31 . 12 . 86Nr . L 376 / 94 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
VERORDENING (EEG) Nr. 4039 / 86 VAN DE RAAD
van 22 december 1986
tot vaststelling voor 1987 van bepaalde maatregelen voor de instandhouding en het beheer
van de visbestanden, van toepassing op vaartuigen die op de Faeröer geregistreerd zijn
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Lid-Staten in de Noordzee , het Skagerrak, het Kattegat , de
Oostzee en de Atlantische Oceaan benoorden 43 °00'
noorderbreedte uitsluitend vissen op de in bijlage I vermel
de soorten binnen de in deze verordening vastgestelde
geografische en kwantitatieve grenzen .
2 . De visserijactiviteiten die op grond van lid 1 zijn
toegestaan , mogen , behoudens in het Skagerrak, slechts
worden uitgeoefend in de gedeelten van de visserijzone van
200 mijl zeewaarts van 12 zeemijl vanaf de basislijnen
vanwaar de visserij zones van de Lid-Staten worden geme
ten .
3 . In afwijking van lid 1 zijn onvermijdelijke bijvangsten
van een soort waarvoor in een zone geen quotum is
vastgesteld , toegestaan binnen de grenzen vastgesteld in de
instandhoudingsmaatregelen die in de betrokken zone gel
den .
4 . Bijvangsten in een bepaalde zone van een soort waar
voor in die zone een quotum is vastgesteld , worden van dat
quotum afgetrokken .
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap ,
Gelet op Verordening (EEG) nr . 170 / 83 van de Raad van
25 januari 1983 tot instelling van een communautaire
regeling voor de instandhouding en het beheer van de
visbestanden ( 1 ), inzonderheid op artikel 11 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Overwegende dat overeenkomstig de procedure voorzien in
de Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese
Economische Gemeenschap , enerzijds , en de Regering van
Denemarken en de plaatselijke Regering Van de Faeröer ,
anderzijds ( 2 ), inzonderheid in artikel 2 , de Gemeenschap ,
de Regering van Denemarken en de plaatselijke Regering
van de Faeröer overleg hebben gepleegd over hun weder
zijdse visrechten voor 1987 ;
Overwegende dat de delegaties tijdens dit overleg zijn
overeengekomen hun respectieve autoriteiten aan te bevelen
bepaalde vangstquota voor 1986 vast te stellen voor vaar
tuigen van de andere partij ;
Overwegende dat uitvoering dient te worden gegeven aan
de resultaten van het overleg tussen de delegaties van de
Gemeenschap en de Faeröer ten einde op 31 december
1986 een onderbreking van de wederzijdse visserij relaties te
voorkomen ;
Overwegende dat het volgens artikel 3 van Verordening
(EEG) nr . 170 / 83 de taak van de Raad is het totaal van de
vangsten die aan derde landen zijn toegekend en de bijzon
dere voorwaarden die daarbij in acht moeten worden
genomen , vast te stellen ,
Artikel 2
1 . Vaartuigen die vissen in het kader van de in artikel 1
vastgestelde quotaregeling dienen zich te houden aan de
instandhoudings- en controlemaatregelen en aan alle overi
ge voorschriften inzake de uitoefening van de visserij in de
in dat artikel bedoelde zones .
2 . De in lid 1 bedoelde vaartuigen dienen een logboek bij
te houden waarin de gegevens vermeld in bijlage II worden
genoteerd .
3 . De in lid 1 bedoelde vaartuigen moeten de Commissie
de in bijlage III bedoelde gegevens mededelen . Deze gege
vens dienen te worden medegedeeld overeenkomstig de
voorschriften van die bijlage .
4 . De registratieletters en -nummers van de in lid 1
bedoelde vaartuigen dienen duidelijk op beide zijden van de
boeg van het vaartuig te zijn aangebracht .
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1 . Vaartuigen die op de Faeröer geregistreerd zijn , mogen
tot en met 31 december 1987 in de 200-mijlszone van de Artikel 3
1 . Wanneer in de in artikel 1 bedoelde wateren wordt
gevist in het kader van de in dat artikel bedoelde quota
regeling moet er een door de Commissie namens de
(») PB nr. L 24 van 27 . 1 . 1983 , blz . 1 .
