Nr. C 340/4 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 17. 12. 83
Artikel 5 Artikel 8
De hulp van de Gemeenschap wordt verleend in de
vorm van giften.
Artikel 6
1. De hulp kan dienen tot dekking van uitgaven in
deviezen, alsook van plaatselijke uitgaven welke voor
de uitvoering van de maatregelen nodig zijn, met in-
begrip van de uitgaven voor onderhoud en functione-
ring.
Belastingen, rechten en heffingen zijn van commu-
nautaire financiering uitgesloten.
2. Eventuele tegenwaardegelden die uit de in arti-
kel 3 genoemde maatregelen zouden kunnen voort-
vloeien, worden overeenkomstig de in deze verorde-
ning vastgestelde doeleinden en in overeenstemming
met de Europese Economische Gemeenschap aange-
wend.
Artikel 7
De deelneming aan aanbestedingen en contracten
staat voor alle natuurlijke en rechtspersonen uit de
Lid-Staten en de hulpontvangende Staat onder gelijke
voorwaarden open. Deze deelneming kan worden uit-
gebreid tot andere ontwikkelingslanden die hulp van
de Gemeenschap ontvangen, met name in het geval
van medefinanciering of om te vermijden dat de kos-
ten van de maatregelen als gevolg van de afstanden,
transportmoeilijkheden of leveringstermijnen al te
zeer oplopen.
Deze deelneming van andere ontwikkelingslanden
draagt een uitzonderingskarakter en wordt geval per
geval volgens de in artikel 8 vervatte procedure toege-
staan.
De besluiten tot toekenning van hulp worden door de
Commissie genomen na raadpleging van het in arti-
kel 7 van Verordening (EEG) nr. 3331/82 genoemde
comité en volgens de in artikel 8 van die verordening
vastgestelde procedure.
Dit comité kan elk ander vraagstuk met betrekking
tot de uitvoering van de maatregelen ter vervanging
van voedselhulpleveranties behandelen, dat door zijn
voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek
van een vertegenwoordiger van een Lid-Staat, aan de
orde wordt gesteld.
Artikel 9
Met inachtneming van de krachtens artikel 8 geno-
men besluiten bepaalt de Commissie de voorwaarden
waaronder de hulp wordt verstrekt.
Artikel 10
De Commissie brengt bij de Raad en het Europese
Parlement over de toepassing van deze verordening
verslag uit.
Artikel 11
1. De Commissie treft alle maatregelen die voor
een goede uitvoering van de maatregelen ter vervan-
ging van voedselhulpleveranties nodig zijn.
2. De Lid-Staten verlenen haar alle daartoe nodige
bijstand en verstrekken haar met name alle inlichtin-
gen die voor een goede uitvoering van deze maatrege-
len vereist zijn.
Artikel 12
Deze verordening treedt in werking op de derde dag
volgende op die van haar bekendmaking in het Publi-
katieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen
en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad tot vaststelling van bijzondere maatre-
gelen van communautair belang op het gebied van de vervoersinfrastructuur
COM(83) 697 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 2 december 1983)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gezien het advies van het Europese Parlement,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op arti-
kel 235,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat de omstandigheid dat de economie
van een Lid-Staat, terwijl zij zich in een bijzondere
situatie bevindt, een onevenredige last bij de financie-
ring van de begroting van de Gemeenschap draagt,
kan leiden tot een situatie die onverenigbaar is met
het naar behoren functioneren van de Gemeenschap;
17.12.83 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 340/5
Overwegende dat het noodzakelijk is bijzondere
maatregelen van communautair belang op het gebied
van de vervoersinfrastructuur vast te stellen, die fi-
nanciële bijdragen van de Gemeenschap ten behoeve
van projecten betreffende vervoersinfrastructuur in de
Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Konink-
rijk met zich brengen;
Overwegende dat de projecten moeten worden gespe-
cificeerd en met de vereiste gegevens worden ge-
staafd, opdat alleen die projecten die van communau-
tair belang zijn op het desbetreffende gebied worden
gekozen en dat naar behoren rekening moeten wor-
den gehouden met
— de voorstellen van de Commissie voor een meerja-
rig vervoerprogramma dat alle takken van vervoer
omvat, en
— de evaluatie van het communautair belang van
projecten betreffende vervoersinfrastructuur;
Overwegende dat de Commissie de uitvoering van de
in deze verordening bedoelde projecten moet kunnen
controleren;
Overwegende dat het Verdrag niet voorziet in de
daartoe vereiste bevoegdheden,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Ten behoeve van de Bondsrepubliek Duitsland en het
Verenigd Koninkrijk worden in 1984 bijzondere
maatregelen van communautair belang op het gebied
van de vervoersinfrastructuur vastgesteld.
