ARBITRATION AND MEDIATION CENTER BESLISSING ADMINISTRATIEF PANEL Amadeus IT Group, S.A. v. Evolution Media E.U. Zaak nr. DEU2023-0043 1. De Partijen Klager is Amadeus IT Group, S.A., Spanje, vertegenwoordigd door Ubilibet S.L., Spanje. Verweerder is Evolution Media E.U., Oostenrijk, vertegenwoordigd door Legalloyd Advocaten, Nederland. 2. De Domeinnaam en Registrator De domeinnaam
(de “Domeinnaam”) is bij het European Registry for Internet Domains (“EURid” of het “Register”) via EURid vzw (de “Registrator”) geregistreerd. 3. Procedurele geschiedenis De Klacht werd op 31 oktober 2023 ingediend bij het WIPO Arbitration and Mediation Center (het “Center”). Op 1 november 2023 heeft het Center per e-mail aan het Register een verzoek tot verificatie voor de betwiste Domeinnaam gestuurd. Op 3 november 2023 heeft het Register per e-mail aan het Center het antwoord op het verificatieverzoek toegezonden, waarin het Register bevestigde dat Verweerder geregistreerd staat als de houder van de registratie en waarin het Register de contactgegevens van Verweerder overlegde. Het Center heeft geverifieerd dat de Klacht voldoet aan de formele vereisten van de .eu Alternative Dispute Resolution Voorschriften (de “ADR-Voorschriften”) en de WIPO Aanvullende ADR-Voorschriften (de “Aanvullende Voorschriften”). Overeenkomstig paragraaf B(2) van de ADR-Voorschriften heeft het Center Verweerder formeel op de hoogte gesteld van de Klacht en is de procedure op 13 november 2023 aangevangen. Overeenkomstig de ADR-Voorschriften, paragraaf B(3), was de laatste datum voor het indienen van de Reactie 3 december 2023. De Reactie is bij het Center ingediend op 3 december 2023. Het Center heeft op 9 januari 2024, Flip Jan Claude Petillion, Wolter Wefers Bettink, en Richard van Oerle aangesteld als arbiters in deze zaak. Het Panel stelt vast dat het correct is benoemd. Elk lid van het Panel heeft de Verklaring van Onpartijdigheid en Onafhankelijkheid overgelegd, zoals vereist overeenkomstig de ADR-Voorschriften, paragraaf B(5).
page 2 4. Feitelijke achtergrond Volgens de informatie opgenomen in de Klacht is de Klager, Amadeus IT Group, S.A., een onderneming opgericht in 1987 en actief in het leveren van technologische oplossingen en diensten voor bedrijven in de reissector (zoals luchtvaartmaatschappijen, luchthavens en grondafhandelaars, autoverhuurbedrijven, bedrijven, cruise- en veerbootmaatschappijen, hotels en evenementenlocaties, verzekeringsaanbieders, reisverkopers, toerismebureaus). De Klager heeft meer dan 15.000 werknemers in dienst en is actief in meer dan 190 landen. De Klager is houder van verschillende merkregistraties voor het woordmerk AMADEUS, waaronder: - AMADEUS, internationaal woordmerk ingeschreven bij WIPO onder het nr. 511594 op 7 april 1987 voor diensten in klasse 39, op basis van een merk geregistreerd in Oostenrijk, waar de Verweerder is gevestigd; - AMADEUS, Europese Unie (“EU”) woordmerk ingeschreven bij het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (“EUIPO”) onder het nr. 002069375 op 29 augustus 2005, voor producten en diensten in klassen 9, 12, 16, 35, 36, 38, 39 en 42. In het kader van de algemene bevoegdheden van het Panel overeenkomstig paragraaf B(7)(a) van de ADR-Voorschriften om naar eigen goeddunken eigen onderzoek te doen naar de omstandigheden van het geval, merkt het Panel op dat de Klager zijn onderneming exploiteert via diverse domeinnamen die het merk AMADEUS