Nr. C 344/4 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 20. 12. 83
II
(Voorbereidende besluiten)
COMMISSIE
Voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad tot vaststelling van specifieke maat-
regelen van communautair belang met betrekking tot de strategie op energiegebied
COM(83) 698 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 2 december 1983)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Ve rd rag tot opricht ing van de Europese
Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel
235,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Gezien het advies van het Europese Par lement ,
Overwegende da t in de resoluties van de Raad van
17 december 1974 ( '), 13 februari 1975 (2) en 9 juni
1980 (3), alsmede in de Aanbevelingen 8 2 / 6 0 4 /
E E G O en 8 3 / 2 5 0 / E E G (5) van de R a a d een aantal
hoofdlijnen van het energiebeleid van de Gemeen-
schap zijn neergelegd;
Overwegende da t de omstandigheid da t de economie
van een Lid-Staat , terwijl zij zich in een bijzondere
situatie bevindt, een onevenredige last bij de financie-
ring van de begrot ing van de Gemeenschap draagt ,
kan leiden to t een situatie die onverenigbaar is met
het naar behoren functioneren van de Gemeenschap;
Overwegende dat de Gemeenschap een strategie op
energiegebied heeft omschreven die met name ten
doel heeft de afhankelijkheid van de invoer van ener-
g ieprodukten , in het bi jzonder van aardolie, te ver-
minderen;
Overwegende da t het noodzakel i jk is specifieke maat-
regelen van communauta i r belang vast te stellen met
betrekking to t een strategie op energiegebied, die
financiële bijdragen van de Gemeenschap met zich
brengen ten behoeve van energieprojecten of maat-
regelen in de Bondsrepubliek Duits land en in het
Verenigd Koninkri jk, welke een bijdrage leveren tot
de verwezenlijking van de doelstellingen van het
energiebeleid van de Gemeenschap ;
O PB nr. C 153 van 9. 7. 1975, blz. 2.
(2) PB nr. C 153 van 9. 7. 1975, blz. 6.
O PB nr. C 149 van 18. 6. 1980, blz. 3.
O PB nr. L 247 van 23. 8. 1982, blz. 9.
(5) PB nr. L 140 van 13. 5. 1983, blz. 25.
Overwegende da t het totale bedrag van de bijdragen
van de Gemeenschap die noodzakel i jk zijn voor
bovengenoemde specifieke maatregelen, w o r d t ge -
raamd op 255 miljoen Ecu voor projecten en maa t re -
gelen in het Verenigd Koninkri jk en op 201 miljoen
Ecu voor projecten en maatregelen in de Bondsrepu-
bliek Dui ts land;
Overwegende da t de projecten en maatregelen gespe-
cificeerd dienen te w o r d e n en vergezeld dienen te
gaan van de nodige gegevens zoda t uitsluitend die
projecten en maatregelen in aanmerk ing w o r d e n
genomen die van communauta i r belang zijn op de
be t rokken gebieden;
Overwegende da t de Commissie de uitvoering van de
in deze verordening bedoelde projecten en maa t rege-
len moet kunnen controleren;
Overwegende dat het Ve rd rag niet voorz ie t in de
daar toe vereiste specifieke bevoegdheden,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
In de Bondsrepubliek Dui ts land en in het Verenigd
Koninkri jk w o r d e n in 1984 specifieke maatregelen
van communauta i r belang met bet rekking to t de stra-
tegie op energiegebied vastgesteld.
Artikel 2
1. D e specifieke maatregelen van communauta i r
belang w o r d e n ten uitvoer gebracht d o o r middel van
financiële bijstand voor het uitvoeren van projecten
en maatregelen die een bijdrage leveren to t de ver-
wezenlijking van een of meer van de volgende doel-
stellingen van het energiebeleid van de Gemeenschap :
— het handhaven van de kolenproduktie in de
Gemeenschap onder bevredigende economische
omstandigheden;
— het verzekeren, door middel van technisch onder-
zoek- en ontwikkelingsbeleid, dat traditionele
vormen van energie beter geëxploiteerd worden
20. 12. 83 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 344/5
en, op lange termijn, vervangen worden door
nieuwe energiebronnen;
— de ontwikkeling van inheemse energiebronnen
onder bevredigende economische voorwaarden;
— de vermindering van de verhouding van het
groeipercentage van het energieverbruik tot het
percentage van de economische groei;
— de beperking van het aardolieverbruik in de Ge-
meenschap als aandeel in het totale energiever-
bruik;
— een vergroting van het aandeel van vaste brand-
stoffen en van kernenergie bij de elektriciteitspro-
duktie;
— de opvoering van het gebruik van hernieuwbare
energiebronnen;
— herstructurering van de vraag ten gunste van een
rationeler energieverbruik;
— opvoering van de investeringen voor omschakeling
op het gebruik van vaste brandstoffen.
