19.2. 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen N r . C 4 1 / 5
II
(Voorbereidende besluiten)
COMMISSIE
Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van een herziening voor het jaar 1987 van
het door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek voor de Europese Gemeenschap
voor Atoomenergie en voor de Europese Economische Gemeenschap uit te voeren onderzoek-
programma (1984-1987)
COM(86) 416 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 1 augustus 1986)
(27/C 41/05)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap voor Atoomenergie, inzonderheid op de
artikelen 7 en 8,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel
235 O ,
Gezien het voorstel van de Commissie die het Weten-
schappelijk en Technisch Comité over de nucleaire maat-
regelen heeft geraadplaagd,
Gezien het advies van het Europese Parlement,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal
Comité,
Overwegende dat in het kader van het gemeenschappe-
lijk beleid op het gebied van wetenschap en technologie
het Meerjarenprogramma voor onderzoek een van de be-
langrijkste hulpmiddelen van de Europese Gemeenschap
voor Atoomenergie vormt om tot de veiligheid en de
ontwikkeling van de kernenergie alsmede tot het verga-
ren en verspreiden van kennis op het gebied van de nu-
cleaire sector bij te dragen;
Overwegende dat volgens artikel 2 van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Economische Gemeenschap
het tot de taken van de Gemeenschap behoort de harmo-
nische ontwikkeling van de econonusche activiteit binnen
de gehele Gemeenschap, een gestadige en evenwichtige
expansie alsmede een grotere stabiliteit te bevorderen;
dat de doelstellingen van de daarop gerichte werkzaam-
heden van de Gemeenschap in artikel 3 van het ge-
noemde Verdrag nader worden toegelicht;
(') Na de inwerkingtreding van de Europese Akte is dit artikel
235 te vervangen door artikel 130 Q, lid 1, van het EEG-
Verdrag.
Overwegende dat de in dit besluit genoemde niet-nu-
cleaire maatregelen voor het bereiken van de genoemde
doelstellingen vereist zijn;
Overwegende dat de Raad op 14 januari 1974 een reso-
lutie betreffende de coördinatie van de nationale beleids-
regels en de omschrijving van de acties van communau-
tair belang op het gebied van wetenschap en technologie
heeft aanvaard (2);
Overwegende dat het programma overeenkomstig de
resolutie van de Raad van 17 december 1970 over de
details van de vaststelling van onderzoek- en onderwijs-
programma's is geredigeerd (3);
Overwegende dat het van belang is dat de gemeenschap-
pelijke strategie op het gebied van wetenschap en techno-
logie wordt gepreciseerd en in meerjarenprogramma's
wordt opgenomen waarin alle wetenschappelijke en tech-
nische activiteiten zijn weergegeven die op basis van de
drie Verdragen worden of zullen worden uitgevoerd; dat
de Raad de betekenis daarvan in zijn resolutie van 25 juli
1983 inzake kaderprogramma's voor communautaire ac-
tiviteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en
demonstratie, alsmede inzake een eerste Kaderpro-
gramma 1984-1987 heeft bevestigd (4);
Overwegende dat het Gemeenschappelijk Centrum voor
Onderzoek (GCO) een vast onderdeel van de activiteiten
van dit kaderprogramma dient te vormen, binnen de on-
derzoekstrategie een centrale rol dient te spelen en werk-
zaamheden van gemeenschappelijk belang dient uit te
voeren;
Overwegende dat artikel 3 van de Besluiten van de Raad
77/488/EEG/Euratom (5) en 80/317/EEG/Euratom (')
en 84/1/EEG/Euratom (7) bepaalt dat het programma in
de loop van het derde jaar wordt herzien,
(2) PB nr. C 7 van 29. 1. 1974, blz. 2.
(») PB nr. L 16 van 20. 1. 1971, blz. 13.
(4) PB nr. C 208 van 4. 8. 1983, blz. 1.
(s) PB nr. L 200 van 8. 8. 1977, blz. 4.
O PB nr. L 72 van 18. 3. 1980, blz. 11.
O PB nr. L 3 van 5. 1. 1984, blz. 21.
Nr.C41/6 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 19.2.87
BESLUIT:
Artikel 1
Het Programma voor onderzoek 1984-1987, als
omschreven in bijlage A bij het Besluit van de Raad
84/1/EEG/Euratom van 22 december 1983 (') en aange-
vuld bij Besluit van de Raad 85/373/Euratom van 25 juli
1985 (2) wordt voor het jaar 1987 vervangen door een in
bijlage A vervat herzien programma.
Artikel 2
Ten gevolge van de door de Raad reeds in verband met
de begrotingsprocedure vastgestelde besluiten, worden
de voor de uitvoering van het herziene programma ver-
eiste middelen voor het jaar 1987 verhoogd met 33 mil-
joen Ecu voor overige uitgaven.
Een indicatieve verdeling van deze middelen voor het
herziene meerjarenprogramma is opgenomen in bijlage
B.
Artikel 3
Alvorens een voorstel voor het volgende meerjarenpro-
gramma van het GCO in te dienen, legt de Commissie
aan de Raad en het Parlement een advies over de toe-
komstige taak van het GCO voor dat door bijzonder
gekwalificeerde deskundigen is uitgebracht.
O PB nr. L 3 van 5. 1. 1984, blz. 21.
O PB nr. L 210 van 7. 8. 1985, blz. 28.
19.2.87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 41 / 7
BIJLAGE A
GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK
PROGRAMMA VOOR ONDERZOEK 1987
(Laatste jaar van het vierjarenprogramma 1984-1987, herzien bij het onderhavige besluit)
Het bij de Besluiten 84/1/EEG, Euratom van 22 december 1983 en 85/573/Euratom van 25 juli 1985 vastge-
stelde programma wordt door de volgende wijzigingen gecompleteerd:
ONDERZOEKPROGRAMMA INDUSTRIËLE TECHNOLOGIEËN
Materialen en constructies: betrouwbaarheid en normen
(Aanvulling op het programma Hoge-temperatuurmaterialen)
— Constructielegeringen voor hoge temperaturen,
— moderne keramische materialen,
— databank voor hoge-temperatuurmaterialen en informatiecentrum,
— methoden voor de betrouwbaarheidsevaluatie van materialen en constructies.
