Nr. L 376 / 25
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
VERORDENING (EEG) Nr. 4029 / 86 VAN DE RAAD
van 18 december 1986
tot vaststelling voor 1987 van bepaalde maatregelen voor de instandhouding en het beheer
van de visbestanden, van toepassing op vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
1 . Vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren mogen
tot en met 31 december 1987 in de 200-mijlszone van de
Lid-Staten in de Noordzee, het Skagerrak , het Kattegat , de
Oostzee en de Atlantische Oceaan benoorden 43°00 '
noorderbreedte overeenkomstig het bepaalde in deze veror
dening vissen op de in bijlage I vermelde soorten binnen de
in die bijlage vastgestelde geografische en kwantitatieve
grenzen .
2 . De bij lid 1 toegestane visserij mag slechts worden
uitgeoefend in de gedeelten van de visserijzone van 200 mijl
zeewaarts van 12 zeemijl vanaf de basislijnen vanwaar de
visserijzonés van de Lid-Staten worden gemeten; vissen in
het Skagerrak is evenwel toegestaan zeewaarts van 4 zee
mijl vanaf de basislijnen van Denemarken.
3 . Vissen in de gedeelten van ICES-sector III a , begrensd
in het westen door een lijn van de vuurtoren van Hanst
holm tot de vuurtoren van Lindesnes en in het zuiden door
een lijn van de vuurtoren van Skagen naar de vuurtoren van
Tistlarna en vandaar naar de dichtstbij gelegen kust van
Zweden , is niet onderworpen aan kwantitatieve beperkin
gen behalve voor makreel en koolvis .
4 . In afwijking van lid 1 zijn onvermijdelijke bijvangsten
van een soort waarvoor in een zone geen quotum is
vastgesteld , toegestaan binnen de grenzen vastgesteld in de
instandhoudingsmaatregelen die in de betrokken zone gel
den .
5 . Bijvangsten in een bepaalde zone van een soort waar
voor in die zone een quotum is vastgesteld worden van dat
quotum afgetrokken .
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap ,
Gelet op Verordening (EEG) nr . 170 / 83 van de Raad van
25 januari 1983 tot instelling van een communautaire
regeling voor de instandhouding en het beheer van de
visbestanden ^ 1 ), inzonderheid op artikel 11 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat de Gemeenschap en Noorwegen overeen
komstig inzonderheid de artikelen 2 en 7 van de procedure
voorzien in de Overeenkomst betreffende de visserij tussen
de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk
Noorwegen ( 2 ), overleg hebben gepleegd over de wederzijd
se visrechten in 1987 en over het beheer van de gemeen
schappelijke biologische rijkdommen ;
Overwegende dat de delegaties bij dit overleg zijn overeen
gekomen hun onderscheiden autoriteiten aan te bevelen
voor 1987 voor de schepen van de andere partij bepaalde
vangstquota vast te stellen ;
Overwegende dat in de Overeenkomst van 19 december
1966 tussen Denemarken , Noorwegen en Zweden inzake
de onderlinge, verlening van visrechten in het Skagerrak en
het Kattegat is bepaald dat elke partij de vaartuigen van de
andere partijen visrechten verleent in haar visserijzone in
het Skagerrak en een gedeelte van het Kattegat tot 4 zeemijl
gemeten van de basislijnen;
Overwegende dat de nodige maatregelen dienen te worden
getroffen om gevolg te geven aan de uitkomsten van het
overleg voor 1987 tussen de delegaties van de Gemeen
schap en Noorwegen om een onderbreking van de weder
zijdse visserij vanaf 31 december 1986 te voorkomen;
Overwegende dat het volgens artikel 3 van Verordening
(EEG) nr . 170 / 83 de taak van de Raad is het totaal van de
vangsten die aan derde landen zijn toegekend en de bijzon
dere voorwaarden die daarbij in acht moeten worden
genomen , vast te stellen ,
Artikel 2
1 . Vaartuigen die vissen in het kader van de in artikel 1
vastgestelde quotaregeling dienen zich te houden aan de
instandhoudings- en controlemaatregelen en aan alle overi
ge voorschriften inzake de uitoefening van de visserij in de
in dat artikel bedoelde zones .
2 . De in lid 1 bedoelde vaartuigen dienen een logboek bij
te houden waarin de in bijlage II genoemde gegevens
moeten worden opgenomen .
(») PB nr. L 24 van 27 . 1 . 1983 , blz . 1 .
( 2 ) PB nr. L 226 van 29 . 8 . 1980 , blz . 48 .