2. De projecten en maatregelen worden aan de
Commissie voorgelegd, vergezeld van alle inlichtingen
die nodig zijn ter beoordeling van:
— de overeenstemming daarvan met het bepaalde in
lid 1;
— de overeenstemming daarvan met de in artikel 3
omschreven criteria om voor financiële deel-
neming in aanmerking te komen;
— het communautair belang daarvan, rekening hou-
dend met de strategie op energiegebied en het
betrokken terrein;
— de mogelijkheid om de uitvoering van elk project
en elke maatregel te volgen en de uitgaven te
verifiëren.
3. De Commissie kan verzoeken om alle aanvul-
lende gegevens die nodig zijn voor het onderzoek van
bedoelde projecten en maatregelen.
Artikel 3
1. De projecten en maatregelen komen in aanmer-
king voor financiële deelneming van de Commissie op
voorwaarde dat zij geheel of gedeeltelijk door de
overheid zijn gefinancierd en aan de volgende criteria
voldoen:
a) zij moeten bijdragen tot de verwezenlijking van
de doelstellingen van het energiebeleid van de
Gemeenschap;
b) zij moeten verenigbaar zijn met andere commu-
nautaire beleidslijnen;
c) zij mogen geen aanleiding geven tot concurrentie-
vervalsing, inzonderheid met betrekking tot de
bedragen van overheidssteun.
2. Bovendien worden, voor wat demonstratiepro-
jecten of onderzoekprojecten op energiegebied be-
treft, alleen die projecten in aanmerking genomen ten
aanzien waarvan de Lid-Staten de nodige maatrege-
len nemen om het produktieve gebruik, de commer-
cialisatie en verspreiding van de resultaten zonder dis-
criminatie in de gehele Gemeenschap te waarborgen.
Artikel 4
1. De Commissie onderzoekt de projecten en
maatregelen die haar door elk van de betrokken Lid-
Staten uit hoofde van deze verordening worden voor-
gelegd, en stelt het in artikel 7 bedoelde comité daar-
van in kennis.
2. Volgens de procedure van artikel 8 beslist de
Commissie over:
a) de projecten en maatregelen die communautaire
steun verdienen, aan de hand van de in artikel 3
genoemde criteria;
b) het bedrag van de globale financiële bijdrage van
de Gemeenschap, binnen de grenzen van de be-
schikbare kredieten.
3. De globale financiële bijdrage van de Gemeen-
schap mag per project of maatregel niet hoger zijn
dan 70 % van de jaarlijkse overheidsuitgaven die voor
de uitvoering ervan zijn voorzien.
4. Geen enkele financiële bijdrage wordt verleend
voor uitgaven die meer dan twaalf maanden vóór de
inwerkingtreding van deze verordening zijn gedaan.
5. Ten minste 20 % van de totale financiële bij-
drage van de Gemeenschap uit hoofde van deze ver-
ordening ten behoeve van projecten en maatregelen in
elk land wordt toegewezen voor projecten en maat-
regelen waarmee wordt begonnen twaalf maanden
voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van
deze verordening.
6. De in lid 2 bedoelde beslissingen van de Com-
missie worden bekendgemaakt in het Publikatieblad
van de Europese Gemeenschappen.
Artikel 5
1. De kredieten voor de projecten en maatregelen
worden opgenomen in de begroting van de Europese
Gemeenschappen.
2. Zodra overeenkomstig artikel 4, lid 2, een be-
slissing is genomen, stort de Commissie 90 % van het
bedrag van de voorziene deelneming van de Gemeen-
schap.
3. Het saldo van 10 % wordt gestort onmiddellijk
nadat het in lid 2 bedoelde bedrag blijkens aangifte
van de regering van de betrokken Lid-Staat volledig
is gebruikt, voor zover de uitvoering van het project
of de maatregel volgens plan verloopt en controle ter
plaatse is verricht overeenkomstig de procedure van
artikel 6.
