Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3972/86 van de Raad van 22 december 1986 betreffende het voedselhulpbeleid en het beheer van de voedselhulp
Publicatieblad Nr. L 370 van 30/12/1986 blz. 0001 - 0004
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 11 blz. 0339
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 11 blz. 0339
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3972/86 VAN DE RAAD
van 22 december 1986
betreffende het voedselhulpbeleid en het beheer van de voedselhulp
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
Gezien het advies van het Europese Parlement (2),
Overwegende dat met voedselhulp humanitaire doeleinden worden nagestreefd; dat voedselhulp een van de wezenlijke facetten van het communautaire beleid voor samenwerking met de ontwikkelingslanden vormt;
Overwegende dat de voedselhulp moet aansluiten bij het beleid van de ontwikkelingslanden ter verbetering van de continuïteit van hun voedselvoorziening, met name door het opstellen van voedselstrategieën;
Overwegende dat tussen de Gemeenschap en de ontwikkelingslanden overeenkomsten konden worden gesloten; dat deze overeenkomsten betrekking hebben op het gebruik van de door de Gemeenschap aan deze landen verleende hulp;
Overwegende dat de voedselhulp tot een echt instrument van het communautaire beleid voor samenwerking met de ontwikkelingslanden dient te worden gemaakt, waardoor de Gemeenschap met name in staat wordt gesteld zich volledig voor meerjarige ontwikkelingsprojecten in te zetten;
Overwegende dat de Gemeenschap daartoe moet kunnen zorgen voor geregelde hulpstromen en dat zij in daarvoor in aanmerking komende gevallen in staat moet zijn jegens de ontwikkelingslanden en internationale organisaties de verbintenis aan te gaan om in het kader van specifieke meerjarenprogramma's die verbonden zijn met het ontwikkelingsbeleid, minimumhoeveelheden van bepaalde produkten te leveren;
Overwegende dat de Gemeenschap in voorkomend geval kan besluiten tot vervanging van een voedselhulpactie door andere maatregelen overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1755/84 van de Raad van 19 juni 1984 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter vervanging van voedselhulpleveranties op voedingsgebied (3);
Overwegende dat met het oog op een beter en meer op de belangen en behoeften van de ontvangende landen afgestemd beheer van de voedselhulp en een verbetering van de besluitvormings- en uitvoeringsprocedures Verordening (EEG) nr. 3331/82 van de Raad van 3 december 1982 betreffende het voedselhulpbeleid en het beheer van de voedselhulp en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2750/75 (4) dient te worden vervangen;
Overwegende dat, om de toepassing van sommige overwogen bepalingen te vergemakkelijken, dient te worden voorzien in een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie in het kader van een Comité Voedselhulp;
Overwegende dat het Verdrag, afgezien van artikel 235, niet in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
TITEL I
Doeleinden en algemene beleidslijnen van de voedselhulp
Artikel 1
In het kader van haar beleid tot samenwerking met de ontwikkelingslanden legt de Gemeenschap voedselhulpmaatregelen ten uitvoer.
Artikel 2
1. De in artikel 1 bedoelde voedselhulpmaatregelen hebben inzonderheid tot doel:
- de continuïteit van de voedselvoorziening van de ontvangende landen en gebieden te bevorderen;
- het voedingsniveau van de ontvangende bevolking te verbeteren;
- hulp te verlenen in spoedeisende situaties;
- bij te dragen tot de evenwichtige economische en sociale ontwikkeling van de ontvangende landen;
- de inspanningen van de ontvangende landen om hun eigen voedselproduktie te verbeteren, te steunen.
2. De communautaire voedselhulp dient zo volledig mogelijk opgenomen te worden in het ontwikkelingsbeleid, met name in de agrarische en agro-alimentaire sector, alsmede in de voedselstrategieën van de betrokken landen. Indien deze voedselhulpgoederen worden verkocht, mag de prijs niet van dien aard zijn dat de plaatselijke markt erdoor verstoord wordt.