Artikel 2
1. De bijzondere maatregelen van communautair
belang worden ten uitvoer gelegd door middel van fi-
nanciële bijstand voor de uitvoering van projecten die
tot de totstandbrenging van het gemeenschappelijk
vervoerbeleid bijdragen en in het bijzonder aan een of
meer onderstaande doelstellingen voldoen:
a) opheffing van notoire knelpunten binnen de Ge-
meenschap;
b) verbetering van het spoorwegverkeer op routes die
van belang zijn voor lange-afstandsverkeer, in het
bijzonder voor gecombineerd vervoer;
c) verbetering van de verkeersverbindingen tussen de
perifere zones en de rest van de Gemeenschap
over de hoofdwegen;
d) verbetering van de voorzieningen voor de onder-
linge aansluiting tussen verschillende takken van
vervoer binnen de Gemeenschap, in het bijzonder
voor die Lid-Staten wier betrekkingen met de rest
van de Gemeenschap door de ontwikkeling van de
zee- en luchtvervoer worden beïnvloed;
e) modernisering van het vaarwegennet.
De projecten dienen in iedere tak van vervoer zoveel
mogelijk met de belangrijkste hoofdwegen verband te
houden.
2. De projecten worden bij de Commissie inge-
diend samen met alle nodige gegevens om te kunnen
beoordelen:
— of zij in overeenstemming zijn met de in lid 1 ver-
vatte doelstellingen;
— of zij in overeenstemming zijn met de in artikel 3
omschreven criteria om voor financiële deelne-
ming in aanmerking te komen;
— of zij van communautair belang zijn, rekening
houdend met het vervoerbeleid van de Gemeen-
schap;
— welke mogelijkheden er zijn om de uitvoering van
ieder project te inspecteren en de uitgaven te con-
troleren.
3. De Commissie kan verzoeken om alle bij-
komende gegevens die voor het onderzoek van de be-
doelde projecten nodig zijn.
Artikel 3
De projecten komen in aanmerking voor een finan-
ciële deelneming van de Gemeenschap, op voor-
waarde dat zij geheel of ten dele door overheidsin-
stanties worden gefinancierd. Opdat de projecten
voor steun van de Gemeenschap in aanmerking ko-
men, dient te worden aangetoond dat zij van commu-
nautair belang zijn zoals dat aan de hand van de vol-
gende criteria is vastgesteld:
— de betekenis van het internationaal vervoer en/of
transitovervoer;
— de aard van het bestaande knelpunt en de vereiste
verbeteringen;
— de mogelijkheden voor de specifieke verbetering
van verbindingen met havens en luchthavens die
aansluiten op routes naar andere landen van de
Gemeenschap;
— hun verenigbaarheid met andere beleidslijnen van
de Gemeenschap,
— afwezigheid van concurrentievervalsing.
Artikel 4
1. De Commissie onderzoekt de projecten die door
elk van de betrokken Lid-Staten bij haar worden in-
gediend overeenkomstig deze verordening en geeft de
projecten ter informatie door aan het in artikel 7 be-
doelde comité.
2. Overeenkomstig de procedure van artikel 8
beslist de Commissie over
a) de projecten die steun van de Gemeenschap ver-
dienen in het licht van de in artikel 2, lid 1, ver-
vatte doelstellingen en de in artikel 3 vastgestelde
criteria;
b) het bedrag van de financiële bijdrage van de Ge-
meenschap binnen de grenzen van de beschikbare
kredieten.
3. De globale financiële bijdrage van de Gemeen-
schap voor een project mag niet meer bedragen dan
70 % van de jaarlijkse overheidsuitgaven die voor de
uitvoering ervan zijn uitgetrokken.
Nr. C 340/6 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 17. 12. 83
4. Er zal geen financiële bijdrage worden verstrekt
voor uitgaven die eerder dan twaalf maanden vóór de
inwerkingtreding van deze verordening zijn verricht.
5. Beslissingen van de Commissie zoals bedoeld in
lid 2 worden in het Publikatieblad van de Europese
Gemeenschappen gepubliceerd.
Artikel 5
1. De kredieten betreffende de in deze verordening
bedoelde projecten worden in de begroting van de
Europese Gemeenschappen opgenomen.
