Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 4059/86 van de Raad van 22 december 1986 betreffende het verlenen van financiële bijstand voor vervoersinfrastructuurprojecten
Publicatieblad Nr. L 378 van 31/12/1986 blz. 0024 - 0026
VERORDENING (EEG) Nr. 4059/86 VAN DE RAAD
van 22 december 1986
betreffende het verlenen van financiele bijstand voor vervoersinfrastructuurprojecten
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 75,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europese Parlement (1),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),
Overwegende dat de Raad tijdens zijn zitting van 11 november 1986 tot een besluit is gekomen met betrekking tot de doelstellingen en criteria van een programma op middellange termijn;
Overwegende dat de in de begroting 1985 opgenomen kredieten voor bijstand op het gebied van de vervoersinfra-
structuur moeten worden gebruikt in overeenstemming met deze doelstellingen en criteria;
Overwegende dat voor het programma 1985 bovengrenzen van de financiële bijstand van de Gemeenschap voor de projecten moeten worden vastgesteld;
Overwegende dat de toepassingsbepalingen van deze verordening moeten worden vastgesteld,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Binnen de grenzen van de kredieten van de begroting 1985 en onder de in de artikelen 2 en 3 genoemde voorwaarden, verleent de Gemeenschap financiële bijstand voor projecten op het gebied van de vervoersinfrastructuur die voldoen aan de in de bijlage vermelde doelstellingen en criteria.
2. De in lid 1 bedoelde projecten zijn:
Transitowegen
- Brenner-Bolzano - verbetering van de spoorlijn (Italië),
- Toegangsweg naar de Mont-Blanc - bouw van de Chavants-tunnel (Frankrijk),
- Autosnelweg Aken-Keulen - uitbreiding van de capaciteit ter hoogte van Keulen (Bondsrepubliek Duitsland)
- Aanleg van een rondweg om Braintree naar de Oostkusthavens - weg A 120 (Verenigd Koninkrijk),
- Weg Toulouse-Barcelona - aanpassing op het gedeelte Pensaguel-Le Vernet (Frankrijk),
- Spoorlijn Bayonne-Hendaye - uitbreiding van de capaciteit en van de veiligheid (Frankrijk).
Werkzaamheden aan belangrijke verbindingsroutes
- Tussen Nederland en België - afwerking van de autosnelweg Bergen op Zoom/Antwerpen (Nederland en België),
- Toegang tot de Kanaalhavens en de ontworpen Kanaaltunnel - afwerking van de autosnelweg M 20 tussen Ashford en Maidstone (Verenigd Koninkrijk),
- Transitoweg via Seeland richting Zweden - elektrificatie en aanpassing van de spoorlijn Ringsted-Rungsted (Denemarken).
Werkzaamheden met het oog op een betere integratie van regio's die geografisch aan de periferie van de Gemeenschap liggen
- Op de voornaamste weg Peloponnesus-Joegoslavische grens:
- Inofita-Schimatari (Griekenland)
- Ritsona-Thivai (Griekenland)
- Solomos-Nemea (Griekenland)
- Op de voornaamste spoorlijn Athene-Thessaloniki-Idomeni (grens):
- Sfingas-Aliartos (Griekenland)
- Tithorea-Domokos-Larissa (Griekenland)
- Thessaloniki-Idomeni (Griekenland)
- Op de voornaamste Noord-Zuid-route in Ierland:
- rondweg Dunleer (Ierland)
- Op de voornaamste transitowegen op het Iberisch schiereiland:
- Irun N 620 (E 82) naar Portugal - rondweg Tordesillas (Spanje)
- Porto - IP 4 (E 801) Spaanse grens - Paredes -
Peñafiel (Portugal).
Andere projecten
- Haven van Oostende - werkzaamheden in verband met de aanleg van een nieuwe laadbrug voor voertuigen (België)
- Studie en voorbereidende werkzaamheden voor het project ter verbetering van de Brenner-as tussen de Bondsrepubliek Duitsland en Italië via Oostenrijk (Italië).
Artikel 2
1. De financiële bijstand van de Gemeenschap die krachtens deze verordening wordt toegekend voor de overeenkomstig deze verordening geselecteerde projecten, mag niet meer bedragen dan 25 % van de totale kosten van ieder project of van de voor bijstand in aanmerking komende fase van het project. De bijstand kan worden verhoogd tot maximaal 50 % indien er studies worden uitgevoerd ter voorbereiding van de bouwwerkzaamheden.
2. In geen geval mogen de bijdragen uit alle communautaire bronnen meer dan 50 % van de totale kosten van een project bedragen.
3. Er kan een voorschot van ten hoogste 40 % van de communautaire bijdrage worden uitbetaald om de uitvoering van een project te versnellen.
4. Voor het verlenen van de in artikel 1 genoemde financiële bijstand van de Gemeenschap, neemt de Commissie, in overleg met de betrokken Lid-Staten en met inachtneming van de noodzakelijk geachte bedragen, de nodige maatregelen voor de toepassing van deze verordening.
