Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3840/86 van de Commissie van 16 december 1986 houdende wijziging van de goederennomenclatuur voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten (NIMEXE)
Publicatieblad Nr. L 368 van 29/12/1986 blz. 0001 - 0588
VERORDENING (EEG) Nr. 3840/86 VAN DE COMMISSIE van 16 december 1986 houdende wijziging van de goederennomenclatuur voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten (NIMEXE)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1445/72 van de Raad van 24 april 1972 betreffende de goederennomenclatuur voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten (NIMEXE) (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3065/75 (2), inzonderheid op artikel 5,
Overwegende dat de bijlage van Verordening (EEG) nr. 1445/72 voor de laatste maal werd gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3631/85 van de Commissie (3) ; dat nieuwe wijzigingen noodzakelijk zijn;
Overwegende dat immers de bijlage "Gemeenschappelijk douanetarief" van Verordening (EEG) nr. 950/68 van de Raad (4) laatstelijk werd gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3618/86 (5);
Overwegende dat het wenselijk is, ten einde de overeenstemming tussen de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief en de NIMEXE te handhaven, deze laatste dienovereenkomstig te wijzigen;
Overwegende dat het wenselijk is de statistische uitsplitsing van bepaalde posten of onderverdelingen van posten die in de NIMEXE zijn opgenomen aan de handelsontwikkeling aan te passen;
Overwegende dat deze overeenstemming met de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief alsmede deze aanpassing aan de handelsontwikkeling alleen op uniforme wijze kunnen worden verwezenlijkt door het aanbrengen van een aantal redactionele wijzigingen;
Overwegende dat artikel 36 van Verordening (EEG) nr. 1736/75 van de Raad van 24 juni 1975 betreffende de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten (6) de Commissie verplicht de NIMEXE te publiceren in de op 1 januari van elk jaar geldende versie;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voor de statistiek van de buitenlandse handel, (1) PB nr. L 161 van 17.7.1972, blz. 1. (2) PB nr. L 307 van 27.11.1975, blz. 1. (3) PB nr. L 353 van 30.12.1985, blz. 1. (4) PB nr. L 172 van 22.7.1968, blz. 1. (5) PB nr. L 345 van 8.12.1986, blz. 1. (6) PB nr. L 183 van 14.7.1975, blz. 3.
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage "NIMEXE" van Verordening (EEG) nr. 1445/72 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 16 december 1986.
Voor de Commissie
Alois PFEIFFER
Lid van de Commissie
BIJLAGE GOEDERENNOMENCLATUUR voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten (NIMEXE)
>PIC FILE= "T0036836">
>PIC FILE= "T0036837">
>PIC FILE= "T0036838">
INLEIDENDE VOORSCHRIFTEN
1. De rubrieken van de NIMEXE komen overeen met posten van de nomenclatuur voor de classificering van goederen in de douanetarieven (Nomenclatuur van de Internationale Douaneraad, afgekort IDR-Nomenclatuur), met onderverdelingen van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (afgekort GDT), voor zover deze niet gegroepeerd of door statistiekonderverdelingen vervangen zijn, of met statistiekonderverdelingen van deze posten van de IDR-Nomenclatuur en onderverdelingen van de nomenclatuur van het GDT. Daarenboven voorzien bepaalde rubrieken buiten dit kader in bijzondere behoeften (bijvoorbeeld, goederen vervoerd per post, goederen aangegeven als boordprovisie, enz.).
De toepassing van sommige van die rubrieken van de NIMEXE die overeenstemmen met statistiekonderverdelingen of die in bijzondere behoeften voorzien, is facultatief.
2. Elke rubriek van de NIMEXE wordt gekenmerkt door codenummer, omschrijving en, eventueel, bijzondere maatstaf. De facultatieve rubrieken van de NIMEXE hebben evenwel geen codenummer.
3. De code bestaat uit zes cijfers : de eerste vier stemmen overeen met de posten van de IDR-Nomenclatuur (met uitzondering van bepaalde posten van de IDR-Nomenclatuur die om technische redenen werden omgenummerd, zoals post 73.15 en andere) terwijl de laatste twee cijfers de rubrieken van de NIMEXE bepalen.
4. De NIMEXE is voorzien van alfanumerieke verwijzingen naar de nomenclatuur van het GDT.
5. Voor elke rubriek van de NIMEXE is het uit vijf cijfers samengestelde codenummer vermeld van de post waarmee zij overeenkomt in de Type Classificatie voor de Internationale Handel, herziening 2 (SITC rev. 2-Standard International Trade Classification, second revision - CTCI rev. 2-Classification type pour le Commerce international, révision 2).
6. Voor de toepassing van de NIMEXE gelden de Algemene bepalingen A en C van het GDT tot op het niveau van de postonderverdelingen. Deze bepalingen zijn bij analogie toepasselijk op de statistiekonderverdelingen.
7. Wijzigingen aan de NIMEXE worden enkel op 1 januari van elk jaar van kracht.
Voorschrift betreffende de uitvoer van volledige fabrieksinstallaties
Bij Verordening (EEG) nr. 518/79 van de Commissie van 19 maart 1979 (1) werd een vereenvoudigde aangifteregeling ingevoerd voor de registratie van de uitvoer van complete fabrieksinstallaties in de statistiek van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten.
De aangevers die verplicht zijn de statistische inlichtingen te verstrekken en die deze vereenvoudigde regeling wensen te benutten, moeten vooraf de noodzakelijke vergunning bekomen hebben, die wordt afgegeven door de bevoegde diensten, vermeld in onderstaande tabel. (1) PB nr. L 69 van 20.3.1979, blz. 10.
>PIC FILE= "T0036839">
LIJST VAN DE TEKENS, AFKORTINGEN EN SYMBOLEN
>PIC FILE= "T0036840">
Voor wat betreft de afkortingen en symbolen van de bijzondere maatstaven, zie "Lijst van bijzondere maatstaven", blz. 11.
LIJST VAN BIJZONDERE MAATSTAVEN
>PIC FILE= "T0036841">
>PIC FILE= "T0036842"> AFDELING I LEVENDE DIEREN EN PRODUKTEN VAN HET DIERENRIJK
HOOFDSTUK 1 LEVENDE DIEREN
Aantekening
Dit Hoofdstuk omvat alle levende dieren, met uitzondering van: a) vis, schaal-, schelp- en weekdieren, bedoeld bij de posten 03.01 en 03.03;
b) cultures van micro-organismen en andere produkten, bedoeld bij post 30.02;
c) dieren bedoeld bij post 97.08.
>PIC FILE= "T0036843">
>PIC FILE= "T0036844">
HOOFDSTUK 2 VLEES EN EETBARE SLACHTAFVALLEN
Aantekening
Dit Hoofdstuk omvat niet: a) wat de posten 02.01 tot en met 02.04 en post 02.06 betreft, produkten, welke ongeschikt zijn voor menselijke consumptie;
b) darmen, blazen en magen van dieren (post 05.04) en dierlijk bloed (post 05.15);
c) dierlijke vetten, andere dan die bedoeld bij post 02.05 (Hoofdstuk 15).
Aanvullende Aantekeningen
1. A. Voor de toepassing van post 02.01 wordt aangemerkt als: a) "het hele geslachte rund" bedoeld bij onderverdeling A II : het hele geslachte rund na het uitbloeden, het ontdoen van de ingewanden en het villen, al dan niet met inbegrip van de kop, de poten en andere, aan het geslachte dier vastzittende slachtafvallen. Indien het hele geslachte dier zonder kop wordt aangeboden, moet de kop van de romp zijn gescheiden ter hoogte van de bovenste halswervel (atlaswervel). Indien het hele geslachte dier zonder poten wordt aangeboden, moeten de poten zijn afgescheiden ter hoogte van de voorkniegewrichten, respectievelijk spronggewrichten ; als "heel geslacht dier" dient eveneens te worden aangemerkt : het voorste deel van het hele geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouders omvat, doch met meer dan tien paar ribben;
b) "het halve geslachte rund" bedoeld bij onderverdeling A II : het produkt dat verkregen wordt door het scheiden van het hele dier in twee symmetrische delen door het midden van alle hals-, rug-, lende- en staartwervels en door het midden van het borstbeen en het bekken ; als "half geslacht dier" dient eveneens te worden aangemerkt : het voorste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouder omvat, doch met meer dan tien ribben;
c) "compensated quarters" bedoeld bij de onderverdelingen A II a) 1 en A II b) 1 : het geheel dat wordt gevormd, hetzij: - door voorvoeten, die alle beenderen alsmede de hals en de schouder omvatten en met tien ribben en door achtervoeten, die alle beenderen alsmede de stomp, de dikke en de dunne lendenen omvatten en met drie ribben,
hetzij: - door voorvoeten, die alle beenderen alsmede de hals en de schouder omvatten en met vijf ribben, waarbij de vang, de platte ribben en de naborst in hun geheel aan de voorvoet vastzitten en door achtervoeten, die alle beenderen, alsmede de stomp, de dikke en de dunne lendenen omvatten en met acht delen van ribben.
De voorvoeten en de achtervoeten, die "compensated quarters" vormen, moeten terzelfder tijd en in een gelijk aantal aan de douane worden aangeboden, waarbij het totale gewicht der voorvoeten gelijk moet zijn aan dat der achtervoeten ; er wordt evenwel een verschil in het gewicht van de twee gedeelten der zending toegestaan, mits dit verschil niet meer bedraagt dan 5 % van het gewicht van het zwaarste gedeelte (voorvoeten of achtervoeten);
d) "voorspan" bedoeld bij de onderverdelingen A II a) 2 en A II b) 2 : het voorste deel van het hele geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouders omvat, met ten minste vier paar en ten hoogste tien paar ribben (waarbij de eerste vier paar hele ribben moeten zijn, terwijl de overige paren uit delen van ribben mogen bestaan), met of zonder vang;
e) "voorvoet" bedoeld bij de onderverdelingen A II a) 2 en A II b) 2 : het voorste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouder omvat, met ten minste vier en ten hoogste tien ribben (waarbij de eerste vier ribben hele ribben moeten zijn, terwijl de overige uit delen van ribben mogen bestaan), met of zonder vang;
f) "achterspan" bedoeld bij de onderverdelingen A II a) 3 en A II b) 3 : het achterste deel van het hele geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de stompen, de dikke en de dunne lendenen en de haas omvat, met ten minste drie paar ribben of delen van ribben, met of zonder schenkel en met of zonder vang;
g) "achtervoet" bedoeld bij de onderverdelingen A II a) 3 en A II b) 3 : het achterste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de stomp, de dikke en de dunne lendenen en de haas omvat, met ten minste drie ribben of delen van ribben, met of zonder schenkel en met of zonder vang;
h) 11. delen aangeduid als "crops" en "chucks and blades" bedoeld bij onderverdeling A II b) 4 bb) 22 : de tot de rug behorende gedeelten van de voorvoet met inbegrip van het bovenste gedeelte van de schouder, die uit de voorvoet met ten minste vier en ten hoogste tien ribben verkregen worden bij versnijding in een dwarsvlak, gaande van het verbindingspunt tussen de eerste rib en het eerste borstbeensegment naar het terugslagpunt van het middenrif bij de tiende rib;
22. delen aangeduid als "briskets" bedoeld bij onderverdeling A II b) 4 bb) 22 : het onderste gedeelte van de voorvoet, omvattende de puntborst, de borst en de naborst.
B. Voor de bepaling van het aantal ribben of delen van ribben bedoeld onder A worden slechts de ribben of delen van ribben die aan de wervelkolom vastzitten in aanmerking genomen.
2. A. Wordt aangemerkt als: a) "het hele en het halve varken", bedoeld bij post 02.01 A III a) 1 : het geslachte varken (huisdier) na het uitbloeden, het ontdoen van de ingewanden en het verwijderen van de borstels en de klauwen. Het halve varken wordt verkregen door het hele geslachte dier te scheiden door het midden van alle hals-, rug-, lende- en staartwervels en door het midden van het borstbeen en het bekken. Het hele of het halve varken kan al dan niet met inbegrip van de kop, de poten, de bladreuzel, de nieren, de staart of het middenrif worden aangeboden. Het halve varken kan al dan niet met inbegrip van het ruggemerg, de hersenen of de tong worden aangeboden. Hele en halve geslachte zeugen kunnen al dan niet met inbegrip van het uierweefsel (melkklier) worden aangeboden;
b) "ham", bedoeld bij de posten 02.01 A III a) 2, 02.06 B I a) 3 en 02.06 B I b) 1 : het achterste (caudale) deel van het halve varken, met been, al dan niet met inbegrip van de poot, de schenkel, het zwoerd of het spek.
De ham wordt van het halve varken zodanig gescheiden dat het ten hoogste de laatste lendewervel omvat;
c) "voorstuk", bedoeld bij de posten 02.01 A III a) 3, 02.06 B I a) 4 en 02.06 B I b) 2 : het voorste (craniale) deel van het halve varken zonder kop, met been, al dan niet met inbegrip van de poot, de schenkel, het zwoerd of het spek.
Het voorstuk wordt van het halve varken zodanig gescheiden dat het ten hoogste de vijfde rugwervel omvat.
Het bovenste (dorsale) deel van het voorstuk (de halskarbonade), ook indien met het schouderblad en het daarbij behorende spierweefsel, wordt aangemerkt als een deel van de karbonadestreng, wanneer het hoogstens juist onder de wervelkolom gescheiden is van het onderste (ventrale) deel van bet voorstuk;
d) "schouder", bedoeld bij de posten 02.01 A III a) 3, 02.06 B I a) 4 en 02.06 B I b) 2 : het onderste deel van het voorstuk, met been, ook indien met het schouderblad en het daarbij behorende spierweefsel, al dan niet met inbegrip van de poot, de schenkel, het zwoerd of het spek.
Het schouderblad met het daarbij behorende spierweefsel afzonderlijk aangeboden, wordt aangemerkt als deel van de schouder en blijft tot deze post behoren;
e) "karbonadestreng", bedoeld bij de posten 02.01 A III a) 4, 02.06 B I a) 5 en 02.06 B I b) 3 : het bovenste deel van het halve varken, met been, van de eerste halswervel tot en met de staartwervels, al dan niet met inbegrip van het haasje, het schouderblad, het zwoerd of het spek.
De karbonadestreng wordt juist onder de wervelkolom gescheiden van het onderste deel van het halve varken;
f) "buik", bedoeld bij de posten 02.01 A III a) 5, 02.06 B I a) 6 en 02.06 B I b) 4 : het onderste deel van het halve varken tussen ham en schouder, ook genaamd "buikspek", met of zonder been, maar met het zwoerd en het spek;
g) "half baconvarken", bedoeld bij post 02.06 B I a) 1 : het halve varken, ontdaan van de kop, de wang, het kinnebakspek, de poten, de staart, de bladreuzel, de nier, het haasje, het schouderblad, het borstbeen, de wervelkolom, het heupbeen en het middenrif;
h) "spencer", bedoeld bij post 02.06 B I a) 1 : het halve baconvarken zonder de ham, ook indien uitgebeend;
ij) "3/4 side", bedoeld bij post 02.06 B I a) 2 : het halve baconvarken, zonder het voorstuk, ook indien uitgebeend;
k) "middle", bedoeld bij post 02.06 B I a) 2 : het halve baconvarken zonder de ham en zonder het voorstuk, ook indien uitgebeend.
Tot deze post behoren ook delen van de "middle" die weefsel van de karbonadestreng en van de buik in de natuurlijke verhouding van de hele "middle" bevatten.
B. De delen afkomstig van de deelstukken bedoeld onder 2 A, sub b), c), d) en e), vallen alleen onder dezelfde posten als zij het spierweefsel en het been bevatten in de natuurlijke verhoudingen van de hele deelstukken.
Worden de deelstukken van post 02.06 B I a) 3 en B I a) 4 alsmede B I b) I en B I b) 2 gesneden van halve baconvarkens, waaruit reeds de onder 2 A, sub g), genoemde beenderen verwijderd zijn, dan is de lijn voor het snijden gelijk aan die welke is vastgesteld onder 2 A, respectievelijk sub b), c) of d) ; deze deelstukken of delen daarvan dienen in alle gevallen been te bevatten.
C. Als "kop", bedoeld bij de posten 02.01 B II c) I en 02.06 B II a), wordt aangemerkt : de hele of halve kop van het geslachte varken (huisdier), met of zonder de hersenen, de wang of de tong.
De kop wordt van het hele varken langs een rechte snede evenwijdig met de schedel gescheiden.
Als delen van de kop worden ook aangemerkt de wang, de snuit en de oren, evenals het aan de kop overblijvende vlees voornamelijk van het achterhoofd en de slokdarm (kinnebakspek). De delen zonder been van het voorstuk (onder andere doorregen halsspek) vallen echter naar gelang van de aanbiedingsvorm onder de posten 02.01 A III a) 6 aa), 02.06 B I a) 7 aa) en 02.06 B I b) 5 aa).
D. Als "spek", bedoeld bij post 02.05 A, wordt aangemerkt het vetweefsel van alle delen van het varken, dat zich onder het zwoerd van het varken bevindt en dat daarmee verbonden is. Het gewicht van het vetweefsel moet in ieder geval hoger zijn dan het gewicht van het zwoerd.
De post bevat eveneens spek dat ontdaan is van het zwoerd.
E. Als "gedroogd of gerookt", bedoeld bij post 02.06 B I b), worden aangemerkt de produkten waarvan de verhouding water/proteïne (stikstofgehalte × 6,25) in het vlees 2,8 of minder bedraagt. Het stikstofgehalte wordt bepaald volgens de ISO-methode 937-1978.
3. A. Voor de toepassing van post 02.01 wordt aangemerkt als: a) "het hele geslachte dier" bedoeld bij de onderverdelingen A IV a) 1 en A IV b) 1 : het hele geslachte dier na het uitbloeden, het ontdoen van de ingewanden en het villen, al dan niet met inbegrip van de kop, de poten en andere aan het geslachte dier vastzittende slachtafvallen. Indien het hele geslachte dier zonder kop wordt aangeboden, moet de kop van de romp zijn gescheiden ter hoogte van de bovenste halswervel (atlaswervel). Indien het hele geslachte dier zonder poten wordt aangeboden, moeten de poten zijn afgescheiden ter hoogte van de voorkniegewrichten, onderscheidenlijk spronggewrichten;
b) "het halve geslachte dier" bedoeld bij de onderverdelingen A IV a) 1 en A IV b) 1 : het produkt dat verkregen wordt door het scheiden van het hele dier in twee symmetrische delen door het midden van alle hals-, rug-, lende- en staartwervels en door het midden van het borstbeen en het bekken;
c) "voorstuk" bedoeld bij de onderverdelingen A IV a) 2 en A IV b) 2 : het voorste deel van het geslachte dier, met of zonder de borst, dat alle beenderen, alsmede de schouders, de hals en de ribben van vet ontdaan, omvat ; dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden en omvat ten minste 5 en ten hoogste 7 paar ribben of delen van ribben;
d) "half voorstuk" bedoeld bij de onderverdelingen A IV a) 2 en A IV b) 2 : het voorste deel van het halve geslachte dier, met of zonder de borst, dat alle beenderen, alsmede de schouder, de hals en de ribben van vet ontdaan, omvat ; dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden en omvat ten minste 5 en ten hoogste 7 ribben of delen van ribben;
e) "nierstuk en zadel" bedoeld bij de onderverdelingen A IV a) 3 en A IV b) 3 : het gedeelte van het geslachte dier dat overblijft na afscheiding van het achterstel en van het voorstuk, met of zonder nieren ; het van het nierstuk afgescheiden zadel moet ten minste 5 lendewervels omvatten ; het van het zadel afgescheiden nierstuk moet ten minste 5 paar ribben of delen van ribben omvatten;
f) "half nierstuk en zadel" bedoeld bij de onderverdelingen A IV a) 3 en A IV b) 3 : het gedeelte van het halve geslachte dier dat overblijft na afscheiding van het halve achterstel en van het halve voorstuk, met of zonder nieren ; het van het halve nierstuk afgescheiden halve zadel moet ten minste 5 lendewervels omvatten ; het van het halve zadel afgescheiden halve nierstuk moet ten minste 5 ribben of delen van ribben omvatten;
g) "achterstel" bedoeld bij de onderverdelingen A IV a) 4 en A IV b) 4 : het achterste deel van het geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de poten omvat ; dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden ter hoogte van de zesde lendewervel iets onder het darmbeen of ter hoogte van de vierde staartwervel, door het darmbeen, voor het bekken;
>PIC FILE= "T0036845"> h) "half achterstel" bedoeld bij de onderverdelingen A IV a) 4 en A IV b) 4 : het achterste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de poot omvat ; dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden ter hoogte van de zesde lendewervel iets onder het darmbeen of ter hoogte van de vierde staartwervel, door het darmbeen, voor het bekken.
B. Voor de bepaling van het aantal ribben of delen van ribben bedoeld onder A worden slechts ribben of delen van ribben die aan de wervelkolom vastzitten in aanmerking genomen.
4. Voor de toepassing van post 02.02 B II f) worden aangemerkt als zogenaamde ganze- of eendepaletots : de produkten zijnde ganzen of eenden, die worden aangeboden geplukt, geheel schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, en waaruit de beenderen van het karkas (borstbeen, ribben, wervelkolom en heiligbeen) zijn verwijderd, doch waarin scheen-, dij- en opperarmbeenderen nog aanwezig zijn.
5. a) Niet gekookt en niet gebakken, gekruid vlees valt onder Hoofdstuk 16. Als "gekruid vlees" wordt aangemerkt, vlees, niet gekookt en niet gebakken, dat, waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte is gekruid;
b) De produkten van post 02.06 blijven onder deze post ingedeeld, wanneer daaraan tijdens de vervaardiging kruiden zijn toegevoegd, in zoverre daardoor hun karakter van produkt van post 02.06 niet wordt gewijzigd.
6. a) Als "delen van pluimvee, niet uitgebeend" bedoeld bij de posten 02.02 B II a), B II b), B II c), B II d) en B II e) worden aangemerkt de genoemde delen die alle beenderen omvatten.
b) De onder punt a) bedoelde delen van pluimvee waarvan een gedeelte van de beenderen is verwijderd, vallen onder post 02.02 B II g).
>PIC FILE= "T0036846">
>PIC FILE= "T0036847">
>PIC FILE= "T0036848">
>PIC FILE= "T0036849">
>PIC FILE= "T0036850">
>PIC FILE= "T0036851">
>PIC FILE= "T0036852">
>PIC FILE= "T0037473">
HOOFDSTUK 3 VIS, SCHAAL-, SCHELP- EN WEEKDIEREN
Aantekening
Dit Hoofdstuk omvat niet: a) de in zee levende zoogdieren (post 01.06) en vlees daarvan (post 02.04 of post 02.06);
b) vis (levers, kuit en hom daaronder begrepen), schaal-, schelp- en weekdieren, dood, naar hun aard of naar de toestand waarin zij zich bevinden ongeschikt voor menselijke consumptie (Hoofdstuk 5);
c) kaviaar en kaviaarsurrogaten (post 16.04).
>PIC FILE= "T0036853">
>PIC FILE= "T0036854">
>PIC FILE= "T0036855">
>PIC FILE= "T0036856">
>PIC FILE= "T0036857">
>PIC FILE= "T0036858">
>PIC FILE= "T0036859">
>PIC FILE= "T0036860">
>PIC FILE= "T0036861">
HOOFDSTUK 4 MELK EN ZUIVELPRODUKTEN ; VOGELEIEREN ; NATUURHONIG ; EETBARE PRODUKTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN
Aantekeningen
1. Als melk worden aangemerkt volle of afgeroomde melk, karnemelk, wei, gestremde melk, kefir, yoghurt en andere dergelijke gegiste of aangezuurde melk.
2. Melk en room, luchtdicht verpakt in metalen blikken of bussen, worden aangemerkt als verduurzaamd in de zin van post 04.02. Daarentegen worden enkel gesteriliseerde, gepasteuriseerde of gepeptoniseerde melk en room, voor zover niet luchtdicht verpakt in metalen blikken of bussen, niet als verduurzaamd in de zin van vorengenoemde post aangemerkt.
Aanvullende Aantekeningen
1. Als blikken of bussen in de zin van Aantekening 2 op Hoofdstuk 4 worden slechts aangemerkt de bedoelde bergingsmiddelen met een netto-inhoud van 5 kg of minder.
2. Als "bijzondere melk voor zuigelingen", bedoeld bij onderverdeling B I a) van post 04.02, worden aangemerkt de produkten die vrij zijn van ziekteverwekkende en van toxicogene kiemen en die minder dan 10 000 levensvatbare aëroben en minder dan 2 colibacteriën per gram bevatten.
3. Voor de berekening van het vetgehalte van de produkten, bedoeld bij de onderverdelingen B I b) en B II b) van post 04.02, wordt het gewicht van de toegevoegde suiker niet in aanmerking genomen.
4. Op mengsels die onder dit Hoofdstuk vallen en die zijn samengesteld uit produkten bedoeld bij de posten 04.01 B, 04.02, 04.03, 04.04, 17.02 A of 21.07 F I, wordt de heffing toegepast, die geldt voor het bestanddeel dat aan de hoogste heffing onderworpen is, indien dit ten minste 10 gewichtspercenten van het mengsel uitmaakt. Indien het bedrag van de heffing op deze wijze niet kan worden vastgesteld, wordt op deze mengsels de heffing toegepast die voortvloeit uit de indeling van deze mengsels in het tarief van invoerrechten.
>PIC FILE= "T0036862">
>PIC FILE= "T0036863">
>PIC FILE= "T0036864">
>PIC FILE= "T0036865">
>PIC FILE= "T0036866">
>PIC FILE= "T0036867">
HOOFDSTUK 5 ANDERE PRODUKTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) voor menselijke consumptie geschikte produkten, andere dan bloed van dieren (vloeibaar of gedroogd) en dan darmen, blazen en magen van dieren, in hun geheel of in stukken;
b) huiden, vellen en pelterijen, andere dan de produkten bedoeld bij de posten 05.05 en 05.07 en andere dan snippers en dergelijk afval van ongelooide huiden en vellen, bedoeld bij post 05.15 (Hoofdstuk 41 of Hoofdstuk 43);
c) textielgrondstoffen van dierlijke oorsprong, andere dan paardehaar (crin) en afval van paardehaar (Afdeling XI);
d) gerede knotten voor borstelwerk (post 96.01).
2. Mensenhaar, op gelijke lengte gesorteerd, doch niet gericht (d.w.z. niet met respectievelijk de topeinden en de worteleinden bij elkaar), wordt aangemerkt als onbewerkt mensenhaar (post 05.01).
3. In alle Afdelingen van het Tarief wordt onder "ivoor" verstaan : slagtanden van olifanten, van mammoets, van walrussen, van narwallen of van wilde zwijnen, horens van neushoorns, alsmede tanden van alle dieren.
4. Voor de toepassing van het Tarief wordt als "paardehaar" (crin) aangemerkt het haar van de manen en van de staart van de paardachtigen of van runderen.
>PIC FILE= "T0036868">
>PIC FILE= "T0036869">
>PIC FILE= "T0036870"> AFDELING II PRODUKTEN VAN HET PLANTENRIJK
HOOFDSTUK 6 LEVENDE PLANTEN EN PRODUKTEN VAN DE BLOEMENTEELT
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat uitsluitend de produkten, welke gewoonlijk door tuinders, boomkwekers en bloemisten worden geleverd om te worden geplant of voor versiering. Van dit Hoofdstuk zijn evenwel uitgezonderd : aardappelen, uien, sjalotten, knoflook en de andere produkten bedoeld bij Hoofdstuk 7.
2. Bloemstukken, bloemenmanden, kransen en dergelijke artikelen worden gelijkgesteld met bloemen of met loof, bedoeld bij post 06.03 of bij post 06.04, waarbij geen rekening wordt gehouden met hulpmiddelen van andere stoffen.
>PIC FILE= "T0036871">
>PIC FILE= "T0036872">
>PIC FILE= "T0036873">
>PIC FILE= "T0036874">
HOOFDSTUK 7 GROENTEN ; PLANTEN, WORTELS EN KNOLLEN, VOOR VOEDINGSDOELEINDEN
Aantekening
Voor de toepassing van de posten 07.01 tot en met 07.03, worden als "groenten en moeskruiden" mede aangemerkt : eetbare paddestoelen, truffels, olijven, kappers, tomaten, aardappelen, kroten, komkommers, augurken, pompoenen, aubergines, niet scherp smakende pepers, venkel, peterselie, kervel, dragon, kers (waterkers, tuinkers, enz.), gekweekte marjolein (Majorana hortensis of Origanum majorana), ramenas, mierikwortel (peperwortel) en knoflook.
Post 07.04 omvat alle bij de posten 07.01 tot en met 07.03 bedoelde soorten groenten en moeskruiden, voor zover zij gedroogd, gedehydreerd of geëvaporeerd zijn, met uitzondering van: a) gedroogde zaden van peulgroenten (post 07.05);
b) niet scherp smakende pepers, fijngemaakt of gemalen (post 09.04);
c) meel van bij post 07.05 bedoelde zaden van peulgroenten (post 11.04);
d) meel, gries en vlokken, van aardappelen (post 11.05).
Aanvullende Aantekening
Post 07.01 Q I heeft alleen betrekking op de hierna genoemde gekweekte paddestoelen van de Psalliota (Agaricus)-soorten : hortensis, alba of bispora en subedulis. Paddestoelen van andere soorten worden, ook indien zij gekweekt zijn (bijvoorbeeld Rhodopaxillus nudus en Polypurus tuberaster), onder de onderverdeling Q IV van post 07.01 ingedeeld.
>PIC FILE= "T0036875">
>PIC FILE= "T0036876">
>PIC FILE= "T0036877">
>PIC FILE= "T0036878">
>PIC FILE= "T0036879">
>PIC FILE= "T0036880">
HOOFDSTUK 8 FRUIT ; SCHILLEN VAN CITRUSVRUCHTEN EN VAN MELOENEN
Aantekeningen
1. Vruchten (noten daaronder begrepen), welke niet eetbaar zijn, worden niet onder dit Hoofdstuk ingedeeld.
2. Gekoelde vruchten worden met verse vruchten gelijkgesteld.
>PIC FILE= "T0036881">
>PIC FILE= "T0036882">
>PIC FILE= "T0036883">
>PIC FILE= "T0036884">
>PIC FILE= "T0036885">
>PIC FILE= "T0036886">
HOOFDSTUK 9 KOFFIE, THEE, MATÉ EN SPECERIJEN
Aantekeningen
1. Produkten bedoeld bij de posten 09.04 tot en met 09.10 worden, indien zij onderling vermengd zijn, ingedeeld als volgt: a) mengsels van onder een zelfde post vallende produkten blijven onder die post ingedeeld en indien die post onderverdelingen bevat, onder de onderverdeling die betrekking heeft op het bestanddeel waarop het hoogste invoerrecht (1) wordt geheven, welk recht van toepassing is op het gehele mengsel;
b) mengsels van onder verschillende posten vallende produkten worden ingedeeld onder post 09.10.
Toevoeging van andere stoffen aan de produkten bedoeld bij de posten 09.04 tot en met 09.10 (de onder de letters a) en b) hiervoor bedoelde mengsels daaronder begrepen) is niet van invloed op de indeling daarvan, voor zover de op deze wijze verkregen mengsels het essentiële karakter van de in die posten bedoelde produkten behouden. In andere gevallen worden deze mengsels van dit Hoofdstuk uitgezonderd ; zij worden onder post 21.04 ingedeeld, indien het samengestelde kruiderijen of dergelijke produkten zijn.
2. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) niet scherp smakende pepers, niet fijngemaakt en niet gemalen (Hoofdstuk 7);
b) staartpeper van de variëteit "Piper cubeba" en de andere produkten bedoeld bij post 12.07. (1) Bij het vaststellen van het "hoogste invoerrecht" dient alleen rekening te worden gehouden met de rechten die in de Inleidende bepalingen (van het gemeenschappelijk douanetarief), onder Titel I, B 1 zijn gedefinieerd.
>PIC FILE= "T0036887">
>PIC FILE= "T0036888">
>PIC FILE= "T0036889">
>PIC FILE= "T0036890">
HOOFDSTUK 10 GRANEN
Aantekening
Dit Hoofdstuk omvat slechts de niet gepelde, noch op andere wijze bewerkte granen. Gedopte, geslepen, gepolijste, geglansde, voorgekookte (parboiled), geconverteerde of bij het pellen gebroken rijst (breukrijst) blijft evenwel ingedeeld onder post 10.06.
Aanvullende Aantekeningen
1. Als harde tarwe ("durum") bedoeld bij post 10.01 B II wordt aangemerkt de tarwe van de variëteit "Triticum durum", alsmede de door kruising van verschillende soorten "Triticum durum" verkregen hybriden die hetzelfde aantal chromosomen bevatten. De aldus gedefinieerde harde tarwe ("durum") moet van barnsteengele tot bruine kleur zijn en het breukvlak moet een glazig, doorschijnend en hoornachtig uiterlijk hebben.
2. Voor de toepassing van post 10.06 wordt aangemerkt: a) als rondkorrelige rijst, bedoeld bij de onderverdelingen B I a) 1, B I b) 1, B II a) 1 en B II b) 1, rijst waarvan de korrels een lengte hebben van 5,2 millimeter of minder en waarvan de verhouding lengte/breedte kleiner is dan 2;
b) als langkorrelige rijst, bedoeld bij de onderverdelingen B I a) 2, B I b) 2, B II a) 2 en B II b) 2, rijst waarvan de korrels een lengte hebben van meer dan 5,2 mm;
c) als padie, bedoeld bij onderverdeling B I a), rijst waarvan na het dorsen het kroonkafje niet is verwijderd;
d) als gedopte rijst, bedoeld bij onderverdeling B I b), padie waarvan alleen het kroonkafje is verwijderd. Hieronder valt met name rijst die in de handel wordt aangeduid als "bruine rijst", "cargorijst", "loonzainrijst" en "riso sbramato";
e) als halfwitte rijst, bedoeld bij onderverdeling B II a), padie waarvan het kroonkafje, een gedeelte van de kiem en alle of een deel van de buitenlagen van het zilvervlies zijn verwijderd, maar niet de binnenlagen;
f) als volwitte rijst, bedoeld bij onderverdeling B II b), padie waarvan het kroonkafje, alle buiten- en binnenlagen van het zilvervlies, de gehele kiem in het geval van langkorrelige rijst en halflangkorrelige rijst, en ten minste een deel van de kiem in geval van rondkorrelige rijst, zijn verwijderd, ook indien er overlangse witte strepen overblijven op ten hoogste 10 % van de korrels;
g) als breukrijst, bedoeld bij onderverdeling B III, brokstukken van korrels waarvan de lengte gelijk is aan of kleiner is dan 3/4 van de gemiddelde lengte van de gehele korrel.
>PIC FILE= "T0036891">
>PIC FILE= "T0036892">
>PIC FILE= "T0036893">
HOOFDSTUK 11 PRODUKTEN VAN DE MEELINDUSTRIE ; MOUT ; ZETMEEL ; GLUTEN ; INULINE
Aantekeningen
1. Van dit Hoofdstuk zijn uitgezonderd: a) koffiesurrogaten bestaande uit gebrande mout (post 09.01 of post 21.02);
b) meel, gries en griesmeel, bereid voor kindervoeding, voor dieetvoeding of voor keukengebruik, bedoeld bij post 19.02;
c) "corn-flakes" en andere produkten bedoeld bij post 19.05;
d) farmaceutische produkten (Hoofdstuk 30);
e) zetmeel met de kenmerken van parfumerieën, van toiletartikelen of van kosmetische produkten, bedoeld bij post 33.06.
2. A. De in onderstaande tabel bedoelde produkten van de graanmaalderij vallen onder Hoofdstuk 11 indien zij, in gewichtspercénten berekend op de droge stof, tegelijkertijd: a) een zetmeelgehalte hebben (bepaald volgens de gewijzigde polarimetrische methode van Ewers) dat hoger is dan het in kolom 2 van deze tabel vermelde gehalte, en
b) een asgehalte hebben (na aftrek van eventueel toegevoegde mineralen) dat niet uitgaat boven het in kolom 3 van deze tabel vermelde gehalte.
Produkten van de graanmaalderij die hieraan niet voldoen worden onder post 23.02 ingedeeld.
Graankiemen, ook indien geplet, in vlokken of gemalen, vallen in elk geval onder post 11.02.
B. De op grond van het vorenstaande onder Hoofdstuk 11 vallende produkten worden onder post 11.01 (meel van granen) ingedeeld indien het aantal gewichtspercenten van het produkt, dat passeert door een van zijde, van synthetische of van kunstmatige textielstoffen vervaardigde zeef met een in de onderstaande tabel in kolom 4 of in kolom 5 aangegeven maaswijdte, ten minste gelijk is aan het achter de desbetreffende graansoort in die kolommen vermelde percentage. Indien de produkten hieraan niet voldoen worden zij onder post 11.02 ingedeeld.
>PIC FILE= "T0036894"> Aanvullende Aantekeningen
1. Als gries en griesmeel bedoeld bij post 11.02 A worden aangemerkt de door het vermalen of fijnmaken van graankorrels verkregen produkten die aan de volgende voorwaarden voldoen: a) voor de uit maïs verkregen produkten moet het aantal gewichtspercenten dat door een van zijde, van synthetische of van kunstmatige textielstoffen vervaardigde zeef met een maaswijdte van 2 mm kan passeren, ten minste 95 bedragen;
>PIC FILE= "T0036895"> b) voor de uit andere granen verkregen produkten moet het aantal gewichtspercenten dat door een van zijde, van synthetische of van kunstmatige textielstoffen vervaardigde zeef met een maaswijdte van 1,25 mm kan passeren, ten minste 95 bedragen.
2. Produkten van de graanmaalderij bedoeld in dit Hoofdstuk, in de vorm van cilinders, bolletjes, enz. (pellets) die, door druk of door toevoeging van een bindmiddel, dat niet meer dan 3 gewichtspercenten mag bedragen, zijn geagglomereerd, worden ingedeeld onder post 11.02 F.
>PIC FILE= "T0036896">
>PIC FILE= "T0036897">
>PIC FILE= "T0036898">
>PIC FILE= "T0036899">
>PIC FILE= "T0036900">
HOOFDSTUK 12 OLIEHOUDENDE ZADEN EN VRUCHTEN ; ALLERLEI ZADEN, ZAAIGOED EN VRUCHTEN ; PLANTEN VOOR INDUSTRIEEL EN VOOR GENEESKUNDIG GEBRUIK ; STRO EN VOEDER
Aantekeningen
1. Grondnoten, sojabonen, mosterdzaad, papaverzaad en kopra worden aangemerkt als oliehoudende zaden bedoeld bij post 12.01. Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd, kokosnoten en andere produkten bedoeld bij post 08.01, alsmede olijven (Hoofdstuk 7 of Hoofdstuk 20).
2. Bietezaad, graszaad en zaad van andere weidegewassen, zaad van sierbloemen, groentezaad, zaden van vruchtbomen en van andere bomen en zaad van wikken (andere dan die behorende tot de soort Vicia faba) en van lupine worden aangemerkt als zaaigoed bedoeld bij post 12.03.
Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd, ook indien zij bestemd zijn om als zaaigoed te dienen: a) zaad van peulgroenten (Hoofdstuk 7);
b) specerijen en andere produkten, bedoeld bij Hoofdstuk 9;
c) granen (Hoofdstuk 10);
d) produkten, bedoeld bij de posten 12.01 en 12.07.
