Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 3983/86 van de Commissie van 22 december 1986 tot instelling van vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer in Spanje van ureum van oorsprong uit bepaalde derde landen
Publicatieblad Nr. L 370 van 30/12/1986 blz. 0030
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3983/86 VAN DE COMMISSIE
van 22 december 1986
tot instelling van vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer in Spanje van ureum van oorsprong uit bepaalde derde landen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 288/82 van de Raad van 5 februari 1982 inzake de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1243/86 (2), inzonderheid op artikel 15, lid 1,
Na overleg binnen het Raadgevend Comité dat bij genoemde verordening werd ingesteld,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
(1) Op 30 mei 1986 werd de Commissie er door de Spaanse autoriteiten van verwittigd dat de invoer van ureum van oorsprong uit de landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, was toegenomen en bleef groeien in hoeveelheden en onder voorwaarden die zodanig waren dat de betrokken bedrijfstak in Spanje ernstig werd benadeeld of dreigde te worden benadeeld. De Spaanse autoriteiten verzochten bij deze gelegenheid om binnen vijf dagen beperkende maatregelen te nemen.
(2) De Commissie was, na overleg, van mening dat de haar voorgelegde gegevens niet voldoende waren om het treffen van de gevraagde maatregelen te rechtvaardigen en dat het hooguit dienstig was een communautaire onderzoekprocedure in te leiden omtrent de ontwikkeling in Spanje van de invoer van ureum van oorsprong uit de landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, de voorwaarden van deze invoer en de gevolgen ervan voor de betrokken Spaanse produktie.
(3) In een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (2), heeft de Commissie de inleiding van deze procedure bekendgemaakt. Terzelfder tijd is zij met haar onderzoek begonnen.
(4) De Commissie heeft hiervan de voor zover haar bekende betrokken derde landen van uitvoer, de bij haar bekende importeurs alsmede de betrokken twee Spaanse producenten hiervan officieel in kennis gesteld. Zij heeft alle belanghebbende partijen in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en eventueel te verzoeken gehoord te worden.
(5) De betrokken producenten alsmede talrijke importeurs hebben gebruik gemaakt van de gelegenheid hun mening schriftelijk kenbaar te maken door met name te antwoorden op de vragenlijsten die hun waren toegezonden. Desgevraagd zijn enkele hunner door de Commissie mondeling gehoord.
(6) Naast de reacties van de producenten en importeurs als hierboven bedoeld, ontving de Commissie schriftelijke opmerkingen en hoorde zij in voorkomend geval de Spaanse gebuikers van het betrokken produkt: ondernemingen die complexe meststoffen produceren, ondernemingen die ureumlijmen en -harsen produceren, en de Nationale Confederatie van Landbouwers. Bovendien heeft het EG-Comité voor de Stikstof- en Fosfaatmeststoffenindustrie de Commissie schriftelijk opmerkingen voorgelegd.
(7) In de loop van het onderzoek hebben de Spaanse autoriteiten bij brief van 22 juli 1986, aangevuld met op 1 augustus en op 4 augustus 1986 ontvangen brieven, de Commissie verzocht spoedmaatregelen te nemen ten aanzien van de invoer in Spanje van ureum van oorsprong uit de landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is.
(8) Het verzoek werd gestaafd met gegevens met betrekking tot de eerdere en de te verwachten ontwikkeling van de invoer van het betrokken produkt, de voorwaarden waaronder deze plaatsvond en de gevolgen ervan voor de betrokken Spaanse produktie.
(9) Na tot de bevinding te zijn gekomen dat de door de Spaanse autoriteiten verstrekte gegevens grotendeels bevestigd werden door de voorlopige resultaten van het lopende communautaire onderzoek, heeft de Commissie, na overleg, besloten dat de kritieke omstandigheden waarin de Spaanse bedrijfstak in kwestie zich bevond, ertoe noopten de invoer in Spanje van ureum van oorsprong uit de derde landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, tot 31 oktober 1986 te beperken tot 15 000 ton, totdat in het licht van alle ter zake dienende factoren wordt overgegaan tot een globale beoordeling van de toestand op basis van de definitieve uitkomsten van het lopende onderzoek. Hiertoe heeft zij Verordening (EEG) nr. 2565/86 (4) vastgesteld.