( 2 ) PB nr . L 226 van 29 . 8 . 1980 , blz . 11 .
31 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 376 / 95
Artikel 4
Bij het indienen van een aanvraag voor een vergunning bij
de Commissie moeten de volgende inlichtingen worden
verstrekt :
a ) naam van het vaartuig ;
b ) registratienummer ;
c ) op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en
-nummers ;
d ) haven van registratie ;
e ) naam en adres van de eigenaar of huurder ;
f) brutotonnage en lengte over alles ;
g ) motorvermogen;
h ) oproepnummer en radiofrequentie ;
i ) vismethode waarvan gebruik zal worden gemaakt ;
j ) zone waarin zal worden gevist ;
k ) vissoorten waarop zal worden gevist ;
1 ) periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd .
Gemeenschap afgegeven vergunning aan boord zijn en
moeten de in die vergunning gestelde voorwaarden in acht
worden genomen .
2 . De vergunningen in het kader van lid 1 moeten zodanig
worden afgegeven dat het aantal vergunningen op ongeacht
welke dag niet meer bedraagt dan :
a ) 14 voor het vissen op makreel in de ICES-sectoren VI a
(benoorden 56°30 ' noorderbreedte ) en VII e , f en h , op
sprot in ICES-deelgebied IV en ICES-sector VI a (be
noorden 56°30' noorderbreedte), op horsmakreel in
ICES-deelgebied IV en ICES-sectoren VI a (benoorden
56°30' noorderbreedte) en VII e , f en h , en op haring in
ICES-sector VI a (benoorden 56°30 ' noorderbreedte),
en 4 voor het vissen op haring in ICES-sector III a N
(Skagerrak );
b ) 10 voor het vissen op kever in ICES-deelgebied IV en
ICES-sector VI a (benoorden 56°30' noorderbreedte )
en op zandspiering in ICES-deelgebied IV ;
c) 20 voor de beugvisserij op leng, lom en blauwe leng in
de ICES-sectoren VI a (benoorden 56°30' noorder
breedte ) en VI b ; het aantal vaartuigen dat tegelijkertijd
vist , mag evenwel niet meer bedragen dan 10 ;
d ) 16 voor de trawlvisserij op blauwe leng in de ICES-sec
toren VI a (benoorden 56°30' noorderbreedte ) en
VI b ;
e ) 20 voor het vissen op blauwe wijting in ICES-deelge
bied VII ( ten westen van 12° westerlengte ) en in
ICES-sectoren VI a (benoorden 56°30' noorderbreedte )
en VI b ;
f) 3 voor de beugvisserij op haringhaai in de gehele
communautaire zone , met uitzondering van NAFO
3 Ps .
3 . Elke vergunning is slechts geldig voor één vaartuig.
Indien verschillende vaartuigen samen vissen , moet ieder
vaartuig in het bezit zijn van een vergunning .
4 . Vergunningen kunnen worden geannuleerd met het oog
op de afgifte van nieuwe vergunningen . De annulering gaat
in op de datum waarop de vergunning bij de Commissie is
ingeleverd .
5 . In geval van inbreuk op de in deze verordening opgeno
men verplichtingen wordt de vergunning ingetrokken .
6 . Voor vaartuigen ten aanzien waarvan de in deze veror
dening opgenomen verplichtingen niet zijn nagekomen
wordt gedurende een periode van ten hoogste twaalf maan
den geen vergunning afgegeven .
7 . De vergunningen die zijn afgegeven krachtens Verorde
ning (EEG) nr . 3731 / 85 (*), en die tot en met 31 december
1986 geldig zijn , blijven uiterlijk geldig tot en met 31 maart
1987 indien de autoriteiten van de Faeröer daarom verzoe
ken .
Artikel 5
Voor de visserij in het Skagerrak gelden in het kader van de
in artikel 1 bedoelde quotaregeling de volgende voorschrif
ten :
1 . De haringvisserij voor andere doeleinden dan mense
lijke consumptie is verboden .
