Nr. C 313/4 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 4.12. 85
II
(Voorbereidende besluiten)
COMMISSIE
Wijziging van het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn
81/602/EEG betreffende het verbod van bepaalde stoffen met hormonale werking en van stof-
fen met thyreostatische werking (')
COM(85) 607 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend overeenkomstig artikel 149, tweede alinea, van het
EEG-Verdrag op 8 november 1985)
(85/C 313/05)
„Verordening (EEG) nr. 0000 van de Raad van . . . het
verbod van bepaalde stoffen met hormonale werking en
van stoffen met thyreostatische werking.
Artikel 1
Onverminderd artikel 4 van Richtlijn 81/602/EEG mag
geen enkele afwijking van artikel 2 van voornoemde
richtlijn worden toegestaan. Toediening voor therapeuti-
sche doeleinden aan landbouwhuisdieren van oestradiol
176, testosterone en progesteron, alsmede van die deriva-
ten die bij hydrolyse na absorptie vanaf de toedienings-
plaats gemakkelijk de stamverbinding opleveren, is even-
wel toegestaan.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde stoffen mogen uitsluitend wor-
den toegediend aan landbouwhuisdieren die duidelijk
zijn geïdentificeerd. De dosering moet worden geregi-
streerd en het dier mag niet worden geslacht voordat de
overeenkomstig artikel 3 vastgestelde wachttijd is ver-
streken. De stoffen mogen uitsluitend worden toege-
diend door een dierenarts of door een onder diens lei-
ding werkend persoon.
Artikel 3
Vóór 1 april 1986 worden volgens de procedure van arti-
kel 8 en met inachtneming van de desbetreffende, in de
Richtlijnen 81/851/EEG en 81/852/EEG vervatte begin-
selen en criteria, onderscheidenlijk vastgesteld:
— een lijst van produkten die als actieve bestanddelen
de in artikel 1 bedoelde stoffen bevatten,
— de voorwaarden voor het gebruik van de in bovenge-
noemde lijst vermelde stoffen in toepassing van arti-
kel 2, met name de vereiste wachttijd en de gedetail-
leerde bepalingen betreffende de controle op de nale-
ving van deze gebruiksvoorwaarden,
— de middelen om de dieren te identificeren.
(') PB nr. C 106 van 17. 5. 1985, blz. 7.
Artikel 4
Ten aanzien van de produkten die zijn vermeld op de in
artikel 3 genoemde lijst, gelden de voorschriften van de
artikelen 24 tot en met 50 van Richtlijn 81/851/EEG,
behoudens die welke betrekking hebben op de door de
afzonderlijke Lid-Staten te verlenen vergunning voor het
in de handel brengen.
Artikel 5
Ten einde rekening te houden met de vooruitgang op
wetenschappelijk en technisch gebied kan de in artikel 1
bedoelde groep van stoffen die voor therapeutische doel-
einden aan dieren mogen worden toegediend, worden
aangevuld of gewijzigd volgens de procedure van
artikel 8.
Een stof mag slechts worden toegestaan indien zij:
— op de produktie van landbouwhuisdieren een gun-
stige uitwerking heeft;
— de gezondheid van mens of dier niet in gevaar brengt
en de consument geen schade berokkent door de
kenmerken van de van landbouwhuisdieren afkom-
stige produkten te wijzigen;
— in overeenstemming is met de betreffende beginselen
en criteria van de Richtlijnen 81/851/EEG en
81/852/EEG.
Artikel 6
De besluiten omtrent het opnemen van trebolone of
zeranol in de in artikel 1 bedoelde groep van produkten
worden genomen door de Raad, met gekwalificeerde
meerderheid van stemmen en op voorstel van de Com-
missie, en met inachtneming van de andere in artikel 5
genoemde voorwaarden.
Artikel 7
De maximale natuurlijke fysiologische gehalten aan toe-
gestane stoffen worden door de Commissie gepubliceerd.
4.12.85 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen N r . C 313/5
Artikel 8
1. In de gevallen waarin naar de in dit artikel om-
schreven procedure wordt verwezen, leidt de voorzitter
deze procedure eigener beweging of op verzoek van een
Lid-Staat in bij het bij het Besluit van de Raad van 15
oktober 1968 ingestelde Permanent Veterinair Comité,
hierna „het Comité" te noemen.