Nr. L 376 / 26 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
c) op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en
identificatienummers ;
d ) haven van registratie ;
e ) naam en adres van de eigenaar of huurder ;
f) brutotonnage en lengte over alles ;
g ) motorvermogen;
h) oproepnummer en radiofrequentie ;
i ) vismethode waarvan gebruik zal worden gemaakt ;
j ) zone waarin zal worden gevist ;
k) vissoorten waarop zal worden gevist ;
1 ) periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd .
Artikel 5
Vissen op blauwe leng, leng en lom in het kader van de in
artikel 1 bedoelde quotaregeling is slechts toegestaan met
beuglijnen in ICES-deelgebieden V b , Vl en VII .
3 . De in lid 1 bedoelde vaartuigen , met uitzondering van
die welke vissen in ICES-sector III a , dienen de Commissie
de in bijlage III genoemde informatie te verstrekken . Deze
gegevens dienen te worden medegedeeld overeenkomstig de
voorschriften van deze bijlage .
4 . De registratieletters en de registratienummers van de in
lid 1 bedoelde vaartuigen dienen duidelijk op beide zijden
van de boeg van het vaartuig te zijn aangebracht .
Artikel 3
1 . Vissen in alle ICES-deelgebieden met vaartuigen van
meer dan 200 brt in het kader van de in artikel 1 vast
gestelde quotaregeling is slechts toegestaan indien er een
door de Commissie namens de Gemeenschap afgegeven
vergunning aan boord is en de in de vergunning vermelde
voorwaarden in acht worden genomen.
2 . De Commissie zal de in lid 1 bedoelde vergunningen
afgeven aan alle vaartuigen waarvoor een vergunning door
de Noorse autoriteiten werd aangevraagd .
3 . Elke vergunning is slechts geldig voor één vaartuig .
Indien verscheidene vaartuigen vissen, moet ieder vaartuig
in het bezit zijn van een vergunning .
4 . Indien aan de in deze verordening vastgestelde verplich
tingen niet wordt voldaan, wordt de vergunning ingetrok
ken .
5 . Voor vaartuigen ten aanzien waarvan de in deze veror
dening opgenomen verplichtingen niet zijn nagekomen
wordt gedurende een periode van hoogstens twaalf maan
den geen vergunning afgegeven .
6 . De vergunningen die zijn afgegeven krachtens Verorde
ning (EEG) nr . 3734 / 85 (*) en die op 31 december 1986
geldig zijn , blijven geldig tot en met uiterlijk 31 maart 1987
indien de Noorse autoriteiten daarom verzoeken .
Artikel 4
Bij het indienen van een aanvraag voor een vergunning bij
de Commissie dienen de volgende inlichtingen te worden
verstrekt:
a ) naam van het vaartuig ;
b ) registratienummer;
Artikel 6
Het gebruik van trawlnetten en ringzegens voor de vangst
van pelagische soorten is verboden in het Skagerrak van
zaterdag te middernacht tot zondag te middernacht .
Artikel 7
De bevoegde instanties van de Lid-Staten treffen de nodige
maatregelen , met inbegrip van de regelmatige inspectie van
de vaartuigen , ten einde de uitvoering van deze verordening
te verzekeren.
Artikel 8
Indien een overtreding naar behoren is geconstateerd , delen
de Lid-Staten aan de Commissie onverwijld de naam van
het betrokken vaartuig en de eventueel getroffen maatrege
len mede .
Artikel 9
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987 .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 18 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
M. JOPLING
0 ) PB nr. L 361 van 31 . 12 . 1985 , blz . 80 .
Nr. L 376 / 27
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
BIJLAGE I
Vangstquota
(in ton levend gewicht)
Soort
Gebied waarin mag
worden gevist
Hoeveelheid
Makreel ICES VI aC 1 ) + VII d , e , f, h + Ila 22 000
Haring ICES VIa ( 1 )
4 500 ( 2 )
Sprot ICES IV
5 000
Kabeljauw ICES IV
6 000
Schelvis ICES IV
5 000
Koolvis ICES IV en Skagerrak ( 3 ) 60 000
Wijting ICES IV
8 000
Schol ICES IV 500
Makreel ICES IV , III a 36 200
Zandspiering,
kever / blauwe wijting .
ICES IV 50 000 ( 4 )
Blauwe wijting ICES II , IV a , VI a 0 ), VI b , VII ( 5 ) 260 000 («)
Blauwe leng ICES IV, V b , VI , VII , II a 1 000 ( 7 )
Leng en lom ICES IV , V b , VI , VII , II a 26 000 ( 7 ) (•)
Hondshaai ' ICES IV , VI , VII 1 000
Reuzenhaai ( 9 ) ICES IV , VI , VII 400
Haringhaai ICES IV , VI , VII 200
Garnaal ICES IV 100
Andere soorten ICES IV , II a 5 000
Haring ICES IV a , b 55 000 ( 10 )
(') Ten noorden van 56°30' noorderbreedte .