2 . Het gebruik van trawlnetten en ringzegens voor de
vangst van pelagische soorten is verboden van zaterdag
middernacht tot zondag middernacht .
Artikel 6
De bevoegde instanties van de Lid-Staten treffen de nodige
maatregelen , inclusief de regelmatige inspectie van de vaar
tuigen , ten einde de uitvoering van deze verordening te
verzekeren .
Artikel 7
Indien een overtreding naar behoren is geconstateerd, delen
de Lid-Staten aan de Commissie onverwijld de naam van
het betrokken vaartuig en de eventueel getroffen maatrege
len mede .
Artikel 8
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar
bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese
Gemeenschappen .
Zij is van toepassing van 1 januari tot en met 31 december
1987 .(') PB nr . L 361 van 31 . 12 . 1985 , blz . 69 .
31 . 12 . 86Nr. L 376 / 96 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 22 december 1986 .
Voor de Raad
De Voorzitter
G. SHAW
Nr . L 376 / 9731 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
BIJLAGE 1
Vangstquota voor 1987
1 . Quota voor de vaartuigen van de Faeröer waarmee in de zone van de Gemeenschap wordt gevist :
Soort Visserijzone : ICES-deelgebied / sector
Hoeveelheid
( in ton)
Leng, lom en blauwe leng VI a ( 2 ), VI b 800 (»)
Blauwe leng VI a ( 2 ), VI b 940 ( 7 )
Makreel VI a ( 2 ), VII e , f, h 6 000
Haring VI a ( 2 ), 600
Horsmakreel IV , VI a ( 2 ), VII e , f, h 6 750
Kever IV , VI a ( 2 ) 9 000 ( 3 ) («) ( 8 )
Sprot IV , Vla ( 2 ) 2 000
Zandspiering IV 9 000 ( 3 ) ( 8 )
Blauwe wijting VI a (2 ), VI b , VII ( 8 ) 60 000
Andere magere vis
(uitsluitend bijvangst ) IV , VI a ( 2 ) 400
Haring III a N (Skagerrak) ( 6 ) 500
Haringhaai Gehele communautaire zone , behalve NAFO 3 Ps 150 (»)
(') Uitsluitend met beuglijnen .
( 2 ) Benoorden 56°30' noorderbreedte .
( 3 ) Elk van deze quota mag met ten hoogste 10 000 ton worden overschreden , op voorwaarde dat de totale vangst van kever
( inclusief blauwe wijting), zandspiering en sprot niet meer bedraagt dan 20 000 ton .
( 4 ) Hiervan mag ten hoogste 6 000 ton worden gevangen in ICES-sector VI a benoorden 56°30' noorderbreedte mits , op verzoek
van de Gemeenschap , bijzonderheden worden verstrekt over omvang en samenstelling van de bijvangsten .
( 5 ) Ten westen van 12° westerlengte .
(«) in het westen begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar de vuurtoren van Lindesnes en in het zuiden
begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt
op de kust van Zweden .
( 7 ) Uitsluitend met trawls .
(•) De onvermijdelijke bijvangsten van blauwe wijting mogen deel uitmaken van de vangsten van kever en zandspiering.
2 . Quota voor de vaartuigen van de Faeröer waarmee in de wateren van Groenland wordt gevist krachtens artikel 1 ,
lid 3 , van het Protocol voor de uitoefening van de visserij EEG/Groenland (*) ( slechts ter informatie medege
deeld):
Soort Visserijzone : ICES- of NAFO-deelgebied
Hoeveelheid
( in ton)
Noorse garnaal NAFO 1 ( 2 ) 475
(Pandalus borealis ) XIV 675
Zwarte heilbot NAFO 1 150
XIV * 150
Roodbaars (Noorse schelvis) XIV 500
Lodde XIV 10 000
(») PB nr . L 29 van 1 . 2 . 1985 , blz . 14 .
( 2 ) Bezuiden 68° noorderbreedte .
