24.1.87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen N r . C l 8 / 5
II
(Voorbereidende besluiten)
COMMISSIE
Voorstel voor een verordening (EEG) van de Raad inzake communautaire acties voor het milieu
(CAM's) ter vervanging van Verordening (EEG) nr. 1872/84 van de Raad
COM(86) 729 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 30 december 1986)
(87/C 18/05)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel
235 (*),
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europese Parlement,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal
Comité,
Overwegende dat krachtens artikel 2 van het Verdrag de
Gemeenschap onder meer tot taak heeft een harmoni-
sche ontwikkeling van de economische activiteiten bin-
nen de gehele Gemeenschap, een gestadige en evenwich-
tige expansie en een grotere stabiliteit te bevorderen;
Overwegende dat het optreden van de Gemeenschap op
milieugebied ingevolge het bepaalde in de Europese Akte
als doelstellingen heeft de kwaliteit van het milieu te be-
houden, te beschermen en te verbeteren, bij te dragen tot
de bescherming van de gezondheid van de mens en zorg
te dragen voor een behoedzaam en rationeel gebruik van
de natuurlijke hulpbronnen;
Overwegende dat de Raad bij zijn verklaring van 22 no-
vember 1973 (') een actieprogramma van de Europese
Gemeenschappen inzake het milieu heeft vastgesteld, dat
is aangevuld en verlengd op 17 mei 1977 (2); dat de Raad
en de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-
Staten, in het kader van de Raad bijeen, in hun resolutie
van 7 februari 1983 (3) hun goedkeuring hebben gehecht
aan de algemene richtlijnen van een actieprogramma van
de Europese Gemeenschappen inzake het milieu (1982-
1986);
Overwegende dat het, ter waarborging van een volledige
concretisering van de in dit actieprogramma geformu-
leerde doelstellingen, van belang is dat de Gemeenschap
tot de realisering van bepaalde specifieke acties ook
financieel bijdraagt;
(*) Indien de verordening na de inwerkingtreding van de Euro-
pese Akte wordt vastgesteld, moet de juridische grondslag
worden gewijzigd in artikel 130 S.
O PB nr. C 112 van 20. 12. 1973, blz. 1.
O PB nr. C 139 van 13. 6. 1977, blz. 1.
O PB nr. C 46 van 17. 2. 1983, blz. 1.
Overwegende dat de ontwikkeling van schone technolo-
gieën een hulpmiddel bij uitstek vormt om een preven-
tieve beperking van de verontreiniging en een zuiniger
gebruik van de natuurlijke hulpbronnen economisch zo
rationeel mogelijk te verwezenlijken;
Overwegende dat de ontwikkeling van technieken voor
de recycling en het hernieuwd gebruik van afvalstoffen
noodzakelijk is met het oog op een beter beheer van de
afvalstoffen en/of de natuurlijke hulpbronnen;
Overwegende dat het van belang is bij te dragen tot de
ontwikkeling van technieken voor het opsporen en sane-
ren van door gevaarlijke afvalstoffen en/of gevaarlijke
stoffen verontreinigde gebieden;
Overwegende dat de ontwikkeling van schone technolo-
gieën en verbeterde technieken voor de recyclage van af-
valstoffen en voor het herstellen van vervuilde terreinen
op de industriële vernieuwing en de werkgelegenheid,
een positieve uitwerking heeft, met name voor de kleine
en middelgrote ondernemingen;
Overwegende dat het, naar de ervaring leert, nodig is de
ontwikkeling van nieuwe technieken en methoden voor
het meten en bewaken van de kwaliteit van het natuur-
lijke milieu te bevorderen;
Overwegende dat er aanleiding is om bepaalde resultaten
van de communautaire programma's voor onderzoek en
ontwikkeling in de sectoren van het milieu en de grond-
stoffen op grotere schaal te exploiteren;
Overwegende dat het van belang is dat de Gemeenschap
kan bijdragen tot het natuurbehoud of -herstel in gebie-
den die ter zake van communautair belang zijn, met
name tot de instandhouding of het herstel van ernstig be-
dreigde biotopen van in gevaar verkerende soorten;
Overwegende dat het nodig is dat de Gemeenschap kan
deelnemen aan de tenuitvoerlegging van programma's