( 2 ) Deze verdeling zal worden herzien tegen de achtergrond van de totaal toegestane vangsten (TAC) vastgesteld voor dit
bestand .
( 3 ) In het westen begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm tot de vuurtoren van Lindesnes en in het zuiden door
een lijn van de vuurtoren van Skagen naar de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar de dichtstbij gelegen kust van
Zweden. ,, ,
(
te zamen niet meer dan 40 000 ton . Hoogstens 10 000 ton van de vangsthoeveelheid voor kever mag worden gevist in
ICES-sector VI a ten noorden van 56°30' noorderbreedte . Deze hoeveelheid dient in mindering te worden gebracht op het
quotum voor kever en zandspiering en blauwe wijting in ICES-deelgebied IV .
( 5 ) Ten westen van 12° westerlengte .
( 6 ) Waarvan hoogstens 40 000 ton in ICES-deelgebied IV a mag worden gevangen .
( 7 ) Waarvan incidentele vangsten van andere soorten ter hoogte van 20 % per vaartuig zijn toegelaten op elk ogenblik in de
ICES-deelgebieden VI en VII . Dit percentage mag worden overschreden de eerste 24 uren volgende op het aanvangen van
de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond . De totale incidentele vangsten van andere soorten mogen echter niet meer
bedragen dan 2 500 ton .
( 8 ) Waarvan de hoeveelheid leng niet meer mag bedragen dan 20 000 ton of de hoeveelheid lom niet meer dan 10 000 ton .
(') Reuzenhaailever .
( ,0 ) Een supplement van 10 000 ton zal indien nodig toegestaan worden .
Nr. L 376 / 28 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
BIJLAGE II
De volgende gegevens dienen na iedere trek in het logboek te worden genoteerd bij het vissen in de visserijzone van
200 zeemijl voor de kusten van de Lid-Staten van de Gemeenschap , waarop uitsluitend de communautaire
visserijregeling van toepassing is :
1 . Gevangen hoeveelheid van elke soort ( in kg).
2 . Datum en tijdstip waarop de trek heeft plaatsgevonden .
3 . Geografische positie waarin de vangsten zijn gedaan .
4 . Gebruikte vismethode .
5 . Alle radioberichten bedoeld in bijlage III .
BIJLAGE III
1 . De volgende inlichtingen moeten aan de Commissie worden verstrekt volgens het onderstaande tijdschema :
1.1 . Telkens bij het binnenvaren van het vaartuig in de visserijzone van 200 zeemijl langs de kusten van de
Lid-Staten van de Gemeenschap :
a) de in punt 1.4 bedoelde gegevens ;
b) gewicht ( in kg) van de hoeveelheden in het ruim, per vissoort ;
c ) tijdstip en ICES-deelgebied waarin de gezagvoerder voornemens is met het vissen te beginnen .
Wanneer de visserijactiviteiten ertoe nopen een bepaalde dag meer dan eenmaal bedoelde zones binnen te varen ,
is een mededeling bij het eerste binnenvaren voldoende.
1.2 . Telkens bij het verlaten van de in punt 1.1 bedoelde zones :
a ) de in punt 1 .4 bedoelde gegevens ;
b ) gewicht ( in kg) van de hoeveelheden in het ruim , per vissoort ;
c ) gewicht ( in kg) van de sedert het vorige bericht gevangen vissoorten ;
d) IGES-deelgebied waar de vangsten zijn gedaan ;
e) gewicht ( in kg) van de hoeveelheden , per vissoort , die op andere vaartuigen zijn overgeladen sinds het
vaartuig de zone is binnengevaren , onder vermelding van het vaartuig waarop de hoeveelheden zijn
overgeladen ;
f) gewicht ( in kg) van de hoeveelheden , per vissoort , die in een haven van de Gemeenschap zijn aangevoerd
sinds het vaartuig de zone is binnengevaren .
1.3 . Wanneer op haring en makreel wordt gevist , om de drie dagen , te beginnen op de derde dag nadat het vaartuig
de in punt 1.1 bedoelde zones voor het eerst is binnengevaren , en wanneer op andere soorten dan haring en
makreel wordt gevist , elke week , te beginnen op de zevende dag nadat het vaartuig de in punt 1.1 bedoelde
zones voor het eerst is binnengevaren :
a) de in punt 1.4 bedoelde gegevens ;
b ) gewicht ( in kg) van de sedert het vorige bericht gevangen hoeveelheden , per vissoort ;
c) ICES-deelgebied waarin de vangsten zijn gedaan .