ONDERZOEKPROGRAMMA KERNFUSIE
Reactorveiligheid
— Betrouwbaarheid en risico-evaluatie,
— integriteit van onderdelen en systemen bij lichtwaterreactoren,
— onderzoek over het abnormale gedrag van koelsystemen van lichtwaterreactoren,
— veiligheidsomhulling,
— bronterm,
— modellen voor storingen in snelle kweekreactoren.
ONDERZOEKPROGRAMMA NIET-NUCLEAIRE ENERGIEVORMEN
Referentiemethoden voor niet-nucleaire energiesystemen
(Deze programma's komen in de plaats van de programma's Beproevingsmethoden voor zonne-energie-
systemen en Energiebeheer in de woning.)
— Fotovoltaïsche energiesystemen,
— milieuvriendelijke energiesystemen.
ONDERZOEKPROGRAMMA MILIEU
Milieubescherming
— Chemische produkten in het milieu,
— luchtverontreiniging,
— waterkwaliteit,
— chemisch afval.
Toepassing, van teledetectietechnieken
— Controle op en exploitatie van het land,
— bescherming van de zeeën,
— landbouw.
Evaluatie van en controle op de bestraling
De volgende programma's blijven ongewijzigd.
Een nieuwe verdeling van de middelen over de afzonderlijke programma's is opgenomen in bijlage B.
Nr. C 41/8 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 19. 2. 87
BIJLAGE B
HERZIEN GCO-PROGRAMMA 1984-1987
Indicatieve verdeling van de middelen
(Goedkeuring in miljoen Eeu)
Programma
Industriële technologieën
— nucleaire metingen en referentiematerialen
— materialen en constructies: betrouwbaarheid
en normen (hoge-temperatuurmaterialen)
Totaal
Kernfusie
— Fusietechnologie en -veiligheid
Totaal
Kernsplijting
— reactorveiligheid
— beheer van radioactieve afvalstoffen
— veiligheidscontrole en beheer van splijtbaar
materiaal
— splijtstof en actinidenonderzoek
Totaal
Niet-nucleaire energievormen
— referentiemethoden voor niet-nucleaire
energiesystemen
Totaal
Milieu
— milieubescherming
— toepassing van teledetectie
— industriële risico's
— evaluatie van en controle op de bestraling
Totaal
Activiteiten van wetenschappelijke diensten
— exploitatie van de HFR-reactor (aanvullend
programma)
Totaal
Totaal voor het programma (1984-1987)
Vastgesteld programma
Besluiten
84/1/EEG/
Euratom,
85/373/Euratom
64
28
92
59
59
192
49
45
66
352
39
39
49
29
21
99
59
59
700
Inclusief
budgettaire
besluiten (x)
71,8
35,0
106,8
65,3
65,3
203,2
53,5
49,3
69,8
375,8
x
41,0
41,0
56,8
33,8
22,1
1,7
114,4
62,1
62,1
765,4
Aanvullende
kredieten 1987
2,7
2,3
5,0
3,5
3,5
5,3
3,2
2,6
4,0
15,1
1,0
1,0
1,7
0,6
0,1
0,7
3,1
5,1
5,1
32,8
Herzien
programma
74,5
37,3
111,8
68,8
68,8
208,5
56,7
51,9
73,8
390,9
42,0
42,0
58,5
34,4
22,2
2,4
117,5
67,2
67,2
798,2
(') Alsmede de in deze herziening van het programma voorgestelde transfer van personeel.
19.2.87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C41 /9
BIJLAGE I
DE TECHNISCHE INHOUD VAN HET OVERGANGSPROGRAMMA
Deze bijlage bevat een beschrijving van de wijze waarop de programma's van het Gemeenschappelijk Cen-
trum voor Onderzoek worden aangepast aan de overgangssituatie. Daarbij werd de bij het besluit van de
Raad van december 1983 vastgestelde splitsing van de activiteiten over vijf onderzoekprogramma's (Re-
search Action Programmes) en het programma voor de exploitatie voor de hoge-fluxreactor te Petten
aangehouden.
1. Industriële technologieën
Bij de programma's over nucleaire metingen en referentiematerialen en over materialen en constructies
komen door uitbreiding van de werkzaamheden ter ondersteuning van het fusieonderzoek nieuwe aspecten
naar voren, bij voorbeeld door een grotere aandacht voor de voorbereiding en aanmoediging van het
vastleggen van normen (prenormatief onderzoek).
Op het gebied van het onderzoek inzake materialen en constructies komt een nauwere samenwerking tot
stand tussen de inrichtingen te Petten en Ispra. Later worden op dit gebied ook bijdragen van de inrichting
te Karlsruhe verwacht. Het ligt in de bedoeling dat oorspronkelijk voor de kerntechniek ontwikkelde me-
thoden voor ontwikkeling en onderzoek van materialen ook voor niet-nucleaire materialen worden aange-
wend.
De nauwe samenwerking tussen het laboratorium in Geel en het communautaire refeirentiebureau wordt
gecontinueerd.
Daarbij houdt men zich in het algemeen aan de voorstellen van verschillende raadgevende comités en
streeft men door nauw contact met de industrie op verschillende niveaus naar een aan de praktijk aange-
paste uitvoering van de programma's.
1.1. Nucleaire referentiematerialen en referentiemetingen
In het herziene programma over nucleaire referentiemetingen zal vooral aandacht worden besteed aan de
volgende activiteiten:
— metingen van standaardneutronengegevens,
— bepaling van neutronenemissiedoorsneden ten behoeve van de fusietechnologie (NET),
— bepaling van neutronengegevens voor de kernsplijtingstechniek die in een voorrangslijst van het NEA
(OESO) werden beschreven. De raadgevende instanties (GCG's, Evaluatiecomité) hebben nadrukkelijk
om dit onderzoek gevraagd.
Een belangrijk project op het gebied van de nucleaire metrologie is de ontwikkeling van een calorimeter
van plastiek ter bepaling van neutronendoses die absorptie-eigenschappen vertonen welke lijken op die van
menselijk weefsel.
