31.1. 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 24/9
II
(Voorbereidende besluiten)
COMMISSIE
Voorstel voor een verordening van de Raad inzake het programma voor onderzoek en ontwik-
keling op het gebied van wetenschap en techniek ten dienste van de ontwikkeling (1987-1990)
COM(86) 550 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 29 oktober 1986)
(87/C 24/06)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europese Parlement,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Co-
mité,
Overwegende dat de Gemeenschap, volgens het bepaalde
in artikel 2 van het Verdrag, inzonderheid tot taak heeft
een harmonische ontwikkeling van de economische acti-
viteit binnen de gehele Gemeenschap alsmede een gesta-
dige en evenwichtige expansie te bevorderen; dat artikel
3 van het Verdrag, onder de activiteiten van de Gemeen-
schap tot verwezenlijking van de in artikel 2 vermelde
doelstellingen, onder andere de uitbreiding van het han-
delsverkeer en de gezamenlijke bevordering van de eco-
nomische en sociale ontwikkeling van de ontwikkelings-
landen noemt;
Overwegende dat in de resolutie van de Raad van 18 no-
vember 1980 het belang wordt onderstreept van het met
name op de levensmiddelenproduktie van de ontwikke-
lingslanden gerichte onderzoekpotentieel en van het on-
derling aanvullende karakter van de werkzaamheden van
de in de Gemeenschap gevestigde onderzoekcentra en de
inspanningen die de ontwikkelingslanden op dit terrein
leveren;
Overwegende dat de Intergouvernementele Commissie
voor Wetenschap en Technologie voor Ontwikkeling tij-
dens haar achtste zitting, van 2 tot 6 juni 1986, een door
Nederland namens de Lid-Staten van de Europese Ge-
meenschap voorgelegde resolutie heeft goedgekeurd,
waarin de industrielanden wordt verzocht hun onder-
zoek- en ontwikkelingswerkzaamheden in de landbouw-
sector en aanverwante sectoren te intensiveren, en deze
mede te doen uitstrekken over de met de ontwikkelings-
landen gezamenlijk ondernomen projecten;
Overwegende dat de ontwikkelingslanden zich bewust
zijn geworden van de rol van wetenschap en techniek in
het proces van economische en sociale ontwikkeling; dat
het dus van belang is de invoering van een wetenschappe-
lijke en technische dimensie in het ontwikkelingswerk
van de Gemeenschap te vergemakkelijken;
Overwegende dat de werkzaamheden in verband met
onderzoek en ontwikkeling die het voorwerp van deze
verordening vormen, betrekking hebben op twee bijzon-
der ernstige en urgente problemen, namelijk voeding en
gezondheid, die met de essentiële behoeften van de ont-
wikkelingslanden verbonden zijn;
Overwegende dat een grotere mate van onderlinge af-
stemming tussen wetenschapsmensen in de onderschei-
den Lid-Staten en de ontwikkelingslanden noodzakelijk
is om de complementariteit van onderzoek en methodo-
logieën, alsmede de toegang tot de verschillende netten
van wetenschappelijke relaties die door de Lid-Staten
met hun partners uit de Derde Wereld tot stand zijn ge-
bracht, te vergemakkelijken;
Overwegende dat de Raad op 14 januari 1974 een reso-
lutie heeft aangenomen betreffende een eerste actiepro-
gramma van de Europese Gemeenschappen op het ge-
bied van wetenschap en technologie (');
Overwegende dat de resolutie van de Raad van 25 juli
1983 inzake communautaire onderzoek-, ontwikkelings-
en demonstratiewerkzaamheden en inzake het Eerste
Kaderprogramma 1984-1987 (2) bij de wetenschappelijke
en technische doelstellingen ook de versterking van de
ontwikkelingshulp vermeldt;
Overwegende dat het gelet op doel en het specifieke ka-
rakter van het onderhavige programma, dat in het belang
van de ontwikkelingslanden wordt ondernomen en in
nauwe samenwerking met hen ten uitvoer zou moeten
worden gelegd, dienstig is bijzondere regels te geven
voor de kennisverbreiding die uit de uitvoering van dit
programma zal voortvloeien;
(') PB nr. C 7 van 29. i. 1974, blz. 6.