31 . 12 . 86Nr . L 376 / 98 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
BIJLAGE 11
De volgende gegevens dienen na iedere trek in het logboek te worden genoteerd bij het vissen in de visserijzone van
200 zeemijl voor de kusten van de Lid-Staten van de Gemeenschap :
1 . gevangen hoeveelheid van elke soort ( in kg), met inbegrip van bijvangsten ,
2 . datum en tijdstip waarop de trek heeft plaatsgevonden ,
3 . geografische positie van de vangsten ,
4 . gebruikte vismethode ,
5 . alle radioberichten die zijn doorgezonden overeenkomstig bijlage III .
BIJLAGE 111
1 . De volgende gegevens moeten aan de Commissie worden verstrekt volgens het onderstaande tijdschema:
1.1 . Telkens bij het binnenvaren van het vaartuig in de visserijzone van 200 zeemijl voor de kusten van de Lid-Staten
van de Gemeenschap die onder de jurisdictie van deze Lid-Staten op het gebied van de visserij vallen :
a ) de in punt 1.4 bedoelde gegevens ;
b ) gewicht ( in kg) van de hoeveelheden in het ruim, per vissoort ;
c) datum waarop en ICES-deelgebied waar de kapitein zal beginnen te vissen .
Wanneer het vaartuig om visserijtechnische redenen de hierboven bedoelde zones meer dan eenmaal op een
bepaalde dag moet binnenvaren , is één mededeling bij het eerste binnenvaren voldoende .
1.2 . Telkens bij het verlaten van de in punt 1.1 bedoelde zones :
a ) de in punt 1.4 bedoelde gegevens ;
b ) gewicht ( in kg ) van de hoeveelheden in het ruim , per vissoort ;
c ) gewicht ( in kg) van de sedert het vorige bericht gevangen vissoorten ;
d ) ICES-déelgebied waar de vangsten zijn gedaan ;
e) gewicht ( in kg) van de hoeveelheden , per vissoort , die op andere vaartuigen zijn overgeladen sinds het
vaartuig de zone is binnengevaren , onder vermelding van het vaartuig waarop de hoeveelheden zijn
overgeladen ;
f) gewicht ( in kg) van de hoeveelheden , per vissoort , die in een haven van de Gemeenschap zijn aangevoerd
sinds het vaartuig de zone is binnengevaren .
1.3 . Wanneer op haring en makreel wordt gevist , om de drie dagen , te beginnen op de derde dag nadat het vaartuig
voor het eerst de in punt 1.1 bedoelde zones is binnengevaren , en wanneer op andere soorten dan haring en
makreel wordt gevist , elke week , te beginnen op de zevende dag nadat het vaartuig voor het eerst de in punt 1.1
bedoelde zones is binnengevaren :
a ) de in punt 1.4 bedoelde gegevens ;
b ) gewicht ( in kg) van de sedert het vorige bericht gevangen hoeveelheden , per vissoort ;
c ) ICES-deelgebied waar de vangsten zijn gedaan .
1.4 . a ) Naam , roepnaam, identificatienummers en -letters van het vaartuig en naam van de kapitein ;
b ) nummer van de vergunning indien het schip met een vergunning vist ;
c) volgnummer van het bericht ;
d ) aanduiding van de aard van het bericht ;
e ) datum, uur en geografische positie van het vaartuig. (
Nr . L 376 / 9931 . 12 . 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
2.1 . De in punt 1 bedoelde gegevens moeten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen te Brussel ( telex
24189 FISEU-B ) worden medegedeeld via één van de in punt 3 vermelde radiostations , en wel in de in punt 4
aangegeven vorm.
2.2 . Indien het bericht wegens overmacht niet door het vaartuig kan worden verzonden , mag het namens dat
vaartuig door een ander vaartuig worden doorgezonden .