Het onderzoekproject inzake referentiematerialen is nog steeds gericht op een communautair meet- en
evaluatieprogramma voor kernanalytische gegevens op Europees niveau. Bovendien wordt de aandacht nog
steeds geconcentreerd op de nauwkeurige bepaling van het atoomgewicht van silicium in het kader van het
in samenwerkingsverband uit te voeren onderzoek voor een nieuwe bepaling van het getal van Loschmidt.
Tenslotte worden de activiteiten van het communautaire referentiebureau sterker ondersteund.
Het „Lolerm"-project (Low-Level Radioactivity Reference Material) werd opgeschort. Onder invloed van
de ramp met de reactor te Tsjernobyl wordt echter overwogen ook op dit gebied weer actief te worden.
1.2. Materialen en constructies
In het kader van dit programma worden enerzijds de in Petten gelanceerde werkzaamheden over legerin-
gen voor hoge temperaturen en hoogwaardige keramische stoffen gecontinueerd, anderzijds ligt het in de
bedoeling te Ispra methoden te ontwikkelen met behulp waarvan de geschiktheid en levensduur van ge-
selecteerde materialen voor een specifiek technische toepassing kunnen worden onderzocht.
Voor een optimale aanwending van de middelen wordt gestreefd naar nauw contact met nationale en
internationale onderzoekinstellingen en met de industrie. Daarnaast ligt het in de bedoeling de aanwending
van industriële technologieën te bevorderen en bij te dragen tot het concurrentievermogen van de industrie.
N r . C 4 1 / 1 0 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 1 9 . 2 . 8 7
Hittebestendige legeringen voor constructies zijn in de praktijk blootgesteld aan een gecombineerde chemi-
sche (corrosieve), mechanische en thermische belasting. De voornamelijk te Petten uitgevoerde studies die-
nen voor het verkrijgen van een dieper inzicht in het gedrag van dergelijke legeringen en de mechanismen
waardoor zij worden beschadigd. Met een dieper inzicht en met behulp van daartoe in aanmerking ko-
mende analytische modellen kan een lijst worden opgesteld van eigenschappen die als grondslag kan dienen
bij de keuze van materialen bij het ontwerpen van onderdelen en op grond waarvan de levensduur en
betrouwbaarheid daarvan vallen te voorspellen. Dit project is vooral voor de petrochemische en energieop-
wekkende industrie van belang.
Een soortgelijk doel wordt vervolgd met het project inzake geavanceerde keramische stoffen voor con-
structies. In dat verband wordt echter het ontwikkelingswerk vooral op nieuwe vervaardigingstechnieken
gericht.
Voor de karakterisering van materialen en voor het onderzoek van mechanische, thermodynamische en
transportgebonden eigenschappen wordt ook gebruik gemaakt van de te Karlsruhe voor de nucleaire kera-
mica ontwikkelde methodes.
Beide projecten — datgene inzake legeringen voor hoge temperaturen en hoogwaardige keramica — wor-
den uitgevoerd in het kader van een internationale samenwerking met COST (legeringen), IEA (keramiek),
BRITE, EURAM, VAMAS en EUREKA (voor beide projecten).
In het kader van het derde project houdt men zich bezig met het vergaren, evalueren en verstrekken van
gegevens over materialen voor hoge temperaturen. In dat verband zal de databank haar werkzaamheden
voortzetten en zij wordt opengesteld voor belanghebbenden uit alle Lid-Staten van de Gemeenschap. Ook
het informatiecentrum voor materialen voor hoge temperaturen kan vanuit heel Europa worden geraad-
pleegd.
Het overgangsprogramma voorziet in:
— het verzamelen, evalueren en verspreiden van gegevens over materialen voor bouwkundige doeleinden,
de ontwikkeling van normen en de toepassing van geavanceerde materialen;
— de organisatie van een forum voor het verspreiden van kennis en ervaring op het gebied van de materia-
len voor hoge temperaturen in Europa en ter bevordering van gemeenschappelijke acties;
— een onderzoek over de behoefte van de industrie aan normen en standaarden voor geavanceerde en
nieuwe materialen.
De bijdrage van de inrichting te Ispra ten behoeve van het programma over materialen en constructies zal,
gezien de momentele programmasituatie, vooral worden geconcentreerd op twee activiteiten: de ontwikke-
ling van methodes voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van onderdelen en materialen voor instal-
laties en het ontwerpen van een gemeenschappelijke installatie (reactiemuur) voor het testen van het gedrag
van grote en complexe structurele en mechanische systemen onder zware statische en dynamische belasting
en het verbeteren van criteria voor het ontwerp en bouwsystemen.
Het betrouwbaarheidsonderzoek heeft in de eerste plaats betrekking op stalen constructies waarvan in de
chemische, de petrochemische en de energieopwekkende industrie gebruik wordt gemaakt.
Daarbij worden
— niet-destructieve testprocédés voor het omschrijven van gebreken ontwikkeld en
— rekenmodellen ontworpen met behulp waarvan de levensduur van een onderdeel van een machine of
een installatie bij de te verwachten belasting kan worden voorspeld.
Het uitwerken van voorstellen voor standaardprocédés geschiedt enerzijds door vergelijking van de mate
waarin verschillende procédés zich voor het gestelde doel lenen (akoestische emissie, laserholografie, ultra-
geluid- en warmtetechnieken en moderne methodes voor microstructureel onderzoek en voor het testen
van fysische eigenschappen) en anderzijds door vergelijking van procédés die in verschillende laboratoria
worden aangewend en door vergelijking van de resultaten die met dezelfde technieken werden verkregen
(Benchmark Exercises).
In 1987 wordt een enquête, die in samenwerking met nationale laboratoria en bedrijven alsmede met on-
derzoekprogramma's als BRITE, EURAM en VAMA werd uitgevoerd, over de behoefte aan methodes
voor de karakterisering en betrouwbaarheidsevaluatie van nieuwe materialen en geavanceerde technolo-
gieën (bij voorbeeld luchtvaart) afgerond en worden de resultaten daarvan onderzocht. Naar gelang van de
resultaten kunnen nieuwe meetapparaten worden ontwikkeld of bestaande apparaten (zo mogelijk) worden
omgebouwd.
