Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3541/82 van de Commissie van 22 december 1982 houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van natuurlijk magnesiet, caustisch gebrand, van oorsprong uit de Volksrepubliek China
Publicatieblad Nr. L 371 van 30/12/1982 blz. 0021 - 0024
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3541/82 VAN DE COMMISSIE
van 22 december 1982
houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van natuurlijk magnesiet, caustisch gebrand, van oorsprong uit de Volksrepubliek China
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3017/79 van de Raad van 20 december 1979 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1580/82 (2), inzonderheid op artikel 11,
Na overleg in het bij genoemde verordening ingestelde Raadgevend Comité,
Overwegende dat de Commissie in juni 1982 een klacht heeft ontvangen, ingediend door Grecian Magnesite Mining Industrial Shipping and Commercial Co SA, namens deze firma zelf en namens Financial Mining Industrial and Shipping Corporation (FIMISCO) en Macedonian Magnesite Mining Industrial and Shipping Inc (beide lid van de Scalistirigroep) en Magnomin General Mining Company SA, Mining Trading and Manufacturing Ltd; dat deze vier Griekse producenten de totale communautaire produktie van het betrokken produkt vertegenwoordigen; dat de klacht bewijsmateriaal bevat voor het bestaan van dumping en daaruit voortvloeiende aanzienlijke schade die voldoende werd geacht voor het inleiden van een procedure; dat de Commissie derhalve door middel van een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (3) de inleiding van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van natuurlijk magnesiet, caustisch gebrand, van NIMEXE-code ex 25.19-59, van oorsprong uit de Volksrepubliek China heeft aangekondigd en met een onderzoek is begonnen;
Overwegende dat de Commissie de haar bekende betrokken exporteurs en importeurs, alsmede de vertegenwoordigers van de uitvoerende landen hiervan officieel in kennis heeft gesteld;
Overwegende dat de Commissie de rechtstreeks betrokken partijen in de gelegenheid heeft gesteld hun standpunten schriftelijk kenbaar te maken en ze mondeling te mogen toelichten;
Overwegende dat de in de klacht genoemde exporteurs en de meeste importeurs voor een gedeelte, hun standpunten schriftelijk hebben kenbaar gemaakt; dat enkele importeurs hebben verzocht hun standpunt mondeling te mogen toelichten en zulks is ingewilligd;
Overwegende dat op het verzoek van de indieners van de klacht de rechtstreeks betrokken partijen of hun vertegenwoordigers overeenkomstig artikel 7, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 3017/79 de gelegenheid werd gegeven elkaar te ontmoeten, ten einde de vergelijkbaarheid van de betrokken produkten in de zin van artikel 2, lid 12, van genoemde verordening te bespreken en met name de kenmerken en de benutting van deze produkten;
Overwegende dat de Commissie met het oog op een voorlopige vaststelling alle inlichtingen die zij nodig achtte heeft verzameld en geverifieerd en onderzoeken heeft ingesteld ten kantore van bovengenoemde indieners van de klacht, alsmede bij een producent van natuurlijk magnesiet, caustisch gebrand, in Spanje;
Overwegende dat een importeur heeft aangevoerd dat de verschillen in de produkten die, enerzijds, door China worden uitgevoerd, anderzijds, voor het vaststellen van dumping en schade worden gebruikt, dit wil zeggen respectievelijk Spaanse en Griekse produkten, zo groot zijn dat zij niet als »soortgelijke produkten" kunnen worden beschouwd; dat echter uit de gegevens die de Commissie tot nu toe ter beschikking staan, blijkt dat alhoewel de chemische samenstelling van deze produkten varieert, in het bijzonder met betrekking tot hun gehalte aan Fe2O3, SiO2: CaO en Al2O3, zij alle in hoofdzaak uit MgO bestaan; dat het MgO-gehalte voor alle betrokken produkten tussen 70 en 91 % ligt; dat variaties in de chemische samenstelling en de dichtheid van de massa als geheel, verlies bij ontsteking en korrelgrootte, van belang kunnen zijn voor een specifieke benutting van deze produkten; dat echter, ondanks deze verschillen, al deze produkten in hoofdzaak voor dezelfde doeleinden worden gebruikt in het bijzonder als bestanddeel van meststoffen en veevoeder, alsmede in de papier-, chemische, farmaceutische en elektrolytisch gesmolten magnesia-industrie en in de bouwnijverheid;
