ARCHIVES HISTORIQUES
DE LA COMMISSION
COLLECTION RELIEE DES
DOCUMENTS "COM"
COM (86) 304
Vol. 1986/0147
Disclaimer
Conformément au règlement (CEE, Euratom) n° 354/83 du Conseil du 1er février 1983
concernant l'ouverture au public des archives historiques de la Communauté économique
européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique (JO L 43 du 15.2.1983,
p. 1), tel que modifié par le règlement (CE, Euratom) n° 1700/2003 du 22 septembre 2003
(JO L 243 du 27.9.2003, p. 1), ce dossier est ouvert au public. Le cas échéant, les documents
classifiés présents dans ce dossier ont été déclassifiés conformément à l'article 5 dudit
règlement.
In accordance with Council Regulation (EEC, Euratom) No 354/83 of 1 February 1983
concerning the opening to the public of the historical archives of the European Economic
Community and the European Atomic Energy Community (OJ L 43, 15.2.1983, p. 1), as
amended by Regulation (EC, Euratom) No 1700/2003 of 22 September 2003 (OJ L 243,
27.9.2003, p. 1), this file is open to the public. Where necessary, classified documents in this
file have been declassified in conformity with Article 5 of the aforementioned regulation.
In Übereinstimmung mit der Verordnung (EWG, Euratom) Nr. 354/83 des Rates vom 1.
Februar 1983 über die Freigabe der historischen Archive der Europäischen
Wirtschaftsgemeinschaft und der Europäischen Atomgemeinschaft (ABI. L 43 vom 15.2.1983,
S. 1), geändert durch die Verordnung (EG, Euratom) Nr. 1700/2003 vom 22. September 2003
(ABI. L 243 vom 27.9.2003, S. 1), ist diese Datei der Öffentlichkeit zugänglich. Soweit
erforderlich, wurden die Verschlusssachen in dieser Datei in Übereinstimmung mit Artikel 5
der genannten Verordnung freigegeben.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
C0MC86) 304 d e f .
B r u s s e l , 30 mei 1986
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD
PROGNOSES OP MIDDELLANGE TERMIJN
INZAKE DE SOCIALE UITGAVEN EN DE FINANCIERING DAARVAN
PROGNOSES VOOR 1987 - BEKNOPT VERSLAG
COM(86) 304 d e f .
INHOUD
1. Inleiding
2. Ontvangsten
3. Uitgaven
1. Aandeel van de ontvangsten in het nationaal produkt
2. Aard van de ontvangsten
3. Nadere gegevens over de sociale premies
4. Sector van herkomst
1. Uitgaven voor sociale bescherming en pres ta t ies
2. Sociale uitgaven en bruto binnenlands produkt
De functies van de p res ta t ies voor sociale bescherming
Gezondheid
5. Ouderdom en nabestaanden
6. Moederschap/Gezin
Werkgelegenheid
Fiscale voordelen
Kapi taal t ransact ies
3.
4.
7.
8.
9.
Bijlagen : A - Gedetailleerde tabellen
B - Economische veronderstellingen
C - "Sociale p res ta t ies" en "pres ta t ies voor sociale
bescherming"
D - De functies van de sociale bescherming;
hun inhoud
E - Pensioengerechtigde leef t i jden zoals gebruikt
bij berekeningen
N. B.
Inhoud van het afzonderlijke deel dat de nationale rapporten bevat:
Gegevens voor 1982 en 1987: ontvangsten
uitgaven
demografische gegevens
1
HOOFDSTUK EEN
INLEIDING
Op 28 ju l i 1978 deed de Commissie de Raad een rapport toekomen bet ref
fende de prognoses voor 1980 inzake de sociale uitgaven en de financiering daar
van, tesamen met de nationale rapporten waarop di t was gebaseerd.
De Raad sprak z i jn voldoening ui t over het verr ichte werk en erkende de
waarde van de ingediende dokumenten. Voorts verzocht de Raad de Commissie om in
samenwerking met de regeringsdeskundigen de bij de voorbereiding van het rapport
opgedane ervaringen te evalueren en voorstellen in te diénen voor een volgend
stadium van de werkzaamheden.
De diensten van de Commissie deden voorstellen betreffende eetj v ier
jar ig werkprogramma, die door de Raad in december 1982 werden goedgekeurd .
Dit programma beoogt degenen die - op communautair en op nationaal
niveau - met leidende functies zijn betast regelmatig van informatie te voorzien
betreffende de tendensen op middellange termijn van de sociale uitgaven en de
financiering daarvan, en met name de belangri jks te component van deze uitgaven,
de sociale zekerheid, te rwi j l tevens rekening zal worden gehouden met de finan
ciële implicaties van voorstel len van de Gemeenschap op di t gebied, in het
bijzonder wanneer deze een verbetering van de werkgelegenheidssituatie beogen
(zoals een f lexibele pensioenleef t i jd) .
Het programma omvat :
1. J aar rapporten
2. Analyses van p r io r i t a i r e problemen
op te s te l len door de diensten van de Commissie. De uitkomsten van de analyses
zullen met name worden onderzocht in het kader van di t op grond· van een resolu
t i e van de Raad in januari 1974 ingestelde overleg op het gebied van de sociale
zekerhei d .
Het onderhavige dokument, omvat het j a a r l i jk se samenvattende rapport
betreffende de prognoses voor 1987 , vergeleken met 1982. (De nationale rappor
ten waarop dit dokument is gebaseerd op verzoek verkrijgbaar bij de Commissie,
voor zover de begrotingsmiddelen zulks toe la ten.) De economische hypothesen
welke ten grondslag liggen aan de prognoses voor 1987 werden ontwikkeld aan de
hand van het econometrische model van de Commissie (COMET). Demografische en
andere veronderstellingen werden op nationaal niveau ontwikkeld. De prognoses in
d i t verslag geven niet noodzakelijk de vis ie van de nationale au to r i te i ten weer,
die bijvoorbeeld op andere economische of sociale hypothesen gebaseerd kunnen
z i jn . Tenslotte kunnen bepaalde verschil len voor 1982 tussen de c i j f e r s in dit
verslag en die welke door het Bureau voor de S ta t i s t i ek der Europese Gemeen-
1 C0M(81) 661 def.
2 Gebaseerd op de op 1 januari 1985 bestaande wetgeving. Doordat van een
constante wetgeving is uitgegaan hebben de gegevens voor 1987 het karakter van
een project ie in plaats van dat van rea l i s t i sche voorspellingen gekregen.
schappen z i jn gepubliceerd grotendeels worden verklaard uit het f e i t dat in het
onderhavige dokument de kapitaalinvesteringen of de fiscale voordelen zijn
meegeteld. Tenslotte was het onmogelijk al le veranderingen van nationale
oorsprong te verklaren, ten einde het synthetisch karakter van di t rapport niet
te schaden.
HOOFDSTUK 2
ONTVANGSTEN
De aanhoudend hoge werkloosheid in de Gemeenschap, de ongunstiger wordende
leeftijdsopbouw van de bevolking - een tendens die zich ook in de toekomst zal
voortzetten - en de specifieke problemen op het te r re in van de gezondheidszorg
hebben in het verleden to t hoge st i jgingspercentages geleid voor wat be t ref t de
uitgaven ten behoeve van de sociale zekerheidsuitkeringen. Een en ander is ook
aan de inkomenszijde van de sociale verzekering niet zonder gevolgen. Voor zover
n ie t wordt getracht deze ontwikkeling te compenseren door kortingen op de-uitke
ringen, moet ofwel een groter deel van de algemene begrotingsmiddelen van een
land hiervoor worden aangewend, ofwel dienen de sociale zekerheidsbijdragen te
worden verhoogd.
Binnen het bestek van d i t verslag wordt - zoals ook in de jongste prognoses -
een onderscheid gemaakt aan de hand van twee c r i t e r i a : naargelang van de aard
van de financiering (voornamelijk premies en bijdragen van de overheid of
volgens de sector van herkomst (bedrij fsleven, overheid, gezinshuishoudingen).
Er valt daarbij op te wijzen dat het hier gaat om globale c i j f e r s die betrekking
hebben op de functies van de sociale zekerheid in hun t o t a l i t e i t . Er wordt enkel
gediffe rentieerd naar land, niet naar funct ies . De aangeduide waarden geven
bijgevolg a l t i j d alleen het gemiddelde weer van het desbetreffende land, de
mogelijkheid bestaat echter dat binnen de individuele takken van het sociaal
zekerheidssysteem de financiering zeer verschillend geregeld is . (Bijvoorbeeld:
dat in het Verenigd Koninkrijk de medische sector nagenoeg u i t s lu i tend wordt
gefinancierd uit belastingen komt nergens tot uitdrukking. Dit aspect ontt rekt
zich aan de waarneming doordat het accent l ig t op de in andere sectoren gebrui-
keli j ke financieringswi j z e ) .
2.1. Aandeel van de ontvangsten in het bruto binnenlands produkt
Welke het effect is van de hierboven vermelde ontwikkeling van de uitgaven voor
de ontvangsten laat de hiernavolgende tabel 2.1 zien. Men kan h ie ru i t aflezen
welke het procentuele aandeel is van de ontvangsten in het bruto binnenlands
produkt, deze tabel laat met andere woorden zien hoeveel van het BbP wordt aan
gewend voor de financiering van de sociale zekerheidsuitgaven.
Tabel 2 . 1 , : Ontvangsten in % van het BBP
EG B DK D F GR IRL I L NL GB
1981
1982
1987
29,0
28,9
28,8
29.7
30.8
29,0'
32,3
32,9
30,6
30.6
29.6
29,3
30.1
28,6
28.1
16,9
19,2
21,4
23.9
24,2
23.9
25.8
26.8
28,6
29.3
30,2
29.4
37.9
39,0
39.9
26,4
27.3
26.4
Ten einde duideli jk te laten zien hoe de ontwikkeling is verlopen werden ook de
( f e i t e l i jk e ) waarden voor 1981 in de tabel opgenomen. Uit de gegevens b l i jk t dat
vergeleken met 1981 in 1982 in nagenoeg a l le landen het aandeel toenam. De prog
noses voor 1987 wijzen echter - behalve voor Griekenland, I t a l i ë en Nederland -
opnieuw op een achteruitgang waarmee voor al de betreffende landen de ontvang
sten zel fs beneden het niveau van 1981 komen te liggen. Weliswaar kan dit ten
dele ook een gevolg z i jn van de weer gunstigere hypothesen ten aanzien van de
toekomstige ontwikkeling van het binnenlands produkt.
Tussen 19,2 % (GB) en 39,0 % (NL) van het bruto binnenlands produkt werd in 1982
derhalve aangewend voor de financiering van de sociale zekerheid, voor 1987
wordt rekening gehouden met waarden variërend tussen 21,4 % (GB) en 39,9 % (NL).
Hoe de verdeling er in de ta i l u i t z i e t b l i jk t uit de hiernavolgende paragrafen.
2.2. Aard van de ontvangsten
Bij het begin van deze paragraaf dient er nogmaals op te worden gewezen dat bij
het opstel len van de hierna volgende prognoses voor 1987 werd uitgegaan van een
constante nationale wetgeving (peildatum: 1 januari 1985). Dit is van oelang
omdat de structuur van de ontvangsten de jongste t i j d steeds meer onderwerp van
discussie is geworden en de mogelijkheid bestaat dat er zich ti jdens de
beschouwde periode wijzigingen voordoen die to t nog toe niet konden worden voor
zien.
a. Structuur
Uit de verdeling van de ontvangsten naar aard b l i jk t dat in 1982 in de Gemeen
schap a ls geheel nog steeds bijna twee derde van de middelen in de vorrn van
bijdragen (van werkgevers en verzekerden) worden opgebracht. Wat dat bet ref t
verandert er ook in 1987 maar weinig. De bijdragen uit overheidssubsidies maken
zowat 30 % u i t , de overige ontvangsten nemen het resterende gedeelte voor hun
rekening. Veelzeggender dan deze globale c i j f e r s is daarentegen de samenstelling
ervan op nationaal vlak, zoals u i t volgende tabel 2.1 b l i jk t :
TabeL’2_1 - Aard van de o n t v a n g s t e n : p r o c e n t u e l e s t r u c t u u r
1987
AARD (1)
Soci ale
premi es
Overheids
bijdragen
Andere ont
vangsten
EG ( 2 )
66 .8
28.1
—I-
5.1
B
59.0
I8.2
-F—
DK D F GR IRL I
]15.*
75.Q
74,3 77,8
2.3 i 19,2
47.4
49.6
CZZT
35.1
64.0 24,5
L NL
58.3
35.2
63.2
19.2
48.7
42.6
9.6 3.4 3,0 3.0 0. 9 1 .6 6.5 17.6 8,7
1982
Soci a Le
premies
Overheids
bijdragen
Andere ont
vangsten
65.1
5.2
59.5
36.1
11.7
82.9
—l·-
71 .7
1 9 . 3
77.2
19.7
51.2
42.6
35.1
63.6
70.1
27.5
57.2
33.3
66.6
20.2
4.4 5.4 9.0 3.2 6.2 1 -3 2.4 9.5 13.2
48.1
43.2
(1) De in d i t rapport gebruikte c l a s s i f i c a t i e s z i jn verklaard in het "Europees systeem
van geïntegreerde s ta t i s t i e k e n van de sociale bescherming : Methodologie - Deel I" ,
EUR0STAT, 1981
(2) Het EG-percentage is gebaseerd op een samenstelling van de individuele nationale
bedragen in ECU's. Voor 1986 werd gebruik gemaakt van de l a a t s t beschikbare wissel
koersen (augustus 1985).