voor de instandhouding van met name populaties van
met uitsterving bedreigde soorten in de Gemeenschap;
Overwegende dat het van belang is dat de Gemeenschap
binnen de grenzen van haar budgettaire mogelijkheden
financiële steun verleent voor projecten op het gebied
van schone technologieën, technieken voor de recycling
Nr. C 18/6 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 24.1. 87
en het hernieuwd gebruik van afvalstoffen of voor het
opsporen en saneren van door gevaarlijke afvalstoffen
en/of gevaarlijke stoffen verontreinigde gebieden, voor
het meten en bewaken van de kwaliteit van het natuur-
lijke milieu, alsmede voor acties voor het natuurbehoud
en voor de instandhouding van bedreigde soorten in de
Gemeenschap;
Overwegende dat het nodig is een Raadgevend Comité
in te stellen dat de Commissie zal bijstaan bij de tenuit-
voerlegging van deze verordening, met name bij de
keuze van projecten waarvoor financiële steun kan wor-
den gegeven;
Overwegende dat bij de tenuitvoerlegging van Verorde-
ning (EEG) nr. 1872/84 van de Raad (') is gebleken dat
er een stelsel van communautaire steunverlening ten be-
hoeve van acties voor het milieu moet komen en dat de
bij genoemde verordening ingevoerde procedures uit-
voerbaar zijn;
Overwegende dat het derhalve dienstig is die verorde-
ning te vervangen in het licht van de nieuwe behoeften;
Overwegende dat het Verdrag niet in de daartoe vereiste
bevoegdheden voorziet (*),
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De Gemeenschap kan financiële steun verlenen
voor:
a) demonstratieprojecten gericht op de ontwikkeling van
nieuwe, schone technologieën, dat wil zeggen techno-
logieën die weinig of geen verontreiniging met zich
brengen en waarmee wellicht een zuiniger gebruik
van natuurlijke hulpbronnen kan worden gemaakt,
b) demonstratieprojecten gericht op de ontwikkeling van
technieken voor de recycling en het hernieuwd ge-
bruik van afvalstoffen,
c) demonstratieprojecten gericht op de ontwikkeling van
technieken voor het opsporen en saneren van door
gevaarlijke afvalstoffen en/of gevaarlijke stoffen ver-
ontreinigde gebieden,
d) demonstratieprojecten gericht op de ontwikkeling van
nieuwe technieken en methoden voor het meten en
bewaken van de kwaliteit van het natuurlijke milieu;
e) projecten van stimulerende aard die tot doel hebben
bij te dragen tot het natuurbehoud of -herstel in ge-
bieden die in dat opzicht van bijzonder belang zijn
voor de Gemeenschap, met name tot de instandhou-
ding of het herstel van voor de Gemeenschap bijzon-
der belangrijke en ernstig bedreigde biotopen van in
gevaar verkerende soorten,
O PB nr. L 176 van 3. 7. 1984, blz. 1.
(*) Deze overweging moet worden geschrapt indien de juri-
dische grondslag wordt gewijzigd in artikel 130 S.
f) projecten van stimulerende aard die de tenuitvoerleg-
ging tot doel hebben van programma's voor de in-
standhouding of het herstel van de populaties van met
uitsterving bedreigde soorten in de Gemeenschap.
Hiervan uitgesloten zijn de projecten onder a), b) en d),
die in aanmerking komen voor financiële steun uit
hoofde van andere communautaire structurele instrumen-
ten.
2. De noodzakelijke kredieten worden jaarlijks in de
staat van uitgaven van de begroting van de Europese Ge-
meenschappen opgenomen.
3. De financiële steun
i) bedraagt ten hoogste 30 % van de kosten van de in
lid 1, onder a) en b), bedoelde projecten en ten hoog-
ste 50 % van de kosten van de onder c) en d) be-
doelde projecten en in de regel 50 % van de kosten
van die bedoeld onder e) en f);
ii) kan in uitzonderlijke gevallen meer dan 50 % bedra-
gen, indien de financiële steun van de Gemeenschap
ontoereikend zou zijn voor projecten als bedoeld in
lid 1, onder e) en f), die betrekking hebben op de
leefruimte of de populatie van met uitsterven be-
dreigde soorten in de Gemeenschap; voor de onder e)
bedoelde projecten beloopt de financiële steun van de
Gemeenschap echter niet meer dan 75 %.
