Nr. L 376 /4 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
VERORDENING (EEG) Nr. 4027/ 86 VAN DE RAAD
van 18 december 1986
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2057/ 82 houdende vaststelling van bepaalde
maatregelen voor controle op de activiteiten van vissersvaartuigen uit de Lid-Staten
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, betrokken groep bestanden niet heeft opgebruikt dient te
worden gecompenseerd ; dat te dien einde een compensatie
mechanisme dient te worden ingesteld dat de eisen van de
instandhouding verenigt met de handhaving van de vismo
gelijkheden per soort en per zone ingevolge de jaarlijkse
vaststelling van de TAC's en quota; dat te dien einde de
verminderingen en toewijzingen moeten plaatsvinden hetzij
in hetzelfde jaar, hetzij in de loop van het volgende jaar of
de volgende jaren en dat hierbij bij voorrang rekening moet
worden gehouden met de soorten en zones waarvoor
jaarlijkse quota , toewijzingen of beschikbare delen zijn
vastgesteld ;
Overwegende dat , wanneer de Commissie of de door haar
gemachtigde ambtenaren bij de uitvoering van hun taak op
herhaalde , ongerechtvaardigde moeilijkheden stuiten, de
Commissie de betrokken Lid-Staten niet alleen om uitleg
kan vragen , maar ook om de middelen om haar actie tot
een goed einde te brengen; dat de betrokken Lid-Staat
derhalve verplicht is zorg te dragen voor de nakoming van
de voor hem uit Verordening (EEG) nr . 2057 / 82 zoals
gewijzigd bij de onderhavige verordening voortvloeiende
verplichtingen , door de uitvoering van de taak van de
Commissie te vergemakkelijken ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap ,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 170 / 83 van de Raad van
25 januari 1983 tot instelling van een communautaire
regeling voor de instandhouding en het beheer van de
visbestanden ('), inzonderheid op artikel 11 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ),
Overwegende dat controlemaatregelen om de naleving van
de communautaire bepalingen inzake instandhouding van
de visbestanden te waarborgen reeds zijn vastgesteld bij
Verordening (EEG) nr . 2057 / 82 ( 3 ), laatstelijk gewijzigd
bij Verordening (EEG) nr . 3723 / 85 ( 4 );
Overwegende dat het optreden van de inspecteurs van de
Lid-Staten betrekking moet hebben op alle vissersvaartui
gen , met inbegrip van die van derde landen , en op alle
activiteiten waarbij toezicht verificatie van de toepassing
van Verordening (EEG) nr. 2057 / 82 mogelijk zou kunnen
maken;
Overwegende dat het dienstig is de verplichting van de
Lid-Staten tot registratie van aanvoer , uit communautaire
en niet-communautaire wateren, uit bestanden of groepen
bestanden waarvoor totaal toegestane vangsten (TAC) of
quota zijn vastgesteld en om ervoor te zorgen dat de
registratie van die aanvoer kan worden geverifieerd , te
preciseren ;
Overwegende voorts dat de Gemeenschap krachtens het
Verdrag op intern vlak beschikt over de bevoegdheid om
alle maatregelen te treffen voor het behoud van de biologi
sche rijkdommen van de zee; dat in dat kader dient te
worden voorzien in de mogelijkheid de visserijactiviteiten
stop te zetten zodra de TAC, het quotum, de toewijzing of
het deel waarover de Gemeenschap beschikt is opgebruikt ;
dat evenwel het nadeel dat de Lid-Staat ondervindt die zijn
quotum, toewijzing of deel van het bestand of van de
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr . 2057 / 82 wordt als volgt gewij
zigd :
1 . de titel van de verordening wordt vervangen door:
„Verordening (EEG) nr . 2057 / 82 van de Raad van
29 juni 1982 houdende vaststelling van bepaalde maat
regelen voor controle op de activiteiten van vissersvaar
tuigen";
2 . in artikel 1 worden de leden 1 en 2 vervangen door:
„ 1 . Ten einde te waarborgen dat alle geldende regelin
gen met betrekking tot de instandhoudings- en contro
lemaatregelen worden nageleefd , draagt iedere
Lid-Staat op zijn grondgebied en in de onder zijn
soevereiniteit of jurisdictie vallende maritieme wateren
zorg voor controle op de uitoefening van de visserij en
bijkomende activiteiten . Hij inspecteert de vissersvaar
tuigen en alle activiteiten ten aanzien waarvan inspectie
de mogelijkheid biedt de naleving van deze verordening
(») PB nr. L 24 van 27 . 1 . 1983 , blz . 1 .