(10) De Commissie heeft hiervan de thans of mogelijkerwijze betrokken producerende en exporterende landen officieel in kennis gesteld, waarbij zij hen zo nodig in de gelegenheid stelde tot overleg over te gaan. Geen dezer landen heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.
(11) De Commissie heeft gedurende haar onderzoek getracht alle door haar nodig geachte inlichtingen in te zamelen en te verifiëren. Hiertoe hebben haar diensten de volgende ondernemingen of groeperingen bezocht:
A. Spaanse producenten van ureum:
- Empresa Nacional de Fertilizantes, SA (ENFERSA), Madrid,
- Union Explosivos Rio Tinto, SA (ERT), Madrid.
B. Verwerkende industrie en/of importeurs:
1. Producenten van complexe meststoffen:
- CROS SA, Madrid,
- Associación de Pequeñas y Medianas Empresas Españolas Fabricantes de Fertilizantes (CARILLO SA, Industrias y Abonos de Navarra SA, MIRAT SA), afgekort FERTIPYME, Madrid;
2. Producenten van ureumlijmen en -harsen:
- AICAR SA, Madrid,
- Derivados Forestales SA, Madrid,
- Formol y Derivados SA, Madrid;
3. Importeurs/distributeurs:
AGROX SA, Madrid.
C. Andere gebruikers:
Confederación Nacional de Agricultores y Ganaderos.
(12) Op 31 oktober 1986 heeft de Commissie, aangezien zij haar onderzoek niet kon afsluiten omdat dit ingewikkelder bleek te zijn dan aanvankelijk verwacht werd, besloten de geldigheidsduur van de voorlopige maatregelen te verlengen tot en met 30 november 1986 en het bedrag van het contingent voor de invoer van ureum van oorsprong uit de derde landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, van 15 000 op 20 000 ton te brengen. Zij stelde hiertoe Verordening (EEG) nr. 3339/86 vast (1). Bij Verordening (EEG) nr. 3674/86 (2), is besloten de geldigheidsduur van deze maatregelen te verlengen tot en met 31 december 1986 en het contingent van 20 000 op 25 000 ton te brengen.
(13) De Commissie heeft hiervan de huidige of potentieel geconcerneerde producerende landen ingelicht.
B. BETROKKEN INVOER
(14) Het produkt dat onderwerp uitmaakt van het onderzoek is ureum met een gehalte aan stikstof van meer dan 45 gewichtspercenten, berekend op het watervrije droge produkt.
(15) Dit produkt valt onder post 31.02 B van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomende met NIMEXE-code 31.02-15.
(16) Het betreft de invoer in Spanje van het bedoelde produkt van oorsprong uit de derde landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, dat wil zeggen de invoer van ureum van oorsprong uit alle landen met uitzondering van de andere Lid-Staten en van de derde landen waarop de Verordeningen (EEG) nr. 1765/82 (3) en (EEG) nr. 1766/82 (4) van de Raad van toepassing zijn.
C. ONTWIKKELING VAN DE INVOER
(17) Uit de beschikbare gegevens blijkt dat de omvang van de invoer in Spanje van ureum van oorsprong uit de derde landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, in de loop van 1986 sterk gestegen is, zowel in absolute waarde als in verhouding tot de produktie en het verbruik in Spanje.
1. Toename in absolute cijfers
(18) Ten aanzien van de groei in absolute cijfers blijkt uit de officiële statistische gegevens dat de invoer van oorsprong uit derde landen in de eerste zes maanden van 1986 gestegen is tot 39 953 ton, terwijl deze voor 1982 tot en met 1985 gemiddeld slechts 0,15 ton bedroeg.
Eind juli en augustus 1986 bedroeg de invoer onderscheidenlijk 62 523 en 101 194 ton. Uit het onderzoek van de maandelijkse gegevens blijkt bovendien dat deze invoer in juni, juli en augustus van dit jaar een plotselinge stijging heeft ondergaan, aangezien deze van 4 906 ton eind mei 1986 toenam tot 101 194 ton eind augustus 1986.