3. Post 12.07 omvat onder andere planten en plantedelen van de volgende soorten : bazielkruid, bernagie, hysop, munt van alle soorten, rozemarijn, wijnruit, salie en absint.
Daarentegen zijn uitgezonderd: a) oliehoudende zaden en vruchten (post 12.01);
b) farmaceutische preparaten, bedoeld bij Hoofdstuk 30;
c) parfumerieën en toiletartikelen, bedoeld bij Hoofdstuk 33;
d) ontsmettingsmiddelen, insektendodende middelen, schimmelwerende middelen, onkruidbestrijdingsmiddelen en dergelijke produkten, bedoeld bij post 38.11.
>PIC FILE= "T0036901">
>PIC FILE= "T0036902">
>PIC FILE= "T0036903">
>PIC FILE= "T0036904">
>PIC FILE= "T0036905">
HOOFDSTUK 13 GOMMEN, HARSEN EN ANDERE PLANTESAPPEN EN PLANTENEXTRACTEN
Aantekening
Zoethoutextract (drop), pyrethrumextract, hopextract, aloë-extract en opium worden aangemerkt als plantesappen en plant extracten, bedoeld bij post 13.03.
Daarentegen zijn van post 13.03 uitgezonderd: a) zoethoutextract (drop), met meer dan 10 gewichtspercenten saccharose of toebereid als suikergoed (post 17.04);
b) moutextract (post 19.02);
c) koffie-extract, thee-extract en maté-extract (post 21.02);
d) dranken bestaande uit plantesappen en plantenextracten met toegevoegde alcohol, alsmede samengestelde alcoholise preparaten ("geconcentreerde extracten") voor de vervaardiging van dranken (Hoofdstuk 22);
e) natuurlijke kamfer, glycyrrizine en de andere produkten bedoeld bij de posten 29.13 en 29.41;
f) geneesmiddelen bedoeld bij post 30.03 en reagentia voor het bepalen van bloedgroepen of van bloedfactoren (post 30.05);
g) looi- en verfextracten (post 32.01 of post 32.04);
h) etherische oliën, vast of vloeibaar, en harsaroma's (post 33.01), alsmede gedistilleerd aromatisch water en water oplossingen van etherische oliën (post 33.06);
ij) natuurlijke rubber, balata, gutta-percha en dergelijke natuurlijke gommen (post 40.01).
>PIC FILE= "T0036906">
>PIC FILE= "T0036907">
>PIC FILE= "T0036908">
HOOFDSTUK 14 STOFFEN VOOR HET VLECHTEN EN ANDERE PRODUKTEN VAN PLANTAARDIGE OORSPRONG, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN
Aantekeningen
1. Plantaardige stoffen en plantaardige vezels, van de soorten welke in hoofdzaak worden gebruikt bij de fabricage van textiel, ongeacht de wijze van bewerking, alsmede plantaardig materiaal dat, door de bewerking welke het heeft ondergaan, uitsluitend toepassing vindt als textielgrondstof, zijn van dit Hoofdstuk uitgezonderd en worden ingedeeld onder een der posten van Afdeling XI.
2. Gespleten teen, riet, bamboe en dergelijke, alsmede pitriet en rottingstrippen worden onder post 14.01 ingedeeld. Spaanhout en hout in repen of in linten worden niet onder deze post ingedeeld, doch onder post 44.09.
3. Houtwol wordt niet onder post 14.02 ingedeeld, doch onder post 44.12.
4. Gerede knotten voor borstelwerk worden niet ingedeeld onder post 14.03, doch onder post 96.01.
>PIC FILE= "T0036909">
AFDELING III VETTEN EN OLIËN (DIERLIJKE EN PLANTAARDIGE) EN DISSOCIATIEPRODUKTEN DAARVAN ; BEWERKTE SPIJSVETTEN ; WAS VAN DIERLIJKE OF VAN PLANTAARDIGE OORSPRONG
HOOFDSTUK 15 VETTEN EN OLIËN (DIERLIJKE EN PLANTAARDIGE) EN DISSOCIATIEPRODUKTEN DAARVAN ; BEWERKTE SPIJSVETTEN ; WAS VAN DIERLIJKE OF VAN PLANTAARDIGE OORSPRONG
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) spek, varkensvet en vet van pluimvee, bedoeld bij post 02.05;
b) cacaoboter, cacaovet en cacao-olie daaronder begrepen (post 18.04);
c) kanen (post 23.01) en de afvallen bedoeld bij post 23.04;
d) geïsoleerde vetzuren ; bereide was ; tot farmaceutische produkten, verf, vernis, zeep, parfumerieën, toiletartikelen of kosmetische produkten verwerkte vetstoffen ; gesulfoneerde oliën en andere produkten, bedoeld bij een der posten van Afdeling VI;
e) uit oliën verkregen factis (rubbersurrogaat) (post 40.02).
2. Soapstock, oliedroesem of oliebezinksel, stearinepek, wolvetpek en glycerinepek worden onder post 15.17 ingedeeld.
Aanvullende Aantekeningen
1. Voor de toepassing van onderverdeling D van post 15.07: A. worden door persing verkregen vloeibare of vaste plantaardige oliën aangemerkt als "ruw", indien zij geen andere behandeling hebben ondergaan dan: - het decanteren gedurende een voor de desbetreffende oliesoort gebruikelijke tijdsduur;
- het centrifugeren of het filtreren, voor zover het scheiden van de olie en de oorspronkelijk daarin voorkomende vaste bestanddelen alleen is geschied met behulp van een mechanische kracht, zoals met behulp van de zwaartekracht (bezinken), met behulp van de middelpuntvliedende kracht (centrifugeren) of door middel van filterpersen of andere persen, derhalve op andere wijze dan door adsorptie of dan volgens een andere natuurkundige of scheikundige werkwijze;
B. worden door extractie verkregen vloeibare of vaste plantaardige oliën aangemerkt als "ruw", indien zij niet door hun kleur, geur of smaak en evenmin door hun bij de voor de desbetreffende oliesoorten gebruikelijke analyses blijkende eigenschappen verschillen van door persing verkregen plantaardige oliën en vetten;
C. worden eveneens aangemerkt als "ruw" : ontslijmde sojaolie en van gossypol ontdane katoenzaadolie.
2. A. Als olijfolie in de zin van onderverdeling A van post 15.07 wordt enkel aangemerkt de olie uitsluitend afkomstig van de behandeling van olijven, met uitzondering van opnieuw veresterde olijfolie en van alle mengsels van olijfolie met olie van een andere soort.
B. Wordt aangemerkt als niet-behandelde olijfolie, olie als gedefinieerd in de hierna volgende punten I, II en III. I. Als "olijfolie verkregen bij de eerste persing" in de zin van onderverdeling A I a) van post 15.07 wordt enkel aangemerkt natuurlijke olijfolie welke niet op andere wijze is verkregen dan langs zuiver mechanische weg (persen daaronder begrepen), met uitzondering van alle mengsels met olijfolie die op een andere wijze is verkregen, met de volgende kenmerken: a) een gehalte aan vrije vetzuren, berekend als oliezuur, van ten hoogste 3,3 %;
b) een extinctiecoëfficiënt K270 (de extinctie van een oplossing van 1 gram olie in 100 ml iso-octaan (2,2,4-trimethylpentaan) door een laag van 1 cm bij een golflengte van 270 nm) niet hoger dan 0,25 en, na behandeling van het monster over een kolom geactiveerd aluminiumoxyde, niet hoger dan 0,11;
c) een variatie van de extinctiecoëfficiënt in de nabijheid van 270 nm, niet hoger dan 0,01.
Deze variatie wordt uitgedrukt door de formule: >PIC FILE= "T0036910">
d) negatieve reacties volgens de methode Bellier en de methode Vizern gewijzigd;
e) negatieve reactie bij onderzoek op zepen;
f) naar de smaak voor dadelijke consumptie geschikt.
II. Als "olijfolie voor verlichting verkregen bij de eerste persing (lampolie)" in de zin van onderverdeling A I b) van post 15.07 wordt, ongeacht het zuurgehalte, aangemerkt olijfolie - ofwel met de volgende kenmerken: a) een extinctiecoëfficiënt K270 hoger dan 0,25 welke na behandeling van het monster over een kolom geactiveerd aluminiumoxyde niet hoger is dan 0,11.
Oliën met een gehalte aan vrije vetzuren, berekend als oliezuur, hoger dan 3,3 % kunnen na behandeling over een kolom geactiveerd aluminiumoxyde een extinctiecoëfficiënt K270 hebben hoger dan 0,11. In dat geval moeten zij, na neutralisering en ontkleuring in het laboratorium, de volgende kenmerken vertonen: - extinctiecoëfficiënt K270 niet hoger dan 1,10 en
- een variatie van de extinctiecoëfficiënt in de nabijheid van 270 nm hoger dan 0,01 en niet hoger dan 0,16;
b) negatieve reacties volgens de methode Bellier en de methode Vizern gewijzigd;
c) negatieve reactie bij onderzoek op zepen;
- ofwel met de kenmerken vermeld in punt I, sub a), b), c), d) en e), maar die naar de smaak niet voor dadelijke consumptie geschikt is.
III. Als oliën in de zin van onderverdeling A I c) van post 15.07 worden met name aangemerkt oliën uit "afvallen van olijven" met de volgende kenmerken: a) een gehalte aan vrije vetzuren, berekend als oliezuur, hoger dan 3 %;
b) positieve reacties volgens de methode Bellier en/of de methode Vizern gewijzigd;
c) negatieve reactie bij onderzoek op zepen.
C. Als olijfolie in de zin van onderverdeling A II a) van post 15.07 wordt aangemerkt olijfolie die is verkregen door behandeling van olie van de onderverdelingen A I a) of A I b) van post 15.07, ook indien versneden met olijfolie verkregen bij de eerste persing, met de volgende kenmerken: a) een gehalte aan vrije vetzuren, berekend als oliezuur, van ten hoogste 3 %;
b) positieve reactie bij onderzoek op zepen of: - een extinctiecoëfficiënt K270 hoger dan 0,25 en niet hoger dan 1,10 en, na behandeling van het monster over een kolom geactiveerd aluminiumoxyde hoger dan 0,11 en
- een variatie van de extinctiecoëfficiënt in de nabijheid van 270 nm hoger dan 0,01 en niet hoger dan 0,16.
Deze variatie wordt uitgedrukt door de formule: >PIC FILE= "T0036911">
c) negatieve reacties volgens de methode Bellier en de methode Vizern gewijzigd.
>PIC FILE= "T0036912"> 3. Tot onderverdeling B I van post 15.17 behoren niet: a) afvallen, afkomstig van de bewerking van vetstoffen, die olie bevatten waarvan het joodgetal, bepaald volgens de methode Wijs zonder katalysator, kleiner is dan 70 of groter dan 100;
b) afvallen, afkomstig van de bewerking van vetstoffen, die olie bevatten met een joodgetal tussen 70 en 100, maar waarbij het oppervlak van de piek die overeenkomt met het retentievolume van bêta-sitosterol, bepaald als aangegeven in bijlage VIII van de hierna onder Aanvullende Aantekening 4 genoemde verordening minder beslaat dan 93 % van de totale oppervlakten van de sterolpieken.
4. Voor de vaststelling van de kenmerken van bovengenoemde produkten worden de analysemethoden gebruikt die zijn beschreven in de bijlagen bij Verordening (EEG) nr. 1058/77.
>PIC FILE= "T0036913">
>PIC FILE= "T0036914">
>PIC FILE= "T0036915">
>PIC FILE= "T0036916">
>PIC FILE= "T0036917">
>PIC FILE= "T0036918"> AFDELING IV PRODUKTEN VAN DE VOEDSELINDUSTRIE ; DRANKEN, ALCOHOLHOUDENDE VLOEISTOFFEN EN AZIJN ; TABAK
HOOFDSTUK 16 BEREIDINGEN VAN VLEES, VAN VIS EN VAN SCHAAL-, SCHELP- EN WEEKDIEREN
Aantekening
Vlees, slachtafvallen, vis, schaal-, schelp- en weekdieren, welke bereid of verduurzaamd zijn op een wijze als bedoeld is in Hoofdstuk 2 of in Hoofdstuk 3, worden niet ingedeeld onder een der posten van Hoofdstuk 16.
Aanvullende Aantekeningen
1. Voor de toepassing van de posten 16.02 B I a) 1, B III a) 1, B III b) 1 aa) en B III b) 2 aa) 11 worden aangemerkt als "niet gekookt en niet gebakken", de produkten welke geen warmtebehandeling hebben ondergaan of welke een warmtebehandeling hebben ondergaan die niet voldoende is om alle in de produkten aanwezige vleeseiwitten te doen stollen, waardoor zij, voor zover betreft produkten van de posten 16.02 B III a) 1 en B III b) 1 aa), als zij op het dikste gedeelte worden doorgesneden, op het snijvlak sporen van een rozeachtige vloeistof vertonen.
2. Voor de toepassing van de posten 16.02 B III a) 2 aa) 11 en B III a) 2 aa) 22 worden als "delen daarvan" uitsluitend aangemerkt de bereidingen en conserven van vlees die stukken vlees bevatten, waarvan het op grond van de afmetingen en de aard van het samenhangende spierweefsel duidelijk is dat zij, naar gelang van het geval, afkomstig zijn van de ham, de karbonadestreng, de halskarbonade of de schouder van varkens (huisdieren).
>PIC FILE= "T0036919">
>PIC FILE= "T0036920">
>PIC FILE= "T0036921">
>PIC FILE= "T0036922">
>PIC FILE= "T0036923">
HOOFDSTUK 17 SUIKER EN SUIKERWERK
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) suikerwerk, dat cacao bevat (post 18.06);
b) chemisch zuivere suikers (andere dan saccharose, glucose en lactose) en andere produkten, bedoeld bij post 29.43;
c) geneesmiddelen en andere produkten, bedoeld bij Hoofdstuk 30.
2. Chemisch zuivere saccharose wordt ingedeeld onder post 17.01, ongeacht de grondstof waaruit dit produkt is verkregen.
Aanvullende Aantekeningen
1. Voor de toepassing van post 17.01 wordt aangemerkt: - als witte suiker, de suiker, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, welke in droge toestand 99,5 of meer gewichtspercenten saccharose bevat, bepaald met behulp van de polarimeter;
- als ruwe suiker, de suiker, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, welke in droge toestand minder dan 99,5 gewichtspercenten saccharose bevat, bepaald met behulp van de polarimeter.
2. Voor de toepassing van post 17.02 D 1 wordt aangemerkt als isoglucose het uit glucose of glucosepolymeren verkregen produkt, dat ten minste 10 gewichtspercenten fructose bevat, berekend op de droge stof.
3. De onder de onderverdeling D van post 17.04 in te delen goederen, welke als assortiment worden aangeboden, worden ingedeeld naar het gemiddeld gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen, saccharose en zetmeel, berekend over het gehele assortiment.
>PIC FILE= "T0036924">
>PIC FILE= "T0036925">
>PIC FILE= "T0036926">
>PIC FILE= "T0036927">
>PIC FILE= "T0036928">
>PIC FILE= "T0036929">
HOOFDSTUK 18 CACAO EN BEREIDINGEN DAARVAN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet de preparaten en produkten, welke cacao of chocolade bevatten en welke bedoeld zijn bij de posten 19.02, 19.08, 22.02, 22.09 en 30.03.
2. Post 18.06 omvat suikerwerk, dat cacao bevat en andere voedingsmiddelen, welke cacao bevatten, met uitzondering van die bedoeld bij Aantekening 1 hiervoor.
Aanvullende Aantekening
De onder de onderverdeling C van post 18.06 in te delen goederen, welke als assortiment worden aangeboden, worden ingedeeld naar het gemiddeld gehalte aan saccharose en van melk afkomstige vetstoffen, berekend over het gehele assortiment.
>PIC FILE= "T0036930">
>PIC FILE= "T0036931">
>PIC FILE= "T0036932">
>PIC FILE= "T0036933">
>PIC FILE= "T0036934">
>PIC FILE= "T0036935">
HOOFDSTUK 19 BEREIDINGEN VAN GRAAN, VAN MEEL OF VAN ZETMEEL ; GEBAK
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) meel-, zetmeel- en moutextractpreparaten voor kindervoeding, voor dieetvoeding of voor keukengebruik, welke 50 of meer gewichtspercenten cacao bevatten (post 18.06);
b) meel- en zetmeelpreparaten (katte- en hondebrood, enz.), welke speciaal bereid zijn voor de voeding van dieren (post 23.07);
c) geneesmiddelen en andere produkten, bedoeld bij Hoofdstuk 30.
2. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden onder meelpreparaten mede verstaan vruchtemeel- en groentemeelpreparaten.
Aanvullende Aantekening
De onder de onderverdeling B van post 19.08 in te delen goederen, welke als assortiment worden aangeboden, worden ingedeeld naar het gemiddeld gehalte aan zetmeel, saccharose en van melk afkomstige vetstoffen, berekend over het gehele assortiment.
>PIC FILE= "T0036936">
>PIC FILE= "T0036937">
>PIC FILE= "T0036938">
>PIC FILE= "T0036939">
>PIC FILE= "T0036940">
>PIC FILE= "T0036941">
HOOFDSTUK 20 BEREIDINGEN VAN GROENTEN, VAN MOESKRUIDEN, VAN VRUCHTEN EN VAN PLANTEN OF VAN PLANTEDELEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) groenten, moeskruiden en vruchten, welke bereid of verduurzaamd zijn op een wijze als bedoeld is in de Hoofdstukken 7 en 8;
b) gesuikerde vruchtengelei of gesuikerde vruchtenmoes, in de vorm van suikergoed (post 17.04) of van chocoladewerken (post 18.06).
2. In de posten 20.01 en 20.02 worden onder groenten en moeskruiden verstaan, de produkten bedoeld bij de posten 07.01 tot en met 07.05, indien zij worden aangeboden in een staat, omschreven in eerstgenoemde posten.
3. In stroop verduurzaamde eetbare planten en plantedelen, zoals gember en engelwortel, worden ingedeeld onder post 20.06 ; gebrande grondnoten worden eveneens onder post 20.06 ingedeeld.
4. Tomatensap, dat 7 of meer gewichtspercenten droge stof bevat, wordt ingedeeld onder post 20.02.
Aanvullende Aantekeningen
1. Als gekweekte paddestoelen in de zin van post 20.02 A I worden aangemerkt paddestoelen van de onderstaande soorten:
Agaricus spp. ; Volvaria esculenta ; Lentinus edodes ; Flammulina velutipes ; Pholiota aegerita ; Pholiota nameko ; Pleurotus ostreatus ; Pleurotus florida ; Pleurotus pulmonarius ; Pleurotus cornucopiae ; Pleurotus abalonae ; Pleurotus colombinus ; Pleurotus eringii ; Stropharia rugoso-annulata ; Tremalla fuciformis ; Auricularia auricula-judae ; Auricularia polytricha ; Auricularia porphyria ; Coprinus comatus ; Rhodopaxillus nudus ; Lepiota pudica ; Lepiota personata ; Agrocyte aegerita ; Agrocyte cylindracea.
2. Het gehalte aan diverse suikers, berekend als saccharose ("suikergehalte"), van de produkten bedoeld bij dit Hoofdstuk, is gelijk aan het getal dat de refractometer - gebruikt volgens de methode voorzien in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 543/86 - aanwijst bij 20 °C en vermenigvuldigd met: - 0,93 voor de produkten bedoeld bij post 20.06;
- 0,95 voor de produkten bedoeld bij de andere posten.
3. De produkten bedoeld bij post 20.06 worden geacht toegevoegde suiker te bevatten, indien hun suikergehalte meer bedraagt dan de hierna vermelde gewichtspercentages, naar gelang van de soort van de vruchten: >PIC FILE= "T0036942">
4. Voor de toepassing van post 20.06 B I, wordt verstaan onder: - "effectief alcohol-massagehalte" : het aantal kg zuivere alcohol aanwezig in 100 kg van het produkt;
- "% mas" : het symbool voor het alcohol-massagehalte.
5. Het gehalte aan toegevoegde suiker van de produkten bedoeld bij post 20.07 is gelijk aan hun suikergehalte verminderd met het hierna vermelde getal, naar gelang van de soort van het sap: >PIC FILE= "T0036943">
6. Voor de toepassing van de posten 20.07 A I, 20.07 B I a) 1 en 20.07 B I b) 1: - wordt als "ongegist, zonder toegevoegde alcohol" aangemerkt : druivesap (druivemost daaronder begrepen) waarvan het effectief alcohol-volumegehalte niet meer dan 1 % vol bedraagt;
>PIC FILE= "T0036944"> - wordt onder "effectief alcohol-volumegehalte" verstaan : het aantal volume-eenheden zuivere alcohol bij een temperatuur van 20 °C, aanwezig in 100 volume-eenheden van het betrokken produkt bij die temperatuur.
7. Voor de toepassing van de posten 20.07 B I a) 1 aa) en 20.07 B I b) 1 aa) wordt als "geconcentreerd druivesap (druivemost daaronder begrepen)" aangemerkt : druivesap (druivemost daaronder begrepen) waarvoor bij een temperatuur van 20 °C volgens de refractometermethode als bedoeld in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 543/86 geen lagere uitkomst dan 50,9 % wordt verkregen.
>PIC FILE= "T0036945">
>PIC FILE= "T0036946">
>PIC FILE= "T0036947">
>PIC FILE= "T0036948">
>PIC FILE= "T0036949">
>PIC FILE= "T0036950">
>PIC FILE= "T0036951">
>PIC FILE= "T0036952">
>PIC FILE= "T0036953">
>PIC FILE= "T0036954">
>PIC FILE= "T0036955">
HOOFDSTUK 21 DIVERSE PRODUKTEN VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) gemengde groenten bedoeld bij post 07.04;
b) gebrande koffiesurrogaten, welke koffie bevatten, ongeacht in welke verhouding (post 09.01);
c) specerijen en andere produkten, bedoeld bij de posten 09.04 tot en met 09.10;
d) gist opgemaakt als geneesmiddel en de andere produkten, bedoeld bij post 30.03;
e) bereide enzymen bedoeld bij post 35.07.
2. Extracten van de surrogaten bedoeld bij Aantekening 1 b) hiervoor worden ingedeeld onder post 21.02.
3. Als "samengestelde gehomogeniseerde produkten voor menselijke consumptie" in de zin van post 21.05 worden aangemerkt, preparaten voor kindervoeding of voor dieetvoeding, bestaande uit een fijn gehomogeniseerd mengsel van twee of meer basisbestanddelen zoals vlees (slachtafvallen daaronder begrepen), vis, groenten en vruchten of fruit. Voor de toepassing van deze bepaling wordt geen rekening gehouden met kleine hoeveelheden ingrediënten, die aan het mengsel zijn toegevoegd als smaakgevend middel, als conserveringsmiddel of voor een ander doel. Deze preparaten mogen kleine hoeveelheden zichtbare deeltjes bevatten, andere dan van vlees, van slachtafvallen of van vis.
Aanvullende Aantekeningen
1. Voor de toepassing van post 21.07 D worden als "melkpreparaten in poedervorm" aangemerkt produkten met een melkpoedergehalte (berekend als som van de gehalten aan melkeiwitten, botervet en lactose) van meer dan 40 gewichtspercenten.
2. Voor de toepassing van onderverdeling E van post 21.07 worden als "fondues" aangemerkt preparaten met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van 12 of meer, doch minder dan 18 gewichtspercenten, verkregen op basis van gesmolten kaas bij de bereiding waarvan geen andere dan Emmentaler kaas of Gruyère kaas, met toevoeging van witte wijn, brandewijn van kersen (kirsch), zetmeel en specerijen zijn gebruikt, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van 1 kg of minder.
Indeling onder deze onderverdeling is bovendien onderworpen aan de voorwaarde dat een certificaat wordt overgelegd, hetwelk is afgegeven onder de voorwaarden en bepalingen, vastgesteld door de bevoegde autoriteiten van de Europese Gemeenschappen.
3. Voor de toepassing van post 21.07 F III wordt aangemerkt als isoglucose het uit glucose of glucosepolymeren verkregen produkt, dat ten minste 10 gewichtspercenten fructose bevat, berekend op de droge stof.
>PIC FILE= "T0036956">
>PIC FILE= "T0036957">
>PIC FILE= "T0036958">
>PIC FILE= "T0036959">
>PIC FILE= "T0036960">
>PIC FILE= "T0036961">
>PIC FILE= "T0036962">
>PIC FILE= "T0036963">
HOOFDSTUK 22 DRANKEN, ALCOHOLHOUDENDE VLOEISTOFFEN EN AZIJN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) zeewater (post 25.01);
b) gedistilleerd water, conductometrisch zuiver water en dergelijk zuiver water (post 28.58);
c) waterige oplossingen, welke meer dan 10 gewichtspercenten azijnzuur bevatten (post 29.14);
d) geneesmiddelen bedoeld bij post 30.03;
e) parfumerieën en toiletartikelen (Hoofdstuk 33).
2. Voor de toepassing van de posten 22.08 en 22.09 wordt verstaan onder "alcoholgehalte" : het alcohol-volumegehalte bij een temperatuur van 20 °C en onder "% vol" : het symbool van het alcohol-volumegehalte.
Gedistilleerde dranken bedoeld bij post 22.09 worden, indien zij gedenatureerd zijn, ingedeeld onder post 22.08.
Aanvullende Aantekeningen
1. Voor de toepassing van de posten 22.04, 22.05, 22.06 en 22.07 A wordt, naar gelang van het geval, verstaan onder: a) effectief alcohol-volumegehalte : het aantal volume-eenheden zuivere alcohol bij een temperatuur van 20 °C, aanwezig in 100 volume-eenheden van het betrokken produkt bij die temperatuur;
b) potentieel alcohol-volumegehalte : het aantal volume-eenheden zuivere alcohol bij een temperatuur van 20 °C dat kan ontstaan door totale vergisting van de suiker die in 100 volume-eenheden van het betrokken produkt bij die temperatuur aanwezig is;
c) totaal alcohol-volumegehalte : de som van het effectief en het potentieel alcohol-volumegehalte;
d) natuurlijk alcohol-volumegehalte : het totaal alcohol-volumegehalte van het betrokken produkt, voordat verrijking heeft plaatsgevonden;
e) % vol : het symbool van het alcohol-volumegehalte.
2. Voor de toepassing van post 22.04 wordt als gedeeltelijk gegiste druivemost aangemerkt : het produkt dat is verkregen door de vergisting van druivemost en dat een effectief alcohol-volumegehalte heeft van meer dan 1 % vol en minder dan 3/5 van het totaal alcohol-volumegehalte.
3. Voor de toepassing van post 22.05: A. wordt aangemerkt als mousserende wijn (onderverdeling A van post 22.05) : het produkt dat een effectief alcohol-volume-gehalte heeft van 8,5 % vol of meer en is verkregen: - door eerste of tweede vergisting van verse druiven, van druivemost of van wijn en dat wordt gekenmerkt door het feit dat bij het openen van de recipiënten koolzuurgas vrijkomt dat uitsluitend is ontstaan door de vergisting,
- uit wijn en dat wordt gekenmerkt door het feit dat bij het openen van de recipiënten koolzuurgas vrijkomt dat geheel of gedeeltelijk werd toegevoegd,
en dat, bewaard in gesloten recipiënten bij een temperatuur van 20 °C, een overdruk heeft die is teweeggebracht door koolzuurgas in oplossing en ten minste 3 bar bedraagt;
B. wordt verstaan onder "totaal gehalte aan droge stof" : het in grammen per liter uitgedrukte gehalte van alle in het produkt aanwezige stoffen, welke onder bepaalde natuurkundige omstandigheden niet in dampvorm overgaan.
Het totale gehalte aan droge stof moet worden bepaald bij een temperatuur van 20 °C volgens de densimeter;
C. a) heeft de aanwezigheid van de onder de nummers I, II, III en IV vermelde totale gehalten aan droge stof geen invloed op de indeling van produkten bedoeld bij onderverdeling C van post 22.05, te weten voor zover het betreft: I. produkten met een effectief alcohol-volumegehalte van 13 % vol of minder : 90 g of minder aan droge stof per liter;
II. produkten met een effectief alcohol-volumegehalte van meer dan 13 % vol, doch niet meer dan 15 % vol : 130 g of minder aan droge stof per liter;
III. produkten met een effectief alcohol-volumegehalte van meer dan 15 % vol, doch niet meer dan 18 % vol : 130 g of minder aan droge stof per liter.
IV. produkten met een effectief alcohol-volumegehalte van meer dan 18 % vol, doch niet meer dan 22 % vol : 330 g of minder aan droge stof per liter.
De produkten met een totaal gehalte aan droge stof dat uitgaat boven de hiervoor onder de nummers I, II, III en IV vermelde gehalten worden ingedeeld onder de onderverdeling van post 22.05, welke betrekking heeft op de produkten met het naasthogere effectief alcohol-volumegehalte, met dien verstande dat indien van een produkt het totale gehalte aan droge stof meer dan 330 g per liter is, dat produkt onder de onderverdeling C V van post 22.05 wordt ingedeeld;
b) de onder letter a) van deze Aantekening opgenomen regels zijn niet van toepassing ten aanzien van produkten bedoeld bij de onderverdelingen C III a) 1, b) 1 en b) 2 en C IV a) 1, b) 1 en b) 2 van post 22.05.
4. Post 22.05 C omvat onder meer: a) druivemost, waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit, te weten het produkt dat: - een effectief alcohol-volumegehalte bezit van ten minste 12 % vol en minder dan 15 % vol en
- verkregen is door een produkt verkregen door distillatie van wijn toe te voegen aan niet gegiste druivemost met een natuurlijk alcohol-volumegehalte van ten minste 8,5 % vol;
b) distillatiewijn, te weten het produkt dat: - een effectief alcohol-volumegehalte bezit van ten minste 18 % vol en ten hoogste 24 % vol;
- uitsluitend is verkregen door een niet gerectificeerd produkt, verkregen door distillatie van wijn, dat een effectief alcohol-volumegehalte bezit van ten hoogste 86 % vol, toe te voegen aan wijn die geen suikerresidu bevat, en
- een gehalte aan vluchtige zuren bezit van ten hoogste 2,40 g/l, uitgedrukt in azijnzuur;
c) likeurwijn, te weten het produkt dat: - een totaal alcohol-volumegehalte bezit van ten minste 17,5 % vol, alsmede een effectief alcohol-volumegehalte van ten minste 15 % vol en ten hoogste 22 % vol, en
- verkregen is uit druivemost of wijn, welke produkten afkomstig moeten zijn van wijnstoksoorten die in het derde land van oorsprong zijn toegelaten voor de produktie van likeurwijn en een natuurlijk alcohol-volumegehalte van ten minste 12 % vol moeten bezitten, en wel - door bevriezing, of
- door toevoeging, tijdens of na de gisting, van - hetzij een produkt verkregen door distillatie van wijn,
- hetzij geconcentreerde druivemost of, voor sommige kwaliteitslikeurwijnen welke voorkomen op een nader vast te stellen lijst en waarvoor zulks vanouds gebruikelijk is, druivemost die is geconcentreerd door de rechtstreekse werking van vuur en die, afgezien van deze bewerking, aan de definitie van geconcentreerde druivemost beantwoordt,
- hetzij een mengsel van deze produkten.
Sommige kwaliteitslikeurwijnen welke voorkomen op een nader vast te stellen lijst, kunnen evenwel worden verkregen uit verse, niet gegiste druivemost, zonder dat deze most een natuurlijk alcohol-volumegehalte van ten minste 12 % vol behoeft te hebben.
5. Voor de toepassing van post 22.07 A wordt als "piquette" aangemerkt : het produkt dat is verkregen door gisting van onbewerkte draf van druiven, afgetrokken in water, of door uitloging, met water, van de gegiste draf van druiven.
6. Voor de toepassing van post 22.07 B I worden als "mousserend" aangemerkt: - gegiste dranken, verpakt in flessen, gesloten door middel van een champignonvormige stop, terwijl de afsluiting daarvan door draden, banden of anderszins is geborgd;
- gegiste dranken, anders aangeboden, met een overdruk van 1,5 bar of meer bij 20 °C.
7. Voor de toepassing van post 22.10 A wordt als wijnazijn aangemerkt : azijn, welke uitsluitend is verkregen door azijnzure vergisting van wijn en welke een totaal gehalte aan zuren bezit van 60 g/l of meer, uitgedrukt in azijnzuur.
>PIC FILE= "T0036964"> Statistische Aantekening
Voor de toepassing van de onderverdelingen 22.05 C I a 1, C I b 1, C II a 1 en C II b 1 worden aangemerkt als "in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (v.q.p.r.d.)" : wijnen van oorsprong uit de Europese Economische Gemeenschap, die voldoen aan de voorschriften van Verordening (EEG) nr. 338/79 van de Raad van 5 februari 1979 (PB nr. L 54 van 5.3.1979, blz. 48), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3685/81 (PB nr. L 369 van 24.12.1981, blz. 1), alsmede aan de ter uitvoering van deze verordening vastgestelde voorschriften, en die zijn omschreven in de nationale wetgevingen.
>PIC FILE= "T0036965">
>PIC FILE= "T0036966">
>PIC FILE= "T0036967">
>PIC FILE= "T0036968">
>PIC FILE= "T0036969">
>PIC FILE= "T0036970">
HOOFDSTUK 23 RESTEN EN AFVAL VAN DE VOEDSELINDUSTRIE ; BEREID VOEDSEL VOOR DIEREN
Aanvullende Aantekeningen
1. Voor de toepassing van de posten 23.05 A en 23.06 A I, wordt verstaan onder: - effectief alcohol-massagehalte : het aantal kg zuivere alcohol, aanwezig in 100 kg van het produkt;
- potentieel alcohol-massagehalte : het aantal kg zuivere alcohol dat kan ontstaan door totale vergisting van de suiker die in 100 kg van het produkt aanwezig is;
- totaal alcoholgehalte : de som van het effectief en het potentieel alcohol-massagehalte;
- % mas : het symbool voor het alcohol-massagehalte.
2. Voor de toepassing van onderverdeling B van post 23.07 worden als zuivelprodukten aangemerkt de produkten, bedoeld bij de posten 04.01, 04.02, 04.03, 04.04, 17.02 A en 21.07 F I.
>PIC FILE= "T0036971">
>PIC FILE= "T0036972">
>PIC FILE= "T0036973">
>PIC FILE= "T0036974">
>PIC FILE= "T0036975">
HOOFDSTUK 24 TABAK
>PIC FILE= "T0036976">
>PIC FILE= "T0036977">
>PIC FILE= "T0036978"> AFDELING V MINERALE PRODUKTEN
HOOFDSTUK 25 ZOUT ; ZWAVEL ; AARDE EN STEEN ; GIPS, KALK EN CEMENT
Aantekeningen
1. Behoudens de uitzonderingen, blijkende of voortvloeiende uit de redactie van de posten of van Aantekening 3 op dit Hoofdstuk, worden onder dit Hoofdstuk ingedeeld : produkten, welke zijn gewassen (ook met behulp van chemicaliën, welke onzuiverheden verwijderen zonder de aard van het produkt te wijzigen), fijngestampt, gemalen, geslibd, gezeefd of gekalibreerd, ook indien geconcentreerd door flotatie, door magnetische afscheiding of door andere mechanische of fysische werkwijzen (met uitzondering van kristallisatie) ; produkten, welke gebrand of geroost zijn dan wel een bewerking hebben ondergaan, welke uitgaat boven de in de verschillende posten aangegeven bewerkingen, zijn evenwel van dit Hoofdstuk uitgezonderd.
2. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) gesublimeerde of geprecipiteerde zwavel en colloïdale zwavel (post 28.02);
b) natuurlijke ijzerhoudende verfaarden, welke in totaal 70 of meer gewichtspercenten ijzerverbindingen, berekend als Fe2O3, bevatten (post 28.23);
c) geneesmiddelen en andere produkten, bedoeld bij Hoofdstuk 30;
d) parfumerieën, toiletartikelen en kosmetische produkten, bedoeld bij post 33.06;
e) stenen voor bestrating, plaveien en trottoirbanden (post 68.01) ; blokjes voor mozaïeken (post 68.02) ; dakleien en leien voor bouwwerken (post 68.03);
f) edelstenen en halfedelstenen (post 71.02);
g) gecultiveerde kristallen van natriumchloride of van magnesiumoxyde (andere dan optische elementen), wegende per stuk 2,5 g of meer (post 38.19) ; optische elementen van natriumchloride of van magnesiumoxyde (post 90.01);
h) schrijf- en tekenkrijt, kleermakerskrijt en biljartkrijt (post 98.05).
3. Post 25.32 omvat onder meer : verfaarden, ook indien gebrand of onderling vermengd ; natuurlijk ijzerglimmer ; meerschuim, ook in gepolijste stukken, en barnsteen (amber) ; samengekit meerschuim en samengekit barnsteen (ambroïde), enkel gemouleerd in platen, staven of in dergelijke vormen ; git ; strontianiet (natuurlijk strontiumcarbonaat), ook indien gebrand, met uitzondering van strontiumoxyde ; stukken en scherven van aardewerk.
>PIC FILE= "T0036979">
>PIC FILE= "T0036980">
>PIC FILE= "T0036981">
>PIC FILE= "T0036982">
>PIC FILE= "T0036983">
>PIC FILE= "T0036984">
>PIC FILE= "T0036985">
HOOFDSTUK 26 METAALERTSEN, SLAKKEN EN ASSEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) slakken en andere dergelijke industriële afvallen, tot macadam verwerkt (post 25.17);
b) natuurlijk magnesiumcarbonaat (magnesiet), ook indien gebrand of gesinterd (post 25.19);
c) fosfaatslakken als bedoeld bij Hoofdstuk 31;
d) slakkenwol, steenwol en andere dergelijke minerale wol (post 68.07);
e) schuim van de verwerking van edele metalen en andere resten en afvallen van edele metalen (post 71.11);
f) door het smelten van ertsen verkregen kopersteen, matten van nikkel of matten van kobalt (Afdeling XV).
2. Voor de toepassing van post 26.01 worden onder "metaalertsen" verstaan ertsen, welke worden gebruikt in de metallurgie voor het winnen van kwikzilver, van de metalen bedoeld bij post 28.50 of van de metalen bedoeld bij de Afdelingen XIV of XV, ook indien zij bestemd zijn voor andere doeleinden, mits zij geen andere bewerkingen hebben ondergaan dan gebruikelijk is in de metallurgie.
3. Post 26.03 is uitsluitend van toepassing op assen en residuen, welke metaal of metaalverbindingen bevatten en welke behoren tot de soorten, welke in de industrie worden gebruikt voor het daaruit winnen van metaal of voor het vervaardigen van chemische metaalverbindingen.
>PIC FILE= "T0036986">
>PIC FILE= "T0036987">
>PIC FILE= "T0036988">
HOOFDSTUK 27 MINERALE BRANDSTOFFEN, AARDOLIËN EN DISTILLATIEPRODUKTEN DAARVAN ; BITUMINEUZE STOFFEN ; MINERALE WASSEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) geïsoleerde chemisch welbepaalde organische verbindingen ; deze uitzondering heeft geen betrekking op chemisch zuiver methaan en op chemisch zuiver propaan, welke onder post 27.11 worden ingedeeld;
b) geneesmiddelen bedoeld bij post 30.03;
c) gemengde onverzadigde koolwaterstoffen, bedoeld bij de posten 33.01, 33.04 of 38.07.