1 9 . 2 . 8 7 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen N r . C 41 / 1 1
De werkzaamheden aan het ontwerp van een reactiemuur gaan gepaard met werkzaamheden die betrek-
king hebben op de keuze van de onderzoekprojecten en de bepaling van de volgorde waarin deze moeten
worden uitgevoerd. Het aansluitende onderzoek over deze installaties wordt uitgevoerd in nauwe samen-
werking met nationale deskundigen ten einde een waarlijk gemeenschappelijke installatie te kunnen ont-
werpen.
De bijdragen van de inrichtingen te Ispra en Petten tot het programma inzake materialen en constructies
hebben vooral betrekking op de aanwending van wetenschappelijke en technische methodes ter ondersteu-
ning van nationale en internationale instellingen bij het opstellen van voorschriften en de definitie van
normen voor de evaluatie van toepassingsmogelijkheden en veiligheid van industriële produkten. Deze pre-
normatieve werkzaamheden worden tegenwoordig in het algemeen als die fase beschouwd welke bepalend
is voor de snelheid waarmee de normaliseringsprocedüre kan worden afgewikkeld. Zo wordt bij voorbeeld
in het kader van het onderzoek over het mechanische gedrag van buiselementen een belangrijke bijdrage
geleverd voor het BRITE-project dat is gericht op de verbetering van de BS-, DIN- en andere dienover-
eenkomstige normen.
2. Kernfusie
De inrichting te Ispra zal een bijdrage blijven leveren tot het Europese kernfusieonderzoek. De nadruk zal
echter sterker komen te liggen bij veiligheidsproblemen hetgeen blijkt uit de hoge prioriteit die men te
Ispra aan de bouw en inrichting van een laboratorium voor de behandeling van tritium heeft verleend.
Op het gebied van het onderzoek voor de reactorontwikkeling blijft het GCO steun verlenen aan het
NET-team te Garching bij het ontwerpen van mechanische onderdelen, installaties voor bediening op af-
stand, de mantel en de onderdelen die aan het plasma zijn blootgesteld.
De experimenten in verband met de manteltechnologie zullen evenals in de voorafgaande jaren vooral
betrekking hebben op de completering van de databank inzake 17Li83Pb waarbij de met vloeibaar tritium
werkende kweekreactor als referentie voor het NET-onderzoek wordt beschouwd. Zowel te Ispra als in
Petten wordt gewerkt aan de problemen van de verenigbaarheid van kweekmateriaal met staal en van de
recuperatie van tritium (laboratoriumproeven en bestralingsproeven in de reactor).
Bij het onderzoek inzake constructiemateriaal wordt speciale aandacht besteed aan de meting van de me-
chanische eigenschappen van verschillende soorten Mn-Cr-staal onder bestraling, waarbij de bestralingen
evenals verleden jaar in het Mc-40-cyclotron te Ispra en in de hoge-fluxreactor te Petten worden uitge-
voerd. Een bijzondere installatie voor onderzoek inzake de thermische vermoeiing van panels die voor de
eerste wand in de NET zijn voorzien, zal binnenkort te Ispra in bedrijf worden gesteld.
Het risico-onderzoek is onder meer gericht op de raming van de waarschijnlijkheid van het optreden van
storingen door weglekkend koelmiddel aan de eerste wand en in de mantel, met simulering van de door-
braak van plasma en met onderzoek van de manier waarop het kweekmateriaal (17Li83Pb) en water op
elkaar inwerken. Voor deze proeven werd een nieuw elektronenkanon aangeschaft en een grote experi-
mentele installatie ingericht die eind 1986 in bedrijf werd genomen. Het onderzoek inzake de diffusie van
tritium in de atmosfeer wordt voortgezet.
Het werk aan het tritiumlaboratorium wordt — in samenwerking met contractanten uit de Europese indu-
strie — geconcentreerd op gedetailleerde plannen. Bovendien wordt de informatie vergaard die aan de
Italiaanse veiligheidsautoriteiten voor het verlenen van een bedrij f svergunning moet worden voorgelegd,
zodat nog vóór eind 1987 met de bouw kan worden begonnen. Ter voorbereiding van de in het laborato-
rium uit te voeren werkzaamheden worden simulatie-experimenten met waterstof en deuterium onderno-
men en procédés voor de recuperatie van tritium getest.
3. Veiligheid bij de kernsplijting
Op het gebied van het onderzoek inzake reactorveiligheid moeten, in het licht van de ramp bij Tsjernobyl,
de prioriteiten opnieuw worden bezien en eventueel anders worden ingedeeld, waarbij men echter niet
vooruit wil lopen op de resultaten van een nog uit te voeren gedetailleerde analyse. Wel mag worden
verwacht dat aan de problemen in verband met ernstige door het smelten van de kern veroorzaakte onge-
vallen en de beperking van de gevolgen daarvan meer aandacht zal worden besteed. Ook zal meer de
nadruk worden gelegd op het ontwikkelen van procédés voor de probabilistische raming van het risico. In
dit verband wordt de aan het GCO opgedragen taak om gegevens over incidenten in reactoren te vergaren
en te evalueren, steeds belangrijker.
Anderzijds worden de werkzaamheden op het gebied van de natriumthermohydraulica voor snelle kweek-
reactoren in afzienbare tijd beëindigd.
Het onderzoek in verband met de veiligheid van de nucleaire splijtstofcyclus wordt voortgezet en ten dele
zelfs uitgebreid met uitzondering van de studies inzake het opslaan van kernafval onder de bodem van de
zee. Het onderzoek inzake de exploitatie van radioactief afval zal worden geconcentreerd op de zojuist
gereed gekomen proefinstallatie PETRA die in samenwerking met nationale laboratoria wordt benut. Voor
werkzaamheden ter verbetering van de controle op de splijtstofstroom wordt in Ispra een nieuwe installatie
„PERLA" ingericht.
^ r C ^ t B ^ Ruhlik^ti^ol^dv^nd^Euron^^^^rn^n^cli^no^n t ^ ^ ^
r^et programma omvat de volgende zes activiteiten^
— betrouwbaarheid en risico evaluatie,
— integriteit van onderdelen en svstemen in lichtwaterreactoren,
— onderzoek inzake abnormaal gedrag van kernkoelsvstemen bij lichtwaterreactoren,
— veiligheidsomhulling,
— bronterm,
— vervaardiging van modellen voor incidenten in snelle kweekreactoren.
