Nr . L 375 / 1331 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
VERORDENING (EEG) Nr. 4021 / 86 VAN DE RAAD
van 16 december 1986
betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair
tariefcontingent voor houthars van post ex 38.08 A van het gemeenschappelijk douanetarief
( 1987)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 28 ,
Gezien de ontwerp-verordening ingediend door de Com
missie ,
Overwegende dat de produktie van houthars van post ex
38.08 A van het gemeenschappelijk douanetarief in de
Gemeenschap momenteel onvoldoende is om in de behoeften
van de verwerkende industrieën van de Gemeenschap te
kunnen voorzien ; dat daaruit volgt dat de Gemeenschap ,
voor wat betreft de voorziening van de betrokken produkten ,
momenteel voor een niet gering gedeelte afhankelijk is van de
invoer uit derde landen ; dat onverwijld dient te worden
voorzien in de meest dringende behoeften van de Gemeen
schap aan de betrokken produkten , en dit tegen de meest
gunstige voorwaarden ; dat het derhalve dienstig is een
communautair tariefcontingent vrij van rechten met een
passende omvang te openen ; dat , terwille van het evenwicht
op de markt van dit produkt en een parallelle ontwikkeling
van de afzet van de communautaire produktie en een
bevredigende graad van zekerheid in de voorziening van de
industrieën die dit produkt gebruiken , het communautaire
tariefcontingent 8 000 ton dient te bedragen ; dat het derhal
ve dienstig is het bedoelde tariefcontingent te openen vanaf
1 januari 1987 en het te verdelen onder de Lid-Staten ;
Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd
dat alle importeurs van de Lid-Staten te allen tijde en in
gelijke mate gebruik kunnen maken van de door dit contin
gent geboden mogelijkheden en dat het aan dit contingent
verbonden recht zonder onderbreking wordt toegepast op
alle invoer van de betrokken produkten in die Lid-Staten ,
totdat het contingent geheel is opgebruikt ; dat een regeling
voor het gebruik van dit contingent , op basis van een
verdeling over de Lid-Staten , in overeenstemming lijkt te zijn
met het communautaire karakter van dit contingent in het
licht van de hierboven uiteengezette beginselen ; dat die
verdeling , om zo goed mogelijk de werkelijke ontwikkeling
op de markt van de betrokken produkten weer te geven , dient
te geschieden naar verhouding van de behoeften van de
onderscheiden Lid-Staten , berekend enerzijds aan de hand
van de statistische gegevens betreffende de invoer uit
niet-preferentiële landen gedurende een representatieve refe
rentieperiode , en anderzijds op grond van de economische
vooruitzichten voor de betrokken contingentsperiode ;
Overwegende dat , op basis van de ' thans beschikbare statis
tische gegevens , de invoer in de Gemeenschap van de Tien
van het bedoelde produkt uit derde landen die niet begun
stigd zijn met een gelijkwaardige tariefpreferentie , zich in de
loop van de jaren 1983 , 1984 en 1985 als volgt heeft
ontwikkeld en zich tot de totale invoer van dit produkt in de
Gemeenschap verhoudt volgens de hierna vermelde percen
tages :
Lid-Staten
1983 1984 1985
in ton in % in ton in % in ton in %
Benelux 1 393 20,46 974 18,27 5 822 56,47
Denemarken 269 3,95 58 1,09 18 0,17
Duitsland 1 929 28,34 1 771 33,22 885 8,58
Griekenland 0 0 3 0,06 2 0,02
Spanje 56 0,82 12 0,23 27 0,26
Frankrijk 814 11,96 31 0,58 1 370 13,29
Ierland 16 0,24 161 3,02 36 0,35
Italië 467 6,86 160 3,00 270 2,62
Portugal 0 0 8 0,15 11 0,11
Verenigd Koninkrijk 1 863 27,37 2 153 40,38 1 869 18,13
6 807 5 331 10 310
Overwegende dat , met inachtneming van de gegevens en met
de voor 1 987 te verwachten ontwikkeling van demarkt voor
het betrokken produkt en met name van de ramingen van
sommige Lid-Staten , de percentages van de aanvankelijke
deelneming in het contingent bij benadering als volgt lig
