Nr. C 338/8 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 15. 12. 83
Voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad tot wijziging Van Verordening (EEG)
nr. 337/79 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt
COM(83) 639 def.^
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 30 november 1983)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel
43,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europese Parlement,
Overwegende dat, hoewel onlangs door de Raad in
de regeling voor de wijnbouwsector belangrijke wijzi-
gingen zijn aangebracht, het in het raam van de actie
tot rationalisatie van het gemeenschappelijk land-
bouwbeleid dienstig blijft de desbetreffende bepalin-
gen nogmaals aan te passen;
Overwegende dat de steunregeling voor kortlopende
particuliere opslag van tafelwijn en most, die met het
oog op stabilisatie van de markt in een periode
waarin vraag en aanbod nagenoeg in evenwicht wa-
ren, werd opgezet, in de voortdurende overschot-
situatie waardoor de wijnbouwsector sedert 1979
wordt gekenmerkt, vrijwel geen rol meer speelt; dat,
nu de doeltreffendheid van de maatregel niet meer in
verhouding staat tot de daarmee gemoeide aanzien-
lijke financiële lasten, het wenselijk blijkt deze maat-
regel in te trekken;
Overwegende dat de bepalingen betreffende het mini-
mum natuurlijk alcoholgehalte en de verrijking van
de wijn het evenwicht tussen de produktie in de ver-
schillende wijnbouwgebieden en het totale produktie-
potentieel van de wijnbouw in de Gemeenschap ra-
ken; dat de thans geldende regeling, waarbij het ge-
bruik van saccharose in bepaalde gebieden van de Ge-
meenschap is toegestaan en tegelijkertijd voor het ge-
bruik van geconcentreerde most en gerectificeerde ge-
concentreerde most steun wordt verleend, weliswaar
ten doel heeft de gelijkheid tussen de producenten te
garanderen, maar deze daardoor ook kunnen worden
aangezet systematisch van de mogelijkheid tot verrij-
king gebruik te maken, hetgeen tot artificiële opvoe-
ring van het wijnbouwpotentieel en tot verscherping
van het overschottenvraagstuk bijdraagt; dat derhalve
aan de stimulans tot opbrengstvergroting een eind
dient te worden gemaakt zonder dat dit tot een ver-
storing van het evenwicht tussen de producenten mag
leiden; dat het daartoe noodzakelijk is op middel-
lange termijn verrijking door toevoeging van saccha-
rose te verbieden en de steunregeling voor het ge-
bruik van most voor verrijking af te schaffen, en
voorshands het minimum natuurlijk alcoholgehalte in
de verschillende wijnbouwzones te verhogen, alsmede
op basis van de objectieve verrijkingsbehoeften de
vorengenoemde steunregeling te beperken en te dif-
ferentiëren; dat het bovendien wenselijk is te bepalen
dat, alvorens aan de nieuwe regeling uitvoering zal
worden gegeven, het vraagstuk aan de hand van een
rapport van de Commissie opnieuw volledig zal wor-
den onderzocht;
Overwegende dat, gezien de grote omvang van de be-
schikbare hoeveelheden en gelet op de noodzaak de
kwaliteit van de op de markt aangeboden wijn nog te
verbeteren, de maximumhoeveelheid alcohol die in de
op grond van artikel 39 van Verordening (EEG)
nr. 337/79 van de Raad (*), laatstelijk gewijzigd bij
Verordening (EEG) nr. 1595/83 (2) voor distillatie
geleverde produkten aanwezig is dient te worden
verhoogd;
Overwegende dat zich bij de toepassing van de bepa-
lingen die tot verplichte distillatie leiden en de vast-
stelling van de te distilleren hoeveelheden wijn be-
heersen, moeilijkheden kunnen voordoen, waardoor
de overschotten van het wijnoogstjaar niet volledig
kunnen worden geëlimineerd; dat met het oog op
deze moeilijkheden de criteria voor de vaststelling
van de hoeveelheid te distilleren wijn nader dienen te
worden omschreven; dat bij die gelegenheid, om een
beter beheer van de maatregelen mogelijk te maken,
zowel in artikel 15 als in artikel 41 van genoemde
verordening wijzigingen van technische aard dienen
te worden aangebracht,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 337/79 wordt als volgt gewij-
zigd:
1. Artikel 7 wordt als volgt gelezen:
„Artikel 7
. 1. Een steunregeling wordt ingesteld voor de
particuliere opslag van:
— tafelwijn,
— druivemost, geconcentreerde druivemost en
gerectificeerde geconcentreerde druivemost.