2. Post 27.07 omvat niet alleen oliën en andere produkten, welke worden verkregen bij het distilleren van hoge-temperatuur-steenkoolteer, doch ook soortgelijke produkten, waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet aromatische bestanddelen overtreft en welke zijn verkregen bij het distilleren van lage-temperatuur-steenkoolteer en van andere minerale teer, door het kraken van petroleum of volgens een andere werkwijze.
3. De uitdrukkingen "aardoliën" en "oliën uit bitumineuze mineralen", welke gebezigd zijn in de tekst van post 27.10, worden geacht niet alleen betrekking te hebben op aardoliën en op oliën uit bitumineuze mineralen, doch eveneens op soortgelijke oliesoorten en op uit gemengde onverzadigde koolwaterstoffen bestaande oliesoorten, waarin het gewicht van de niet aromatische bestanddelen dat van de aromatische bestanddelen overtreft, ongeacht de wijze waarop deze produkten zijn verkregen.
4. Post 27.13 omvat niet alleen paraffine en andere in die post met name genoemde produkten, doch eveneens soortgelijke produkten, welke synthetisch of volgens enige andere werkwijze zijn verkregen.
Aanvullende Aantekeningen (1)
1. Voor de toepassing van post 27.10 worden aangemerkt als: A. lichte oliën (onderverdeling A van post 27.10), de oliën en preparaten, welke, distillatieverliezen inbegrepen, voor ten minste 90 % van hun volume overdistilleren bij 210 °C, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86;
B. speciale lichte oliën (onderverdeling A III a) van post 27.10), de lichte oliën omschreven onder A hiervoor, welke geen anti-klopmiddelen bevatten en waarvan het verschil tussen de temperatuur waarbij, distillatieverliezen inbegrepen, 5 % van hun volume overdistilleert, en de temperatuur waarbij, distillatieverliezen inbegrepen, 90 % van hun volume overdistilleert, niet meer bedraagt dan 60 °C;
C. white spirit (onderverdeling A III a) 1 van post 27.10), de onder B hiervoor bedoelde speciale lichte oliën, waarvan het ontvlammingspunt, bepaald volgens de methode Abel-Pensky (2), boven 21 °C ligt;
D. halfzware oliën (onderverdeling B van post 27.10), de oliën en preparaten, welke, distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 90 % bij 210 °C en voor ten minste 65 % bij 250 °C van hun volume overdistilleren, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86;
E. zware oliën (onderverdeling C van post 27.10), de oliën en preparaten, welke, distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 65 % van hun volume overdistilleren bij 250 °C, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86, of waarvan het distillatiepercentage bij 250 °C volgens deze methode niet kan worden vastgesteld;
F. gasolie (onderverdeling C I van post 27.10), de onder E hiervoor bedoelde zware oliën, welke, distillatieverliezen inbegrepen, voor ten minste 85 % van hun volume overdistilleren bij 350 °C, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86; (1) Tenzij anders aangegeven worden onder ASTM-methoden verstaan de methoden die door de American Society for Testing and Materials zijn aanvaard en in de editie 1976 betreffende de definities en de standaardspecificaties voor aardolieprodukten en smeermiddelen zijn bekendgemaakt. (2) Onder Abel-Pensky-methode wordt verstaan de methode DIN 51755 (Deutsche Industrienorm), die in maart 1974 is bekendgemaakt door de Deutsche Normenausschuß (DNA), Berlijn 15.
G. stookolie (onderverdeling C II van post 27.10), de onder E hiervoor bedoelde zware oliën, andere dan gasolie, bedoeld onder F hiervoor, welke, gelet op de kleur na verdunning (K) een viscositeit (V) hebben, welke - hetzij gelijk is aan of lager is dan de waarden van regel I van onderstaande tabel, indien het gehalte aan sulfaatas, bepaald volgens de methode ASTM D 874, minder bedraagt dan 1 % en indien de verzepingsindex, bepaald volgens de methode ASTM D 939-54, lager ligt dan 4;
- hetzij hoger is dan de waarden van regel II van onderstaande tabel, indien het vloeipunt, bepaald volgens de methode ASTM D 97, 10 °C of meer bedraagt;
- hetzij ligt tussen de waarden vermeld in de regels I en II van onderstaande tabel of gelijk is aan de waarden van regel II van die tabel, indien zij, bij distillatie volgens de methode ASTM D 86, voor ten minste 25 % van hun volume overdistilleren bij 300 °C of indien, wanneer zij voor minder dan 25 % van hun volume overdistilleren bij 300 °C, hun vloeipunt, bepaald volgens de methode ASTM D 97, hoger is dan minus 10 °C ; dit is uitsluitend van toepassing op oliën met een kleur na verdunning (K) die lager is dan 2.
Vergelijkingstabel kleur na verdunning (K)/viscositeit (V) >PIC FILE= "T0036989">
Onder viscositeit (V) wordt verstaan de kinematische viscositeit bij 50 °C, uitgedrukt in 10-6 m2s-1, bepaald volgens de methode ASTM D 445.
Onder kleur na verdunning (K) wordt verstaan de kleur welke het produkt heeft verkregen, na verdunning van één volume-eenheid met 99 gelijke volume-eenheden tetrachloorkoolstof, bepaald volgens de methode ASTM D 1500. De kleur moet dadelijk na de verdunning van het produkt worden bepaald.
De kleur van de stookolie bedoeld bij onderverdeling C II van post 27.10 moet een natuurlijke zijn.
De evenbedoelde onderverdeling omvat niet de onder E bedoelde zware oliën waarvoor niet kan worden vastgesteld: - hetzij het distillatiepercentage (nul wordt hierbij ook als een percentage beschouwd) bij 250 °C, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86;
- hetzij de kinematische viscositeit bij 50 °C, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 445;
- hetzij de kleur na verdunning (K), bepaald volgens de methode ASTM D 1500.
Deze produkten worden ingedeeld onder onderverdeling C III van post 27.10.
2. Voor de toepassing van post 27.11 worden aangemerkt als propaan en butaan, in handelskwaliteit (onderverdeling B I van post 27.11), de produkten, welke, in vloeibare toestand en bij een temperatuur van 37,8 °C, een relatieve dampspanning hebben van 24,5 bar of minder, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 1267.
3. Voor de toepassing van post 27.12 wordt als ruwe vaseline (onderverdeling A van post 27.12) aangemerkt vaseline met een natuurlijke kleur van meer dan 4,5 bepaald volgens de methode ASTM D 1500.
4. Voor de toepassing van onderverdeling B I van post 27.13 worden als ruw aangemerkt de produkten: a) met een oliegehalte van ten minste 3,5, bepaald volgens de methode ASTM D 721, indien de viscositeit bij 100 °C, bepaald volgens de methode ASTM D 445, minder dan 9,10-6 m2s-1 bedraagt ; of
b) met een natuurlijke kleur van meer dan 3, bepaald volgens de methode ASTM D 1500, indien de viscositeit bij 100 °C, bepaald volgens de methode ASTM D 445, ten minste 9,10-6 m2s-1 bedraagt.
5. Onder "aangewezen behandeling" in de zin van de posten 27.10, 27.11, 27.12 en 27.13 B worden de volgende bewerkingen verstaan: a) vacuümdistillatie;
b) herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing;
c) kraken;
d) reforming;
e) extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen;
f) een bewerking bestaande uit de navolgende behandelingen : behandelen met geconcentreerd zwavelzuur, met rokend zwavelzuur of met zwavelzuuranhydride, neutraliseren met behulp van alkalische stoffen, ontkleuren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, van geactiveerde aarde, van actieve koolstof of van bauxiet;
g) polymeriseren;
h) alkyleren;
ij) isomeriseren;
k) uitsluitend voor de produkten van onderverdeling C van post 27.10 : ontzwavelen met gebruikmaking van waterstof, waardoor het zwavelgehalte van de behandelde produkten met ten minste 85 % wordt verlaagd (methode ASTM D 1266-59 T);
l) uitsluitend voor de produkten van post 27.10 : ontparaffineren, anders dan door enkel filtreren;
m) uitsluitend voor de produkten van onderverdeling C van post 27.10 : behandelen met waterstof, uitgezonderd ontzwavelen, waarbij de waterstof actief deelneemt aan een scheikundige reactie die, met behulp van een katalysator, onder een druk van meer dan 20 bar en bij een temperatuur van meer dan 250 °C wordt teweeggebracht. Eindbehandeling met waterstof van smeeroliën bedoeld bij onderverdeling C III van post 27.10, welke in het bijzonder ten doel heeft de kleur of de stabiliteit te verbeteren (bijvoorbeeld "hydrofinishing" of ontkleuren), wordt daarentegen niet aangemerkt als een aangewezen behandeling;
n) uitsluitend voor de produkten van onderverdeling C II van post 27.10 : atmosferische distillatie, mits deze produkten, distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 30 % van hun volume overdistilleren bij 300 °C, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86. Wanneer deze produkten, distillatieverliezen inbegrepen, voor 30 % of meer van hun volume overdistilleren bij 300 °C, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86, worden de hoeveelheden produkten, welke eventueel bij de atmosferische distillatie worden verkregen en welke vallen onder de onderverdelingen A of B van post 27.10, onderworpen aan de rechten opgenomen bij onderverdeling C II c) van post 27.10, berekend naar de soort en de waarde van de gebruikte produkten en op basis van het nettogewicht van de verkregen produkten. Deze bepaling is niet van toepassing op de verkregen produkten, welke bestemd zijn om, binnen een termijn van ten hoogste zes maanden en onder andere door de bevoegde autoriteiten vast te stellen voorwaarden en bepalingen, een aangewezen behandeling te ondergaan of om chemisch te worden verwerkt volgens een andere werkwijze dan een aangewezen behandeling;
o) uitsluitend voor de produkten van onderverdeling C III van post 27.10 : behandelen met gebruikmaking van hoogfrequente glimontlading.
Indien aan de vorengenoemde behandelingen op technische gronden een voorbehandeling moet voorafgaan, geldt de vrijstelling alleen voor de hoeveelheden produkten die bestemd zijn om aan bovengenoemde aangewezen behandelingen te worden onderworpen en deze behandelingen ook werkelijk ondergaan ; de vrijstelling geldt eveneens voor de eventuele verliezen bij de voorbehandeling.
6. De hoeveelheden produkten, welke eventueel worden verkregen bij de chemische verwerking of bij de voorbehandeling, indien deze op technische gronden moet voorafgaan en welke vallen onder de posten 27.07 B I, 27.10, 27.11, 27.12, 27.13 B, 27.14 C, 29.01 A I, 29.01 B II a), 29.01 D I a), worden onderworpen aan de rechten, opgenomen voor produkten "bestemd voor ander gebruik", berekend naar de soort en de waarde van de gebruikte produkten en op basis van het nettogewicht van de verkregen produkten. Deze bepaling is niet van toepassing op de onder de posten 27.10, 27.11, 27.12 en 27.13 B vallende produkten, indien deze bestemd zijn om, binnen een termijn van ten hoogste zes maanden en onder andere door de bevoegde autoriteiten vast te stellen voorwaarden en bepalingen, een aangewezen behandeling te ondergaan of om opnieuw chemisch te worden verwerkt.
7. Onder onderverdeling C III c) van post 27.10 worden uitsluitend ingedeeld oliën, bestemd om te worden ge- of vermengd met andere oliën of met produkten bedoeld bij post 38.14 of met verdikkingsmiddelen, ten einde oliën, vetten of smeermiddelen te verkrijgen, zulks door ondernemingen welke, in verband met de installaties waarover zij beschikken, niet in aanmerking kunnen komen voor vrijstelling van rechten op grond van het bepaalde in de bovenstaande Aanvullende Aantekening 5, voor zover deze betrekking heeft op post 27.10, en welke ondernemingen deze oliën met het oog op de wederverkoop bewerken in installaties, welke omvatten: - ten minste twee bergingsmiddelen voor het in bulk opslaan van de als grondstof te bezigen oliën, alsmede
- ten minste één mengvat met motorisch aangedreven roerwerk en, eventueel, een verwarmingsinrichting, waardoor toevoeging van andere stoffen mogelijk wordt, alsmede
- machines of toestellen voor het verpakken.
Indien het mengen in gehuurde installaties of in loonverwerking geschiedt, zijn voornoemde voorwaarden met betrekking tot de installatie eveneens van toepassing.
>PIC FILE= "T0036990">
>PIC FILE= "T0036991">
>PIC FILE= "T0036992">
>PIC FILE= "T0036993">
>PIC FILE= "T0036994">
AFDELING VI PRODUKTEN VAN DE CHEMISCHE EN VAN DE AANVERWANTE INDUSTRIEËN
Aantekeningen
1. a) Produkten (andere dan radioactieve metaalertsen), welke beantwoorden aan de omschrijving van post 28.50 of van post 28.51, moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van het Tarief.
b) Behoudens het bepaalde onder letter a) hiervoor, moeten produkten, welke beantwoorden aan de omschrijving van post 28.49 of van post 28.52, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van Afdeling VI.
2. Behoudens het bepaalde in Aantekening 1 hiervoor, moeten alle produkten, welke, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, behorende tot een der posten 30.03, 30.04, 30.05, 32.09, 33.06, 35.06, 37.08 of 38.11, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van het Tarief.
3. Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen, die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze Afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een produkt bedoeld bij Afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit produkt, mits: a) duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;
b) zij gelijktijdig worden aangeboden;
c) onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.
HOOFDSTUK 28 ANORGANISCHE CHEMISCHE PRODUKTEN ; ANORGANISCHE OF ORGANISCHE VERBINDINGEN VAN EDELE METALEN, VAN RADIOACTIEVE ELEMENTEN, VAN ZELDZAME AARDMETALEN EN VAN ISOTOPEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk heeft, voor zover uit de tekst van bepaalde posten of van de Aantekeningen op Hoofdstuk 28 niet het tegendeel blijkt, uitsluitend betrekking op: a) geïsoleerde chemische elementen en geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen, ook indien zij onzuiverheden bevatten;
b) waterige oplossingen van de produkten, bedoeld onder letter a) hiervoor;
c) andere oplossingen van de hiervoor onder letter a) bedoelde produkten, voor zover deze oplossingen gebruikelijke en noodzakelijke bereidingsvormen zijn, welke uitsluitend zijn gekozen om veiligheidsredenen of om de produkten geschikt te maken voor vervoer en voor zover de oplosmiddelen de produkten niet méér geschikt maken voor bijzondere toepassingen dan voor hun gebruik in het algemeen;
d) produkten bedoeld onder de letters a), b) of c) hiervoor, waaraan een stabilisator is toegevoegd, nodig voor de houdbaarheid of voor het vervoer;
e) produkten bedoeld onder de letters a), b), c) of d) hiervoor, waaraan een zelfstandigheid is toegevoegd om het verstuiven tegen te gaan of waaraan een kleurmiddel is toegevoegd om het onderkennen ervan te vergemakkelijken dan wel om veiligheidsredenen, voor zover deze toevoegingen de produkten niet méér geschikt maken voor bijzondere toepassingen dan voor hun gebruik in het algemeen.
2. Benevens de van hydrosulfieten afgeleide verbindingen en mengsels, verkregen met behulp van organische stoffen, de sulfoxylaten (post 28.36), de anorganische carbonaten en peroxocarbonaten (percarbonaten) (post 28.42), de anorganische cyaniden en anorganische complexe cyaniden (post 28.43), de anorganische fulminaten, cyanaten en thiocyanaten (post 28.44), de organische produkten begrepen onder de posten 28.49 tot en met 28.52 en de carbiden van metalloïden of van metalen (post 28.56), worden alleen de hieronder genoemde koolstofverbindingen onder Hoofdstuk 28 ingedeeld: a) oxyden van koolstof, cyaanwaterstof (blauwzuur), knalzuur, isocyaanzuur, thiocyaanzuur en andere al dan niet complexe cyaanzuren (post 28.13);
b) carbonylhalogeniden (post 28.14);
c) koolstofdisulfide (zwavelkoolstof) (post 28.15);
d) thiocarbonaten, selenocarbonaten en tellurocarbonaten, selenocyanaten en tellurocyanaten, tetrathiocyano-diamminochromaten (reineckaten) en andere complexe anorganische cyanaten (post 28.48);
e) vast waterstofperoxyde (post 28.54), koolstofoxysulfide, thiocarbonylhalogeniden, cyaan, cyaanhalogeniden, cyaanamiden en metaalverbindingen van cyaanamide (post 28.58), met uitzondering van calciumcyaanamide met een stikstofgehalte van 25 gewichtspercenten of minder, berekend op de droge kristalwatervrije stof, hetwelk onder Hoofdstuk 31 wordt ingedeeld.
3. Behoudens het bepaalde in Aantekening 1 op Afdeling VI, omvat dit Hoofdstuk niet: a) natriumchloride en magnesiumoxyde, ook indien chemisch zuiver, en andere produkten, bedoeld bij een der posten van Afdeling V;
b) produkten, welke zowel tot de anorganische verbindingen als tot de organische verbindingen zijn te rekenen, andere dan die, welke op grond van Aantekening 2 onder Hoofdstuk 28 worden ingedeeld;
c) produkten bedoeld bij de Aantekeningen 1, 2, 3 en 4 van Hoofdstuk 31;
d) anorganische produkten van de soorten, welke gebruikt worden als "lichtgevende verfstoffen" bedoeld bij post 32.07;
e) kunstmatig grafiet (post 38.01), preparaten en ladingen, voor brandblusapparaten, alsmede brandblusbommen (post 38.17), radeervloeistoffen in verpakkingen voor de verkoop in het klein (post 38.19) en gecultiveerde kristallen - andere dan optische elementen - van alkalimetaalhalogeniden of van aardalkalimetaalhalogeniden, wegende per stuk 2,5 g of meer (post 38.19);
f) natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen en poeder en stof van dergelijke stenen (posten 71.02 tot en met 71.04), alsmede edele metalen en legeringen daarvan, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 71;
g) metalen, ook indien chemisch zuiver, en legeringen van metalen, bedoeld bij een der posten van Afdeling XV;
h) optische elementen, bijvoorbeeld van alkalimetaalhalogeniden of van aardalkalimetaalhalogeniden (post 90.01).
4. Chemisch welbepaalde complexe zuren, bestaande uit een verbinding van een anorganisch zuur bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 28, Onderdeel II, en een metaalzuur (hydroxyde) bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 28, Onderdeel IV, worden ingedeeld onder post 28.13.
5. De posten 28.29 tot en met 28.48 hebben alleen betrekking op de zouten en perzouten van metalen of van ammonium. Voor zover uit de tekst van de posten niet het tegendeel blijkt, worden dubbelzouten en complexe zouten ingedeeld onder post 28.48.
6. Onder post 28.50 worden slechts de navolgende produkten ingedeeld: a) de hierna genoemde splijtbare chemische elementen en isotopen : natuurlijk uranium en de isotopen uranium 233 en 235, plutonium en de isotopen daarvan;
b) de hierna genoemde radioactieve chemische elementen : technetium, promethium, polonium, astatium, radon, francium, radium, actinium, protactinium, neptunium, americium en de andere elementen met een hoger atoomnummer;
c) alle andere natuurlijke of kunstmatige radioactieve isotopen (die van edele metalen of van onedele metalen van de Afdelingen XIV en XV daaronder begrepen);
d) anorganische en organische verbindingen van de hiervoor genoemde elementen en istotopen, al dan niet in de staat van chemisch welbepaalde stof, ook indien onderling vermengd;
e) legeringen (andere dan ferro-uranium), dispersies en cermets, welke vorengenoemde elementen of isotopen, dan wel anorganische of organische verbindingen daarvan, bevatten;
>PIC FILE= "T0036995"> f) splijtstofelementen van kernreactoren, gebruikt (bestraald).
Onder "isotopen", hiervoor en in de tekst van de posten 28.50 en 28.51 vermeld, worden tevens verstaan "isotoop-concentraten" (enriched isotopes) ; chemische elementen, welke in de natuur voorkomen in de staat van zuivere isotopen, alsmede uranium waaruit U 235 is afgescheiden, worden echter als elementen en niet als isotopen aangemerkt.
7. Fosforijzer dat 15 gewichtspercenten of meer fosfor bevat en fosforkoper dat meer dan 8 gewichtspercenten fosfor bevat, worden ingedeeld onder post 28.55.
8. Chemische elementen, zoals silicium en seleen (selenium), welke met het oog op hun gebruik voor elektronische doeleinden gedoopt zijn, worden onder Hoofdstuk 28 ingedeeld, indien zij ruw getrokken zijn of voorkomen in de vorm van cilinders of staven. In de vorm van schijven, plaatjes of dergelijke, worden zij onder post 38.19 ingedeeld.
Aanvullende Aantekening
Tenzij anders is bepaald, worden onder de zouten, welke in een onderverdeling van een post zijn genoemd, mede begrepen de zure en basische zouten.
>PIC FILE= "T0036996">
>PIC FILE= "T0036997">
>PIC FILE= "T0036998">
>PIC FILE= "T0036999">
>PIC FILE= "T0037000">
>PIC FILE= "T0037001">
>PIC FILE= "T0037002">
>PIC FILE= "T0037003">
>PIC FILE= "T0037004">
>PIC FILE= "T0037005">
>PIC FILE= "T0037006">
>PIC FILE= "T0037007">
>PIC FILE= "T0037008">
HOOFDSTUK 29 ORGANISCHE CHEMISCHE PRODUKTEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk heeft, voor zover uit de tekst van bepaalde posten niet het tegendeel blijkt, uitsluitend betrekking op: a) geïsoleerde chemisch welbepaalde organische verbindingen, ook indien zij onzuiverheden bevatten;
b) mengsels van onderling isomere organische verbindingen (ook indien deze mengsels onzuiverheden bevatten), met uitzondering van mengsels van isomeren (andere dan stereo-isomeren) van al dan niet verzadigde koolwaterstoffen met open koolstofketen (Hoofdstuk 27);
c) produkten bedoeld bij de posten 29.38 tot en met 29.42, ethers en esters van suikers en zouten daarvan, bedoeld bij post 29.43 en produkten bedoeld bij post 29.44, al dan niet in de staat van chemisch welbepaalde stof;
d) waterige oplossingen van de produkten bedoeld bij a), b) en c) hiervoor;
e) andere oplossingen van de bij a), b) en c) hiervoor bedoelde produkten, voor zover deze oplossingen gebruikelijke en noodzakelijke bereidingsvormen zijn, welke uitsluitend zijn gekozen om veiligheidsredenen of om de produkten geschikt te maken voor vervoer en voor zover de oplosmiddelen de produkten niet méér geschikt maken voor bijzondere toepassingen dan voor hun gebruik in het algemeen;
f) produkten bedoeld bij a), b), c), d) of e) hiervoor, waaraan een stabilisator is toegevoegd, nodig voor de houdbaarheid of voor het vervoer;
g) produkten bedoeld bij a), b), c), d), e) of f) hiervoor, waaraan een zelfstandigheid is toegevoegd om het verstuiven tegen te gaan of waaraan een kleurmiddel of een reukstof is toegevoegd om het onderkennen ervan te vergemakkelijken dan wel om veiligheidsredenen, voor zover deze toevoegingen de produkten niet méér geschikt maken voor bijzondere toepassingen dan voor hun gebruik in het algemeen;
h) de navolgende produkten, voor zover zij zijn versneden tot standaardconcentraties en bestemd zijn voor de vervaardiging van azokleurstoffen : diazoniumzouten, koppelmiddelen voor deze zouten, alsmede diazoteerbare aminen en zouten daarvan.
2. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) produkten bedoeld bij post 15.04, alsmede glycerine (post 15.11);
b) ethylalcohol (posten 22.08 en 22.09);
c) methaan en propaan (post 27.11);
d) de koolstofverbindingen, welke genoemd zijn in Aantekening 2 op Hoofdstuk 28;
e) ureum (post 31.02 of post 31.05);
f) kleurstoffen van plantaardige of van dierlijke oorsprong (post 32.04), synthetische organische kleurstoffen, synthetische organische produkten van de soorten, welke worden gebruikt als "lichtgevende verfstoffen", optische bleekmiddelen, welke zich aan de vezels hechten en natuurlijke indigo (post 32.05), alsmede verfmiddelen in vormen of in verpakkingen voor de verkoop in het klein (post 32.09);
g) enzymen (post 35.07);
h) metaldehyd, hexamethyleentetramine en dergelijke produkten in tabletten, in staafjes of in dergelijke vormen, welke wijzen op het gebruik daarvan als brandstof (post 36.08), alsmede vloeibare brandstof van de soort, welke wordt gebruikt in aanstekers, in verpakkingsmiddelen met een inhoudsruimte van niet meer dan 300 cm3 (post 36.08);
ij) preparaten en ladingen voor brandblusapparaten, alsmede brandblusbommen (post 38.17) en radeervloeistoffen in verpakkingen voor de verkoop in het klein (post 38.19);
k) optische elementen, bijvoorbeeld van ethyleendiaminetartraat (post 90.01).
3. Een produkt, dat kan worden ingedeeld onder twee of meer posten van dit Hoofdstuk, moet geacht worden te behoren tot de post, welke in de volgorde van nummering het laatst is geplaatst.
>PIC FILE= "T0037009"> 4. Tenzij uit de tekst van de onderverdelingen van de posten 29.03 tot en met 29.05, 29.07 tot en met 29.10, 29.12 tot en met 29.21, 29.22 en 29.23 anders blijkt, heeft elke vermelding van halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten ook betrekking op van deze derivaten nader afgeleide halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoverbindingen (sulfohalogeen-, nitrohalogeen-, nitrosulfo- en nitrosulfohalogeenderivaten, enz.).
De nitro- en nitrosogroepen worden niet aangemerkt als stikstofhoudende groepen in de zin van post 29.30.
5. a) Esters, waarvan alle componenten behoren tot een der posten van de onderdelen I tot en met VII van dit Hoofdstuk, worden ingedeeld onder de post, waartoe die component behoort, welke valt onder de in volgorde van nummering het laatst geplaatste post;
b) esters, waarvan de componenten enkel bestaan uit ethylalcohol of glycerine en uit organische verbindingen bedoeld bij een der posten van de onderdelen I tot en met VII van dit Hoofdstuk, worden ingedeeld onder de post waartoe laatstbedoelde verbindingen behoren;
c) zouten (en fenaten), waarvan de componenten enkel bestaan uit anorganische basen en de hiervoren onder a) of b) bedoelde esters, worden ingedeeld onder de post waartoe die esters behoren;
d) zouten (en fenaten), waarvan de componenten enkel bestaan uit anorganische basen en organische verbindingen met een zuurvormende groep of met een fenolische hydroxylgroep, welke tot een der posten van de onderdelen I tot en met VII van dit Hoofdstuk behoren en geen esters zijn, worden ingedeeld onder de post waartoe de organische component behoort;
e) carbonzuurhalogeniden worden ingedeeld onder de post waartoe de daarmee overeenkomende zuren behoren.
6. De verbindingen bedoeld bij de posten 29.31 tot en met 29.34 zijn organische verbindingen, waarin rechtstreekse bindingen tussen koolstof en andere chemische elementen voorkomen, zoals koolstofzwavel-, koolstofarseen-, koolstofkwik-, koolstofloodverbindingen, enz., rechtstreekse bindingen tussen koolstof en waterstof, zuurstof of stikstof hierbij niet medegerekend.
De posten 29.31 (organische zwavelverbindingen) en 29.34 (organische verbindingen van metalloïden of van metalen) omvatten geen verbindingen, waarin - afgezien van rechtstreekse bindingen tussen koolstof en koolstof, waterstof, zuurstof of stikstof - enkel rechtstreekse bindingen tussen koolstof en zwavel en/of halogenen voorkomen, welke aan deze verbindingen het karakter verlenen van sulfo- of halogeenderivaten.
7. Onder post 29.35 (heterocyclische verbindingen) worden niet ingedeeld verbindingen, welke in hun chemische structuur geen andere niet enkel uit koolstof opgebouwde ringen vertonen dan die, welke aan de verbindingen het karakter verlenen van inwendige ether, van inwendige hemiacetalen, van methyleenether van een orthodifenol, van alfa- of beta-epoxyde, van cyclisch acetaal, van cyclisch polymeer van een aldehyd, een thioaldehyd of een aldimine, van anhydride van een meerwaardig zuur, van cyclische esters van een meerwaardige alcohol met een meerwaardig zuur, van cyclisch ureïde, van cyclisch thioureïde of van imide van een meerwaardig zuur. Hexamethyleentetramine en trimethyleentrinitramine worden evenmin onder post 29.35 ingedeeld.
Aanvullende Aantekening
Derivaten van een chemische verbinding, welke in een postonderverdeling is genoemd of daaronder is begrepen, worden - voor zover niet anders is bepaald - ingedeeld onder de desbetreffende onderverdeling, tenzij deze onderverdeling behoort tot een reeks onderverdelingen van gelijke rangorde (bijvoorbeeld A, B, C, enz. of I, II, III, enz.), waarvan de laatste is aangeduid met het enkele woord "andere". Luidt de laatste van een reeks onderverdelingen van gelijke rangorde "andere", dan worden bedoelde derivaten daaronder ingedeeld.
>PIC FILE= "T0037010">
>PIC FILE= "T0037011">
>PIC FILE= "T0037012">
>PIC FILE= "T0037013">
>PIC FILE= "T0037014">
>PIC FILE= "T0037015">
>PIC FILE= "T0037016">
>PIC FILE= "T0037017">
>PIC FILE= "T0037018">
>PIC FILE= "T0037019">
>PIC FILE= "T0037020">
>PIC FILE= "T0037021">
>PIC FILE= "T0037022">
>PIC FILE= "T0037023">
>PIC FILE= "T0037024">
>PIC FILE= "T0037025">
>PIC FILE= "T0037026">
>PIC FILE= "T0037027">
>PIC FILE= "T0037028">
>PIC FILE= "T0037029">
>PIC FILE= "T0037030">
HOOFDSTUK 30 FARMACEUTISCHE PRODUKTEN
Aantekeningen
1. Onder geneesmiddelen in de zin van post 30.03 worden verstaan: a) produkten, welke met het oog op therapeutisch of profylactisch gebruik gemengd zijn;
b) onvermengde produkten, welke geschikt zijn voor hetzelfde gebruik en welke met het oog op dat gebruik hetzij zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij voorkomen in afgemeten hoeveelheden.
Bovenstaande bepalingen gelden niet ten aanzien van voedingsmiddelen en dranken (zoals dieetvoeding, veredelde voedingsmiddelen, voedingsmiddelen voor diabetici, opwekkende dranken en mineraalwater), noch ten aanzien van produkten bedoeld bij de posten 30.02 en 30.04.
Voor de toepassing van vorenstaande bepalingen en van Aantekening 3 d) op dit Hoofdstuk, worden aangemerkt: A. als onvermengde produkten: 1. onvermengde produkten opgelost in water;
2. alle produkten bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 28 of van Hoofdstuk 29;
3. enkelvoudige plantenextracten bedoeld bij post 13.03, welke alleen maar zijn getitreerd of opgelost in ongeacht welk oplosmiddel;
B. als vermengde produkten: 1. colloïdale oplossingen en suspensies (andere dan colloïdale zwavel);
2. plantenextracten, welke verkregen zijn door behandeling van mengsels van plantaardige stoffen ; en
3. zouten en concentraten, welke verkregen zijn door verdamping van natuurlijke mineraalwaters.
2. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) medicinaal gedistilleerd aromatisch water en medicinale oplossingen van etherische oliën in water (post 33.06);
b) tandreinigingsmiddelen van alle soorten, ook die met profylactische of therapeutische eigenschappen, welke onder post 33.06 worden ingedeeld;
c) zeep en andere produkten bedoeld bij post 34.01, waaraan medicinale zelfstandigheden zijn toegevoegd.
3. Onder post 30.05 worden uitsluitend ingedeeld: a) steriel catgut en andere steriele hechtmiddelen voor chirurgisch gebruik;
b) steriele laminaria;
c) steriele bloedstelpende artikelen, welke door het lichaam geresorbeerd worden, voor de chirurgie en voor de tandheelkunde;
d) röntgencontrastmiddelen, alsmede reageermiddelen voor het stellen van een diagnose (andere dan die bedoeld bij post 30.02), welke bestemd zijn om aan de patiënten zelf te worden toegediend en welke bestaan uit een onvermengd produkt in afgemeten hoeveelheden ofwel uit een mengsel van twee of meer produkten;
e) reagentia voor het bepalen van bloedgroepen of van bloedfactoren;
f) tandcement en andere produkten voor tandvulling;
g) tassen, dozen, trommels en dergelijke, gevuld met artikelen voor eerste hulp bij ongelukken.
>PIC FILE= "T0037031">
>PIC FILE= "T0037032">
>PIC FILE= "T0037033">
HOOFDSTUK 31 MESTSTOFFEN
Aantekeningen
1. Post 31.02 omvat uitsluitend de navolgende produkten, voor zover zij niet zijn opgemaakt op de in post 31.05 bedoelde wijze, te weten: A. 1. natriumnitraat met niet meer dan 16,3 gewichtspercenten stikstof;
2. ammoniumnitraat, ook indien zuiver;
3. ammoniumsulfonitraat, ook indien zuiver;
4. ammoniumsulfaat, ook indien zuiver;
5. calciumnitraat met niet meer dan 16 gewichtspercenten stikstof;
6. calciummagnesiumnitraat, ook indien zuiver;
7. calciumcyaanamide (kalkstikstof) met niet meer dan 25 gewichtspercenten stikstof, ook indien geïmpregneerd met olie;
8. ureum, ook indien zuiver;
B. meststoffen, welke bestaan uit mengsels van de onder A hiervoor genoemde produkten (de voor deze produkten vastgestelde gehaltebegrenzingen blijven in dit geval buiten beschouwing);
C. meststoffen, welke bestaan uit mengsels van ammoniumchloride of van onder A en B hiervoor genoemde produkten (de voor deze produkten vastgestelde gehaltebegrenzingen blijven eveneens buiten beschouwing) en krijt, gips of andere niet vruchtbaar makende anorganische stoffen;
D. vloeibare meststoffen, welke bestaan uit de produkten van de onderverdelingen A 2 of A 8 hiervoor of uit mengsels van deze produkten, opgelost in water of in ammoniakwater.
2. Post 31.03 omvat uitsluitend de navolgende produkten, voor zover zij niet zijn opgemaakt op de in post 31.05 bedoelde wijze, te weten: A. 1. fosfaatslakken;
2. gloeifosfaten (smeltfosfaten) en gebrand natuurlijk aluminiumcalciumfosfaat;
3. superfosfaat (gewoon, dubbel, tripel);
4. dicalciumfosfaat met ten minste 0,2 gewichtspercent fluor;
B. meststoffen, welke bestaan uit mengsels van de onder A hiervoor genoemde produkten (de voor deze produkten vastgestelde gehaltebegrenzingen blijven in dit geval buiten beschouwing);
C. meststoffen, welke bestaan uit mengsels van de onder A en B hiervoor genoemde produkten (de voor deze produkten vastgestelde gehaltebegrenzingen blijven eveneens buiten beschouwing) en krijt, gips of andere niet vruchtbaar makende anorganische stoffen.
3. Post 31.04 omvat uitsluitend de navolgende produkten, voor zover zij niet zijn opgemaakt op de in post 31.05 bedoelde wijze, te weten: A. 1. ruwe natuurlijke kalizouten (carnalliet, kaïniet, sylviniet en andere);
2. uit melassespoeling gewonnen potas;
3. kaliumchloride, ook indien zuiver, onder voorbehoud van de bepalingen van Aantekening 6 c);
4. kaliumsulfaat met een K2O-gehalte van niet meer dan 52 gewichtspercenten;
5. kaliummagnesiumsulfaat met een K2O-gehalte van niet meer dan 30 gewichtspercenten;
B. meststoffen, welke bestaan uit mengsels van de onder A hiervoor genoemde produkten (de voor deze produkten vastgestelde gehaltebegrenzingen blijven in dit geval buiten beschouwing).
>PIC FILE= "T0037034"> 4. Mono- en diammoniumorthofosfaten, ook indien zuiver, alsmede mengsels daarvan, worden ingedeeld onder post 31.05.
5. De in de Aantekeningen 1 A, 2 A, 3 A genoemde percentages hebben betrekking op het gewicht van het droge kristalwatervrije produkt.
6. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) dierlijk bloed bedoeld bij post 05.15;
b) geïsoleerde produkten van welbepaalde chemische samenstelling, andere dan die welke genoemd zijn in de Aantekeningen 1 A, 2 A, 3 A en 4 hiervoor;
c) gecultiveerde kristallen van kaliumchloride (geen optische elementen zijnde), wegende per stuk 2,5 g of meer (post 38.19) ; optische elementen van kaliumchloride (post 90.01).
>PIC FILE= "T0037035">
>PIC FILE= "T0037036">
>PIC FILE= "T0037037">
>PIC FILE= "T0037038">
HOOFDSTUK 32 LOOI- EN VERFEXTRACTEN ; LOOIZUUR (TANNINE) EN DERIVATEN DAARVAN ; KLEUR- EN VERFSTOFFEN, VERF EN VERNIS EN VERFMIDDELEN ; MASTIEK ; INKT
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen, met uitzondering van die, welke zijn begrepen onder post 32.04 of onder post 32.05, van anorganische stoffen van de soorten, welke worden gebruikt als lichtgevende stoffen of luminoforen (post 32.07) en van verfmiddelen in vormen of verpakkingen voor de verkoop in het klein (post 32.09);
b) tannaten en andere looizuurderivaten van de produkten bedoeld bij de posten 29.38 tot en met 29.42, 29.44 en 35.01 tot en met 35.04.
2. Mengsels van gestabiliseerde diazozouten en koppelmiddelen, bestemd voor de vervaardiging van azokleurstoffen, worden onder post 32.05 ingedeeld.
3. Onder de posten 32.05, 32.06 en 32.07 worden eveneens ingedeeld, preparaten van synthetische organische kleurstoffen (pigmentkleurstoffen daaronder begrepen), van verflakken of van andere verfstoffen, van de soorten welke worden gebruikt voor het in de specie kleuren van kunstmatige plastische stoffen, van rubber of van dergelijke stoffen of welke gebruikt worden als bestanddelen van preparaten voor het bedrukken van textiel. Daarentegen omvatten deze posten niet de onder post 32.09 in te delen bereide pigmenten.
4. Oplossingen van produkten bedoeld bij de posten 39.01 tot en met 39.06 (andere dan collodion) in vluchtige organische oplosmiddelen vallen onder post 32.09, indien zij meer dan 50 gewichtspercenten oplosmiddelen bevatten.
5. De in dit Hoofdstuk gebezigde uitdrukkingen "kleurstoffen" en "verfstoffen" omvatten niet produkten van de soorten, welke worden gebruikt als vulstof in olieverf, ook niet indien zij geschikt zouden zijn om als pigment voor waterverf (sausen) te dienen.
6. Met "stempelfoliën" in de zin van post 32.09 worden uitsluitend bedoeld foliën voor het stempelen van boekbanden, van lederwaren, van hoedbanden, enz. en welke bestaan uit: a) metaalpoeder (stuifpoeder), ook van edel metaal, of pigmenten, gebonden met lijm, met gelatine of met andere bindmiddelen;
b) metalen (edele metalen daaronder begrepen) of pigmenten, door elektrolyse, verstuiving of een dergelijke werkwijze aangebracht op een drager van papier, van kunstmatige plastische stof of van andere stoffen.