O PB nr. C 208 van 4. 8. 1983, blz. 1.
Nr.C 24/10 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31.1.87
Overwegende dat de Raad in toepassing van artikel 235
van het Verdrag bij Besluit 82/837/EEG (x) een eerste
meerjarenprogramma voor onderzoek en ontwikkeling
op het gebied van wetenschap en techniek ten dienste
van de ontwikkeling heeft vastgesteld, en dat dit pro-
gramma positieve resultaten heeft opgeleverd die ten
aanzien van de nagestreefde doelstellingen veelbelovende
vooruitzichten hebben geopend;
Overwegende dat de Raad in zijn zitting van 10 decem-
ber 1985 de Commissie heeft uitgenodigd om na te den-
ken over de opneming in dit programma van een onder-
afdeling inzake de ontwikkeling van de eigen weten-
schappelijke en technische onderzoekmogelijkheden in
de ontwikkelingslanden;
Gezien het door het Comité voor wetenschappelijk en
technisch onderzoek (CREST) uitgebrachte advies;
Overwegende dat het Verdrag niet in de daartoe vereiste
bevoegdheden voorziet,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGE-
STELD:
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 1987 wordt voor een periode
van vier jaar een programma vastgesteld voor onderzoek
en ontwikkeling, ter ondersteuning en versterking van de
wetenschappelijke activiteiten op het gebied van weten-
schap en techniek ten dienste van de ontwikkeling en ten
behoeve van de ontwikkelingslanden, zoals beschreven in
de bijlage.
In het kader van dit programma kunnen de bevoegde in-
stellingen in de Gemeenschap of in de ontwikkelingslan-
den voorstellen indienen voor onderzoek- en ontwikke-
lingsprojecten. Voorstellen voor de cofinanciering van
onderzoekwerkzaamheden die door andere bevoegde in-
ternationale organisaties worden ondernomen, kunnen
eveneens worden ingediend.
Artikel 2
Voor de uitvoering van dit programma, met inbegrip van
de uitgaven voor zestien personeelsleden, wordt een be-
drag van 80 miljoen Ecu noodzakelijk geacht.
Artikel 3
De Commissie draagt zorg voor de uitvoering van het
programma.
Artikel 4
1. Bij de uitvoering van haar taken wordt de Commis-
sie bijgestaan door een Raadgevend Comité „onderzoek
voor ontwikkeling", hierna het Comité genoemd, dat in
de plaats treedt van het bij Besluit 84/338/Euratom,
EGKS, EEG van de Raad (2) ingestelde Raadgevend
Comité inzake beheer en coördinatie „onderzoek in het
kader van ontwikkeling".
Het Comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Lid-
Staten, ten hoogste twee per Lid-Staat, die voor weten-
schap en technologie op de gebieden tropische en subtro-
pische landbouw en geneeskunde, gezondheid en voe-
ding in tropische en subtropische gebieden bevoegd zijn.
Een vertegenwoordiger van het Permanent Comité voor
onderzoek in de landbouw, van het Raadgevend Comité
„onderzoek op het gebied van de geneeskunde en de
volksgezondheid" en van het Technisch Centrum voor
Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling,
alsmede deskundigen van de ontwikkelingslanden, wor-
den uitgenodigd aan de werkzaamheden van het Comité
deel te nemen.
Met het oog op een betere internationale coördinatie
kunnen vertegenwoordigers van de betrokken internatio-
nale organisaties worden uitgenodigd om de vergaderin-
gen van het Comité bij te wonen.
Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.
De Commissie neemt het secretariaat van het Comité
waar.