2. Toename in verhouding tot het binnenlandse verbruik
(19) In verhouding tot het jaarlijkse binnenlandse verbruik, geraamd op ongeveer 591 000 ton, is het marktaandeel van deze invoer eveneens sterk gestegen. Van 0 % eind 1985, bereikte dit marktaandeel 6,76 % eind juni 1986; vervolgens steeg het tot 10,49 % eind juli 1986 en bereikte het eind augustus 1986 17,12 % (5).
D. VOORWAARDEN VAN DEZE INVOER
(20) Ten aanzien van de voorwaarden waaronder deze invoer van oorsprong uit derde landen plaatsvond, blijkt uit de ingezamelde gegevens dat deze invoer voor het tijdvak 1 januari tot 1 augustus 1986 tegen een gemiddelde prijs van 12,76 pta per kg is verricht.
(21) Bij analyse van de maandelijkse gegevens blijkt voorts dat de prijzen bij invoer gedurende deze tijd geleidelijk zijn teruggelopen, aangezien zij van gemiddeld 16,03 pta/kg eind maart 1986, gedaald zijn tot 15,96 pta/kg eind mei, 13,39 pta/kg eind juni, vervolgens 12,62 pta/kg eind juli, en tenslotte 11,86 pta/kg eind augustus 1986.
(22) Uit een vergelijking van de prijzen van het gedurende dit tijdvak uit derde landen ingevoerde ureum, met de gedurende 1985 door de betrokken Spaanse producenten toegepaste gemiddelde nettoprijs af fabriek van het in Spanje vervaardigde ureum blijken aanzienlijke verschillen, waarbij de prijzen die bij invoer betaald werden 51 tot 64 % lager waren dan de prijzen van de Spaanse produkten.
(23) Er is tenslotte komen vast te staan dat de gemiddelde prijzen van de invoer van oorsprong uit derde landen in deze periode sterk onder de kostprijs van de betrokken producenten lagen, waarbij de marge van onderbieding tussen 26 en 49 % varieert.
D. GEVOLGEN VAN DE INVOER VOOR DE SPAANSE PRODUKTIE
1. Betrokken Spaanse produktie
(24) Op het tijdstip van opening van het onderzoek telde Spanje nog slechts twee ondernemingen die ureum vervaardigden: de volledig onder staatsbeheer staande Empresa Nacional de Fertilizantes SA, en de onder particulier beheer staande Union Explosivos Rio Tinto SA.
(25) Tot 29 maart 1986 telde de bedrijfstak in Spanje een derde producent: de firma CROS, waarvan de nominale jaarlijkse produktiecapaciteit ongeveer 100 000 ton bedroeg. Het door deze onderneming geproduceerde ureum diende ten belope van 63 000 ton voor de vervaardiging van complexe meststoffen (NPK) voor afzet op de Spaanse markt. Het bedrijf CROS, waarvan de economische winstgevendheid ontoereikend werd geacht, was door de Spaanse overheden verzocht zijn te Malaga gelegen produktie-eenheid voor ureum per 30 juni 1986 te sluiten. Genoemd bedrijf ging daarop vooruitlopend eigener beweging reeds op 29 maart 1986 over tot sluiting van deze produktie-eenheid, daar het van mening was dat het voor het bedrijf economisch voordeliger was ureum in te voeren dan tijdelijk een verliesgevende produktie te handhaven.
(26) De produktie-eenheden voor ureum van de twee producenten zijn onderscheidenlijk gevestigd te Puertollano (Castilië-La Mancha), Cartagena (Murcia) en Huelva (Andalusië), welke plaatsen zijn gelegen in bijzonder benadeelde gebieden die worden gekenmerkt door een economische ontwikkeling die aanzienlijk minder is dan die van de andere gewesten van Spanje.
(27) Er zij op gewezen dat deze beide ondernemingen tot de sector meststoffen behoren, voor welke sector een nationaal omschakelingsplan bestaat met als hoofddoelstellingen enerzijds de verbetering van de winstgevendheid der betrokken ondernemingen en anderzijds de verzekering, om strategische redenen, van een voorziening van meststoffen van Spaanse oorsprong die toereikt om aan de binnenlandse vraag te voldoen.