>PIC FILE= "T0037039">
>PIC FILE= "T0037040">
>PIC FILE= "T0037041">
>PIC FILE= "T0037042">
>PIC FILE= "T0037043">
>PIC FILE= "T0037044">
HOOFDSTUK 33 ETHERISCHE OLIËN EN HARSAROMA'S ; PARFUMERIEËN, TOILETARTIKELEN EN KOSMETISCHE PRODUKTEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) samengestelde alcoholische preparaten ("geconcentreerde extracten") voor het vervaardigen van dranken, bedoeld bij post 22.09;
b) zeep en andere produkten, bedoeld bij post 34.01;
c) terpentijnolie en andere produkten, bedoeld bij post 38.07.
2. Als "parfumerieën, toiletartikelen en kosmetische produkten" in de zin van post 33.06 worden onder meer aangemerkt: a) preparaten voor het neutraliseren van geuren in vertrekken (deodorantia), ook indien niet geparfumeerd;
b) al dan niet vermengde produkten (andere dan gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën), welke geschikt zijn om als parfumerieën, toiletartikelen, kosmetische produkten of deodorantia te worden gebruikt, mits zij met het oog op dit gebruik opgemaakt zijn voor de verkoop in het klein.
>PIC FILE= "T0037045">
>PIC FILE= "T0037046">
>PIC FILE= "T0037047">
>PIC FILE= "T0037048">
HOOFDSTUK 34 ZEEP, ORGANISCHE TENSIO-ACTIEVE PRODUKTEN, WASMIDDELEN, SMEERMIDDELEN, KUNSTWAS, BEREIDE WAS, POETS- EN ONDERHOUDSMIDDELEN, KAARSEN EN DERGELIJKE ARTIKELEN, MODELLEERPASTA'S EN TANDTECHNISCHE WASPREPARATEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen;
b) tandpasta, scheercrème en shampoo, ook indien zeep of tensio-actieve stoffen bevattende (post 33.06).
2. Post 34.01 heeft uitsluitend betrekking op zeep, welke oplosbaar is in water. Zeep en andere onder post 34.01 in te delen produkten mogen toegevoegde zelfstandigheden bevatten (bijvoorbeeld ontsmettingsmiddelen, schuurmiddelen, vulstoffen en medicinale produkten). Indien schuurmiddelen zijn toegevoegd is post 34.01 echter alleen van toepassing op produkten in de vorm van staven, gestempelde stukken, gestempelde fantasievormen of broden. In andere vormen worden de produkten aangemerkt als schuurpasta's, schuurpoeders en dergelijke preparaten, bedoeld bij post 34.05.
3. Met de in post 34.03 genoemde "aardoliën en oliën verkregen uit bitumineuze mineralen" worden bedoeld de produkten, welke zijn omschreven in Aantekening 3 op Hoofdstuk 27.
4. Als "bereide was, niet geëmulgeerd en zonder oplosmiddelen", genoemd in post 34.04, worden uitsluitend aangemerkt: A. onderling gemengde dierlijke wassoorten, onderling gemengde plantaardige wassoorten, onderling gemengde kunstwassoorten;
B. onderling gemengde wassoorten (dierlijke, plantaardige, minerale, kunstmatige) en mengsels van paraffine en dierlijke, plantaardige of kunstmatige wassoorten;
C. wasachtige mengsels, welke behalve was of paraffine, bovendien vetten, harsen, minerale of andere stoffen bevatten, mits bedoelde mengsels niet geëmulgeerd zijn en geen oplosmiddelen bevatten.
Post 34.04 omvat daarentegen niet: a) wassoorten bedoeld bij post 27.13;
b) onvermengde dierlijke wassoorten en onvermengde plantaardige wassoorten, ook indien enkel gekleurd.
>PIC FILE= "T0037049">
>PIC FILE= "T0037050">
>PIC FILE= "T0037051">
>PIC FILE= "T0037052">
HOOFDSTUK 35 EIWITSTOFFEN ; LIJM ; ENZYMEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) gist (post 21.06);
b) geneesmiddelen (post 30.03);
c) enzympreparaten voor de looierij (post 32.03);
d) enzympreparaten voor het inweken of voor het wassen en andere produkten bedoeld bij Hoofdstuk 34;
e) produkten van de grafische industrie, op gelatine (Hoofdstuk 49).
2. Voor de toepassing van post 35.05 worden onder "dextrine" verstaan afbraakprodukten van zetmeel met een gehalte, berekend op de droge stof, aan reducerende suikers, uitgedrukt als dextrose, van niet meer dan 10 %.
Indien de desbetreffende produkten een hoger gehalte aan reducerende suikers hebben, worden zij onder post 17.02 ingedeeld.
>PIC FILE= "T0037053">
>PIC FILE= "T0037054">
>PIC FILE= "T0037055">
>PIC FILE= "T0037056">
HOOFDSTUK 36 KRUIT EN SPRINGSTOFFEN ; PYROTECHNISCHE ARTIKELEN ; LUCIFERS ; VONKENDE LEGERINGEN ; ONTVLAMBARE STOFFEN
Aantekeningen
1. Behoudens het bepaalde in Aantekening 2, letters a) en b) hierna, omvat dit Hoofdstuk geen geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen.
2. Als "artikelen uit ontvlambare stoffen" in de zin van post 36.08 worden uitsluitend aangemerkt: a) metaldehyd, hexamethyleentetramine en dergelijke produkten, in tabletten, in staafjes of in dergelijke vormen, welke wijzen op het gebruik daarvan als brandstof en voorts alcoholhoudende brandstoffen en andere dergelijke bereide brandstoffen, in vaste vorm of in pasta;
b) vloeibare brandstof (benzine, enz.) van de soort, welke wordt gebruikt in aanstekers, in verpakkingsmiddelen met een inhoudsruimte van niet meer dan 300 cm3;
c) harstoortsen en harsfakkels, vuurmakers en dergelijke.
>PIC FILE= "T0037057">
>PIC FILE= "T0037058">
HOOFDSTUK 37 PRODUKTEN VOOR FOTOGRAFIE EN CINEMATOGRAFIE
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat geen afvallen of resten van goederen.
2. Post 37.08 omvat uitsluitend: a) chemische produkten, welke met het oog op het gebruik voor de fotografie zijn gemengd, zoals ontwikkelmiddelen, fixeermiddelen, kleurmiddelen, emulsies, enz.;
b) onvermengde produkten, welke voor hetzelfde gebruik dienen en welke met het oog op dat gebruik, hetzij zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij voorkomen in afgemeten hoeveelheden.
Van post 37.08 zijn uitgezonderd : vernis, lijm en dergelijke bereidingen, welke naar hun aard worden ingedeeld.
Aanvullende Aantekeningen
1. Bijeenbehorende films, op één waarvan enkel geluid is vastgelegd, terwijl op de andere enkel beelden zijn vastgelegd, worden niet te zamen, doch afzonderlijk naar hun aard ingedeeld.
2. Voor de toepassing van post 37.07 B II a) worden onder filmjournaals verstaan, films met een lengte van minder dan 330 m, welke betrekking hebben op actualiteiten van politieke, sportieve, militaire, wetenschappelijke, literaire, folkloristische, toeristische, mondaine of dergelijke aard.
>PIC FILE= "T0037059">
>PIC FILE= "T0037060">
>PIC FILE= "T0037061">
>PIC FILE= "T0037062">
>PIC FILE= "T0037063">
HOOFDSTUK 38 DIVERSE PRODUKTEN VAN DE CHEMISCHE INDUSTRIE
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen andere dan de hierna genoemde: 1. kunstmatig grafiet (post 38.01);
2. ontsmettingsmiddelen, insektendodende middelen, schimmelwerende middelen, rattenbestrijdingsmiddelen, onkruidbestrijdingsmiddelen, middelen om het kiemen tegen te gaan, middelen om de plantengroei te regelen en dergelijke produkten, opgemaakt in de in post 38.11 omschreven vormen of verpakkingen;
3. brandblusmiddelen in de vorm van ladingen voor brandblusapparaten of in de vorm van brandblusbommen (post 38.17);
4. in de Aantekening 2, letters a), c), d) en f), hierna bedoelde produkten;
b) mengsels van chemicaliën en voedingsstoffen, van de soort welke gebruikt wordt bij de bereiding van produkten voor menselijke consumptie (in het algemeen post 21.07);
c) geneesmiddelen (post 30.03).
2. Post 38.19 omvat de navolgende goederen, welke niet onder een andere post van het Tarief mogen worden ingedeeld, te weten: a) gecultiveerde kristallen (andere dan optische elementen), wegende per stuk 2,5 g of meer, van magnesiumoxyde of van alkalimetaalhalogeniden of van aardalkalimetaalhalogeniden;
b) foezelolie;
c) radeervloeistoffen in verpakkingen voor de verkoop in het klein;
d) produkten voor het corrigeren van stencils, in verpakkingen voor de verkoop in het klein;
e) Segerkegels en dergelijke artikelen;
f) tandtechnisch gips;
g) chemische elementen bedoeld bij Hoofdstuk 28, zoals silicium en seleen (selenium), gedoopt met het oog op hun gebruik voor elektronische doeleinden, in de vorm van schijven, plaatjes of dergelijke, ook indien gepolijst en ook indien bedekt met een gelijkvormige epitaxiale laag.
>PIC FILE= "T0037064">
>PIC FILE= "T0037065">
>PIC FILE= "T0037066">
>PIC FILE= "T0037067">
>PIC FILE= "T0037068">
>PIC FILE= "T0037069">
AFDELING VII KUNSTMATIGE PLASTISCHE STOFFEN, ETHERS EN ESTERS VAN CELLULOSE, KUNSTHARSEN EN WERKEN DAARVAN ; RUBBER (NATUURLIJKE EN SYNTHETISCHE RUBBER EN FACTIS) EN WERKEN DAARVAN
Aantekening
Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen, die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze Afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een produkt bedoeld bij Afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dat produkt, mits: a) duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;
b) zij gelijktijdig worden aangeboden;
c) onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.
HOOFDSTUK 39 KUNSTMATIGE PLASTISCHE STOFFEN, ETHERS EN ESTERS VAN CELLULOSE, KUNSTHARSEN EN WERKEN DAARVAN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) stempelfoliën bedoeld bij post 32.09;
b) kunstwas (post 34.04);
c) synthetische rubber, omschreven in Hoofdstuk 40, alsmede werken daarvan;
d) zadel- en tuigmakerswerk (post 42.01), marokijnwerk, foedraalwerk, reisartikelen en andere artikelen bedoeld bij post 42.02;
e) vlechtwerk en mandenmakerswerk bedoeld bij Hoofdstuk 46;
f) de onder Afdeling XI in te delen goederen (textielstoffen en textielwaren);
g) schoeisel en delen daarvan, hoofddeksels en delen daarvan, paraplu's, parasols, wandelstokken, zwepen, rijzwepen en delen daarvan en andere artikelen bedoeld bij een der posten van Afdeling XII;
h) fancybijouterieën bedoeld bij post 71.16;
ij) artikelen (machines en toestellen, elektrotechnisch materieel) bedoeld bij een der posten van Afdeling XVI;
k) delen en onderdelen, van vervoermaterieel bedoeld bij een der posten van Afdeling XVII;
l) optische elementen van kunstmatige plastische stoffen, brilmonturen, tekeninstrumenten en andere artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 90;
m) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 91, bijvoorbeeld horlogekasten en kasten en kastjes, voor klokken en voor pendules;
n) muziekinstrumenten en delen daarvan en andere artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 92;
o) meubelen en andere artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 94;
p) borstelwerk en andere artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 96;
q) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97 (speelgoed, spellen en sportartikelen, enz.) ;
>PIC FILE= "T0037070"> r) knopen, treksluitingen, penhouders, vulpotloden, alsmede delen daarvan ; mondstukken en stelen voor pijpen, voor sigarettepijpjes, enz. ; kammen ; delen van thermisch isolerende flessen of van andere thermisch isolerende bergingsmiddelen en andere artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 98.
2. Onder de posten 39.01 en 39.02 worden alleen produkten ingedeeld, welke langs chemisch-synthetische weg zijn verkregen en welke beantwoorden aan de navolgende omschrijvingen: a) kunstmatige plastische stoffen, kunstharsen daaronder begrepen;
b) siliconen;
c) resolen, vloeibaar polyisobutyleen en dergelijke kunstmatige polymerisatieprodukten en polycondensatieprodukten.
3. Onder de posten 39.01 tot en met 39.06 worden alleen produkten ingedeeld, welke voorkomen in de vorm van: a) vloeistoffen of pasta's (emulsies, dispersies en oplossingen daaronder begrepen);
b) blokken, stukken, klonters, niet samenhangende massa's, korrels, vlokken, poeder (vormpoeder daaronder begrepen);
c) monofil, waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede meer dan 1 mm bedraagt ; naadloze buizen, biezen, staven en profielen, ook indien aan het oppervlak bewerkt, doch welke geen andere bewerking hebben ondergaan;
d) platen, vellen, foliën, stroken en strippen (andere dan die, welke volgens Aantekening 4 op Hoofdstuk 51 onder post 51.02 moeten worden ingedeeld), ook indien bedrukt of op andere wijze aan het oppervlak bewerkt, niet versneden of enkel vierkant of rechthoekig versneden (ook indien ze door dit versnijden het karakter van gebruiksklare artikelen hebben verkregen);
e) afval en resten van werken.
Aanvullende Aantekening
Onder onderverdeling C 1 van post 39.02 wordt eveneens ingedeeld polyethyleen dat door kleine hoeveelheden andere olefinen in geringe mate is gewijzigd.
>PIC FILE= "T0037071">
>PIC FILE= "T0037072">
>PIC FILE= "T0037073">
>PIC FILE= "T0037074">
>PIC FILE= "T0037075">
>PIC FILE= "T0037076">
>PIC FILE= "T0037077">
>PIC FILE= "T0037078">
>PIC FILE= "T0037079">
>PIC FILE= "T0037080">
HOOFDSTUK 40 RUBBER (NATUURLIJKE EN SYNTHETISCHE RUBBER EN FACTIS) EN WERKEN VAN RUBBER
Aantekeningen
1. Voor zover niet anders is bepaald, wordt in alle Afdelingen van het Tarief onder "rubber" verstaan, de volgende, al dan niet gevulcaniseerde of geharde produkten : natuurlijke rubber, balata, gutta-percha, soortgelijke natuurlijke gommen, synthetische rubber en uit oliën vervaardigde factis, alsmede de regeneratieprodukten van die stoffen.
2. Dit Hoofstuk omvat niet de hierna genoemde, uit rubber en textielstoffen samengestelde artikelen, welke in het algemeen onder een der posten van Afdeling XI worden ingedeeld: a) elastisch of gegummeerd brei- of haakwerk, ook indien aan het stuk (met uitzondering van drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden van gegummeerd brei- of haakwerk, bedoeld bij post 40.10), alsmede elastische weefsels en artikelen daarvan;
b) brandslangen en dergelijke slangen van textielstoffen, aan de binnenzijde voorzien van een deklaag van rubber of met een binnenvoering van rubber (post 59.15);
c) andere weefsels, geïmpregneerd met rubber, met een deklaag van rubber of met inlagen van rubber (met uitzondering van de goederen bedoeld bij post 40.10): - met een gewicht van niet meer dan 1 500 g per vierkante meter of
- met een gewicht van meer dan 1 500 g per vierkante meter en meer dan 50 gewichtspercenten textielstoffen bevattende,
alsmede de uit bovengenoemde stoffen vervaardigde artikelen;
d) vilt, geïmpregneerd met rubber of met een deklaag van rubber, met meer dan 50 gewichtspercenten textielstoffen, alsmede de daaruit vervaardigde artikelen;
e) "gebonden textielvlies", bestaande uit een vlies van textielvezels of -garens, geïmpregneerd met rubber of met een deklaag van rubber of waarin rubber als bindmiddel is gebezigd, ongeacht het gewicht per vierkante meter, alsmede de daaruit vervaardigde artikelen;
f) canvas, samengesteld uit parallel gelegde textielgarens, gebonden met rubber, ongeacht het gewicht per vierkante meter, alsmede de daaruit vervaardigde artikelen.
Vellen, platen of strippen van geëxpandeerde rubber, van schuimrubber of van sponsrubber, verbonden met weefsel, met vilt, met gebonden textielvlies of met andere textielstoffen, alsmede de uit deze vellen, platen of strippen vervaardigde artikelen, worden evenwel onder dit Hoofdstuk ingedeeld, indien de textielstoffen enkel dienen als drager of als versterking.
3. Van dit Hoofdstuk zijn eveneens uitgezonderd: a) schoeisel en delen daarvan, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 64;
b) hoofddeksels en delen daarvan, badmutsen daaronder begrepen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 65;
c) delen en onderdelen van mechanische of van elektrische machines, toestellen en apparaten, alsmede artikelen en delen daarvan, voor elektrotechnisch gebruik, van geharde rubber, bedoeld bij een der posten van Afdeling XVI;
d) artikelen bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 90, 92, 94 en 96;
e) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97, andere dan sporthandschoenen en andere dan de artikelen bedoeld bij post 40.11;
f) knopen, penhouders, pijpestelen, kammen en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 98.
4. Onder "synthetische rubber" bedoeld bij Aantekening 1 op dit Hoofdstuk en bij de posten 40.02, 40.05 en 40.06, worden verstaan: a) onverzadigde synthetische stoffen, welke door vulcanisatie met zwavel kunnen worden omgezet - volgens een niet omkeerbaar proces - in niet thermoplastische produkten en welke, nadat het vulcanisatieproces zover als doenlijk is doorgezet (zonder toevoeging van andere stoffen, zoals plastificeermiddelen (weekmakers) en neutrale of actieve vulstoffen, welke niet nodig zijn voor de dwarsbinding), niet afbreken, indien zij, bij een temperatuur tussen 18 en 29 °C, uitgerekt worden tot driemaal hun aanvankelijke lengte en welke, na te zijn uitgerekt tot tweemaal hun aanvankelijke lengte, binnen vijf minuten weer krimpen tot een lengte, niet groter dan anderhalf maal hun aanvankelijke lengte.
Hiertoe behoren onder meer "cis"-polyisopreen (IR), polybutadieen (BR), polychlorobutadieen (CR), polybutadieenstyreen (SBR), polychlorobutadieen-acrylonitriel (NCR), polybutadieen-acrylonitriel (NBR) en butylrubber (IIR);
b) thioplasten (TM);
c) natuurlijke rubber gewijzigd door enting of vermenging met kunstmatige plastische stoffen, gedepolymeriseerde natuurlijke rubber en mengsels van onverzadigde synthetische stoffen met verzadigde synthetische hoge polymeren, een en ander voor zover deze produkten voldoen aan de eisen, welke onder letter a) hiervoor zijn gesteld met betrekking tot vulcanisatie, elasticiteit en vormhernemende eigenschap.
5. De posten 40.01 en 40.02 omvatten niet: a) latex van natuurlijke of van synthetische rubber (ook indien voorgevulcaniseerd) waaraan vulcanisatiemiddelen, vulcanisatieversnellers, neutrale of actieve vulstoffen, plastificeermiddelen (weekmakers), kleurstoffen (andere dan die welke enkel bestemd zijn om de verschillende soorten gemakkelijk te kunnen onderkennen) of andere stoffen zijn toegevoegd ; enkel gestabiliseerde of enkel geconcentreerde latex, alsmede hittegevoelige latex en positieve latex blijven evenwel, al naar hun aard, onder de posten 40.01 of 40.02 ingedeeld;
b) rubber waaraan, vóór de coagulatie, carbonblack en dergelijk zwartsel (ook indien met minerale oliën) of siliciumdioxyde (ook indien met minerale oliën) is toegevoegd, alsmede rubber waaraan, na de coagulatie, andere stoffen zijn toegevoegd;
c) mengsels van twee of meer produkten, bedoeld bij Aantekening 1 op Hoofdstuk 40, waaraan al dan niet andere stoffen zijn toegevoegd.
6. Niet overtrokken, gevulcaniseerd rubberdraad, ongeacht het profiel, waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede meer bedraagt dan 5 mm, wordt onder post 40.08 ingedeeld.
7. Onder post 40.10 worden ingedeeld : drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden van weefsel, geïmpregneerd met rubber, voorzien van een deklaag van rubber of met inlagen van rubber ; drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden, vervaardigd uit textielgaren of uit textielkoord, geïmpregneerd of bedekt met rubber.
8. Voor de toepassing van post 40.06 wordt voorgevulcaniseerde latex gelijkgesteld met niet gevulcaniseerde latex.
Voor de toepassing van de posten 40.07 tot en met 40.14 worden met gevulcaniseerde rubber gelijkgesteld : balata, gutta-percha, soortgelijke natuurlijke gommen, uit oliën verkregen factis en de regeneratieprodukten van die stoffen, ook indien zij niet zijn gevulcaniseerd.
9. Onder "platen, vellen en strippen", bedoeld bij de posten 40.05, 40.08 en 40.15, worden uitsluitend verstaan platen, vellen en strippen, welke niet zijn versneden of welke enkel vierkant of rechthoekig zijn gesneden (ook indien zij daardoor het karakter van afgewerkte artikelen hebben verkregen), doch welke geen verdere bewerking hebben ondergaan dan een eenvoudige bewerking aan het oppervlak (bedrukken of anderszins).
De profielen, staven en buizen, bedoeld bij de posten 40.08 en 40.15 mogen op lengte zijn gesneden, maar mogen geen andere bewerking hebben ondergaan dan een bewerking aan het oppervlak.
>PIC FILE= "T0037081">
>PIC FILE= "T0037082">
>PIC FILE= "T0037083">
>PIC FILE= "T0037084">
>PIC FILE= "T0037085">
>PIC FILE= "T0037086"> AFDELING VIII HUIDEN, VELLEN, LEDER EN PELTERIJEN, LEDERWAREN EN BONTWERK ; ZADEL- EN TUIGMAKERSWERK ; REISARTIKELEN, DAMESHANDTASSEN EN DERGELIJKE BERGINGSMIDDELEN ; WERKEN VAN DARMEN
HOOFDSTUK 41 HUIDEN, VELLEN EN LEDER
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) snippers en dergelijk afval van ongelooide huiden (post 05.05 of post 05.15);
b) met veren of met dons bezette vogelhuiden en delen daarvan, bedoeld bij post 05.07 of bij post 67.01;
c) niet onthaarde, ongelooide, gelooide of anderszins bereide huiden en vellen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 43. Tot post 41.01 behoren evenwel : niet onthaarde, ongelooide huiden van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden en van paardachtigen, van schapen en van lammeren (met uitzondering van de Astrakan- of Karakoelsoorten - Persianer, Breitschwanz en dergelijke - en van de Indische, Chinese, Mongoolse en Tibetaanse lammeren), van geiten (met uitzondering van zogenaamde Yemengeiten, Mongoolse geiten en Tibetaanse geiten), van varkens (muskuszwijnen daaronder begrepen), van gemzen, van gazellen, van rendieren, van elanden, van herten, van reeën en van honden.
2. In alle Afdelingen van het Tarief slaat het woord "kunstleder" op de onder post 41.10 in te delen stoffen.
>PIC FILE= "T0037087">
>PIC FILE= "T0037088">
>PIC FILE= "T0037089">
>PIC FILE= "T0037090">
>PIC FILE= "T0037091">
HOOFDSTUK 42 LEDERWAREN ; ZADEL- EN TUIGMAKERSWERK ; REISARTIKELEN, DAMESHANDTASSEN EN DERGELIJKE BERGINGSMIDDELEN ; WERKEN VAN DARMEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) steriel catgut en andere steriele hechtmiddelen voor chirurgisch gebruik (post 30.05);
b) kleding en kledingtoebehoren (andere dan handschoenen), van leder, gevoerd met echt bont of met namaakbont, of waarop, aan de buitenzijde, delen van echt bont of van namaakbont zijn aangebracht, indien bedoelde delen meer betekenen dan een eenvoudige garnering (posten 43.03 en 43.04);
c) boodschappennetten en dergelijke artikelen van filetweefsel, bedoeld bij een der posten van Afdeling XI;
d) werken bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 64;
e) hoofddeksels en delen daarvan, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 65;
f) zwepen, rijzwepen en andere artikelen, bedoeld bij post 66.02;
g) snaren voor muziekinstrumenten, vellen voor trommels en voor andere muziekinstrumenten en andere delen van muziekinstrumenten (post 92.10);
h) meubelen en delen daarvan (Hoofdstuk 94);
ij) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97 (speelgoed, spellen, sportartikelen, enz.);
k) knopen, manchetknopen, enz., bedoeld bij post 98.01 of bij een der posten van Hoofdstuk 71.
2. Handschoenen (sporthandschoenen en werkhandschoenen daaronder begrepen), voorschoten en andere uitrustingsstukken voor individuele bescherming, ongeacht voor welk ambacht of voor welk bedrijf, alsmede bretels, gordels, koppelriemen, draagbanden, horlogebandjes, polsgewrichtsbanden, van leder of van kunstleder, worden ingedeeld onder post 42.03.
>PIC FILE= "T0037092">
>PIC FILE= "T0037093">
>PIC FILE= "T0037094">
>PIC FILE= "T0037095">
HOOFDSTUK 43 PELTERIJEN EN BONTWERK ; NAMAAKBONT
Aantekeningen
1. Afgezien van de pelterijen bedoeld bij post 43.01, moet in alle Afdelingen van het Tarief onder "bont (pelterijen)" worden verstaan, de niet onthaarde, gelooide of anderszins bereide huiden en vellen van alle dieren.
2. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) met veren of met dons bezette vogelhuiden en delen daarvan, bedoeld bij post 05.07 of bij post 67.01;
b) niet onthaarde huiden en vellen van de soorten, welke op grond van Aantekening 1 c) op Hoofdstuk 41 onder een der posten van dat Hoofdstuk worden ingedeeld;
c) handschoenen, waaraan naast leder ook echt bont of namaakbont is verwerkt (post 42.03);
d) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 64;
e) hoofddeksels en delen daarvan, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 65;
f) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97 (speelgoed, spellen, sportartikelen, enz.).
3. Als "banen, zakken, vierkanten, kruisen en dergelijke vormen" worden voor de toepassing van post 43.02 aangemerkt, de zonder toevoeging van andere materialen tot vierkanten, rechthoeken, kruisen of trapeziums aaneengenaaide vellen en delen van vellen (met uitzondering van de uitgelaten vellen). Daarentegen worden andere samenvoegingen, welke als zodanig of na eenvoudig versnijden kunnen worden gebruikt, alsmede vellen en delen daarvan welke tot kledingstukken, tot delen van kledingstukken of tot toebehoren van kleding of van andere artikelen aaneengenaaid zijn, onder post 43.03 ingedeeld.
4. Onder post 43.03 of 43.04 worden ingedeeld, kleding en kledingtoebehoren van alle soorten (andere dan die welke volgens Aantekening 2 op dit Hoofdstuk zijn uitgezonderd), gevoerd met echt bont of met namaakbont, of waarop, aan de buitenzijde, bont of namaakbont is aangebracht, indien bedoelde delen meer betekenen dan een eenvoudige garnering.
5. Als "namaakbont" in de zin van post 43.04 worden aangemerkt, imitaties van bont, welke zijn verkregen door het oplijmen of het opnaaien van wol, van haar of van andere vezels op leder, op weefsels, enz. Als namaakbont worden niet aangemerkt geweven imitaties van bont, welke moeten worden ingedeeld onder de textielwaren (fluweel, pluche, lussenweefsel, enz.).
>PIC FILE= "T0037096">
>PIC FILE= "T0037097">
AFDELING IX HOUT, HOUTSKOOL EN HOUTWAREN ; KURK EN KURKWAREN ; VLECHTWERK EN MANDENMAKERSWERK
HOOFDSTUK 44 HOUT, HOUTSKOOL EN HOUTWAREN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) hout, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt in de reukwerkindustrie, in de geneeskunde of voor insekten- of parasietenbestrijding of voor dergelijke doeleinden (post 12.07);
b) hout, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het verven of voor het looien (post 14.05);
c) actieve kool (post 38.03);
d) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 46;
e) schoeisel en delen daarvan, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 64;
f) wandelstokken en delen van wandelstokken, van paraplu's, van parasols en van zwepen (Hoofdstuk 66);
g) werken bedoeld bij post 68.09;
h) fancybijouterieën bedoeld bij post 71.16;
ij) artikelen bedoeld bij een der posten van Afdeling XVII, onder meer wagenmakerswerk;
k) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 91, onder meer kasten en kastjes, voor klokken en pendules;
l) muziekinstrumenten en delen daarvan (Hoofdstuk 92);
m) delen en onderdelen, van wapens (post 93.06);
n) meubelen en delen daarvan (Hoofdstuk 94);
o) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97 (speelgoed, spellen, sportartikelen, enz.);
p) pijpen en delen daarvan en dergelijke artikelen, knopen, potloden en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 98.
2. Als "verbeterd hout" worden, voor de toepassing van dit Hoofdstuk, aangemerkt massief hout en opeengelijmd hout, welke een zodanige chemische of fysische behandeling hebben ondergaan - verder gaande dan nodig is om de samenhang te verzekeren - dat deze een beduidende verhoging van de dichtheid en van de hardheid en een groter weerstandsvermogen tegen mechanische, chemische of elektrische invloeden heeft teweeggebracht.
3. Voor de toepassing van de posten 44.19 tot en met 44.28 worden artikelen van vezelplaat, van duplex-, triplex- of multiplexhout, van met fineer bekleed hout, van holle panelen, van verbeterd hout of van kunsthout, gelijkgesteld met de daarmede overeenkomende artikelen van hout.
4. Gereedschap van hout, met toebehoren van metaal, valt onder post 44.25, tenzij dit toebehoren het snijdende of het werkzame deel van dat gereedschap is.
Aanvullende Aantekening
Als houtmeel, bedoeld bij post 44.12, wordt aangemerkt hout in poedervorm, hetwelk bij gebruik van een controlezeef met een maaswijdte van 0,63 mm hoogstens 8 gewichtspercenten achterblijvende deeltjes bevat.
>PIC FILE= "T0037098">
>PIC FILE= "T0037099">
>PIC FILE= "T0037100">
>PIC FILE= "T0037101">
>PIC FILE= "T0037102">
>PIC FILE= "T0037103">
>PIC FILE= "T0037104">
HOOFDSTUK 45 KURK EN KURKWAREN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) schoeisel en delen daarvan, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 64;
b) hoofddeksels en delen daarvan, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 65;
c) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97 (speelgoed, spellen, sportartikelen, enz.).
2. Natuurkurk, enkel kantrecht gemaakt of enkel ontdaan van de buitenste laag, valt onder post 45.02.
>PIC FILE= "T0037105">
>PIC FILE= "T0037106">
HOOFDSTUK 46 VLECHTWERK EN MANDENMAKERSWERK
Aantekeningen
1. Als "vlechtstoffen" worden onder meer aangemerkt : stro, teen, wilgenrijs, bamboe, bies, riet, houtrepen, stroken van plantaardig materiaal, bast, niet gesponnen natuurlijke textielvezels, monofil, strippen en artikelen van dergelijke vorm, van kunstmatige plastische stoffen, strippen van papier, echter niet : leder of kunstleder in repen, viltstroken, mensenhaar, paardehaar (crin), voorgesponnen of gesponnen textielmateriaal (lonten, garens, enz.), monofil, strippen en artikelen van dergelijke vorm, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 51.
2. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) bindgaren, touw en kabels, ook indien gevlochten (post 59.04);
b) schoeisel, hoofddeksels en delen daarvan, bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 64 en 65;
c) vervoermiddelen en bakken daarvoor, uit mandenmakerswerk (Hoofdstuk 87);
d) meubelen en delen daarvan (Hoofdstuk 94).
3. Als "samengebonden vlechtstoffen" in de zin van post 46.02 worden aangemerkt, naast elkaar geplaatste en in de vorm van banen aaneengebonden vlechtstoffen, ook indien textielgaren als bindmateriaal is gebezigd.
>PIC FILE= "T0037107">
>PIC FILE= "T0037108">
>PIC FILE= "T0037109"> AFDELING X STOFFEN VOOR HET VERVAARDIGEN VAN PAPIER ; PAPIER EN PAPIERWAREN
HOOFDSTUK 47 STOFFEN VOOR HET VERVAARDIGEN VAN PAPIER
>PIC FILE= "T0037110">
>PIC FILE= "T0037111">
HOOFDSTUK 48 PAPIER EN KARTON ; CELLULOSE-, PAPIER- EN KARTONWAREN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) stempelfoliën bedoeld bij post 32.09;
b) papier, geïmpregneerd met parfums (zoals reukplaatjes) en papier met een laag kosmetische middelen (post 33.06);
c) papier, geïmpregneerd of bedekt met zeep (post 34.01) ; papier, geïmpregneerd of bedekt met tensio-actieve produkten of bereidingen (post 34.02) ; poetsmiddelen, polijstmiddelen, schuurpasta's en dergelijke preparaten op een drager van cellulosewatten (post 34.05);
d) lichtgevoelig papier of karton (post 37.03);
e) gelaagde kunstmatige plastische stoffen, met inlagen van papier of van karton (posten 39.01 tot en met 39.06 vulcanfiber (post 39.03), alsmede werken daarvan (post 39.07);
f) artikelen (reisartikelen, enz.) bedoeld bij post 42.02;
g) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 46 (vlechtwerk en mandenmakerswerk);
h) papiergarens en textielwaren daarvan (Afdeling XI);
ij) schuur-, slijp- en polijstmiddelen, op een onderlaag van papier of van karton (post 68.06) en mica bevestigd op papier of op karton (post 68.15) ; papier bedekt met micapoeder valt daarentegen onder post 48.07;
k) bladmetaal, bevestigd op een drager van papier of van karton (Afdeling XV);
l) geperforeerd papier of karton voor muziekinstrumenten (post 92.10);
m) artikelen bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 97 (spellen, speelgoed, enz.) en 98 (diverse werken, zoal, knopen, enz.).
2. Behoudens het bepaalde bij Aantekening 3 worden onder post 48.01 ingedeeld papier en karton, welke door kalanderen op anderzins zijn gladgemaakt, gesatineerd, gelustreerd, geglansd, gepolijst of op een dergelijke wijze zijn afgewerkt, dan wel van een onecht watermerk zijn voorzien en voorts papier en karton, welke in de specie (anders dan aan het oppervlak) zijn gekleurd of gemarmerd, ongeacht de toegepaste werkwijze. Papier en karton, welke na de vervaardiging nog een bewerking hebben ondergaan (gestreken, geïmpregneerd, enz.), worden daarentegen niet onder deze post ingedeeld.
3. Papier en karton, welke onder meer dan een der posten 48.01 tot en met 48.07 kunnen worden ingedeeld, worden ingedeeld onder de post, welke in de volgorde van nummering het laatst geplaatst is.
4. Onder de posten 48.01 tot en met 48.07 vallen niet papier, karton en cellulosewatten: a) in stroken of op rollen van niet meer dan 15 cm breedte;
b) in vierkante of rechthoekige bladen, voor zover de lengte van geen der (eventueel ontvouwde) zijden meer is dan 36 cm;
c) in andere dan vierkante of rechthoekige vorm.
Behoudens het bepaalde in Aantekening 3 blijft handgeschept papier ingedeeld onder post 48.01, indien het nog de vorm en het formaat heeft, waarin het wordt geschept - ongeacht die vorm en ongeacht dat formaat - d.w.z. indien het nog allen schepranden vertoont.
5. Als "behangselpapier" en "lincrusta", in de zin van post 48.11, worden aangemerkt: a) papier op rollen, geschikt voor het bekleden van muren of van plafonds, dat: - hetzij één of twee al dan niet door een stippellijn of door andere merktekens aangegeven zelfkanten heeft;
- hetzij, indien het geen zelfkanten heeft, aan het oppervlak is gekleurd, gestreken of bedrukt dan wel fluweelachtig is of reliëftekeningen vertoont, voor zover dit papier tevens niet breder is dan 60 cm;
>PIC FILE= "T0037112"> b) randen of boorden, friezen en hoekversieringen, van papier, geschikt voor het bekleden van muren of van plafonds.
6. Onder post 48.15 vallen onder meer papierwol voor verpakking, stroken en strippen papier, voor vlechtwerk of voor ander gebruik, al dan niet gevouwen, ook indien met een deklaag en voorts toiletpapier op rollen, in pakjes, enz., ook indien geperforeerd, met uitzondering evenwel van de in Aantekening 7 genoemde artikelen.
7. Onder post 48.21 vallen onder meer : ponskaarten, papier en karton, met geponste patronen voor jacquardmachines en dergelijke machines, kastrandpapier, kantpapier, borduurpapier, papieren tafellakens, papieren servetten en papieren zakdoeken, papieren pakking en sluitringen, borden en dergelijke uit papierstof, uit papier of uit karton gevormde of gestanste artikelen, alsmede patronen en modellen, ook indien aaneengezet.
8. Onder dit Hoofdstuk blijven ingedeeld, papier, karton en cellulosewatten, alsmede werken daarvan, waarop gedrukte teksten of illustraties voorkomen, voor zover deze slechts bijzaak zijn en niet van zodanige aard zijn, dat zij de aanvankelijke bestemming van die artikelen hebben gewijzigd of daaraan het karakter hebben gegeven van artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 49. Patronen en modellen, van papier of van karton, blijven echter onder post 48.21 ingedeeld, ongeacht de wijze waarop zij zijn bedrukt.
Aanvullende Aantekening
Onder "courantenpapier" als bedoeld bij post 48.01, onderverdeling A, wordt verstaan wit papier of in de massa licht gekleurd papier, dat 70 % of meer houtslijp bevat (berekend over het totaal van de vezelmassa), waarvan het indicatiecijfer volgens het Bekk-apparaat niet hoger ligt dan 130 seconden, niet gelijmd, met een gewicht per vierkante meter van 40 g of meer, doch niet meer dan 57 g, voorzien van waterlijnen welke ten minste 4 cm doch niet meer dan 10 cm uit elkaar liggen, op rollen met een breedte van 31 cm of meer, niet meer dan 8 gewichtspercenten vulstoffen bevattende en bestemd voor het drukken van couranten, weekbladen en andere periodieke uitgaven, bedoeld bij post 49.02, welke ten minste tien maal per jaar uitkomen.
Statistische Aantekening
Onder "karton" worden verstaan de produkten, die per m2 225 g of meer wegen ; produkten, die minder dan 225 g per m2 wegen worden aangemerkt als "papier".
>PIC FILE= "T0037113">
>PIC FILE= "T0037114">
>PIC FILE= "T0037115">
>PIC FILE= "T0037116">
>PIC FILE= "T0037117">
>PIC FILE= "T0037118">
>PIC FILE= "T0037119">
>PIC FILE= "T0037120">
>PIC FILE= "T0037121">
HOOFDSTUK 49 ARTIKELEN VAN DE BOEKHANDEL EN PRODUKTEN VAN DE GRAFISCHE KUNST
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) papier, karton en cellulosewatten, alsmede werken daarvan, waarop gedrukte teksten of illustraties voorkomen, voor zover deze slechts bijzaak zijn en niet van zodanige aard zijn, dat zij de aanvankelijke bestemming van de artikelen hebben gewijzigd of daaraan het karakter hebben gegeven van artikelen of produkten bedoeld bij een der posten van dit Hoofdstuk (Hoofdstuk 48);
b) speelkaarten en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 97;
c) originele gravures, etsen en litho's (post 99.02), postzegels, fiscale zegels en dergelijke artikelen, bedoeld bij post 99.04, alsmede antiquiteiten en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 99.