(3) De gegevens voor het Verenigd Koninkrijk hebben betrekking op begrot ingsjaren en
niet op kalenderjaren (bv. 1 apr i l 1982 t/m 31 maart 1983).
Het aandeel van de "andere ontvangsten" is in 1982 betrekkeli jk gering, het zal
to t 1987 (behalve voor Denemarken en Nederland) eerder nog kleiner worden.
Daartegenover staat dat ruim 90 A van de to ta le ontvangsten afkomstig zi jn uit
sociale premies en overheidsgelden. Op nationaal niveau is het aandeel van deze
beide componenten zeer verschil lend.
Bij de meeste landen l ig t het accent wat de ontvangsten bet ref t op de sociale
premies. Tot 75 A van de middelen wordt op deze wijze gefinancierd (Duitsland,
Frankrijk, I t a l i ë ) . Significant hiervan afwijkende c i j f e r s t r e f t men eigenli jk
al leen aan in Ierland (35,1 % in 1987) en vooral in Denemarken (15,4 %). In de
financieringswijze die in deze landen van oudsher wordt toegepast en waarbij
hoofdzakelijk wordt geput uit overheidsgelden komt er t i jdens de beschouwde
periode weinig verandering. In 1987 zullen in Ierland overheidsbijdragen zowat
twee derde, in Denemarken zel fs drie vierde van de to ta le ontvangsten uitmaken.
Alleen in Griekenland en het Verenigd Koninkrijk ontlopen premies en overheids
bijdragen elkaar nie t veel.
Er moet hier echter nogmaals worden benadrukt dat het bij deze c i j f e r s telkens
gaat om nationale gemiddelden, waarvan voor de berekening wordt uitgegaan van
het gehele systeem van sociale voorzieningen. Voor de afzonderlijke verzeke-
rii.gstakken kunnen er zich dan ook duidel ijke afwijkingen voordoen, hetgeen
wordt bevestigd door het hiervoor genoemde voorbeeld van de gezondheidszorg in
het Verenigd Koninkrijk.
b. Tendensen
Het in tabel 2.1 geschetste beeld laat zien welke de u i te indel i jke procentuele
verdeling is in 1987; het vermeldt echter niet of de verandering ten opzichte
van 1987 het gevolg is van een s t i jg ing van het ene gedeelte terwi j l het andere
daa l t , of van een s t i jg ing of daling van beide maar in ongelijke mate.
Een volledig overzicht van de voor 1987 te verwachten wijzigingen biedt de hier
navolgende tabel , aan de hand waarvan een vergeli jking kan worden gemaakt van de
wijzigingen op jaarbas is t i jdens de prognoseperiode; hierbij wordt rekening
gehouden met de uiteenlopende inflatiepercentages van de onderscheiden landen
(aan de hand van het indexcijfer van de kleinhandelsprijzen). Aangezien de
gebruikte schaal dezelfde is voor elk element van de ontvangsten, kunnen verge
li jkingen ook tussen de soorten ontvangsten per land worden gemaakt.
Tabel 2 .2 - Aard van de o n t v a n g s t e n - Gemiddelde j a a r l i j k s e v e r a n d e r in g e n
1982 - 1987 ( g e c o r r i g e e r d voor de verwachte i n f l a t i e )
EG B DK D F GR IRL I L NL «b
Soci a le
premies
I X
!~0~6; 7.1 :I____ : !____ i 1.2
! I
2.2 | 5.0
Overheids
bijdragen 0.2 1.8
' 1.2 1.9
- o. 1.5
0.8 [9.3 12.3 1 .5 0 4'1.9 ; l 1^3
/ / CT
I i
Totale
ontvangsten
0.7 1.4! JL5... 1.3 5.9 2. 2 3.9 0.8 1.4 1 .6 !
Voor de Gemeenschap als geheel wordt rekening gehouden met een ja a r l i jk se reële
groei van de to t a le ontvai:gsten van 1,2 %, waarbij de s t i jg ing met 1,6 % van de
sociale premies aanzienl ijk hoger u i tva l t dan de s t i jg ing van de overheidsbij
dragen, die s lechts 0,2 % bedraagt. Nationaal gezien is een dergel ijke gemeen
schappelijke l i j n n ie t waarneembaar. In Denemarken, Duitsland, Frankrijk, I t a l i ë
en het Verenigd Koninkrijk z i jn het vooral de sociale premies die een s t i jg ing
te zien geven; d i t geldt zowel voor het land (Frankrijk) waar de sociale premies
vooraan komen in de financiering van de to t a le ontvangsten (77 %), als voor het
land dat met slechts rond 15 % de minste ontvangsten ontleent aan sociale
premies (Denemarken). In België, Griekenland en Luxemburg zi jn het daarentegen
vooral de overheidsbijdragen die naar verwachting zullen toenemen.
Gemiddeld het s te rks t zal de groei z i jn in Griekenland (5,9%), I t a l i ë (3,9%) en
Ierland (2,2%). Wat Griekenland be t ref t zal deze s t i jg ing het resul taa t z i jn van
een verhoging van de overheidsbijdragen, voor I t a l i ë zullen het vooral de
sociale premies zi jn die deze ontwikkeling teweegbrengen en voor Ierland zal de
s t i jg ing het gevolg z i jn van een toename van zowel de overheidsbijdragen als de
sociale premies.
9
In enkele landen is de reële groei van de to ta le ontvangsten weliswaar minder
het resul taat van de ontwikkeling van de sociale premies of de overheidsbijdra
gen, maar z i jn de (hier n ie t weergegeven) "andere ontvangsten" verantwoordelijk
voor deze ontwikkeling. Dit geldt bijvoorbeeld voor Luxemburg en Nederland, waar
niet de beide voornoemde hoofdelementen de ontwikkeling van de to ta le ontvang
sten voornamelijk geïndexeerd hebben, maar waar veel meer de sterke jaa r l i jkse
reële verandering van de andere ontvangsten (Luxemburg: -6,4 %; Nederland: 7,5%)
haar invloed doet gelden. Nadere gegevens over de (nominale) hoogte van de
afzonderlijke soorten ontvangsten voor 1982 en 1987 vindt men in de in bij lage
opgenomen tabellen A-1 en 1-2.
2.3 Nadere gegevens over de sociale premies
De sociale premies kunnen in twee hoofdgroepen worden onderverdeeld, al naarge
lang het gaat om werkgeversbijdragen of om door de beschermde personen betaalde
bijdragen. Eerstgenoemde worden verder ingedeeld naar hun soort in f e i t e l i jk e of
f ic t ieve bijdragen, laatstgenoemde naar de plaats van de bijdragebetalende in
het beroepsleven, met andere woorden naargelang het gaat om werknemers, ze l f
standigen en andere personen (gepensioneerden en anderen). Tot de werkgevers
behoren in di t geval zowel de pa r t icu l ie re sector als de overheid in haar hoeda
nigheid a l s werkgever.
De f e i t e l i j k e sociale premies omvatten de betalingen die de verzekerde personen
of hun werkgevers rechtstreeks of via een centraal orgaan overmaken aan in s te l
lingen die sociale uitkeringen toekennen om aanspraken te verwerven en/of te
behouden op deze sociale uitkeringen. De f ic t ieve sociale premies vormen de
tegenwaarde van de socia le uitkeringen die de werkgevers rechtstreeks aan de al
dan niet nog bij hen tewerkgestelde werknemers en andere rechthebbenden uitbe-
ta len .
In de Gemeenschap als geheel vertegenwoordigt het aandeel van de werkgevers in
de sociale premies ruim 60 %, dat van de verzekerden ie ts minder dan 40 %. De
werkgeversbijdragen bestaan voor zowat drie vierde uit f e i t e l i jk e en voor een
vierde uit f ic t ieve bijdragen. Het aandeel van de werknemers in de door de
beschermde personen betaalde bijdragen bedraagt ruim drie vierde.
In deze globale verhoudingen zullen er zich t i jdens de prognoseperiode geen
grote wijzigingen voordoen.
1 EUROSTAT: Europees Systeem van
bescherming - Methodologie - Deel
g e ï n t e g r e e r d e s t a t i s t i e k e n
1, hoofds tuk 7.
van de s o c i a l e
Tabel 2 .2 : Aard van de sociale premies - procentuele st ructuur
1987
EG B DK D F GR IRL I L NL GB
Sociale premies % % % X X % % % X % %
Werkgevers 65' ° b 67,8 72,3 57,7 68,0 47,6 64,3 78,4 56,5 46,8 64,6fe i te li j k 47' 8S 52,8 38,8 37,6 56,0 - 42,9 56,1 42,0 40,7 47,3f i c t i e f 16,7B 15,0 33,4 20,1 12,0 — 21,4 22,3 14,5 6,1 17,3
Beschermde personen 35,0 32,2 27,7 42,3 32,0 52,4 35,7 21,6 43,5 53,2 35,4
Werkneme rs 26,6^ 25,3 27,7 31,6 25,4 - 13,7 37,7 38,1 33,3
Zelfstandigen 4,4C 6,0 - 1,5 6,6 - - 7,9 5,3 4,6 1,5
Gepensioneerden
en anderen 3,4C 0,9 ““ 9,2 A 0,5 10,4 0,6
Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100
1982
EG B DK D F GR IRL I L NL GB
Sociale premies % % X % % % X X % % X
Werkgevers 64,7b 68,6 78,7 57,1 69,7 49,7 66,2 78,7 59,1 49,6 65,9
fe i te l i jk 66,8“ 53,3 29,6 36,5 57,0 - 43,3 53,7 44,3 42,9 47,2
f i c t i e f 17,5B 15,3 42,2 20,6 12,7 22,9 25,0 14,7 6,7 18,6
Beschermde personen 35,3 31,4 21,3 43,0 30,3 50,3 33,8 21,3 40,9 50,4 34,1
Werkneme rs 27,0^ 23,9 21,3 31,7 23,9 - - 15,0 35,4 36,9 32,2
Zelfstandigen 3,8 6,6 - 1,5 6,4 - - 6,3 5,0 3,9 1,3
Gepensioneerden
en anderen 3,9C 0,9 — 9,8 A — — “ 0,5 9,6 0,7
Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100
B Exclusief Griekenland.
C Exclusief Griekenland en Ierland; wat Frankrijk b e t re f t zi jn de "gepensioneer
den en anderen" in de categorie "zelfstandigen" opgenomen.
A Opgenomen in de categorie "zelfstandigen".
