Avis juridique important
Verordening (EEG) nr. 4094/86 van de Commissie van 23 december 1986 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor maniok van post 07.06 A van het gemeenschappelijk douanetarief van oorsprong uit andere derde landen dan Thailand
Publicatieblad Nr. L 371 van 31/12/1986 blz. 0073 - 0075
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 4094/86 VAN DE COMMISSIE
van 23 december 1986
houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor maniok van post 07.06 A van het gemeenschappelijk douanetarief van oorsprong uit andere derde landen dan Thailand
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 4066/86 van de Raad van 22 december 1986 houdende overgangsmaatregelen voor de invoer van maniok van post 07.06 A van het gemeenschappelijk douanetarief, van herkomst uit derde landen, en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief (1),
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1579/86 (3), en met name op artikel 12, lid 2,
Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 4066/86 tijdelijke maatregelen zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat internationale verplichtingen van de Gemeenschap kunnen worden nagekomen en dat traditionele handelsstromen kunnen blijven bestaan; dat de uitvoeringsbepalingen daarvan dienen te worden vastgesteld;
Overwegende dat, met het oog op een correcte toepassing van Verordening (EEG) nr. 4066/86, en met name om te bereiken dat de vastgestelde hoeveelheden niet worden overschreden, bijzondere voorschriften moeten worden vastgesteld voor de afgifte van invoercertificaten die recht geven op invoer met een heffing van ten hoogste 6 % ad valorem; dat deze correcte toepassing voor de meeste van de produkten van post 07.06 A van het gemeenschappelijk douanetarief afwijkingsbepalingen vereist met name ten opzichte van Verordening (EEG) nr. 3183/80 van de Commissie van 3 december 1980 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3913/86 (5);
Overwegende dat, ten einde de hoeveelheden van oorsprong uit landen die geen lid zijn van de GATT onder de gegadigden te kunnen verdelen, een maximum moet worden vastgesteld waarvoor per gegadigde een certificaataanvraag kan worden ingediend;
Overwegende evenwel dat sommige van de produkten die vallen onder post 07.06 A van het gemeenschappelijk douanetarief bestemd zijn voor menselijke consumptie en niet voor voedering van dieren; dat het niet nodig is voor de produkten, waarvan de invoer zeer beperkt is, bepaalde voorschriften toe te passen die bedoeld zijn om te waarborgen dat de vastgestelde hoeveelheden niet worden overschreden en dat het evenmin noodzakelijk is daarvoor een zekerheid vast te stellen van een ander bedrag dan is vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 2042/75 van de Commissie (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3818/86 (7);
Overwegende dat het Comité van beheer voor granen geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 4066/86 vastgestelde regeling geldt voor produkten van post 07.06 A van het gemeenschappelijk douanetarief die van oorsprong zijn uit andere derde landen dan Thailand en die worden ingevoerd op grond van invoercertificaten die zijn afgegeven overeenkomstig het bepaalde in deze verordening.
2. In het kader van deze verordening kunnen invoercertificaten worden afgegeven voor ten hoogste:
- 205 000 ton voor de aanvragen waarin »Indonesië" in vak 14 als land van oorsprong is vermeld;
- 35 000 ton voor de aanvragen waarin een ander lid van de GATT dan Thailand en Indonesië in vak 14 als land van oorsprong is vermeld;
- 62 500 ton voor de aanvragen waarin de »Volksrepubliek China" in vak 14 als land van oorsprong is vermeld;
- 12 500 ton voor de aanvragen waarin een ander derde land dan de hierboven bedoelde landen in vak 14 als land van oorsprong is vermeld.
TITEL I
Invoerregeling voor produkten bestemd voor vervoedering
Artikel 2
1. Aanvragen om invoercertificaten kunnen, met ingang van maandag 5 januari 1987, iedere week van maandag tot en met donderdag worden ingediend bij de autoriteiten van de Lid-Staten.
De aanvragen om certificaten kunnen worden ingediend in iedere Lid-Staat en de afgegeven certificaten zijn geldig in de gehele Gemeenschap.
2. De aanvragen om certificaten voor invoer uit de derde landen bedoeld in artikel 1, lid 2, derde en vierde streepje, mogen per gegadigde ten hoogste betrekking hebben op 7 500 ton.
