Nr. C 5/2 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 9.1.87
II
(Voorbereidende besluiten)
COMMISSIE
Voorstel voor een richtlijn van de Raad houdende eerste wijziging van Richtlijn 83/183/EEG
betreffende de belastingvrijstellingen bij definitieve invoer uit een Lid-Staat van persoonlijke
goederen door particulieren
COM(86) 584 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 16 december 1986)
(87/C 5/02)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 99,
Gezien het voorstel van de Commissie,
gebruikt moeten zijn en inzake kwantitatieve beperkin-
gen voor bepaalde goederen minder streng gemaakt die-
nen te worden,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Gezien het advies van het Europese Parlement,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal
Comité,
Artikel 1
Richtlijn 83/183/EEG van de Raad van 28 maart 1983
wordt als volgt gewijzigd:
Overwegende dat de Raad bij de aanneming van Richt-
lijn 83/183/EEG van 28 maart 1983 (') met eenparigheid
van stemmen heeft toegezegd, op voorstel van de Com-
missie, bepalingen aan te zullen nemen waardoor de for-
maliteiten met betrekking tot het verlenen van belas-
tingvrijstellingen bij definitieve invoer uit een Lid-Staat
van persoonlijke goederen door particulieren aanzienlijk
verlicht worden; dat het Comité ad hoc „Europa van de
burgers" in zijn eerste verslag (2), dat door de Europese
Raad te Brussel van 29 en 30 maart 1985 werd goedge-
keurd, de Commissie heeft verzocht een dusdanig voor-
stel in te dienen;
Overwegende dat het vrije verkeer van personen in de
Gemeenschap zoveel mogelijk moet worden bevorderd;
Overwegende dat het, in afwachting van de afschaffing
van de belastinggrenzen voor de verwezenlijking van een
werkelijke interne markt, dienstig is bepaalde formalitei-
ten die nodig zijn voor het verlenen van de vrijstelling bij
invoer die is bedoeld in Richtlijn 83/183/EEG te harmo-
niseren en te verlichten, met name ten aanzien van de
opstelling van een inventaris en het bewijs van de ge-
wone verblijfplaats; dat de bestaande voorschriften in-
zake de periode gedurende welke ingevoerde goederen
1. In artikel 2 wordt lid 2, sub b), als volgt gelezen:
,,b) door de betrokkene werkelijk zijn gebruikt in de
Lid-Staat waaruit zij worden uitgevoerd. De Lid-
Staten kunnen verlangen dat motorvoertuigen
(met inbegrip van hun aanhangwagens), caravans,
verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en
sportvliegtuigen, waarvan de eerste aan BTW on-
derworpen levering minder dan vier jaar vóór de
datum van invoer plaatsvond, ten minste gedu-
rende zes maanden vóór de verandering van ver-
blijfplaats door de betrokkene zijn gebruikt.
Voor de in de tweede zin, sub a), bedoelde goe-
deren kunnen de Lid-Staten deze termijn echter
op twaalf maanden stellen.".
2. Artikel 4 vervalt.
3. In artikel 5 wordt het eerste lid als volgt gelezen:
, , 1 . De Lid-Staten kunnen bepalen dat de in artikel
4, lid 1, van Richtlijn 69/169/EEG (J) opgesomde
goederen slechts tot ten hoogste bepaalde hoeveelhe-
(') PB nr. L 105 van 23. 4. 1983, blz. 64.
(2) Doe. SN/484/6/85 (EDC) — Verslag aan de Europese
Raad te Brussel van 29 en 30 maart 1985. (>) PB nr. L 133 van 4. 6/1969, blz. 6.
9.1.87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 5/3
den met vrijstelling mogen worden ingevoerd. Deze
maximumhoeveelheden mogen evenwel niet geringer
zijn dan viermaal de in kolom II van genoemd artikel
vermelde hoeveelheden, behoudens ten aanzien van
tabaksprodukten, waarvan de invoer met vrijstelling
kan worden beperkt tot de in genoemde kolom ver-
melde hoeveelheden.".
