28. 12. 82 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 340/5
II
(Voorbereidende besluiten)
COMMISSIE
Voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad betreffende de vaststelling van de
personen die gehouden zijn tot betaling van een douaneschuld
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 13 december 1982)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op de arti-
kelen 43 en 235,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europese Parlement,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Co-
mité,
Overwegende dat in Richtlijn 79/623/EEG van de
Raad van 25 juni 1979 inzake de harmonisatie van de
wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen op het
gebied van de douaneschuld (') onder meer de ver-
schillende situaties zijn omschreven die leiden tot het
ontstaan van een douaneschuld bij invoer of bij uit-
voer;
Overwegende dat, ten einde voor de bepalingen van
bovengenoemde richtlijn in de gehele Gemeenschap
gelijke juridische en economische gevolgen te verze-
keren, het van belang is dat voor elk geval waarin een
douaneschuld ontstaat wordt vastgesteld welke per-
soon of personen gehouden zijn tot betaling van ge-
noemde schuld;
Overwegende dat ter zake eenvoudige regels moeten
worden opgesteld, welke de autoriteiten die belast
zijn met de vaststelling en invordering van douane-
schulden in staat stellen zo doeltreffend mogelijk op
te treden; dat bovendien dezelfde grondbeginselen
moeten worden aangehouden voor zowel de douane-
schulden bij invoer als de douaneschulden bij uitvoer;
Overwegende dat, wanneer het een douaneschuld be-
treft die voortvloeit uit de aanvaarding door de be-
voegde autoriteit van een douaneaangifte voor het
vrije verkeer of ten uitvoer, degene op wiens naam de
aangifte is gedaan, moet worden gehouden tot beta-
ling van deze schuld; dat door dit grondbeginsel met
name rekening kan worden gehouden met de verschil-
lende wijzen van vertegenwoordiging waarvan bij de
vervulling van de douaneformaliteiten gebruik kan
worden gemaakt; dat, wanneer de aangever heeft ver-
meld in eigen naam te handelen maar voor rekening
van een derde, het evenwel gerechtvaardigd lijkt
laatstgenoemde eveneens tot betaling van deze doua-
neschuld gehouden te achten voor zover de persoon
die de aangifte heeft verricht daartoe opdracht had
ontvangen; dat hetzelfde het geval moet zijn bij toe-
passing van de in de artikelen 19 en 20 van Richtlijn
79/695/EEG van de Raad van 24 juli 1979 inzake de
harmonisatie van de procedures voor het in het vrije
verkeer brengen van goederen (2) en in de artikelen
18 en 19 van Richtlijn 81/177/EEG van de Raad van
24 februari 1981 betreffende de harmonisatie van de
procedures voor de uitvoer van communautaire goe-
deren (3), bedoelde bijzondere regelingen, wanneer de
houder van de desbetreffende vergunning een andere
persoon is dan degene op wiens naam de aangifte is
gedaan;
Overwegende dat, wanneer het een douaneschuld be-
treft die voortvloeit uit het op onregelmatige wijze
binnenbrengen van een goed op het douanegebied
van de Gemeenschap, of de onttrekking daarvan aan
douanetoezicht, dan wel het op onregelmatige wijze
verlaten van een goed van het douanegebied van de
Gemeenschap, moeten worden geacht te zijn gehou-
den tot betaling van deze schuld niet alleen de per-
soon die de handeling heeft gepleegd, waardoor de
douaneschuld is ontstaan, maar tevens alle personen
die met volledige kennis van zaken daaraan hebben
deelgenomen of daarbij een voordeel hebben behaald;
Overwegende dat, wanneer het een douaneschuld be-
treft die voortvloeit uit het niet nakomen van een bij-
zondere verplichting ontstaan door de toepassing van
bepalingen met betrekking tot een bijzondere proce-
dure of douaneregeling, degene moet worden gehou-
den tot betaling van deze douaneschuld die op grond
van de bepalingen van de betrokken procedure of
douaneregeling persoonlijk verantwoordelijk was
voor de uitvoering van de verplichting die niet is na-
gekomen;
Overwegende dat in alle gevallen waarin een zelfde
juridische situatie aanleiding geeft tot het ontstaan
van een douaneschuld ten laste van meer dan een per-
soon, deze verschillende personen hoofdelijk voor de
betaling van deze schuld aansprakelijk moeten zijn,
ten einde de bevoegde autoriteiten in staat te stellen
deze douaneschulden onder zo gunstig mogelijke om-
standigheden in te vorderen;
Overwegende dat het bepaalde in deze verordening
geen belemmering kan vormen voor de toepassing
(') PB nr. L 179 van 17. 7. 1979, blz. 31.