Overwegende dat de Commissie in het huidige stadium van onderzoek derhalve tot de voorlopige conclusie is gekomen dat de door verschillende exporteurs en importeurs aangevoerde argumenten niet voldoende overtuigend zijn om de oorspronkelijke bewering te weerleggen dat alle betrokken magnesietkwaliteiten »soortgelijke produkten" zijn;
Overwegende dat het dumpingonderzoek van de Commissie zich uitstrekte over de periode 1 juli 1981 tot 30 juni 1982 en beperkt was tot caustisch gebrand natuurlijk magnesiet, met een MgO-gehalte tussen 70 en 91 %;
Overwegende dat de Commissie voor het vaststellen van dumping bij de invoer uit de Volksrepubliek China rekening moest houden met het feit dat het geen land met een markteconomie is en de Commissie zich derhalve voor de bepaling van de normale waarde op een land met markteconomie moest baseren; dat de indieners van de klacht in dit verband de prijzen op de Spaanse markt voor dit doel hebben voorgesteld;
Overwegende dat een importeur suggereerde dat Oostenrijk een voor dit doel meer geschikte markt zou zijn; dat echter het bewijs ter staving van deze bewering in een betrekkelijk laat stadium van het onderzoek werd ingediend; dat er nog steeds geen redenen zijn om aan te nemen dat bij gebruikmaking van Oostenrijk als overeenkomend land zulks de resultaten van het onderzoek aanzienlijk zou beïnvloeden;
Overwegende dat uit het voorlopig onderzoek van de Commissie in Spanje bleek dat er een produktie op grote schaal is en dat, gezien de financiële resultaten van de Spaanse producent, het prijsniveau van zijn magnesiet in redelijke verhouding staat tot de produktiekosten ervan;
Overwegende dat echter is aangevoerd dat het voor de Chinese produktie gebruikte erts een uitzonderlijk hoog gehalte aan ruw magnesiet heeft, waardoor deze producenten een buitengewoon natuurlijk concurrentievoordeel hebben ten aanzien van de Spaanse producenten; dat het voor de Commissie moeilijk is, speciaal in dit voorlopig stadium van het onderzoek, vast te stellen of er in China vergelijkbare natuurlijke voordelen bestaan, en zo ja, welke invloed dit op de normale waarde zou hebben indien dezelfde omstandigheden bestonden in het land met markteconomie dat voor het bepalen van de normale waarde wordt gebruikt; dat de Commissie derhalve niet in staat is geweest te besluiten of met deze factor rekening dient te worden gehouden; dat de Commissie, ten einde te verzekeren dat de normale waarde op een passende en niet onredelijke wijze wordt vastgesteld, zal voortgaan met het onderzoek van het vraagstuk of een aanpassing dient te worden verricht;
Overwegende dat de exportprijzen werden vastgesteld op grond van de prijzen die zijn of moeten worden betaald voor naar de Gemeenschap uitgevoerde produkten;
Overwegende dat de Commissie bij het vergelijken van de normale waarde met de uitvoerprijzen, zo nodig, rekening hield met verschillen die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid van de prijzen;
Overwegende dat alle vergelijkingen werden gemaakt op het niveau af-fabriek;
Overwegende dat uit het bovengenoemde voorlopig onderzoek blijkt dat ten aanzien van China National Metals and Minerals Import and Export Corporation en China Metallurgical Import and Export Corporation dumping bestaat, waarbij de dumpingmarge gelijk is aan het bedrag waarmede de normale waarde, als vastgesteld, de uitvoerprijs naar de Gemeenschap overschrijdt;
Overwegende dat de gemiddelde marge voor het betrokken produkt 24 % bedroeg;