(28) Ten aanzien van de twee produktie-ondernemingen voor ureum, die tot op heden aanzienlijke subsidies hebben genoten voor de vervaardiging van ammoniak, een door hen bij de vervaardiging van ureum gebruikte grondstof, is in het omschakelingsplan voorzien in de modernisering van hun produktie-eenheden ten einde tot een hogere winstgevendheid te komen.
(29) Op de algemene staatsbegroting is een bedrag van 8 234 miljoen pta uitgetrokken ter bekostiging van de uitrusting waarmede zij de ammoniak uit aardgas in plaats van uit nafta kunnen produceren.
(30) Daarenboven heeft ENAGAS zich ertoe verbonden om uiterlijk op 1 januari 1988 de aanleg voltooid te hebben van de eindstations voor de toelevering van aardgas aan de te Huelva en Cartagena gelegen produktie-eenheden van de twee produktie-ondernemingen voor ureum.
(31) De gevolgen van de bovenbeschreven ontwikkeling van de invoer in Spanje volgens de genoemde voorwaarden zijn derhalve beoordeeld met betrekking tot deze twee producenten.
(32) De Commissie heeft het dienstig geacht hiertoe allereerst een schets op te stellen van de toestand van de twee ondernemingen per 31 december 1985, vervolgens na te gaan in hoeverre hun toestand in de loop van 1986 is veranderd, en tenslotte vast te stellen of deze evolutie het bestaan van schade of van een dreiging van ernstige schade uitwees en of deze schade of deze dreiging van schade werd veroorzaakt door de invoer van ureum uit de betrokken derde landen. 2. Toestand van de twee Spaanse producenten op 31 december 1985
(33) De nominale produktiecapaciteit van de betrokken twee ondernemingen bedroeg eind 1985 550 000 ton, een zelfde cijfer als van 1982 tot en met 1984, overeenkomende met een nominale maandelijkse capaciteit van ongeveer 50 000 ton.
(34) De twee ondernemingen hadden eind 1985 in totaal 475 522 ton ureum vervaardigd. De benuttingsgraad van hun nominale capaciteiten bedroeg derhalve 86,46 %. Het niveau van hun voorraden in het stadium fabriek bereikte in deze zelfde periode 37 957 ton.
(35) De netto-omzet van deze ondernemingen voor het betrokken produkt op de Spaanse markt bedroeg eind 1985 14 175 miljoen pta, overeenkomende met de verkoop van ongeveer 431 957 ton ureum.
(36) De door de beide ondernemingen op de binnenlandse markt toegepaste gemiddelde verkoopprijs bedroeg in de loop van 1985, netto af fabriek, alle kortingen verrekend, onderscheidenlijk 32 487 en 33 467 pta per ton, terwijl hun kostprijs onderscheidenlijk 28 335 pta per ton en 28 159 pta per ton was.
(37) Zij hadden te dien tijde in totaal 9 812 personen in dienst. Van deze 9 812 waren er 4 764 werkzaam in de sector meststoffen, en hiervan waren er 595 rechtstreeks betrokken bij het produkt waarop het onderzoek betrekking heeft.
3. Ontwikkeling in de loop van 1986
(38) Uit de gegevens waarover de Commissie beschikt blijkt dat aan het einde van juni, juli en augustus 1986 de produktie van de Spaanse bedrijfstak onderscheidenlijk 244 316 ton, 266 112 ton en 280 056 ton bedroeg, terwijl deze in dezelfde perioden van 1985 260 118 ton, 284 756 ton en 319 355 ton bedroeg. Uit deze cijfers blijkt dat het produktieniveau van de Spaanse bedrijfstak daalde met onderscheidenlijk 6,07 %, 6,55 % en 12,31 % per eind juni, juli en augustus 1986. Een der betrokken producenten heeft zich in deze periode gedwongen gezien zijn produktie-eenheden te sluiten en zijn gehele personeel, dat wil zeggen 670 man, tijdelijk op non-actief te stellen.