3. De produkten die als voedselhulp worden geleverd, moeten zo veel mogelijk op de voedingsgewoonten van de ontvangende bevolking zijn afgestemd en mogen geen negatieve invloed hebben op de hulpontvangende landen.
4. Voor de toekenning van de voedselhulp wordt in de eerste plaats uitgegaan van een objectieve beoordeling van de reële behoeften die deze hulp rechtvaardigen, mede rekening houdend met economische overwegingen. Daartoe worden de onderstaande criteria in aanmerking genomen, zonder andere relevante overwegingen uit te sluiten:
- de fundamentele voedselbehoeften;
- het inkomen per inwoner en het bestaan van bijzonder hulpbehoevende bevolkingsgroepen;
- de situatie van de betalingsbalans;
- de economische en sociale consequenties en de financiële kosten van de voorgestelde maatregel.
5. De toekenning van de voedselhulp wordt, indien daartoe aanleiding bestaat, afhankelijk gesteld van de uitvoering van eenjarige of meerjarige ontwikkelingsprojecten, sectoriële acties of ontwikkelingsprogramma's, bij voorrang die welke gericht zijn op stimulering van de voedselproduktie in de ontvangende landen. In voorkomend geval kan de hulp rechtstreeks bijdragen tot de uitvoering van die projecten, acties of programma's. Deze complementariteit zal worden verkregen door de in gemeenschappelijk overleg vastgestelde aanwending van de tegenwaardefondsen wanneer de uit hoofde van de hulp van de Gemeenschap verstrekte produkten voor de verkoop zijn bestemd. Indien de voedselhulp ter ondersteuning van een over meerdere jaren lopend ontwikkelingsprogramma dient, kan zij de vorm van een aan dat programma gekoppelde, over een aantal jaren gespreide levering aannemen.
6. Bij de toekenning van de voedselhulp wordt voorrang gegeven aan onmiddellijke verbruiksbehoeften. Niettemin kan de voedselhulp, ten einde de continuïteit van de voedselvoorziening in de ontwikkelingslanden te verbeteren en de dekking van hun behoeften te garanderen, in gerechtvaardigde gevallen, worden toegekend om het aanleggen van reservevoorraden door de begunstigden mogelijk te maken.
Artikel 3
De produkten worden normaliter beschikbaar gesteld door aankoop op de markt van de Gemeenschap. De als voedselhulp te leveren produkten mogen echter worden aangekocht in het ontvangende land of een ander ontwikkelingsland dat zo mogelijk tot dezelfde geografische zone behoort als het ontvangende land:
- indien zij op de markt van de Gemeenschap niet beschikbaar zijn, of
- indien er een spoedeisende situatie is in de zin van artikel 6, tweede alinea, en de hulp door die aankoop sneller kan worden aangevoerd, of
- indien de volgende voorwaarden vervuld zijn:
a) voorraden of overschotten aan noodzakelijke produkten zijn metterdaad in een ontwikkelingsland dat zo mogelijk behoort tot overeenkomstig artikel 4, lid 1, vierde streepje, bepaalde landen beschikbaar, tegen een totale prijs, vervoerskosten inbegrepen, die in vergelijking met de kosten van een overeenkomstig produkt verkregen op de communautaire markt gunstig is, en waarbij rekening wordt gehouden met de positieve uitwerking op het ontwikkelingsland waar deze aankopen worden verricht;
b) de aankopen leveren geen gevaar op voor verstoring van de markten van de leverancierslanden en hebben evenmin negatieve gevolgen voor de voedselvoorziening van de bevolking van die landen;
c) de totale aankopen blijven binnen een limiet die geen afbreuk doet aan het beginsel van beschikbaarstelling door aankoop op de markt van de Gemeenschap;
d) de aankopen in een ontwikkelingsland passen zo volledig mogelijk in het kader van de tenuitvoerlegging van het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap ten aanzien van dat land, met name inzake de bevordering van de continuïteit van de voedselvoorziening van dat land.
