Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3891/86 van de Commissie van 19 december 1986 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1813/84 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de differentiële bedragen voor kool-, raap- en zonnebloemzaad
Publicatieblad Nr. L 361 van 20/12/1986 blz. 0027 - 0027
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 22 blz. 0100
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 22 blz. 0100
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3891/86 VAN DE COMMISSIE
van 19 december 1986
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1813/84 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de differentiële bedragen voor kool-, raap- en zonnebloemzaad
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1569/72 van de Raad van 20 juli 1972 tot instelling van bijzondere maatregelen voor kool-, raap- en zonnebloemzaad (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2679/85 (2), en met name op artikel 7,
Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1813/84 van de Commissie (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3818/85 (4), voor het handelsverkeer in kool-, raap- en zonnebloemzaad tussen de Lid-Staten een controleregeling is ingesteld; dat de waarborg die overeenkomstig artikel 11 van die verordening in het kader van de controleregeling moet worden gesteld, wordt verbeurd indien niet binnen negen maanden het bewijs wordt geleverd dat het zaad de voorgeschreven bestemming heeft gekregen; dat dient te worden bepaald dat, in gevallen waarin dit bewijs later wordt geleverd, de waarborg evenzeer geleidelijk verder wordt verbeurd;
Overwegende dat deze verordening ook van toepassing dient te zijn voor de dossiers die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening niet zijn afgesloten;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Aan artikel 13, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1813/84 wordt de volgende alinea toegevoegd:
»Indien het in de eerste alinea bedoelde bewijs evenwel wordt geleverd uiterlijk in de negende maand volgende op de datum waarop de in die alinea bedoelde termijn is verstreken, wordt de waarborg terugbetaald onder aftrek van een bedrag dat gelijk is aan 10 % van de bestelde waarborg voor elke maand of gedeelte van een maand dat het genoemde bewijs uitblijft.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Op verzoek van de belanghebbende is zij van toepassing voor de dossiers die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening niet zijn afgesloten.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 19 december 1986.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 167 van 25. 7. 1972, blz. 9.
(2) PB nr. L 254 van 25. 9. 1985, blz. 14.
(3) PB nr. L 170 van 29. 6. 1984, blz. 41.
(4) PB nr. L 368 van 31. 12. 1985, blz. 20.
Top