2. Gekartonneerde of ingebonden couranten en gekartonneerde of ingebonden tijdschriften vallen onder post 49.01. Hetzelfde geldt voor verzamelingen van couranten en van tijdschriften, in één omslag.
3. Onder post 49.01 vallen eveneens: a) verzamelingen van gedrukte reprodukties van kunstwerken, van tekeningen, enz., zijnde complete werken met doorlopend genummerde bladzijden, welke een boek in één of meer delen vormen, voor zover deze reprodukties vergezeld zijn van een op die kunstwerken of op hun makers betrekking hebbende tekst;
b) verzamelingen van platen, welke als supplement bij een boek zijn gevoegd;
c) katernen en losse vellen, ongeacht het formaat daarvan, welke een compleet boek of een deel daarvan uitmaken en bestemd zijn om te worden gebrocheerd, gekartonneerd, ingenaaid of ingebonden.
Katernen en losse vellen, waarop enkel illustraties of gravures voorkomen, maar geen tekst, behoren evenwel, ongeacht het formaat daarvan, tot post 49.11.
4. Drukwerk, dat voor reclamedoeleinden wordt uitgegeven door of voor rekening van een bedrijf, dat daarin met name is genoemd, alsmede ander drukwerk, hoofdzakelijk bedoeld voor het maken van reclame (drukwerk voor toeristische propaganda daaronder begrepen), valt niet onder post 49.01 of post 49.02, doch onder post 49.11.
5. Als "prentenalbums" en "prentenboeken" voor kinderen, in de zin van post 49.03, worden aangemerkt, albums en boeken, voor kinderen, welke hun waarde hoofdzakelijk ontlenen aan de plaatjes en waarvan de tekst slechts bijzaak is.
6. Carbonkopieën en fotokopieën, van geschreven of van getypte teksten, vallen onder post 49.06. Kopieën, welke met een kopieermachine of volgens een andere werkwijze zijn verkregen, worden gelijkgesteld met drukwerk.
7. Als "prentbriefkaarten" in de zin van post 49.09 worden aangemerkt, geïllustreerde kaarten, waarop één of meer gedrukte aanduidingen voorkomen, waaruit blijkt dat zij bestemd zijn om per post te worden verzonden.
>PIC FILE= "T0037122">
>PIC FILE= "T0037123">
>PIC FILE= "T0037124">
AFDELING XI TEXTIELSTOFFEN EN TEXTIELWAREN
Aantekeningen
1. Deze Afdeling omvat niet: a) borstelhaar en ander dierlijk haar voor borstelwerk (post 05.02) ; paardehaar (crin) en afval daarvan (post 05.03);
b) mensenhaar en werken daarvan (posten 05.01, 67.03 en 67.04) ; persdoeken en grove weefsels van mensenhaar, van de soorten, welke gewoonlijk worden gebruikt in oliepersen of voor dergelijk technisch gebruik, behoren evenwel tot post 59.17;
c) plantaardige produkten bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 14;
d) asbest bedoeld bij post 25.24, alsmede werken van asbest en andere produkten, bedoeld bij de posten 68.13 en 68.14;
e) artikelen bedoeld bij de posten 30.04 en 30.05 (watten, gaas, verband en dergelijke artikelen, bestemd voor medische of voor chirurgische doeleinden, steriele hechtmiddelen voor chirurgisch gebruik, enz.);
f) lichtgevoelige weefsels (post 37.03);
g) monofil, waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede meer dan 1 mm bedraagt en strippen en artikelen van dergelijke vorm (kunststro), met een breedte van meer dan 5 mm, van kunstmatige plastische stoffen (Hoofdstuk 39), alsmede vlechten en weefsels van deze artikelen (Hoofdstuk 46);
h) weefsels, vilt en gebonden textielvlies, geïmpregneerd met rubber, voorzien van een deklaag van rubber of met inlagen van rubber, alsmede werken van deze produkten, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 40;
ij) niet onthaarde huiden (Hoofdstuk 41 of Hoofdstuk 43) en werken van bont of van namaakbont bedoeld bij post 43.03 of bij post 43.04;
k) artikelen van textielstoffen, bedoeld bij de posten 42.01 en 42.02;
l) produkten en artikelen, bedoeld bij Hoofdstuk 48 (bijvoorbeeld cellulosewatten);
m) schoeisel en delen daarvan, beenkappen, slobkousen en dergelijke artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 64;
n) hoofddeksels en delen daarvan, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 65;
o) haarnetjes (post 65.05 of post 67.04);
p) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 67;
q) garen, touw of weefsel, bedekt met schuur-, slijp- of polijstmiddelen (post 68.06);
r) glasvezels en artikelen daarvan ; etskant en borduurwerk zonder zichtbaar grondweefsel, vervaardigd met borduurgaren van glasvezels (Hoofdstuk 70);
s) artikelen (meubelen, artikelen voor bedden en dergelijke) bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 94;
t) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97 (speelgoed, spellen, sportartikelen, enz.).
2. Samengestelde artikelen: A. Textielwaren bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 50 tot en met 57, welke uit twee of meer textielstoffen bestaan, worden ingedeeld onder de post welke betrekking heeft op de textielstof, welke in de samenstelling met het hoogste gewicht voorkomt.
B. Voor de toepassing van deze regel geldt bovendien het volgende: a) metaalgarens worden geacht, voor hun totaalgewicht, één textielstof te zijn ; de draden van metaal worden, voor de indeling van de weefsels waarin zij zijn verwerkt, aangemerkt als textiel;
b) de gewichtspercentages van de textielstoffen bedoeld bij een zelfde post (bijvoorbeeld zijde en vlokzijde, kamwol en kaardwol, enz.), worden samengeteld.
C. De in de letters A en B vervatte regels gelden ook ten aanzien van de garens bedoeld bij de Aantekeningen 3 en 4 hierna.
3. A. In deze Afdeling worden, behoudens de in letter B hierna vervatte uitzonderingen, aangemerkt als "bindgaren, touw en kabel", de garens (eendraads, getwijnd of gekabeld): a) van zijde, van vlokzijde of van bourrette, met een gewicht van meer dan 2 g per m (2 000 tex);
b) van synthetische of van kunstmatige textielvezels (die, welke verkregen zijn uit meer dan een monofil bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 51, daaronder begrepen), met een gewicht van meer dan 1 g per m (1 000 tex);
c) van hennep of van vlas, welke: - gepolijst of geglansd zijn en waarvan de lengte, vermenigvuldigd met het aantal samenstellende draden, minder bedraagt dan 7 000 m per kg;
- niet gepolijst en niet geglansd zijn, met een gewicht van meer dan 2 g per m;
d) van kokosvezels, welke zijn samengesteld uit drie of meer draden;
e) van andere plantaardige vezels, met een gewicht van meer dan 2 g per m;
f) welke zijn gewapend (versterkt) met metaal.
B. De in letter A hiervoor vervatte regels gelden niet ten aanzien van: a) garens van wol ; van haar of van paardehaar en papiergarens, andere dan die, welke met metaal gewapend (versterkt) zijn;
b) synthetische of kunstmatige textielvezels in de vorm van kabel voor de vervaardiging van stapelvezels en van multifilamenten zonder draaiing (twist) of met een draaiing (twist) van minder dan 5 toeren (slagen) per meter;
c) "poil de Messine" of "crin de Florence", imitatiecatgut van zijde of van synthetische of kunstmatige textielvezels, en monofil bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 51;
d) metaalgarens (bestaande uit textielgarens met metaaldraad), textielgarens omwoeld met metaal en gemetalliseerde garens, bedoeld bij post 52.01 ; de indeling van met metaal gewapende textielgarens is geregeld onder letter A, sub f), hiervoor;
e) chenillegarens en omwoelde garens, bedoeld bij post 58.07.
4. A. Voor de toepassing van de Hoofdstukken 50, 51, 53, 54, 55 en 56 worden, behoudens de in letter B hierna gemaakte uitzonderingen, aangemerkt als "gereed voor de verkoop in het klein", de garens welke zijn opgemaakt: a) op kaarten, klossen, buisjes of dergelijke opwindmiddelen, dan wel in bollen of kluwens, met een maximumgewicht (het gewicht van het opwindmiddel medegerekend) van: - 200 g voor vlas en voor ramee;
- 85 g voor zijde, voor vlokzijde, voor bourrette of voor synthetische of kunstmatige continuvezels;
- 125 g voor andere textielstoffen;
b) in strengen of strengetjes met een maximumgewicht van: - 85 g voor zijde, voor vlokzijde, voor bourrette of voor synthetische of kunstmatige continuvezels;
- 125 g voor andere textielstoffen;
c) in strengen, welke door een of meer verdeeldraden zijn onderverdeeld in van elkaar gescheiden strengetjes van gelijk gewicht, dat niet hoger is dan: - 85 g voor zijde, voor vlokzijde, voor bourrette of voor synthetische of kunstmatige continuvezels;
- 125 g voor andere textielstoffen.
B. De in letter A vervatte regels gelden niet ten aanzien van: a) eendraadsgarens, ongeacht de textielstof waaruit zij zijn vervaardigd, met uitzondering van: - eendraadsgarens van wol of van fijn haar, ongebleekt ; en
- eendraadsgarens van wol of van fijn haar, gebleekt, geverfd of bedrukt, met een lengte van minder dan 2 000 m per kg;
b) ongebleekte, getwijnde of gekabelde garens: - van zijde, van vlokzijde of van bourrette, ongeacht de opmaking ; en
- van andere textielstoffen (met uitzondering van wol en van fijn haar) in strengen;
c) getwijnde of gekabelde garens, gebleekt, geverfd of bedrukt, van zijde, van vlokzijde of van bourrette, met een lengte van 75 000 m of meer per kg (getwijnd of gekabeld gemeten);
d) eendraadsgarens, getwijnde garens of gekabelde garens, ongeacht de textielstof waaruit zij zijn vervaardigd, opgemaakt: - op kruisgehaspelde strengen;
- op een opwindmiddel of op enigerlei andere wijze, waaruit het gebruik van die garens in de textielindustrie blijkt (bijvoorbeeld op buisjes voor twijnmachines, op cops, op spoelen of op kegelvormige pijpjes, dan wel als cocons voor borduurmachines).
C. De hiervoor ten aanzien van garens van vlas of van ramee opgenomen regeling, geldt eveneens ten aanzien van garens van hennep.
5. Aangemerkt worden als: a) weefsels met "gaasbinding" in de zin van post 55.07 en van onderverdeling A I van post 56.07, weefsels met over het gehele oppervlak of over een deel daarvan, twee soorten van kettingdraden, waarvan de ene (slingerdraad) een halve slag, een hele slag of meer dan een hele slag rond de ander (gronddraad) is geslingerd, terwijl de inslagdraden door de aldus gevormde lussen lopen;
b) niet opgemaakte "tule" of "filetweefsels", in de zin van post 58.08, weefsels welke over het gehele oppervlak een enkele reeks van regelmatige mazen van gelijke vorm en gelijke grootte vertonen, zonder motieven en zonder gestopte mazen. Voor de toepassing van deze regel wordt geen rekening gehouden met kleine openingen op de draadkruisingen, welke een gevolg zijn van het vormen van de mazen.
6. Voor de toepassing van deze Afdeling worden aangemerkt als "geconfectioneerd": a) artikelen, welke anders dan vierkant of rechthoekig zijn gesneden;
b) artikelen, welke kunnen dienen zoals ze van de weefmachine komen ofwel na enkel te zijn gesneden, zonder verder te worden genaaid of een andere aanvullende bewerking te ondergaan, zoals sommige soorten van dweilen, handdoeken, takelkleden, hoofddoeken en dekens;
c) artikelen, waarvan de boorden zijn gezoomd, ongeacht op welke wijze, ook indien met een rolnaad (met uitzondering van weefsels aan het stuk waarvan de randen, wegens het ontbreken van zelfkanten, zijn afgezet om rafelen te voorkomen), alsmede artikelen afgezet met geknoopte franje, welke is verkregen, hetzij met behulp van de draden van het weefsel zelf, hetzij door het aanbrengen van draden;
d) artikelen, welke zijn gesneden, ongeacht in welke vorm, en welke, door het uittrekken van draden, van motieven, enz. zijn voorzien;
e) artikelen, welke zijn aaneengenaaid, aaneengelijmd of anderszins aaneengezet (met uitzondering van stukken van een zelfde soort weefsel, welke aan de uiteinden zijn aaneengehecht ten einde een stuk weefsel met een grotere lengte te verkrijgen en met uitzondering van stoffen, welke bestaan uit twee of meer op elkaar gelegde en daarna aaneengestikte weefsels, ook indien met een tussenlaag van watten).
7. Voor zover uit de tekst van de posten niet anders blijkt, worden de volgens Aantekening 6 als "geconfectioneerd" aan te merken artikelen niet ingedeeld onder een der posten van de Hoofdstukken 50 tot en met 57 of van de Hoofdstukken 58 tot en met 60. De posten van de Hoofdstukken 50 tot en met 57 omvatten geen artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 58 of van Hoofdstuk 59.
>PIC FILE= "T0037125"> 8. Als weefsels in de zin van de Hoofdstukken 50 tot en met 57 worden eveneens aangemerkt produkten bestaande uit lagen evenwijdig liggende textieldraden, die zodanig op elkaar zijn geplaatst, dat de draden van de verschillende lagen elkaar onder een scherpe of een rechte hoek kruisen en op die kruispunten met behulp van een kleefstof of door thermisch lassen aan elkaar zijn gehecht.
Aanvullende Aantekening
Textielwaren bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 58 tot en met 63 welke uit twee of meer textielstoffen bestaan, worden in daartoe aanleiding gevende gevallen ingedeeld onder de onderverdelingen van de posten van deze hoofdstukken alsof zij geheel zijn samengesteld uit de textielstof welke in de samenstelling met het hoogste gewicht voorkomt. Het bepaalde in Aantekening 2 B op Afdeling XI is eveneens van toepassing.
Voor de toepassing van dit voorschrift: a) wordt in daartoe aanleiding gevende gevallen alleen rekening gehouden met het deel waardoor de indeling wordt bepaald in de zin van Algemene bepaling A 3 voor de toepassing van de nomenclatuur van het Tarief;
b) wordt geen rekening gehouden met het grondweefsel wanneer de textielwaren bestaan uit een grondweefsel dat bedekt is met een pool of met lussen;
c) wordt alleen rekening gehouden met het grondweefsel bij het borduurwerk van post 58.10. Voor de indeling van etskant of ander borduurwerk zonder zichtbaar grondweefsel wordt evenwel alleen rekening gehouden met de borduurgarens.
HOOFDSTUK 50 ZIJDE, VLOKZIJDE EN BOURRETTE
>PIC FILE= "T0037126">
>PIC FILE= "T0037127">
>PIC FILE= "T0037128">
HOOFDSTUK 51 SYNTHETISCH EN KUNSTMATIG CONTINUTEXTIEL
Aantekeningen
1. In alle Afdelingen van het Tarief worden onder de uitdrukkingen "synthetische continuvezels en stapelvezels" en "kunstmatige continuvezels en stapelvezels" verstaan, continuvezels en stapelvezels van organische polymeren, verkregen langs fabriekmatige weg: a) door polymerisatie of condensatie van organische monomeren, zoals polyamiden, polyesters, polyurethanen en polyvinylderivaten;
b) door chemische omzetting van natuurlijke organische polymeren (cellulose, caseïne, proteïnen, wieren, enz.), zoals viscoserayon, acetaatrayon, koperoxyd-ammoniakrayon (koperzijde) en alginaatvezels.
Als "synthetische" continuvezels en stapelvezels worden aangemerkt, de vezels, omschreven in letter a) hiervoor ; als "kunstmatige" continuvezels en stapelvezels worden aangemerkt de vezels, omschreven in letter b) hiervoor.
2. Post 51.01 omvat niet de kabel (lonten) van synthetische en van kunstmatige vezels voor de vervaardiging van stapelvezels, bedoeld bij Hoofdstuk 56.
3. Garens, bestaande uit vezels, waarvan het merendeel langs mechanische weg is gebroken, worden niet aangemerkt als garens van continuvezels (Hoofdstuk 56).
4. Monofil van synthetische of van kunstmatige textielstoffen, waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede niet meer is dan 1 mm, wordt ingedeeld: - onder post 51.01, indien het gewicht daarvan minder bedraagt dan 6,6 mg per m (6,6 tex);
en
- onder post 51.02, indien zulks niet het geval is.
Monofil, waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede meer is dan 1 mm, valt onder Hoofdstuk 39.
Strippen en artikelen van dergelijke vorm (kunststro), van synthetische of van kunstmatige textielstoffen, vallen onder post 51.02, indien de breedte daarvan niet meer bedraagt dan 5 mm, en onder een der posten van Hoofdstuk 39, indien zulks niet het geval is.
>PIC FILE= "T0037129">
>PIC FILE= "T0037130">
>PIC FILE= "T0037131">
>PIC FILE= "T0037132">
>PIC FILE= "T0037133">
>PIC FILE= "T0037134">
HOOFDSTUK 52 METAALGARENS
>PIC FILE= "T0037135">
>PIC FILE= "T0037136">
HOOFDSTUK 53 WOL, PAARDEHAAR (CRIN) EN ANDER HAAR
Aantekening
Onder de uitdrukking "fijn haar" wordt verstaan : haar van alpaca, van lama, van vigogne, van yak, van kameel, van angorageit, van tibetgeit, van kasjmiergeit en van dergelijke geiten (met uitzondering van de gewone geiten), van konijn (angorakonijn daaronder begrepen), van haas, van bever, van nutria en van muskusrat.
>PIC FILE= "T0037137">
>PIC FILE= "T0037138">
>PIC FILE= "T0037139">
>PIC FILE= "T0037140">
>PIC FILE= "T0037141">
HOOFDSTUK 54 VLAS EN RAMEE
>PIC FILE= "T0037142">
>PIC FILE= "T0037143">
>PIC FILE= "T0037144">
HOOFDSTUK 55 KATOEN
>PIC FILE= "T0037145">
>PIC FILE= "T0037146">
>PIC FILE= "T0037147">
>PIC FILE= "T0037148">
>PIC FILE= "T0037149">
>PIC FILE= "T0037150">
>PIC FILE= "T0037151">
HOOFDSTUK 56 TEXTIEL VAN SYNTHETISCHE OF VAN KUNSTMATIGE STAPELVEZELS
Aantekening
Als "kabel" voor de vervaardiging van synthetische of van kunstmatige stapelvezels in de zin van post 56.02 wordt aangemerkt kabel, verkregen door samenbundeling van parallel liggende continuvezels van gelijke lengte, overeenkomende met de lengte van de kabel, welke voldoet aan de volgende voorwaarden: a) de lengte van de kabel moet meer zijn dan 2 m;
b) de draaiing (twist) in de kabel moet minder zijn dan 5 toeren (slagen) per m;
c) het gewicht van de elementaire draden moet minder zijn dan 6,6 mg per m (6,6 tex);
d) voor zover het kabel van synthetische vezels betreft moet die zijn verstrekt en daardoor geen grotere rek hebben dan tot het dubbele van de lengte;
e) het totaal gewicht van de kabel moet meer zijn dan 2 g per m (2 000 tex).
Kabel met een lengte van 2 m of minder valt onder post 56.01.
>PIC FILE= "T0037152">
>PIC FILE= "T0037153">
>PIC FILE= "T0037154">
>PIC FILE= "T0037155">
>PIC FILE= "T0037156">
>PIC FILE= "T0037157">
>PIC FILE= "T0037158">
HOOFDSTUK 57 ANDERE PLANTAARDIGE TEXTIELVEZELS ; PAPIERGARENS ENWEEFSELS VAN PAPIERGARENS
>PIC FILE= "T0037159">
>PIC FILE= "T0037160">
>PIC FILE= "T0037161">
HOOFDSTUK 58 TAPIJTEN EN TAPISSERIEËN ; FLUWEEL, PLUCHE, LUSSENWEEFSELS EN CHENILLEWEEFSELS ; LINT ; PASSEMENTWERK ; TULE EN FILETWEEFSELS ; KANT EN BORDUURWERK
Aantekeningen
1. Van dit Hoofdstuk zijn uitgezonderd, geïmpregneerde weefsels en weefsels met een deklaag, elastische weefsels en elastisch passementwerk, drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 59. Borduurwerk op textiel valt evenwel steeds onder post 58.10.
2. Als "tapijten", in de zin van de posten 58.01 en 58.02 worden, naast vloerkleden, aangemerkt andere soortgelijke artikelen, die de kenmerken van vloerkleden vertonen, doch die niet bestemd zijn om op de vloer te worden gelegd. Tapijten van vilt zijn van deze posten uitgezonderd en behoren tot Hoofdstuk 59.
3. Als "lint", in de zin van post 58.05, worden aangemerkt: a) - weefsels met ketting en inslag (fluweel daaronder begrepen), in banden met een breedte van niet meer dan 30 cm en met echte zelfkanten;
- van het stuk afgesneden stroken weefsel met een breedte van niet meer dan 30 cm, welke zijn voorzien van aangeweven, gelijmde of anderszins aangebrachte onechte zelfkanten;
b) weefsels met ketting en inslag, welke buisvormig zijn geweven en waarvan de breedte - plat gemeten - niet meer dan 30 cm bedraagt;
c) biais met omgevouwen randen, waarvan de breedte, in ongevouwen toestand, niet meer dan 30 cm bedraagt.
Lint met aangeweven franje wordt onder post 58.07 ingedeeld.
4. Netten in banen of aan het stuk, welke zijn vervaardigd uit bindgaren of uit touw, zijn van post 58.08 uitgezonderd en worden onder post 59.05 ingedeeld.
5. Als "borduurwerk" bedoeld bij post 58.10 worden mede aangemerkt, oplegwerk en inlegwerk (applicatiewerk), verkregen door opnaaien of door innaaien van pailletten, van kralen of van motieven van textiel of van andere stoffen, alsmede borduurwerk uitgevoerd met metaalgaren, met metaaldraad of met glasgaren op een zichtbare grond van textiel. Naaldwerktapisserie is van post 58.10 uitgezonderd en wordt ingedeeld onder post 58.03.
6. De posten van dit Hoofdstuk omvatten eveneens de daarin omschreven goederen, welke zijn vervaardigd van metaaldraad en welke worden gebezigd voor kleding, voor stoffering of voor dergelijk gebruik.
Aanvullende Aantekening
Voor de toepassing van het vastgestelde maximum specifiek recht voor de tapijten bedoeld bij post 58.01, onderverdeling A II, wordt de oppervlakte van de tapijten berekend zonder de eindstukken, de zelfkanten en de franjes.
>PIC FILE= "T0037162">
>PIC FILE= "T0037163">
>PIC FILE= "T0037164">
>PIC FILE= "T0037165">
>PIC FILE= "T0037166">
>PIC FILE= "T0037167">
HOOFDSTUK 59 WATTEN EN VILT ; TOUW EN WERKEN VAN TOUW ; SPECIALE WEEFSELS, GEÏMPREGNEERDE WEEFSELS EN WEEFSELS MET EEN DEKLAAG ; TECHNISCHE ARTIKELEN VAN TEXTIELSTOFFEN
Aantekeningen
1. A. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden als "weefsels" aangemerkt, de weefsels bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 50 tot en met 57 en bij de posten 58.04 en 58.05, vlecht- en passementwerk en dergelijke versieringsartikelen, aan het stuk, bedoeld bij post 58.07, tule en filetweefsels, bedoeld bij de posten 58.08 en 58.09, kant bedoeld bij post 58.09 en brei- en haakwerk, bedoeld bij post 60.01.
B. In alle Afdelingen van het Tarief worden als "vilt" mede aangemerkt, produkten die bestaan uit een vlies van textielvezels, waarvan de samenhang is versterkt door het geheel met een naai-breisteek te binden, waarbij de textielvezels zelf als stikmateriaal worden gebruikt (stitch-bonding).
2. A. Post 59.08 omvat weefsels geïmpregneerd met, voorzien van een deklaag van of bekleed met cellulosederivaten of andere kunstmatige plastische stoffen, dan wel met inlagen van deze stoffen, ongeacht het gewicht per vierkante meter van deze weefsels en ongeacht de aard van de kunstmatige plastische stof (compact, sponsachtig of cellulair).
Onder post 59.08 worden evenwel niet ingedeeld: a) weefsels waarvan de impregnering, de deklaag of de bekleding niet met het blote oog kan worden waargenomen (in het algemeen Hoofdstukken 50 tot en met 58 of Hoofdstuk 60) ; voor de toepassing van deze bepaling worden de door de bedoelde bewerkingen veroorzaakte kleurveranderingen buiten beschouwing gelaten;
b) produkten welke bij een temperatuur gelegen tussen 15 en 30 °C niet zonder breken of barsten met de hand om een cilinder met een diameter van 7 mm kunnen worden opgerold (in het algemeen Hoofdstuk 39);
c) produkten bestaande uit een weefsel dat volledig in een kunstmatige plastische stof is ingebed of dat aan beide zijden met kunstmatige plastische stof is bedekt of bekleed (Hoofdstuk 39).
B. Post 59.12 omvat niet: a) weefsels waarvan de impregnering of de deklaag niet met het blote oog kan worden waargenomen ; de door bedoelde bewerkingen veroorzaakte kleurveranderingen worden buiten beschouwing gelaten;
b) beschilderd doek (ander dan voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik);
c) weefsels welke op zodanige wijze met scheerhaar, met kurkpoeder of met andere dergelijke produkten bedekt zijn, dat zij tekeningen, motieven, enz. vertonen;
d) weefsels welke gewoon geappreteerd zijn met zetmeelpreparaten of met dergelijke preparaten.
3. Onder "gegummeerde weefsels" in de zin van post 59.11 worden verstaan: a) weefsels, geïmpregneerd met rubber, met een deklaag van rubber of met inlagen van rubber: - met een gewicht van niet meer dan 1 500 g per m2 ; of
- met een gewicht van meer dan 1 500 g per m2 en welke meer dan 50 gewichtspercenten textielstoffen bevatten;
b) canvas, samengesteld uit parallel gelegde textielgarens, gebonden met rubber;
c) vellen, platen of strippen van geëxpandeerde rubber, van schuimrubber of van sponsrubber, verbonden met weefsel, andere dan die, welke op grond van het bepaalde in Aantekening 2, laatste lid, op Hoofdstuk 40, onder dat Hoofdstuk worden ingedeeld.
4. Post 59.16 omvat niet: a) drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden uit textielstoffen, welke een dikte hebben van minder dan 3 mm, aan het stuk of op lengte gesneden;
b) drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden, geïmpregneerd met rubber, met een deklaag van rubber of met inlagen van rubber, alsmede die, welke vervaardigd zijn met garen of bindgaren uit textielstoffen, geïmpregneerd of bedekt met rubber (post 40.10).
>PIC FILE= "T0037168"> 5. Post 59.17 omvat de volgende produkten, welke geacht worden van de overige posten van Afdeling XI te zijn uitgezonderd: a) de hierna limitatief opgesomde textielwaren (met uitzondering van textielwaren, welke het karakter hebben van produkten bedoeld bij de posten 59.14 tot en met 59.16): - weefsels, vilt of met vilt gevoerd weefsel, samengesteld met één of meer lagen rubber, leder of andere stoffen, van de soorten welke gewoonlijk gebruikt worden voor de vervaardiging van kaardbeslag, alsmede dergelijke produkten voor ander technisch gebruik;
- builgaas;
- persdoeken en grove weefsels (ook die van mensenhaar), van de soorten, welke gewoonlijk worden gebruikt in oliepersen of voor dergelijk technisch gebruik;
- al dan niet vervilte weefsels, ook indien geïmpregneerd of voorzien van een deklaag, van de soorten, welke gewoonlijk worden gebruikt op papiermachines of voor ander technisch gebruik, rondgeweven of eindloos, met enkelvoudige of meervoudige ketting en/of inslag, dan wel plat geweven met meervoudige ketting en/of inslag;
- met metaal versterkte weefsels van de soorten, welke gewoonlijk voor technisch gebruik worden gebezigd;
- weefsels van metaalgarens bedoeld bij post 52.01, van de soort, welke gewoonlijk gebezigd wordt voor papiermachines of voor ander technisch gebruik;
- smeerkoord, vlechten, touw en dergelijke textielprodukten voor smerings- of pakkingsdoeleinden, ook indien geïmpregneerd, met een deklaag of versterkt (gewapend);
b) artikelen van textielstof voor technisch gebruik (andere dan de artikelen bedoeld bij de posten 59.14, 59.15 of 59.16) en in het bijzonder polijstschijven, pakkingen, sluitringen en andere delen en onderdelen van machines, apparaten en toestellen. Als artikelen van textielstof voor technisch gebruik worden niet aangemerkt weefsels, watten, vilt en gebonden textielvlies, aan het stuk, op lengte gesneden of enkel vierkant of rechthoekig gesneden.
>PIC FILE= "T0037169">
>PIC FILE= "T0037170">
>PIC FILE= "T0037171">
>PIC FILE= "T0037172">
>PIC FILE= "T0037173">
>PIC FILE= "T0037174">
HOOFDSTUK 60 BREIWERK EN HAAKWERK
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) gehaakte kant bedoeld bij post 58.09;
b) brei- en haakwerk, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 59;
c) korsetten, jarretellegordels, korselets (gaines), bustehouders, bretels, jarretelles, kousebanden, sokophouders en dergelijke artikelen (post 61.09);
d) oude kleren en dergelijke artikelen, bedoeld bij post 63.01;
e) orthopedische artikelen, zoals breukbanden, medisch-chirurgische gordels en dergelijke (post 90.19).
2. Onder de posten 60.02 tot en met 60.06 vallen de artikelen van brei- of haakwerk en delen daarvan, welke: a) in vorm gebreid of gehaakt zijn, ongeacht of zij als zodanig één eenheid vormen, dan wel twee of meer eenheden aan het stuk;
b) door naaien of op andere wijze geconfectioneerd zijn.
3. Brei- of haakwerk wordt niet aangemerkt als "elastisch", in de zin van post 60.06, indien het is voorzien van een elastieken band of van rubberdraden, uitsluitend dienende voor het fronselen of inrimpelen of als aansluitende boord.
4. Onder dit Hoofdstuk worden ook ingedeeld artikelen, vervaardigd van metaaldraad, van de soorten, welke worden gebruikt voor kleding, voor stoffering of voor dergelijke doeleinden.
5. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk wordt verstaan onder: a) "elastisch brei- en haakwerk", het brei- en haakwerk, dat bestaat uit met rubberdraden verbonden textielstoffen;
b) "gegummeerd brei- en haakwerk", het brei- en haakwerk, dat geïmpregneerd is met, voorzien is van een deklaag van of bekleed is met rubber, dan wel met inlagen van rubber of dat vervaardigd is van textielgarens welke geïmpregneerd zijn met, voorzien zijn van een deklaag van of bekleed zijn met rubber.
6. In alle Afdelingen van het Tarief worden als "breiwerk" mede aangemerkt, produkten die met een naai-breisteek zijn doorstikt en waarin de steek wordt gevormd door textielgaren (stitch-bonding).
Aanvullende Aantekeningen
1. A. Voor de toepassing van post 60.05 A II b) 4 ff) worden aangemerkt als "kostuums, combinaties daaronder begrepen", stellen of assortimenten van twee of drie kledingstukken van brei- of haakwerk, bestaande uit: a) één van de navolgende kledingstukken, bestemd om het onderlichaam te bedekken: - lange broek,
- korte broek,
en
b) één of twee van de navolgende kledingstukken, bestemd om het bovenlichaam te bedekken: - jasje,
- windjak, blouson en dergelijke,
- overhemd,
- trui, jumper, pullover, slipover, twinset, vest,
- tuniek of andere bovenkleding van post 60.05 A II b) 4 mm).
De samenstellende delen van kostuums, combinaties daaronder begrepen, dienen op elkaar te zijn afgestemd naar maat, snit, stof, kleur, dessin, versiering en afwerking zodat duidelijk blikt dat zij zijn ontworpen om te zamen door dezelfde persoon te worden gedragen.
Indien een overhemd het enige bovendeel vormt van een dergelijk stel of assortiment, dan dient dit overhemd bovendien dezelfde structuur (hetzelfde soort garen, dezelfde brei- of haaksteek) te hebben als het kledingstuk dat bestemd is om het onderlichaam te bedekken.
Als kostuums, combinaties daaronder begrepen, worden eveneens aangemerkt stellen of assortimenten bestaande uit een jasje en een lange of korte broek welke niet op elkaar zijn afgestemd, doch van zodanige maat en afwerking zijn dat daaruit duidelijk blijkt dat zij bestemd zijn om te zamen door dezelfde persoon te worden gedragen.
B. Andere stellen of assortimenten dan bedoeld onder A, waarin twee of drie kledingstukken een kostuum of een combinatie vormen in de zin van deze Aanvullende Aantekening, worden eveneens ingedeeld onder post 60.05 A II b) 4 ff), mits deze kledingstukken aan het stel of assortiment het wezenlijk karakter verlenen.
2. A. Voor de toepassing van post 60.05 A II b) 4 gg) worden aangemerkt als "mantelpakken en broekpakken, combinaties daaronder begrepen", stellen of assortimenten van twee of drie kledingstukken van brei- of haakwerk, bestaande uit: a) één van de navolgende kledingstukken, bestemd om het onderlichaam te bedekken: - lange broek,
- korte broek,
- rok, broekrok daaronder begrepen,
en
b) één of twee van de navolgende kledingstukken, bestemd om het bovenlichaam te bedekken: - jasje,
- windjak, blouson en dergelijke,
- blouse, hemdblouse,
- trui, jumper, pullover, slipover, twinset, vest,
- tuniek of andere bovenkleding van post 60.05 A II b) 4 mm).
De samenstellende delen van mantelpakken en broekpakken, combinaties daaronder begrepen, dienen op elkaar te zijn afgestemd naar maat, snit, stof, kleur, dessin, versiering en afwerking zodat blijkt dat zij zijn ontworpen om te zamen door dezelfde persoon te worden gedragen.
Indien een blouse of hemdblouse het enige bovendeel vormt van een dergelijk stel of assortiment, dan dient deze blouse of hemdblouse bovendien dezelfde structuur (hetzelfde soort garen, dezelfde brei- of haaksteek) te hebben als het kledingstuk dat bestemd is om het onderlichaam te bedekken.
Als mantelpakken en broekpakken, combinaties daaronder begrepen, worden eveneens aangemerkt stellen of assortimenten bestaande uit een jasje en een lange of korte broek of rok, broekrok daaronder begrepen, welke niet op elkaar zijn afgestemd, doch van zodanige maat en afwerking zijn dat daaruit duidelijk blijkt dat zij bestemd zijn om te zamen door dezelfde persoon te worden gedragen.
B. Andere stellen of assortimenten dan bedoeld onder A, waarin twee of drie kledingstukken een mantelpak, een broekpak of een combinatie vormen in de zin van deze Aanvullende Aantekening, worden eveneens ingedeeld onder post 60.05 A II b) 4 gg), mits deze kledingstukken aan het stel of assortiment het wezenlijk karakter verlenen.
3. Voor de toepassing van post 60.05 A II b) 4 kk) worden als "skipakken" aangemerkt, kledingstukken en stellen of assortimenten van kledingstukken, die naar uiterlijk en textuur herkenbaar zijn als bestemd om hoofdzakelijk te worden gedragen bij het skiën (alpine en lang-lauf). Zij bestaan uit: a) hetzij een "skioverall", zijnde een eendelig kledingstuk ontworpen om het boven- en onderlichaam te bedekken ; naast de mouwen en de kraag mag dit kledingstuk voorzien zijn van zakken en van voetbandjes:
b) hetzij een "ski-ensemble", zijnde een stel of assortiment van twee of drie kledingstukken, opgemaakt voor de verkoop in het klein en samengesteld uit: - één kledingstuk zoals een anorak, blouson of dergelijk artikel, met een treksluiting, eventueel vergezeld van een vest, en,
- één broek, zelfs tot boven het middel reikend of één zogenaamde Amerikaanse overall.
>PIC FILE= "T0037175"> Het "ski-ensemble" mag eveneens zijn samengesteld uit een skioverall en een gewatteerde mouwloze jas die over de overall gedragen wordt.
Alle samenstellende delen van een ski-ensemble dienen gemaakt te zijn van een stof met dezelfde textuur, stijl en samenstelling, al dan niet van dezelfde kleur ; zij dienen eveneens van gelijke of verenigbare maat te zijn.
>PIC FILE= "T0037176">
>PIC FILE= "T0037177">
>PIC FILE= "T0037178">
>PIC FILE= "T0037179">
>PIC FILE= "T0037180">
>PIC FILE= "T0037181">
>PIC FILE= "T0037182">
>PIC FILE= "T0037183">
HOOFDSTUK 61 KLEDING EN KLEDINGTOEBEHOREN, VAN TEXTIEL
Aantekeningen
1. Onder dit Hoofdstuk worden slechts ingedeeld geconfectioneerde artikelen van weefsel, van vilt of van produkten bedoeld bij post 59.03, met uitzondering van artikelen van brei- en haakwerk, andere dan de artikelen bedoeld bij post 61.09.
2. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) oude kleren en dergelijke artikelen, bedoeld bij post 63.01;
b) orthopedische artikelen, zoals breukbanden, medisch-chirurgische gordels en dergelijke (post 90.19).
3. Voor de toepassing van de posten 61.01 tot en met 61.04: a) worden artikelen, waarvan niet kan worden onderkend dat zij herenkleding of jongenskleding, dan wel dameskleding of meisjeskleding zijn, ingedeeld als dameskleding of als meisjeskleding (post 61.02 of post 61.04);
b) wordt als "kinderkleding" aangemerkt, de kleding voor kleine kinderen, waarvan niet kan worden onderkend, dat zij uitsluitend bestemd is om door jongens of door meisjes te worden gedragen. Luiers worden als kinderkleding aangemerkt.
4. De artikelen omschreven in post 61.06, zoals foulards, welke vierkant of nagenoeg vierkant zijn en waarvan geen der zijden langer is dan 60 cm, worden ingedeeld onder post 61.05. Zakdoeken, waarvan één der zijden langer is dan 60 cm, worden ingedeeld onder post 61.06.
5. De posten van dit Hoofdstuk zijn mede van toepassing op weefsels (andere dan die van brei- of haakwerk), welke volgens een patroon zijn versneden voor het vervaardigen van artikelen bedoeld bij een der posten van dit Hoofdstuk.
Post 61.09 omvat eveneens brei- of haakwerk, dat in een bepaalde vorm is gebreid of gehaakt voor het vervaardigen van de artikelen bedoeld bij post 61.09, ongeacht of zij als zodanig één eenheid vormen, dan wel twee of meer eenheden aan het stuk.