Artikel 3
1. Indien een project waarvoor financiële bijstand is verleend, niet volgens plan wordt uitgevoerd, of indien aan de gestelde voorwaarden niet wordt voldaan, kan de financiële bijstand bij beschikking van de Commissie worden verminderd of ingetrokken.
Ten onrechte uitgekeerde bedragen moeten door de betrokken begunstigde binnen twaalf maanden na de datum van
kennisgeving van de beschikking aan de Gemeenschap worden terugbetaald.
2. Onverminderd de door de Lid-Staten overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen
verrichte controles en onverminderd artikel 206 bis van het Verdrag en op grond van artikel 209, onder c), van het Verdrag uitgevoerde controles, worden door de bevoegde instanties van de betrokken Lid-Staat en door personeelsleden van de Commissie of andere daartoe door de Commissie gemachtigde personen verificaties ter plaatse of onderzoeken verricht betreffende de projecten waarvoor financiële bijstand wordt verleend. De Commissie stelt termijnen vast voor het uitvoeren van deze verificaties en stelt vooraf de betrokken Lid-Staat hiervan op de hoogte om alle nodige medewerking te krijgen.
3. Deze verificaties ter plaatse of onderzoeken betreffende de werkzaamheden waarvoor financiële bijstand wordt verleend, zijn bedoeld om vast te stellen:
a) of de administratieve methoden in overeenstemming zijn met de communautaire voorschriften;
b) of bewijsstukken voorhanden zijn en of deze in overeenstemming zijn met de projecten waarvoor financiële bijstand wordt verleend;
c) op welke wijze de werkzaamheden worden uitgevoerd en geverifieerd;
d) of de uitvoering van de projecten in overeenstemming is met de voorwaarden waarop financiële bijstand werd verleend.
4. De Commissie kan betaling van de bijstand schorsen, indien uit een controle blijkt dat zich onregelmatigheden hebben voorgedaan of dat een belangrijke wijziging in de aard of de wijze van uitvoering van het project werd aangebracht zonder dat daarvoor de goedkeuring van de Commissie is gevraagd.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 22 december 1986.
Voor de Raad
De Voorzitter
G. SHAW
(1) Advies uitgebracht op 12 december 1986 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).
(2) Advies uitgebracht op 6 december 1986 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).
BIJLAGE
DOELSTELLINGEN EN CRITERIA VOOR EEN COMMUNAUTAIR INFRASTRUCTUURBELEID OP MIDDELLANGE TERMIJN
I. DOELSTELLINGEN
Het cooerdineren en stimuleren van infrastructuurprojecten van communautair belang, ten einde in de Gemeenschap moderne en efficiënte vervoersnetten tot stand te brengen die voldoen aan de reële behoeften aan vervoersmogelijkheden op Europees niveau op de belangrijkste communautaire verbindingswegen. Het infrastructuurbeleid moet deel uitmaken van het gemeenschappelijk vervoerbeleid en van het beleid tot versterking van de economische en sociale samenhang van de Gemeenschap.
Los van de vraag of dit beleid ook op havens en luchthavens betrekking dient te hebben, moeten de activiteiten van de Gemeenschap gericht zijn op:
- opheffing van knelpunten,
- integratie van gebieden die door land ingesloten zijn of aan de periferie van de Gemeenschap liggen,
- vermindering van de met het transitoverkeer verband houdende kosten in samenwerking met de eventueel betrokken derde landen,
- verbetering van de verbindingen in de corridors die een zeetraject omvatten,
- het tot stand brengen van verbindingen met een hoog verkeersafwikkelingsniveau tussen belangrijke stedelijke centra, met inbegrip van zeer snelle spoorverbindingen.
II. CRITERIA
Bij de beoordeling van de vraag of vervoersinfrastructuurprogramma's voor steun van de Gemeenschap in het kader van het programma op middellange termijn in aanmerking komen, moeten los van de vraag in welke vorm dit precies dient te gebeuren, de volgende criteria worden gehanteerd:
- het belang dat het project voor de Gemeenschap vertegenwoordigt in het licht van de bijdrage die het levert tot de verwezenlijking van de bovenvermelde algemene en operationele doelstellingen. Tot de in aanmerking te nemen factoren moeten worden gerekend:
- de omvang van het huidige of potentiële intracommunautaire internationale verkeer,
- de omvang van het verkeer van de Gemeenschap met derde landen op de as waarop het project betrekking heeft,
- de mate waarin het project bijdraagt tot de totstandkoming van een homogeen en evenwichtig communautair net dat is aangepast aan de huidige en toekomstige behoefte aan vervoersmogelijkheden;
- de sociaal-economische rentabiliteit van het project;
- de samenhang van het project met andere communautaire maatregelen uit hoofde van het gemeenschappelijk vervoersbeleid of ander beleid van de Gemeenschap en met andere nationale maatregelen die in de nationale vervoersinfrastructuurplannen en -programma's als prioritair worden aangemerkt.
Top