Een aantal belangrijke elementen van het overgangsprogramma^
r^ ij de studies inzake de betrouwbaarheid en de risicoevaluatie zal de nadrukkomen te liggen bij de
svstematischeanalvse van reeds in de ^OÖrO^databank opgeslagen informatie.Msamenwerking met intern
nationale inrichtingen worden int^^^richtli jnen voor de toepassing van de procédés voor de probabilisti^
scherisicoanalvse op Europese kerncentrales uitgewerkt.^er ondersteuning van deze werkzaamheden zul^
len een aantal werkgroepen gezamenlijk ^enchmarkExercise^ een ernstig incident analvseren.
Waar men nu een duidelijker inzicht heeft in het belang van de veiligheid van onderdelen bij de vermijding
vanongeval len,wordende werkzaamheden inverband met d e r a m i n g v a n d e levensduur vanonderdelen
van het primaire koelsvsteem van lichtwaterreactoren voortgezet.
EOeresultatenvanhet Eoör^^testprogramma inzake degevolgen van incidenten in het koelsvsteeem van
lichtwaterreactoren worden verkregen met de voorspellingen van rekenmodellen die werden ontwikkeld
voor grote svstemen onder omstandigheden waarbij koelmiddel wegvloeit en onder bijzondere overgangs^
belastingen.
nieuwe onderzoekingen inzake de brontermproblematiek worden i n t ^ ^ o n d e r leiding van tspra als pro
ject voor gezamenlijke rekening uitgevoerd. Voor de exploitatie van de resultaten ligt het in de bedoeling
het personeel dat z ich te t spra hiermee bezighoudt uit te breiden als voorbereiding voor een volledig test
programma dat door een van de Eid^taten werd voorgesteld.
r^et programma voor het onderzoek van austenietstaal wordt in t^B^afgerond.Mde plaats daarvan komt
een programma over beton als grondstof voor veiligheidsomhullingen. rolt geschiedt in het kader van een
project betreffendehet onderzoek vanveiligheidsomhullingendat in nauwesamenwerking met instituten
uit de Eid^taten zal worden uitgevoerd.
rOeveiligheidsanalvse van snellekweekreactorenisgeconcentreerd op ernstige ongevallen met plaatselijke
en zelfs totale destructie van de kern.
E e^ projecten EA^C^ en ^r^^r^bestralingstests in de reactors worden in t ^ ^ volgens de oorspronkelijke
plannenvoortgezet.r^et werk a a n d e ontwikkeling vaneen Europese ongevallencode^EAOê^ wordt afge^
rond en meer aandacht wordt besteed aan de analvse van plaatselijke ^ub^ASsemblv^ incidenten.
r^tet testprogramma over natrium als koelmedium wordt evenals de werkzaamheden over de eigenschappen
van mater ialenvandemetnatr iumgekoeldesnel lekweekreactor afgesloten. Üeevaluat ievandetr i l tafel
werd reeds in t ^ D beëindigd. M h e t overgangsjaar zal m e n e r z i c h o p toeleggen na te gaan in hoeverre
door beperking vanhetonderzoekovergrotekoelmiddelsvsteemcodeshetanalvt ischewerk in hete^GeO
kan wordenuitgebreid.AÜe werkzaamheden worden in nauwe samenwerking met nationale onderzoekin
stituten, dnsta l la t iesennormal isat ie ins te l l ingenui tgevoerddieeennut t iggebruikkunnenmakenvande
bereikte resultaten. Uoor voortzetting van de in t ^ ^ gelanceerde werkzaamheden voor gezamenlijke reke
ning wordt ook de samenwerking met de industrie geïntensiveerd.
EOestructuur van het project blijft in t^B^intact^onder de onderwerpen inverband met het beheer over
afval en de splijtstofcvclus vallen naast radiochemische studies en metingen aan actimden, de inrichting van
de ^Ea^^Ainstallatie.Oe veiligheidsaspecten in verband met het opslaan van radioactief afval in geologie
sche formaties op het vasteland worden evenzo onderzocht als de mogelijkheden deze op te slaan in sedi
menten op de bodem van de oceanen.
^n t ^ ^ wordt de overgang naar een nieuw programma voorbereid waarin de aandacht meer komt te
liggen bij problemen in verband met de karakterisering en de kwaliteitscontrole.
O e ^ E ^ ^ ^ i n s t a l l a t i e wordt in de loop van het j a a r t ^ ^ e e r s t , , k o u d ^ g e t e s t . ü a a r n a volgt op het einde
van het jaar de testfase.Een groep exploitanten die op initiatief van het betrokken G O ^ w e r d gevormd, zal
zich bezighouden met het plannen van de uit te voeren proeven en de bevordering van de uitwisseling van
informatie tussen belanghebbenden.Ueinrichtingte^arlsruhe zal haar werk aandi t programma intense
veren en bijdragen leveren tot de karakterisering van afvalstoffen en de kwaliteitscontrole.
\
19.2.87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 41 /13
De medewerking aan het door het NEA van de OESO gecoördineerde project inzake deponering van
afvalstoffen in sedimenten van oceanen wordt beperkt en in de loop van 1988 beëindigd.
3.3. Veiligheidscontrole en beheer over splijtstoffen
In het kader van het programma zullen ook in de toekomst procédés en installaties worden ontwikkeld
voor het onderzoek van splijtstoffen, het wegsluiten daarvan en de controle daarop in nucleaire installaties;
daardoor worden de verwerking, de overdracht en de evaluatie van gegevens in verband met de veiligheids-
controle verbeterd en uniforme methodes voor de controle op de splijtstofstroom langs de verschillende
etappes van de splijtstofcyclus onderzocht.