Aanvullende Aantekeningen
1. A. Voor de toepassing van post 61.01 B V c) worden aangemerkt als "kostuums, combinaties daaronder begrepen", stellen of assortimenten van twee of drie kledingstukken, andere dan van brei- of haakwerk, bestaande uit: a) één van de navolgende kledingstukken, bestemd om het onderlichaam te bedekken: - lange broek,
- korte broek,
en
b) één of twee van de navolgende kledingstukken, bestemd om het bovenlichaam te bedekken: - colbertjas, blazer en dergelijke,
- windjak, blouson en dergelijke,
- overhemd,
- vest, tuniek of andere bovenkleding van post 61.01 B V g)
De samenstellende delen van kostuums, combinaties daaronder begrepen, dienen op elkaar te zijn afgestemd naar maat, snit, stof, kleur, dessin, versiering en afwerking zodat blijkt dat zij zijn ontworpen om te zamen door dezelfde persoon te worden gedragen.
Indien een overhemd het enige bovendeel vormt van een dergelijk stel of assortiment, dan dient dit overhemd bovendien dezelfde structuur (hetzelfde soort garen, dezelfde soort stof) te hebben als het kledingstuk dat bestemd is om het onderlichaam te bedekken.
Als kostuums, combinaties daaronder begrepen, worden eveneens aangemerkt stellen of assortimenten bestaande uit een colbertjas of blazer en een lange of korte broek welke niet op elkaar zijn afgestemd, doch van zodanige maat en afwerking zijn dat daaruit duidelijk blijkt dat zij bestemd zijn om te zamen door dezelfde persoon te worden gedragen.
B. Andere stellen of assortimenten dan bedoeld onder A, waarin twee of drie kledingstukken een kostuum of een combinatie vormen in de zin van deze Aanvullende Aantekening, worden eveneens ingedeeld onder post 61.01 B V c), mits deze kledingstukken aan het stel of assortiment het wezenlijk karakter verlenen.
2. A. Voor de toepassing van post 61.02 B II e) 3 worden aangemerkt als "mantelpakken en broekpakken, combinaties daaronder begrepen", stellen of assortimenten van twee of drie kledingstukken, andere dan van brei- of haakwerk, bestaande uit: a) één van de navolgende kledingstukken, bestemd om het onderlichaam te bedekken: - lange broek,
- korte broek,
- rok, broekrok daaronder begrepen,
en
b) één of twee van de navolgende kledingstukken, bestemd om het bovenlichaam te bedekken: - blazer, jasje,
- windjak, blouson en dergelijke,
- blouse, hemdblouse,
- vest, tuniek of andere bovenkleding van post 61.02 B II e) 9.
De samenstellende delen van mantelpakken en broekpakken, combinaties daaronder begrepen, dienen op elkaar te zijn afgestemd naar maat, snit, stof, kleur, dessin, versiering en afwerking zodat blijkt dat zij zijn ontworpen om te zamen door dezelfde persoon te worden gedragen.
Indien een blouse of hemdblouse het enige bovendeel vormt van een dergelijk stel of assortiment, dan dient deze blouse of hemdblouse bovendien dezelfde structuur (hetzelfde soort garen, dezelfde soort stof) te hebben als het kledingstuk dat bestemd is om het onderlichaam te bedekken.
Als mantelpakken en broekpakken, combinaties daaronder begrepen, worden eveneens aangemerkt stellen of assortimenten bestaande uit een blazer of jasje en een lange of korte broek of rok, broekrok daaronder begrepen, welke niet op elkaar zijn afgestemd, doch van zodanige maat en afwerking zijn dat daaruit duidelijk blijkt dat zij bestemd zijn om te zamen door dezelfde persoon te worden gedragen.
B. Andere stellen of assortimenten dan bedoeld onder A, waarin twee of drie kledingstukken een mantelpak, een broekpak of een combinatie vormen in de zin van deze Aanvullende Aantekening, worden eveneens ingedeeld onder post 61.02 B II e) 3, mits deze kledingstukken aan het stel of assortiment het wezenlijk karakter verlenen.
3. Voor de toepassing van post 61.01 B V f) en 61.02 B II e) 8 worden als "skipakken" aangemerkt, kledingstukken en stellen of assortimenten van kledingstukken, die naar uiterlijk en textuur herkenbaar zijn als bestemd om hoofdzakelijk te worden gedragen bij het skiën (alpine en lang-lauf). Zij bestaan uit: a) hetzij een "skioverall", zijnde een eendelig kledingstuk ontworpen om het boven- en onderlichaam te bedekken ; naast de mouwen en de kraag mag dit kledingstuk voorzien zijn van zakken en van voetbandjes;
b) hetzij een "ski-ensemble", zijnde een stel of assortiment van twee of drie kledingstukken, opgemaakt voor de verkoop in het klein en samengesteld uit: - één kledingstuk zoals een anorak, blouson of dergelijk artikel, met een treksluiting, eventueel vergezeld van een vest, en
- één broek, zelfs tot boven het middel reikend of één zogenaamde Amerikaanse overall.
Het "ski-ensemble" mag eveneens zijn samengesteld uit een skioverall en een gewatteerde mouwloze jas die over de overall gedragen wordt.
Alle samenstellende delen van een ski-ensemble dienen gemaakt te zijn van een stof met dezelfde textuur, stijl en samenstelling, al dan niet van dezelfde kleur ; zij dienen eveneens van gelijke of verenigbare maat te zijn.
>PIC FILE= "T0037184">
>PIC FILE= "T0037185">
>PIC FILE= "T0037186">
>PIC FILE= "T0037187">
>PIC FILE= "T0037188">
>PIC FILE= "T0037189">
>PIC FILE= "T0037190">
HOOFDSTUK 62 ANDERE GECONFECTIONEERDE ARTIKELEN VAN TEXTIELSTOFFEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat uitsluitend geconfectioneerde artikelen van weefsel, met uitzondering van brei- of haakwerk.
2. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) artikelen bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 58, 59 en 61;
b) oude kleren en dergelijke artikelen, bedoeld bij post 63.01.
>PIC FILE= "T0037191">
>PIC FILE= "T0037192">
>PIC FILE= "T0037193">
>PIC FILE= "T0037194">
>PIC FILE= "T0037195">
HOOFDSTUK 63 OUDE KLEREN EN DERGELIJKE ; LOMPEN EN VODDEN
>PIC FILE= "T0037196">
>PIC FILE= "T0037197"> AFDELING XII SCHOEISEL ; HOOFDDEKSELS ; PARAPLU'S EN PARASOLS ; GEPREPAREERDE VEREN EN ARTIKELEN VAN VEREN OF VAN DONS ; KUNSTBLOEMEN ; WERKEN VAN MENSENHAAR
HOOFDSTUK 64 SCHOEISEL, BEENKAPPEN EN DERGELIJKE ARTIKELEN ; DELEN DAARVAN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) schoeisel zonder aangezette zool, van brei- of haakwerk (post 60.03) of van ander weefsel (uitgezonderd vilt en gebonden textielvlies) (post 62.05);
b) gedragen schoeisel bedoeld bij post 63.01;
c) artikelen van asbest (post 68.13);
d) orthopedisch schoeisel en andere orthopedische artikelen en delen daarvan (post 90.19);
e) schoeisel, dat het karakter heeft van speelgoed, alsmede schaatsschoenen met aangezette schaatsen (ijsschaatsen of rolschaatsen) (Hoofdstuk 97).
2. Als "delen" in de zin van de posten 64.05 en 64.06 worden niet aangemerkt : schoenpinnen, schoenspijkers, zoolbeslag en dergelijk beslag, oogjes, haken, gespen, galons, pompons, veters en andere versieringsartikelen en passementwerk, welke worden ingedeeld onder de posten, welke daarvoor in aanmerking komen, en evenmin schoenknopen (post 98.01).
3. Voor de toepassing van post 64.01 wordt als schoeisel met buitenzool en bovendeel van rubber of van kunstmatige plastische stoffen ook aangemerkt, schoeisel met buitenzool en bovendeel van weefsels of van ander textiel met een deklaag van rubber of van kunstmatige plastische stof, welke aan de buitenzijde zichtbaar is.
>PIC FILE= "T0037198">
>PIC FILE= "T0037199">
>PIC FILE= "T0037200">
>PIC FILE= "T0037201">
>PIC FILE= "T0037202">
HOOFDSTUK 65 HOOFDDEKSELS EN DELEN DAARVAN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) gedragen hoofddeksels bedoeld bij post 63.01;
b) haarnetjes van mensenhaar (post 67.04);
c) hoofddeksels van asbest (post 68.13);
d) hoofddeksels, welke het karakter hebben van speelgoed, zoals poppehoeden, of welke het karakter hebben van cotillonartikelen (Hoofdstuk 97).
2. Post 65.02 is niet van toepassing op hoedvormen (cloches), welke door aaneennaaien zijn verkregen ; zulks geldt evenwel niet ten aanzien van hoedvormen (cloches), welke zijn vervaardigd door het spiraalvormig aaneennaaien van gevlochten, geweven of anderszins verkregen stroken.
>PIC FILE= "T0037203">
>PIC FILE= "T0037204">
>PIC FILE= "T0037205">
HOOFDSTUK 66 PARAPLU'S, PARASOLS, WANDELSTOKKEN, ZWEPEN, RIJZWEPEN, ALSMEDE DELEN DAARVAN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) stokken met maatindeling en dergelijke (post 90.16);
b) geweerstokken, degenstokken, ploertendoders en dergelijke (Hoofdstuk 93);
c) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 97, onder meer paraplu's en parasols, welke bestemd zijn om als speelgoed te dienen, alsmede hockey-, golf- en skistokken.
2. Onder post 66.03 vallen niet : fournituren van textiel, alsmede foedralen, overtrekken, eikeltjes, kwastjes en dergelijke, ongeacht de stof waarvan zij zijn vervaardigd, welke bestemd zijn voor de artikelen bedoeld bij de posten 66.01 en 66.02. Die fournituren en andere voorwerpen worden afzonderlijk ingedeeld, ook indien zij worden aangeboden met de artikelen, waarvoor zij bestemd zijn, maar daarop niet zijn gemonteerd of bevestigd.
>PIC FILE= "T0037206">
>PIC FILE= "T0037207">
HOOFDSTUK 67 GEPREPAREERDE VEREN EN GEPREPAREERD DONS EN ARTIKELEN VAN VEREN OF VAN DONS ; KUNSTBLOEMEN ; WERKEN VAN MENSENHAAR
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) persdoeken van mensenhaar (post 59.17);
b) bloemmotieven van kant, van borduurwerk of van andere weefsels (Afdeling XI);
c) schoeisel (Hoofdstuk 64);
d) hoofddeksels (Hoofdstuk 65);
e) poederdonsjes (post 96.05), zeven en teemsen, van mensenhaar (post 96.06);
f) artikelen, welke het karakter hebben van speelgoed, van sportartikelen, van cotillonartikelen, van artikelen voor kerstboomversiering of van andere kerstfeestartikelen (in het bijzonder imitatiekerstbomen) (Hoofdstuk 97).
2. Post 67.01 omvat niet: a) artikelen, waarin de veren of het dons enkel als opvulmateriaal dienen, onder meer artikelen voor bedden bedoeld bij post 94.04;
b) kleding en kledingtoebehoren, waarin de veren of het dons enkel als garnering of als opvulmateriaal dienen;
c) kunstbloemen, kunstloofwerk en delen daarvan, alsmede andere artikelen bedoeld bij post 67.02.
3. Post 67.02 omvat niet: a) artikelen van glas (Hoofdstuk 70);
b) kunstbloemen, kunstloofwerk of kunstvruchten, van keramische stoffen, van steen, van metaal, van hout, enz., uit één stuk, dan wel bestaande uit twee of meer delen, mits die delen niet zijn aaneengebonden, aaneengelijmd of op dergelijke wijze aaneengezet.
>PIC FILE= "T0037208">
>PIC FILE= "T0037209">
>PIC FILE= "T0037210"> AFDELING XIII WERKEN VAN STEEN, VAN GIPS, VAN CEMENT, VAN ASBEST, VAN MICA EN VAN DERGELIJKE STOFFEN ; KERAMISCHE PRODUKTEN ; GLAS EN GLASWERK
HOOFDSTUK 68 WERKEN VAN STEEN, VAN GIPS, VAN CEMENT, VAN ASBEST, VAN MICA EN VAN DERGELIJKE STOFFEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 25;
b) papier en karton, gestreken, voorzien van een deklaag of geïmpregneerd (zoals papier en karton met een laag micapoeder of grafiet, asfaltpapier en asfaltkarton), bedoeld bij post 48.07;
c) weefsels, geïmpregneerd of voorzien van een deklaag (zoals weefsels met een laag micapoeder en weefsels voorzien van een deklaag van bitumen of van asfalt), bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 59;
d) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 71;
e) gereedschap en delen daarvan, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 82;
f) lithografische steen bedoeld bij post 84.34;
g) isolatoren en isolerende werkstukken van isolerend materiaal, voor de elektrotechniek, bedoeld bij post 85.25 of bij post 85.26;
h) slijpsteentjes voor tandheelkundige doeleinden (post 90.17);
ij) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 91 (onder meer kasten en kastjes, voor klokken of voor pendules);
k) artikelen bedoeld bij post 95.08, indien zij zijn samengesteld uit de stoffen bedoeld bij Aantekening 2 b) op Hoofdstuk 95;
l) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97 (speelgoed, spellen, sportartikelen, enz.);
m) knopen (post 98.01), griffels (post 98.05), schrijf- en tekenleien en schrijf- en tekenborden (post 98.06);
n) kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten (Hoofdstuk 99).
2. Als "steen", in de zin van post 68.02, wordt niet alleen aangemerkt het materiaal bedoeld bij de posten 25.15 en 25.16 doch ook alle andere natuursteen (met uitzondering van leisteen), welke als steen voor de steenhouwerij of voor het bouwbedrijf bewerkt is.
>PIC FILE= "T0037211">
>PIC FILE= "T0037212">
>PIC FILE= "T0037213">
>PIC FILE= "T0037214">
>PIC FILE= "T0037215">
>PIC FILE= "T0037216">
>PIC FILE= "T0037217">
HOOFDSTUK 69 KERAMISCHE PRODUKTEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat uitsluitend de keramische produkten, die zijn gebakken nadat zij in een bepaalde vorm zijn gebracht. De posten 69.04 tot en met 69.14 hebben uitsluitend betrekking op andere dan warmte-isolerende of vuurvaste werken.
2. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 71, onder meer voorwerpen welke beantwoorden aan de definitie van fancybijouterieën;
b) cermets bedoeld bij post 81.04;
c) isolatoren en isolerende werkstukken van isolerend materiaal, voor elektrotechnisch gebruik, bedoeld bij post 85.25 of bij post 85.26;
d) kunsttanden van keramische stoffen (post 90.19);
e) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 91 (onder meer, kasten en kastjes, voor klokken of voor pendules);
f) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97 (speelgoed, spellen, sportartikelen, enz.);
g) knopen, pijpen en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 98;
h) kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten (Hoofdstuk 99).
>PIC FILE= "T0037218">
>PIC FILE= "T0037219">
>PIC FILE= "T0037220">
>PIC FILE= "T0037221">
>PIC FILE= "T0037222">
HOOFDSTUK 70 GLAS EN GLASWERK
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) verglaasbare samenstellingen (post 32.08);
b) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 71 (fancybijouterieën, enz.);
c) isolatoren en isolerende werkstukken van isolerend materiaal voor elektrotechnisch gebruik, bedoeld bij post 85.25 of bij post 85.26;
d) optisch bewerkte optische elementen, injectiespuiten, kunstogen, alsmede thermometers, barometers, areometers, densimeters en andere artikelen en instrumenten, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 90;
e) speelgoed, spellen, kerstboomversieringen, alsmede de andere artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 97, andere dan ogen zonder mechaniek voor poppen of voor andere artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 97;
f) knopen, vaporisators en thermisch isolerende flessen, alsmede andere artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 98.
2. Voor de toepassing van post 70.07 moet onder de omschrijving "gegoten of gewalst glas en z.g. vensterglas (alsmede draadglas en geplateerd glas, welke in één arbeidsgang zijn verkregen), ook indien geslepen of gepolijst, anders dan vierkant of rechthoekig gesneden, gebogen of anders bewerkt (met schuingeslepen randen, gegraveerd, enz.)" mede worden verstaan, uit dit glas vervaardigde artikelen, welke niet zijn voorzien van een onderlaag, welke niet zijn ingelijst en niet zijn samengesteld met andere stoffen dan glas.
3. Voor de toepassing van post 70.20 wordt als "glaswol" aangemerkt: a) wol van minerale oorsprong met een gehalte aan siliciumdioxyde (SiO2) van 60 of meer gewichtspercenten;
b) wol van minerale oorsprong met een gehalte aan siliciumdioxyde (SiO2) van minder dan 60 gewichtspercenten, doch met een gehalte aan alkalimetaaloxyden (K2O en/of Na2O) van meer dan 5 gewichtspercenten of met een gehalte aan boorzuuranhydride (B2O3) van meer dan 2 gewichtspercenten.
Wol van minerale oorsprong, waarvan de samenstelling niet in overeenstemming is met de vorenstaande criteria, valt onder post 68.07.
4. In alle Afdelingen van het Tarief wordt onder de benaming "glas" eveneens verstaan : gesmolten kwarts en gesmolten siliciumoxyde.
>PIC FILE= "T0037223">
>PIC FILE= "T0037224">
>PIC FILE= "T0037225">
>PIC FILE= "T0037226">
>PIC FILE= "T0037227">
>PIC FILE= "T0037228">
>PIC FILE= "T0037229">
>PIC FILE= "T0037230">
AFDELING XIV ECHTE PARELS, NATUURLIJKE EN ANDERE EDELSTENEN EN HALFEDELSTENEN, EDELE METALEN EN METALEN GEPLATEERD MET EDELE METALEN, ALSMEDE WERKEN DAARVAN ; FANCYBIJOUTERIEËN ; MUNTEN
HOOFDSTUK 71 ECHTE PARELS, NATUURLIJKE EN ANDERE EDELSTENEN EN HALFEDELSTENEN, EDELE METALEN EN METALEN GEPLATEERD MET EDELE METALEN, ALSMEDE WERKEN DAARVAN ; FANCYBIJOUTERIEËN
Aantekeningen
1. Met inachtneming van het bepaalde in Aantekening 1, letter a), op Afdeling VI en van de navolgende uitzonderingen, worden onder dit Hoofdstuk ingedeeld, alle artikelen, welke geheel of gedeeltelijk zijn samengesteld: a) uit echte parels of uit natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen ; of
b) uit edele metalen of uit metalen geplateerd met edele metalen.
2. a) De posten 71.12, 71.13 en 71.14 omvatten niet:
artikelen met eenvoudige, onbelangrijke garnering of toebehoren, van edele metalen of van metalen geplateerd met edele metalen, zoals initialen, monogrammen, beslagringen en randen ; letter b) van Aantekening 1 hiervoor heeft geen betrekking op de evenbedoelde goederen.
b) Post 71.15 is alleen van toepassing op artikelen zonder delen van edele metalen of van metalen geplateerd met edele metalen en op artikelen, welke enkel voorzien zijn van eenvoudige, onbelangrijke garnering of toebehoren, van edele metalen of van metalen geplateerd met edele metalen.
3. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) amalgamen van edele metalen en edele metalen in colloïdale toestand (post 28.49);
b) steriele hechtmiddelen voor chirurgisch gebruik, produkten voor tandvulling en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 30;
c) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 32 (bijvoorbeeld vloeibare glansmiddelen);
d) marokijnwerk, foedraalwerk en reisartikelen, bedoeld bij post 42.02, alsmede artikelen bedoeld bij post 42.03;
e) artikelen bedoeld bij de posten 43.03 en 43.04;
f) produkten bedoeld bij een der posten van Afdeling XI (textielstoffen en artikelen daarvan);
g) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 64 (schoeisel) of van Hoofdstuk 65 (hoofddeksels);
h) paraplu's, wandelstokken en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 66;
ij) munten (Hoofdstuk 72 of Hoofdstuk 99);
k) - artikelen bezet met poeder van natuurlijke of synthetische edelstenen of halfedelstenen, bedoeld bij de posten 68.04 en 68.06 (schuur-, slijp-, polijst- en wetmaterieel) en bij een der posten van Hoofdstuk 82 (gereedschap);
- gereedschap en artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 82, waarvan het snijdend of werkzaam gedeelte bestaat uit natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen op of in een houder van onedel metaal;
- machines, toestellen en elektrotechnisch materieel, alsmede delen en onderdelen daarvan, bedoeld bij een der posten van Afdeling XVI. Delen en onderdelen, welke geheel bestaan uit natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen, blijven evenwel ingedeeld onder de posten van dit Hoofdstuk;
l) artikelen bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 90, 91 en 92 (wetenschappelijke instrumenten, uurwerken en muziekinstrumenten);
m) wapens en delen daarvan (Hoofdstuk 93);
n) artikelen bedoeld bij Aantekening 2 op Hoofdstuk 97;
o) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 98 ; zulks geldt evenwel niet ten aanzien van artikelen van de soorten, welke omschreven zijn in de tekst van de posten 98.01 en 98.12, van echte parels, van natuurlijke of andere edelstenen of halfedelstenen, van edele metalen of van metalen geplateerd met edele metalen;
p) originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk (post 99.03), voorwerpen voor verzamelingen (post 99.05) en antiquiteiten, meer dan 100 jaar oud (post 99.06). Echte parels en edelstenen of halfedelstenen blijven echter steeds onder een der posten van dit Hoofdstuk ingedeeld.
4. a) Gekweekte parels worden als echte parels ingedeeld.
b) Als "edele metalen" worden aangemerkt : zilver, goud, platina en platinametalen.
c) Als "platinametalen" worden aangemerkt : iridium, osmium, palladium, rodium en ruthenium.
5. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden uitsluitend aangemerkt als "legeringen van edele metalen", de legeringen (gesinterde mengsels van edele metalen en intermetallische verbindingen daaronder begrepen), welke ten minste 2 gewichtspercenten platina, goud of zilver bevatten. Die legeringen worden ingedeeld als volgt: a) als "platinalegeringen", de legeringen welke ten minste 2 gewichtspercenten platina bevatten;
b) als "goudlegeringen", de legeringen, welke ten minste 2 gewichtspercenten goud, doch geen of minder dan 2 gewichtspercenten platina bevatten;
c) als "zilverlegeringen", alle andere legeringen bedoeld bij een der posten van dit Hoofdstuk.
Voor de toepassing van deze Aantekening worden de gewichtspercentages van de platinametalen te zamen geteld en als platina gerekend.
6. Indien in het Tarief een "edel metaal" of "edele metalen" met name worden genoemd, is die benaming, voor zover niet anders is bepaald, mede van toepassing op de legeringen, welke op grond van Aantekening 5 hiervoor aangemerkt worden als legeringen van edele metalen. De uitdrukkingen "edel metaal" en "edele metalen" zijn niet van toepassing op de goederen, omschreven in Aantekening 7, noch op geplatineerde (anders dan door plateren bedekt met een laag platina of platinametalen), vergulde of verzilverde onedele metalen of andere stoffen.
7. Als "metalen geplateerd met edele" worden aangemerkt, artikelen van metaal, waarvan één of meer vlakken, door solderen, lassen, warm walsen of op dergelijke mechanische wijze met edele metalen zijn bedekt. Artikelen van onedel metaal met inlegwerk van edele metalen, worden aangemerkt als geplateerd.
8. Als "bijouterieën", in de zin van post 71.12, worden aangemerkt: a) kleine voorwerpen, welke bestemd zijn om te worden gebezigd als sieraad, zoals ringen, armbanden, halssnoeren, broches, oorringen, horlogekettingen, hangers, dasspelden, manchetknopen, en verder medailles en insignes voor godsdienstig of voor enig ander gebruik, enz.;
b) artikelen voor persoonlijk gebruik, welke bestemd zijn om op het lichaam of op de kleding te worden gedragen, alsmede artikelen, welke gewoonlijk in de zak of in de handtas worden gedragen, zoals sigaren- en sigarettenkokers, tabaksdozen, bonbondozen en poederdozen, maliëntasjes, rozenkransen, enz.
Als "juwelen", in de zin van post 71.12, worden aangemerkt, bijouterieën van edele metalen of van metalen geplateerd met edele metalen, welke zijn samengesteld met echte of onechte parels, met natuurlijke, synthetische, gereconstrueerde of onechte edelstenen of halfedelstenen, dan wel met schildpad, met paarlemoer, met ivoor, met natuurlijk of samengekit barnsteen, met git of met koraal.
9. Als "edelsmidswerk", in de zin van post 71.13, worden aangemerkt, tafelgerei, toiletbenodigdheden, bureaugarnituren, rookstellen, voorwerpen voor binnenhuisversiering en voorwerpen voor uitoefening van erediensten.
10. Als "fancybijouterieën", in de zin van post 71.16, worden aangemerkt, de artikelen, welke zijn omschreven in Aantekening 8 a) (met uitzondering van manchetknopen en van andere artikelen bedoeld bij post 98.01 en van sierkammen, haarklemmetjes en dergelijke artikelen bedoeld bij post 98.12) en welke niet zijn samengesteld met echte parels, met natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen en evenmin - tenzij het eenvoudig toebehoren of eenvoudige garnering betreft - met edele metalen of met metalen geplateerd met edele metalen en welke zijn vervaardigd: a) geheel of gedeeltelijk van onedele metalen, ook indien verguld, verzilverd of geplatineerd;
b) van andere stoffen, mits zij ten minste uit twee verschillende stoffen bestaan (bijvoorbeeld hout en glas, been en barnsteen, paarlemoer en kunstmatige plastische stoffen). Hierbij wordt geen rekening gehouden met eenvoudige middelen voor het samenvoegen (rijgdraden en dergelijke).
>PIC FILE= "T0037231"> 11. Etuis, dozen en dergelijke bergingsmiddelen, aangeboden met de artikelen, waarvoor zij bestemd zijn en waarmede zij normaal zullen worden verkocht, worden ingedeeld onder dezelfde post als die artikelen. Indien afzonderlijk aangeboden worden zij ingedeeld naar hun aard en samenstelling.
Aanvullende Aantekening
Als "schuim van de verwerking van edele metalen en andere resten en afvallen van edele metalen" in de zin van post 71.11, worden aangemerkt de produkten, welke uitsluitend geschikt zijn voor het recupereren van het metaal, dan wel om daaruit chemicaliën te vervaardigen.
>PIC FILE= "T0037232">
>PIC FILE= "T0037233">
>PIC FILE= "T0037234">
>PIC FILE= "T0037235">
>PIC FILE= "T0037236">
HOOFDSTUK 72 MUNTEN
Aantekening
Voorwerpen voor verzamelingen (post 99.05) zijn van dit Hoofdstuk uitgezonderd.
>PIC FILE= "T0037237">
AFDELING XV ONEDELE METALEN EN WERKEN DAARVAN
Aantekeningen
1. Deze Afdeling omvat niet: a) verf, inkt en dergelijke produkten, bereid met metaalpoeder of met metaalschilfers, alsmede stempelfoliën (posten 32.08 tot en met 32.10 en 32.13);
b) ferrocerium en andere vonkende legeringen (post 36.08);
c) hoofddeksels en delen daarvan, van metaal, bedoeld bij de posten 65.06 en 65.07;
d) geraamten van paraplu's en andere artikelen, bedoeld bij post 66.03;
e) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 71, onder meer legeringen van edele metalen, onedele metalen geplateerd met edele metalen en fancybijouterieën van onedel metaal;
f) artikelen bedoeld bij een der posten van Afdeling XVI (machines en toestellen ; elektrotechnisch materieel);
g) sporen (post 86.10) en andere artikelen bedoeld bij een der posten van Afdeling XVII;
h) instrumenten en toestellen, bedoeld bij een der posten van Afdeling XVIII, veren voor uurwerken daaronder begrepen;
ij) hagel (post 93.07) en andere artikelen bedoeld bij een der posten van Afdeling XIX (wapens en munitie);
k) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 94 (meubelen, matrassen, enz.);
l) handzeven (post 96.06);
m) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97 (speelgoed, spellen, sportartikelen, enz.);
n) knopen, penhouders, vulpotloden, schrijfpennen en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 98 (diverse werken).
2. In alle Afdelingen van het Tarief worden als "delen en onderdelen voor algemeen gebruik", van onedel metaal aangemerkt: a) artikelen bedoeld bij de posten 73.20, 73.25, 73.29, 73.31 en 73.32, alsmede soortgelijke artikelen van andere onedele metalen;
b) veren en veerbladen, van onedele metalen, andere dan veren voor uurwerken (post 91.11);
c) artikelen bedoeld bij de posten 83.01, 83.02, 83.07, 83.09 en 83.14, alsmede lijsten en spiegels van onedel metaal, bedoeld bij post 83.06.
Waar in de Hoofdstukken 73 tot en met 82 (behalve in post 73.29) "delen en onderdelen" worden genoemd, slaat zulks niet op "delen en onderdelen voor algemeen gebruik" in bovenbedoelde zin.
Met inachtneming van het bepaalde bij het voorgaande lid en bij de Aantekening op Hoofdstuk 83, zijn de artikelen bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 82 en 83 uitgezonderd van de Hoofdstukken 73 tot en met 81.
3. Regels betreffende de legeringen (andere dan ferrolegeringen en cuprolegeringen, omschreven in de Hoofdstukken 73 en 74): a) legeringen van onedele metalen worden ingedeeld als legeringen van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen van de legeringen overtreft;
b) legeringen van onedele metalen, bedoeld bij een dér posten van Afdeling XV, met elementen, die niet bedoeld zijn bij die posten, worden ingedeeld als legeringen van onedele metalen bedoeld bij die posten, indien het totale gewichtspercentage van de onedele metalen gelijk is aan of groter is dan het totale gewichtspercentage van de overige elementen;
c) gesinterde mengsels van metaalpoeders, heterogene mengsels verkregen door samensmelten (andere dan cermets) en intermetallische verbindingen, worden mede als legeringen aangemerkt.
4. In alle Afdelingen van het Tarief, waar een metaal met name is genoemd, slaat zulks - voor zover niet anders is bepaald - eveneens op de legeringen, welke op grond van het bepaalde bij Aantekening 3 hiervoor, als legeringen van dat metaal worden aangemerkt.
5. Regel betreffende de samengestelde artikelen:
Voor zover niet anders is bepaald, worden werken van onedel metaal, welke uit twee of meer onedele metalen samengesteld zijn, ingedeeld als werken van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van het andere metaal of dat van de andere metalen overtreft. Hetzelfde geldt ten aanzien van de werken, welke moeten worden aangemerkt als werken van onedel metaal.
Voor de toepassing van deze regel worden: a) gietijzer, ijzer en staal als één metaal aangemerkt;
b) legeringen voor hun totaalgewicht geacht te bestaan uit het metaal, waarvan zij de indeling volgen;
c) cermets bedoeld bij post 81.04 aangemerkt als één onedel metaal.
6. Als "resten en afvallen van metaal of van werken van metaal" worden aangemerkt, resten en afval, welke uitsluitend geschikt zijn voor het recupereren van het metaal, dan wel om daaruit chemicaliën te vervaardigen.
Aanvullende Aantekening
Het bedekken met een grof bestrijksel van vet, van olie, van teer, van menie, van grafiet of van dergelijke stoffen, kennelijk bestemd om goederen tegen roesten of tegen andere oxydatie te beschermen, is niet van invloed op de indeling van de goederen bedoeld bij Afdeling XV.
HOOFDSTUK 73 GIETIJZER, IJZER EN STAAL
Aantekeningen
1. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden aangemerkt als: a) Gietijzer (post 73.01):
ferroprodukten met ten minste 1,9 gewichtspercent koolstof en kunnende bovendien bevatten, afzonderlijk of te zamen:
minder dan 15 gewichtspercenten fosfor,
ten hoogste 8 gewichtspercenten silicium,
ten hoogste 6 gewichtspercenten mangaan,
ten hoogste 30 gewichtspercenten chroom,
ten hoogste 40 gewichtspercenten wolfraam,
ten hoogste 10 gewichtspercenten andere legeringselementen te zamen (nikkel, koper, aluminium, titaan, vanadium, molybdeen, enz.).
Niet vervormbaar speciaal matrijzenstaal, dat 1,9 of meer gewichtspercent koolstof bevat en dat de kenmerken van staal vertoont, wordt echter ingedeeld als staal.
(EGKS) Onder gietijzer wordt eveneens begrepen gietijzer in vloeibare toestand.
b) I. Spiegelijzer (post 73.01):
produkten met meer dan 6 gewichtspercenten doch niet meer dan 30 gewichtspercenten mangaan, welke voorts beantwoorden aan de definitie van Aantekening 1, letter a).
II. (EGKS) Hematietruwijzer (gietruwijzer en staalruwijzer) (post 73.01):
produkten, welke ten hoogste 0,50 gewichtspercent fosfor bevatten en bovendien silicium en mangaan tot percentages, welke niet uitgaan boven de in Aantekening 1, letter a), voor die stoffen vermelde percentages.
III. (EGKS) Fosforruwijzer (ferrofosfor daaronder begrepen) (post 73.01):
produkten, welke meer dan 0,50 gewichtspercent doch minder dan 15 gewichtspercenten fosfor bevatten en bovendien silicium en mangaan tot percentages, welke niet uitgaan boven de in Aantekening 1, letter a), voor die stoffen vermelde percentages.
Hematietruwijzer en fosforruwijzer kunnen bovendien bevatten, afzonderlijk of te zamen:
ten hoogste 0,30 gewichtspercent nikkel,
ten hoogste 0,20 gewichtspercent chroom,
ten hoogste 0,30 gewichtspercent koper,
ten hoogste 0,10 gewichtspercent andere legeringselementen (aluminium, titaan, vanadium, molybdeen, wolfraam, enz.).
Fosforijzerverbindingen, welke 15 of meer gewichtspercenten fosfor bevatten, worden ingedeeld onder post 28.55 (fosfiden).
c) Ferrolegeringen (post 73.02):
ruwe smelterijprodukten (andere dan cuprolegeringen, omschreven in Hoofdstuk 74), welke praktisch niet geschikt zijn voor het walsen, en ook niet voor het smeden en welke als toeslag voor de staalvervaardiging gebruikt worden, bevattende, afzonderlijk of te zamen:
meer dan 8 gewichtspercenten silicium,
meer dan 30 gewichtspercenten mangaan,
meer dan 30 gewichtspercenten chroom,
meer dan 40 gewichtspercenten wolfraam,
meer dan 10 gewichtspercenten andere legeringselementen te zamen (aluminium, titaan, vanadium, koper, molybdeen, niobium, enz., voor zover het gehalte aan koper niet meer dan 10 gewichtspercenten bedraagt).
Het gehalte aan ijzer van de ferrolegeringen moet ten minste 4 gewichtspercenten bedragen voor zover het silicium bevattende ferrolegeringen betreft, ten minste 8 gewichtspercenten voor zover het ferrolegeringen betreft die mangaan doch geen silicium bevatten en ten minste 10 gewichtspercenten voor zover het andere ferrolegeringen betreft.
d) Gelegeerd staal (post 73.15):
staal, bevattende één of meer legeringselementen, in de navolgende verhoudingen:
meer dan 2 gewichtspercenten mangaan en silicium te zamen,
ten minste 2 gewichtspercenten mangaan,
ten minste 2 gewichtspercenten silicium,
ten minste 0,50 gewichtspercent nikkel,
ten minste 0,50 gewichtspercent chroom,
ten minste 0,10 gewichtspercent molybdeen,
ten minste 0,10 gewichtspercent vanadium,
ten minste 0,30 gewichtspercent wolfraam,
ten minste 0,30 gewichtspercent kobalt,
ten minste 0,30 gewichtspercent aluminium,
ten minste 0,40 gewichtspercent koper,
ten minste 0,10 gewichtspercent lood,
ten minste 0,12 gewichtspercent fosfor,
ten minste 0,10 gewichtspercent zwavel,
ten minste 0,20 gewichtspercent fosfor en zwavel te zamen,
ten minste 0,10 gewichtspercent andere legeringselementen, voor ieder legeringselement afzonderlijk.
e) Koolstofstaal (post 73.15):
staal met ten minste 0,60 gewichtspercent koolstof, dat minder dan 0,04 gewichtspercent zwavel of fosfor bevat, elk van deze elementen afzonderlijk genomen en dat minder dan 0,07 gewichtspercent van deze beide elementen te zamen bevat.
f) Welijzer (post 73.06):
produkten voor het walsen, voor het smeden of voor het hersmelten, verkregen: - hetzij door uithameren van loepen puddelijzer, ter verwijdering van de puddelslakken,
- hetzij door heet uitwalsen van pakken ijzer of staal in stukken of van pakken puddelijzer.
g) Ingots (post 73.06):
produkten voor het walsen of voor het smeden, verkregen door gesmolten metaal in vormen te gieten.
(EGKS) Staal in vloeibare toestand wordt ingedeeld als ingots.
h) Blooms en billets (post 73.07):
halffabrikaten met rechthoekige of vierkante doorsnede, waarvan de dwarsdoorsnede 1 225 mm2 overtreft en waarvan de dikte één vierde van de breedte overtreft.
ij) Bramen en largets (post 73.07):
halffabrikaten met rechthoekige doorsnede, met een dikte van ten minste 6 mm, een breedte van ten minste 150 mm en waarvan de dikte één vierde van de breedte niet overtreft.
k) Coils voor het walsen van plaat (post 73.08):
warm gewalste halffabrikaten met rechthoekige doorsnede, met een dikte van ten minste 1,5 mm en een breedte van meer dan 500 mm, op rollen wegende 500 kg en meer.
l) Universaalplaten (larges plats) (post 73.09):
produkten met rechthoekige doorsnede, overlangs warm gewalst in gesloten kalibers of op het universeel walswerk, met een dikte van meer dan 5 mm doch niet meer dan 100 mm en met een breedte van meer dan 150 mm doch niet meer dan 1 200 mm.
m) Bandijzer en bandstaal (post 73.12):
gewalste produkten, met of zonder afgeknipte randen, met rechthoekige doorsnede, met een dikte van ten hoogste 6 mm, met een breedte van ten hoogste 500 mm en waarvan de dikte één tiende van de breedte niet overtreft, onopgerold, op rollen of in samengevouwen bossen.
n) Plaatijzer en plaatstaal (post 73.13):
gewalste produkten (met uitzondering van coils bedoeld bij Aantekening 1, letter k), ongeacht de dikte en, indien rechthoekig of vierkant, met een breedte van meer dan 500 mm.
(EGKS) Als plaatijzer of -staal wordt eveneens aangemerkt de zogenaamde "dynamoplaat" of "transformatorplaat", welke gekenmerkt wordt door een wattverlies per kilogram, bepaald volgens de methode van Epstein, bij een stroom van 50 perioden en een inductie van 1 tesla: - van 2,1 watt of minder, indien de dikte van de plaat niet meer is dan 0,20 mm;
- van 3,6 watt of minder, indien de dikte van de plaat meer is dan 0,20 mm doch minder dan 0,60 mm;
- van 6 watt of minder, indien de dikte van de plaat 0,60 mm of meer is, doch niet meer dan 1,50 mm.
Onder post 73.13 blijven ingedeeld platen anders dan haaks gesneden, van gaten voorzien, gegolfd, gegroefd, geribd, genopt of van andere motieven voorzien, alsmede gepolijste of beklede platen, mits de platen door deze bewerkingen niet het karakter hebben verkregen van elders bedoelde artikelen of werken.