Artikel 2
1. Om voor financiële steun in aanmerking te komen
moet ieder project van communautair belang zijn en van
belang zijn voor de bescherming van het milieu en/of
voor het beheer van de natuurlijke hulpbronnen.
2. De in artikel 1, lid 1, onder a), b) en c), bedoelde
projecten moeten:
— gebruik maken van innoverende technologieën of
procédés waarvan de onderzoekfase als afgesloten
kan worden beschouwd, doch die in de Gemeenschap
nog niet beproefd of beschikbaar zijn;
— door hun demonstratiekarakter van zodanige aard
zijn dat de bouw van andere inrichtingen of de toe-
passing van procédés van dezelfde soort die het mi-
lieu merkbaar ontlasten, wordt aangemoedigd;
— bij voorrang betrekking hebben op inrichtingen of
procédés die:
— het milieu sterk belasten door hun zeer omvang-
rijke of zeer gevaarlijke emissies, of
— het mogelijk maken om door recycling en her-
nieuwd gebruik afvalstoffen te benutten die
wegens hun aard grote milieuproblemen schep-
pen, of
— opsporing en/of sanering mogelijk maken van ge-
bieden die door voor mens en milieu gevaarlijke
afvalstoffen en/of gevaarlijke stoffen verontrei-
nigd zijn.
24.1.87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen N r . C 1 8 / 7
3. De in artikel 1, lid 1, onder d), bedoelde projecten
moeten in de eerste plaats betrekking hebben op de be-
langrijkste verontreinigende stoffen in lucht, water en
bodem, en bijdragen tot de harmonisering van de meet-
methoden en tot de vergelijkbaarheid van meetresultaten
binnen de Gemeenschap.
4. Voor de in artikel 1, lid 1, onder e), bedoelde pro-
jecten wordt financiële steun verleend naar gelang van
het belang van het gebied op communautair niveau en
van de urgentie van de desbetreffende financiële steun.
5. Voor de in artikel 1, lid 1, onder f), bedoelde pro-
jecten wordt financiële steun verleend naar gelang van de
urgentie van de tenuitvoerlegging van de programma's
en van de noodzaak van financiële steun van de Ge-
meenschap.
Artikel 3
1. De verzoeken om financiële steun voor projecten
als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a), b), c) en d), die
zijn opgesteld naar aanleiding van uitnodigingen tot het
indienen van projectvoorstellen die door de Commissie
zijn opgemaakt en in het Publikatieblad van de Europese
Gemeenschappen zijn bekendgemaakt, worden aan de
Commissie gericht met een kopie voor de bevoegde
autoriteiten van de betrokken Lid-Staten.
2. De verzoeken om financiële steun voor projecten
als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder e), worden door de
Lid-Staten aan de Commissie gericht en bevatten de in
bijlage I genoemde inlichtingen.
3. De verzoeken om financiële steun voor projecten
als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder f), worden door de
Lid-Staten aan de Commissie gericht en bevatten de in
bijlage II genoemde inlichtingen.
Indien het noodzakelijk is spoedmaatregelen tot instand-
houding van bedreigde soorten te nemen, kan de Com-
missie op eigen initiatief projecten als bedoeld in artikel
1, lid 1, onder f), onderzoeken.
Artikel 4
1. Een Raadgevend Comité wordt opgericht dat is sa-
mengesteld uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en
wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de
Commissie. Het Comité stelt zijn reglement van orde
vast.
2. De Commissie raadpleegt het Raadgevend Comité
met name over het volgende:
i) de algemene voorwaarden voor het indienen van ver-
zoeken om financiële steun, als bedoeld in artikel 3;
ii) de opstelling van de in artikel 3, lid 1, genoemde uit-
nodigingen tot het indienen van projectvoorstellen;
iii) eventuele verdere criteria voor het selecteren van de
projecten waarvoor een verzoek om financiële steun
wordt ingediend;
iv) de keuze van de projecten waarvoor overeenkomstig
artikel 5 financiële steun wordt verleend;
v) de niveaus van de voor de projecten te verlenen fi-
nanciële steun;
vi) de voorwaarden inzake verbreiding van de resultaten.
3. Het Comité spreekt zich uit over de door de Com-
missie geformuleerde verzoeken om advies. De Commis-
sie kan bij het inwinnen van het advies van het Comité
de termijn voor het uitbrengen van het advies vaststellen.
