
- de geografische positie;
- de ICES-sector waarin het vissen naar verwachting begint;
- de datum waarop het vissen naar verwachting begint;
- het gewicht (in kg) van de vangsten, per vissoort, die zich in de ruimen bevinden, met gebruikmaking van de sub 5 opgenomen code;
- het gewicht (in kg) van de vangsten, die zijn verricht sedert het vorige bericht, met gebruikmaking van de sub 5 opgenomen code;
- de ICES-sector waarin de vangsten zijn behaald;
- het gewicht (in kg) van de vangsten, per vissoort, die sinds het vorige bericht op andere vaartuigen zijn overgeladen;
- naam en roepnaam van het vaartuig waarop de vis is overgeladen;
- het gewicht (in kg) van de vangsten, per vissoort, die sinds het vorige bericht in een haven van de Gemeenschap aan land zijn gebracht;
- de naam van de gezagvoerder. 5. Code voor het mededelen van de sub 4 bedoelde hoeveelheden vis die zich aan boord bevinden:
1.2 // - A: // Noorse garnalen (Pandalus borealis) // - B: // Heek (Merluccius merluccius) // - C: // Zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides) // - D: // Kabeljauw (Gadus morhua) // - E: // Schelvis (Melanogrammus aeglefinus) // - F: // Heilbot (Hippoglossus hippoglossus) // - G: // Makreel (Scomber scombrus) // - H: // Horsmakreel (Trachurus trachurus) // - I: // Roundnose Grenadier (Coryphaenoides rupestris) // - J: // Koolvis (Pollachius virens) // - K: // Wijting (Merlangus merlangus) // - L: // Haring (Clupea harengus) // - M: // Zandspiering (Ammodytes sp.) // - N: // Sprot (Clupea sprattus) // - O: // Schol (Pleuronectes platessa) // - P: // Kever (Trisopterus esmarkii) // - Q: // Leng (Molva molva) // - R: // Andere // - S: // Garnalen (Penaeidae) // - T: // Ansjovis (Engraulis encrassicholus) // - U: // Noorse schelvis (Sebastes sp.) // - V: // Amerikaanse schol (Hypoglossoides platessoides) // - W: // Pijlinktvis (Illex) // - X: // Geelstaartmakreel (Limanda ferruginea) // - Y: // Blauwe wijting (Gadus poutassou) // - Z: // Tonijn (Thunnidae) // - AA: // Blauwe leng (Molva dypterygia) // - BB: // Lom (Brosme brosme) // - CC: // Hondshaai (Scyliorhinus retifer) // - DD: // Reuzenhaai (Cetorhindae) // - EE: // Haringhaai (Lamna nasus) // - FF: // Inktvis (Loligo vulgaris) // - GG: // Braam (Brama brama) // - HH: // Sardien (Sardina pilchardus)
- K :
WIJTING ( MERLANGUS MERLANGUS )
- L :
HARING ( CLUPEA HARENGUS )
- M :
ZANDSPIERING ( AMMODYTES SP .)
- N :
SPROT ( CLUPEA SPRATTUS )
- O :
SCHOL ( PLEURONECTES PLATESSA )
- P :
KEVER ( TRISOPTERUS ESMARKII )
- Q :
LENG ( MOLVA MOLVA )
- R :
ANDERE
- S :
GARNALEN ( PENAEIDAE )
- T :
ANSJOVIS ( ENGRAULIS ENCRASSICHOLUS )
- U :
NOORSE SCHELVIS ( SEBASTES SP .)
- V :
AMERIKAANSE SCHOL ( HYPOGLOSSOIDES PLATESSOIDES )
- W :
PIJLINKTVIS ( ILLEX )
- X :
GEELSTAARTMAKREEL ( LIMANDA FERRUGINEA )
- Y :
BLAUWE WIJTING ( GADUS POUTASSOU )
- Z :
TONIJN ( THUNNIDAE )
- AA :
BLAUWE LENG ( MOLVA DYPTERYGIA )
- BB :
LOM ( BROSME BROSME )
- CC :
HONDSHAAI ( SCYLIORHINUS RETIFER )
- DD :
REUZENHAAI ( CETORHINDAE )
- EE :
HARINGHAAI ( LAMNA NASUS )
- FF :
INKTVIS ( LOLIGO VULGARIS )
- GG :
BRAAM ( BRAMA BRAMA )
- HH :
SARDIEN ( SARDINA PILCHARDUS )
Top