4. In artikel 7:
a) wordt lid 1 genummerd als lid 1, sub a);
b) worden de volgende paragrafen b) en c) toege-
voegd :
,,b) Voorwaarde voor het verlenen van de vrijstel-
ling is het indienen van een op ongezegeld pa-
pier opgestelde inventaris, vergezeld van een
verklaring die is opgemaakt overeenkomstig
het bij deze richtlijn gevoegde model en ge-
steld in een van de officiële talen van de Ge-
meenschap die wordt aanvaard door de be-
voegde autoriteiten van de Lid-Staat waarin
de formaliteiten voor het in het vrije verkeer
brengen worden vervuld; op de inventaris mag
de waarde van de goederen niet worden ver-
meld.
c) Bij de verandering van de gewone verblijf-
plaats verlangen de Lid-Staten niet dat het be-
wijs wordt geleverd waar de oude gewone
verblijfplaats in het land van herkomst is.".
c) wordt aan lid 2 de volgende zin toegevoegd:
„Indien, overeenkomstig artikel 3, binnen boven-
genoemde termijn de invoer geschiedt in meerdere
zendingen kunnen de Lid-Staten geen gehele in-
ventaris verlangen bij de eerste invoer en evenmin
dat bij achtereenvolgende zendingen de grensover-
schrijding steeds bij dezelfde grenspost plaats-
vindt.".
5. In artikel 8, lid 2,
a) vervalt in de eerste alinea het zinsdeel „gedurende
een periode van ten minste 12 maanden".
6. In artikel 9:
a) wordt de eerste zin van lid 1, tot a), als volgt gele-
zen:
„Onverminderd de bepalingen van de artikelen 2
tot en met 5 kan een ieder ter gelegenheid van zijn
huwelijk de door hem verworven of gebruikte per-
soonlijke goederen met vrijstelling van de in arti-
kel 1 bedoelde belastingen invoeren in de Lid-Staat
waarnaar hij zijn gewone verblijfplaats wil over-
brengen, op de volgende voorwaarden:";
b) wordt in lid 2 het in de tweede zin genoemde be-
drag van 200 Ecu vervangen door de woorden:
„het bedrag van de vrijstelling van artikel 2, lid 1,
van Richtlijn 69/169/EEG O " ;
wordt het in de derde zin genoemde bedrag van
200 Ecu vervangen door de woorden: „dit be-
drag";
wordt het bedrag van 1 000 Ecu vervangen door
de woorden „viermaal de in genoemd artikel be-
paalde waarde";
(') PB nr. L 133 van 4. 6. 1969, blz. 6.
7. In artikel 11, lid 1, vervalt het zinsdeel „Tot aan de
inwerkingtreding van de communautaire belasting-
voorschriften ter uitvoering van artikel 14, lid 2, van
Richtlijn 77/388/EEG," en worden de woorden
„trachten de Lid-Staten" gelezen „De Lid-Staten
trachten".
8. Het model van de in artikel 7, lid 1, onder b), voor-
ziene verklaring is bijgevoegd in bijlage.
Artikel 2
1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en be-
stuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiter-
lijk op 1 juli 1987 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stel-
len de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
2. Elke Lid-Staat geeft aan de Commissie kennis van
de bepalingen die hij vaststelt voor de toepassing van
deze richtlijn.
Artikel 3
b) vervalt de derde alinea. Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
Nr. C 5/4 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 9 . 1 . 8 7
BIJLAGE
Verklaring betreffende overbrenging van goederen zonder betaling van rechten en belastingen bij verhuizing
van de ene Lid-Staat naar de andere
(Raadpleeg de toelichting van de Lid-Staat van invoer alvorens de verklaring in te vullen)
1. Naam en voornamen van de aanvrager:
2. Naam en adres verhuizer of gemachtigde (eventueel):
3. Oude gewone verblijfplaats, in het land van herkomst:
Adres:
Bewoond van: tot:
4. Nieuwe gewone verblijfplaats:
Adres:
Voor de verandering van de gewone verblijfplaats bepaalde datum:
5. Verklaring
Ik verklaar dat de goederen die zijn vermeld in de inventaris:
— werkelijk door mij gebruikt werden in de Lid-Staat van herkomst. Ik verklaar bovendien dat de
volgende goederen
motorvoertuig
caravan
pleziervaartuig
sportvliegtuig (')
waarvan de eerste aan BTW onderworpen levering minder
dan vier jaar vóór de datum van invoer plaatsvond
door mij persoonlijk sedert (2) werd(en) gebruikt;
— op gewone marktvoorwaarden (met inbegrip van belastingen) werden gekocht en dat uit hoofde van
de uitvoer daarvoor geen vrijstelling of terugbetaling van belastingen plaatsvindt.
Ik verklaar dat bovenstaande gegevens juist zijn.
Gedaan te Datum
Handtekening
(') Schrappen wat niet van toepassing is.
(2) Datum invullen.
Full & Egal Universal Law Academy