Deze ontwikkeling wordt ook weerspiegeld in de in tabel 2.2 vermelde c i j f e r s per
land. Met uitzondering van de Bondsrepubliek Duitsland zal in al le landen het
gedeelte van de sociale premies dat door de werkgevers wordt gedragen min of
meer sterk verminderen, terwi j l daartegenover het aandeel dat de beschermde
personen voor hun rekening nemen dienovereenkomstig zal toenemen. Het meest
opvallend is deze verschuiving met 6,4 procentpunten in Denemarken. Tegelijker
t i j d zal daar ook een sterke verschuiving plaatsvinden in de verhouding f e i t e -
l i j k e / f i c t i e v e werkgeversbijdragen. Weliswaar moet bij de in te rp re ta t ie van deze
gegevens, j u i s t wat Denemarken b e t r e f t , rekening worden gehouden met de in tabel
2.1 vermelde gegevens. Van de to ta le ontvangsten van de sociale zekerheid werden
in 1982 slechts 11,7 % gefinancierd uit de sociale-zekerheidsbijdragen; voor
1987 zal d i t naar verwachting 15,4 % zi jn . In absolute c i j f e r s betekent di t dat
ook de in tabel 2.2 vermelde wijzigingen beperkt zouden bli jven.
2.4. Sector van herkomst
a. Structuur
Bij de hierna volgende indeling van de ontvangsten naar sectoren van herkomst
wordt een onderscheid gemaakt tussen ondernemingen, overheid, gezinshuishoudin
gen en andere sectoren. De sector van het bedri jfsleven omvat in principe zowel
het par t icu l ie re bedri jfsleven als overheidsbedrijven, maar in bepaalde landen
worden sommige a c t iv i t e i t e n om nationale redenen nog geclassificeerd als over
heid. De term overheid dekt hier enkel de centrale overheid. Meer gedetail leerde
gegevens vindt men in de in b i j lage opgenomen tabellen A-1 en A-2, waarin een
verdere onderverdeling wordt gegeven in centrale overheid, p laa tse l i jke
bestuurslichamen en sociale verzekering. Tot de andere sectoren worden vooral de
"par t icu l ie re organisat ies" en de "restcategorieën" gerekend. Zij zijn kwantita
t i e f van minder belang.
De drie sectoren ondernemingen, overheid en gezinshuishoudingen nemen met meer
dan 99 % het leeuwedeel van de bijdragen voor hun rekening; daarin bedraagt het
aandeel van de overheid zowat een v i j fde , van de ondernemingen een derde en van
de gezinshuishoudingen een vierde.
Tabel 2.3 - Ontvangs ten naa r s e c t o r van herkomst ; p r o c e n t u e l e s t r u c t u u r
1987
O n d e r n e -
mi n g e n
O v e r h e i d
G e z i n s h u i s
h o u d i n g e n
A n d e r e
s e c t o r e n
EG B
32.5
47.0
20.3
DK
4.1
89.1
4.3
D F
36 d
GR I RL
30.1
32.8
40.5·
31.4
26.3
0.2 2.5 0.5 1.8
14.0 32.1
72.4
12.5|
55.8
L
27.3
46.4
31 .8t |26.2
NL GB
32.6 29.4
33.0 53.3
33.7 17.4
~— “T--
1.1 0.3 0.1 0.6 0
O n d e r n e
m i n g e n
O v e r h e i d
G e z i n s h u i s -
h o u d i n g e n
A n d e r e
s e c t o r e n
33.
25.9
0 . 8
33.5
45.5
20.6
0.4
3!. 1
93.1
2.5
— i—
j>4.9
52.4
32.2
1982
41.3
52.1
24.7
1 .2 0.5 2.2
14.21
72.4
11.8
29.9
39.3
30.4
27.9
47.6
24.2
52.1
53.4
29.7
>3.8
54.0 16.5
1 .5 0.4 0.4 0.6 0
\2
Zoals tabel 2.3 laat zien zi jn er landen waarvan de c i j f e r s heel sterk van deze
percentages verschil len. In Duitsland en Nederland bijvoorbeeld geeft de verde
ling een zeer gelijkmatig beeld te zien, in beide landen nemen de genoemde
sectoren elk zowat een derde van de middelen voor hun rekening. Daartegenover is
in Denemarken en Ierland de overheid de voornaamste financieringsbron (respec
t i e v e l i jk met circa 90 en meer dan 70 %). Denemarken is overigens ook het enige
land waarin binnen de overheidssector wat de financiering bet ref t een belang
r i jke rol wordt gespeeld door de p laa tse l i jke overheden, zij verstrekken zowat
36 % van de overheidsbijdragen. Voor de andere landen l ig t di t aandeel aanzien
l i jk lager (zie tabel len A-1 en A-2 in b i j lage) .
b. Tendensen
Tabel 2.3 laat tevens de ontwikkeling naar sectoren van de to ta le ontvangsten
zien. Hieruit b l i jk t dat to t 1987 de ontvangsten uit de ondernemingen licht
zullen s t i jgen , te rwi j l voor de gezinshuishoudingen de te dragen last duidelijk
minder dan evenredig zal toenemen. Deze ontwikkeling zal vooral ten goede komen
aan de overheid, wier aandeel in de financiering met anderhalf procent (van 40,0
to t 38,5 %) zal teruglopen. Het aandeel van de "overige sectoren" zal nauwelijks
veranderen. Dit wordt duideli jk ui t tabel 2.4 die een beeld geeft van de "voor
de verwachte in f l a t i e gecorrigeerde" gemiddelde jaa r l i jk se groeipercentages
t i jdens de beschouwde periode. Terwijl de to ta le ontvangsten binnen de Gemeen
schap op jaarbas is reëel met naar verwachting 1,2 % zullen toenemen, bedraagt
het st i jgingspercentage voor de sector overheid slechts 0,6 X, voor de onderne
mingen en gezinshuishouding daarentegen respect ievel i jk 1,6 en 2,0 X.
Tabel 2.4 - Sector van herkomst - Gemiddelde j a a r l i jk se veranderingen
1982 - 1987
rG B DK D F GR I RL I L NL GB
Ondernemingen 1 .6 0.1 7.2
7 7
1 .4 1.1 1.9 5.4 0.4 1.8 1.4
0.6
Overheid
1.4 £ . 5 - 1.0 2.2 1 .9 0.3 1.2 1.4
Gezinshuis
houdingen
7 7L
0.4 [12.9
ZZI
0.9
2.6 3.3 4.9 2.4 1.3 2.7
Ç—
Totale
ontvangsten
1-2 ! 077“ 1.4 ü.5 1.3 5.9
i-----L
/ /
2.2 3.9 b.8 1.4 1.6
Op nationaal niveau nemen wij een soortgel i jke ontwikkeling waar. Met uitzonde
ring van België en Ier land, geeft de sector overheid in a l le landen de laagste
st i jgingspercentages te zien, in Duitsland wordt zel fs met een reële verminde
ring op jaarbasis van 1 % rekening gehouden. Het du ide l i jks t komt deze discre
pantie tot uitdrukking in de ontwikkeling zoals die in Denemarken kan worden
waargenomen, waar het aandeel van de ondernemingen en gezinshuishoudingen op
jaarbasis resp. met 7,2 en zel fs 12,9 % zal toenemen. Wel moet hierbij opnieuw
worden aangetekend dat in d i t land deze beide sectoren tesamen minder dan 10 %
van de to ta le behoefte aan financiële middelen voor hun rekening nemen. Dit
neemt nie t weg dat als gevolg hiervan het aandeel van de overheid in de finan
ciering van de sociale zekerheid terugloopt van 93,1 % in 1982 to t 89,1 % in
1987.
Voor a l le drie sectoren tesamen b l i jk t I t a l i ë het land te zijn met gemiddeld de
hoogste s t i jgingspercentages, gevolgd door Ierland, dat echter tesamen met
België ook het enige land is waar de ondernemingen de laagste sti jgingspercen
tages te zien geven van a l le hier geanalyseerde sectoren (Griekenland werd
hierbi j buiten beschouwing gelaten, aangezien er voor di t land geen gegevens ter
beschikking staan over de herkomst van de ontvangsten naar sector) .
HOOFDSTUK DRIE
UITGAVEN
3.1 Uitgaven voor soc ia le bescherming en p res ta t ies
Alvorens elke onder de sociale bescherming vallende functie te onder
zoeken zij opgemerkt dat niet a l le uitgaven voor sociale bescherming recht
streeks geschieden voor rechtstreeks door personen genoten p re s ta t i e s . De reden
hiervan is dat er ten eers te zowel uitgaven voor uitrustingsgoederen als ui tga
ven voor de lopende behoeften plaatsvinden, welke tesamen het totaal van de
uitgaven voor sociale bescherming vormen:
lopende uitgaven
+ kapitaalinvesteringen
- uitgaven sociale bescherming
De rela t ieve omvang van deze kapitaalinvesteringen zal in het vervolg van di t
hoofdstuk worden besproken.
Voorts kunnen de lopende uitgaven verder worden onderverdeeld in:
sociale p res ta t ies welke f e i t e l i j k door de rechthebbenden worden genoten, de
apparaatskosten van de regelingen, en andere lopende t ransac t ie s .
De p res ta t ies voor sociale bescherming kunnen weer worden onderverdeeld
in:
sociale p res ta t ie s
andere p re s ta t ie s in de vorm van goederen en diensten
f i sca le tegemoetkomingen.
Het verschiL tussen "sociale p res ta t ies" en "andere p res ta t ies in de
vorm van goederen en diensten" wordt nader uiteengezet in Bijlage C van dit
vers lag.
De re la t ieve betekenis van de p res ta t ie s voor sociale bescherming in de
prognoses voor 1987 vindt men weergegeven in de volgende tabel :
Lopende u i t g a v e n voor s o c i a l e bescherming: p r o c e n t u e l e s t r u c t u u r
1987
1
1
1
I
EG
%
B DK D
X X X
F
X
GR
X
IRL
%
I
%
L
X
NL
%
r
GB |
% I1|Pres ta t ies voor
|socia le bescherminq | 96,2 94,9 97,3 96,5 95,3 95,3 96,4 93,4 96,1 95,9
I
I
96,4 |
lAdministratie-
! kosten en andere
! lopende uitgaven 3,8 5,1 2,7 3,5 4,7 4,7 3,6 6,6 3,9 4,1
I
I
3,6 |
|1
[TOTAAL lopende
| t ransac t ies
i
100 100 100 100 100 100 100 100 100 100
I
!
100 j
Uit tabel 3.1 b l i jk t dat de administratiekosten rond 5 % van de totale
lopende uitgaven uitmaakten; deze varieerden namelijk van 6,6 % tot 2,7 % naar
gelang van het land. Men dient te bedenken dat in di t to taal aan adminis tra tie
kosten zeer uiteenlopende percentages naar gelang van het type regeling begrepen
z i jn , waarbij de sociale-bi jstandsregelingen in het algemeen veel hogere admi
n is t ra t iekos ten vereisen dan verzekeringsregelingen, uitgedrukt als percentage
van de p res ta t ie s .
"Andere lopende uitgaven" vormen een s lu i tpos t van bedragen die moeilijk elders
onder te brengen z i jn , en vertegenwoordigen doorgaans minder dan 1 % van de
to ta le lopende uitgaven.
3.2 Sociale uitgaven en bruto binnenlands produkt
Rechtstreekse vergelijkingen van de to ta le uitgaven zijn niet zeer
s ignif icant in verband met verschil len in bevolkingsgrootte en in de koopkracht
van de betrokken geldbedragen. Deze moeilijkheid kan ten dele worden opgevangen
door de uitgaven voor sociale bescherming uit te drukken in percentages van het
bruto binnenlands produkt (BBP), zoals in tabel 3.2 geschied is. In deze tabel
z i jn de f iskale gunstmaatregelen niet opgenomen, vermits meerdere landen niet in
s taa t z i jn gebleken hieromtrent gegevens te verschaffen.
Tabel 3.2 Uitgaven voor sociale bescherming als percentage van het BBP
I £ I DK _D l GR J[RL I L NL GB
1987 27,0 28,1 26,4 28,5 29,2 20,9 22,7 25,5 27,2 32,5 22,2
1982 27,4 30,5 30,3 29,8 28,5 19,0 22,8 26,1 28,9 33,2 23,5
Uit deze c i j f e r s b l i jk t dat het EG-percentage van 27,4 % in 1982
volgens de prognose l icht zal dalen to t 27,0 % in 1987.
Er doen zich aanzienlijke verschillen tussen de Lid-Staten voor.
Volgens de vooruitberekeningen zullen, op Frankrijk en Griekenland na, al le
landen procentuele dalingen te zien geven. Opmerkenswaard is dat de gegevens
voor Ierland over de uitgaven geen betrekking hebben op ui t arbeid voortvloeien
de pensioenen en ziekteui tkeringen.