Overwegende dat met betrekking tot de uitvoer uit China alleen al verschillende filialen van bovengenoemde China National Metals and Minerals Import and Export Corporation in de klacht werden genoemd; dat gedurende het voorlopig onderzoek één van de importeurs de Commissie mededeelde dat de China Metallurgical Import and Export Corporation eveneens het betrokken produkt in de periode van onderzoek naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd;
Overwegende dat de Commissie heeft getracht inlichtingen te verkrijgen betreffende de hoeveelheden en prijzen van deze invoer in de Gemeenschap; dat de Commissie geen juiste gegevens hieromtrent heeft ontvangen;
Overwegende dat de Commissie van mening is dat de resultaten van haar onderzoek een juiste basis verschaffen voor het vaststellen van het dumpingniveau en dat het een premie voor het niet-verlenen van medewerking zou zijn indien werd aangenomen dat de dumpingmarge voor de China Metallurgical Import and Export Corporation minder zou zijn dan de 24 % die is vastgesteld met betrekking tot de andere exporteur die wel medewerking verleende bij het onderzoek; dat het om deze redenen passend wordt geacht om voor deze exporteur de laatstgenoemde dumpingmarge te gebruiken;
Overwegende dat met betrekking tot de door de gedumpte invoer veroorzaakte schade uit het de Commissie ter beschikking staande bewijsmateriaal blijkt dat de invoer in de Gemeenschap uit de Volksrepubliek China van natuurlijk magnesiet, caustisch gebrand, steeg van 32 794 ton in 1978 tot 41 380 ton in 1979 en 61 931 ton in 1980; dat het niveau enigszins daalde tot 59 983 ton in 1981 en in de eerste helft van 1982 19 636 ton bedroeg;
Overwegende dat op basis van de inlichtingen waar de Commissie over beschikt uit de beste raming blijkt dat het marktaandeel van de Chinese exporteurs is gestegen van 12,1 % in 1978 tot 14,3 % in 1979, tot 22,1 % in 1980 en 23,8 % in 1981;
Overwegende dat de gemiddelde verkoopprijzen van het betrokken produkt van oorsprong uit de Volksrepubliek China in de periode van onderzoek 7 % beneden de prijzen van de producenten van de Gemeenschap lagen; dat de verkoopprijzen van deze invoer lager waren dan die vereist om de kosten van de producenten van de Gemeenschap te dekken en om een redelijke winst te geven; Overwegende dat met betrekking tot de gevolgen voor de communautaire industrie uit het de Commissie ter beschikking staande bewijsmateriaal blijkt dat de totale communautaire produktie van het betrokken produkt is gedaald van 100 000 ton in 1979 naar 69 000 ton in 1980, en in 1981 op hetzelfde niveau bleef en in het eerste kwartaal van 1982 12 000 ton bedroeg; dat echter laatstgenoemd cijfer niet als representatief op jaarbasis kan worden beschouwd;
Overwegende dat de gemiddelde bezettingsgraad van de Griekse producenten van het betrokken produkt daalde van 70,6 % in 1979 tot 40 % in 1981;
Overwegende dat de totale verkopen van de Griekse producenten van het betrokken produkt daalden van 101 000 ton in 1979 naar 67 000 ton in 1981; dat het gemiddelde marktaandeel van het betrokken produkt van de Griekse producenten in de Europese Economische Gemeenschap volgens hun eigen raming van 65 % in 1978 tot 62 % in 1979, 38 % in 1980 en 37 % in 1981 daalde;
Overwegende dat de verliezen van de twee belangrijkste Griekse producenten in 1981 9,35 % bedroegen;
Overwegende dat het aantal mensen dat bij de vervaardiging van het betrokken produkt in Griekenland is tewerkgesteld in de afgelopen jaren relatief stabiel is gebleven;
Overwegende dat de Commissie heeft overwogen of schade door andere factoren kan zijn veroorzaakt; dat het verbruik in de Gemeenschap is gedaald; dat echter is vastgesteld dat deze daling grotere gevolgen heeft gehad voor de produktie in de Gemeenschap dan voor de invoer met dumping; dat de Commissie echter, gezien de aanzienlijk gestegen invoer met dumping en de prijzen waartegen deze in de Gemeenschap te koop werd aangeboden, moest vaststellen dat de gevolgen van de invoer met dumping van caustisch gebrand natuurlijk magnesiet, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, als de oorzaak moet worden beschouwd van aanzienlijke schade voor de betrokken bedrijfstak van de Gemeenschap;