3 . Naam van het radiostation
Skagen
Blåvand
Renne
Norddeich
Scheveningen
Oostende
North Foreland
Humber
Cullercoats
Wiek
Portpatrick
Anglesey
Ilfracombe
Niton
Stonehaven
Portishead
Land's End
Valentia
Malin Head
Boulogne
Brest
Saint-Nazaire
Bordeaux-Arcachon
Thorshavn
Bergen
Farsund
Flora
Rogaland
Tjome
Oproepletters van het radiostation
OXP
OXB
OYE
DAF DAK
DAH DAL
DAI DAM
DAJ DAN
PCH
OST
GNF
GKZ
GCC
GKR
GPK
GLV
GIL
GNI
GND
GKA
GKB
GKC
GLD
EJK
EJM
FFB
FFU
FFO
FFC
OXJ
LGN
LGZ
LGL
LGQ
LGT
Alesund LGA.
4 . Vorm van de berichten
De in punt 1 bedoelde gegevens over de visserijactiviteiten in de zones bedoeld in punt 1.1 moeten onderstaande
elementen bevatten en in onderstaande volgorde worden verstrekt :
— naam van het vaartuig;
— roepnaam van het vaartuig;
— op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;
— volgnummer van het bericht voor de betrokken visreis ;
— aanduiding van de aard van het bericht aan de hand van de volgende code :
— bericht bij het binnenvaren in een van de zones bedoeld sub 1.1 : IN ,
— bericht bij het verlaten van een van de zones bedoeld sub 1.1 : OUT ,
— bericht bij het veranderen van de ene naar de andere ICES-sector : ICES ,
— wekelijks bericht : WKL,
— bericht om de drie dagen : 2 WKL;
— geografische positie;
— ICES-deelgebied waar de visserijactiviteit naar verwachting zal aanvangen ;
— datum waarop de visserijactiviteit naar verwachting zal aanvangen ;
— het gewicht en kg) van de vangsten , per vissoort , die zich in de ruimen bevinden met gebruikmaking van de
in punt 5 opgenomen code;
— ICES-deelgebied waar de vangsten zijn gedaan ;
31 . 12 . 86Nr. L 376 / 100 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
— gewicht ( in kg) van de hoeveelheden , per vissoort , die sinds het vorige bericht op andere vaartuigen zijn
overgeladen ;
— naam en roepnaam van het vaartuig waarop deze hoeveelheden zijn overgeladen ;
— gewicht (in kg) van de hoeveelheden , per vissoort , die sinds het vorige bericht zijn aangevoerd in een haven
van de Gemeenschap ;
— naam van de kapitein .
5 . Code voor het mededelen van de in punt 4 bedoelde hoeveelheden vis die zich aan boord bevinden :
— A: Noorse garnaal (Pandalus borealis )
— B : Heek (Merluccius merluccius)
— C : Zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides)
— D : Kabeljauw (Gadus morhua )
— E : Schelvis (Melanogrammus aeglefinus )
— F: Heilbot (Hippoglossus hippoglossus)
— G : Makreel (Scombêr scombrus )
— H: Horsmakreel (Trachurus trachurus )
— I : Roundnose Grenadier (Coryphaenoides rupestris)
— J : Koolvis (Pollachius virens )
— K: Wijting (Merlangus merlangus)
— L: Haring (Clupea harengus )
— M: Zandspiering (Ammodytes spp .)
— N: Sprot (Clupea sprattus )
— O : Schol (Pleuronectes platessa )
— P: Kever (Trisopterus esmarkii )
— Q : Leng (Molva molva )
— R: Andere
— S : Garnaal (Pandalidae)
— T : Ansjovis (Engraulis encrassicholus )
— U : Noorse schelvis (Sebastes spp .)
— V: Amerikaanse schol (Hippoglossoides platessoides )
— W: Pijlinktvis ( Illex )
— X: Geelstaartmakreel (Limanda ferruginea )
— Y: Blauwe wijting (Gadus poutassou )
— Z : Tonijn (Thunnidae )
— AA: Blauwe leng (Molva dypterygia )
— BB : Lom (Brosme brosme)
— CC: Hondshaai (Scyliorhinus retifer)
— DD : Reuzenhaai (Cetorhinidae)
— EE : Haringhaai (Lamna nasus)
— FF: Inktvis (Loligo vulgaris )
— GG : Braam (Brama brama)
— HH: Sardien (Sardina pilchardus)
Full & Egal Universal Law Academy