bevatten, waaronder de domeinnaam . De Verweerder is een Oostenrijkse onderneming met als bedrijfsmodel het kopen en verkopen van domeinnamen via het Internet. De Verweerder heeft de Domeinnaam op 9 mei 2019 geregistreerd. De Domeinnaam verwijst naar een webpagina waarop de Domeinnaam te koop is aangeboden aan de prijs van 29.999 EUR excl. BTW of 2.500 EUR per maand excl. BTW. 5. De beweringen van partijen A. Klager De Klager stelt dat de Domeinnaam identiek is aan het AMADEUS merk waarvan hij de houder is. De Klager is van oordeel dat de Verweerder geen rechten of gerechtvaardigd belang heeft ten aanzien van de Domeinnaam. Volgens de Klager, heeft hij de Verweerder of enige derde niet gemachtigd, gelicentieerd of toegestaan om zijn merk te gebruiken. De Klager beweert ook dat er geen bewijs is van enig voorafgaand gebruik door de Verweerder van de met de Domeinnaam overeenstemmende handelsnaam in verband met een echt aanbod van producten of diensten of enig ander gebruik en dat er geen aanwijzingen zijn dat de Verweerder op grote schaal wordt herkend door de term in de Domeinnaam. Ten slotte stelt de Klager dat de registratie en het gebruik van de Domeinnaam door de Verweerder te kwader trouw zijn. De Verweerder zou in staat geweest zijn om te weten of had moeten weten van de merkrechten van de Klager en diende zich daarom te onthouden van elke actie die zou kunnen leiden tot een inbreuk op de rechten van de Klager. De Klager beweert dat de Domeinnaam te koop wordt aangeboden tegen de prijs van 29.999 EUR. Dit bedrag is volgens de Klager aanzienlijk hoger dan de loutere registratie- en onderhoudskosten, wat zou wijzen op een voornemen om winst te maken uit de eigendomssituatie van de Domeinnaam. De Klager stelt dat ze vanwege haar merkrechten de primaire, hoewel niet noodzakelijkerwijs exclusieve, ontvanger is van de te koop aangeboden Domeinnaam. Volgens de Klager doet de publieke beschikbaarheid van het aanbod niets af aan de intentie van Verweerder. B. Verweerder De Verweerder betwist niet dat de Domeinnaam overeenkomt met het merk van de Klager. De Verweerder stelt dat hij in dit geschil zowel een recht op de Domeinnaam als een gerechtvaardigd belang heeft om de
page 3 Domeinnaam te gebruiken. Voor de registratie van de Domeinnaam beroept de Verweerder zich op het principe “wie het eerst komt, wie het eerst maalt”. Verweerder beweert de Domeinnaam volgens dit principe als eerste partij geregistreerd te hebben en zodoende rechtmatig in bezit heeft gekregen. Bovendien kan het aanbieden van (merkbare) domeinnamen volgens de Verweerder worden aangemerkt als een legitiem belang op grond van de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (UDRP) en de Europese wetgeving, op voorwaarde dat de Domeinnaam niet is geregistreerd om te profiteren van het handelsmerk van de Klager en dit uit te buiten. De Verweerder stelt dat hij, vóór dit geschil, geen kennis van de merknaam van Klager had en nooit de intentie heeft gehad om haar merk te exploiteren. Volgens de Verweerder zou de beslissing om de Domeinnaam te registreren louter gebaseerd geweest zijn op de kracht en potentieel van het woord “Amadeus” zelf, gezien de vele betekenissen en de wijze waarop het kan worden ingezet in verschillende commerciële contexten. Voor de Verweerder zou het daarom evident zijn dat de registratie en het gebruik van de Domeinnaam door Verweerder niet voortkwam uit enige voorkennis of intentie om te