(39) In samenhang daarmede is de benuttingsgraad van de capaciteiten van de Spaanse producenten van 86,46 % eind 1985 teruggevallen tot respectievelijk 80,90 %, 75,39 %, en 69,49 % eind juni, juli en augustus 1986, terwijl deze in de overeenkomende perioden van 1985 onderscheidenlijk 86,13 %, 80,67 % en 79,24 % bedroeg.
(40) De totale verkopen van de Spaanse producenten beliepen eind juni, juli en augustus 1986 onderscheidenlijk 193 735 ton, 214 489 ton en 223 779 ton, terwijl zij in 1985 in dezelfde periodes 233 466 ton, 249 258 ton en 258 216 ton bedroegen, hetgeen een verlaging van 13,34 % betekent. Het marktaandeel van de Spaanse producenten, dat in 1985 ongeveer 95 % bedroeg, was eind augustus 1986 tot ongeveer 51 % teruggevallen.
(41) De gewogen gemiddelde verkoopprijs, netto af fabriek, van de betrokken producenten, die voor 1985 32 867 pta ter ton bedroeg, is in de eerste zes maanden van 1986 gedaald tot 29 241 pta per ton, een daling van 11,03 %. Eind juli en augustus 1986 was de genoteerde daling zelfs sterker, aangezien de gemiddelde prijzen nog slechts 28 841 en 28 618 pta per ton bedroegen, dit is een daling van ongeveer 13 % ten opzichte van de in 1985 gemaakte prijs.
(42) Hoewel de betrokken producenten niet in staat waren nauwkeurige aanduidingen te geven van hun winsten en verliezen en van het rendement van hun investeringen voor 1986, is het, gezien de gegevens betreffende de omvang van hun verkopen en de in deze nieuwe verwezenlijkte prijzen, duidelijk dat hun toestand ten opzichte van het overeenkomende tijdvak van 1985 slechts achteruit heeft kunnen gaan. Het verlies van netto-winsten van de betrokken twee producenten kan per 31 augustus 1986, rekening houdend met genoemde twee parameters, op ten minste 165 605 779 pta worden geraamd.
4. Bestaan van schade en oorzakelijk verband
a) Bestaan van schade
(43) Het is na het voorafgaande duidelijk dat de Spaanse industrie, waarvan de produktie, de benuttingsgraad van de capaciteiten, de omvang van de verkopen, de omzet en de behaalde prijzen procentueel aanzienlijk zijn teruggelopen, in de loop van 1986 schade heeft geleden, welke schade aanzienlijk groter had kunnen zijn indien de twee betrokken producenten geen profijt hadden getrokken van de sluiting per 29 maart 1986 van de produktie-eenheid voor ureum van de firma CROS.
b) Oorzakelijk verband met de invoer van oorsprong uit de betrokken derde landen
(44) Op basis van de gegevens die door de Commissie waren vergaard met betrekking tot de ontwikkeling tot en met 31 augustus 1986 van de invoer in Spanje van ureum van oorsprong uit andere landen dan die waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is (invoer van oorsprong uit de andere Lid-Staten: 92 481 ton tegen een gemiddelde prijs van 18,04 pta per kilo; invoer van oorsprong uit de landen waarop Verordening (EEG) nr. 1765/82 van toepassing is: 22 205 ton tegen een gemiddelde prijs van 16,54 pta/kg), kan niet worden gesteld dat de door de Spaanse bedrijfstak geleden schade uitsluitend te wijten is aan de invoer van oorsprong uit deze landen (101 194 ton tegen een gemiddelde prijs van 12,76 pta/kg). (45) Niettemin heeft de invoer, zelfs indien deze niet de enige oorzaak vormt van de schade gedurende de eerste acht maanden van 1986 voor de Spaanse bedrijfstak in kwestie, daaraan aanzienlijk bijgedragen, aangezien hij door geleidelijk in omvang toe te nemen tot een vermindering heeft geleid van de afzetmogelijkheden voor de Spaanse producenten en deze laatste ertoe gedwongen heeft hun verkoopprijzen te drukken.
(46) Derhalve dient, wat ook de rol heeft kunnen zijn van de invoer van oorsprong uit de andere Lid-Staten en uit de landen van Oost-Europa, de conclusie te worden getrokken dat de invoer van oorsprong uit de derde landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, ontegenzeggelijk een bepaalde schade aan de betrokken Spaanse bedrijfstak heeft berokkend.
