Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3460/85 van de Commissie van 6 december 1985 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van compenserende vergoedingen voor sardines uit de Middellandse Zee
Publicatieblad Nr. L 332 van 10/12/1985 blz. 0019 - 0021
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 4 Deel 2 blz. 0050
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 04 Deel 4 blz. 0038
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 4 Deel 2 blz. 0050
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 04 Deel 4 blz. 0038
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3460/85 VAN DE COMMISSIE
van 6 december 1985
tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van compenserende vergoedingen voor sardines uit de Middellandse Zee
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal, inzonderheid op de artikelen 171 en 358,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3117/85 van de Raad van 4 november 1985 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van compenserende vergoedingen voor sardines (1), en met name op artikel 4,
Overwegende dat bij artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3117/85 de voorwaarden voor de toekenning van de compenserende vergoeding zijn bepaald, met betrekking tot de produkten en de verwerkingen die in aanmerking komen, de maximumhoeveelheid van 43 000 ton en de begunstigden van de regeling, en dat tevens is bepaald hoe de vergoeding moet worden berekend;
Overwegende dat deze regeling moet gelden voor categorieën sardines waarvan kan worden aangenomen dat zij na verwerking zonder moeilijkheden kunnen worden afgezet;
Overwegende dat door middel van de door de nationale autoriteiten vastgestelde technische en gezondheidsvoorschriften kan worden gegarandeerd dat de betrokken produkten volledig en definitief worden verwerkt op een van de wijzen als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3117/85; dat dient te worden gecontroleerd of de betrokken verwerkte produkten aan die voorschriften voldoen;
Overwegende dat het aan de Lid-Staat dient te worden overgelaten om voor elke producent, die gevestigd is op zijn grondgebied, de voor de vergoeding in aanmerking komende hoeveelheden vast te stellen;
Overwegende dat, ten einde het gemeenschappelijke maximum van 43 000 ton voor deze regeling te respecteren, iedere Lid-Staat aan het begin van het seizoen de Commissie de op deze wijze toegekende globale hoeveelheid dient mede te delen; dat het in voorkomend geval noodzakelijk is regels te geven voor vermindering van deze globale hoeveelheden indien het maximum wordt overschreden;
Overwegende dat, om te garanderen dat de compenserende vergoeding binnen een redelijke tijd wordt uitgekeerd voor de hoeveelheden waarvoor het recht op deze vergoeding bestaat, de maximumtermijn voor de verwerking en voor de indiening van het verzoek om uitkering van de compenserende vergoeding dient te worden vastgesteld op zes maanden na de leveringsdatum van het produkt;
Overwegende dat, om de uitkering van de vergoeding te bespoedigen, dient te worden bepaald dat de producent of de producentenorganisatie een attest moet afgeven waarin ten aanzien van de betrokken verkoop wordt verklaard dat de verkochte hoeveelheid deel uitmaakt van de voor vergoeding in aanmerking komende hoeveelheid die voor de betrokken producent of producentenorganisatie is vastgesteld; dat met het oog op de controle van de afgegeven attesten voorts dient te worden bepaald dat de Lid-Staten elkaar de nodige gegevens over deze attesten moeten mededelen;
Overwegende dat de begunstigden van de vergoeding de controle-instantie voortdurend op de hoogte moeten houden van hun verwerkingsactiviteiten, ten einde een permanent toezicht mogelijk te maken;
Overwegende dat de Instellingen van de Gemeenschappen krachtens artikel 2, lid 3, van het Toetredingsverdrag vóór de toetreding de in de artikelen 171 en 358 van de Akte bedoelde maatregelen kunnen vaststellen;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor visserijprodukten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
In deze verordening worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de toekenning van de compenserende vergoeding voor sardines uit de Middellandse Zee als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3117/85, hierna »vergoeding" te noemen.
Artikel 2
1. De vergoeding wordt slechts toegekend voor sardines die worden verkocht aan een verwerker om volledig of definitief te worden verwerkt onder de voorwaarden vastgelegd in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3117/85 overeenkomstig de technische en gezondheidsvoorschriften die in de Lid-Staat waar de verwerker is gevestigd gelden voor produkten welke bestemd zijn voor menselijke consumptie.
2. Voor de toepassing van lid 1 wordt onder »verwerker" verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon die:
- sardines uit de Middellandse Zee verwerkt op één van de in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3117/85 aangegeven wijzen,
- voldoet aan de voorwaarden die krachtens de nationale bepalingen van de betrokken Lid-Staat in acht moeten worden genomen bij de genoemde wijzen van verwerking.