In bovenstaande vergelijkingen is geen onderscheid gemaakt tussen
uitkeringen in geld en verstrekkingen in natura zoals medische verzorging en
maatschappelijke dienstverlening. Dit onderscheid wordt gemaakt in de volgende
tabel , welke aanzienl ijke verschil len tussen de landen aantoont:
Tabel 3.3 U i t k e r i n g e n e n v e r s t r e k k i n g e n a l s p e r c e n t a g e v a n h e t BBP
EG
Uitkeringen
B DK GR I R L NL GB
1987
1982
18,0
18,0
20.7 15,4
22.8 18,1
18,7 18,9
18,5 18,4
15,2 18,2 19,4 25,1 15,5
14,6 17,8 20,2 25,4 15,6
V e r s t r e k k i n g e n
1987
1982
7,5
8 ,0
6.0 10,4
6.1 11,5
9.7
9.7
8,9
8,6
7,4
8,3
5.3
6.4
6,7
6,4
6,1
6 ,6
6,4
7,1
Uit de tabel b l i jk t dat voor de EG als geheel volgens de prognoses
al leen de verstrekkingen zullen dalen. De vooruitberekeningen voor de Bondsrepu
bliek Duitsland, Frankrijk, I t a l i ë en Ierland wijzen op een l ichte toename van
de uitkeringen als percentage van het BBP, voor andere landen, m.n. België en
Denemarken, echter op een teruglopen van deze uitkeringen. Voor Denemarken,
Ierland, I t a l i ë en het Verenigd Koninkrijk wijzen de prognoses op een sterke
procentuele daling van de verstrekkingen.
3.3 De functies van de p res ta t ie s voor sociale bescherming
De opspli tsing van de p res ta t ies in afzonderl ijke "functies" of
" r i s i c o ' s " , in verzekeringstermen, is gebaseerd op een vergelijkbaar methodolo
gisch kader dat als grondslag dient voor nationale s ta t i s t i eken en prognoses.
Men kan verschillende globale rubrieken onderscheiden:
gezondheid
ouderdom (met inbegrip van nabestaanden)
moederschap/gez in
werkgelegenheid (met inbegrip van bevordering van
werkgelegenheid en werkloosheid)
hui svest ing
diversen.
a. Structuur
De volgende grafiek toont de relat ieve betekenis van deze functies
binnen het to taa l van de sociale p res ta t ie s aan:
1 Zie B i j l a g e D voor een d e f i n i t i e van de f u n c t i e s .
Tabel 3 ,1 ; P res ta t ie s voor sociale bescherming naar voornaamste functies
procentuele structuur
Gezondheid
Ouderdom 'en
nabestaanden
Moederschap/
gezin
Werkgelegen
heid
Diversen
( inc l . huis
vesting )
9,2
AA
1987
33,3
38,7
t ï7ó
DK
32,7
GR IRL I NL GB
36,8
f
/ 1
A
40,3
43,1
/
10,2
6,6
6,4
3 7
33,4 19,8
42,4
10,2
4,2
2 A
32,1
32, i
12,4
fl6>6
W -
6 ,6
40,8
48,0
7,
1,8 3,1
\ M
L-0^ 3
43,7
/
43,7
8,1
42,1
32,0
/
50,3
/ |
42,3
1 0 ,1j
\ \
12,6!
11,3
11,2
Lo,4 l 3,2
1982
Gezondhei d
Ouderdom en
nabestaanden
35,6
/
/
40,9
Moederschap/
gezin 9,9
Werkgelegen- \
heid \ 9,6
Diversen (incl__Ad
huisvesting)
DK GR IRL
32,
'38,3
11,6
15,14
7 7
32,7
/
34,?
/ , '
/
10,5
39,6
/
42,6
-1,5
33,!
40,6
18,8
/
/
69,7
/
11,6
6,4
37,9
32,2
12,1
iAÜ
5,0
■2,1
I L
i ------ r -----
44,4 43,1 45,6
7 7 7 / ~
44,2 44,8 31,7
y y ' /
/ \ ^ , 77,9 9,3 j \ \
B s jr td J -H
Tr^Ttu
U
NL UK
29,8
42,0
/ /
8,7 : i 11,;
!\| I , ';
j 5,3
CPT2“'2760-0;
Zoals men ziet zi jn de beide functies "gezondheid" en "ouderdom" de
belangrijkste van de p res ta t ies voor sociale bescherming, aangezien zij naarge
lang van het land twee derde to t vier vi j fde van de to ta le uitgaven opeisen.
Vergelijking van de prognoses voor 1987 met die voor 1982 Leert dat wat
de EG als geheel be t ref t er st i jgingen zi jn van het aandeel voor "ouderdom" en
"werkgelegenheid" en een daling voor "moederschap/gezin". Landelijk bezien
vertonen sommige tanden bij vergel ijking van de beide jaren grotere verschillen
wat het aandeel van de functies b e t r e f t ; d i t is het geval wat be t re f t "gezond
heid" in Ierland, I t a l i ë en Nederland en wat be t ref t "ouderdom" in Denemarken,
I t a l i ë en Griekenland; voor "moederschap/gezin" is er voor België een daling van
het aandeel en voor Nederland een s t i j g in g ; voor wat be t re f t "werkgelegenheid"
is het aandeel in België, Ierland en Nederland gestegen en in Denemarken
gedaa ld.
b. Tendensen
De volgende tabel geeft een levendiger beeld van de voorspelde tenden
sen doordat wordt getracht de veranderingspercentages te zuiveren van de diverse
inf la t iepercentages , en gebruik te maken van constante prijzen aan de hand van
het indexcij fer van de consumentenprijzen. Opgemerkt zij dat functies met een
betrekkeli jk klein aandeel veel sterker onderhevig z i jn aan veranderingen in
beleid en wetgeving dan programma's waarbij veel meer geschoold personeel en
andere middelen worden ingeschakeld.
Het voordeel van deze opzet is dat hierdoor niet al leen vergelijkingen
tussen landen r^ge Lijk worden gemaakt maar dat t e g e l i j k e r t i j d per land een beeld
wordt gegeven van de verschil len in het tempo van de veranderingen tussen de
voornaamste funct ies .
Volgens de prognose zal het aandeel van de functie "gezondheid"
s t i jgen , voor de functie "ouderdom" zal het aandeel - volgens de prognose - nog
ie t s meer s t i jgen ; de grootste s t i jg ingen worden voorspeld voor "werkgelegen
heid", behalve voor Denemarken. Voor sommige landen worden dalingen verwacht
voor "moederschap/gezin"; een uitzondering hierop vormen Ierland, I t a l i ë , Neder
land en het Verenigd Koninkrijk.
Tabel 3 .2 : Voornaamste functies van de p res ta t ie s voor sociale bescherming :
gemiddelde j a a r l i j k s e wijziging in procenten (gecorrigeerd vanwege
in f l a t i e )
EG
Gezondheid 1,0
Ouderdom en
nabestaan
den
1,5
DK D F OR IRL I L NL GB
0,7 [ rJ 0 ^ i [PTT 2,4
1
1,5 3,2
-1,1 ^ , 3 [ 1,3
- 1,2 2,0
2,3 3,6 1,8
Moederschap/ -0,9
gezin
-5,0 -0,3 -3,1 -0,3 2,7 1,1 ■1,7 3,5 0 , 8
Werkgelegen- 2,4 3,0 -4,1 -1,2 2,5
.heid
7,8 2,5 10,7 3,5 1,9
3.4 Gezondheid
a. De gedekte r i s i c o ' s
Deze hoofdfunctie is onderverdeeld in drie categorieën p res ta t ies :
ziekte
in v a l id i t e i t
arbeidsongevallen en beroepsziekten.
(Uitgebreide d e f in i t i e s z i jn opgenomen in bi j lage D).
Tabel 3.1 in hoofdstuk 3.3 gaf een lichte daling in het aandeel van de
p res ta t ies voor gezondheidszorg te zien van 35,6 % (in 1982) to t 35,5 % (in
1987) van het to taa l . Het is wellicht betrekkeli jk moeilijk om de uitgaven
i.v.m. in v a l id i te i t strakker te beheersen, en veranderingen in de functie
"ziekte" in ruimere zin zullen waarschijnl ijk s lechts langzaam tot stand komen,
de mogelijkheid van epidemieën buiten beschouwing gelaten.
Tabel 3.4 P res ta t ies voor gezondheidszorg: functies in % (1987)
EG B DK D F GR I_RL I_ L NL £
% % % % % % % % % % %
Ziekte 69,6 65,0 65,3 67,0 75,3 63,3 78,3 48,1 56,9 55,6 66,1
In v a l id i t e i t 24,3 28,1 32,6 25,0 16,3 26,5 20,0 44,4 33,9 44,4 31,1
Arbeidsonge
vallen en
beroepsziekten 6,2 6,9 2,1 8,0 8,4 10,2 1,7 7,5 9,2 ______2 ,8
100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100
Uit de tabel b l i j k t dat het grootste gedeelte van de p res ta t ies voor
gezondheidszorg in I t a l i ë en Nederland besteed wordt aan in v a l id i t e i t . Relatief
meer wordt uitgegeven aan arbeidsongevallen en beroepsziekten in de Bondsrepu
bliek Duitsland, Frankrijk, Griekenland en Luxemburg dan in de andere landen.
b. Uitkeringen en verstrekkingen
Een belangrijk onderscheid in verband met de p res ta t ies voor gezond
heidszorg is het verschil tussen uitkeringen in geld en verstrekkingen in natura
voor gezondheidszorg. Circa 2/3 van de p res ta t ie s voor gezondheidszorg neemt de
vorm aan van verstrekkingen, en het overheersen van de verstrekkingen bij ziekte
vormt een tegenste l l ing met de s i t u a t i e bij i n v a l id i t e i t en arbeidsongevallen en
beroepsziekten, waar ruim 3/4 van dë uitgaven aan uitkeringen in geld worden
besteed.
T l
Tabel 3.5 Uitkeringen en verstrekkingen voor gezondheidszorg: procentuele
structuur in de EEG, 1987
Uitkeringen Verstrekkingen Totaal
Ziekte 18,8 81,2 100
Inv a l id i t e i t 74,5 25,5 100
Arbeidsongevallen en
beroepsziekten 74,0 26,0 100
Totaal gezondheidszorg 35,5 64,5 100
c . Bedragen per persoon
Een vergel ijking van de bedragen per persoon voor de verschillende
functies kan een aanwijzing opleveren voor de mate waarin de respectieve s t e l
sels van sociale zekerheid en gezondheidszorg in de behoeften voorzien. Om een
nauwkeuriger beeld te verkrijgen is het belangrijk aspecten te vergelijken zoals
de voorwaarden waaronder men in aanmerking kan komen voor uitkeringen, de duur
van de p r e s t a t i e s , enz. zoals deze voor "algemene" regelingen van sociale zeker
heid voorkomen in de publ icat ie van de Commissie "Vergelijkende tabellen van de
s t e l s e l s van soxiale zekerheid van toepassing in de Lid-Staten van de Europese
Gemeenschappen" . De vergelijkingen z i jn gemaakt op basis van de lopende prijzen
voor het betrokken jaar .
d. Ziekte
Bij de uitkeringen i.v.m. ziekte is het bedrag van de uitkeringen,
gecorrigeerd voor verschil len in koopkracht, vergeleken met de bevolking tussen
de 20 en 59 ja a r , als indicator voor de per persoon ontvangen bedragen. Een
soortgel ijke vergel ijking is gemaakt voor de verstrekkingen bij ziekte , die
vergeleken zi jn met de to ta le bevolking. Er bestaan grote verschillen tussen
deze indicatoren voor de diverse landen: zo l i j k t Frankrijk bijvoorbeeld een van
de laagste bedragen aan uitkeringen te besteden, maar zal naar verwacht in 19ör
het hoogste bedrag aan verstrekkingen uitgeven. De Bondsrepubliek Duitsland en
Nederland betalen gemiddeld veel hogere uitkeringen bij ziekte dan andere
landen.
1 Gepubliceerd om de twee jaar. De laatste uitgave heeft betrekking op de toe
stand op 1 juli 1984.