Met voorrang wordt gewerkt aan de installatie van het ijk- en trainingslaboratorium PERLA te Ispra dat
eind 1987 gereed zou moeten zijn. Nadrukkelijk wordt ook gewerkt aan de systematische ontwikkeling
van de geïntegreerde insluitings- en controlesystemen voor splijtstofdepots. Tenslotte wordt bijzondere
aandacht besteed aan de ontwikkeling van databases voor de splijtstofboekhouding en de exploitatie daar-
van met behulp van intelligente besluitvormingsprocedures.
3.4. Onderzoek inzake splijtstof en actiniden
Aanzienlijke onderdelen van dit programma waaraan in de inrichting te Karlsruhe wordt gewerkt en dat
bestaat uit bijdragen tot de ontwikkeling van splijtstoffen, de veiligheid van de actinidencyclus en funda-
menteel onderzoek inzake actiniden, worden gecontinueerd maar met het oog op de overgang tot het
volgende meerjarenprogramma ligt het in de bedoeling enkele accenten te verleggen.
Bij het onderzoek inzake de gedragingen van reactormateriaal onder hoge temperaturen wordt meer aan-
dacht besteed aan de problemen in verband met de „post accident heat removal" (PAHR). Het ligt in de
bedoeling het onderzoek inzake aerosolen, dat tot nu toe beperkt bleef tot a-aktieve deeltjes, uit te breiden
tot andere nucleaire en niet-nucleaire stoffen die in de lucht zweven en gebruik te maken van reinigings-
aerosolen. Op het gebied van de splijtstofontwikkeling hebben colleges van deskundigen aangeraden het
gedrag van splijtstof voor snelle kweekreactoren op te nemen in het programma voor overgangstoestanden
en een nader onderzoek te wijden aan bijzondere splijtstofproblemen die bij de recycling van plutonium in
lichtwaterreactoren ontstaan. Uitgaande van de jarenlange ervaring die bij het onderzoek inzake splijtstof-
fen werd opgedaan, zou het in de toekomst mogelijk moeten zijn de aanwending van lasers te bestuderen
bij de bewerking van materialen en voor het verkrijgen van zuivere isotopen als standaardmonsters voor het
zuiver wetenschappelijk onderzoek inzake actiniden en eventueel voor de nucleaire geneeskunde.
Als hierboven reeds gesteld (zie de punten 1.2 en 2.2) zal de inrichting te Karlsruhe zich in de toekomst
intensiever bezighouden met het programma Materialen en het programma Lozing van nucleaire afvalstof-
fen.
4. Niet-nucleaire energievormen
Dit programma wordt aan een volledige herstructurering onderworpen: in de plaats van de projecten Ener-
giebeheer in de woning en Beproevingsmethoden voor zonne-energiesystemen komt een project voor het
ontwikkelen en testen van referentiemethodes voor niet-nucleaire energievormen waarmede rekening wordt
gehouden met de aan het GCO opgedragen taak bij te dragen tot de ontwikkeling van normen en stan-
daarden.
Het nieuwe programma omvat twee projecten:
Het eerste is nog steeds gericht op ontwikkeling en aanwending van test-procedures voor fotovoltaïsche
omzetters in het „European Solar Testing Station" waarbij nu steeds meer aandacht wordt besteed aan de
karakterisering van geavanceerde fotovoltaïsche materialen (amorf silicium). Het tweede project inzake
milieuvriendelijke warmte-energiesystemen dat is gericht op het onderzoek van actieve en passieve zonne-
systemen wordt gecoördineerd met nationale activiteiten op dit gebied.
5. Milieu
Het programma omvat evenals in het verleden de milieubescherming, de ontwikkeling en aanwending van
teledetectietechnieken, het onderkennen van industriële risico's en problemen in verband met de bescher-
ming tegen straling. Het ligt in de bedoeling dat de openbare ECDIN-databank over potentieel milieuge-
vaarlijke chemicaliën in 1987 ter exploitatie aan de bevoegde diensten van de Commissie wordt overgedra-
gen terwijl het GCO ook in de toekomst voor het onderhoud van het bestand aan wetenschappelijke
gegevens verantwoordelijk is.
5.1. Milieubescherming
De voornaamste punten waarop in 1987 van het oorspronkelijke programma wordt afgeweken, zijn de
invoering van een project inzake chemisch afval en uitbreiding van de activiteiten voor het opstellen van
modellen voor de invloed van milieuverontreiniging op de mens en het hele ecosysteem.
Gelet op de tijdens de eerste drie jaar opgedane ervaring wordt voorgesteld het lopend onderzoek in te
delen in vier categorieën: Milieuchemicaliën, Luchtverontreiniging, Waterkwaliteit en Chemisch afval.
Laatstgenoemd project sluit aan bij de werkzaamheden die eerst in het kader van het programma Indus-
triële risico's werden uitgevoerd.
N r . C 41/14 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 19.2.87
Milieuchemicaliën en de daaraan verbonden gevaren worden in het ECDIN (Environmental Chemicals
Data Information Network) beschreven en geëvalueerd. De gegevens (met inbegrip van de stoffen van de
lijsten I en II uit Richtlijn 76/464/EEG) zijn toegankelijk voor het publiek.
De luchtverontreiniging in gesloten ruimten en de invloed daarvan op de mens winnen als project aan
betekenis en worden in het kader van een COST-actie onder leiding van het GCO onderzocht. Het werk
over sporen metalen en de invloed daarvan op de gezondheid wordt voortgezet.
Bij de schadelijke stoffen in de lucht staat het onderzoek inzake de zure neerslag vooraan terwijl bij het
onderzoek inzake fotochemische effecten meer aandacht zal worden besteed aan de uitwerking op planten.
Het ligt in de bedoeling met behulp van mathematische modellen een beter inzicht te krijgen in het trans-
port van schadelijke stoffen in de lucht en het probleem van de massabalans, waarbij wordt uitgegaan van
de bij veldonderzoek vergaarde gegevens dat door de Europese Gemeenschappen werd gefinancierd. In dat
verband zal in aanzienlijke mate worden bijgedragen tot de COST Actie-611 (fysisch-chemisch gedrag van
schadelijke stoffen in de lucht) en het EUREKA-project EUROTRAC.
In het centrale laboratorium voor luchtverontreiniging blijft men eraan werken door voorstellen voor de
harmonisering van analysetechnieken afkomstig uit het besluit van de Raad inzake grenswaarden voor
zwaveldioxyde en zwevende stofdeeltjes in de praktijk toepasbaar te maken.