(EGKS) Voor de toepassing van de onderverdelingen wordt gegolfd plaatijzer of plaatstaal - ongeacht de wijze waarop het is verkregen - aangemerkt als vlak plaatijzer of plaatstaal.
o) Draad (post 73.14):
massieve produkten, koud getrokken of koud geperst, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 13 mm niet overtreft, ongeacht de vorm van die doorsnede ; voor de interpretatie van de posten 73.26 en 73.27 worden gewalste produkten van genoemde afmetingen eveneens als draad aangemerkt.
p) Staven (post 73.10):
massieve produkten, welke niet volkomen beantwoorden aan de definities van de letters h), ij), k), 1), m), n) en o) hiervoor, en waarvan de dwarsdoorsnede de vorm heeft van een cirkel, van een cirkelsegment, van een ovaal of ellips, van een gelijkbenige driehoek, van een vierkant, van een rechthoek, van een zeshoek, van een achthoek of van een regelmatig trapezium.
Als staven worden eveneens aangemerkt, produkten voor het wapenen van beton (betonijzer of betonstaal), welke zijn voorzien van, bij het walsen aangebrachte, geringe vervormingen van het oppervlak, zoals inkepingen, verdikkingen, ribbels, enz. en welke voor het overige voldoen aan bovenstaande definitie.
(EGKS) Als walsdraad worden aangemerkt enkel door warm walsen verkregen massieve produkten, welke in warme toestand op rollen zijn gehaspeld.
Hieronder worden slechts produkten begrepen: 1. met ronde of vierkante dwarsdoorsnede, waarvan de middellijn resp. de zijde 13 mm niet overtreft;
2. met andere dan ronde of vierkante dwarsdoorsnede, welke niet beantwoorden aan de definitie van bandijzer of bandstaal (Aantekening 1, letter m) hiervoor) en waarvan het gewicht per strekkende meter 1,330 kg niet overtreft.
q) Holle staven van staal, voor mijnboringen (post 73.10):
staven, ongeacht de vorm van de dwarsdoorsnede, geschikt voor de vervaardiging van boorstangen en waarvan de grootste buitenwerkse afmeting der dwarsdoorsnede, welke meer dan 15 mm doch niet meer dan 50 mm mag zijn, ten minste het drievoudige is van de grootste binnenwerkse afmeting.
Holle staven, welke niet aan deze definitie beantwoorden, worden ingedeeld onder post 73.18.
>PIC FILE= "T0037238"> r) Profielijzer en profielstaal (post 73.11):
massieve produkten, welke niet vallen onder post 73.16, welke niet volkomen beantwoorden aan een der definities van de letters h), ij), k), l), m), n) en o) en waarvan de dwarsdoorsnede een andere vorm heeft dan de onder letter p) genoemde vormen.
s) (EGKS) Blik (posten 73.12 en 73.13):
bandijzer en bandstaal, alsmede plaatijzer en plaatstaal, bedekt met een laag metaal, waarvan het tingehalte 97 gewichtspercenten of meer bedraagt, al dan niet gevernist.
2. Onder de posten 73.06 tot en met 73.14 worden niet ingedeeld, produkten van gelegeerd staal of van koolstofstaal (post 73.15).
3. De goederen bedoeld bij de posten 73.06 tot en met 73.15, welke geplateerd zijn met ijzer of met staal van een andere soort, worden ingedeeld onder de post, waaronder het ijzer of het staal valt, dat in de samenstelling met het hoogste gewicht voorkomt.
4. Door elektrolyse verkregen ijzer of staal wordt naar vorm en afmetingen ingedeeld onder posten betreffende op andere wijze verkregen ijzer of staal.
5. Als "drukleidingen", in de zin van post 73.19, worden aangemerkt, buizen en pijpen (bochten daaronder begrepen), geklonken, gelast of naadloos, met ronde doorsnede, met een inwendige diameter van meer dan 400 mm en een wanddikte van meer dan 10,5 mm.
Aanvullende Aantekening
Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden de produkten verkregen door continu-strenggieten, welke beantwoorden aan de definities van de Aantekeningen 1 p) of 1 r), aangemerkt als warmgewalste produkten.
>PIC FILE= "T0037239">
>PIC FILE= "T0037240">
>PIC FILE= "T0037241">
>PIC FILE= "T0037242">
>PIC FILE= "T0037243">
>PIC FILE= "T0037244">
>PIC FILE= "T0037245">
>PIC FILE= "T0037246">
>PIC FILE= "T0037247">
>PIC FILE= "T0037248">
>PIC FILE= "T0037249">
>PIC FILE= "T0037250">
>PIC FILE= "T0037251">
>PIC FILE= "T0037252">
>PIC FILE= "T0037253">
>PIC FILE= "T0037254">
>PIC FILE= "T0037255">
>PIC FILE= "T0037256">
>PIC FILE= "T0037257">
>PIC FILE= "T0037258">
>PIC FILE= "T0037259">
>PIC FILE= "T0037260">
>PIC FILE= "T0037261">
>PIC FILE= "T0037262">
>PIC FILE= "T0037263">
>PIC FILE= "T0037264">
>PIC FILE= "T0037265">
>PIC FILE= "T0037266">
>PIC FILE= "T0037267">
HOOFDSTUK 74 KOPER
Aantekeningen
1. Als "cuprolegeringen" in de zin van post 74.02 worden aangemerkt, legeringen welke meer dan 10 gewichtspercenten koper, alsmede andere legeringselementen bevatten, welke legeringen praktisch niet geschikt zijn om te worden gewalst of gesmeed en welke gebruikt worden, hetzij als toeslag bij de samenstelling van legeringen, hetzij als reductiemiddel, als middel om te ontzwavelen of voor dergelijke doeleinden, bij de produktie van non-ferrometalen. Fosforkoperverbindingen, welke meer dan 8 gewichtspercenten fosfor bevatten, vallen evenwel onder post 28.55.
2. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden aangemerkt als: a) draad (post 74.03):
massieve produkten, gewalst, getrokken of geperst, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm niet overtreft, ongeacht de vorm van die doorsnede;
b) staven en profielen (post 74.03):
massieve produkten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan, voor zover het vlakke produkten betreft, de dikte één tiende van de breedte overtreft. Als "staven en profielen" worden eveneens aangemerkt, gegoten of gesinterde produkten met dezelfde vormen en afmetingen, welke verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd, voor zover bedoelde produkten daardoor niet het karakter hebben verkregen van onder andere posten in te delen artikelen of werken.
Als ruw koper, bedoeld bij post 74.01 worden evenwel aangemerkt wirebars en billets, welke aangepunt of op andere wijze aan de uiteinden bewerkt zijn, alleen voor het vergemakkelijken van het inbrengen in de machines waarmede ze zullen worden verwerkt, bijvoorbeeld tot walsdraad of tot buizen;
c) platen, bladen en strippen (post 74.04):
vlakke produkten (andere dan de ruwe produkten bedoeld bij post 74.01), ook indien op rollen, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan de dikte 0,15 mm overtreft, zonder één tiende van de breedte te overtreffen.
Onder post 74.04 blijven ingedeeld, platen, bladen en strippen, waarvan de dikte 0,15 mm overtreft en welke anders dan haaks zijn gesneden, van gaten zijn voorzien, dan wel zijn gegolfd, gebogen, gegroefd, geribd, gepolijst of bekleed, mits zij door deze bewerkingen niet het karakter hebben verkregen van elders bedoelde artikelen of werken.
3. Onder de posten 74.07 en 74.08 blijven ingedeeld, buizen, pijpen, holle staven en hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, welke zijn gepolijst of bekleed, alsmede die met een speciale vorm of welke anders zijn bewerkt (gebogen, spiraalvormig gewonden, van schroefdraad voorzien, uitgeboord, van gaten voorzien, vernauwd, taps toelopend gemaakt, van ribben voorzien, enz.).
>PIC FILE= "T0037268">
>PIC FILE= "T0037269">
>PIC FILE= "T0037270">
>PIC FILE= "T0037271">
>PIC FILE= "T0037272">
>PIC FILE= "T0037273">
HOOFDSTUK 75 NIKKEL
Aantekeningen
1. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden aangemerkt als: a) draad (post 75.02):
massieve produkten, gewalst, getrokken of geperst, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm niet overtreft, ongeacht de vorm van die doorsnede;
b) staven en profielen (post 75.02):
massieve produkten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan, voor zover het vlakke produkten betreft, de dikte één tiende van de breedte overtreft. Als "staven en profielen" worden eveneens aangemerkt, gegoten of gesinterde produkten met dezelfde vormen en afmetingen, welke verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd;
c) platen, bladen en strippen (post 75.03):
vlakke produkten (andere dan de ruwe produkten bedoeld bij post 75.01), ook indien op rollen, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsneede 6 mm overtreft en waarvan de dikte één tiende van de breedte niet overtreft.
Onder post 75.03 blijven ingedeeld, platen, bladen en strippen, welke anders dan haaks zijn gesneden, van gaten zijn voorzien, dan wel zijn gegolfd, geribd, gegroefd, gepolijst of bekleed, mits zij door deze bewerkingen niet het karakter hebben verkregen van elders bedoelde artikelen of werken.
2. Onder post 75.04 blijven ingedeeld, buizen, pijpen, holle staven en hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, welke zijn gepolijst of bekleed, alsmede die met een speciale vorm of welke anders zijn bewerkt (gebogen, spiraalvormig gewonden, van schroefdraad voorzien, van gaten voorzien, vernauwd, taps toelopend gemaakt, van ribben voorzien, enz.).
>PIC FILE= "T0037274">
>PIC FILE= "T0037275">
>PIC FILE= "T0037276">
HOOFDSTUK 76 ALUMINIUM
Aantekeningen
1. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden aangemerkt als: a) draad (post 76.02):
massieve produkten, gewalst, getrokken of geperst, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm niet overtreft, ongeacht de vorm van die doorsnede;
b) staven en profielen (post 76.02):
massieve produkten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan, voor zover het vlakke produkten betreft, de dikte één tiende van de breedte overtreft. Als "staven en profielen" worden eveneens aangemerkt, gegoten of gesinterde produkten met dezelfde vormen en afmetingen, welke verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd;
c) platen, bladen en strippen (post 76.03):
vlakke produkten (andere dan de ruwe produkten bedoeld bij post 76.01), ook indien op rollen, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan de dikte 0,20 mm overtreft, zonder één tiende van de breedte te overtreffen.
Onder post 76.03 blijven ingedeeld, platen, bladen en strippen waarvan de dikte 0,20 mm overtreft, welke anders dan haaks zijn gesneden, van gaten zijn voorzien, dan wel zijn gegolfd, geribd, gegroefd, gepolijst of bekleed, mits zij door deze bewerkingen niet het karakter hebben verkregen van elders bedoelde artikelen of werken.
2. Onder de posten 76.06 en 76.07 blijven ingedeeld, buizen, pijpen, holle staven en hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, welke zijn gepolijst of bekleed, alsmede die met een speciale vorm of welke anders zijn bewerkt (gebogen, spiraalvormig gewonden, van schroefdraad voorzien, van gaten voorzien, vernauwd, taps toelopend gemaakt, van ribben voorzien, enz.).
>PIC FILE= "T0037277">
>PIC FILE= "T0037278">
>PIC FILE= "T0037279">
>PIC FILE= "T0037280">
>PIC FILE= "T0037281">
>PIC FILE= "T0037282">
HOOFDSTUK 77 MAGNESIUM, BERYLLIUM (GLUCINIUM)
>PIC FILE= "T0037283">
>PIC FILE= "T0037284">
HOOFDSTUK 78 LOOD
Aantekeningen
1. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden aangemerkt als: a) draad (post 78.02):
massieve produkten, gewalst, getrokken of geperst, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm niet overtreft, ongeacht de vorm van die doorsnede;
b) staven en profielen (post 78.02):
massieve produkten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan, voor zover het vlakke produkten betreft, de dikte één tiende van de breedte overtreft. Als staven en profielen worden eveneens aangemerkt, gegoten of gesinterde produkten met dezelfde vormen en afmetingen, welke verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd;
c) platen, bladen en strippen (post 78.03):
vlakke produkten (andere dan de ruwe produkten bedoeld bij post 78.01), ook indien op rollen, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan de dikte één tiende van de breedte niet overtreft, met uitzondering van de produkten met een gewicht van niet meer dan 1,7 kg per m2.
Onder post 78.03 blijven ingedeeld, platen, bladen en strippen, met een gewicht van meer dan 1,7 kg per m2, welke anders dan haaks zijn gesneden, van gaten zijn voorzien, dan wel gegolfd, geribd, gegroefd, gepolijst of bekleed, mits zij door deze bewerkingen niet het karakter hebben verkregen van elders bedoelde artikelen of werken.
2. Onder post 78.05 blijven ingedeeld, buizen, pijpen, holle staven en hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, welke zijn gepolijst of bekleed, alsmede die met een speciale vorm of welke zijn bewerkt (gebogen, spiraalvorming gewonden, van schroefdraad voorzien, van gaten voorzien, vernauwd, taps toelopend gemaakt, van ribben voorzien, enz.).
>PIC FILE= "T0037285">
>PIC FILE= "T0037286">
>PIC FILE= "T0037287">
HOOFDSTUK 79 ZINK
Aantekeningen
1. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden aangemerkt als: a) draad (post 79.02):
massieve produkten, gewalst, getrokken of geperst, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm niet overtreft, ongeacht de vorm van die doorsnede;
b) staven en profielen (post 79.02):
massieve produkten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan, voor zover het vlakke produkten betreft, de dikte één tiende van de breedte overtreft. Als "staven en profielen" worden eveneens aangemerkt, gegoten of gesinterde produkten met dezelfde vormen en afmetingen, welke verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd;
c) platen, bladen en strippen (post 79.03):
vlakke produkten (andere dan de ruwe produkten bedoeld bij post 79.01), ook indien op rollen, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan de dikte één tiende van de breedte niet overtreft.
Onder post 79.03 blijven ingedeeld, platen, bladen en strippen, welke anders dan haaks zijn gesneden, van gaten zijn voorzien, dan wel zijn gegolfd, gegroefd, geribd, gepolijst of bekleed, mits zij door deze bewerkingen niet het karakter hebben verkregen van elders bedoelde artikelen of werken.
2. Onder post 79.04 blijven ingedeeld, buizen, pijpen, holle staven en hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, welke zijn gepolijst of bekleed, alsmede die met een speciale vorm of welke anders zijn bewerkt (gebogen, spiraalvormig gewonden, van schroefdraad voorzien, van gaten voorzien, vernauwd, taps toelopend gemaakt, van ribben voorzien, enz.).
>PIC FILE= "T0037288">
>PIC FILE= "T0037289">
>PIC FILE= "T0037290">
HOOFDSTUK 80 TIN
Aantekeningen
1. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden aangemerkt als: a) draad (post 80.02):
massieve produkten, gewalst, getrokken of geperst, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm niet overtreft, ongeacht de vorm van die doorsnede;
b) staven en profielen (post 80.02):
massieve produkten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan, voor zover het vlakke produkten betreft, de dikte één tiende van de breedte overtreft. Als "staven en profielen" worden eveneens aangemerkt, gegoten of gesinterde produkten met dezelfde vormen en afmetingen, welke verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd;
c) platen, bladen en strippen (post 80.03):
vlakke produkten (andere dan de ruwe produkten bedoeld bij post 80.01), ook indien op rollen, waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 6 mm overtreft en waarvan de dikte één tiende van de breedte niet overtreft, doch met uitzondering van produkten met een gewicht van niet meer dan 1 kg per m2.
Onder post 80.03 blijven ingedeeld, platen, bladen en strippen, met een gewicht van meer dan 1 kg per m2, welke anders dan haaks zijn gesneden, van gaten zijn voorzien, dan wel zijn gegolfd, gegroefd, geribd, gepolijst of bekleed, mits zij door deze bewerkingen niet het karakter hebben verkregen van elders bedoelde artikelen of werken.
2. Onder post 80.05 blijven ingedeeld, buizen, pijpen, holle staven en hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, welke zijn gepolijst of bekleed, alsmede die met een speciale vorm of welke anders zijn bewerkt (gebogen, spiraalvormig gewonden, van schroefdraad voorzien, van gaten voorzien, vernauwd, taps toelopend gemaakt, van ribben voorzien, enz.).
>PIC FILE= "T0037291">
>PIC FILE= "T0037292">
>PIC FILE= "T0037293">
HOOFDSTUK 81 ANDERE ONEDELE METALEN
Aantekening
Onder post 81.04 vallen alleen de hierna genoemde onedele metalen : bismut, cadmium, kobalt, chroom, gallium, germanium, hafnium (celtium), indium, mangaan, niobium (columbium), renium, antimoon (antimonium), titaan (titanium), thorium, thallium, uranium waaruit U 235 is afgescheiden, vanadium en zirkonium.
Deze post omvat eveneens kobaltmatte, kobaltspijs en andere tussenprodukten van de kobaltmetallurgie, alsmede cermets.
>PIC FILE= "T0037294">
>PIC FILE= "T0037295">
>PIC FILE= "T0037296">
>PIC FILE= "T0037297">
>PIC FILE= "T0037298">
HOOFDSTUK 82 GEREEDSCHAP ; MESSENMAKERSWERK, LEPELS EN VORKEN, VAN ONEDEL METAAL
Aantekeningen
1. Behalve waar het gaat om soldeer-, blaas- of brandlampen, veldsmidsen, slijpstenen met hand- of voetaandrijving, manicureen pedicurestellen en de artikelen bedoeld bij de posten 82.07 en 82.15, omvatten de posten van dit Hoofdstuk uitsluitend artikelen, waarvan het snijdend of werkzaam deel bestaat uit: a) onedel metaal;
b) metaalcarbiden;
c) natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen in een houder van onedel metaal;
d) schuur-, slijp- of polijstmiddelen in een houder of op een drager van onedel metaal, voor zover het gaat om gereedschap, waarvan de tanden of dergelijke delen nog het karakter dragen van snijdende of verspanende delen, ook al zijn zij bezet met schuur-, slijp- of polijstmiddelen.
2. Delen en onderdelen, van onedel metaal, van de artikelen bedoeld bij een der posten van dit Hoofdstuk, worden ingedeeld onder de post, waartoe die artikelen behoren, met uitzondering van de delen en onderdelen, welke elders zijn genoemd en met uitzondering van de gereedschaphouders voor handgereedschap bedoeld bij post 84.48. Delen en onderdelen, voor algemeen gebruik, in de zin van Aantekening 2 op Afdeling XV, zijn evenwel steeds uitgezonderd van de posten van dit Hoofdstuk.
Onder de posten 82.11 en 82.13 vallen respectievelijk de koppen, kammen, snijbladen en mesjes, voor scheerapparaten en voor tondeuses.
3. Etuis, dozen en dergelijke bergingsmiddelen, aangeboden met de artikelen waarvoor zij bestemd zijn en waarmede zij normaal zullen worden verkocht, worden ingedeeld onder dezelfde post als die artikelen. Indien afzonderlijk aangeboden worden zij ingedeeld naar hun aard en samenstelling.
>PIC FILE= "T0037299">
>PIC FILE= "T0037300">
>PIC FILE= "T0037301">
>PIC FILE= "T0037302">
>PIC FILE= "T0037303">
>PIC FILE= "T0037304">
>PIC FILE= "T0037305">
HOOFDSTUK 83 ALLERLEI WERKEN VAN ONEDELE METALEN
Aantekening
Artikelen van gietijzer, van ijzer of van staal, bedoeld bij de posten 73.25, 73.29, 73.31, 73.32 en 73.35 en soortgelijke artikelen van andere onedele metalen worden in geen geval aangemerkt als delen van werken bedoeld bij een der posten van dit Hoofdstuk.
>PIC FILE= "T0037306">
>PIC FILE= "T0037307">
>PIC FILE= "T0037308">
>PIC FILE= "T0037309">
AFDELING XVI MACHINES EN TOESTELLEN ; ELEKTROTECHNISCH MATERIEEL
Aantekeningen
1. Deze Afdeling omvat niet: a) drijfriemen, drijfsnaren of transportbanden, van kunstmatige plastische stoffen bedoeld bij Hoofdstuk 39, drijfriemen, drijfsnaren of transportbanden, van gevulcaniseerde rubber (post 40.10), alsmede artikelen voor technisch gebruik van gevulcaniseerde doch niet geharde rubber (post 40.14);
b) artikelen voor technisch gebruik, van leder of van kunstleder (post 42.04) of van bontwerk (post 43.03);
c) spoelen, buisjes, hulzen, klossen en andere dergelijke opwindmiddelen, ongeacht de stof waarvan zij zijn vervaardigd (bijvoorbeeld de Hoofdstukken 39, 40, 44 of 48, dan wel Afdeling XV);
d) papier en karton, met geponste patronen, voor jacquardmachines en voor dergelijke machines, bedoeld bij post 48.21;
e) drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden, van textielstoffen (post 59.16) en artikelen van textielstoffen voor technisch gebruik (post 59.17);
f) edelstenen en halfedelstenen, natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde, bedoeld bij de posten 71.02 en 71.03, alsmede geheel uit deze stenen bestaande werken, bedoeld bij post 71.15;
g) delen en onderdelen, voor algemeen gebruik in de zin van Aantekening 2 op Afdeling XV, van onedele metalen (Afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunstmatige plastische stoffen (in de regel post 39.07);
h) metaaldoek en banden, zonder eind, van metaaldraad of van metaalstrippen (Afdeling XV);
ij) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 82 of van Hoofdstuk 83;
k) artikelen bedoeld bij een der posten van Afdeling XVII;
l) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 90;
m) uurwerken en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 91;
n) verwisselbare gereedschappen, bedoeld bij post 82.05 en borstels voor machines, bedoeld bij post 96.01, alsmede dergelijke verwisselbare gereedschappen, welke worden ingedeeld naar de stof waaruit het werkzaam deel bestaat (bijvoorbeeld de Hoofdstukken 40, 42, 43, 45 en 59, de posten 68.04, 69.09, enz.);
o) artikelen bedoeld bij Hoofdstuk 97.
2. Behoudens het bepaalde in Aantekening 1 op deze Afdeling en in de Aantekeningen 1 op de Hoofdstukken 84 en 85, worden delen en onderdelen van machines (met uitzondering van de delen en onderdelen van de artikelen bedoeld bij de posten 84.64, 85.23, 85.24, 85.25 en 85.27) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels: a) delen en onderdelen, welke als zodanig onder een van de posten van Hoofdstuk 84 of van Hoofdstuk 85 (met uitzondering van de posten 84.65 en 85.28) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn;
b) delen en onderdelen, andere dan die bedoeld onder letter a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines (met inbegrip van die bedoeld bij post 84.59 of bij post 85.22), worden ingedeeld onder de post, waaronder die machine of die machines vallen, ofwel onder de posten 84.38, 84.48 of 84.55 ; delen en onderdelen, welke hoofdzakelijk worden gebruikt zowel voor de goederen bedoeld bij post 85.13 als voor die bedoeld bij post 85.15, worden echter ingedeeld onder post 85.13;
c) andere delen en onderdelen worden ingedeeld onder post 84.65 of onder post 85.28.
3. Voor zover niet anders is bepaald worden combinaties van machines van verschillende soorten, welke bestemd zijn om gezamenlijk te functioneren en welke één geheel vormen, alsmede machines met twee of meer verschillende (afwisselende of aanvullende) functies, ingedeeld naar de hoofdfunctie, welke kenmerkend is voor het complex.
4. Krachtmachines van alle soorten, aangebracht in, op of aan arbeidsmachines, dan wel tegelijk aangeboden met de arbeidsmachines, waarvoor zij kennelijk bestemd zijn (te weten : door het aanwezig zijn van een gemeenschappelijk voetstuk, van een uitgespaarde ruimte in het frame of in het onderstel, van een console, welke deel uitmaakt van het frame of van het onderstel, of van een dergelijke inrichting), worden ingedeeld als de machines, welke zij moeten aandrijven. Hetzelfde geldt voor drijfriemen, drijfsnaren of transportbanden, welke op de machines zijn gemonteerd of welke tegelijk worden aangeboden met de machines, waarop zij kennelijk zullen worden gemonteerd. Het gewicht van bovenbedoelde krachtmachines, drijfriemen, drijfsnaren of transportbanden moet worden medegerekend bij het bepalen van het in aanmerking te nemen gewicht, indien in het Tarief onderscheid wordt gemaakt naar het gewicht.
5. Voor de toepassing van vorenstaande Aantekeningen heeft het woord "machines" zowel betrekking op machines als op de verschillende toestellen, apparaten en werktuigen bedoeld bij Afdeling XVI.
Aanvullende Aantekeningen
1. Gereedschappen, benodigd voor het monteren of voor het onderhouden van machines, worden, indien zij gelijktijdig met de machines ter vrijmaking worden aangeboden, ingedeeld als die machines. Bovenstaande regeling is eveneens van toepassing op verwisselbare gereedschappen, welke gelijktijdig worden aangeboden met de machines, voor zover zij tot de normale uitrusting daarvan behoren en daarmede normaal worden verkocht.
2. Tot staving van zijn aangifte dient de aangever der goederen desgevraagd aan de douaneambtenaren geïllustreerde documentatie (prospectussen, catalogi, foto's en dergelijke) over te leggen, waarin de machine wordt omschreven en waaruit het gebruik en de voornaamste eigenschappen kunnen worden afgeleid ; voor machines welke in gedemonteerde staat of niet gemonteerde staat worden ingevoerd kan bovendien een montageplan en een inhoudsopgave van de verschillende colli's worden geëist.
3. Op verzoek van de aangever der goederen en onder de voorwaarden en bepalingen, vast te stellen door de bevoegde autoriteiten, kan het bepaalde in de Algemene Bepaling A 2 a) eveneens worden toegepast op machines welke in deelzendingen worden ingevoerd.
4. Etuis, dozen en dergelijke bergingsmiddelen, aangeboden met de artikelen van Afdeling XVI, waarvoor zij bestemd zijn en waarmede zij normaal zullen worden verkocht, worden ingedeeld onder dezelfde post als die artikelen. Indien afzonderlijk aangeboden, worden zij ingedeeld naar hun aard en samenstelling.
5. Tractors die, al dan niet door middel van speciale voorzieningen, zijn gekoppeld aan machines, toestellen of werktuigen, bedoeld bij Afdeling XVI, volgen in ieder geval hun eigen tarifering (post 87.01).
HOOFDSTUK 84 STOOMKETELS, MACHINES, TOESTELLEN EN MECHANISCHE WERKTUIGEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) molenstenen en dergelijke artikelen om te malen en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 68;
b) toestellen, machines, werktuigen (bijvoorbeeld pompen) en onderdelen daarvan, van keramische stoffen (Hoofdstuk 69);
c) glaswerk voor laboratoria (post 70.17) en werken van glas voor technisch gebruik (posten 70.20 en 70.21);
d) artikelen bedoeld bij de posten 73.36 en 73.37, alsmede dergelijke artikelen van andere onedele metalen (Hoofdstukken 74 tot en met 81);
e) elektromechanisch handgereedschap en elektromechanische handgereedschapswerktuigen, bedoeld bij post 85.05, alsmede elektromechanische toestellen voor huishoudelijk gebruik, bedoeld bij post 85.06.
2. Met inachtneming van het bepaalde in de Aantekeningen 3 en 4 op Afdeling XVI worden machines en toestellen, welke zowel beantwoorden aan de omschrijving van de posten 84.01 tot en met 84.21 als aan die van de posten 84.22 tot en met 84.60, ingedeeld onder de posten 84.01 tot en met 84.21.
Onder post 84.17 worden echter niet ingedeeld: a) broedmachines en kunstmoeders, voor de pluimveeteelt, alsmede kiemkasten (post 84.28) ;
b) apparaten voor het bevochtigen van graan, voor de meelindustrie (post 84.29);
c) diffusieketels en diffusiebatterijen, voor suikerfabrieken (post 84.30);
d) thermische machines en thermische toestellen, voor de behandeling van garens, van weefsels en van werken van textiel (post 84.40);
e) apparaten en inrichtingen, voor het verrichten van mechanische bewerkingen, waarbij de temperatuursverandering, hoewel noodzakelijk, slechts van ondergeschikte betekenis is.
En voorts worden onder post 84.19 niet ingedeeld: a) naaimachines voor het dichtnaaien van verpakkingsmiddelen (post 84.41);
b) kantoormachines en -toestellen, bedoeld bij post 84.54.
3. A. Voor de toepassing van post 84.53, wordt onder "automatische gegevensverwerkende machines" verstaan: a) digitale machines met geheugen, waarin naast het verwerkingsprogramma of -programma's en de te verwerken gegevens, ook een programma kan worden opgeslagen om de formele programmeertaal waarin de programma's zijn geschreven, in machinetaal te vertalen. Deze machines moeten een centraal geheugen hebben dat rechtstreeks voor de uitvoering van een programma toegankelijk is en dat een capaciteit heeft die op zijn minst voldoende is om die delen van de verwerkings- en vertaalprogramma's en de informatie, welke voor het lopende programma direct noodzakelijk zijn, er in op te slaan. Zij moeten, op grond van de instructies in het oorspronkelijk ingebrachte programma, ook in staat zijn door logische beslissing zelf de uitvoering van het programma gedurende het verwerkingsverloop te wijzigen;
b) analoge machines, geschikt om daarmede mathematische modellen te simuleren en welke ten minste bevatten : analoge elementen, besturingselementen en programmeerelementen;
c) hybride machines bestaande, hetzij uit een digitale machine met analoge elementen, hetzij uit een analoge machine met digitale elementen.
B. Automatische gegevensverwerkende machines kunnen voorkomen als apparatuur, bestaande uit een variabel aantal zich in afzonderlijke omhullingen bevindende eenheden welke deel uitmaken van het systeem. Een eenheid wordt als een deel van de complete apparatuur aangemerkt, indien zij aan alle hierna omschreven voorwaarden voldoet, te weten: a) zij moet, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van één of meer andere eenheden, op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten;
b) zij moet speciaal zijn ontworpen om van een dergelijk systeem deel uit te maken (zij moet, tenzij het een gestabiliseerde voedingseenheid betreft, bijvoorbeeld in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm - code of signalen - die bruikbaar is voor het systeem).
Dergelijke afzonderlijk aangeboden eenheden worden eveneens onder post 84.53 ingedeeld.
4. Gekalibreerde, gepolijste stalen kogels worden ingedeeld onder post 84.62, indien de maximumdiameter en de minimumdiameter niet meer dan 1 percent verschillen van de nominale diameter, met dien verstande evenwel dat het verschil niet meer mag bedragen dan 0,05 mm.
Stalen kogels, welke aan die voorwaarde niet voldoen, worden ingedeeld onder post 73.40.
5. Machines, welke voor meerdere doeleinden kunnen worden gebezigd, worden, voor zover niet anders is bepaald en met inachtneming van het bepaalde in Aantekening 2 op dit Hoofdstuk en van het bepaalde in Aantekening 3 op Afdeling XVI, ingedeeld onder de post, welke van toepassing is op machines wier functie dezelfde is als de hoofdfunctie van de betreffende machines of, voor zover een dergelijke post niet bestaat, dan wel indien niet is uit te maken welke de hoofdfunctie is, onder post 84.59.
Onder post 84.59 worden in ieder geval ingedeeld machines voor het vervaardigen van touw of van kabels (kabelslagmachines, kabeldraaimachines, enz.) van alle soorten materiaal.
Aanvullende Aantekeningen
1. Als motoren voor vliegtoestellen bedoeld bij onderverdeling A van post 84.06 worden alleen aangemerkt motoren, welke zijn ingericht om te worden voorzien van een luchtschroef of van een rotor.
2. Voor de toepassing van onderverdeling C VI a) van post 84.45 wordt onder fijnstelapparatuur verstaan, iedere inrichting met behulp waarvan de verplaatsing van een belangrijk deel van de machine (tafel, arm, slijpsteenhouder, enz.) tot op ten minste 1/100 mm (0,01 mm) nauwkeurig kan worden bepaald of ingesteld.
>PIC FILE= "T0037310"> 3. Als "coördinatenmachines" bedoeld bij onderverdeling C VII van post 84.45 worden alleen aangemerkt machines die aan beide onderstaande voorwaarden voldoen: a) het bewerken van het werkstuk volgens coördinaten;
b) het instellen van de tafel en van de werktuigslede met een nauwkeurigheid van ten minste 0,005 mm.
4. (Euratom) Met de term kernreactoren (post 84.59 B) wordt aangeduid het geheel van toestellen, apparaten en inrichtingen, welke zich bevinden in de ruimte die wordt begrensd door een biologisch scherm, met inbegrip eventueel van het scherm zelf, alsmede de inrichtingen die een geheel vormen met delen, die zich in de hiervoor genoemde ruimte bevinden (o.a. de regelstaven en hun aandrijving-, regel- en besturingsmechanismen, voor zover deze mechanismen een geheel vormen met die staven of met andere delen die zich in de hiervoor genoemde ruimte bevinden).
>PIC FILE= "T0037311">
>PIC FILE= "T0037312">
>PIC FILE= "T0037313">
>PIC FILE= "T0037314">
>PIC FILE= "T0037315">
>PIC FILE= "T0037316">
>PIC FILE= "T0037317">
>PIC FILE= "T0037318">
>PIC FILE= "T0037319">
>PIC FILE= "T0037320">
>PIC FILE= "T0037321">
>PIC FILE= "T0037322">
>PIC FILE= "T0037323">
>PIC FILE= "T0037324">
>PIC FILE= "T0037325">
>PIC FILE= "T0037326">
>PIC FILE= "T0037327">
>PIC FILE= "T0037328">
>PIC FILE= "T0037329">
>PIC FILE= "T0037330">
>PIC FILE= "T0037331">
>PIC FILE= "T0037332">
>PIC FILE= "T0037333">
>PIC FILE= "T0037334">
>PIC FILE= "T0037335">
>PIC FILE= "T0037336">
>PIC FILE= "T0037337">
>PIC FILE= "T0037338">
>PIC FILE= "T0037339">
>PIC FILE= "T0037340">
>PIC FILE= "T0037341">
>PIC FILE= "T0037342">
>PIC FILE= "T0037343">
>PIC FILE= "T0037344">
>PIC FILE= "T0037345">
>PIC FILE= "T0037346">
>PIC FILE= "T0037347">
>PIC FILE= "T0037348">
>PIC FILE= "T0037349">
>PIC FILE= "T0037350">
>PIC FILE= "T0037351">
>PIC FILE= "T0037352">
>PIC FILE= "T0037353">
HOOFDSTUK 85 ELEKTRISCHE MACHINES, APPARATEN EN TOESTELLEN ; ARTIKELEN VOOR ELEKTROTECHNISCH GEBRUIK
Aantekeningen
1. Van dit Hoofdstuk zijn uitgezonderd: a) elektrisch verwarmde dekens, kussens, voetzakken en dergelijke artikelen ; elektrisch verwarmde kleding, schoeisel, oorwarmers en dergelijke artikelen, welke op de persoon worden gedragen;
b) werken van glas bedoeld bij post 70.11;
c) elektrisch verwarmde meubelen bedoeld bij Hoofdstuk 94.
2. Artikelen, welke zowel beantwoorden aan de omschrijving van post 85.01 als aan die van de posten 85.08, 85.09 of 85.21, worden ingedeeld onder een der laatste drie posten. Kwikdampgelijkrichters met metalen vat worden evenwel steeds onder post 85.01 ingedeeld.
3. Tot post 85.06 behoren, voor zover het elektromechanische apparaten betreft van de soorten, welke gewoonlijk voor huishoudelijk gebruik gebezigd worden: a) stofzuigers, vloerwrijvers (boenmachines), apparaten voor het malen, mengen, enz. van voedings- en genotmiddelen, vruchtenpersen en ventilatoren voor woonruimten en dergelijke, ongeacht het gewicht;
b) andere toestellen, wegende niet meer dan 20 kg, met uitzondering van toestellen voor het afwassen van vaatwerk (post 84.19), van wasmachines voor linnengoed, enz. (post 84.18 of post 84.40, naargelang het centrifuges of andere machines betreft), van strijkmachines (post 84.16 of post 84.40, naargelang het kalanders - mangels - of andere machines betreft), van naaimachines (post 84.41) en van elektrothermische toestellen bedoeld bij post 85.12.
4. Voor de toepassing van post 85.19 worden als "gedrukte elektrische schakelingen" aangemerkt, schakelingen verkregen door het vormen op een onderlaag van isolerend materiaal, door een bij het drukken gebruikte werkwijze (onder meer inpersen, elektrolytisch opbrengen en etsen) of volgens de zogenaamde dun- of dikfilmtechniek, van stroomvoerende elementen, contacten of andere elementen (bijvoorbeeld inductie-elementen, weerstanden en condensatoren), welke al dan niet volgens een bepaald schema onderling zijn verbonden, met uitzondering evenwel van elementen die een elektrisch signaal kunnen voortbrengen, gelijkrichten, moduleren of versterken (bijvoorbeeld halfgeleiderelementen).
De uitdrukking "gedrukte elektrische schakelingen" omvat niet die schakelingen samengesteld met andére dan tijdens het drukproces verkregen elementen. Gedrukte elektrische schakelingen mogen evenwel voorzien zijn van niet gedrukte aansluitingselementen.
Dunfilmschakelingen en dikfilmschakelingen die tijdens een zelfde technologisch proces verkregen passieve en actieve elementen bevatten, worden onder post 85.21 ingedeeld.
5. Voor de toepassing van post 85.21 wordt verstaan onder: A. "dioden, transistors en dergelijke halfgeleiderelementen", elementen waarvan de functie afhankelijk is van variaties in de soortelijke weerstand onder de invloed van een elektrisch veld;
B. "elektronische microstructuren": a) micro-assemblages in de vorm van "fagotmodules", gegoten blokjes, micromodules en dergelijke, bestaande uit daarin samengebrachte en onderling verbonden discrete, actieve of actieve en passieve miniatuurelementen;
b) monolitische geïntegreerde schakelingen, waarvan de elementen (dioden, transistors, weerstanden, condensatoren, onderlinge verbindingen, enz.) in de massa (hoofdzakelijk) of op het oppervlak van een halfgeleidermateriaal (bijvoorbeeld gedoopt silicium) zijn tot stand gebracht en een onverbrekelijk geheel vormen;
c) hybride geïntegreerde schakelingen, waarin, praktisch onverbrekelijk, op een zelfde van isolerend materiaal (glas, keramisch materiaal, enz.) vervaardigde onderlaag (substraat), passieve en actieve elementen zijn opgenomen die deels zijn vervaardigd volgens de dunfilm- of dikfilmtechniek (weerstanden, condensatoren, onderlinge verbindingen, enz.) en deels volgens de halfgeleidertechniek (dioden, transistors, monolitische geïntegreerde schakelingen, enz.). In deze schakelingen mogen tevens discrete miniatuurelementen zijn opgenomen.
>PIC FILE= "T0037354"> Voor de indeling van de in deze Aantekening omschreven goederen heeft post 85.21 voorrang boven alle andere posten waaronder die goederen, bijvoorbeeld in verband met hun functie, eventueel zouden kunnen worden ingedeeld.
Aanvullende Aantekening
Post 85.15 A III b) 2 dd) omvat eveneens de ontvangtoestellen voor televisie zonder monitor (video-tuners) die bijvoorbeeld aan toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid en beelden voor televisie kunnen worden aangesloten.
