Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3451/85 van de Commissie van 6 december 1985 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1633/84 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de variabele slachtpremie voor schapen
Publicatieblad Nr. L 328 van 07/12/1985 blz. 0023 - 0024
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 39 blz. 0114
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 39 blz. 0114
*****
VERORDENVERORDENING (EEG) Nr. 3451/85 VAN DE COMMISSIE
van 6 december 1985
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1633/84 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de variabele slachtpremie voor schapen
DEDE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1837/80 van de Raad van 27 juni 1980 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1312/85 (2), en met name op artikel 9, lid 4,
Overwegende dat in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1633/84 van de Commissie (3) is vastgesteld voor welke schapen de variabele slachtpremie kan worden verleend; dat in lid 2 van dat artikel is vastgesteld dat het Verenigd Koninkrijk bepaalt voor welke categorieën en kwaliteiten, en tot welk minimum- en maximumgewicht per dier het recht op deze premie wordt verleend; dat, gezien de ervaring, ook op communautair niveau moet worden bepaald voor welke categorieën en kwaliteiten, en tot welk minimum- en maximumgewicht per dier de variabele premie kan worden verleend;
Overwegende dat de situatie op de schapemarkt vooral wordt bepaald door de produktie en de afzet van lammeren en dat een slachtpremie voor deze dieren derhalve automatisch consequenties heeft voor de prijzen van andere schapen; dat vroeger is gebleken dat een extra vermindering van de prijzen in regio 5 voor deze andere schapen ernstige verstoringen kon teweegbrengen in het handelsverkeer met de andere regio's van de Gemeenschap en met name in het traditionele handelsverkeer met regio 2; dat de premie derhalve uitsluitend moet worden toegekend voor dieren met een geraamd geslacht gewicht van ten hoogste 24,5 kilogram, met uitzondering van rammen of karkassen van rammen of andere vergelijkbare mannelijke schapen, voor welke produkten het Verenigd Koninkrijk evenwel de premie kan toekennen bij de uitvoer, en van ooien of karkassen van ooien;
Overwegende dat in artikel 9, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1837/80 is bepaald dat, in geval van betaling van de variabele premie, de Commissie de nodige maatregelen vaststelt om ervoor te zorgen dat bij het verlaten van regio 5 van de in artikel 1, sub a) en c), van die verordening bedoelde produkten, een bedrag wordt geheven dat gelijk is aan de premie; dat, om de hierboven genoemde redenen, dit bedrag ook moet worden geheven bij de uitvoer van produkten waaraan de variabele slachtpremie niet rechtstreeks ten goede komt; dat een coëfficiënt voor ooien en vlees daarvan moet worden vastgesteld, waarin rekening wordt gehouden met de hoogte van het indirecte voordeel dat voor deze produkten ontstaat doordat de variabele premie voor lammeren wordt toegekend; dat een coëfficiënt van 0,5 gepast lijkt om verstoringen te voorkomen als gevolg van kunstmatig handelsverkeer tussen regio 5 en de andere regio's van de Gemeenschap; dat echter moet worden bepaald dat deze coëfficiënt geregeld opnieuw moet worden onderzocht ten einde rekening te houden met de ontwikkeling van dit handelsverkeer;
Overwegende dat, in afwachting van een adequate oplossing voor het handelsverkeer in andere produkten dan ooien, welke niet voor de premie voor lammeren in aanmerking komen, welke oplossing na grondig onderzoek en vóór de aanvang van het verkoopseizoen 1986 tot stand moet komen, het Verenigd Koninkrijk moet worden gemachtigd de momenteel bij uitvoer geldende regeling te blijven toepassen;
Overwegende dat het Comité van beheer »schapen en geiten" geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 1633/84 wordt als volgt gewijzigd:
1. De leden 1 en 2 van artikel 1 worden vervangen door de volgende bepalingen:
»1. De in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 1837/80 bedoelde premie mag alleen worden toegekend voor schapen:
a) die voldoen aan de in de bijlage vastgestelde kwaliteitsnormen;
b) die een geraamd geslacht gewicht hebben van ten minste 8 kilogram; bovendien wordt de premie slechts toegekend tot maximaal 24,5 kilogram karkasgewicht;
c) die geboren zijn in regio 5 waar de premie wordt toegekend of die ten minste twee maanden in die regio zijn gehouden.
2. De premie mag niet worden toegekend voor:
a) rammen of karkassen van rammen en andere mannelijke schapen of karkassen daarvan die de kenmerken hebben van dat van een ram;
b) ooien of karkassen daarvan.
2 bis. Het Verenigd Koninkrijk mag echter bepalen dat bij uitvoer de premie wordt toegekend voor de andere dan de in lid 1 en in lid 2, sub b), bedoelde dieren die voldoen aan de in lid 1, sub c), vastgestelde voorwaarde en
waarvoor het bewijs wordt geleverd dat zij of dat hun vlees naar een plaats buiten regio 5 is uitgevoerd. Het Verenigd Koninkrijk deelt de Commissie mee of het van deze mogelijkheid gebruik maakt en stelt haar ook in kennis van de in dat verband genomen controlemaatregelen.".
2. Aan artikel 4 wordt het volgende lid toegevoegd:
»4. Voor karkassen van in artikel 1, lid 2, sub b), bedoelde dieren worden de in de leden 1 en 2 bedoelde bedragen vastgesteld door toepassing van een coëfficiënt van 0,5; deze coëfficiënt geldt onverminderd de toepassing van de in lid 3 bedoelde coëfficiënten.
In geval van verstoring van het intracommunautaire handelsverkeer wordt deze coëfficiënt onverwijld opnieuw onderzocht.
Daarnaast wordt deze coëfficiënt om de zes maanden opnieuw onderzocht, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkeling in het handelsverkeer tussen regio 5 en de andere regio's van de Gemeenschap en de ontwikkeling van de prijzen. Volgens de procedure van artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 1837/80 wordt over een eventuele aanpassing van deze coëfficiënt besloten.".
3. Artikel 5, lid 3, tweede alinea, wordt gelezen:
»De bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk treffen met name de volgende maatregelen:
- zij leggen aan de betrokken handelaren de verplichting op om aan de diensten die zij daartoe zullen aanwijzen, aangifte te doen van de hoeveelheden en van de omschrijving van de in artikel 1, sub a) en c), van Verordening (EEG) nr. 1837/80 bedoelde produkten die vanuit regio 5 waar de premie wordt toegekend, naar een andere regio zullen worden verzonden, hetzij rechtstreeks, hetzij via een andere regio of een derde land;
- zij stellen een administratieve procedure vast waarbij een systematische controle wordt ingevoerd die met name voorziet in de individuele merking van de karkassen en, eventueel, de deelstukken daarvan, ten einde te voorkomen dat de in artikel 4, lid 4, bedoelde bedragen worden geheven hetzij voor produkten van dieren waarvoor de premie is toegekend, hetzij voor mengsels van produkten van dieren waarvoor de premie wel en waarvoor die niet is toegekend, hetzij voor elk ander produkt waarvoor dit verlaagde bedrag niet geldt.".
4. Aan artikel 6, lid 1, wordt de volgende zin toegevoegd:
»De op grond van artikel 5, lid 3, tweede alinea, tweede streepje, genomen maatregelen worden onverwijld aan de Commissie medegedeeld.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van 9 december 1985.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 6 december 1985.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
((1) PB nr. L 183 van 16. 7. 1980, blz. 1.
(2) PB nr. L 137 van 27. 5. 1985, blz. 22.
(3) PB nr. L 154 van 9. 6. 1984, blz. 27.
Top