5. Dreiging van ernstige schade
(47) Op basis van de gegevens met betrekking tot de in de eerste acht maanden van het jaar geregistreerde invoer van ureum uit de landen vallende onder Verordening (EEG) nr. 288/82, en met name het stijgingspercentage ervan en de mate van onderbieding ten opzichte van de netto-verkoopprijzen van de Spaanse producenten, kan worden gesteld dat deze invoer ondanks de aanmerkelijke verlaging (met ± 22 %) van de kostprijs van de Spaanse producenten voortvloeiend uit de prijsverlaging voor nafta en stookolie sedert begin augustus 1986, een dreiging van ernstige schade voor de betrokken bedrijfstak in Spanje vormt.
(48) Er zij wat dat betreft op gewezen dat de toestand op wereldschaal wordt gekenmerkt door overcapaciteit bij de produktie en het wegvallen van een aantal traditionele markten (India, China, Iran en landen in het Verre Oosten), bij welke factoren nog de val komt van de dollar, de bij de facturering van de invoer algemeen gebruikte munteenheid.
(49) Gelet op de aantrekkingskracht die de Spaanse markt heeft als gevolg van zijn hoge prijzen en de verlaging van de douanerechten die het gevolg is van de toetreding van dit land tot de Gemeenschap, mag men dus een verdere groei van de invoer in Spanje van ureum uit derde landen verwachten indien er geen enkele handelsbeschermende maatregel ten aanzien van de invoer van oorsprong uit de landen vallende onder Verordening (EEG) nr. 288/82 wordt genomen.
E. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP
(50) Na te hebben vastgesteld dat ureum van oorsprong uit de landen vallende onder Verordening (EEG) nr. 288/82 in de loop van de onderzochte periode in Spanje is ingevoerd in zodanig toegenomen hoeveelheden en onder zodanige voorwaarden dat een ernstige schade is of dreigt te worden toegebracht aan de Spaanse bedrijfstak, rijst de vraag of de bescherming van de belangen van de Gemeenschap een beschermende maatregel op regionaal niveau en behoeve van de betrokken Spaanse bedrijfstak nodig maakt.
(51) De ernst van de toestand, als in het voorgaande beschreven, heeft de Commissie tot de slotsom gebracht dat er bepaalde tijdelijke regionale vrijwaringsmaatregelen ten behoeve van de Spaanse produktie van ureum dienden te worden genomen ten aanzien van de invoer van ureum van oorsprong uit de landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, met inbegrip van die waarmede de Gemeenschap is verbonden door een vrijhandelsovereenkomst.
(52) Ten dien aanzien heeft de Commissie opgemerkt, onder voorbehoud van het onderzoek ondernomen in het kader van de bepalingen inzake bestaande hulp, dat de verwezenlijking van het Spaanse omschakelingsplan voor de sector meststoffen aangenomen in 1985 het mogelijk zal maken, volgens de gegevens verschaft door de Spaanse autoriteiten, deze bedrijfstak in het belang van de Gemeenschap concurrerender te maken en geschikt om te zijner tijd zonder subsidies te functioneren, en aldus een bepaald niveau van werkgelegenheid in bijzonder benadeelde gebieden van de Gemeenschap veilig te stellen.