TITEL II
Procedures voor de tenuitvoerlegging van de voedselhulpmaatregelen
Artikel 4
1. Op het gebied van de voedselhulp:
- verdeelt de Raad de hoeveelheden graan die op grond van het Voedselhulpverdrag moeten worden geleverd over communautaire acties en nationale acties;
- verdeelt de Raad de nationale graanleveringen op grond van het Voedselhulpverdrag over de Lid-Staten;
- bepaalt de Raad welke landen en organisaties in aanmerking komen voor voedselhulpacties met een looptijd van één of van meerdere jaren;
- stelt de Raad de algemene criteria vast voor de bekostiging van het vervoer van de voedselhulp na het fob-stadium.
2. De Raad spreekt zich daartoe, op voorstel van de Commissie en na advies van het Europese Parlement, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen uit bij de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in lid 1, eerste, vierde en vijfde streepje, en met eenparigheid van stemmen bij de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in lid 1, tweede en derde streepje.
Artikel 5
Na raadpleging van het in artikel 7 bedoelde Comité en volgens de procedure van artikel 8, en rekening houdend met de algemene beleidslijnen inzake voedselhulp: - stelt de Commissie de lijst vast van de produkten die voor voedselhulp beschikbaar kunnen worden gesteld;
- stelt de Raad op jaarbasis of meerjarenbasis, voor elk produkt de totale hoeveelheden vast;
- stelt de Commissie nadere bepalingen vast voor de beschikbaarstelling van de produkten;
- bepaalt de Commissie de in hoeveelheden en kosten uitgedrukte verdeling van de produkten over de verschillende begunstigden binnen de limiet van de begrotingsmiddelen voor elk produkt;
- wijzigt de Commissie voor zover nodig de toewijzingen in de loop van de uitvoering van de programma's.
Artikel 6
Met inachtneming van de in artikel 4 bedoelde besluiten van de Raad en van de op grond van artikel 5 genomen besluiten, neemt de Commissie besluiten omtrent:
a) spoedacties ten behoeve van landen, groepen vluchtelingen of andere kwetsbare bevolkingsgroepen die het hoofd moeten bieden aan door natuurrampen veroorzaakte ernstige en onvoorzienbare moeilijkheden; zij stelt de Lid-Staten daarvan in kennis;
b) spoedacties ten behoeve van landen, groepen vluchtelingen of andere kwetsbare bevolkingsgroepen die het hoofd moeten bieden aan ernstige en onvoorziene moeilijkheden, veroorzaakt door met natuurrampen vergelijkbare uitzonderlijke omstandigheden, na raadpleging van de Lid-Staten per telex, waarin hun een termijn van 48 uur wordt toegekend om eventuele bezwaren te opperen;
c) de voorwaarden voor de levering van de hulp, en met name:
- de algemene voorwaarden die op de begunstigden toepasselijk zijn;
- het openen van de procedures voor beschikbaarstelling en levering van de produkten, alsmede het afsluiten van de desbetreffende contracten.
In de zin van het bepaalde onder a) en b), wordt onder »spoedacties" verstaan acties om hulp te bieden in een uitzonderlijke en onvoorziene situatie die wordt gekenmerkt door hongersnood of dreigend gevaar voor hongersnood die het leven of de gezondheid van de bevolking ernstig in gevaar brengt in een land dat niet in staat is om met eigen middelen en hulpbronnen aan het voedseltekort het hoofd te bieden.
De Commissie is bevoegd om na raadpleging van het in artikel 7 bedoelde Comité en volgens de procedure van artikel 8, maatregelen te nemen waardoor de levering van de spoedhulp kan worden versneld.