Na de beraadslagingen van het Comité vindt geen stem-
ming plaats. Ieder lid van het Comité kan evenwel ver-
langen dat zijn standpunt in de notulen wordt vastge-
legd.
Artikel 5
1. De Commissie neemt een besluit over het al dan
niet verlenen van financiële steun voor projecten na
raadpleging van het in artikel 4 bedoelde Raadgevend
Comité.
2. De Commissie onderhandelt over en sluit in voor-
komend geval de noodzakelijke contracten.
Artikel 6
Voor financiële steun komen in aanmerking natuurlijke
personen of overeenkomstig de in de Lid-Staten gel-
dende wettelijke bepalingen gevormde rechtspersonen,
bij wie de verantwoordelijkheid voor het project berust.
Indien de oprichting van een rechtspersoon die met be-
trekking tot de uitvoering van een project handelingsbe-
voegd is, aanvullende lasten met zich brengt voor de
deelnemende ondernemingen, kan dit project worden
uitgevoerd door gewone samenwerking van natuurlijke
of rechtspersonen. In dit geval wordt de aansprakelijk-
heid voor de uit de communautaire steun voortvloeiende
verplichtingen geregeld in het met de Commissie te slui-
ten contract.
Artikel 7
De persoon aan wie financiële steun door de Gemeen-
schap wordt verleend, dient bij de Commissie, jaarlijks of
op verzoek van de Commissie, een verslag in over de uit-
voering van de contractuele verplichtingen tegenover de
Commissie en in het bijzonder over de stand der werk-
zaamheden in verband met het project en over de voor
de uitvoering daarvan gemaakte kosten.
Artikel 8
De door de Gemeenschap toegekende voordelen mogen
de mededingingsvoorwaarden niet wijzigen op een ma-
nier die onverenigbaar is met de beginselen die in de des-
betreffende bepalingen van het Verdrag zijn vervat.
Nr. C 18/8 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 24. 1. 87
Artikel 9
Indien de resultaten van het project commercieel worden
geëxploiteerd kan de Gemeenschap terugbetaling van
haar financiële bijdrage verlangen op de in het contract
vast te stellen voorwaarden.
Artikel 10
De lijst van acties waarvoor communautaire financiële
steun is verleend, wordt jaarlijks in het Publikatieblad
van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.
Artikel 11
De Commissie dient bij het Europese Parlement en bij de
Raad over de toepassing van deze verordening om de
drie jaar een verslag in.
Artikel 12
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende
op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van
de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en
is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
BIJLAGE I
Lijst van de inlichtingen die in het kader van artikel 3, lid 2, moeten worden verschaft
— De ligging van het betrokken projectgebied en in voorkomend geval een kaart met de grenzen van het
projectgebied;
— het belang van het projectgebied voor de Gemeenschap en de omvang van het gevaar dat het betrokken
gebied en zijn dier- en plantensoorten bedreigt;
— de aard en de omvang van de problemen die met het project worden aangepakt, met name de aard en
de omvang van de bedreigende factoren;
— een gedetailleerde beschrijving van het project en in het bijzonder de organisatie van het beheer ervan
en de verwachte resultaten;
— de termijnen voor de uitvoering van het project;
— de kosten van het project, de duurzaamheid ervan en de beoogde wijze van financiering;
— de mate waarin financiële communautaire steun nodig en urgent is voor de uitvoering van het project;
— elk ander gegeven op grond waarvan het verzoek kan worden gemotiveerd;
— de huidige beschermingsstatus en de geplande beschermingsmaatregelen voor het betrokken project-
gebied;
— de wijze waarop wordt beoogd de resultaten van het project te verspreiden.
BIJLAGE II
Lijst van de inlichtingen die in het kader van artikel 3, lid 3, moeten worden verschaft
De biologische situatie van de bedreigde soorten, met name de mate van bedreiging daarvan;
een gedetailleerde beschrijving van het project en in het bijzonder de organisatie van het beheer ervan
en de verwachte resultaten;
de termijnen voor de uitvoering van het project;
de kosten van het project en de beoogde wijze van financiering;
de mate waarin financiële communautaire steun nodig en urgent is voor de uitvoering van het project;
elk ander gegeven op grond waarvan het verzoek kan worden gemotiveerd;
de wijze waarop wordt beoogd de resultaten van het project te verspreiden.
Full & Egal Universal Law Academy