(53) In het belang van de Gemeenschap dient er evenwel op toegezien te worden dat de te nemen maatregelen de winstgevendheid van de in Spanje gevestigde verwerkende industrieën alsmede de door haar geboden werkgelegenheid niet in gevaar brengen. De opening van een contingent van 50 000 ton, speciaal bestemd voor de bevoorrading met grondstoffen van de ondernemingen die ureumlijmen en -harsen en die welke complexe meststoffen vervaardigen, zou, gelet op het feit dat bij de verlening van invoermogelijkheden een bepaalde preferentie ten gunste van de invoer van herkomst uit de andere Lid-Staten verzekerd moet worden, in beginsel de verwezenlijking van deze doelstelling mogelijk moeten maken, en tevens de Spaanse bedrijfstak van ureum bescherming verlenen tot en met 31 december 1987, het tijdstip waarop de modernisering van zijn outillage voltooid moet zijn. Door de openstelling van de Spaanse markt, na de toetreding van Spanje tot de Gemeenschap, voor andere meststoffen dan ureum, van oorsprong zowel uit de andere Lid-Staten als uit derde landen, is het de andere Spaanse ondernemers en met name zowel de landbouwers als de distributeurs/wederverkopers van meststoffen, mogelijk gemaakt - en zal dit in principe moeten blijven doen - hun positie te verbeteren. Hun toestand onderscheidt zich in objectieve zin van die van de verwerkende industrieën en rechtvaardigt derhalve niet dat er te hunnen bate een soortgelijke maatregel wordt getroffen als voor de verwerkende industrieën wordt beoogd. (54) Het belang van de Gemeenschap als handelspartner vergt dat de opening van dit contingent op de eerste plaats ten goede komt aan de invoer van ureum van oorsprong uit de landen waarmee de Gemeenschap verbonden is door een vrijhandelsregeling of uit de landen die verdragsluitende partij van de GATT zijn, terwijl het restant verdeeld kan worden tussen de landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, doch die niet behoren tot een der beide voornoemde categorieën landen.
(55) Tenslotte bestaat er, gezien het feit dat de krachtens de huidige verordening genomen maatregelen slechts een bevestiging vormen van het stelsel van intrekking van liberalisatie voortvloeiende uit de voorlopige maatregelen die zijn ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2565/85, gewijzigd bij de Verordeningen (EEG) nr. 3339/86 en (EEG) nr. 3674/86, geen aanleiding om opnieuw vrijstellingen vast te stellen voor de lopende contracten en de goederen die onderweg zijn,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De invoer in Spanje van ureum met een gehalte aan stikstof van meer dan 45 gewichtspercenten, berekend op het watervrije droge produkt, vallende onder post 31.02 B van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomende met NIMEXE-code 31.02-15, wordt afhankelijk gesteld van het overleggen van een door de Spaanse autoriteiten afgegeven invoervergunning.
2. De in lid 1 vervatte maatregelen zijn van toepassing op de invoer van oorsprong uit de derde landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, met inbegrip van die waarmee de Gemeenschap door een vrijhandelsovereenkomst verbonden is.
3. De in lid 1 bedoelde vergunningen worden door de Spaanse autoriteiten verleend ten belope van een contingent van in totaal 50 000 ton dat uitsluitend bestemd is voor de bevoorrading met grondstoffen van de ureumlijmen en -harsen producerende industrie alsmede van de industrie die complexe meststoffen produceert.
4. De in lid 3 genoemde vergunningen worden met voorrang verleend aan de invoer van het betrokken produkt van oorsprong uit de landen waarmee de Gemeenschap door een vrijhandelsovereenkomst is verbonden of die verdragsluitende partij bij de GATT zijn, terwijl het restant van het contingent wordt verdeeld onder de landen die van geen van deze twee categorieën deel uitmaken.
Artikel 2
De communautaire onderzoekprocedure betreffende de in artikel 1, lid 1, bedoelde invoer in Spanje wordt hierbij gesloten.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987. Onder voorbehoud van een eventuele herziening uit hoofde van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 288/82, is zij van toepassing tot en met 31 december 1987.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 22 december 1986.
Voor de Commissie
Willy DE CLERCQ
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 35 van 9. 2. 1982, blz. 1.
(2) PB nr. L 113 van 30. 4. 1986, blz. 1.
(3) PB nr. C 154 van 20. 6. 1986, blz. 2.
(4) PB nr. L 229 van 15. 8. 1986, blz. 8.
(1) PB nr. L 306 van 1. 11. 1986, blz. 47.
(2) PB nr. L 339 van 2. 12. 1986, blz. 21.
(3) PB nr. L 195 van 5. 7. 1982, blz. 1.
(4) PB nr. L 195 van 5. 7. 1982, blz. 21.
(5) Zie punt 44 voor wat betreft de ontwikkeling van het marktaandeel van de produkten van oorsprong uit de andere landen.
Top