2. De in lid 1 bedoelde steun wordt slechts
toegekend, indien in het tijdvak van 16 december
tot en met 15 februari daaropvolgend en onder
nader te bepalen voorwaarden met de interventie-
bureaus een langlopend opslagcontract is geslo-
ten.
3. De langlopende opslagcontracten voor tafel-
wijn worden voor de duur van negen maanden
gesloten.
O PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 1.
O PB nr. L 163 van 22. 6. 1983, blz. 48.
15. 12. 83 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 338/9
De langlopende opslagcontracten voor druive-
most, geconcentreerde druivemost en gerectifi-
ceerde geconcentreerde druivemost bestrijken een
periode die afloopt op 15 september volgende op
de datum waarop die contracten zijn gesloten.
4. De mogelijkheid om langlopende opslagcon-
tracten te sluiten, wordt geboden, indien uit de
produktie- en behoeftenraming voor een wijn-
oogstjaar blijkt dat de aan het begin van dat jaar
beschikbare hoeveelheden tafelwijn het normale
verbruik in dat jaar met meer dan het verbruik
voor vier maanden overtreffen.
Besloten kan worden dat:
a) langlopende opslagcontracten voor tafelwijn
slechts voor nog te bepalen tafelwijnen kunnen
worden gesloten;
b) druivemost waarvoor een langlopend opslag-
contract is gesloten, tijdens de geldigheidsduur
van het contract geheel of gedeeltelijk tot ge-
concentreerde druivemost of gerectificeerde
geconcentreerde druivemost mag worden ver-
werkt;
c) voor druivemost en geconcentreerde druive-
most die voor de bereiding van druivesap zijn
bestemd, geen langlopende opslagcontracten
mogen worden gesloten.
5. Tot openstelling van de mogelijkheid om
langlopende opslagcontracten te sluiten, wordt
besloten volgens de procedure van artikel 67.
Volgens dezelfde procedure:
a) wordt, indien de ontwikkeling van de markt-
situatie en met name het tempo waarmede de
contracten worden gesloten, zulks rechtsvaar-
digt, besloten zelfs vóór 15 februari sluiting
van langlopende opslagcontracten niet meer
toe te staan;
b) worden de overige uitvoeringsbepalingen van
dit artikel vastgesteld.".
2. Artikel 8 vervalt.
3. Artikel 9, lid 4, tweede alinea, vervalt.
4. Artikel 10 wordt als volgt gelezen:
„Artikel 10
1. Indien uit de te verwachten omvang van de
voorraad bij de producenten aan het einde van
het wijnoogstjaar en uit de verwachtingen voor
de volgende oogst blijkt dat er in verband met het
onderbrengen van deze oogst moeilijkheden drei-
gen te ontstaan, kan worden besloten steun te
verlenen voor het elders onderbrengen van tafel-
wijn waarvoor langlopende opslagcontracten zijn
gesloten.
2. De uitvoeringsbepalingen van lid 1, met
name de toepassingsperiode, het bedrag van de
steun en de voorwaarden voor het elders onder-
brengen, worden volgens de procedure van arti-
kel 67 vastgesteld.".
5. Artikel 14 wordt als volgt gelezen:
„Artikel 14
1. Een steunregeling wordt ingesteld voor in
de Gemeenschap voortgebrachte
— geconcentreerde druivemost,
— gerectificeerde geconcentreerde druivemost,
gebruikt voor verhoging van de in artikel 32 van
deze verordening en in artikel 8, lid 2, van Ver-
ordening (EEG) nr. 338/79 bedoelde alcoholge-
halten.
