23 . 12. 82 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 362/29
VERORDENING EEG Nr. 3451 /82 VAN DE COMMISSIE
van 21 december 1982
tot vaststelling van het aantal jonge mannelijke runderen dat in het eerste
kwartaal van 1983 onder bijzondere voorwaarden mag worden ingevoerd
Overwegende dat de gedeeltelijke vermindering van de
heffing met name bedoeld is als bijdrage tot verbete
ring van de veehouderijstructuur en van de rundvlees
produktie in Italië en in Griekenland ; dat daartoe de
nodige maatregelen moeten worden getroffen om te
garanderen dat deze regeling zoveel mogelijk recht
streeks ten goede komt aan de landbouwers, zonder
dat evenwel de traditionele handel wordt uitgesloten ;
dat dit doel kan worden bereikt door bij de afgifte van
certificaten voor deze regeling prioriteit te verlenen
aan landbouwers of landbouworganisaties ;
Overwegende dat volgens artikel 9 , lid 1 , van Verorde
ning (EEG) nr. 2377/80 de aanvrager zich verbindt
over te gaan of onder zijn verantwoordelijkheid te
doen overgaan tot het mesten ; dat het hier gaat om
landbouwers of om hun landbouworganisaties ; dat het
duidelijk is dat de aan de aanvrager verleende moge
lijkheid om niet zelf het mesten uit te voeren in
zekere gevallen het risico van fraude inhoudt ; dat het
daarom noodzakelijk is die mogelijkheid voor het
betrokken kwartaal af te schaffen ;
Overwegende dat het met betrekking tot hetzij de
landbouwproducenten of hun landbouworganisaties,
hetzij de traditionele handel, noodzakelijk is de maxi
mumhoeveelheid waarop elke aanvraag van een
invoercertificaat betrekking mag hebben te beperken
om een billijker verdeling van de beschikbare hoeveel
heden te bereiken ;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte
maatregelen in overeenstemming zijn met het advies
van het Comité van beheer voor rundvlees,
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op ' het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad
van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke
ordening der markten in de sector rundvlees ('), laat
stelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Grie
kenland, en met name op artikel 13, lid 4, artikel 15,
lid 2, en artikel 25,
Overwegende dat de Raad in het kader van de invoer
regeling voor jonge mannelijke mestrunderen een op
ramingen berustende balans voor het tijdvak van 1
januari tot en met 31 december 1983 heeft gemaakt ;
dat krachtens artikel 13 , lid 4, sub a), van Verordening
(EEG) nr. 805/68 het aantal dat per kwartaal mag
worden ingevoerd en het percentage waarmee de
heffing bij invoer van deze dieren wordt verminderd,
moeten worden vastgesteld ;
Overwegende dat de wijze waarop deze bijzondere
regeling moet worden toegepast, is vastgesteld bij
Verordening (EEG) nr. 612/77 (2), gewijzigd bij Veror
dening (EEG) nr. 1384/77 (3), en bij Verordening (EEG)
nr. 2377/80 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd
bij Verordening (EEG) nr. 1617/82 (*);
Overwegende dat het noodzakelijk is gebleken reke
ning te houden met de behoeften van bepaalde
gebieden in de Gemeenschap die een zeer groot tekort
hebben aan mestrunderen ; dat een dergelijk tekort
zich in Italië en in Griekenland voordoet, waar de
behoeften voor het eerste kwartaal van 1983 op 60 000
respectievelijk 9 500 dieren kunnen worden geraamd ;
Overwegende dat de behoeften aan jonge
mestrunderen een hoger percentage voor de vermin
dering van de heffing wettigen voor het eerste kwartaal
van 1983 voor runderen met een gewicht van 220 tot
300 kg die van oorsprong en van herkomst zijn uit
Joegoslavië ;
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD :
Artikel 1
1 . Voor het tijdvak van 1 januari tot en met 31
maart 1983 wordt het in artikel 13 , lid 4, sub a), van
Verordening (EEG) nr. 805/68 bèdoelde maxi
mumaantal vastgesteld op 71 500 jonge mannelijke
mestrunderen met een levend gewicht van ten hoogste
300 kg ; daarvan moeten 60 000 stuks in Italië en
9 500 stuks in Griekenland worden ingevoerd en
gemest.
(') PB nr. L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz. 24 .
(2) PB nr. L 77 van 25. 3 . 1977, blz . 18 .
(3) PB nr. L 157 van 28 . 6 . 1977, blz . 16 .
(
O PB nr. L 180 van 24. 6 . 1982, blz . 24.
Nr. L 362/30 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 23 . 12. 82
2. De heffing bij invoer van de in lid 1 bedoelde
jonge runderen is gelijk aan de op de dag van invoer
geldende heffing, verminderd met 60 % .
Voor ten hoogste 15 300 jonge runderen met een
gewicht van 220 tot 300 kg, van oorsprong en van
herkomst uit Joegoslavië, wordt de op de dag van
invoer geldende heffing evenwel met 70 % vermin
derd .