Het onderzoek inzake de kwaliteit van water is geconcentreerd op de verspreiding van sporen metalen en
de eventuele schadelijke werking daarvan op het milieu in waterige ecosystemen.
Een ander onderzoekproject (waaraan vroeger in de context „industriële schadelijke stoffen" werd ge-
werkt) is gericht op de verspreiding en de eventuele omzetting van schadelijk chemisch afval, de manier
waarop dit moet worden beheerd en de werking daarvan op het milieu, zulks in de zin van Besluit van de
Raad 78/319 over giftige afvalprodukten.
5.2. Meting van straling en evaluatie van het stralingsrisico
Dit is een voorbereidende studie voor een tegen 1988 in te dienen uitgebreider programmavoorstel dat in
de zin van het Euratom-Verdrag (hoofdstuk III) en onder de indruk van de ramp te Tsjernobyl, ten doel
heeft de wetenschappelijke basis te leggen voor toekomstige activiteiten van de Commissie op het gebied
van de stralingsbescherming, dan wel deze te verbreden.
Het gaat hierbij om:
— het nagaan van de mogelijkheden om in een databank alle informaties over het gedrag van radionucli-
den in het milieu en het biologische effect daarvan te vergaren;
— het onderzoeken van mathematische modellen op hun geschiktheid voor het berekenen van de versprei-
ding van radionucliden in Europa die door een kerninstallatie (onder normale bedrijfsomstandigheden
of bij ongevallen) worden geloosd en de daaruit voortvloeiende collectieve dosis voor de bevolking te
ramen;
— het vergaren en evalueren van meetgegevens die in de inrichting te Ispra worden verkregen bij de
controle op het milieu ter aanvulling van het programma voor gezamenlijke rekening Stralingsbescher-
ming.
Het nieuwe programma omvat onderzoek inzake de standaardisering van meetmethodes voor luchtmon-
sters alsmede de vergelijking van de in de Lid-Staten verkregen resultaten.
5.3. Teledetectie
Volgens de planning wordt in 1987 voor dit programma overgegaan op nieuwe structuren en doelstellingen
voor het project zoals die in het volgende meerjarenprogramma zullen worden opgenomen.
Daarbij gaat het in de eerste plaats om preliminair onderzoek voor de toepassing van radarinstallaties met
(kunstmatig) vergroot diafragma voor de teledetectie. Bijzondere aandacht gaat uit naar de evaluatie en
toepassing van de gegevens die tijdens de AGRISAR-campagne 1986 werden vergaard.
Het lopende project over het transport van verontreiniging in de zee onder de kust wordt op zodanige
wijze voortgezet dat het programma eind 1987 een belangrijke heroriëntering kan ondergaan. Het ligt in
de bedoeling een mathematisch diffusie- en circulatiemodel te vervaardigen met behulp waarvan de uit de
verontreiniging van het zeewater voortvloeiende biofysische parameters kunnen worden weergegeven en de
verspreiding daarvan kan worden voorspeld. In het tweede halfjaar 1987 zal een prototype van een laser-
fluorescentiedetector die voor het opsporen en onderzoeken van olie in de zee werd ontwikkeld, voor een
eerste praktische toepassing gereed zijn. Voorts zal worden nagegaan of deze techniek ook kan dienen
voor het opsporen en identificeren van chemische verontreinigingen zodat het programma eventueel in
deze zin kan worden uitgebreid.
19.2.87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr .C 41/15
In de sector visserij wordt het lopende onderzoek dat nu vooral is gericht op karakteristieke gebieden waar
het voedsel in de waterkolom opstijgt aan de Marokkaanse kust, uitgebreid met het oog op het opnemen
van een afzonderlijk project in het Programma 1988-1991.
Tenslotte wordt in 1987 het gezamenlijk door het Directoraat-generaal Landbouw, SOES en GCO uitge-
werkte actieprogramma gelanceerd om de teledetectie op te nemen in een Europees informatiesysteem voor
de landbouw. Eerste projecten die onder contract worden uitgevoerd hebben betrekking op de ontwikke-
ling van statistische methodes voor het vaststellen van de exploitatie van de bodem ten behoeve van de
landbouw en de toepassingsmogelijkheden van voorspellingen voor de omvang van de oogst die op door
teledetectie verkregen gegevens berusten.
Het project inzake natuurrampen dat momenteel op zijn uitvoerbaarheid wordt onderzocht, wordt ge-
schorst.
Voorts zal het GCO samen met de betrokken directoraten-generaal nauwkeurig de activiteiten vastleggen
met behulp waarvan de aanbevelingen van een groep deskundigen met name met het oog op het
CORINE-programma en de sector verontreiniging van de zee in de praktijk kunnen worden gerealiseerd.
Deze groep die door Directoraat-generaal XII-GCO werd gevormd, heeft onder leiding van de heer Roy
Gibson een onderzoek ingesteld naar de ontwikkeling bij de toepassing van teledetectieuechnieken.
5.4. Industriële risico's
Projecten op dit gebied worden door het GCO in nauwe samenwerking met het Directoraat-generaal
Milieuzaken, Consumentenbelangen en Nucleaire Veiligheid uitgevoerd waarbij het GCO zich voorname-
lijk toelegt op de evaluatie en de beheersing van het risico en daarbij gebruik kan maken van de kennis die
voor problemen in verband met de reactorveiligheid werd ontwikkeld.
Na een grondige voorbereiding tijdens de jaren 1984 en 1985 en op grond van overleg met vertegenwoor-
digers uit industriële kringen en veiligheidsdiensten zal het nieuwe GCÓ-programma twee aspecten van de
industriële veiligheid bewerken: ongevallenpreventie en schadebeperking.
De werkzaamheden inzake ongevallenpreventie omvatten proeven met modellen voor de analyse van het
risico die ten dele met andere onderzoekteams worden uitgevoerd en waarvan wordt verwacht dat de aan
te wenden methodes kunnen worden geharmoniseerd. Voorts ligt het in de bedoeling in dit verband onder-
zoekprojecten van andere instellingen (EuReDatA (') en ESRA (2)) te coördineren en de in verschillende
onderzoekprogramma's bereikte resultaten onderling uit te wisselen.