1.4 . a ) Naam , roepnaam , identificatienummers en -letters van het vaartuig en naam van de kapitein ;
b ) nummer van de vergunning , indien het schip met een vergunning vist ;
c ) volgnummer van het bericht ;
d) aanduiding van de aard van het bericht ;
e ) datum, uur en geografische positie van het vaartuig .
Nr. L 376 / 29
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
2.1 . De in punt 1 bedoelde gegevens moeten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen te Brussel ( telex
24189 FISEU-B) worden medegedeeld via een van de in punt 3 vermelde radiostations en wel in de in punt 4
aangegeven vorm.
2.2 . Indien het bericht wegens overmacht niet door het vaartuig kan worden verzonden , mag het namens dat
vaartuig door een ander vaartuig worden doorgezonden .
Oproepletters van het radiostation3 . Naam van het radiostation
Skagen OXP
Blivand OXB
Renne OYE
Norddeich DAF DAK
DAH DAL
DAI DAM
DAJ DAN
Scheveningen PCH
Oostende OST
North Foreland GNF
Humber GKZ
Cullercoats GCC
Wiek GKR
Portpatrick GPK
Anglesey GLV
Ilfracombe GIL
Niton GNI
Stonehaven GND
Portishead GKA
GKB
GKC
Land's End GLD
Valentia EJK
Malin Head EJM
Boulogne FFB
Brest FFU
Saint-Nazaire FFO
Bordeaux-Arcachon FFC
Thorshaven OXJ
Bergen LGN
Farsund LGZ
Floro LGL
Rogaland LGQ
Tjome LGT
Alesund LGA.
4 . Vorm van de berichten
De in punt 1 bedoelde inlichtingen betreffende de visserijactiviteiten in de zones bedoeld sub 1.1 moeten
onderstaande elementen bevatten en in onderstaande volgorde worden verstrekt :
— naam van het vaartuig ;
— roepnaam van het vaartuig;
— op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;
— volgnummer van het bericht voor de betrokken visreis ;
— aanduiding van de aard van het bericht aan de hand van de volgende code :
— bericht bij het binnenvaren in één van de zones bedoeld sub 1.1 : IN,
— bericht bij het verlaten van één van de zones bedoeld sub 1.1 : OUT ,
— bericht bij overgang van een ICES-afdeling naar een andere : ICES ,
— wekelijks bericht : WKL ,
— bericht om de drie dagen : 2 WKL;
— geografische positie ;
— ICES-deelgebied waar de visserijactiviteit naar verwachting zal aanvangen ;
— datum waarop de visserijactiviteit naar verwachting zal aanvangen ;
— het gewicht ( in kg) van de vangsten , per vissoort , die zich in de ruimen bevinden met gebruikmaking van de
in punt 5 opgenomen code ;
— ICES-afdeling waarin de vangsten zijn gedaan ;
Nr. L 376 / 30 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
— gewicht (in kg ) van de hoeveelheden , per vissoort ^ die sinds het vorige bericht op andere vaartuigen zijn
overgeladen ;
— naam en roepnaam van het vaartuig waarop deze hoeveelheden zijn overgeladen ;
— gewicht ( in kg) van de hoeveelheden , per vissoort , die sinds het vorige bericht zijn aangevoerd in een haven
van de Gemeenschap ;
— naam van de kapitein .
5 . Code voor het mededelen van de in punt 4 bedoelde hoeveelheden vis die zich aan boord bevinden :
— A: Noorse garnaal (Pandalus borealis)
— B : Heek (Merluccius merluccius)
— C: Zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides )
— D: Kabeljauw (Gadus morhua )
— E : Schelvis (Melanogrammus aeglefinus )
— F: Heilbot (Hippoglossus hippoglossus )
— G : Makreel (Scomber scombrus )
— H: Horsmakreel (Trachurus trachurus )
— I : Roundnose Grenadier (Coryphaenoides rupestris)
- J : Koolvis (Pollachius virens )
— K: Wijting (Merlangus merlangus )
— L: Haring (Clupea harengus )
— M: Zandspiering (Ammodytes spp .)
— N: Sprot (Clupea sprattus )
— O: Schol (Pleuronectes platessa )
— P : Kever (Trisopterus esmarkii )
- Q= Leng (Molva molva )
— R:
— S :
Andere
Garnaal (Pandalidae)
— T: Ansjovis (Engraulis encrassicholus)
— U : Noorse schelvis (Sebastes spp .)
— V: Amerikaanse schol (Hyppoglossoides platessoides)
— W: Pijlinktvis ( Illex)
— X: Geelstaartmakreel (Limanda ferruginea )
— Y: Blauwe wijting (Gadus poutassou )
— Z: Tonijn (Thunnidae)
— AA: Blauwe leng (Molva dypterygia)
— BB: Lom (Brosme brosme).
Full & Egal Universal Law Academy