Deze hoeveelheid kan worden ingevoerd tot een
maximum van :
6. Binnen het aan Griekenland toegewezen aantal
kunnen de invoercertificaten :
a) voor ten hoogste 6 330 dieren, waarvan maximaal
1 260 stuks van oorsprong en herkomst uit Joego
slavië, rechtstreeks aan landbouwers of landbouwor
ganisaties worden afgegeven ; daartoe worden de
categorieën aanvragers door deze Lid-Staat gespeci
ficeerd in de in artikel 15, lid 4, sub a), van Veror
dening (EEG) nr. 2377/80 bedoelde mededeling ;
b) voor ten hoogste 3 170 dieren, waarvan maximaal
640 stuks van oorsprong en herkomst uit Joegosla
vië, rechtstreeks aan andere aanvragers worden afge
geven .
— 1 3 000 stuks in Italië,
— 1 900 stuks in Griekenland,
Artikel 2
— 400 stuks in de overige Lid-Staten .
3 . De certificaataanvraag en het certificaat hebben
overeenkomstig artikel 9 , lid 1 , sub c), van Verorde
ning (EEG) nr. 2377/80 betrekking op :
— hetzij jonge runderen met een gewicht tot 300 kg,
— hetzij jonge runderen met een gewicht van 220 tot
300 kg, van oorsprong en van herkomst uit Joego
slavië.
In het laatste geval moet op de certificaataanvraag en
op het certificaat in de vakken 13 en 14 een van de
volgende vermeldingen worden aangebracht :
— Joegoslavië,
— Jugoslavien ,
— Jugoslawien,
— Γιουγκοσλαβία,
— Yugoslavia,
— Yougoslavie,
— Iugoslavia .
1 . Binnen het in ^artikel 1 , lid 5, sub a), en lid 6, sub
a), bedoelde aantal :
a) zijn in afwijking van het bepaalde in artikel 9, lid 1 ,
sub d), van Verordening (EEG) nr. 2377/80, de
certificaataanvragen die
— door de landbouwproducenten rechtstreeks of
middels hun landbouworganisaties worden
ingediend slechts ontvankelijk indien de land
bouwproducenten zich er schriftelijk toe
verbinden de op grond van deze verordening
ingevoerde jonge runderen op hun bedrijven te
mesten ;
— door de landbouworganisaties worden ingediend
slechts ontvankelijk indien deze zich er schrif
telijk toe verbinden de op grond van deze veror
dening ingevoerde jonge runderen te laten
mesten op de bedrijven van degenen die bij
genoemde organisaties blijken te zijn aange
sloten op het tijdstip waarop de in artikel 1 , lid
1 , sub d), van Verordening (EEG) nr. 612/77
bedoelde mededeling wordt gedaan ;
b) mogen aanvragen voor invoercertificaten slechts
betrekking hebben op ten hoogste 100 dieren voor
individuele landbouwers en ten hoogste 100 dieren
per aangesloten landbouwer voor landbouworgani
saties ; aanvragen van een landbouworganisatie
mogen in totaal op maximaal 2 500 dieren betrek
king hebben .
2. Binnen het in artikel 1 , lid 5, sub b), en lid 6, sub
b), bedoelde aantal mogen individuele aanvragen om
invoercertificaten op ten hoogste 10 % van dat aantal
betrekking hebben.
3 . Onverminderd het bepaalde in artikel 1 , lid 3,
van Verordening (EEG) nr. 612/77 wordt de in dat
artikel bedoelde waarborg pas geheel of gedeeltelijk
vrijgegeven nadat aan de bevoegde instanties van de
betrokken Lid-Staat het bewijs is geleverd dat de in lid
1 , sub a), bedoelde verbintenis is nagekomen .
Het certificaat houdt de verplichting in tot invoer uit
het aangegeven land.
4. De categorieën van levend gewicht en in het in
lid 3 , eerste alinea, tweede streepje, bedoelde geval de
oorsprong van de produkten worden door de Lid
Staten gespecificeerd in de in artikel 15, lid 4, sub a),
van Verordening (EEG) nr. 2377/80 bedoelde mede
deling.
5 . Binnen het aan Italië toegewezen aantal kunnen
de invoercertificaten :
a) voor ten hoogste 40 000 dieren, waarvan maximaal
8 660 stuks van oorsprong en herkomst uit Joego
slavië, rechtstreeks aan landbouwers of landbouwor
ganisaties worden afgegeven ; daartoe worden de
categorieën aanvragers door deze Lid-Staat gespeci
ficeerd in de in artikel 15, lid 4, sub a), van Veror
dening (EEG) nr. 2377/80 bedoelde mededeling ;
b) voor ten hoogste 20 000 dieren, waarvan maximaal
4 340 stuks van oorsprong en herkomst uit Joego
slavië, rechtstreeks aan andere aanvragers worden
afgegeven .
23 . 12. 82 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 362/31
Artikel 3 Artikel 4
In de zin van artikel 15, lid 3 , van Verordening (EEG)
nr. 2377/80 worden de aanvragen van een zelfde
aanvrager die op dezelfde gewichtscategorie en
dezelfde vermindering van de heffing betrekking
hebben, samen als een enkele aanvraag beschouwd.
Deze verordening treedt in werking op de dag van
haar bekendmaking in het Publikatieblad van de
Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing vanaf 1 januari 1983 .
onderdelen en is rechtstreeks toepasselijkDeze verordening is verbindend in al haar
in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 21 december 1982.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
Full & Egal Universal Law Academy