Nr. L 376 / 92 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31 . 12 . 86
VERORDENING (EEG) Nr. 4038 / 86 VAN DE RAAD
van 22 december 1986
houdende verdeling van de vangstquota over de Lid-Staten voor vaartuigen die in de wateren
van de Faeröer vissen
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, beschikbare gedeelte volgens artikel 4 van die verordening
over de Lid-Staten wordt verdeeld ;
Overwegende dat de in de onderhavige verordening bedoel
de visserijactiviteiten onderworpen zijn aan de controle
maatregelen vastgesteld in Verordening (EEG) nr . 2057 /
82 van de Raad van 29 juni 1982 houdende vaststelling van
bepaalde maatregelen voor controle op de activiteiten van
vissersvaartuigen uit de Lid-Staten ( 2 ), laatstelijk gewijzigd
bij Verordening (EEG) nr . 4027 / 86 ( 3 ),
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap ,
Gelet op Verordening (EEG) nr . 170 / 83 van de Raad van
25 januari 1983 tot instelling van een communautaire
regeling voor de instandhouding en het beheer van de
visbestanden ( l ), inzonderheid op artikel 1 1 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat overeenkomstig de procedure , vastge
steld in de Overeenkomst betreffende de visserij tussen de
Europese Economische Gemeenschap en de Regering van
Dénemarken en de plaatselijke Regering van de Faeröer , de
partijen overleg hebben gepleegd over hun wederzijdse
visserijrechten voor 1987 ;
Overwegende dat dit overleg heeft geleid tot een regeling
voor 1987 waarin onder meer bepaalde vangstquota zijn
vastgesteld voor vaartuigen van de Gemeenschap in de
visserijzone van de Faeröer;
Overwegende dat het volgens artikel 3 van Verordening
(EEG) nr . 170 / 83 de taak van de Raad is het totaal van de
vangsten die aan derde landen zijn toegekend en de bijzon
dere voorwaarden die daarbij in acht moeten worden
genomen , vast te stellen; dat het voor de Gemeenschap
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Van 1 januari tot en met 31 december 1987 mogen
vaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren in het kader
van de regeling inzake wederzijdse visserijrechten voor
1987 tussen de Gemeenschap en de Faeröer in de wateren
die op visserijgebied onder de jurisdictie van de Faeröer
vallen , ten hoogste de in de bijlage vermelde hoeveelheden
vangen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar
bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese
Gemeenschappen.
Zij is van toepassing van 1 januari tot en met 31 december
1987 .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 22 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. SHAW
(*) PB nr . L 220 van 29 . 7 . 1982 , blz . 1 .
( 3 ) Zie bladzijde 4 van dit Publikatieblad .(») PB nr. L 24 van 27 . 1 . 1983 , blz . 1 .
31 . . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 376 / 93
BIJLAGE
In artikel 1 bedoelde hoeveelheden
(in ton)
Soort Quota Verdeling
Kabeljauw en schelvis 500 Frankrijk
Duitsland
Verenigd Koninkrijk
60
10
430
Koolvis 2 400 België
Frankrijk
Duitsland
Nederland
Verenigd Koninkrijk
p.m .
1510
310
p.m .
580
Roodbaars 7 000 België
Frankrijk
Duitsland
Verenigd Koninkrijk
p.m .
440
6 490
70
Blauwe leng en leng 3 300 Frankrijk
Verenigd Koninkrijk
Duitsland
2 145
190
965
Blauwe wijting 25 000 Denemarken
Frankrijk
Duitsland |
Nederland J
Verenigd Koninkrijk
11 000
3 000
11 000
Platvis 1 300 0 ) Frankrijk
Duitsland
Verenigd Koninkrijk
170
260
870
Andere soorten 500 Frankrijk
Verenigd Koninkrijk
Duitsland
180
120
200
Makreel 5 000 Denemarken 5 000
(M Zwarte heilbot inbegrepen .
Full & Egal Universal Law Academy