L H
Tabel 3.6 Pres ta t ies i.v.m. ziekte per persoon (EEG = 100 %)
Uitkeringen EG B DK D _F GR IRL 1 L_ NL GB
1987 2 100 103 100 155 63 - 104 60 - 166 91
Verstrekkingen
1987 100 87 102 118 143 - 56 82 - 90 65
e. In v a l id i te i t
Het bedrag van de p res ta t ies is gecorrigeerd voor verschil len in koop
kracht en vergeleken met de bevolking tussen de 20 en 59 jaar , behalve voor
I t a l i ë , waar het recht op de p res ta t ies ook na de pensioenleeft i jd b l i j f t
bestaan. Evenals bij de uitkeringen in verband met ziekte doen er zich grote
verschil len voor van land tot land, waarbij Nederland en Luxemburg, en in
mindere mate I t a l i ë , hoge uitkeringen toekennen.
Tabel 3.7 In v a l id i t e i t - p res ta t ies per persoon (EG - 100 %)
Uitkeringen EG £ I) F_ GR _IRL NJ_ GB
1987 100 82 108 79 59 - 25 194 - 193 57
Verst rekkingen
1987 100 121 107 94 91 93 71 100 138
3.5 Ouderdom en nabestaanden
a. De gedekte r i s i c o ' s
De twee afzonderl ijke functies "ouderdom" en "nabestaanden" z i jn samen
gevoegd omdat in sommige landen to t de nabestaanden niet al leen "jonge" weduwen
worden gerekend, maar ook de nabestaanden van oorlogsslachtoffers , van wie vele
de normale pensioenleeft i jd hebben overschreden. Het verschil b l i jk t uit de
volgende tabel: in België, de Bondsrepubliek Duitsland en Luxemburg zi jn de
bedragen voor nabestaanden bijzonder hoog, te rwi j l ze in Denemarken en het
Verenigd Koninkrijk laag z i jn .
1 In verband met het grote aantal in het buitenland wonende maar wel onder de
regeling vallende grensarbeiders is de indicator voor Luxemburg weggelaten.
2 De correc t ie in verband met de koopkracht is gebaseerd op de laa ts t beschik
bare s ta t i s t i ek en (1984).
2S
c ■ Bedragen per persoon
De volgende vergelijkingen z i jn gebaseerd op het aantal kinderen tot en
met de l e e f t i jd van 19 jaar .
Tabel 3.13 Gezin: p res ta t ie s per kind (EG = 100 %)
EG B DK D F GR IRL I L NL GB
Uitkeringen en verstrekkingen
1987 100 111 135 93 125 16 55 82 - 129 106
Het zeer lage c i j f e r voor Griekenland moet worden vergeleken met de
c i j f e r s voor Denemarken, Frankrijk en Nederland. Indien bij een dergelijke
vergelijking ook rekening zou worden gehouden met de f i sca le tegemoetkomingen,
zouden de c i j f e r s voor sommige landen oplopen - voor Frankrijk met ca. 1/4 - en
daarmee heel wat meer bedragen dan het EG-gemiddelde.
3.7 Werkgelegenheid
a . De gedekte r i s i c o ' s
In deze functie nemen de uitgaven voor uitkeringen in geld aan werklo
zen (met inbegrip van sociale-bijs tandsui tker ingen) verreweg de voornaamste
plaats in. Uitzonderingen z i jn de Bondsrepubliek Duitsland en Ierland, die circa
een vijfde van de werkgelegenheidsprestaties besteden aan stimulering van de
werkgelegenheid en beroepskeuzebegeleiding, en in mindere mate België en het
Verenigd Koninkrijk, die i e t s minder dan een vij fde van het to taa l op deze wijze
besteden. Enkele landen hebben geen gegevens inzake de bevordering van de
werkgelegenheid vers t rek t .
Tabel 3.14 Werkgelegenheidsprestaties: componenten (1987)
EG
Bevordering
van de werk
gelegenheid 10,0
Werkloosheid 90,0
TOTAAL 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100
b. Uitkeringen en verstrekkingen
De uitkeringen vormen praktische a l le p res ta t ies in deze rubriek.
1 Zie voetnoot 1 bij tabel 3.6.
2 Op basis van de Deense nationale c l a s s i f i c a t ie s kan ca. 20 % van de totale
werkgelegenheidsprestaties worden beschouwd als te zi jn gedaan ter stimulering
van de werkgelegenheid.
DK GR IRL NL GB
16,3 5,0 20,9 4,2 - 20,8 3,1 4,0 - 17,4
83,7 95,0 79,1 95,8 100 79,2 96,9 96,0 100 82,6
c. Bedragen per persoon
Gezien de tussen de Landen bestaande verschil len voor wat bet ref t het
definiëren van de geregistreerde werkloosheid bestaat het gevaar dat een analyse
van de bedragen per persoon geheel misleidende vergelijkingen oplevert. Er werd
dan ook geen poging in deze richt ing ondernomen, temeer daar de s ta t i s t i sch e
bewerkingen nog niet voltooid zi jn waarbij het aantal steunontvangers vergeleken
wordt met het aantal geregistreerde werklozen.
3.8 Fiscale voordelen
Met het oog op vergelijkbaarheid van de gegevens voor de verschillende
landen van de Gemeenschap is het van belang rekening te houden met de verschil -
ende manieren waarop de sociale p res ta t ies ten goede komen aan de rechthebben
den. Hierboven is reeds verwezen naar de uitkeringen en verstrekkingen voor
sociale bescherming (met inbegrip van andere p res ta t ies in de vorm van goederen
en diensten, die van wezenlijk belang z i jn wil men tot een geldige vergelijking
komen, met name tussen landen met een nationale gezondheidsdienst en die waar de
patiënten eerst betalen en vervolgens terugbetaling kunnen aanvragen). Van de
uitkeringen in geld worden al leen de rechtstreekse uitkeringen meegerekend, maar
et besteedbare inkomen van een betal ingbetaler kan worden verhoogd via een
f iscaa l" voordeel, dat tot een belastingverlaging le id t . Aangezien di t een
vermindering van de inkomsten van de overheid in plaats van een extra uitgave
betekent, wordt het niet opgenomen in de gegevens betreffende uitgaven en
ontvangsten. Het was daarom nodig om een extra rubriek te creëren ten einde
rekening te houden met dergel ijke uit het sociaal beleid voortvloeiende
mogelijkheden van verhoging van het besteedbare inkomen van bepaalde personen of
gezinshuishoudingen.
Het is echter moeilijker een duidel i jk beeld te krijgen van de hiermee
gemoeide bedragen, en er is nog veel onenigheid over de vraag welke hypothesen
zouden moeten worden gebruikt bij het schatten van individuele f iscale voor
delen, en of men deze bedragen moet meetellen in het to t aa l . Sommige landen
verstrekken reeds sedert vele jaren schattingen (met inbegrip van totaalbedra
gen), te rwi j l andere op het ogenblik niet bereid z i jn welke aanwijzing dan ook
te verstrekken. Verder onderzoek zou ongetwijfeld nut t ig z i jn , en dit vindt dan
ook plaats bij het Bureau voor de S ta t i s t i ek der Europese Gemeenschappen.
In d i t rapport kan slechts op zeer onvolledige wijze worden aangegeven
welke bedragen hiermee waarschijnl ijk gemoeid z i jn . Er werden geen gegevens
verstrekt door België, Denemarken, Griekenland, Luxemburg en Nederland;
Frankrijk alleen voor de rubriek "gezin", en het Verenigd Koninkrijk, de Bonds
republiek Duitsland, I t a l i ë en Ierland verstrekten zowel individuele bedragen
als een to taa l . Het Verenigd Koninkrijk evenals I t a l i ë achtten zich niet in
staat prognoses voor 1986 voor de voor 1981 geschatte bedragen te geven.
. , De beschikbare gegevens worden hieronder vermeld, maar dienen te worden
beschouwd als een zeer ruwe schatting van de betrokken bedragen. Niettemin l i j k t
het wenselijk om bij elke vergel ijking tussen landen ten aanzien van de functie
gezin te trachten rekening te houden met de f i sca le voordelen, en di t qeldt
wellicht eveneens voor de functie "huisvesting".
Tabel 3.15 Fiscale voordelen in % van de p res ta t ies voor sociale bescherming
voor elke functie
Land 1987 1982
Bondsrepubliek Duitsland
Gezondhei d
Ziekte
Inva l id i t e i t
Ouderdom
Gezin
Bevordering van de werkgelegenheid
Huisvesting
Totaal p res ta t ies voor sociale bescherming
Frankri jk
Gezin 26,3 23,5
Ierland
Ziekte 3,7 0,8
Ouderdom 5,5 4,2
Gezin 18,7 23,9
Werkloosheid 4,5 0,9
Huisvesting 37,7 25,5
Totaal p res ta t ie s voor sociale bescherming 8,0 5,4
Ita li ë
Gezondhei d
Ziekte
In v a l id i t e i t
Arbeidsongevallen
Moederschap en gezin
Totaal p res ta t ie s voor sociale bescherming
Verenigd Koninkrijk
Gezondheid - 2,3
Ziekte - 1,7
In v a l id i t e i t - 2,9
Arbeidsongevallen en beroepsziekten - 10,0
Ouderdom - 7,1
Nabestaanden - 2,4
Moederschap - 4,2
Gezin - 15,1
Bevordering werkgelegeneheid - 3,5
Werkloosheid - 6,5
Huisvesting - - 82,2
Totaal p res ta t ie s voor sociale bescherming - 6,9
0 ,8
0,1
3.0
1,6
8,5
13,8
20,5
3.0
0,1
3,0
1,6
9,5
21,9
24,6
3,2
2,0
0,4
1.7
22,1
35,0
3.7
1 De in aanmerking komende in te res t op leningen voor de aankoop van eigen wonin
gen.beliep ongeveer 2,15 miljard £ in het begrotingsjaar 1982/83, in ve rge l i j
king met 2,74 miljard £ aan uitkeringen i.v.m. huisvesting.
3.9 Kapitaal transact ies
BerekeningsmoeiLijkheden Lijken ook de meeste Landen ervan te hebben
weerhouden gegevens te verstrekken betreffende kapitaaLtransacties - vermits hun
was verzocht dit niet te doen indien de bedragen minder dan 1 % van de totaLe
uitgaven vertegenwoordigden. AanvankeLijk werd verwacht dat Landen met een
nationaLe gezondheidsdienst aanzienLijke bedragen onder deze rubriek zouden
noemen, bijvoorbeeLd in verband met de bouw van ziekenhuizen of andere infra-
structureLe sociale voorzieningen. In de meeste Landen die een steLseL van
terugbetaLing van kosten of van door de patiënt betaaLde "prijzen" toepassen
omvatten deze prijzen aL Le kosten die bij het verstrekken van de zorg worden
gemaakt, zoweL de Lopende aLs de kapitaaLkosten. Het is mogeLijk dat de huidige
noodzaak om de uitgaven voor gezondheidszorg te beperken het bedrag van de
kapitaaLuitgaven sterk heeft gedrukt, maar het is evenzeer mogeLijk dat deze
rubriek, die aLweer betrekkeLijk recent is ingevoerd, in de meeste Landen nog
nie t voLLedig is gedefinieerd.
EvenaLs de fiscaLe voordeLen worden de beschikbare gegevens hieronder
weergegeven:
TabeL 3.16 KapitaaLtransacties in % van de Lopende t ransac t ies
Land 1987 1982
Bondsrepubliek Duitsland - 1,8
IerLand 1,3 1,5
I t a l i ë 1,4 1,2
In het vorige jaarverslag (dat prognoses bevat voor 1986 en s t a t i s t i e
ken voor 1981) werden door het Verenigd Koninkrijk, prognosecijfers vers t rek t .
De hierboven vermelde c i j f e r s voor IerLand en ItaLië omvatten de
bedragen die werden uitgegeven voor het programma inzake de bouw van
ziekenhuizen en andere ontwikkeLingswerken. De c i j f e r s voor de BondsrepubLiek
DuitsLand Laten zich aLs voLgt opspLitsen:
nno DM
Aan de functie "gezondheid" verbonden uitgaven 6 180
SociaLe zekerheid 2 550
waarvan:
Ziekte, moederschap 330
Ouderdom, invaLid i te i t , nabestaanden 360
WerkLoosheid 370
Gezin
Andere 1 490
Totaal 8 730
B I J L A G E A
GEDETAILLEERDE TABELLEN
Tabel A - 1: Ontvangsten - 1982 (in miljarden van de nationale valuta)
AARD
1. sociale premies
1.1. werkgevers
1.1.1. feitelijk
1.1.2. fictief
1.2. berschermde personen
1.2.1. werknemers
1.2.2. zelfstandigen
1.2.3. gepensioneerden
en anderen
EEG
(ECU)
DK GR IRL
459.11
297.14
214.76 1)
80.46 1)
2. algemene overheidsbijdr.