(2) PB nr. L 205 van 13. 8. 1979, blz. 19.
0) PB nr. L 83 van 30. 3. 1981, blz. 40.
Nr. C 340/6 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 28. 12.82
van bepaalde specifieke regels van het burgerlijk recht
of het handelsrecht dat in de Lid-Staten van kracht is,
met name inzake de overdracht van verplichtingen, en
dat het evenmin van invloed kan zijn op de bijzon-
dere verplichtingen waaraan de borgen zijn onder-
worpen;
Overwegende dat de uniforme toepassing van de be-
palingen van deze verordening moet worden gewaar-
borgd en dat daartoe een communautaire procedure
moet worden ingesteld waarbij de uitvoeringsmodali-
teiten binnen passende termijnen kunnen worden
vastgesteld; dat een beroep moet worden gedaan op
het Comité Algemene douanevoorschriften dat is in-
gesteld bij artikel 24 van Richtlijn 79/695/EEG ten
einde te komen tot een nauwe en doeltreffende sa-
menwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie op
dit gebied;
Overwegende dat deze verordening betrekking heeft
op de vaststelling van de personen die gehouden zijn
tot betaling van een douaneschuld, of deze nu voort-
vloeit uit de toepassing van het gemeenschappelijk
landbouwbeleid of uit de toepassing van de bepalin-
gen van het Verdrag die betrekking hebben op de
Douane-Unie; dat deze maatregel noodzakelijk is om
door middel van de werking van de gemeenschappe-
lijke markt een van de doelstellingen van de Gemeen-
schap te verwezenlijken; dat in het Verdrag met be-
trekking tot de Douane-Unie niet de daartoe vereiste
bevoegdheden zijn voorzien; dat het derhalve nood-
zakelijk lijkt voor deze verordening tevens artikel 235
van het Verdrag als rechtsgrond te nemen,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Bij deze verordening wordt vastgesteld welke
personen gehouden zijn tot betaling van een douane-
schuld.
2. In de zin van deze verordening wordt verstaan
onder:
a) persoon: zowel een natuurlijke persoon als een
rechtspersoon;
b) douaneschuld: de op een persoon rustende verplich-
ting tot betaling van de rechten bij invoer (doua-
neschuld bij invoer) of de rechten bij uitvoer
(douaneschuld bij uitvoer), die krachtens de gel-
dende bepalingen van toepassing zijn op goederen
die aan dergelijke rechten onderhevig zijn;
c) rechten bij invoer: de douanerechten en heffingen
van gelijke werking, alsmede de landbouwheffin-
gen en andere belastingen bij invoer, vastgesteld in
het kader van het gemeenschappelijk landbouwbe-
leid of in het kader van de specifieke regelingen
die van toepassing zijn op bepaalde door verwer-
king van landbouwprodukten verkregen goederen;
d) rechten bij uitvoer: de landbouwheffingen en an-
dere belastingen bij uitvoer vastgesteld in het ka-
der van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of
in het kader van de specifieke regelingen die van
toepassing zijn op bepaalde door verwerking van
landbouwprodukten verkregen goederen.
TITEL I
Personen gehouden tot betaling van de douaneschuld
bij invoer
Artikel 2
1. Wanneer een douaneschuld krachtens het be-
paalde in artikel 2, sub a) of sub f), van Richtlijn
79/623/EEG is ontstaan, geldt als persoon die ge-
houden is tot betaling van deze schuld, degene op
wiens naam de aangifte is gedaan.