( 2 ) Advies uitgebracht op 12 december 1986 (nog niet verschenen
in het Publikatieblad).
( 3 ) PB nr. L 220 van 29 . 7 . 1982 , blz . 1 .
{*) PB nr . L 361 van 31 . 12 . 1985 , blz . 42 .
Nr. L 376 / 5
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
deze documenten die ten grondslag liggen aan de mede
delingen aan de Commissie bedoeld in lid 2 teruggevon
den kunnen worden gedurende een periode van drie
jaar vanaf het begin van het jaar dat volgt op het jaar
waarin de betrokken aanvoer heeft plaatsgevonden .";
te verifiëren, met name de aanvoer , de verkoop en de
opslag van vis , alsmede de registratie van de aanvoer en
de verkoop .
2 . Wanneer de bevoegde autoriteiten van een
Lid-Staat bij een krachtens lid 1 uitgevoerde controle of
inspectie constateren dat de geldende regelingen met
betrekking tot de instandhoudings- en controlemaatre
gelen niet zijn nageleefd , worden tegen de kapitein van
het betrokken vaartuig of tegen elke andere verant
woordelijke persoon strafrechtelijke of administratieve
stappen ondernomen.";
7 . artikel 10 , lid 3 , eerste alinea , wordt vervangen door :
„3 . Na ontvangst van een mededeling uit hoofde van
lid 2 , of op eigen initiatief, stelt de Commissie op de
grondslag van de beschikbare gegevens de datum vast
waarop voor een bestand of groep bestanden ten gevol
ge van de vangsten die zijn onderworpen aan een TAC,
een quotum of een andere kwantitatieve beperking en
die zijn verricht door vissersvaartuigen die de vlag van
een Lid-Staat voeren of in een Lid-Staat zijn geregi
streerd , het quotum, de toewijzing of het beschikbare
deel voor deze Lid-Staat of in voorkomend geval voor
de Gemeenschap worden geacht te zijn opgebruikt .
Bij de beoordeling van de in de vorige alinea bedoelde
situatie licht de Commissie de betrokken Lid-Staten in
over de vooruitzichten in verband met een eventuele
stopzetting van de visserij ingevolge het opgebruiken
van de TAC.";
3 . artikel 2, lid 1 , eerste alinea , wordt vervangen door :
„1 . De in artikel 1 bedoelde inspectie en controle
worden door elke Lid-Staat voor eigen rekening uitge
voerd en verricht door een door deze Lid-Staat daartoe
aangewezen inspectiedienst .";
4 . artikel 7 , lid 1 , wordt vervangen door :
„ 1 . Onverminderd artikel 6 doet de kapitein van een
vissersvaartuig dat de vlag van een Lid-Staat voert of in
een Lid-Staat is geregistreerd , en dat
— vangsten uit een bestand of groep bestanden waar
voor een TAC of quotum geldt , overlaadt op een
ander vaartuig , hierna „ontvangend vaartuig" te
noemen , ongeacht de plaats van aanvoer , of
— dergelijke vangsten rechtstreeks buiten het grondge
bied van de Gemeenschap aan land brengt ,
bij het overladen of het lossen aan de Lid-Staat waarvan
zijn vaartuig de vlag voert of waar het is geregistreerd ,
mededeling van de betrokken soorten en hoeveelheden ,
alsmede van de datum van overladen of lossen en van
de vangstplaats met verwijzing naar de kleinste zone
waarvoor een TAC of quotum is vastgesteld en wordt
beheerd . Indien de vangst heeft plaatsgevonden in wate
ren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van een
derde land vallen , dient deze informatie afzonderlijk te
worden vermeld met verwijzing naar de wateren van elk
van de betrokken derde landen.";
8 . aan artikel 10 wordt het volgende lid toegevoegd:
„4 . Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 3 , eer
ste alinea , de visserijactiviteiten heeft stopgezet , omdat
de TAC, het quotum, de toewijzing of het beschikbare
deel voor de Gemeenschap zijn opgebruikt en het haar
voorkomt dat een Lid-Staat het quotum, de toewijzing
of het deel waarover hij beschikt voor het betrokken
bestand of de betrokken groep bestanden, niet heeft
opgebruikt , zijn de onderstaande bepalingen van toe
passing.