profiteren van het merk van Klager, maar uit een legitieme zakelijke strategie gericht op de commerciële potentie van de Domeinnaam zelf. De Verweerder stelt ten slotte dat de Domeinnaam niet te kwader trouw is geregistreerd en gebruikt. De Verweerder is van mening dat kan worden gesteld dat de argumenten van de Klager met betrekking tot de verkoopprijs en het vermeende primaire doelwit van het verkoopaanbod niet voldoende zijn om kwader trouw van de Verweerder aan te tonen. De verkoop van domeinnamen, zelfs tegen een hogere prijs valt, volgens de Verweerder, binnen legitieme commerciële activiteiten en er is geen bewijs dat de Verweerder specifiek gericht was op de Klager of onrechtmatig handelde. 6. Oordeel en bevindingen 6.1 Taal van de procedure Paragraaf A(3)(a) van de ADR-Voorschriften bepaalt dat tenzij anders overeengekomen door de Partijen, of anders gespecificeerd in de Registratieovereenkomst, de taal van de ADR-procedure de taal is van de Registratieovereenkomst voor de betwiste domeinnaam. De Registrator heeft bevestigd dat de taal van de Registratieovereenkomst het Nederlands is. De taal van de procedure is derhalve het Nederlands. 6.2 Ten gronde Op grond van paragraaf B(11)(d)(1) van de ADR-Voorschriften dient Klager te bewijzen dat: (i) de Domeinnaam identiek is aan of verwarrend veel lijkt op een naam waarvoor een recht wordt erkend of vastgesteld door het nationale recht van een lidstaat en/of het recht van de Europese Unie en; of (ii) de Domeinnaam door de Verweerder geregistreerd is zonder rechten of legitiem belang bij de naam; of (iii) de Domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of wordt gebruikt. A. De domeinnaam is identiek aan of vertoont verwarrende gelijkenis met de aanduiding of aanduidingen ten aanzien waarvan een recht wordt erkend of vastgesteld door het nationale en/of recht van de Europese Unie Om te kunnen uitmaken of de Domeinnaam identiek is aan of een verwarrende gelijkenis vertoont met de aanduiding of aanduidingen ten aanzien waarvan een recht wordt erkend of vastgesteld door het nationale en/of recht van de Europese Unie, moet eerst worden onderzocht of de Klager rechten kan doen gelden op het merk waarop hij zich beroept. De Klager toont aan te beschikken over in Europa geregistreerde merken met betrekking tot de benaming AMADEUS. De Domeinnaam bevat het AMADEUS merk van de Klager in zijn geheel zonder enige toevoeging. Het is algemeen aanvaard dat de toevoeging van het Top-Level Domain (hier “.eu”) buiten beschouwing kan
page 4 worden gelaten bij het vergelijken van overeenkomstigheden tussen een domeinnaam en een merk (zie Arizen and Coinhouse v. Tim Bloksdam, WIPO Zaak nr. DEU2018-0008 en D’Ieteren Group SA contre Nom anonymisé, WIPO Zaak nr. DEU2023-0017). Het Panel is dan ook van oordeel dat is voldaan aan paragraaf B(11)(d)(1)(i) van de ADR-Voorschriften. B. Rechten op of gerechtvaardigde belangen bij de domeinnaam Op grond van Paragraaf B(11)(d)(1)(ii) van de ADR-Voorschriften is het aan de Klager om aan te tonen dat Verweerder geen rechten of legitieme belangen heeft met betrekking tot de Domeinnaam. Eerdere Panels zijn het erover eens dat het voldoende is dat de klager prima facie aantoont dat de verweerder geen rechten of legitieme belangen heeft in de betwiste domeinnaam, waarna de verweerder in de gelegenheid wordt gesteld om aan te tonen dat zij wel beschikt over een recht of gerechtvaardigd belang bij de