Artikel 3
1. De hoeveelheid waarvoor de vergoeding kan worden toegekend, wordt jaarlijks voorlopig vastgesteld voor elk visseizoen en voor elke producent of producentenorganisatie die daarom verzoekt, door de Lid-Staat waar de producent of de producentenorganisatie is gevestigd op grond van de gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid die de producent of producentenorganisatie aan de verwerkende bedrijven in de Gemeenschap heeft verkocht voor de verwerkingen, die in de zin van deze verordening in aanmerking komen, tijdens de referentieperiode 1982 tot en met 1984.
2. De betrokken Lid-Staten delen aan de Commissie, een maand voor het einde van elke visseizoen, de globale hoeveelheid mede die in aanmerking komt voor toekenning van de uitkering, welke voorlopig wordt toegekend voor het komende seizoen, onderverdeeld naar produktklasse en naar aard van verwerking. De betrokken Lid-Staten brengen de Commissie onverwijld op de hoogte van eventuele wijzigingen in deze hoeveelheid.
Wanneer de som van de door iedere Lid-Staat voorlopig toegekende hoeveelheden het in het tweede streepje van artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3117/85 neergelegde maximum overschrijdt, beslist de Commissie, na raadpleging van de belanghebbende Lid-Staten, over de voor de vergoeding in aanmerking komende globale hoeveelheden voor elke Lid-Staat afhankelijk van de in de eerste alinea hierboven vastgestelde criteria.
De Commissie spreekt zich over de vaststelling van de betrokken hoeveelheden uit binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van deze globale hoeveelheden; bij gebreke van een uitspraak van de Commissie, worden de toegekende hoeveelheden geacht te zijn aanvaard.
3. De in lid 1 bedoelde hoeveelheden waarvoor de subsidie daadwerkelijk wordt toegekend worden vastgesteld na instemming van de Commissie over de globale hoeveelheid, die is toegekend door iedere Lid-Staat overeenkomstig lid 2.
Artikel 4
1. De in artikel 3, lid 1, bedoelde producent of producentenorganisatie geeft aan de verwerker bij elke verkoop een attest af waarin ten minste de naam van de verkoper en de naam van de koper alsmede de bij de verkooptransactie betrokken hoeveelheid en prijs van de produkten worden opgegeven en tevens wordt vermeld dat deze hoeveelheid deel uitmaakt van de in aanmerking komende hoeveelheid die hem of haar is toegewezen overeenkomstig artikel 3, lid 1.
De betrokken producent of producentenorganisatie zendt onverwijld een kopie van dit attest aan de Lid-Staat die de in de vorige alinea bedoelde, in aanmerking komende hoeveelheid heeft vastgesteld.
2. Voordat de vergoeding wordt uitgekeerd, controleert de Lid-Staat waar de als verkoper van het produkt optredende producent of producentenorganisatie is gevestigd, of de som van de verkochte hoeveelheden waarvoor attesten zijn afgegeven, ligt binnen de limiet voor de in aanmerking komende hoeveelheid die voor het betrokken seizoen is toegewezen aan de producent of producentenorganisatie.
3. Voor de gevallen waarin het produkt wordt verwerkt in een andere Lid-Staat dan die waar de verkoper van het produkt is gevestigd, zendt de Lid-Staat waar de verwerking plaatsvindt, met het oog op de in lid 2 bedoelde controle, aan de Lid-Staat waar de verkoper van het produkt is gevestigd, maandelijks de lijst van attesten die aan eerstgenoemde Lid-Staat in de voorafgaande maand zijn toegezonden overeenkomstig artikel 5. De controle wordt onmiddellijk na ontvangst van de betrokken lijst uitgevoerd en het resultaat wordt onverwijld medegedeeld aan de Lid-Staat die de controle heeft doen uitvoeren.
4. Wanneer de Lid-Staat die de in lid 2 bedoelde controle uitvoert, zich niet definitief kan uitspreken over een bepaald attest, verzoekt deze de producent of producentenorganisatie die het betrokken attest heeft afgegeven, binnen ten hoogste een maand verantwoording af te leggen inzake dat attest.
Artikel 5
1. Zodra de produkten verwerkt zijn en uiterlijk zes maanden na de daadwerkelijke levering van de goederen, kan de betrokken verwerker een verzoek om uitkering van de compenserende vergoeding indienen.