Met dien verstande dat:
a) wanneer overeenkomstig de geldende bepalingen
degene die de aangifte heeft gedaan op eigen
naam, verklaard heeft te handelen voor rekening
van een derde, deze laatste persoon eveneens
hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van de
douaneschuld;
b) wanneer een produkt in het vrije verkeer is ge-
bracht onder gebruikmaking van de speciale rege-
lingen bedoeld in de artikelen 19 en 20 van Richt-
lijn 79/695/EEG, de houder van de vergunning
eveneens hoofdelijk aansprakelijk is voor de beta-
ling van de douaneschuld, wanneer het een andere
persoon betreft dan die welke in de eerste alinea is
bedoeld;
c) wanneer de douaneaangifte is gedaan op naam van
een derde door een persoon die hiertoe geen vol-
macht bezat, slechts deze persoon gehouden is tot
betaling van de douaneschuld.
2. Wanneer de douaneautoriteiten overeenkomstig
de geldende bepalingen toestemming geven tot het in
het vrije verkeer brengen van een goed, dat reeds on-
der een douaneregeling is geplaatst, zonder de indie-
ning te verlangen van een aangifte voor het brengen
in het vrije verkeer, is degene die gehouden is tot be-
taling van de uit deze situatie ontstane douaneschuld
de persoon die op het ogenblik van het in het vrije
verkeer brengen aansprakelijk is voor de naleving van
de uit de betreffende douaneregeling voortvloeiende
verplichtingen.
Dezelfde regels zijn in voorkomend geval van toepas-
sing op produkten welke het resultaat zijn van de ver-
werking en ook op de resten en afvallen welke het
resultaat zijn van de vernietiging van het bedoelde
goed.
Artikel 3
Wanneer een douaneschuld is ontstaan krachtens arti-
kel 2, sub b), van Richtlijn 79/623/EEG, geldt als
persoon die gehouden is tot betaling van deze schuld
degene die de goederen op onregelmatige wijze in het
douanegebied van de Gemeenschap heeft binnenge-
bracht.
Eveneens worden hoofdelijk voor de betaling van
deze schuld aansprakelijk gesteld:
a) de personen die aan dit binnenbrengen hebben
deelgenomen, terwijl ze zich ervan bewust waren
dat dit op onregelmatige wijze plaatsvond, als-
mede de personen die het betrokken goed hebben
verworven of in bezit gehouden en die op het tijd-
stip waarop zij dit goed hebben verworven of ont-
vangen wisten dat het een goed betrof dat op on-
28. 12. 82 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 340/7
regelmatige wijze in het douanegebied van de Ge-
meenschap was binnengebracht;
b) alle andere personen die overeenkomstig de in de
Lid-Staten geldende bepalingen aansprakelijk kun-
nen worden gesteld op grond van het feit dat het
goed op onregelmatige wijze in het douanegebied
van de Gemeenschap is binnengebracht.
Artikel 4
1. Wanneer een douaneschuld is ontstaan krach-
tens artikel 2, sub c), van Richtlijn 79/623/EEG,
geldt als persoon die gehouden is tot betaling van
deze schuld, onder voorbehoud van lid 2, degene die
de goederen aan het toezicht van de douane heeft
onttrokken.
Eveneens zijn hoofdelijk tot betaling van deze schuld
gehouden:
a) de personen die aan deze onttrekking hebben
deelgenomen, terwijl zij zich ervan bewust waren
dat het een onttrekking van het goed aan het toe-
zicht van de douane betrof, alsmede de personen
die het betrokken goed hebben verworven of in
bezit gehouden en die op het tijdstip waarop zij
dit goed hebben verworven of ontvangen, wisten
dat het een goed betrof dat aan het toezicht van
de douane was onttrokken;
b) alle andere personen, die overeenkomstig de in de
Lid-Staten geldende bepalingen aansprakelijk kun-
nen worden gesteld op grond van het feit dat het
goed aan het toezicht van de douane is onttrok-
ken.
2. Wanneer het aan het toezicht van de douane
onttrokken goed was geplaatst:
a) in voorlopige opslag of onder de regeling van het
douane-entrepot in een lokaliteit onder beheer van
een persoon die zich ten opzichte van de douane
aansprakelijk heeft gesteld voor de regelmatigheid
van de handelingen in deze lokaliteit;
b) onder de regeling van het douane-entrepot onder
andere voorwaarden dan die bedoeld sub a) of on-
der een andere douaneregeling, geldt als persoon
die gehouden is tot betaling van de douaneschuld:
— in de gevallen bedoeld sub a), degene die de
voorlopige opslag of het douane-entrepot be-
heert;
— in de gevallen bedoeld sub b), degene die het
goed in entrepot heeft gegeven of de houder is
van de vergunning voor de betrokken douane-
regeling.