^rCBh^BD Pubhkatieblad van de Europese (Gemeenschappen ^ 0 1 ^ ^
1. L e^ Commissie vergewist zich ervan dat elk pro^
ject en elke maatregel ^ord t uitgevoerd overeenkomt
stig deze verordening, de uitvoeringsbepalingen ervan
en de reglementen vastgesteld krachtens artikel ^
vanhetVerdrag.
L^aartoe verstrekt eik van de betrokken Lidstaten de
Commissie alle gevraagde inlichtingen en treft hij,
^ a t de door de Cemeenschap gesteunde projecten en
maatregelen betreft, de nodige maatregelen om de
door de Commissie dienstig geachte controles te ver
gemakkelijken, met inbegrip van de controles ter
plaatse die o p h a a r verzoeken metinstemmingvan
de betrokken Lidstaten door hunbevoegde instant
ties borden uitgevoerd en daaraan functionarissen
van de Commissie kunnen deelnemen.
Cedurende een periode van drie jaar, te rekenen
vanaf de storting van het saldo bedoeld in ar t ikels ,
lid ^ ,houdt elke betrokken Lids taa t alle bewijsstuk
ken met betrekking tot deui tgavenof de voor eens^
luidend gewaarmerkte afschriften hiervan ter beschik
king van de Commissie.
^. Indien een project of een maatregel niet over
eenkomstig deze verordening ^vordt uitgevoerd of
aanmerkelijk afkijkt vandebes lu i t end ie ter toepas
sing van deze verordening zijn genomen, kan de
Commissie de nog te verrichten betalingen opschort
ten. In dat geval kan de Commissie eveneens besluiten
dat de reeds betaalde of nog te betalen bedragen voP
gensdeprocedurevanar t ike l ^^vordentoege^ezen
aan andere projecten of maatregelen d i eu i thoo fde
vandezeverordeningzi jningediend. Indienvolgens
de Commissie geen ander project of geen andere
maatregel in aanmerking komt,vordert de Commissie
de uitgekeerde bedragen terug.
t. Er ^vordt een Comité van beheer ingesteld,
hierna genoemd „het Comité , dat is samengesteld
uit vertegenwoordigers van de Lidstaten en onder
voorzitterschapstaat vaneen vertegenwoordiger van
de Commissie.
^. In het Comité g o r d e n d e s temmenvandeLid^
staten gebogen overeenkomstig het bepaalde in artP
k e l t ^ , l i d ^ ,van hetVerdrag.L^e voorzitter neemt
geen deel aan de stemming.
A ^ ^
P In de gevallen^aarin^vordt verhezen n a a r d e
in dit artikel omschreven procedure, leidt de voorzit
ter deze procedure bij het Comité in, hetzij op eigen
initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger
van een Lidstaat .
^. löevertegen^voordigervan de Commissiedient
ontwerpen in van te nemen besluiten. Het Comité
brengt over deze ontwerpen advies uit binnen een terD
mijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van
de urgentie der aan een onderzoek onderworpen
vraagstukken. Het Comité spreekt zich uit met de
in artikel t ^ , lid ^, van het Verdrag neergelegde
gekwalificeerde meerderheid.
^. LóeCommissieneemtbesluitendie onmiddellijk
vantoepassing zi jn.Indiendezebeslui tenechter niet
in overeenstemming zijn met het door het Comité uit^
gebrachte advies,^vorden zij door de Commissie onD
verwijld en uiterlijk binnen een maand ter kennis van
de Raad gebracht. In dat geval stelt de Commissie de
toepassing van de besluiten die zij heeft genomen, tot
ten hoogste t^veemaanden na dezekennisgeving uit.
Oe Raad kan binnen t^vee maanden met gek^valifi
ceerde meerderheid van stemmen een andersluidend
besluit nemen.
A ^ ^
In overlegmet de Commissie neemt elk van de beD
trokken Lidstaten de nodige maatregelen om ervoor
te zorgen dat aan de uit hoofde van deze verordening
toegekendebijs tandoppassende^ijzeopenbaarheid
^vordt gegeven.
fOe Commissie brengt aan de Raad en aan het Euro
pese Rarlement verslag uit over de toepassing van
deze verordening.
fócze verordening treedt in werking op de dag van
h a a r b e k e n d m a k i n g i n h e t ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ r ^
^ ^ C A ^ ^ ^ c ^ ^ ^ .
löeze verordening is verbindend in al haar onderdelen
en is rechtstreeks van toepassing in elke Lidstaat .
Full & Egal Universal Law Academy