Domeinnaam (zie onder meer Tenaris Connections BV v. Cristian Liviu Panea, BisonMedia, WIPO Zaak nr. DEU2017-0007 en Lidl Stiftung & Co. KG v. Name Redacted, WIPO Zaak nr. DEU2018-0012; zie ook WIPO Overview on WIPO Panel Views on Selected UDRP Questions, Third Edition (“WIPO Overview 3.0”), sectie 2.1).1 In huidige zaak stelt de Klager dat er geen bewijs is van enig voorafgaand gebruik door de Verweerder van de met de Domeinnaam overeenstemmende handelsnaam in verband met een echt aanbod van producten of diensten of enig ander gebruik. De Verweerder betwist dit door te stellen dat het aanbieden van de Domeinnaam voor verkoop moet beschouwd worden als het gebruik van de Domeinnaam in verband met het aanbieden van goederen. Volgens het Panel kan het te koop aanbieden van domeinnamen in principe worden aangemerkt als een legitiem belang op grond van de UDRP, op voorwaarde dat de bewuste domeinnaam niet is geregistreerd om te profiteren van het handelsmerk van de klager en dit uit te buiten. De Verweerder verwijst op dit specifiek punt naar de zaak Limble Solutions, Inc. v. Domain Admin, Alter.com, Inc, WIPO Zaak nr. D2022-4900. Het Panel is evenwel van mening dat zowel de feiten als het toepasselijke reglement in die zaak fundamenteel verschillen in huidige zaak. Het Panel stelt vast dat de Europese Verordening 2019/5172 (hierna de “Verordening”), die de basis vormt voor de ADR-Voorschriften, specifiek melding maakt van het doel om speculatieve registraties van domeinnamen te vermijden en te bestrijden, inclusief via ADR-procedures zoals de huidige procedure (zie Overwegingen 7 en 17 van de Verordening). De expliciete doelstelling om speculatieve registraties te vermijden en te bestrijden vertaalt zich onder meer in het feit dat de voorwaarden van recht of gerechtvaardigd belang en van kwade trouw bij registratie of gebruik niet cumulatief zijn. Houders van rechten in een naam beschikken derhalve over doeltreffende middelen om het houden van een domeinnaam voor louter speculatieve doeleinden te bestrijden, die ruimer zijn dan onder de UDRP. Het Panel is van oordeel dat het belang van Verweerder in de Domeinnaam berust op speculatie, nu de prijs waarvoor de Domeinnaam wordt aangeboden niet alleen bepaald is door de intrinsieke waarde van de Domeinnaam an sich, maar ook kennelijk is ingegeven door de waarde verbonden aan een merk waarover Verweerder niet beschikt. In de omstandigheden van de huidige zaak acht het Panel dergelijk belang als niet legitiem. Gezien de nauwe band tussen paragrafen B(11)(d)(1)(ii) (rechten op of gerechtvaardigde belangen bij de domeinnaam) en (iii) (registratie of gebruik te kwader trouw) van de ADR-Voorschriften verkiest het Panel het onrechtmatig karakter van de domeinnaamregistratie verder te behandelen onder de laatstgenoemde paragraaf te behandelen. 1 Gezien de overeenstemming tussen de ADR-Voorschriften en de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (“UDRP”), beschouwt het Panel sommige UDRP-precedenten relevant voor de huidige procedure en zal het waar toepasselijk daarnaar verwijzen. 2 Verordening (EU) 2019/517 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de toepassing en werking van de .eu-topniveaudomeinnaam, tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 733/2002 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 874/2004 van de Commissie (“Verordening 2019/517) speculatieve registraties van domeinnamen te bestrijden.