gen :
Benelux 36,48
Denemarken 1 ,54
Duitsland
Griekenland
Spanje
Frankrijk
Ierland
Italië
Portugal
Verenigd Koninkrijk
20,42
0,02
0,42
9,87
0,95
4,00
0,08
26,22 ;
Nr . L 375 / 14 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
Overwegende dat het noodzakelijk is dat een Lid-Staat die op
een bepaald tijdstip in de contingentsperiode een aanzienlijk
overschot van zijn aanvankelijke quotum heeft , daarvan een
bepaald percentage in de reserve terugstort , ten einde te
voorkomen dat een gedeelte van het communautaire contin
gent in een Lid-Staat ongebruikt blijft , terwijl andere Lid-Sta
ten er gebruik van zouden kunnen maken ;
Overwegende dat , aangezien het Koninkrijk België , het
Koninkrijk derNederlanden en het Groothertogdom Luxem
burg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de
Benelux Economische Unie , elke handeling met betrekking
tot het beheer van de aan genoemde Economische Unie
toegewezen quota , kan worden verricht door één van haar
leden ,
Overwegende dat het , ten einde rekening te houden met de
eventuele ontwikkeling van de invoer van genoemd produkt
in de Lid-Staten , dienstig is het volume van het contingent in
twee gedeelten te splitsen , waarbij het eerste gedeelte over de
Lid-Staten wordt verdeeld en het tweede gedeelte een reserve
vormt ter voorziening in de verdere behoeften van de
Lid-Staten die hun aanvankelijke quotum hebben opge
bruikt ; dat het , ten einde aan de importeurs van iedere
Lid-Staat enige zekerheid te verschaffen , aanbeveling ver
dient het eerste gedeelte van het communautaire tariefcon
tingent vast te stellen op een betrekkelijk hoog niveau , dat in
het onderhavige geval ongeveer 94 % van de totale hoeveel
heid van het contingent zou kunnen bedragen ;
Overwegende dat de aanvankelijke quota meer of minder
spoedig kunnen worden opgebruikt ; dat het , ten einde
daarmee rekening te houden en iedere onderbreking te
voorkomen , van belang is dat iedere Lid-Staat die zijn
aanvankelijke quotum vrijwel geheel heeft opgebruikt , over
gaat tot de opneming van een extra quotum uit de reserve ; dat
dergelijke opnemingen dienen te worden verricht wanneer
elk van zijn extra quota nagenoeg geheel is opgebruikt , en
wel zo vaak als de reserve dit toelaat ; dat de aanvankelijke
quota en de extra quota dienen te gelden tot aan het einde van
de contingentsperiode ; dat die wijze van beheer een nauwe
samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie ,
die met name in de gelegenheid moet zijn de stand van het
contingent te volgen en de Lid-Staten daarover in te lich
ten ;
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
1 . Vanaf 1 januari tot en met 31 december 1987 wordt
het recht van het gemeenschappelijk douanetarief voor het
hierna omschreven produkt geschorst tot het niveau en
binnen de grenzen van een communautair tariefcontingent
aangeduid bij dat produkt :
Nr. van het
'
Omvang van Contingent
Volgnummer gemeenschappelijk Omschrijving het contingent recht
I douanetarief ( in ton) ( in % )
09.2715 ex 38.08 A Houthars 8 000 * 0
In het kader van dit tariefcontingent passen Spanje en
Portugal rechten toe'die worden berekend overeenkomstig de
bepalingen ter zake in de Toetredingsakte .
2 . De invoer van het bedoelde produkt waarvoor reeds
vrijstelling van rechten geldt krachtens een andere preferen
tiële tariefregeling , wordt niet op dit tariefcontingent afge
boekt .
Artikel 2
1 . Het in artikel 1 , lid 1 , bedoelde tariefcontingent wordt
in twee gedeelten gesplitst .
2 . Het eerste gedeelte ter grootte van 7 600 ton wordt
over de Lid-Staten verdeeld ; de quota die , behoudens het
bepaalde in artikel 5 , tot en met 31 december 1987 gelden ,
bedragen de volgende hoeveelheden :
3 . Het tweede gedeelte ter grootte van 400 ton vormt de
reserve .