2. De vertegenwoordiger van de Commissie dient een
ontwerp in van de te nemen maatregelen. Het Comité
brengt over deze maatregelen advies uit binnen een ter-
mijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de
urgentie van het te behandelen vraagstuk. Het Comité
spreekt zich uit met een meerderheid van 45 stemmen,
waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen
overeenkomstig artikel 148, lid 2, van het Verdrag. De
voorzitter neemt niet aan de stemming deel.
3. De Commissie stelt de maatregelen vast en legt
deze onmiddellijk ten uitvoer wanneer zij in overeen-
stemming zijn met het advies van het Comité. Wanneer
de maatregelen niet in overeenstemming zijn met het ad-
vies van het Comité of wanneer geen advies is uitge-
bracht, legt de Commissie betreffende de te nemen maat-
regelen onverwijld aan de Raad een voorstel voor. De
Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stem-
men.
Indien de Raad binnen drie maanden nadat het voorstel
bij hem is ingediend, geen maatregelen heeft vastgesteld,
stelt de Commissie de voorgestelde maatregelen vast en
legt deze onmiddellijk ten uitvoer, tenzij de Raad zich
met eenvoudige meerderheid van stemmen tegen de ge-
noemde maatregelen heeft uitgesproken.
Artikel 9
Richtlijn 72/462/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan artikel 6 wordt een alinea toegevoegd, luidende:
„2. De Lid-Staten geven geen toestemming voor de
invoer van in deze richtlijn bedoelde dieren waaraan
op enigerlei wijze stoffen met een thyreostatische
werking, dan wel stoffen met een oestrogene, andro-
gene of gestagene werking zijn toegediend, tenzij die
dieren voor therapeutische doeleinden zijn behandeld
met stoffen die overeenkomstig de communautaire be-
palingen daartoe mogen worden gebruikt.".
2. Artikel 20, sub b) i), wordt gelezen:
„b. vers vlees:
i) — van dieren waaraan op enigerlei wijze stil-
been of stilbeenderivaten, zouten en esters
daarvan, trenbolon of zeranol, dan wel
stoffen met een thyreostatische werking
zijn toegediend;
— van dieren waaraan op enigerlei wijze an-
dere stoffen met een oestrogene, androgene
of gestagene werking zijn toegediend, ten-
zij die dieren voor therapeutische doelein-
den zijn behandeld met stoffen die over-
eenkomstig de communautaire bepalingen
daartoe mogen worden gebruikt.".
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1986.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en
is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot instelling van een standstill op het gebied van de
belasting over de toegevoegde waarde en de accijnzen
COM(85) 606 def.
(Door de Commissie bij de Raad ingediend op 21 november 1985)
(85/C 313/06)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 99,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europese Parlement,
Overwegende dat het voor de voltooiing van de interne
markt, één van de fundamentele doelstellingen van de
Gemeenschap, noodzakelijk is dat de fiscale grenzen
worden opgeheven, dat wil zeggen dat de belastingvrij-
stellingen bij uitvoer en de belastingheffingen bij invoer
alsmede de controles aan de grenzen zowel voor belas-
tingplichtigen als voor particulieren worden afgeschaft;
Overwegende dat met betrekking tot de belasting over
de toegevoegde waarde deze opheffing van de fiscale
grenzen betekent dat, om distorsies te voorkomen, een
uniforme belastinggrondslag, eenzelfde aantal tarieven
en voldoende dicht bij elkaar liggende tariefniveaus in
alle Lid-Staten nodig zijn;
Overwegende dat met betrekking tot de accijnzen het
voor de verwezenlijking van deze doelstelling nodig is
dat de werkingssfeer en de structuur van de belangrijkste
accijnzen worden geharmoniseerd en de tarieven van
deze accijnzen dicht genoeg tot elkander worden ge-
bracht; dat de niet geharmoniseerde accijnzen zullen
moeten worden afgeschaft, met uitzondering van die
waarvoor wegens hun aard of wegens een besluit van de
Lid-Staat die ze toepast, geen aanleiding bestaat tot
compensaties of controles aan de grenzen;
Overwegende dat de maatregelen om aan deze voor-
waarden te voldoen, in de tijd moeten worden gespreid,
maar dat van nu af aan een vergroting van de bestaande
verschillen tussen de belastingstelsels van de Lid-Staten
moet worden vermeden en juist de convergentie van die
stelsels moet worden bevorderd;
Full & Egal Universal Law Academy