3. andere ontvangsten
k . totale ontvangsten
SECTOREN VAN HERKOMST
1. bedrijfsleven
161.97
123.78 2)
17.64 2)
18.12 2)
I L
(1000 Mrd)
NL
704.9 18.04 339.6 7g7.7 247.2 1.10 88.5 326.53 95.7
483.6
375.6
108.0
5.33 123.8
8.87 69.8
448.8
100.3
221.3
168.5
46.2
6.6
3.84 146.0 238.6 124.3
3.84 107.5 188.0
0.37
5.2
33.3
)
) 50.6)
208.97
36.82
704.83
232.22 1)
428.2 127.55 116.7 201.7 205.6 2.00 34.8
52.8 8.33 17.2 33.3 30.2 0.04 3.1 4.39 18.9
1185.9 153.92 473.6 1022.7 483.0 3.15 126.4 46.39 143.5
397.7 4.83 165.2 419.0 0.45 37.8 12.92 46.1
UK
37.13
0..73 69..6 15,.67 47,.5 24.46
0..48 47..5 11..76 41..0 17.54
0..25 22..1 3..91 6..4 6.91
18..9 10..85 48..2 12,.67
13..3 9..38 35..3 11..95
5..6 1..34 3..7 0..48
- 0..14 9..2 0..25
15.47 29.0 33.34
6.72
77.19
22.92
2. overheid algemeen 279.13 1) 539.2 143.35 153 5 328.4 2 28 49 7 22.08 47 9 41 55
2.1. centrale overheid 230 06 1) 489.0 82 .68 120 9 285.8 2 16 43 2 19.91 39 3 34 98
2.2. plaatselijke overheid 45 55 1) 47.3 51 73 31 5 35.5 0 12 5 9 1.86 8 2 6 46
2.3. sociate-zekerheids-
organen
3 47 1) 2.9 8 94 1 2 7.1 0 0 6 0.31 0 4 0 11
3. gezinshuishoudingen 180 60 1) 244.7 3 84 152 4 252.9 0 37 38 4 11.21 48 8 12 73
4. andere sectoren 5 55 1) 4.3 1 90 2 4 22.4 0 05 0 5 0.17 0 8 -
5. totale ontvangsten 704 83 1185.9 153 92 473 5 1022.7 483.0 3 15 126 4 46.39 143 5 77 19
1) Behalve Griekenland 2) Behalve Ierland en Griekenland
Tabel A - 2: Ontvangsten - 1987 (in miljarden van de nationale valuta)
i
EEG B DK ■ D F G R I R L I L NL u
(ECU) (1000 Mrd)
AARD
1. sociale premies 656.06 943 7 32.01 413.4 1204.5 630 0 1.75 188.1 37.63 110.1 51.24
1.1. werkgevers 426.45 639
■
5 23.13 238.4 819.6 300 1.12 147.4 21.28 51.6 33.10
1.1.1. feitelijk 313.85 1)| 497 8 12.43 . 155.6 . 675 4 0.75 105.5 15.82 44.8 24.23
1.1.2. fictief 109.72 1) 141 7 10.70 ■ 87.8 ' 144 2 0.37 42.0 5.46 6.7 8.87
1.2. beschermde personen 229.65 304 2 8.87 175.0 384 9 330 0 0.62 40.7 16.41 58.6 18.15
1.2.1. werknemers 174.25 3) 239 1 8.87 ' 130.9 305 6 25.9 14.20 42.0 17.06
1.2.2. zelfstandigen
1.2.3. gepensioneerden
en anderen
29.00 3): 56
22.41 3) 8
4
7 -
6.2 -
38.0
)
) 79
)
3
14.8 2 . 0 1
0 . 2 0
5.1
11.5
0.76
0.33
2. algemene overheids
bijdragen
276.51 609 9 155.97 124.1 297 6 660.0 3.19 62.2 22.79 33.4 44.77
3. andere ontvangsten 50.22 44 9 .. 19.90 18.7 46 2 40.0 0.04 4.1 4.23 30.7 9.18
4. totale ontvangsten 982.83 1598 5 .207.88 556.3 1548 3 1330.0 4.98 254.5 64.70 174.3 105.19
SECTOREN VAN HERKOMST
1. bedrijfsleven 328.74 1) 519 2 8.61 203.5 626 8 0.70 81 .7 17.65 56.8 30.88
2. overheid algemeen 373.52 1) 751.5 185.20 167.5 485 6 3.60 91.0 30.04 57.6 56.06
2.1. centrale overheid 251.44 2) 683.0 '· 97.71 125.0 418.2 3.42 27.86 46.1 47.46
2.2. plaatselijke overheid 55.98 2) 66.2 66.70 41.1 56.9 0.18 1.98 11.0 8.45
2.3. socia’le-zekerheids-
organen
5.23 2) 2.3 20.78 1.4 10.5 0 0.20 0.5 0.14
3. gezinshuishoudingen 260.91 1) 324.5 8.87 182.5 407.4 0.62 81.0 16.93 58.8 18.26
4. andere sectoren 7.11 1) 3.3 5.20 2.7 28.5 0.05 0.7 0.08 1.1 ■ -
5. totale ontvangsten 982.83 1598.5 207.88 556.3 1548.3 1330.0 4.98 254.5 64.70 174.3 105.19
_j
1) Behalve Griekenland 2) Behalve Italië en Griekenland 3) Behalve Ierland en Griekenland
- - el A " 3 : UITGAVEN V00R SOCIALE BESCHERMING (i) - 1982 (In miljarden van de nationale valuta)
(i) Behalve fiscale voordelen
EEG
(ECU)
B DK D F G R IRL I
(1000 Mrd)
L NL UK
I. LjPENDE TRANSAC1IES 669.1 1174 .0 141 .73 467.6 101 5.6 479.4 3.099 121.4 44.4 66.86
A. Prestaties voc sociale be
scherming
639.5 1113.6 138.08 451.2 963.7 454.3 2.965 113.9 40.9 117.9 64.24
1. Gezondheid : 235.3 364 .5 45.20 178.7 321 .3 85.5 1.125 50.5 17.6 53.9 19.12
1.1. Ziekte 154.6 232.6 33.21 119.8 237.6 47.6 0 .915 26.5 9.7 31 .5 13.07
1.2. Invaliditeit 66.0 100.7 11 .09 44.6 54.2 27.7 0.195 21.6 6.2 22. 4 5.42
1.3. Arbeidsongevallen en 15.0 31.3 0.90 14.3 29 5 10.2 0.015 2 4
.63beroepsziekten 0
2. Ouderdom 210.8 292 9 46.92 129.6 325 1 291.5 0.751 38.8 11.4 32 1 25.75
3. Nabestaanden 53.5 135 7 0 61 62.5 66 2 24.8 0.205 11.6 7.0 , 5 3 1 21
4. Moederschap/gezin 61.4 120 4 14 51 34.4 111 6 13.8 0 359 9.0 3.7 10 2 7 60
4.1. Moederschap 7.6 3 3 1 64 4.2 18 6 2.0 0 076 0.9 0.6 0 4 0 92
4.2. Gezin 53.9 117 1 12 86 30.2 93 0 11.8 0 283 8.1 3.1 9 8 6 68
5. Werkgelegenheid 56.1 171 6 23 38 32.6 93 3 9.7 0 379 3.8 1.0 12 8 7 15
i§S©itSs&l'«h'fc- 5.4 20.4 1 05 5.5 3.7 - 0 034 0.1 0.1 1 09
5.2. Werkloosheid 50.6 151.2 22.33 27.2 89.6 9.7 0.345 3.7 1.0 12.8 6.06
6. Huisvesting 11.6 - . 1.99 3.9 25.8 2.6 0.102 0.1 0.0 1 4 2.74
7. Diversen 8 4810.6 3. 5. 9.5 20.4 26.4 0.044 0.2 0.0 2.2 0.67
S. Administratiekosten 23 4 66 12.73. 42.4 17.1 0.129 4.2 1.3 4. 0 2.59
C. Andere lopende uitgaven 6 0 3.7 9.5 8.0 0.005 3.3 2.2 0. 3 0.03
II. KAPITAALTRANSACTIES n.a n a 8.7 n.a n.a 0.050 1.4 n.a n.a
III. UITGAVEN VOOR SOCIALE BESCHER
MING !
476.4 3.149 122.8 126. 9
Tabel A - 4 : UITGAVEN VOOR SOCIALE BESCHERMING Ci) - 1987 (in miljarden van de nationale valuta)
EEG
(ECU)
B DK D F GR IRL I
(1000 Mrd)
L NL UK . *
I. LOPENDE TRANSACTIES 922.3 1550.9 179.8 541.1 1611.4 1300,0 4.911 223.3 59.8 91.27
A. Prestaties voor sociale beschei—
ming
1. Gezondheid
881.4
317.6
1471.4
490.1
175.0
57.3
522.4
210.6
1533.9
512.9
1239.0
245.0
4.716
1.512
208.7
85.2
57.5
25.1
136.2
57.4
87.89
26.59
1.1. Ziekte 318.2 37.4 141.3 386.1 155.0 1.184 41.0 14.3 31.9 17.59
1.2. Invaliditeit 88.6 137.9 18.7 52.5 83.7 65.0 0.302 37.8 8.5 25.5 8.26
1.3. Arbeidsongevallen en be
roepsziekten
2. Ouderdom
20.4
298.8
34.0
395.8
1.2
64.1
16.8
151.0
43.1
540.4
25.0
840.0
0.026
1.177
6.4
77.6
2.3
15.7 38.7
0.74
35.63
3. Nabestaanden 74.1 174.3 0.2 74.1 110.0 58.0 0.347 22.6 9.5 4.9 1.51
, 4. Moederschap/gezin 77.8 129.6 18.0 33.7 156.2 36.0 0.583 15.8 4.7 13.7 9.97
4.1. Moederschap 8.9 6.4 2.9 5.1 24.4 6.0 0.109 1.5 0.9 0.5 1.20
4.2. Gezin 67.9 123.2 15.1 28.5 131.8 30.0 0.474 14.3 3.8 13.2 8.76
5. Werkgelegenheid 80.5 258.7 23.9 35.2 149.9 22.0 0.784 7.2 2.3 17.1 9.88
5 i Arbeidsbemiddeling, be-
GiTO¥i?&i9eteii” n!3' 10.4 42.2 1.2 7.4 6.3 - 0.163 0.2 0.1 - 1.72
5.2. Werkloosheid 70.1 216.5 22.7 27.9 143.6 22.0 0.621 6.9 2.2 17.1 8.16
6. Huisvesting 14.9 - 4.9 4.8 35.3 10.0 0.241 0.1 0.0 2.1 3.23
7. Diversen 10.4 22.9 6.7 13.1 29.2 28.0 0.072 0.4 0.2 2.2 1.07
B. Administratiekosten 32.4 73.0 4.8 14.4 62.6 38.0 0.189 8.9 1.9 5.3 3.32
C. Andere lopende uitgaven 8. 6 6.5 - 4.3 14.9 23.0 0.006 5.7 0.4 0.4 0.06
II. KAPITAALTRANSACTIES n.a n.a n.a n.a‘ n.a 0.068 3.3 n.a - n.a
III. UITGAVEN VOOR SOCIALE BESCHER
MING
4.979 226.6 147.7
li) Behalve fiscale voordelen
«
B I J L A G E B
ECONOMISCHE VERONDERSTELLINGEN
Tabel B - 1 : Economische veronderstellingen 1982 - 1987
EEG B DK 0 F GR IRL I L NL UK
BBP
(in miljarden van de
nationale valuta)
. 1982 2435.0 3849.5 467 1597.9 3569.3 2517.9 12.989 471390 154 368.86 283.6
. 1987 3413.2 5509.7 680 1896.3 5513.9 6223.3 20.798 889041 220 436.5 398.5
Wi sselkoersen
(ECU)
. 1982 44.711 8.1569 2.3760 6.4312 65.342 0.6896 1323.8 44.711 2.6139 0.5605
. 1985
(Aug.28)
45.090 8.1013 2.2261 6.7974 105.985 0.7150 1495.95 45.090 2.5069 0.5733
Koopkrachtpari te i ten
. 1982 40.011 8.833 2.506 6.404 51.077 0.615 1018.130 39.534 2.746 0.567
. 1987
(1984)
40.064 8.830 2.367 6.791 64.595 '0.650 1179.674 40.519 2.547 0.559
P r i j sd e f l a to r BBP
(Jaargemiddelde 1982 - 1987) 5.5 4.7 2.8 8.0 15.8 8.0 11.6 6.3 2.5 5.1
Werkloosheidsci j fer
..1982 13.0 9.5 6.8 8.7 (1.4) 12.2 9.7 1.3 11.7 10.6
. 1987 16.3 8.5 8.0 12.2 9.7 19.3 13.7 1.7 16.8 11.5
BIJLAGE C
"Sociale p res ta t ies" en "Presta t ies voor sociale bescherming"
Is er een verschil?