De werkzaamheden in verband met de schadebeperking zullen worden geconcentreerd op experimentele en
theoretische studies van zogenaamde Runaway-reacties, dat wil zeggen reacties die wanneer zij niet meer
te beheersen zijn snel steeds meer schade veroorzaken. De geplande studies omvatten kinetische en ther-
modynamische aspecten, het uitvoeren van modelproeven en onderzoek over de efficiency van ontlastings-
systemen.
Het tot nu toe in verband met de industriële risico's behandelde project over chemisch afval wordt in 1987
overgebracht naar het programma Milieubescherming; ontwikkeling van procédés voor-de niet-destructieve
proeven met materialen wordt in het kader van het programma over industriële technologieën voortgezet.
6. Exploitatie van de hoge-fluxreactor
Dit programma dat als aanvulling moet worden gezien van andere programma's, wordt ook in 1987 over-
eenkomstig de met de betrokken controle- en advieslichamen besproken plannen voortgezet.
Na de in de jaren 1984 tot 1986 uitgevoerde verbouwing is thans een efficiënte moderne installatie beschik-
baar die zich voortreffelijk leent voor materiaalonderzoek en als intensieve neutronenbron kan worden
gebruikt.
De voornaamste werkterreinen zijn nog steeds:
— technologisch gericht onderzoek op het gebied van de ontwikkeling van splijtstoffen voor splijtingsreac-
toren en onderzoek over het gedrag van constructiematerialen onder bestraling;
(') EuReDatA: European Reliability Databank Association.
(2) ESRA: European Safety and Reliability Association.
N r . C 41/16 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 19.2.87
— materiaalonderzoek voor fusiereactoren;
— kernfysische proeven;
— toepassing van neutronenstralen bij het onderzoek over de structuur van materialen;
— vervaardiging van radio-isotopen voor medische, industriële en wetenschappelijke doeleinden;
— activeringsanalyses.
BIJLAGE II
Gevolgen voor het midden- en kleinbedrijf (MKB)
1. De uitvoering van het geplande programma voor 1987 zal het midden- en kleinbedrijf op verschillende
wijze rechtstreeks of indirect raken; als MKB worden ondernemingen beschouwd met minder dan 500
respectievelijk 100 medewerkers.
2. Rechtstreekse gevolgen zijn van tweeërlei aard:
i) enerzijds profiteert het MKB van de uitvoering van het programma;
ii) anderzijds kan het GCO werkzaamheden bij het MKB uitbesteden.
Indirect profiteert het MKB (naast andere ondernemingen, nationale onderzoekinstellingen, normalisa-
tiecentra, enz.) van de onderzoekresultaten van het GCO die in de vakliteratuur, tijdens openbare semi-
naries en conferenties worden bekendgemaakt en de nationale autoriteiten worden medegedeeld die
deze informaties krijgen van de sèctoriële raadgevende comités voor beheer en coördinatie in het kader
van de regelmatige berichtgeving over de werkzaamheden en de onderzoekresultaten van het GCO.
3. Voor zover het MKB rechtstreeks profiteert van de werkzaamheden van het GCO gaat het om activitei-
ten van het GCO inzake vergaren, evalueren en verspreiden van kennis zoals in de databank over
materialen voor hoge temperaturen te Petten en in Ispra in de databank ECDIN over giftige chemische
stoffen (die nu door een particuliere onderneming wordt geëxploiteerd).
Het MKB kan ook gebruik maken van de proefinstallaties van het GCO met inbegrip van de testinstal-
latie voor zonne-energie te Ispra, hetgeen ook tot verdere ontwikkeling van de toegepaste methodes
leidt.
Evenals in het verleden zal het MKB ook in 1987 met de inrichtingen van het GCO samenwerken om
hulpmiddelen die in de afzonderlijke programma's worden benut, te ontwikkelen en nieuwe methodolo-
gieën met inbegrip van het transport en de behandeling van informatie (veiligheidscontrolesystemen,
teledetectietechnieken) uit te werken.
Nieuwe takken van wetenschap voor de toepassing van de nieuwe programma's zijn vaak in samenwer-
king met het MKB ontstaan (bij voorbeeld kunstmatige intelligentie) en talrijke projecten voor de ex-
ploitatie van onderzoekresultaten van het GCO worden in samenwerking met het MKB uitgevoerd. Dat
zal ook in 1987 het geval zijn.
Niet in de laatste plaats hebben de onderzoekresultaten van het GCO stimulerend gewerkt op de op-
richting van nieuwe ondernemingen in de sector MKB op het gebied van de geavanceerde technologie.
In dat verband zijn uit het jongste verleden vooral voorbeelden te noemen die berusten op het pro-
gramma van het GCO inzake teledetectie vanuit de ruimte.
4. In het voorlopige voorstel voor de begroting 1987 worden de „overige" uitgaven op ongeveer 29 mil-
joen Ecu geraamd die voor maatregelen in de algemene administratie en infrastructuur worden gebruikt.
Dit bedrag omvat alle kosten die bij de exploitatie van de vier inrichtingen ontstaan (energie, transport,
onderhoud van gebouwen en technische installaties, algemene diensten). Ongeveer een derde van dat
bedrag wordt waarschijnlijk voor contracten met het MKB uitgegeven. Daarnaast is een bedrag van 12
miljoen Ecu bestemd voor wetenschappelijk-technische steun, waarvan eveneens een niet te verwaarlo-
zen gedeelte wordt gebruikt voor contracten met het MKB. Dat zelfde geldt voor 36 miljoen Ecu die
werden gereserveerd voor de uitvoering van het directe programma met inbegrip van de exploitatie van
de hoge-fluxreactor te Petten. In dit verband worden de voor de bestraling gebruikte wegwerpapparaten
grotendeels door het MKB vervaardigd terwijl de vier inrichtingen voor de constructie van wetenschap-
pelijke apparaten, de voorbereiding van proeven, enz. in grote mate een beroep doen op plaatselijke
bedrijven.
Full & Egal Universal Law Academy