Artikel 3
1 . Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat ,
zoals het is vastgesteld in artikel 2 , lid 2 , dan wel dat zelfde
quotum verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in de
reserve teruggestorte gedeelte , voor 90 % of meer is ge
bruikt , gaat deze Lid-Staat , door middel van een kennisge
ving aan de Commissie , onverwijld over tot opneming, voor
zover er in de reserve een voldoende hoeveelheid aanwezig is ,
van een tweede quotum gelijk aan 5 % van zijn aanvankelijke
quotum, eventueel op de volgende eenheid naar boven
afgerond .
2 . Indien een Lid-Staat , na volledig gebruik van zijn
aanvankelijke quotum, het door hem opgenomen tweede
quotum voor 90 % ofmeer heeft opgebruikt , gaat hij op de in
lid 1 omschreven wijze over tot opneming van een derde
quotum, gelijk aan 2,5 % van zijn aanvankelijke quotum.
3 . Indien deze Lid-Staat , na volledig gebruik van zijn
tweede quotum, het door hem opgenomen derde quotum
voor 90 % ofmeer heeft opgebruikt gaat hij op dezelfde wijze
over tot opneming van een vierde quotum, dat gelijk is aan
het derde .
Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uit
geput .
(in ton)
Benelux 2 772
Denemarken 117
Duitsland 1 552
Griekenland 2
Spanje 32
Frankrijk 750
Ierland 72
Italië 304
Portugal 6
Verenigd Koninkrijk 1 993 .
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr . L 375 / 15
Artikel 7
1 . De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen opdat , bij
opening van de met toepassing van artikel 3 door hen
opgenomen extra quota , de door hen ingevoerde hoeveel
heden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op
hun gecumuleerde aandeel in het communautaire tariefcon
tingent .
2 . De Lid-Staten waarborgen aan de importeurs van het
betrokken produkt vrije toegang tot de hun toegewezen of
door hen uit de reserve opgenomen quota .
3 . De Lid-Staten boeken de ingevoerde hoeveelheden af
op hun quota naargelang het betrokken produkt bij de
douane ten invoer in het vrije verkeer wordt aangegeven .
4 . De stand van de quota der Lid-Staten wordt vastgesteld
aan de hand van de ingevoerde hoeveelheden welke op de in
lid 3 omschreven wijze zijn afgeboekt .
4 . In afwijking van de leden 1 , 2 en 3 kunnen de
Lid-Staten overgaan tot opneming van geringere hoeveel
heden dan de in die leden vastgestelde quota ," wanneer er
gronden zijn om aan te nemen dat die quota wellicht niet
geheel zullen worden opgebruikt . Zij delen aan de Commis
sie de redenen mede waarom zij besloten hebben deze
bepaling toe te passen .
Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden
tot en met 31 december 1987 .
Artikel 5
De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 1987 van het niet
gebruikte gedeelte van hun aanvankelijke quotum in de
reserve terug , het deel dat op 15 september 1987 20 % van
het aanvankelijke quotum te boven gaat . Zij kunnen een
grotere hoeveelheid - terugstorten indien er gronden zijn om
aan te nemen dat deze hoeveelheid anders wellicht onge
bruikt zou blijven .
De Lid-Staten geven uiterlijk op 1 oktober 1987 aan de
Commissie kennis van de totale invoer van het betrokken
produkt , die tot en met 15 september 1987 heeft plaatsge
vonden en op het communautaire contingent is afgeboekt ,
alsmede eventueel van het gedeelte van het aanvankelijke
quotum dat zij in de reserve terugstorten .
Artikel 6
De Commissie houdt boek van de door de Lid-Staten
overeenkomstig de artikelen 2 en 3 geopende quota en
brengt , zodra de opgaven haar bereiken , ieder van hen op de
hoogte van de in de reserve nog beschikbare hoeveel
heden .
Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 1987 in kennis
van de stand van de reserve na de overeenkomstig artikel 5
verrichte terugstortingen .
Zij ziet erop toe dat de opneming, waardoor de reserve
volledig wordt opgebruikt , tot de nog beschikbare hoeveel
heid beperkt blijft en deelt daartoe aan de Lid-Staat die de
laatste opneming verricht mee , hoeveel het saldo
bedraagt .
Artikel 8
De Lid-Staten stellen de Commissie op haar verzoek op de
hoogte van de invoer die daadwerkelijk op hun quota is
afgeboekt .
Artikel 9
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te
bereiken dat het bepaalde in deze verordening wordt nage
komen .
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987 .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 16 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. HOWE
Full & Egal Universal Law Academy