Overwegende dat een importeur heeft aangevoerd dat het treffen van beschermende maatregelen niet in het belang van de Gemeenschap zou zijn omdat het voor een belangrijk gedeelte van de verbruikers moeilijkheden zou veroorzaken en bijna zeker meer werkloosheid tot gevolg zou hebben bij de verschillende verwerkende bedrijven en gebruikers van het betrokken produkt; dat, indien de communautaire producenten van de markt zouden verdwijnen, de Gemeenschap afhankelijk zou worden van buitenlandse leveranciers van dit produkt; dat het in het belang van de verbruikers wordt geacht om toegang te hebben tot beide leveringsbronnen; dat de Commissie met het oog hierop en op de bijzonder ernstige moeilijkheden waarvoor de industrie in de Gemeenschap staat niettemin tot de conclusie is gekomen dat in het belang van de Gemeenschap maatregelen moeten worden genomen; dat om te voorkomen dat gedurende de resterende looptijd van de procedure verdere schade wordt veroorzaakt, deze maatregelen de vorm van een anti-dumpingrecht moeten krijgen;
Overwegende dat, gezien de omvang van de veroorzaakte schade, het bedrag van dit recht minder dient te zijn dan de voorlopig vastgestelde dumpingmarges doch voldoende om de veroorzaakte schade op te heffen;
Overwegende dat de Commissie, na vergelijking van de gewogen gemiddelde prijzen en kosten van de producenten van de Gemeenschap, heeft vastgesteld dat thans de schade zou worden opgeheven, indien het bedrag van het recht van toepassing op alle invoer van natuurlijk magnesiet, caustisch gebrand, met een MgO-gehalte tussen 70 en 91 %, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, overeen zou komen met het bedrag waarmede de prijs franco-grens van de Gemeenschap, niet ingeklaard, voor de eerste importeur in de invoerende Lid-Staat lager is dan 145 Ecu;
Overwegende dat een tijdslimiet moet worden gesteld binnen welke de betrokken partijen hun standpunten bekend kunnen maken en kunnen verzoeken om te worden gehoord,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld op natuurlijk magnesiet, caustisch gebrand, met een MgO-gehalte tussen 70 en 91 % van post 25.19 ex B van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomend met NIMEXE-code ex 25.19-59, van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
2. Het bedrag van het recht is gelijk aan het bedrag waarmede de prijs per nettoton, franco-grens van de Gemeenschap, niet ingeklaard, minder is dan 145 Ecu.
De prijzen franco-grens van de Gemeenschap zijn netto indien de verkoopvoorwaarden betaling binnen 30 dagen vanaf de datum van verzending inhouden; zij worden verhoogd of verminderd met 1 % voor elke verlenging of verkorting met één maand van de betalingstermijn.
3. De inzake douanerechten geldende bepalingen zijn op het recht van toepassing.
4. Het in de Gemeenschap in het vrije verkeer brengen van de in lid 1 bedoelde produkten is onderworpen aan een zekerheidstelling gelijk aan het bedrag van het voorlopige recht. Artikel 2
Onverminderd het bepaalde in artikel 7, lid 4, sub b) en c), van Verordening (EEG) nr. 3017/79, kunnen de betrokken partijen binnen een maand na de inwerkingtreding van deze verordening hun standpunt kenbaar maken en verzoeken mondeling door de Commissie te worden gehoord.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 11, 12 en 14 van Verordening (EEG) nr. 3017/79 is deze verordening van toepassing gedurende vier maanden of tot op het ogenblik waarop de Raad, eventueel eerder, definitieve maatregelen vaststelt.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 22 december 1982.
Voor de Commissie
Wilhelm HAFERKAMP
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 339 van 31. 12. 1979, blz. 1.
(2) PB nr. L 178 van 22. 6. 1982, blz. 9.
(3) PB nr. C 162 van 29. 6. 1982, blz. 2, en PB nr. C 192 van 27. 7. 1982, blz. 7 (rectificatie).
Top