De term "Sociale uitkeringen" in de Gemeenschapsstatistieken van de
nationale rekeningen is een rubriek in de "Inkomensrekening" van het Europees
Stelsel van geïntegreerde economische rekeningen (ESER), dat a l le t ransac t ies
reg i s t ree r t in verband met het produktieproces en het scheppen van inkomen, de
verdeling en herverdeling van inkomen en de bestemming daarvan voor finaal
verbruik en besparingen,^ evenals kapitaalvorming en het uitlenen of lenen van
gelden in de Gemeenschap .
In de nationale rekeningen worden goederen en diensten op zeer uiteen
lopende wijze geregist reerd naar gelang van het soort economische eenheid dat de
goederen en diensten verbruikt . Wanneer in een gegeven land een p a r t icu l ie r een
ar t s raadpleegt, geneesmiddelen koopt op grond van een recept en daarna Jjpij de
desbetreffende ins te l l ing van sociale zekerheid terugbetaling aanvraagt voor
zi jn uitgaven worden de door de ar ts verstrekte diensten en de goederen in de
vorm van geneesmiddelen beschouwd als "verhandelbare" goederen en diensten en
als zodanig te zi jn verbruikt door de ^ pa t iën t ; bijgevolg worden z i j geboekt
onder de rubriek "sociale uitkeringen" en "f inaal verbruik door gezinshuishou
dingen". In een land met een nationale gezondheidsdienst daarentegen, waar d ^
pat iënt kosteloos wordt voorzien van medische verzorging en geneesmiddelen4
wordt de volgende redenering toegepast: aangezien de a r t s wordt bezoldigd en de
geneesmiddelen worden aangeschaft door een overheidsorgaan is di t overheidsor
gaan de consument van de goederen en diensten, zodat de kosten daarvan worden
geboekt onder de rubriek "verbruik door de overheid"; t e g e l i j k e r t i j d treden deze
overheidsorganen op als producenten van "gezondheidsdiensten", die u i te inde l i jk
aan de patiënt ten goede komen maar die, aangezien zi j geen "verhandelbare"
diensten z i jn , nie t kunnen worden beschouwd als "sociale uitkeringen".
Uiteraard zijn deze boekhoudkundige omschrijvingen voor de patiënt
zonder betekenis: hij wordt op dezelfde wijze behandeld - door een ar t s en met
geneesmiddelen - ongeacht de manier waarop de ar t s wordt bezoldigd en de genees
middelen worden aangeschaft.
Het f e i t dat goederen a l t i j d verhandelbaar z i jn betekent dat:
a) sociale p r e s t a t i e s , afgezien van de uitkeringen in geld, u i t s lu i tend goederen
en verhandelbare diensten omvatten;
1 Zie EUROSTAT "Nationale rekeningen ESER", dat d e f in i t i e s bevat.
2 Het maakt geen verschil of de terugbetaling volledig of gedee l te l i jk is
(d.w.z. of de verzekerde al dan nie t een gedeelte van de kosten van de behan
deling draagt).
3 Om te kunnen worden ingedeeld onder "sociale uitkeringen" moeten verstrek
kingen in natura (goederen en diensten) a l t i j d "verhandelbaar" z i jn .
4 In f e i t e z i jn er in a l le landen - zel fs in die zonder een nationale gezond
heidsdienst - goederen en diensten die tot beide categorieën behoren. Het
tussen deze beide categorieën gemaakte onderscheid berust u i t s lu i tend op de
door de s te l se l s van economische boekhouding naar gelang van hun behoeften
gebruikte c l a s s i f i c a t i e , d e f i n i t i e s , betrekkingen tussen sectoren, enz..
b) de overige p res ta t ies in de vorm van goederen en diensten welke door het
s te l se l van sociale voorzieningen worden vers t rek t , verhandelbare diensten en
a l l e niet-verhandelbare diensten omvatten.
Met de term "uitkeringen voor sociale bescherming" daarentegen wordt
aangeduid wat de betrokkene of rechthebbende ontvangt - bv. medische verzorging
of geneesmiddelen - ongeacht de conventionele economische beschrijving van de
wijze waarop deze goederen of diensten worden vers t rek t . Dit bes t r i jk t een
breder gebied dan het nauwere begrip "sociale ui tkeringen", omdat hiertoe ook de
"andere p res ta t ies in de vorm van goederen en diensten" behoren. De uitkomsten
zullen hierbi j dus hoger z i jn dan die in een ogenschi jnli jk soortgel ijke rubriek
in de economische rekeningen.
Hoewel deze d e f in i t i e aanleiding l i jk t te kunnen geven tot het verwijt
van "overdrijving" van de aan de sociale dienstverlening bestede bedragen, heeft
zij toch het voordeel vergelijkbaarder c i j f e r s op te leveren, met name tussen
landen met en landen zonder nationale gezondheidsdienst.
BIJLAGE D
Uitt reksel uit "Europees systeem van geïntegreerde s ta t i s t i eken
van de sociale bescherming : Methodologie - Deel 1 " EUROSTAT
B - DE FUNCTIES VAN DE SOCIALE BESCHERMING; HUN INHOUD
Functie Ziekte
511. Ziekte moet in strikte zin worden opgevat, namelijk als een min of meer ernstige verandering in de
gezondheid die in het algemeen de lichamelijke of geestelijke integriteit van de mens aantast.
512. In deze functie moeten worden ingedeeld:
a) de vergoedingen die zijn bestemd om de inkomstenderving als gevolg van het onderbreken van
een beroepsactiviteit geheel of gedeeltelijk te compenseren;
b) de uitgaven die zijn bestemd om de preventieve of curatieve geneeskundige verzorging!1) die
aan alle beschermde personen wordt verleend, geheel of gedeeltelijk te dekken; op preventief
gebied vallen hieronder met name preventief medisch onderzoek, inentingsacties, onderwijs in
de gezondheidszorg, profylactische maatregelen, enzovoort;
c) de uitgaven van de openbare gezondheidsdiensten, voor zover ze betrekking hebben op vergoe
dingen of geneeskundige verzorging;
d) overige vormen van sociale hulpverlening in verband met ziekte.
513. Buiten beschouwing blijven:
a) aan invaliden of gebrekkigen (gehandicapten, enz.) verleende geneeskundige verzorging die spe
cifiek betrekking heeft op de behandeling van hun invaliditeit of gebrek, dat wil zeggen die
rechtstreeks in verband staan met de bijzondere situatie van de betrokkene)2);
b) de geneeskundige verzorging die wordt verleend aan een slachtoffer van een arbeidsongeval of
een beroepsziekte, voor zover deze verzorging rechtstreeks in verband staat met het ongeval of
de ziekte (3);
c) de medische verzorging op prenataal, verloskundig of postnataal gebied(4);
d) de geneeskundige verzorging van dienstplichtige militairen tijdens hun diensttijd)5);
e) alle eventuele toeslagen op vergoedingen in verband met gezinslasten(6).
(1) De geneeskundige verzorging omvat de volgende goederen en diensten:
a) geneeskundige hulp van huisarts, specialist of ander medisch personeel in zijn praktijk, poliklinisch of aan huis;
b) verblijf in een ziekenhuis: medische behandelingen en verblijfkosten;
c) tandheelkundige verzorging;
d) geneesmiddelen en prothesen: geneesmiddelen en farmaceutische produkten, optische en akoestische hulpmiddelen (brillen, glazen), orthopedi
sche hulpmiddelen en prothesen, tandheelkundige hulpmiddelen en prothesen;
e) overige medische hulpverlening: laboratoriumanalyses, radiologisch en elektrofysisch onderzoek, balneo- en thalassothérapie, functionele revali
datie, ziekenvervoer, gezondheidsvoorlichting en preventieve acties, inentingen en immunisaties, enz.
(2) Deze prestaties vallen onder de funcitie ,,lnvaliditeit-gebrekkigheid'\
(3) Deze prestaties vallen onder de functie „Arbeidsongeval-beroepsziekte".
I4) Deze prestaties vallen onder de functie „Moederschap".
(5) De kosten van deze verzorging worden niet beschouwd als uitgaven voor sociale bescherming.
(6) Deze toeslagen vallen onder de functie „Gezin".
514-518
Functie Invaliditeit-gebrekkigheid
514. Invaliditeit-gebrekkigheid (lichamelijk o f geestelijk) is de ongeschiktheid om een beroepsbezigheid in
een bepaalde mate uit te oefenen of om een normaal sociaal leven te leiden, wanneer die onge
schiktheid waarschijnlijk blijvend zal zijn of zal blijven voortbestaan na de periode die eventueel in
de wetgeving betreffende de dekking van een ziekterisico is vastgesteld. Invaliditeit-gebrekkigheid
kan aangeboren zijn of het gevolg zijn van een ziekte (beroepsziekte uitgezonderd), een ongeval
(arbeidsongeval uitgezonderd) of een politieke gebeurtenis.
Opmerking
De genoemde uitzonderingen (arbeidsongeval, beroepsziekte) zijn alleen van toepassing wanneer de
prestatie wordt toegekend onder (wettelijke of andere) voorwaarden waarin deze risico's expliciet
worden vermeld.
515. In deze functie moeten worden ingedeeld:
a) de pensioenen, toelagen en overige voordelen in geld, die aan invaliden en gebrekkigen op
grond van hun toestand worden toegekend;
b) het loon dat aan gebrekkigen wordt uitbetaald wanneer zij in beschermde werkplaatsen aange
paste beroepsactiviteiten uitoefenen;
c) de specifieke geneeskundige verzorging van invaliden of gebrekkigen in verband met de bijzon
dere situatie waarin zij zich bevinden;
d) de functionele, beroeps- en maatschappelijke revalidatie van invaliden en gebrekkigen;
e) overige vormen van sociale hulpverlening aan invaliden en gebrekkigen.
516. Buiten beschouwing blijven:
a) de geneeskundige verzorging 0) van de gezinsleden van de invaliden en gebrekkigen (2);
b) de renten, toelagen, uitkeringen voor begrafeniskosten en bij overlijden die aan de nabestaanden
van invaliden en gebrekkigen worden betaald (3);
c) alle toeslagen op pensioenen, toelagen, enzovoort, die zijn toegekend op grond van geztnslas-
tenp).
Functie Arbeidsongeval, beroepsziekte
517. Een arbeidsongeval is een ongeval dat door of tijdens het werk is voorgevallen of op weg van en
naar een werk.
Een beroepsziekte is een ziekte die door de nationale wetgeving als zodanig is aangemerkt.
518. In deze functie moeten worden ingedeeld:
a) de door de slachtoffers ontvangen renten, toelagen, vergoedingen en andere voordelen in geld;
I1) Zie functie ,,Ziekte" - voetnoot!1}.
(2) Deze prestaties vallen onder de functie „Ziekte".
(3) Deze prestaties vallen onder de funcitie „Nagelaten betrekkingen".
(4) Deze toeslagen vallen onder de functie „Gezin".
519-522
b) de specifieke geneeskundige verzorging!') van de slachtoffers in verband met de bijzondere toe
stand waarin zij zich bevinden, met name het verschaffen, repareren en vervangen van de pro
thesen en de orthopedische apparaten die ten gevolge van het ongeval nodig zijn;
c) de functionele, beroeps- en maatschappelijke revalidatie van de slachtoffers;
d) de ongevallenpreventie (beperkt tot de uitgaven van de instellingen voor sociale verzekering,
voorzorg of zekerheid );
e) de overige vormen van sociale hulpverlening aan de slachtoffers.