Artikel 5
Wanneer een douaneschuld is ontstaan krachtens arti-
kel 2, sub d), van Richtlijn 79/623/EEG geldt als de
persoon die gehouden is tot betaling van deze schuld
degene die, naar gelang van het geval, gehouden is
hetzij tot het uitvoeren van de verplichtingen welke
voor aan rechten bij invoer onderworpen goederen
voortvloeien uit de voorlopige opslag of de gebruik-
making van de douaneregeling waaronder deze goe-
deren zijn geplaatst, hetzij tot het in acht nemen van
de voor het toestaan van deze regeling vastgestelde
voorwaarden.
Artikel 6
Wanneer een douaneschuld krachtens artikel 2, sub
e), van Richtlijn 79/623/EEG is ontstaan, geldt als
persoon die aansprakelijk is voor de betaling van deze
schuld, degene die onder de door de bevoegde autori-
teiten vastgestelde voorwaarden verplicht is om het
betreffende goed voor de daarvoor bestemde doelein-
den te gebruiken.
TITEL II
Personen aansprakelijk voor de betaling van de
douaneschuld bij uitvoer
Artikel 7
1. Wanneer een douaneschuld krachtens artikel 5,
sub a), van Richtlijn 79/623/EEG is ontstaan, geldt
als persoon die gehouden is tot betaling van deze
schuld:
a) wanneer het betrokken goed het voorwerp is ge-
weest van een aangifte ten uitvoer, degene op
wiens naam de aangifte is gedaan.
Dit geldt met dien verstande dat:
— wanneer, overeenkomstig de geldende bepalin-
gen, de persoon die de aangifte op eigen naam
heeft gedaan, heeft verklaard voor rekening
van een derde te handelen, deze derde even-
eens hoofdelijk aansprakelijk is voor de beta-
ling van de douaneschuld;
— wanneer een goed is uitgevoerd onder gebruik-
making van de in de artikelen 18 en 19 van
Richtlijn 81/177/EEG bedoelde vereenvou-
digde procedures, de houder van de betrokken
vergunning eveneens hoofdelijk aansprakelijk
is voor de betaling van deze douaneschuld
wanneer het een andere persoon betreft dan
degene op wiens naam de aangifte is gedaan;
— wanneer de aangifte bij de douane heeft
plaatsgehad op naam van een derde door een
persoon die daartoe geen volmacht bezat, al-
leen deze persoon aansprakelijk is tot betaling
van de douaneschuld;
b) wanneer het betrokken goed niet het voorwerp is
geweest van een aangifte ten uitvoer, de persoon
die de goederen op onregelmatige wijze uit de Ge-
meenschap heeft uitgevoerd.
2. In de in lid 1, sub b), bedoelde gevallen zijn even-
eens hoofdelijk tot betaling van de douaneschuld
gehouden:
a) de personen die hebben deelgenomen aan de uit-
voer van het goed uit de Gemeenschap in de we-
tenschap dat dit op onregelmatige wijze gebeurde;
b) alle andere personen die, overeenkomstig de in de
Lid-Staten geldende bepalingen, aansprakelijk
kunnen worden gesteld door het feit dat het goed
op onregelmatige wijze uit de Gemeenschap is uit-
gevoerd.
Nr. C 340/8 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 28. 12.82
Artikel 8
Wanneer een douaneschuld krachtens artikel 5, sub
b), van Richtlijn 79/623/EEG is ontstaan, wordt de
persoon die gehouden is tot betaling van deze schuld
bepaald aan de hand van dezelfde voorwaarden als
die welke zijn vervat in artikel 7, lid 1, sub a).
TITEL III
Bijzondere bepalingen
Artikel 9
De bepalingen van de titels I en II zijn van toepas-
sing, onverminderd:
a) de bepalingen welke in de Lid-Staten zijn vastge-
steld op grond van regels van het burgerlijk recht
en het handelsrecht in de Lid-Staten, waarbij in
bepaalde bijzondere omstandigheden de betaling
van een douaneschuld verplicht is gesteld voor an-
dere personen dan die welke in deze verordening
zijn bedoeld;
b) de verplichtingen waaraan borgen zijn onderwor-
pen voor de betaling van de douaneschuld waar-
voor zij zich borg hebben gesteld.