2. Het Comité beraadslaagt over de door de Commis-
sie gevraagde adviezen. Bij haar aanvraag kan de Com-
missie een termijn vaststellen waarbinnen het advies moet
worden uitgebracht. De beraadslagingen van het Comité
worden niet met een stemming afgesloten. Elk lid van
het Comité kan evenwel verlangen dat zijn mening in de
notulen wordt opgenomen.
Artikel 5
In de loop van het eerste jaar van uitvoering van het pro-
gramma doet de Commissie, na advies van het Comité,
uitnodigingen uitgaan om voor de geleidelijke tenuit-
voerlegging van het programma voorstellen in te dienen.
In de loop van het derde jaar van uitvoering evalueert de
Commissie, bijgestaan door competente onafhankelijke
specialisten, onder wie een voldoende aantal uit de ont-
wikkelingslanden, het programma en stelt zij dienover-
eenkomstig daarin wijzigingen voor.
Artikel 6
De verbreiding van op het programma van toepassing
zijnde kennis vindt plaats onder de volgende voorwaar-
den:
1. ten aanzien van de kennis en de al dan niet voor een
octrooi in aanmerking komende uitvindingen welke
zijn voortgesproten uit onderzoek of werkzaamheden
die onder contract zijn verricht, worden de regeling
aangaande eigendom en de verplichtingen van de Ge-
meenschap en, in voorkomend geval, van de contrac-
tant per geval in de contracten omschreven;
O PB nr. L 352 van 14. 12. 1982, blz. 24. O PB nr. L 177 van 4. 7. 1984, blz. 25.
31.1.87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 24/11
de Commissie deelt de kennis en de uitvindingen
waarover zij het recht heeft te beschikken, mede aan
de Lid-Staten alsmede aan de personen en onderne-
mingen die op het grondgebied van een Lid-Staat of
in een ontwikkelingsland een onderzoek- of produk-
tieactiviteit uitoefenen waardoor hun toegang tot deze
kennis gerechtvaardigd is. De Commissie moet deze
kennis in de eerste plaats ook mededelen aan de ont-
wikkelingslanden, niet alleen aan die waarmede de
Gemeenschap associatie- of samenwerkingsovereen-
komsten heeft gesloten en aan de niet-geassocieerde
ontwikkelingslanden die financiële en technische hulp
van de Gemeenschap genieten, maar aan alle ontwik-
kelingslanden die hieraan dringend behoefte hebben
en die in staat zijn deze produktief te maken; zij kan
deze mededeling eveneens aan door haar vast te stel-
len voorwaarden onderwerpen.
Artikel 7
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en
is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
BIJLAGE
WERKZAAMHEDEN ONDER CONTRACT
Programma voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van wetenschap en techniek ten dienste van de
ontwikkeling (1987-1990)
Het programma, waarvoor in betalingsverplichtingen is voorzien ten bedrage van 80 miljoen Ecu, omvat
twee subprogramma's:
A. SUBPROGRAMMA „TROPISCHE EN SUBTROPISCHE LANDBOUW"
1. Verbetering van landbouwprodukten:
— produktie van plantaardige gewassen: voedingsgewassen; agro-industriële teelten; plantengene-
tica; bescherming van gewassen,
— eiwitten van dierlijke oorsprong: veeteeltsystemen; diergenetica en reproduktie; diergeneeskunde;
zee- en binnenvisserij en aquacultuur,
— bosbouw in vochtige en droge gebieden.
2. Instandhouding en valorisatie van het milieu:
— evaluatie van de hulpbronnen; watervoorziening en watergebruik; bodembeheer en -bescherming;
verwoestijning en ontginning van savannes; weinig gebruikte genetische hulpbronnen; wilde flora
en fauna.
3. Landbouwtechnologie en na-oogsttechnologie:
— landbouwtechnologie — mechanisering; bewaring van produkten; verwerking van produkten.
4. Produktiesystemen:
multidisciplinaire benaderingen met betrekking tot landbouwprodukten; koppelteelten; verhou-
ding landbouw-veeteelt; ecologisch kwetsbare milieus.