2. De compenserende vergoeding wordt toegekend aan de verwerker door de Lid-Staat waar de verwerking heeft plaatsgevonden na overlegging van:
- de factuur of het ontvangstbewijs met betrekking tot de verkoop van het produkt waarin ten minste naam en adres van de koper en de verkoper, alsmede de hoeveelheid, de aankoopprijs die effectief is verkregen door de producent of de producentenorganisatie, en de datum van levering voor elke produktklasse zijn vermeld,
- het bewijs van betaling van de goederen tegen de bij het eerste streepje bedoelde prijs,
- het in artikel 4 bedoelde attest,
nadat de in artikel 4, lid 2, bedoelde controles van de attesten hebben plaatsgevonden voor ten hoogste de overeenkomstig artikel 3 bepaalde hoeveelheden die voor vergoeding in aanmerking komen.
3. Wanneer bij de controle blijkt dat de door een producent of producentenorganisatie verkochte hoeveelheden groter zijn dan de in aanmerking komende hoeveelheid die hem of haar voor het betrokken seizoen is toegewezen, of wanneer de producent of producentenorganisatie geen bevredigend antwoord geeft binnen de in artikel 4, lid 4, genoemde termijn kan de uitkering van de vergoeding niet plaatsvinden.
Artikel 6
1. De betrokken Lid-Staten voeren een controlestelsel in om na te gaan of de produkten waarvoor de vergoeding wordt aangevraagd er wel recht op hebben en of de bepalingen van deze verordening worden nageleefd. 2. De uitvoeringsbepalingen van het controlestelsel worden vastgesteld door de Lid-Staat en moeten ten minste de volgende elementen behelzen:
- overlegging door de verwerker van de documenten op grond waarvan kan worden bepaald of hij recht op uitkering van de vergoeding heeft;
- het voeren van een boekhouding van de in de zin van deze verordening verkochte produkten door de producent of de producentenorganisatie, waarbij voor iedere verkoop, de datum, de koper, de hoeveelheid en de kwaliteit van het verkochte produkt zijn aangegeven;
- met het oog op de controle op de volledige en definitieve verwerking: het voeren door de verwerker van een dagelijkse voorraadboekhouding die onder meer de volgende gegevens bevat:
- de hoeveelheid gekocht produkt, per soort en per produktklasse, alsmede de datum van de overname en het nummer van de factuur of het ontvangstbewijs,
- de data van begin en einde van de verwerking,
- de verwerkte hoeveelheid, per soort, produktklasse en aard van de verwerking, alsmede plaats van verwerking;
- inspecties ter plaatse in de betrokken verwerkende bedrijven;
- omschrijving van de gegevens die moeten worden vermeld in het in artikel 5 bedoelde verzoek om vergoeding.
Artikel 7
1. Indien op de vergoedingsregeling een overtreding van beperkte omvang is begaan door de begunstigde van de vergoeding en deze laatste ten genoegen van de betrokken Lid-Staat aantoont dat deze overtreding is begaan zonder bedrieglijk opzet of niet het gevolg is van een ernstige nalatigheid, houdt de Lid-Staat een bedrag in dat gelijk is aan 10 % van de communautaire ophoudprijs voor sardines uit de Atlantische Oceaan, berekend voor de hoeveelheden waarop de overtreding betrekking heeft en waarvoor de toegekende vergoeding reeds is uitgekeerd of nog moet worden uitgekeerd.
2. De Lid-Staten doen de Commissie elke maand mededeling van de gevallen waarin zij lid 1 hebben toegepast.
Artikel 8
De hoeveelheden die in het kader van deze verordening worden verkocht, worden afzonderlijk vermeld in de laatste kolom van het register waarvan het model is opgenomen in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 3138/82 van de Commissie (1).
Artikel 9
1. De betrokken Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk twee maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening de controlemaatregelen mede die zij ter uitvoering van artikel 6, lid 1, hebben ingevoerd.
2. De betrokken Lid-Staten delen eveneens, elke maand, aan de Commissie de verwerkte hoeveelheden mee waarvoor in de voorafgaande maand de vergoeding is toegekend, onderverdeeld naar handelsklasse en naar aard van de verwerking, alsmede de uitgaven in verband met de verlening van de vergoeding.
Artikel 10
Voor de omrekening van de vergoeding wordt de representatieve koers toegepast die geldt op de dag waarop het produkt wordt geleverd.
Artikel 11
Deze verordening treedt in werking op 1 maart 1986 onder voorbehoud van de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de toetreding van Spanje en Portugal.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 6 december 1985.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 297 van 9. 11. 1985, blz. 1.
(1) PB nr. L 335 van 29. 11. 1982, blz. 9.
Top