TITEL IV
Slotbepalingen
Artikel 10
1. Het Comité Algemene douanevoorschriften in-
gesteld bij artikel 24 van Richtlijn 79/695/EEG kan
elk vraagstuk betreffende de toepassing van deze ver-
ordening onderzoeken, dat door zijn voorzitter, het-
zij op diens initiatief, hetzij op verzoek van een Lid-
Staat, aan de orde wordt gesteld.
2. De bepalingen die noodzakelijk zijn voor de
toepassing van deze verordening worden vastgesteld
volgens de in artikel 26, leden 2 en 3, van Richtlijn
79/695/EEG omschreven procedure.
Artikel 11
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 1984.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen
en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
EUROPEES PARLEMENT
Aankondiging van aanwerving nr. PE/84/LA
Secretariaat-generaal
Afdeling Personeel
Postbus 1601
Luxemburg
SOLLICITATIEFORMULIER
Elke vraag dient te worden beantwoord. Eventueel „geen" invullen: op de plaats voor het
antwoord geen onbeschreven ruimte laten noch een streep (—) zetten. Invullen met de
schrijfmachine of in drukletters met ZWARTE inkt.
1. Achternaam: Voornamen: (de gebruikelijke voornaam
onderstrepen)
eventueel, meisjesnaam:
2. Vaste woonplaats: Tel. nr.
3. Correspondentieadres (indien verschillend van woonadres):
4. Geboorteplaats: Geboortedatum: Nationaliteit bij de geboorte:
Huidige nationaliteit (in geval van dubbele nationaliteit beide nationaliteiten vermelden):
5. Geslacht (het betr. vakje v/e kruisje voorzien):
6. Burgerlijke staat (het betr. vakje v/e kruisje voorzien):
MANNELIJK VROUWELIJK
D D
GESCHEIDEN
ONGEHUWD GEHUWD WEDN.WED. GESCHEIDEN van tafel en bed
D D D D D
JA
D 7. Zijn er personen wier onderhoud te Uwen laste komt?
Bij bevestigend antwoord gelieve U de volgende gegevens te verstrekken:
Naam Leeftijd Graad van verwantschap
NEEN
D
Naam Leeftijd Graad van verwantschap
8. Militaire dienstplicht (rang):
9. Adres van de ouders:
10. Beroepsbezigheid van de echtgenoot:
(Invullen met de schrijfmachine of in drukletters met ZWARTE inkt)
11. Hebt U bloed- of aanverwanten die werkzaam zijn bij de instellingen van de Europese Gemeen-
schappen?
Ja • Neen D
Bij bevestigend antwoord gelieve U de namen, voornamen, graad van verwantschap en de
functie aan te geven:
12. Opleiding (in onderstaande vakjes dienen volledige gegevens te worden verstrekt):
A. Onderwijs genoten sedert de leeftijd van 14 jaar (b.v. middelbaar onderwijs, voortgezet lager onderwijs, technisch onderwijs, leertijd of
soortgelijke opleiding, nader te omschrijven in de kolom „Aard"):
Naam en plaats van de instelling «
Duur van het onderwijs
van tot
Verworven getuigschriften en diploma's
B. Instellingen voor hoger onderwijs (universitair of daarmede gelijk te stellen onderwijs):
Naam en plaats van de instelling
Duur van het onderwijs
van tot
Verworven academische diploma's en graden Hoofdvakken
C. Postuniversitaire studie:
Universiteit of instituut
Duur van de studie
van tot
Verworven getuigschriften, diploma's en graden
13. Welke zijn de voornaamste door U gepubliceerde werken? (Vooral de publikaties vermelden die verband houden met de functie waarnaar
U solliciteert; zonodig een inlegvel toevoegen).