Indien een Lid-Staat nadeel heeft ondervonden doordat
er een vangstverbod werd opgelegd voordat het quotum
van deze Lid-Staat was opgebruikt en indien dit nadeel
niet werd opgeheven door toepassing van de procedure
van artikel 5 , lid 1 , van Verordening (EEG) nr . 170 /
83 (*), wordt de kwestie overeenkomstig artikel 15 van
genoemde verordening voorgelegd aan het Comité van
beheer voor de visbestanden.
Overeenkomstig de procedure van artikel 14 van die
verordening worden er maatregelen getroffen om het
geleden nadeel op passende wijze op te heffen . Deze
maatregelen kunnen leiden tot verminderingen ten aan
zien van de Lid-Staat die zijn quotum, zijn toewijzing of
zijn aandeel heeft overschreden; de aldus in mindering
gebrachte hoeveelheden worden op passende wijze toe
gewezen aan de Lid-Staten wier visserijactiviteiten zijn
stopgezet voordat hun quota waren opgebruikt .
Bij de verminderingen en de daarop volgende toewijzin
gen wordt bij voorrang rekening gehouden met de
soorten en de zones waarvoor quota , toewijzingen of
jaarlijks beschibare delen zijn vastgesteld . Deze vermin
deringen en toewijzingen kunnen geschieden in het jaar
5 . artikel 9 , lid 1 , eerste alinea , wordt vervangen door:
„1 . De Lid-Staten dragen zorg voor de registratie van
de aanvoer van alle vangsten uit een aan een TAC of
quotum onderworpen bestand of groep bestanden door
vaartuigen die de vlag voeren van een Lid-Staat of in
een Lid-Staat zijn geregistreerd . Daartoe kunnen de
Lid-Staten eisen dat de vangsten de eerste keer via de
veiling op de markt worden gebracht.";
6 . aan artikel 9 wordt het volgende lid toegevoegd:
„4 . Elke Lid-Staat bewaart de documenten die uit
hoofde van de artikelen 3 en 6 en de nadere regels ter
toepassing daarvan aan zijn bevoegde autoriteiten wor
den voorgelegd of doet deze bewaren, in dier voege dat
Nr. L 376 / 6 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
waarin het nadeel ontstond of in de loop van het
volgende jaar of de volgende jaren .
De uitvoeringsbepalingen van dit lid en met name de
wijze waarop de betrokken hoeveelheden worden
bepaald, worden vastgesteld volgens de procedure van
artikel 14 van Verordening (EEG) nr . 170 / 83 .
(M PB nr . L 24 van 27 . 1 . 1983 , blz . 1 .";
moeilijkheden stuiten, stelt de betrokken
Lid-Staat de Commissie de middelen ter
beschikking om haar actie tot een goed einde te
brengen en stelt hij de gemachtigde ambtena
ren van de Commissie in staat om toezicht te
houden over de gevraagde inspectie- of contro
lewerkzaamheden .
Wanneer het inspecties ter zee of vanuit de
lucht betreft , behouden de autoriteiten van de
Lid-Staat evenwel , in naar behoren gemotiveer
de gevallen waarin de bevoegde nationale
instanties andere prioritaire taken dienen uit te
voeren die met name betrekking hebben op de
defensie , de veiligheid of de douanecontrole ,
het recht de inspectiewerkzaamheden die de
Commissie wenst bij te wonen, uit te stellen of
anders in te richten; in dergelijke gevallen
werkt de betrokken Lid-Staat met de Commis
sie samen om alternatieve regelingen te tref
fen .".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de
maand volgende op die van haar bekendmaking in het
Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
9 . artikel 12 , lid 4 , onder a), wordt vervangen door:
„4 . a ) Te dien einde kunnen de door de Commissie
gemachtigde ambtenaren, voor zover de Com
missie zulks nodig acht , de inspecties en con
trolewerkzaamheden van de nationale instan
ties bijwonen . De Commissie brengt passende
contacten met de Lid-Staten tot stand , ten
einde voor zover mogelijk een wederzijds aan
vaardbaar inspectie- en controleprogramma
op te stellen . De Lid-Staten werken met de
Commissie samen om haar de uitvoering van
deze taak te vergemakkelijken . Wanneer de
Commissie of de door haar gemachtigde amb
tenaren bij de uitvoering van hun taak op
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 18 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
M. JOPLING
Full & Egal Universal Law Academy