Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3573/81 van de Commissie van 8 december 1981 houdende verdeling van de communautaire kwantitatieve uitvoercontingenten voor assen en residuen alsmede voor resten en afvallen van koper
Publicatieblad Nr. L 357 van 12/12/1981 blz. 0015 - 0017
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3573/81 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 1981
houdende vaststelling van de communautaire kwantitatieve uitvoercontingenten voor assen en residuen alsmede voor resten en afvallen van koper
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1023/70 van de Raad van 25 mei 1970 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke procedure voor het beheer van kwantitatieve contingenten (1), inzonderheid op artikel 2,
Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 3568/81 van de Raad van 7 december 1981 betreffende de uitvoerregeling voor bepaalde resten en afvallen van non-ferrometalen (2) communautaire kwantitatieve contingenten zijn vastgesteld voor de uitvoer van residuen en assen, alsmede van resten en afvallen van koper voor 1982;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3568/81 bij de verdeling van de contingenten rekening dient te worden gehouden met de geraamde behoeften alsmede met de eerder voor de betrokken produkten geboden uitvoermogelijkheden;
Overwegende dat voor de communautaire reserve een soepele wijze van beheer moet worden vastgesteld, zodat het voor alle exporteurs mogelijk wordt gelijkelijk en onafgebroken van de contingenten gebruik te maken tot deze zijn uitgeput;
Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van de aan genoemde Economische Unie toegekende quota door een van haar leden kan worden verricht;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer van de contingenten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De bij Verordening (EEG) nr. 3568/81 voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 1982 geopende communautaire kwantitatieve uitvoercontingenten worden, onverminderd het bepaalde in artikel 4, als volgt over de Lid-Staten verdeeld:
Nr. van het
gemeen-
schappelijk
douanetarief
Omschrijving
Hoeveelheid (ton)
ex 26.03 Assen en residuen van koper en koperlegeringen Duitsland 7 700
Frankrijk 5 000
Italië 1 250
Benelux 1 150
Verenigd Koninkrijk 2 600
Denemarken 1 300
Ierland -
Griekenland 1 300
+ communautaire reserve 2 000 74.01 D Resten en afvallen van koper en koperlegeringen Duitsland 12 200
Frankrijk 9 200
Italië 1 700
Benelux 4 340
Verenigd Koninkrijk 3 000
Denemarken 580
Ierland 480
Griekenland 300
+ communautaire reserve 900
Artikel 2
1. Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat - zoals vastgesteld in artikel 1 - dan wel dat zelfde quotum verminderd met het bij toepassing van artikel 4 in de reserve teruggestorte gedeelte voor 70 % of meer is benut, gaat die Lid-Staat door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming van een tweede quotum, gelijk aan 15 % van zijn aanvankelijke quotum, voor zover in de reserve nog een voldoende hoeveelheid aanwezig is, eventueel op de volgende eenheid naar boven afgerond.
2. Indien een Lid-Staat, na volledige benutting van zijn aanvankelijke quotum, het door hem opgenomen tweede quotum voor 70 % of meer heeft benut, gaat hij onder de in lid 1 genoemde voorwaarden over tot opneming van een derde quotum, gelijk aan 7,5 % van zijn aanvankelijke quotum, eventueel op de volgende eenheid naar boven afgerond.
3. Indien een Lid-Staat, na volledige benutting van zijn tweede quotum, het door hem opgenomen derde quotum voor 70 % of meer heeft benut, gaat hij onder dezelfde voorwaarden over tot opneming van een vierde quotum dat gelijk is aan het derde.
Deze procedure wordt verder toegepast totdat de reserve is uitgeput.
4. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 kan iedere Lid-Staat overgaan tot de opneming van kleinere hoeveelheden dan de in die leden vastgestelde quota, wanneer er aanleiding is om aan te nemen dat die quota wellicht niet geheel zullen worden benut. De betrokken Lid-Staat deelt de Commissie de redenen mede die tot toepassing van het onderhavige lid hebben geleid.
Artikel 3
De overeenkomstig artikel 2 opgenomen extra quota gelden tot en met 31 december 1982.
Artikel 4
De Lid-Staten storten uiterlijk op 15 oktober 1982 het niet-benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum, waaraan zij menen geen behoefte te hebben, in de reserve terug.
De Lid-Staten geven uiterlijk op 15 oktober 1982 aan de Commissie kennis van het gedeelte van hun aanvankelijke quotum dat zij in de reserve terugstorten.
Artikel 5
De Commissie houdt boek van de door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 1 en 2 geopende quota en zij geeft, zodra de opgaven haar bereiken, aan iedere Lid-Staat kennis van de in de reserve nog aanwezige hoeveelheid.
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 20 oktober 1982 in kennis van de stand van de reserve, na de overeenkomstig artikel 4 verrichte terugstortingen.
Zij ziet erop toe, dat de opneming waardoor de reserve volledig wordt uitgeput, tot de nog beschikbare hoeveelheid beperkt blijft, en deelt daartoe aan de Lid-Staat die de laatste opneming verricht mede hoeveel die hoeveelheid bedraagt.
Artikel 6
1. De Lid-Staten nemen alle dienstige maatregelen opdat bij opening van de met toepassing van artikel 2 door hen opgenomen extra quota, de door hen uitgevoerde hoeveelheden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op hun gecumuleerd aandeel in het communautaire tariefcontingent.
2. De Lid-Staten waarborgen aan de op hun grondgebied gevestigde exporteurs van de betrokken produkten vrije toegang tot de quota die hun zijn toegekend.
3. De Lid-Staten boeken de uitgevoerde hoeveelheden op hun quota af naar gelang de betrokken produkten bij de douane onder dekking van uitvoervergunningen of douanedocumenten voor uitvoer worden aangebracht.
4. De uitputtingsgraad van de quota van iedere Lid-Staat wordt vastgesteld op grond van de uitgevoerde hoeveelheden, die overeenkomstig lid 3 zijn afgeboekt.
Artikel 7
De Lid-Staten delen aan de Commissie de in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1023/70 bedoelde inlichtingen mede.
Artikel 8
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing tot en met 31 december 1982. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 8 december 1981.
Voor de Commissie
Wilhelm HAFERKAMP
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 124 van 8. 6. 1970, blz. 1.
(2) Zie blz. 7 van dit Publikatieblad.
Top