Talenkennis:
Deens
Duits
Engels
Frans
Nieuwgrieks
Italiaans
Nederlands
Andere talen
Moedertaal
LEZEN
Zeer goed Goed Vol-doende
SCHRIJVEN
Zeer goed Goed Vol-doende
SPREKEN
Zeer goed Goed Vol-doende
Recente pasfoto
(maximaal 5 x 5 cm
Verplicht gedeelte: / Facultatief gedeelte:
EUROPEES PARLEMENT
Secretariaat-generaal
Afdeling Personeel
Botte postale 1601
Luxembourg Door de kandidaat in te vullen:
Bevestiging van ontvangst van het sollicitatieformulier
voor de aankondiging van aanwerving nr. PE/84/LA
TER HERINNERING: Voor zover wij deze nog niet hebben ontvangen, wordt U verzocht
bewijsstukken betreffende diploma's of getuigschriften en be-
roepservaring ons uiterlijk op 15 februari 1983 te doen toekomen,
bij voorkeur per aangetekende post, onder vermelding van het
nummer van het vergelijkend onderzoek.
(Invullen met de schrijfmachine of in drukletters met ZWARTE inkt)
15. Kennis van stenografie en typen (snelheid per minuut; vermelden of het over woorden, lettergrepen of aanslagen gaat):
Typen
Stenografie
Tachotypie
Deens Duits Engels Frans Nieuwgrieks Italiaans Nederlands
Soort van machine die gewoonlijk wordt gebruikt: elektrisch
Toetsenbord: QWERTY - AZERTY — QWERTZ — QZERTY (onderstrepen hetgeen van toepassing is)
16. VORIGE BETREKKINGEN: U gelieve hieronder, te beginnen met Uw huidige functie, in omgekeerd chronologische volgorde zonder
uitzondering alle betrekkingen te vermelden die door U gedurende de laatste 10 jaar zijn vervuld, alsmede alle belangrijke ervaring welke
door U buiten genoemde periode werd verworven en die naar Uw mening van belang kan zijn voor een beoordeling van Uw staat van
dienst. Voor iedere beklede betrekking een afzonderlijke ruimte invullen. Zo nodig inlegvellen toevoegen.
1. Huidige of laatste betrekking
Netto maandsalaris
Beginsalaris Laatste salaris
Nauwkeurige benaming van Uw functie:
Naam en adres van de werkgever:
Aard van de werkzaamheden:
Opzegtermijn:
Mogen wij reeds nu inlichtingen
vragen bij Uw huidige werkgever? Ja D Neen D
Redenen voor vertrek:
2.
Netto maandsalaris
Beginsalaris Laatste salaris
Nauwkeurige benaming van Uw functie:
Naam en adres van de werkgever:
Aard van de werkzaamheden:
Redenen voor vertrek:
(In te vullen met de schrijfmachine of in drukletters met ZWARTE inkt) AFVN
3. van tot
Redenen voor vertrek:
4. van tot
Redenen voor vertrek:
17. Verblijf van langere duur in het buitenland (jaar, bezocht land, doel van het verblijf):
18. Hebt U reeds eerder deelgenomen aan een vergelijkend onderzoek van de Europese Gemeenschappen? Ja D Neen D
19. Activiteiten op sociaal terrein en op het gebied van de vrijetijdsbesteding:
20. Gelieve aan te geven hoe U kennis heeft genomen van het vergelijkend onderzoek:
— via de pers:
— via het Publikatieblad:
— op andere wijze:
21. Strafrechtelijke veroordelingen en administratieve sancties:
Ik verklaar op erewoord dat bovenstaande gegevens, naar mijn beste weten, juist en volledig zijn.
Ik verklaar op erewoord aan onderstaande voorwaarden te voldoen:
1. onderdaan te zijn van de Lid-Staten en in het bezit te zijn van mijn rechten ais staatsburger,
2. in een regelmatige positie te verkeren ten opzichte van de dienstplichtwetgeving.
Ondergetekende verbindt zich ertoe om zodra zulks van hem/haar wordt verlangd de bewijsstukken betreffende de twee bovenstaande
punten te verstrekken.
Het is mij bekend dat elke, ook onopzettelijke, onjuiste verklaring of weglating de nietigheid van mijn sollicitatie ten gevolge kan hebben.
Ik ben bereid mij te onderwerpen aan het verplichte medische onderzoek dat aan indiensttreding voorafgaat.
(Datum) (Handtekening)
Full & Egal Universal Law Academy