2. Om verstoringen van het produktiepoten-
tieel te voorkomen, kan de steun worden beperkt:
— tot producenten die voor de gebruikte druiven
of druivemost kunnen aantonen dat de op-
brengst per hectare niet hoger ligt dan een na-
der te bepalen waarde, die zo nodig naar
wijnbouwzone kan worden gedifferentieerd,
— tot het gebruik van de in lid 1 bedoelde pro-
dukten voor een nader te bepalen maximale
verhoging van het alcoholgehalte, die naar ge-
lang van de kenmerken van de te bereiden
produkten zo nodig naar wijnbouwzone kan
worden gedifferentieerd.
3. Het bedrag van de steun wordt vastgesteld
in Ecu per potentieel % vol en per hectoliter ge-
concentreerde druivemost of gerectificeerde ge-
concentreerde druivemost, met inachtneming van
het verschil tussen de kosten van verrijking door
middel van vorenbedoelde produkten en verrij-
king door middel van saccharose.
Om verstoringen van de markt of distorsies in het
handelsverkeer te voorkomen, kan het in lid 1 be-
doelde bedrag naar wijnbouwzone waar de voor
de bereiding van de in lid 1 bedoelde produkten
gebruikte druiven zijn verkregen, worden ge-
differentieerd.
4. Volgens de procedure van artikel 67:
— wordt ieder jaar vóór 31 augustus het steun-
bedrag vastgesteld;
— worden de voorwaarden voor de toekenning
van de steun, de in lid 2 en lid 3 bedoelde
beperkingen en differentiaties, alsmede de
overige uitvoeringsbepalingen van dit artikel
vastgesteld.
5. De in lid 1 bedoelde steunregeling geldt tot
en met het wijnoogstjaar 1988/1989.".
Nr. C 338/10 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 15. 12. 83
6. In artikel 15:
a) wordt lid 6 als volgt gelezen:
„6. Indien de situatie van de tafelwijnmarkt
zulks vereist, kunnen de in dit artikel bedoelde
maatregelen worden gereserveerd:
— voor bepaalde tafelwijnen die worden aan-
gewezen op grond van de soort,
— voor één of meer wijnbouwzones of delen
daarvan.";
b) wordt lid 8 als volgt gelezen:
„8. Met betrekking tot de in dit artikel be-
doelde distillatie stelt de Raad met gekwalifi-
ceerde meerderheid van stemmen, op voorstel
van de Commissie, de algemene voorschriften
vast, en met name:
— de voorwaarden waaronder distillatie
wordt uitgevoerd,
— de criteria voor de vaststelling van het
steunbedrag, op zodanige wijze dat de ver-
kregen produkten kunnen worden afge-
zet.".
7. In artikel 32:
a) wordt lid 1, tweede alinea, als volgt gelezen:
„Het natuurlijk alcohol-volumegehalte van de
in de eerste alinea bedoelde produkten mag
slechts worden verhoogd, indien hun mini-
mum natuurlijk alcohol-volumegehalte niet
minder bedraagt dan:
— 6 % vol in wijnbouwzone A, met uitzon-
dering van dat deel van de zone dat de be-
paalde gebieden Mosel-Saar-Ruwer, Ahr,
Mittelrhein en Moselle luxembourgeoise
bestrijkt en waarvoor dit alcoholgehalte op
5,5 % vol wordt vastgesteld,
— 7 % vol in wijnbouwzone B,
— 8 % vol in wijnbouwzone C I a),
— 8,5 % vol in wijnbouwzone C I b),
— 9 % vol in wijnbouwzone C II,
— 9,5 % vol in wijnbouwzones C III a) en
C l I I b ) . " ;
b) wordt het volgende lid toegevoegd:
„5. Vóór 1 januari [1987] dient de Com-
missie bij de Raad een rapport in met de voor-
uitzichten omtrent:
a) de produktievoorwaarden in de wijnbouw-
sector vanaf het wijnoogstjaar 1989/1990
als gevolg van de stopzetting van de in arti-
kel 14 bedoelde steunregeling en van het
verbod van de in artikel 33, lid 3, bedoelde
handeling, en
b) de met betrekking tot de alcohol-volume-
gehalten van de produkten van de wijn-
bouwsector en met betrekking tot de voor-
schriften inzake de verhoging van het na-
tuurlijk alcohol-volumegehalte te trekken
consequenties.