2. Zodra een besluit overeenkomstig artikel 4,
lid 2, is genomen, keert de Commissie 90 % uit van
het vastgestelde bedrag van de bijdrage van de Ge-
meenschap.
3. Het saldo van 10 % wordt betaald onmiddellijk
nadat het in lid 2 bedoelde bedrag blijkens aangifte
van de regering van de betrokken Lid-Staat is opge-
bruikt, op voorwaarde dat de uitvoering van het pro-
ject vordert volgens plan en dat overeenkomstig de
procedure van artikel 6 controles ter plaatse zijn ver-
richt.
Artikel 6
1. De Commissie ziet erop toe dat alle projecten of
maatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming
met deze verordening, met de bepalingen inzake de
toepassing van deze verordening en met de reglemen-
ten vastgesteld krachtens artikel 209 van het Verdrag.
Daartoe stelt ieder van de betrokken Lid-Staten alle
gevraagde inlichtingen ter beschikking van de Com-
missie en doet hij met betrekking tot de door de Ge-
meenschap gesteunde projecten en maatregelen al het
nodige om het door de Commissie passend geachte
toezicht te vergemakkelijken, met inbegrip van con-
troles ter plaatse die op haar verzoek met instemming
van de betrokken Lid-Staat door de bevoegde instan-
ties van de Lid-Staat worden verricht en waaraan
functionarissen van de Commissie kunnen deelnemen.
Gedurende drie jaar na de overmaking van het in ar-
tikel 5, lid 3, bedoelde saldo houdt iedere betrokken
Lid-Staat alle bewijsstukken betreffende uitgaven of
de voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daar-
van, ter beschikking van de Commissie.
2. Wanneer een project niet overeenkomstig deze
verordening wordt uitgevoerd of aanzienlijk afwijkt
van de besluiten die voor de toepassing van deze ver-
ordening zijn genomen, kan de Commissie de nog
verschuldigde betalingen opschorten. In dat geval kan
zij eveneens besluiten dat de reeds betaalde of nog te
betalen bedragen overeenkomstig de procedure van
artikel 8 worden toegewezen aan andere krachtens
deze verordening ingediende projecten. Indien de
Commissie van oordeel is dat er geen andere projec-
ten beschikbaar zijn, vordert zij de reeds uitgekeerde
bedragen terug.
Artikel 7
1. Er wordt een Comité van beheer ingesteld,
hierna „het Comité" genoemd, dat is samengesteld
uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en door een
vertegenwoordiger van de Commissie wordt voorge-
zeten.
2. In het Comité worden de stemmen van de Lid-
Staten gewogen overeenkomstig artikel 148, lid 2, van
het Verdrag. De voorzitter neemt geen deel aan de
stemming.
Artikel 8
1. In de gevallen waarin naar de in dit artikel om-
schreven procedure wordt verwezen, leidt de voorzit-
ter deze procedure bij het Comité in, hetzij op eigen
initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger
van een Lid-Staat.
2. De vertegenwoordiger van de Commissie dient
ontwerpen in van de te nemen besluiten. Het Comité
brengt over deze ontwerpen advies uit binnen een ter-
mijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van
de urgentie van de behandelde vraagstukken. Het
Comité spreekt zich uit met gekwalificeerde meerder-
heid van stemmen overeenkomstig artikel 148, lid 2,
van het Verdrag.
3. De Commissie neemt besluiten die onmiddellijk
van toepassing zijn. Indien deze besluiten evenwel
niet in overeenstemming zijn met het advies van het
Comité, worden zij zo spoedig mogelijk en uiterlijk
binnen een maand ter kennis van de Raad gebracht.
In dat geval stelt de Commissie de toepassing van de
door haar genomen besluiten tot ten hoogste twee
maanden na deze kennisgeving uit. De Raad kan bin-
nen twee maanden met gekwalificeerde meerderheid
van stemmen een andersluidend besluit nemen.
Artikel 9
Elk van de betrokken Lid-Staten neemt in overleg
met de Commissie de nodige maatregelen om ervoor
te zorgen dat aan de krachtens deze verordening ver-
leende steun de nodige bekendheid wordt gegeven.
Artikel 10
De Commissie brengt bij de Raad en het Europese
Parlement verslag uit over de toepassing van deze
verordening.
Artikel 11
Deze verordening treedt in werking op de dag van
haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Euro-
pese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen
en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Full & Egal Universal Law Academy