De hoeveelheid voedselhulp tot de levering waarvan in ieder bijzonder geval wordt beslist, mag niet groter zijn dan nodig om de getroffen bevolking in staat te stellen gedurende ten hoogste vier maanden aan de situatie het hoofd te bieden.
De Commissie ziet erop toe dat voor spoedgevallen als omschreven in dit artikel in alle fasen voorrang wordt gegeven aan de beschikbaarstelling van de voedselhulp.
Artikel 7
1. Er wordt een Comité Voedselhulp ingesteld, hierna »Comité" te noemen, dat wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie en dat bestaat uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten. De Commissie neemt het secretariaat van het Comité waar.
2. Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.
Artikel 8
1. In de gevallen waarin wordt verwezen naar de procedure van dit artikel, leidt de voorzitter deze bij het Comité in, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een vertegenwoordiger van een Lid-Staat.
2. De vertegenwoordiger van de Commissie dient ontwerpen in van de te nemen besluiten. Het Comité brengt over deze ontwerpen advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de te behandelen vraagstukken. Het Comité spreekt zich uit met een meederheid van vierenvijftig stemmen, waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig artikel 148, lid 2, van het Verdrag. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.
3. De Commissie neemt besluiten die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze besluiten echter niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of indien het Comité geen advies uitbrengt, worden zij door de Commissie onverwijld ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval stelt de Commissie de toepassing van de door haar genomen besluiten tot ten hoogste twee maanden na deze kennisgeving uit. De Raad kan binnen twee maanden met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.
Artikel 9
De Lid-Staten beslissen over hun nationale actieprogramma's inzake voedselhulp en brengen deze ter kennis van de Commissie. Over de cooerdinatie van de communautaire en de nationale voedselhulpacties wordt, ten aanzien van de programmering en de tenuitvoerlegging, regelmatig in het Comité informatie uitgewisseld. Tijdens deze informatie-uitwisseling, die op verzoek van de voorzitter van het Comité of van een vertegenwoordiger van een Lid-Staat plaatsvindt, wordt ook rekening gehouden met de acties van andere donors die bekend zijn geworden.
Artikel 10
Het Comité kan elk ander vraagstuk betreffende voedselhulp behandelen dat door zijn voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van een vertegenwoordiger van een Lid-Staat, aan de orde wordt gesteld.
Artikel 11
De Commissie maakt op gezette tijden evaluaties van belangrijke voedselhulpacties om vast te stellen of de doelstellingen die bij de behandeling van die acties waren vastgesteld ook zijn verwezenlijkt en om aanwijzingen te geven voor een verhoogde doeltreffendheid van toekomstige acties. De evaluatieverslagen worden aan het Comité medegedeeld. Artikel 12
Verordening (EEG) nr. 3331/82 wordt ingetrokken.
Evenwel:
- blijft artikel 3 van die verordening van toepassing tot de vaststelling van de nadere bepalingen inzake de beschikbaarstelling van de produkten overeenkomstig artikel 5 van de onderhavige verordening en uiterlijk tot en met 30 juni 1987;
- zijn de landen en instellingen die de hulp kunnen ontvangen en de algemene criteria voor het overnemen van de kosten van het vervoer van de voedselhulp na het fob-stadium die welke zijn aangegeven in Verordening (EEG) nr. 232/86 (1) tot het ogenblik van aanvaarding van het besluit bedoeld in artikel 4, lid 1, derde en vierde streepje, van de onderhavige verordening en uiterlijk tot en met 30 juni 1987.
Artikel 13
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing tot en met 31 december 1987.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 22 december 1986.
Voor de Raad
De Voorzitter
G. SHAW
(1) PB nr. C 265 van 21. 10. 1986, blz. 7.
(2) PB nr. C 297 van 24. 11. 1986.
(3) PB nr. L 165 van 23. 6. 1984, blz. 7.
(4) PB nr. L 352 van 14. 12. 1982, blz. 1.
(1) PB nr. L 29 van 4. 2. 1986, blz. 3.
Top