>PIC FILE= "T0037355">
>PIC FILE= "T0037356">
>PIC FILE= "T0037357">
>PIC FILE= "T0037358">
>PIC FILE= "T0037359">
>PIC FILE= "T0037360">
>PIC FILE= "T0037361">
>PIC FILE= "T0037362">
>PIC FILE= "T0037363">
>PIC FILE= "T0037364">
>PIC FILE= "T0037365">
>PIC FILE= "T0037366">
>PIC FILE= "T0037367">
>PIC FILE= "T0037368">
>PIC FILE= "T0037369">
>PIC FILE= "T0037370">
>PIC FILE= "T0037371">
>PIC FILE= "T0037372">
>PIC FILE= "T0037373">
>PIC FILE= "T0037374">
>PIC FILE= "T0037375">
>PIC FILE= "T0037376">
AFDELING XVII VERVOERMATERIEEL
Aantekeningen
1. Deze Afdeling omvat niet de goederen bedoeld bij de posten 97.01, 97.03 en 97.08 en evenmin priksleden, bobsleden en dergelijke (post 97.06).
2. Van de posten van deze Afdeling, welke betrekking hebben op delen, onderdelen en toebehoren zijn de navolgende artikelen uitgezonderd, ook indien zij kennelijk voor vervoermaterieel bestemd zijn: a) pakking, sluitringen en dergelijke artikelen, ongeacht de stof waarvan zij zijn vervaardigd (in te delen als werken van de stof, waarvan zij zijn vervaardigd of onder post 84.64);
b) delen en onderdelen, voor algemeen gebruik in de zin van Aantekening 2 op Afdeling XV, van onedele metalen (Afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunstmatige plastische stoffen (in de regel post 39.07);
c) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 82 (gereedschap);
d) artikelen bedoeld bij post 83.11;
e) machines en apparaten, bedoeld bij de posten 84.01 tot en met 84.59, alsmede delen en onderdelen daarvan ; artikelen bedoeld bij de posten 84.61 en 84.62 en overbrengingsorganen (drijfwerk) bedoeld bij post 84.63, voor zover deze overbrengingsorganen motordelen zijn;
f) elektrische machines, toestellen en apparaten, alsmede elektrische apparaten en elektrisch toebehoren (Hoofdstuk 85);
g) instrumenten, toestellen en apparaten, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 90;
h) uurwerken (Hoofdstuk 91);
ij) wapens (Hoofdstuk 93);
k) borstels, welke onderdelen van voertuigen zijn (post 96.01).
3. Als "delen, onderdelen en toebehoren" in de zin van de Hoofdstukken 86 tot en met 88 worden niet aangemerkt : delen, onderdelen en toebehoren, waarvan niet kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor voertuigen of voor goederen bedoeld bij een der posten van Afdeling XVII. Indien een deel, een onderdeel of een toebehoren beantwoordt aan de omschrijving van twee of meer posten van deze Afdeling, moet het worden ingedeeld onder de post waarvan de omschrijving aansluit bij het voornaamste gebruik, waarvoor dit deel, onderdeel of toebehoren zal dienen.
4. Vliegtoestellen, welke speciaal zijn gebouwd om tevens als voertuig op de grond te kunnen dienen, worden aangemerkt als vliegtoestellen.
Automobielen, welke zich zowel op het land als in het water kunnen voortbewegen (amfibievoertuigen), worden aangemerkt als automobielen.
5. Luchtkussenvervoermiddelen worden in deze Afdeling ingedeeld als de vervoermiddelen, waarmede zij de meeste overeenkomst vertonen, te weten: a) onder Hoofdstuk 86 indien zij bestemd zijn voor voortbeweging over een geleidebaan (luchtkussentreinen);
b) onder Hoofdstuk 87 indien zij bestemd zijn voor voortbeweging te lande of voor voortbeweging zowel te lande als over water;
c) onder Hoofdstuk 89 indien zij bestemd zijn voor voortbeweging over water, ook indien zij op stranden of op andere landingsplaatsen kunnen worden neergezet of zich over bevroren oppervlakken kunnen voortbewegen.
Delen, onderdelen en toebehoren, van luchtkussenvervoermiddelen worden op dezelfde wijze ingedeeld als die van de vervoermiddelen van de tariefpost waaronder luchtkussenvervoermiddelen met inachtneming van de vorenstaande bepaling worden ingedeeld. Vast materieel van geleidebanen voor luchtkussentreinen wordt ingedeeld als vast materieel voor spoor- en tramwegen terwijl signaal-, waarschuwings-, veiligheids-, controle- en bedieningstoestellen voor luchtkussentreinen worden ingedeeld als signaal-, waarschuwings-, veiligheids-, controle- en bedieningstoestellen voor spoor- en tramwegen.
>PIC FILE= "T0037377"> Aanvullende Aantekeningen
1. Behoudens de bepalingen van Aanvullende Aantekening 3 op Hoofdstuk 89, worden gereedschappen en artikelen, voor het onderhoud en de reparatie van vervoermiddelen, indien zij gelijktijdig met de vervoermiddelen ter vrijmaking worden aangeboden, ingedeeld als die vervoermiddelen.
Bovenstaande regeling is eveneens van toepassing op ander toebehoren, dat gelijktijdig wordt aangeboden met de vervoermiddelen, voor zover het tot de normale uitrusting daarvan behoort en daarmede normaal wordt verkocht.
2. Op verzoek van de aangever der goederen en onder de voorwaarden en bepalingen, vast te stellen door de bevoegde autoriteiten kan het bepaalde in de Algemene Bepaling A 2 a) eveneens worden toegepast op de goederen van de tariefposten 86.10, 88.05, 89.03 en 89.05 welke in deelzendingen worden ingevoerd.
HOOFDSTUK 86 ROLLEND EN ANDER MATERIEEL VOOR SPOOR- EN TRAMWEGEN ; NIET-ELEKTRISCHE SIGNAAL- EN WAARSCHUWINGSTOESTELLEN VOOR HET VERKEER
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) dwarsliggers van hout of van beton, voor spoor- en tramwegen en elementen van beton voor geleidebanen voor luchtkussentreinen (post 44.07 of post 68.11);
b) materieel voor spoorbanen, bedoeld bij post 73.16;
c) elektrische signaal- en waarschuwingstoestellen, bedoeld bij post 85.16.
2. Assen, wielen, wielstellen, wielbanden, klemringen, binnenwielen en andere delen van wielen, onderstellen, draaistellen, bisseldraaistellen en soortgelijke onderstellen, draagpotten (vetpotten en oliepotten), reminrichtingen van alle soorten, buffers, koppelhaken en andere koppelingen, vouwbalgen en carrosseriedelen, vallen onder post 86.09.
3. Behoudens het bepaalde in Aantekening 1 hiervoor, worden onder post 86.10 onder meer ingedeeld : samengevoegde sporen (draagbare en andere), draaischijven, draaibruggen, stootblokken of stootbokken en vrije ruimteprofielen. Tot die post behoren eveneens beweegbare seinschijven, beweegbare seinarmen en seinpalen, toestellen voor de bediening van overwegbomen, omzetstoelen voor wissels, toestellen voor de bediening op afstand en andere niet-elektrische mechanische signaal-, waarschuwings-, veiligheids-, controle- en bedieningstoestellen voor alle verkeerswegen, ook indien zij zijn ingericht om elektrisch te worden verlicht.
>PIC FILE= "T0037378">
>PIC FILE= "T0037379">
>PIC FILE= "T0037380">
>PIC FILE= "T0037381">
HOOFDSTUK 87 AUTOMOBIELEN, TRACTORS, RIJWIELEN, MOTORRIJWIELEN EN ANDERE VOERTUIGEN, VOOR VERVOER TE LANDE
Aantekeningen
1. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk worden als "tractors" (trekkers) aangemerkt alle motorvoertuigen, welke speciaal zijn gemaakt om andere werktuigen, voertuigen of lasten te trekken of voort te duwen, ook indien zij voorzien zijn van een bergplaats of laadplaats van bijkomstige betekenis voor het vervoer van gereedschap, zaad, meststoffen, enz., mits dit vervoer verband houdt met het voornaamste gebruik van de tractor.
2. Chassis met cabine, voor automobielen, worden ingedeeld onder post 87.02 en niet onder post 87.04.
3. Kinderfietsen, welke niet als gewone rijwielen zijn uitgevoerd of welke niet van kogellagers zijn voorzien, worden niet ingedeeld onder post 87.10, doch onder post 97.01.
Aanvullende Aantekening
Van dit Hoofdstuk zijn uitgezonderd voertuigen die ontworpen zijn om zich uitsluitend langs rails voort te bewegen.
>PIC FILE= "T0037382">
>PIC FILE= "T0037383">
>PIC FILE= "T0037384">
>PIC FILE= "T0037385">
>PIC FILE= "T0037386">
>PIC FILE= "T0037387">
>PIC FILE= "T0037388">
>PIC FILE= "T0037389">
HOOFDSTUK 88 LUCHTVAART
Aanvullende Aantekening
Voor de toepassing van onderverdeling B van post 88.02 wordt onder leeggewicht verstaan, het gewicht van de toestellen in vliegklare toestand, zonder inbegrip van het gewicht van de bemanning, van de brandstoffen en van de losse uitrustingsstukken.
>PIC FILE= "T0037390">
>PIC FILE= "T0037391">
>PIC FILE= "T0037392">
HOOFDSTUK 89 SCHEEPVAART
Aantekening
Schepen die niet compleet of niet afgewerkt zijn en scheepsrompen, ook indien in gedemonteerde of niet gemonteerde staat alsmede complete schepen in gedemonteerde of in niet gemonteerde staat, worden bij twijfel omtrent de soort van schepen waartoe zij behoren, onder post 89.01 ingedeeld.
Aanvullende Aantekeningen
1. Post 89.01 B I en post 89.02 B I hebben alleen betrekking op schepen, ontworpen en gebouwd voor de vaart in volle zee en waarvan de grootste buitenwerks gemeten lengte van de romp (uitstekende delen niet medegerekend) 12 m of meer is.
Voor de vaart in volle zee ontworpen en gebouwde vissersvaartuigen en reddingsboten en -schepen worden echter steeds als zeeschepen aangemerkt, ongeacht hun lengte.
2. Post 89.03 A heeft alleen betrekking op schepen, drijvende werktuigen, drijvende droogdokken en boor- en werkeilanden, welke al dan niet op de zeebodem geplaatst kunnen worden en welke ontworpen en gebouwd zijn voor het gebruik of de vaart in volle zee.
3. Voor de toepassing van post 89.04 omvat de uitdrukking "sloopschepen" eveneens, indien zij gelijktijdig met de sloopschepen ter vrijmaking worden aangeboden en voor zover zij deel hebben uitgemaakt van de normale uitrusting van deze schepen, de volgende artikelen: - reserveonderdelen (zoals schroeven), ook in nieuwe staat;
- losse inventaris (meubelen, keukengerei, vaatwerk, enz.) voor zover deze duidelijk sporen van gebruik vertonen.
>PIC FILE= "T0037393">
>PIC FILE= "T0037394">
>PIC FILE= "T0037395">
AFDELING XVIII OPTISCHE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN ; INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN, VOOR DE FOTOGRAFIE EN DE CINEMATOGRAFIE ; MEET-, VERIFICATIE-, CONTROLE- EN PRECISIE-INSTRUMENTEN, -APPARATEN EN -TOESTELLEN ; MEDISCHE EN CHIRURGISCHE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN ; UURWERKEN ; MUZIEKINSTRUMENTEN ; TOESTELLEN VOOR HET OPNEMEN OF HET WEERGEVEN VAN GELUID ; TOESTELLEN VOOR HET OPNEMEN OF HET WEERGEVEN VAN GELUID EN BEELDEN VOOR TELEVISIE
HOOFDSTUK 90 OPTISCHE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN ; INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN, VOOR DE FOTOGRAFIE EN DE CINEMATOGRAFIE ; MEET-, VERIFICATIE-, CONTROLE- EN PRECISIE-INSTRUMENTEN, -APPARATEN EN -TOESTELLEN ; MEDISCHE EN CHIRURGISCHE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) artikelen voor technisch gebruik, van niet geharde gevulcaniseerde rubber (post 40.14), van leder of van kunstleder (post 42.04) of van textielstoffen (post 59.17);
b) vuurvaste produkten bedoeld bij post 69.03 ; artikelen voor chemisch en ander technisch gebruik bedoeld bij post 69.09;
c) spiegels van glas, niet optisch bewerkt, bedoeld bij post 70.09 en spiegels van onedele of van edele metalen, welke niet het karakter hebben van optische elementen (post 83.06 of een der posten van Hoofdstuk 71);
d) artikelen van glas bedoeld bij de posten 70.07, 70.11, 70.14, 70.15, 70.17 en 70.18;
e) delen en onderdelen, voor algemeen gebruik in de zin van Aantekening 2 op Afdeling XV, van onedele metalen (Afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunstmatige plastische stoffen (in de regel post 39.07);
f) distributiepompen met meettoestel bedoeld bij post 84.10 ; bascules en balansen, voor het tellen en controleren van werkstukken, alsmede afzonderlijk aangeboden gewichten (post 84.20) ; heftoestellen en toestellen voor het hanteren van goederen (post 84.22) ; speciale toestellen voor het instellen van werkstukken of van gereedschap op gereedschapswerktuigen bedoeld bij post 84.48, ook indien zij zijn voorzien van optische apparatuur voor het aflezen van een schaalverdeling (bijvoorbeeld optische verdeelkoppen), echter met uitzondering van specifiek optische toestellen (bijvoorbeeld centrerings-microscopen) ; reduceerventielen, kranen en andere artikelen, bedoeld bij post 84.61;
g) koplampen en dergelijke, voor automobielen (post 85.09), alsmede radio- en radartoestellen voor navigatiedoeleinden, voor plaatsbepaling, voor peiling, voor hoogtemeting en voor bediening op afstand, bedoeld bij post 85.15;
h) magnetofoons en dergelijke apparaten, welke uitsluitend langs magnetische weg geluid opnemen en weergeven, bestemd voor cinematografische doeleinden, alsmede apparaten voor het vervaardigen in serie, uitsluitend langs magnetische weg, van magnetische geluidsdragers (post 92.11) ; magnetische opname- en weergavekoppen (post 92.13);
ij) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 97;
k) inhoudsmaten, welke worden ingedeeld als werken van de stof, waarvan zij zijn vervaardigd;
l) spoelen, haspels en dergelijke opwindmiddelen (welke worden ingedeeld als werken van de stof waaruit zij zijn vervaardigd, bijvoorbeeld onder post 39.07 of onder Afdeling XV).
2. Behoudens het bepaalde in Aantekening 1 hiervoor worden: a) delen, onderdelen en toebehoren, van bij een der posten van Hoofdstuk 90 bedoelde machines, apparaten, toestellen, instrumenten en artikelen, welke delen, onderdelen en toebehoren als zodanig begrepen zijn onder een der posten van Hoofdstuk 90 of van de Hoofdstukken 84, 85 of 91, ingedeeld onder de desbetreffende post van de Hoofdstukken 90 of 84, 85 en 91, met dien verstande dat de posten 84.65 en 85.28 voor die delen, die onderdelen en dat toebehoren niet in aanmerking komen;
>PIC FILE= "T0037396"> b) andere delen, onderdelen en toebehoren, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk gemaakt zijn voor machines, apparaten, toestellen, instrumenten en artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 90, ingedeeld als die machines, apparaten, toestellen, instrumenten en artikelen, ofwel onder post 90.29.
3. Post 90.05 omvat niet : astronomische kijkers (post 90.06), richtkijkers (vizierkijkers) voor wapens, periscopen voor onderzeeboten of voor gevechtswagens en kijkers voor machines, apparaten, toestellen en instrumenten, bedoeld bij een der posten van dit Hoofdstuk (post 90.13).
4. Optische meet-, verificatie- of controlemachines, -toestellen, -apparaten of -instrumenten, welke zowel onder post 90.13 als onder post 90.16 kunnen worden ingedeeld, vallen onder post 90.16.
5. Post 90.28 heeft uitsluitend betrekking op: a) instrumenten, apparaten en toestellen voor het meten van elektrische grootheden;
b) instrumenten, apparaten, toestellen en machines van de soorten, welke zijn omschreven in de posten 90.14, 90.15, 90.16, 90.22, 90.23, 90.24, 90.25 en 90.27 (met uitzondering van stroboscopen), doch waarvan de werking berust op een elektrisch verschijnsel, dat varieert met de te onderzoeken factor;
c) detectie- en meettoestellen en -instrumenten, voor alfa-, beta- en gammastralen, röntgenstralen, kosmische stralen en dergelijke stralen;
d) automatische regelaars van elektrische grootheden, alsmede automatische regelaars van andere dan elektrische grootheden waarvan de werking berust op een elektrisch verschijnsel, dat varieert met de te regelen factor.
6. Etuis, dozen en dergelijke bergingsmiddelen, aangeboden met de artikelen, waarvoor zij bestemd zijn en waarmede zij normaal zullen worden verkocht, worden ingedeeld onder dezelfde post als die artikelen. Indien afzonderlijk aangeboden, worden zij ingedeeld naar hun aard en samenstelling.
Aanvullende Aantekeningen
1. Van post 90.18 zijn uitgezonderd eenvoudige filtermaskers, die enkel mond en neus bedekken, bescherming moeten bieden tegen giftige chemicaliën, stof, rook en damp, en die voor eenmalig gebruik zijn bestemd (bijvoorbeeld post 59.03).
2. Als "instrumenten, apparaten en toestellen, elektronisch" in de zin van onderverdeling A van post 90.28, worden beschouwd de instrumenten, apparaten en toestellen die één of meer artikelen van post 85.21 bevatten, waarbij evenwel niet in aanmerking worden genomen de artikelen van post 85.21 die uitsluitend als gelijkrichter dienen of die alleen in het voedingsgedeelte van deze instrumenten, apparaten en toestellen aanwezig zijn.
>PIC FILE= "T0037397">
>PIC FILE= "T0037398">
>PIC FILE= "T0037399">
>PIC FILE= "T0037400">
>PIC FILE= "T0037401">
>PIC FILE= "T0037402">
>PIC FILE= "T0037403">
>PIC FILE= "T0037404">
>PIC FILE= "T0037405">
>PIC FILE= "T0037406">
>PIC FILE= "T0037407">
>PIC FILE= "T0037408">
>PIC FILE= "T0037409">
>PIC FILE= "T0037410">
>PIC FILE= "T0037411">
HOOFDSTUK 91 UURWERKEN
Aantekeningen
1. Voor de toepassing van de posten 91.02 en 91.07 worden als "horloge-uurwerken" aangemerkt, uurwerken waarvan de bewegingen worden geregeld door een van een spiraalveer voorziene onrust of door een ander systeem voor tijdsdeelbepaling en waarvan de dikte, met inbegrip van die van plaat en bruggen en eventueel van die van de hulpplaten, niet meer dan 12 mm bedraagt.
2. Mechanische drijfwerken, welke gemaakt zijn om zonder echappement te lopen (post 84.08), vallen niet onder post 91.07 en niet onder post 91.08.
3. Dit Hoofdstuk omvat niet : delen en onderdelen, voor algemeen gebruik in de zin van Aantekening 2 op Afdeling XV, van onedele metalen (Afdeling XV), dergelijke artikelen van kunstmatige plastische stoffen (in de regel post 39.07), gewichten voor klokken, glazen voor horloges, klokken en dergelijke, kettingen en armbanden voor horloges, elektrische uitrustingsstukken, kogellagers en kogels daarvoor. Veren voor uurwerken (onrustveren daaronder begrepen) behoren tot post 91.11.
4. Met inachtneming van het bepaalde in de Aantekeningen 2 en 3 hiervoor, worden uurwerken en onderdelen, welke zowel in uurwerken als in andere artikelen, bijvoorbeeld in meet- en precisie-instrumenten kunnen worden gebezigd, onder Hoofdstuk 91 ingedeeld.
5. Etuis, dozen en dergelijke bergingsmiddelen, aangeboden met de artikelen, waarvoor zij bestemd zijn en waarmede zij normaal zullen worden verkocht, worden ingedeeld onder dezelfde post als die artikelen. Indien afzonderlijk aangeboden, worden zij ingedeeld naar hun aard en samenstelling.
>PIC FILE= "T0037412">
>PIC FILE= "T0037413">
>PIC FILE= "T0037414">
>PIC FILE= "T0037415">
>PIC FILE= "T0037416">
>PIC FILE= "T0037417">
HOOFDSTUK 92 MUZIEKINSTRUMENTEN ; TOESTELLEN VOOR HET OPNEMEN OF HET WEERGEVEN VAN GELUID ; TOESTELLEN VOOR HET OPNEMEN OF HET WEERGEVEN VAN GELUID EN BEELDEN VOOR TELEVISIE ; DELEN EN TOEBEHOREN VAN DEZE INSTRUMENTEN EN TOESTELLEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) films, welke geheel of ten dele gevoelig gemaakt zijn voor opnamen langs fotografische of foto-elektrische weg en soortgelijke films waarop beelden of geluid zijn vastgelegd, ook indien ontwikkeld (Hoofdstuk 37);
b) delen en onderdelen, voor algemeen gebruik in de zin van Aantekening 2 op Afdeling XV, van onedele metalen (Afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunstmatige plastische stoffen (in de regel post 39.07);
c) microfoons, versterkers, luidsprekers, koptelefoons, schakelaars, stroboscopen en andere instrumenten, apparaten en toestellen, welke als toebehoren worden gebruikt bij de artikelen bedoeld bij een der posten van dit Hoofdstuk, doch welke daarin niet zijn ingebouwd of welke zich niet in dezelfde kast (koffer) bevinden (Hoofdstuk 85 of Hoofdstuk 90) ; toestellen voor het opnemen en voor het weergeven van geluid, welke in een radio- of televisieontvangtoestel zijn ingebouwd (post 85.15);
d) wissers en ander borstelwerk, voor het schoonmaken van muziekinstrumenten (post 96.01);
e) instrumenten en toestellen, welke het karakter van speelgoed hebben (post 97.03);
f) instrumenten en toestellen, welke het karakter hebben van voorwerpen voor verzamelingen of van antiquiteiten (post 99.05 of post 99.06);
g) spoelen, haspels en dergelijke opwindmiddelen (welke worden ingedeeld als werken van de stof waaruit zij zijn vervaardigd, bijvoorbeeld onder post 39.07 of Afdeling XV).
2. Strijkstokken, trommelstokken en dergelijke artikelen, voor het bespelen van de muziekinstrumenten bedoeld bij de posten 92.02 en 92.06, worden ingedeeld onder dezelfde post als die instrumenten, indien zij te zamen met de instrumenten en in daarmede overeenkomend aantal worden aangeboden.
3. Geperforeerd karton of papier, bedoeld bij post 92.10, alsmede grammofoonplaten en andere artikelen bedoeld bij post 92.12, blijven onder deze posten ingedeeld, ook indien zij te zamen met de instrumenten en toestellen, waarvoor zij bestemd zijn, worden aangeboden.
4. Etuis, dozen en dergelijke bergingsmiddelen, aangeboden met de artikelen, waarvoor zij bestemd zijn en waarmede zij normaal zullen worden verkocht, worden ingedeeld onder dezelfde post als die artikelen. Indien afzonderlijk aangeboden, worden zij ingedeeld naar hun aard en samenstelling.
>PIC FILE= "T0037418">
>PIC FILE= "T0037419">
>PIC FILE= "T0037420">
>PIC FILE= "T0037421">
>PIC FILE= "T0037422">
>PIC FILE= "T0037423"> AFDELING XIX WAPENS EN MUNITIE
HOOFDSTUK 93 WAPENS EN MUNITIE
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) slaghoedjes, percussiedopjes, ontstekingspatronen, lichtkogels, anti-hagelraketten en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 36;
b) delen en onderdelen, voor algemeen gebruik in de zin van Aantekening 2 op Afdeling XV, van onedele metalen (Afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunstmatige plastische stoffen (in de regel post 39.07);
c) gevechtswagens en pantserauto's (post 87.08);
d) richtkijkers (vizierkijkers) en andere optische toestellen, welke geschikt zijn om op wapens te worden gebruikt, tenzij zij gemonteerd zijn op een wapen of te zamen worden aangeboden met de wapens, waarop zij zullen worden gemonteerd (Hoofdstuk 90);
e) kruisbogen, handbogen en pijlen, van een knop voorziene of stompe wapens voor schermzalen en wapens, welke het karakter hebben van speelgoed (Hoofdstuk 97);
f) wapens en munitie, welke het karakter hebben van voorwerpen voor verzamelingen of van antiquiteiten (post 99.05 of post 99.06).
2. Als delen en onderdelen in de zin van post 93.07 worden niet aangemerkt, radio- of radartoestellen, welke in bepaalde soorten granaatbuizen worden gemonteerd en welke bedoeld zijn bij post 85.15.
3. Etuis, dozen en dergelijke bergingsmiddelen, aangeboden met de artikelen, waarvoor zij bestemd zijn en waarmede zij normaal zullen worden verkocht, worden ingedeeld onder dezelfde post als die artikelen. Indien afzonderlijk aangeboden, worden zij ingedeeld naar hun aard en samenstelling.
>PIC FILE= "T0037424">
>PIC FILE= "T0037425">
>PIC FILE= "T0037426">
AFDELING XX DIVERSE GOEDEREN EN PRODUKTEN, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN
HOOFDSTUK 94 MEUBELEN (OOK VOOR MEDISCH OF VOOR CHIRURGISCH GEBRUIK) ; ARTIKELEN VOOR BEDDEN EN DERGELIJKE ARTIKELEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) matrassen en kussens, zowel hoofdkussens als andere, bestemd om met lucht of met water te worden gevuld, bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 39, 40 en 62;
b) staande lampen en andere verlichtingstoestellen, welke worden ingedeeld volgens de stof waarvan zij zijn vervaardigd (posten 44.27, 70.14, 83.07, enz.);
c) werken van steen, van keramische stoffen of van andere stoffen, bedoeld bij de Hoofdstukken 68 en 69 en welke als banken, tafels of kolommen in parken, tuinen, vestibules, enz., worden gebruikt (Hoofdstuk 68 of Hoofdstuk 69);
d) staande spiegels, zoals psychés, enz. (post 70.09);
e) delen en onderdelen, voor algemeen gebruik in de zin van Aantekening 2 op Afdeling XV, van onedele metalen (Afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunstmatige plastische stoffen (in de regel post 39.07) ; brandkasten bedoeld bij post 83.03;
f) meubelen, ook indien zonder uitrusting, welke kennelijk delen zijn van koelkasten of van andere machines en toestellen voor de koel- en vriestechniek, bedoeld bij post 84.15 ; speciale meubelen voor naaimachines (post 84.41);
g) meubelen, welke kennelijk delen zijn van toestellen (radio-ontvangtoestellen, televisietoestellen, enz.) bedoeld bij post 85.15;
h) spuwbakken voor behandelkamers van tandartsen (post 90.17);
ij) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 91, in het bijzonder kasten en kastjes voor klokken en pendules;
k) meubelen, welke kennelijk delen zijn van grammofoons, van dicteermachines en van andere toestellen, bedoeld bij post 92.11 (post 92.13);
l) meubelen, welke het karakter hebben van speelgoed (post 97.03), biljarten van alle soorten en meubelen voor gezelschapsspellen (post 97.04), alsmede tafels voor goochelaars (post 97.05).
2. De artikelen, andere dan de delen, bedoeld bij de posten 94.01 tot en met 94.03 worden slechts onder deze posten ingedeeld indien zij gemaakt zijn om op de grond te worden geplaatst.
Onder vorenbedoelde posten blijven evenwel ingedeeld, ook al zijn zij gemaakt om te worden opgehangen, aan de wand te worden bevestigd of op elkaar te worden gezet: a) keukenwandkastjes en elementen voor elementenkeukens;
b) zitmeubelen en bedden;
c) elementenboekenkasten en dergelijke elementenmeubelen.
3. a) Als delen van artikelen bedoeld bij de posten van dit Hoofdstuk worden niet aangemerkt, afzonderlijk aangeboden platen van glas (spiegels daaronder begrepen), van marmer of van andere steen, ook indien in bepaalde vorm gebracht, maar niet samengevoegd met andere delen;
b) afzonderlijk aangeboden artikelen bedoeld bij post 94.04 blijven ingedeeld onder die post, ook indien zij delen zijn van meubelen bedoeld bij de posten 94.01 tot en met 94.03.
>PIC FILE= "T0037427">
>PIC FILE= "T0037428">
>PIC FILE= "T0037429">
>PIC FILE= "T0037430">
HOOFDSTUK 95 STOFFEN GESCHIKT OM TE WORDEN GESNEDEN OF TE WORDEN GEVORMD, IN BEWERKTE STAAT (WERKEN DAARONDER BEGREPEN)
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 66 (paraplu's, parasols, wandelstokken, zwepen, rijzwepen en delen daarvan);
b) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 71, onder meer fancybijouterieën;
c) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 82 (gereedschap, messenmakerswerk, lepels en vorken), met steel, heft of andere delen, van stoffen, welke geschikt zijn om te worden gesneden of om te worden gevormd. Indien afzonderlijk aangeboden worden bedoelde stelen, heften en delen ingedeeld onder een der posten van Hoofdstuk 95;
d) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 90, onder meer monturen voor brillen;
e) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 91, onder meer horlogekasten, alsmede kasten en kastjes voor klokken of voor pendules;
f) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 92, onder meer muziekinstrumenten;
g) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 93, onder meer delen van wapens;
h) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 94 (meubelen en delen daarvan);
ij) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 96 (borstelwerk, enz.);
k) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 97 (speelgoed, spellen, enz.);
l) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 98 (diverse werken);
m) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 99 (kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten).
2. Onder "plantaardige en minerale stoffen, geschikt om te worden gesneden", in de zin van post 95.08, worden verstaan: a) harde zaden, pitten, schalen, noten en dergelijke plantaardige produkten (zoals bijvoorbeeld noten van corozo of van de dum-palm), geschikt om te worden gesneden;
b) meerschuim en barnsteen (amber), natuurlijk of samengekit, alsmede git en dergelijke minerale stoffen.
>PIC FILE= "T0037431">
>PIC FILE= "T0037432">
>PIC FILE= "T0037433">
HOOFDSTUK 96 BORSTELWERK, KWASTEN EN PENSELEN, BEZEMS, POEDERKWASTJES EN ZEVEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) artikelen bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 71;
b) borstelwerk, dat speciaal voor geneeskundige, voor chirurgische, voor tandheelkundige of voor veeartsenijkundige doeleinden vervaardigd is (post 90.17);
c) artikelen, welke het karakter van speelgoed hebben (Hoofdstuk 97).
Als gerede knotten voor borstelwerk in de zin van post 96.01 worden aangemerkt, niet gemonteerde bosjes van haar, van plantaardige vezels of van andere stoffen, gereed om, zonder verdeling, te worden gebruikt voor de vervaardiging van kwasten, van penselen of van andere dergelijke artikelen of welke, om voor dit doel geschikt te zijn, slechts een weinig belangrijke aanvullende bewerking moeten ondergaan, zoals lijmen en bestrijken van de ondereinden, dan wel het bijknippen of slijpen van de boveneinden van de bosjes.
>PIC FILE= "T0037434">
>PIC FILE= "T0037435">
HOOFDSTUK 97 SPEELGOED, SPELLEN, ARTIKELEN VOOR ONTSPANNING EN SPORTARTIKELEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) kaarsen voor kerstbomen (post 34.06);
b) pyrotechnische artikelen voor vermakelijkheden (post 36.05);
c) garens, monofil, snoeren, catgut en dergelijke voor de hengelsport, ook indien op maat gesneden, maar niet gemonteerd tot vissnoeren, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 39, bij post 42.06 of bij een der posten van Afdeling XI;
d) tassen en zakken voor sportartikelen en andere bergingsmiddelen, bedoeld bij post 42.02 of bij post 43.03;
e) sportkleding, alsmede maskeradepakken van breiwerk, van haakwerk of van weefsel, bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 60 en 61;
f) vlaggen en aan een touw bevestigde vaantjes van weefsel, alsmede zeilen voor boten of voor zeilwagens, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 62;
g) sportschoeisel (met uitzondering van dat waaraan schaatsen zijn bevestigd) en sporthoofddeksels, alsmede been- en scheenbeschermers, bedoeld bij een der posten van de Hoofdstukken 64 en 65;
h) alpenstokken, zwepen en rijzwepen (post 66.02), alsmede delen daarvan (post 66.03);
ij) niet gemonteerde glazen ogen voor poppen of voor ander speelgoed (post 70.19);
k) delen en onderdelen, voor algemeen gebruik in de zin van Aantekening 2 op Afdeling XV, van onedele metalen (Afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunstmatige plastische stoffen (in de regel post 39.07);
l) artikelen bedoeld bij post 83.11;
m) sportvoertuigen bedoeld bij een der posten van Afdeling XVII, met uitzondering van priksleden, bobsleden en dergelijke;
n) kinderfietsen, welke als gewone rijwielen zijn uitgevoerd en welke voorzien zijn van kogellagers (post 87.10);
o) sportboten, zoals kano's en skiffs (Hoofdstuk 89) en middelen tot voortbeweging daarvoor (Hoofdstuk 44, indien zij van hout zijn);
p) beschermingsbrillen voor de uitoefening van sport of voor openluchtspelen (post 90.04);
q) lokfluitjes en andere fluitjes (post 92.08);
r) wapens en andere artikelen, bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 93;
s) racketsnaren, tenten, kampeerartikelen en handschoenen (ongeacht de stof waarvan deze artikelen zijn vervaardigd), in te delen naar aard en samenstelling.
2. Artikelen bedoeld bij de posten van dit Hoofdstuk mogen voorzien zijn van eenvoudige onbelangrijke garnering of toebehoren van edele metalen of van metalen geplateerd met edele metalen, dan wel van natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen.
3. Als poppen in de zin van post 97.02 worden slechts nabootsingen van de mens aangemerkt.
4. Met inachtneming van het bepaalde in Aantekening 1 hiervoor, worden delen, onderdelen en toebehoren, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de artikelen bedoeld bij een der posten van dit Hoofdstuk, ingedeeld als deze artikelen.
>PIC FILE= "T0037436">
>PIC FILE= "T0037437">
>PIC FILE= "T0037438">
>PIC FILE= "T0037439">
HOOFDSTUK 98 DIVERSE WERKEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) wenkbrauwstiften, lippenstiften en dergelijke stiften (kosmetische artikelen, post 33.06):
b) knopen, ook indien in voorwerpsvorm en evenmin kammen, haarklemmen en dergelijke artikelen, welke geheel of ten dele zijn samengesteld uit edel metaal of uit metalen geplateerd met edele metalen (behoudens het bepaalde in Aantekening 2, letter a), op Hoofdstuk 71) of welke met echte parels of met natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen bezet zijn (Hoofdstuk 71);
c) delen en onderdelen, voor algemeen gebruik in de zin van Aantekening 2 op Afdeling XV, van onedele metalen (Afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunstmatige plastische stoffen (in de regel post 39.07);
d) trekpennen (post 90.16);
e) speelgoed bedoeld bij een der posten van Hoofdstuk 97.
2. Behoudens het bepaalde in Aantekening 1 op dit Hoofdstuk blijven onder dit Hoofdstuk ingedeeld, artikelen welke geheel of ten dele zijn samengesteld uit edel metaal of uit metalen geplateerd met edele metalen, dan wel uit echte parels of uit natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen.
3. Etuis, dozen en dergelijke bergingsmiddelen, aangeboden met de artikelen, waarvoor zij bestemd zijn en waarmede zij normaal zullen worden verkocht, worden ingedeeld onder dezelfde post als die artikelen. Indien afzonderlijk aangeboden worden zij ingedeeld naar hun aard en samenstelling.
>PIC FILE= "T0037440">
>PIC FILE= "T0037441">
>PIC FILE= "T0037442">
>PIC FILE= "T0037443">
>PIC FILE= "T0037444">
>PIC FILE= "T0037445"> AFDELING XXI KUNSTVOORWERPEN, VOORWERPEN VOOR VERZAMELINGEN EN ANTIQUITEITEN
HOOFDSTUK 99 KUNSTVOORWERPEN, VOORWERPEN VOOR VERZAMELINGEN EN ANTIQUITEITEN
Aantekeningen
1. Dit Hoofdstuk omvat niet: a) postzegels, fiscale zegels en dergelijke, ongestempeld, welke geldig zijn of zullen worden in het land van bestemming (post 49.07);
b) geschilderd doek voor coulissen, voor achtergronden of voor dergelijk gebruik (post 59.12);
c) echte parels en natuurlijke edelstenen of halfedelstenen, ook indien onbewerkt (posten 71.01 en 71.02).
2. Als "originele gravures, etsen en litho's", in de zin van post 99.02, worden aangemerkt, die, welke rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt van één of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproduktietechniek.
3. Beeldhouwwerk met een commercieel karakter (massaproduktie, afgietsels en ambachtswerk) behoort niet tot post 99.03, doch wordt ingedeeld naar aard en samenstelling.
4. a) Met inachtneming van het bepaalde in de Aantekeningen 1, 2 en 3 moeten artikelen, welke zowel onder een der posten van dit Hoofdstuk als onder andere posten van het Tarief kunnen worden ingedeeld, onder een der posten van Hoofdstuk 99 worden ingedeeld;
b) artikelen, welke zowel onder post 99.06 als onder de posten 99.01 tot en met 99.05 kunnen worden ingedeeld, moeten onder de posten 99.01 tot en met 99.05 worden ingedeeld.
5. Lijsten, waarin schilderijen, schilderingen, tekeningen, gravures, etsen en litho's zijn ingelijst, worden ingedeeld onder dezelfde post als die kunstvoorwerpen, voor zover de aard en de waarde van die lijsten in overeenstemming zijn met die van bedoelde kunstvoorwerpen.
>PIC FILE= "T0037446">
>PIC FILE= "T0037447">
>PIC FILE= "T0037448">
ADDENDUM GOEDEREN NIET ELDERS GERANGSCHIKT EN GEGEVENS NIET BEVAT IN DE TOTAALCIJFERS
>PIC FILE= "T0037449">
SUPPLEMENT LIJST VAN DE VERZAMELRUBRIEKEN VOOR UITGEVOERDE COMPONENTEN VAN COMPLETE FABRIEKSINSTALLATIES
>PIC FILE= "T0037450">
>PIC FILE= "T0037451">
>PIC FILE= "T0037452">
>PIC FILE= "T0037453">
>PIC FILE= "T0037454">
LIJST VAN DE SPECIALE TCIH-NUMMERS GEBRUIKT IN DE TRANSPONERING NIMEXE-TCIH EN TCIH-NIMEXE
>PIC FILE= "T0037455">
Speciale TCIH-nummers voor uitgevoerde complete fabrieksinstallaties
>PIC FILE= "T0037456">
>PIC FILE= "T0037457">
TRANSPONERINGSTABEL TCIH-NIMEXE (1)
>PIC FILE= "T0037458"> (1) Voor de complete fabrieksinstallaties, zie afzonderlijke tabel, blz. 585.
>PIC FILE= "T0037459">
>PIC FILE= "T0037460">
>PIC FILE= "T0037461">
>PIC FILE= "T0037462">
>PIC FILE= "T0037463">
>PIC FILE= "T0037464">
>PIC FILE= "T0037465">
>PIC FILE= "T0037466">
>PIC FILE= "T0037467">
>PIC FILE= "T0037468">
Transponeringstabel van de TCIH-nummers voor de complete fabrieksinstallaties
>PIC FILE= "T0037469">
>PIC FILE= "T0037470">
>PIC FILE= "T0037471">
>PIC FILE= "T0037472">
Top