3. De gegevens zoals de naam van de importeur, de hoeveelheden waarvoor het certificaat is aangevraagd, en de oorsprong van de produkten, worden door de Lid-Staat uiterlijk de donderdag van de week volgende op die waarin de aanvraag is ingediend, per telex aan de Commissie medegedeeld.
4. Uiterlijk de vrijdag van de week die volgt op die van de toezending van de gegevens als bedoeld in lid 3, stelt de Commissie, eventueel naar verhouding van de aangevraagde hoeveelheden, die hoeveelheden vast waarvoor per land of groep landen als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 4066/86 certificaten worden afgegeven.
5. Voor produkten van post 07.06 A van het gemeenschappelijk douanetarief kan de gegadigde in zijn aanvraag om een invoercertificaat de twee onderverdelingen 07.06 A I en 07.06 A II van het gemeenschappelijk douanetarief vermelden. De twee in de aanvraag vermelde onderverdelingen worden ook vermeld op het certificaat.
Artikel 3
In vak 20 a) van het certificaat moet een van de volgende vermeldingen worden aangebracht:
- Exacción reguladora a percibir 6 % ad valorem
- Importafgift: 6 % af vaerdien
- Zu erhebende Abschoepfung: 6 % des Zollwerts
- Eispraktéa eisforá: 6 % kat' axía
- Amount to be levied: 6 % ad valorem
- Prélèvement à percevoir: 6 % ad valorem
- Prelievo da riscuotere: 6 % ad valorem
- Toe de passen heffing: 6 % ad valorem
- Direito nivelador a cobrar: 6 % ad valorem.
Artikel 4
In afwijking van artikel 12, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2042/75 bedraagt de zekerheid voor de in deze titel bedoelde invoercertificaten 20 Ecu per ton.
Indien, als gevolg van toepassing van artikel 2, lid 4, de hoeveelheid waarvoor het certificaat wordt afgegeven kleiner is dan die waarvoor het is aangevraagd, wordt de zekerheid voor het verschil tussen beide hoeveelheden vrijgegeven.
Artikel 5
1. In vak 14 van de aanvraag om het invoercertificaat en van het afgegeven certificaat moet het land van oorsprong van het betrokken produkt worden vermeld. Het certificaat brengt de verplichting mee uit dat land in te voeren.
2. In afwijking van artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3183/80 mag de hoeveelheid die in het vrije verkeer wordt gebracht niet groter zijn dan de in de vakken 10 en 11 van het invoercertificaat vermelde hoeveelheid; in dat verband wordt in vak 22 van genoemd certificaat het cijfer 0 ingevuld.
TITEL II
Invoerregeling voor produkten bestemd voor menselijke consumptie
Artikel 6
Voor invoer van produkten van post 07.06 A van het gemeenschappelijk douanetarief die, onder hun verschillende omschrijvingen, zijn vermeld in de bijlage:
a) moet of moeten, op de aanvragen om certificaten en op de certificaten zelf
- in vak 7 een of meer van de in de bijlage voorkomende omschrijvingen worden vermeld,
- in vak 8 het nummer worden vermeld van de post van het gemeenschappelijk douanetarief, voorafgegaan door de aanduiding »ex".
Het certificaat geldt slechts voor de aldus aangeduide produkten;
b) zijn de bepalingen van artikel 2, lid 1, en van de artikelen 3 en 5 van toepassing.
Artikel 7
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 23 december 1986.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
(1) Zie bladzijde 11 van dit Publikatieblad.
(2) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1.
(3) PB nr. L 139 van 24. 5. 1986, blz. 29.
(4) PB nr. L 338 van 13. 12. 1980, blz. 1.
(5) PB nr. L 364 van 23. 12. 1986, blz. 31.
(6) PB nr. L 213 van 11. 8. 1975, blz. 5.
(7) PB nr. L 355 van 16. 12. 1986, blz. 24.
BIJLAGE
1.2 // 1. Colocasia esculenta (L) Nampi Taro Tallas Old cocoyam Dasheen, Eddoe // Schott var. antiquorum (Schott) Hubbard en Rehd. // 2. Xanthosoma sagitifolium (Schott) // // Tiquisque // // Tajer // // Tannia // // Yautia // // New cocoyam // // 3. Dioscorea spp. // // Nam // // Ignam // // Yam //
Top