Het in de eerste alinea bedoelde rapport gaat
in voorkomend geval van de nodige voorstel-
len vergezeld.".
8. Artikel 33, lid 3, wordt als volgt gelezen:
„3. De in lid 1, sub a) en b), bedoelde toevoe-
ging van saccharose mag slechts geschieden:
— door toevoeging van droge suiker,
— in de wijnbouwstreken waar zulks vanouds of
bij uitzondering plaatsvindt overeenkomstig
de op 8 mei 1970 bestaande wetgeving,
— tot en met 15 maart 1989.".
9. Artikel 39, lid 2, wordt als volgt gelezen:
„2. Iedere natuurlijke of rechtspersoon of
groep van personen, met uitzondering van de in
lid 4 bedoelde personen of groepen van personen,
die wijn heeft bereid, is verplicht alle bij deze
wijnbereiding verkregen bijprodukten en, in
voorkomend geval, wijn van zijn eigen produktie
voor distillatie te leveren.
De hoeveelheid alcohol die aanwezig is in de
voor distillatie geleverde produkten, moet ten
minste gelijk zijn aan een nader te bepalen per-
centage van het volume alcohol dat in de voort-
gebrachte wijn aanwezig is. Dit volume wordt be-
rekend aan de hand van een voor elk wijnoogst-
jaar en voor elke wijnbouwzone vastgesteld for-
faitair minimum natuurlijk alcohol-volumege-
halte.
Het in de tweede alinea bedoelde percentage mag
niet hoger zijn dan:
— 10 %, wanneer „de wijn rechtstreeks uit drui-
ven is verkregen,
— 5 %, wanneer de wijn is verkregen uit druive-
most, gedeeltelijk gegiste druivemost of jonge
nog gistende wijn.
Van het bepaalde in dit lid kan worden afgewe-
ken voor nader aan te wijzen categorieën produ-
centen, voor bepaalde produktiegebièden en voor
wijn waarvoor de in artikel 40 bedoelde distillatie
geldt.".
10. In artikel 41:
a) wordt lid 1, tweede alinea, als volgt gelezen :
„Tot verplichte distillatie wordt evenwel
slechts besloten, wanneer zulks, gelet op de
overeenkomstig lid 2 berekende hoeveelheid te
distilleren wijn, geen onevenredige administra-
tieve lasten met zich brengt.";
15. 12. 83 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 338/11
b) wordt lid 2 als volgt gelezen:
„2. De totale te distilleren hoeveelheid
moet zodanig zijn dat de aan het einde van
het wijnoogstjaar te verwachten voorraden een
niveau bereiken dat overeenkomt met het voor
het betrokken wijnoogstjaar berekende nor-
male verbruik in vijf maanden.";
c) wordt lid 3, tweede alinea, tweede streepje, als
volgt gelezen:
„— wordt, ten einde de groei van de commu-
nautaire produktie af te remmen, ge-
differentieerd naar gelang van de op-
brengst per hectare van elke producent
ten opzichte van de normale opbrengst in
de verschillende wijnbouwzones of delen
van wijnbouwzones van de Gemeen-
schap, met inachtneming van de door
elke Lid-Staat verstrekte gegevens, als-
mede naar gelang van de soort tafel-
wijn.".
Artikel 2
De op het ogenblik waarop de onderhavige verorde-
ning in werking treedt, nog in uitvoering verkerende
kortlopende opslagcontracten lopen af op de bij het
sluiten van de contracten vastgestelde datum.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op 1 september
1984.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen
en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Full & Egal Universal Law Academy