519. Buiten beschouwing blijven:
a) de geneeskundige verzorging (’) van de gezinsleden van de slachtoffers (2)
b) de renten, toelagen, uitkeringen voor begrafeniskosten en bij overlijden die aan de nabestaanden
van de slachtoffers worden betaald (3);
c) alle toeslagen op renten, toelagen, enzovoort die zijn toegekend op grond van gezinslasten!4).
Functie Ouderdom
520. Ouderdom houdt in dat de betrokken persoon een bepaalde minimumleeftijd heeft bereikt, waarna
in het algemeen de voornaamste beroepsactiviteit niet meer wordt uitgeoefend.
521. In deze functie moeten worden ingedeeld:
a) de pensioenen, toelagen, vergoedingen en andere voordelen in geld die worden toegekend na
het bereiken van de vastgestelde leeftijd;
b) de kosten van het verblijf in bejaardentehuizen en rusthuizen;
c) het zogenaamde „vervroegd pensioen", dat in het kader van wettelijke of bestuursrechtelijke be
palingen wordt uitbetaald wanneer uit de criteria voor de toekenning van de prestatie blijkt dat
een volledige en definitieve pensionering met het oog op de leeftijd het doel is, dat wil zeggen
dat de maatregel kan worden geïnterpreteerd als een algemene tendens tot verlaging van de
pensioengerechtigde leeftijd voor de werknemers!6);
d) overige vormen van sociale hulpverlening aan bejaarden: wijkverpleging, hulp in de huishouding,
voordelen in natura, enzovoort.
522. Buiten beschouwing blijven:
a) de geneeskundige verzorging (') van bejaarden (2);
b) alle toeslagen op renten, pensioenen, enzovoort die op grond van gezinslasten worden toege
kend (·*).
i 1) Zie functie ,,Ziekte" — voetnoot!1).
(2) Deze prestaties vallen onder de functie „Ziekte".
(3) Deze prestaties vallen onder de functie „Nagelaten betrekkingen".
(4) Deze toeslagen vallen onder de functie „Gezin".
(5) Met dez toelichting wordt beoogd om voor de indeling de functie „Ouderdom” af te bakenen van de functie „Werkloosheid".
523-528
Functie Nabestaande
523. Een prestatie uit hoofde van nabestaande is een prestatie die krachtens een afgeleid recht wordt
toegekend, dat wil zeggen krachtens een recht dat werd verworven door een ander, wiens overlij
den voorwaarde voor de toekenning van de prestatie is. Bij bepaalde verzekeringen kan dit recht
evenwel toch direct zijn, dat wil zeggen zonder verband tussen de ontvangen prestatie en de pres
tatie waarop het overleden familielid aanspraak had kunnen maken.
524. Volgende nabestaanden kunnen recht hebben op de prestatie: de weduwe/weduwnaar of de vroe
gere echtgeno(o)tle) van de overledene, zijn (of haar) kinderen of kleinkinderen, zijn (of haar) ver
wanten in opgaande lijn of zijlijn. In enkele uitzonderingsgevallen (b.v. uitkeringen voor begrafenis
kosten) behoeft de rechthebbende geen familielid te zijn.
525. In deze functie moeten worden ingedeeld:
a) de pensioenen, renten, vergoedingen en andere voordelen in geld die aan de nabestaanden ge
zien hun verwantschap met een overledene worden uitbetaald;
b) de aanpassingsuitkeringen;
c) de zogenaamde uitkeringen bij overlijden, voor begrafeniskosten, enzovoort.
526. Buiten beschouwing blijven:
a) de geneeskundige verzorging(’) van de nabestaanden (2);
b) alle eventuele toeslagen op pensioenen, renten, enzovoort die op grond van gezinslasten worden
toegekend (3).
Functie Moederschap
527. De functie moederschap omvat alle prestaties in verband met de uitgaven die het gevolg zijn van
de conceptie en de geboorte van kinderen (levend- en doodgeborenen), alsmede soortgelijke pres
taties in verband met een abortus of een adoptie.
528. In deze functie moeten worden ingedeeld:
a) De vergoedingen (eventueel doorbetaald loon) die bestemd zijn om de inkomstenderving ten ge
volge van het onderbreken van de beroepsactiviteiten in verband met de zwangerschap en de
bevalling geheel of gedeeltelijk te compenseren;
b) De bijzondere uitkeringen die tijdens de zwangerschap of na de geboorte worden toegekend
voor uitgaven in verband met deze gebeurtenis (b.v. voor prenataal of postnataal geneeskundig
onderzoek);
c) De forfaitaire bedragen die bij de geboorte worden uitgekeerd;
d) De geneeskundige verzorging!') die wordt verleend:
1) aan de toekomstige moeder tijdens de zwangerschap,
2) bij de bevalling,
3) aan moeder en kind na de bevalling en voordat zij het ziekenhuis verlaten, indien de bevalling
in een ziekenhuis plaatsvindt of tijdens een gelijke periode (meestal een week) wanneer de
bevalling thuis plaatsvindt;
0.) Zie functie „Ziekte" — voetnoot P ).
(2) Deze prestaties vailen onder de functie „Ziekte".
(3) Deze toeslagen vallen onder de functie „Gezin".
529-533
e) Overige gevallen van sociale hulpverlening aan toekomstige moeders of kraamvrouwen.
529. De geneeskundige verzorging!') die na de bovengenoemde periode wordt verleend (2) blijft buiten
beschouwing.
Functie Gezin
530. De functie gezin omvat alle prestaties in verband met de lasten die voortvloeien uit het onderwijs
van de kinderen en eventueel, indien dit wettelijk is voorgeschreven, uit het levensonderhoud van
andere familieleden (echtgenoten, familieleden in opgaande lijn, enz.).
531. In deze functie moeten worden ingedeeld:
a) de kinderbijslagen;
b) de toelagen, vergoedingen en andere voordelen in geld die worden toegekend voor kinderen ten
laste of, indien dit wettelijk is voorgeschreven voor andere familieleden;
c) de toeslagen voor kinderen ten laste, wanneer de wettelijke grondslag hiervoor in het dekken
van een andere risico ligt (ziekte, invaliditeit, enz.);
d) ï er rKSC,hai eu 'evensmiddelen, kleding, vakantieverblijf en hulp, in het bijzonder huishou
delijke hulp (behalve indien een en ander rechtstreeks met de functie onderwijs is verbonden);
e) de uitgaven voor gezinsplanning;
f) overige vormen van sociale hulpverlening ten behoeve van de kinderen en het gezin.
Functie Arbeidsbemiddeling, voorlichting bij beroepskeuze, beroepsverandering (nu aangeduid
532. In deze functie worden ingedeeld: al"s "Bevorder|ng van Werkgelegenheid")
a) de huishoudelijke uitgaven (loon van de werknemers, aankoop van goederen en diensten) van de
arbeidsbureaus of de bureaus voor beroepskeuzevoorlichting;
b) de verhuispremies en de installatievergoedingen voor werklozen die in een andere regio zullen
gaan werken en wonen;
c) de betalingen om de inkomensderving als gevolg van afwezigheid op het werk wegens een be
roepsopleiding te compenseren (3).
533. Buiten beschouwing blijven:
a) de beheerskosten van de organisaties die toezicht uitoefenen op de arbeidsbureaus;
b) penseenj^661^ 6 betal‘ngen d°0r de werk9evers
C’ ISa'ariSSen V°°r he' P— '■
d’ aa" °"der"emi"S>e" °m «" » »P°™n hun werkne-
I ') Zie functie,.Ziekte" - voetnoot!'|.
(2) Deze prestaties vallen onder de functie „Ziekte’
534-538
Functie Werkloosheid
53*+ Deze functie omvat a lle prestaties ter garantie van het
Levensonderhoud van de beschermde personen jn geval van een om
redenen van werkloosheid 'gehele of gedeel te li jke derving van
het inkomen uit arbeid.
535 In deze functie worden ingedeeld:
a> basisuitkeringen en vervangende uitkeringen voor werklozen;
b) vergoedingen bij werktijdverkorting om redenen van
functionele, technische of economische aard;
c) vergoedingen bij ver let wegens slecht weer;
d) ontslagvergoedingen;
e) andere uitgaven ten behoeve van werklozen.
535bis Buiten beschouwing blijven:
a) geneeskundige verzorging van werklozen en hun g e z in d ) ;
b) verhuispremies en installatievergoedingen voor werklozen die
in een andere regio zullen gaan werken en wonen(2);
c) verschillende vergoedingen die onder bepaalde omstandigheden
aan oudere werklozen worden toegekend(3).
Functie Huisvesting
536. Tot deze functie behoren de bedragen die door de overheid voor bepaalde categorieën gezinshuis
houdingen — met name gezinshuishoudingen met lage inkomens — worden uitbetaald, ten einde
de huisvestingslasten te verminderen, namelijk:
a) de toelagen die rechtstreeks aan de betrokken gezinshuishoudingen (huurders of eigenaars) wor
den verstrekt;
b) de subsidies die worden toegekend aan particuliere eigenaren of aan openbare instellingen die
woningen in eigendom hebben, voor zover deze subsidies uitdrukkelijk zijn toegekend om de
winstderving te compenseren, die ontstaat door het toekennen van gereduceerde huren aan de
betrokken gezinshuishoudingen.
537. Alle algemene maatregelen die in de eerste plaats de bevordering van de bouwactiviteit ten doel
hebben, zoals bouwpremies, bouwspaarpremies, subsidies ter compensering van de verminderde
rentevoet voor bouwleningen, enzovoort blijven, ook als zij door overheidsinstellingen in het leven
zijn geroepen, buiten beschouwing.
(1) Deze pres ta t ies vallen onder de functie "Ziekte".
(7’ Deze pres ta t ies veilen onder de functie "Bevordering van de
werkge legenheid".
(3) Deze pres ta t ies vallen onder de functie "Ouderdom".
539
Functie Diversen
538. In deze functie moeten worden ingedeeld:
a) De prestaties die tegelijkertijd verband houden met verscheidene andere functies en die niet,
zelfs op basis van een schatting, afzonderlijk in een ervan kunnen worden ondergebracht;
b) De prestaties die betrekking hebben op niet onder andere functies vallende gebieden, maar
waarvan het doel toch binnen het kader van de sociale bescherming in de ruime zin van het
woord valt:
1) bijstand aan behoeftigen voor zover de oorzaak van het gebrek aan middelen niet bij een an
dere functie kan worden ondergebracht (ouderdom, gezin, enz.);
2) uitgaven in het kader van maatregelen van sociale bijstand ter bestrijding van de armoede;
3) uitgaven ten behoeve van jeugdige delinquenten (herintegratie, enz.), met uitzondering van
maatregelen op het gebied van het onderwijs;
4) vergoedingen en andere voordelen in geld of in natura die niet in een andere functie zijn on
dergebracht ten behoeve van slachtoffers van politieke gebeurtenissen of natuurrampen;
5) juridische bijstand en steun aan de slachtoffers van geweldmisdrijven;
6) overige vormen van sociale hulpverlening ten behoeve van personen zonder inkomen of huis
vesting en van sociaal gehandicapten (drugsverslaafden, enz.).
NB — Deze lijst is limitatief.
C — DE SAMENVOEGING VAN FUNCTIES
539. Soms is het nutteloos de prestaties, zoals in tabel D, in te delen in rubrieken met twee cijfers. Daar
om is een minder gedetailleerde onderverdeling gemaakt die bestaat uit rubrieken met een cijfer en
die alleen de volgende grote gebieden omvat: gezondheid, ouderdom, nabestaanden, moeder-
schap-gezin, werkgelegenheid, huisvesting, diversen.
BIJLAGE E
Gebruikte PENSIOENLEEFTIJDEN bij het
berekenen van de uitkeringen per
persoon (Tabel 3.9)
Mannen Vrouwen
Bel9ië 65 60
Denemarken (wetteli jke leef t i jdsgrens 67) 65 65
Bondsrepubliek Duitsland 65 65
Frankrijk 60 60
Griekenland 65 6g
ïerland 65 65
I t a l i ë 60 55
Luxemburg 65 65
Nederland 65 65
Verenigd Koninkrijk 65 60
Full & Egal Universal Law Academy