B. SUBPROGRAMMA „GENEESKUNDE, GEZONDHEID EN VOEDING IN TROPISCHE EN
SUBTROPISCHE GEBIEDEN"
1. Geneeskunde:
— overdraagbare tropische ziekten: parasitologie; bacteriologie; virologie; mycologie;
— niet-overdraagbare tropische ziekten: genetische afwijkingen; niet-congenitale ziekten.
Nr. C 24/12 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 31.1. 87
2. Gezondheid:
— medische diensten: praktijkonderzoeken; organisatie, beheer en modellen;
— milieuhygiëne: door het water overgedragen ziekten; traditionele geneeskunde — geneeskrach-
tige planten.
3. Voeding:
— tekorten aan voedingsbestanddelen; gevolgen voor de vpedingstoestand van het beleid inzake de
landbouw- en voedingssector en van het sociaal-economisch beleid;
— verhouding tussen produktiesystemen, opslag, voedingsgewoonten en gezondheidstoestand;
— biologische beschikbaarheid van voedingsstoffen en hun toxiciteit.
De tenuitvoerlegging van de in de twee hierboven vermelde subprogramma's opgenomen activiteiten be-
helst eveneens opleidings- en mobiliteitsacties ten behoeve van het wetenschappelijk personeel, steun voor
uitrusting en oprichting van onderzoeknetwerken.
Voorstel voor een richtlijn van de Raad houdende derde wijziging van Richtlijn 75/726/EEG
betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften van de Lid-Staten inzake
vruchtesappen en bepaalde soortgelijke produkten
COM(86) 688 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 30 december 1986)
(87/C24/07)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op de arti-
kelen 43 en 100,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europese Parlement,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Co-
mité,
Overwegende dat in Richtlijn 75/726/EEG van de
Raad ('), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/487/
EEG (2), niet voorzien is in de mogelijkheid om vruch-
tennectars te bereiden zonder toevoeging van suikers;
dat het gezien de evolutie in de voedingsgewoonten past
dat het bestaan van dergelijke produkten mogelijk wordt
gemaakt;
Overwegende dat het niet mogelijk is om uit bepaalde
exotische vruchten het sap af te scheiden zonder het
vruchtvlees; dat het nodig blijkt te voorzien in het even-
tuele gebruik van vruchtenmoes bij de bereiding van be-
paalde vruchtesappen;
Overwegende dat de mogelijkheid om de totale hoeveel-
heid suikers binnen de vastgestelde grenzen door honing
te vervangen tot alle vruchtennectars dient te worden uit-
C) PB nr. L 311 van 1. 12. 1975, blz. 40.
(2) PB nr. L 189 van 11. 7. 1981, blz. 43.
gebreid en de mogelijkheid om in bepaalde nectars sui-
kers en honing in onderlinge combinatie te gebruiken,
dient te worden opgeheven;
Overwegende dat met het oog op de voorkoming van
fraude het zoeten van bepaalde geconcentreerde vruchte-
sappen slechts mag worden toegestaan indien deze voor
rechtstreekse verkoop aan de consument zijn bestemd en
dat bij dit zoeken in het eindstadium de toegestane gren-
zen niet mogen worden overschreden;
Overwegende dat in de Gemeenschap gewoonlijk geen
gebruik wordt gemaakt van citroenzuur om het natuur-
lijke zuurgehalte van druivesap en van appelsap te corri-
geren in het kader van de nationale wetgeving;
Overwegende dat de bijlage bij de genoemde richtlijn
dient te worden aangevuld ten aanzien van de categorie
zuurarme vruchten,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Richtlijn 75/726/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 1, lid 7, wordt gelezen:
„7. Vmchtennectar:
het niet gegiste maar vergistbare produkt dat is ver-
kregen door toevoeging van water, al dan niet met
toevoeging van suikers, aan vruchtesap, geconcen-
Full & Egal Universal Law Academy