page 5 C. Registratie of gebruik te kwader trouw Paragraaf B(11)(f) van de ADR-Voorschriften bevat een niet-limitatieve lijst van factoren die kwader trouw kunnen aantonen. Tot deze lijst behoren onder meer de omstandigheden die erop wijzen dat de domeinnaam voornamelijk is geregistreerd of verworven met het oog op het verkopen, verhuren of anderszins overdragen van de domeinnaam aan de houder van een naam waarop in de nationale en/of communautaire wetgeving een recht is erkend of ingesteld. In huidige zaak erkent de Verweerder dat zij de Domeinnaam heeft geregistreerd met het doel om deze te verkopen, maar stelt dat zij daarbij het merk van de Klager niet in gedachten had en niet de specifieke intentie had om dit merk uit te buiten. Het Panel is echter van oordeel dat onder de ADR-Voorschriften, de combinatie van volgende omstandigheden duiden op een speculatieve registratie te kwader trouw: - sommige merken van de Klager werden meer dan 30 jaar voor de Domeinnaam geregistreerd, inclusief in Oostenrijk waar de Verweerder gevestigd is; - de Klager is een beursgenoteerde onderneming die wereldwijd actief is. Hoewel de Klager geen stukken voorlegt met betrekking tot haar reputatie in 2019, dat wil zeggen op het moment van de registratie van de Domeinnaam door Verweerder, geeft een eenvoudige Internet opzoeking aanwijzingen van de aanzienlijke reputatie van de Klager binnen de reissector (ook voor 2019). De Verweerder betwist dit trouwens niet; - de Verweerder is een professionele verhandelaar van domeinnamen; - de Domeinnaam is aangeboden door de Verweerder aan de prijs van 29.999 EUR excl. BTW of 2.500 EUR per maand excl. BTW. Zowel onder de ADR-Voorschriften als onder de UDRP wordt algemeen aangenomen dat als een klager welbekend is en een zoekopdracht op een relevante zoekmachine links onthult die op hem betrekking hebben, of als een klager een lange geschiedenis en reputatie heeft onder een bepaalde naam, er sprake kan zijn van “opzettelijke blindheid” in hoofde van de verweerder. De verweerder behoorde het merk van de klager te kennen, wat een registratie te kwader trouw uitmaakt onder de ADR-Voorschriften (zie WIPO Overview 3.0, sectie 3.2.2). Voor professionele verhandelaars van domeinnamen geldt er een sterker vermoeden van kennis van geregistreerde merken (zie WIPO Overview 3.0, sectie 3.2.3). Onder de UDRP wordt het volgende verduidelijkt met betrekking tot het feit dat een verweerder het merk van een klager behoorde te kennen: wanneer het merk van een klager niet inherent onderscheidend is en ook overeenkomt met een term uit een woordenboek of anderszins inherent aantrekkelijk is als domeinnaam (het is bijvoorbeeld een korte combinatie van letters), en als een verweerder op geloofwaardige wijze kan aantonen dat het merk van de klager een beperkte reputatie heeft en niet bekend of toegankelijk is op de locatie van de verweerder, kunnen panels terughoudend zijn in het concluderen dat een verweerder wist of had moeten weten dat zijn registratie identiek zou zijn aan of verwarrend vergelijkbaar zou zijn met het merk van de klager (eigen onderlijning; zie WIPO Overview 3.0, sectie 3.2.2). Zelfs in geval van een merk dat anderszins inherent aantrekkelijk kan zijn als domeinnaam, dient de verweerder dus aan te tonen dat dat merk een beperkte reputatie heeft en niet bekend of toegankelijk is op de locatie van de verweerder. Dat doet de Verweerder in huidige zaak geenszins. Het Panel is dan ook van oordeel dat de Verweerder, als professionele verhandelaar van domeinnamen, het AMADEUS merk van de Klager kende of behoorde te kennen. In deze omstandigheden meent het Panel dat de verkoopprijs van de Domeinnaam ook een verdere aanwijzing is dat de Verweerder aasde op een verkoop aan de Klager, of dat de verkoopprijs (minstens deels) bepaald werd door het bestaan en de waarde van het merk van de Klager.
page 6 Ten overvloede merkt het Panel ook op dat het lang niet de eerste keer is dat de Verweerder in het ongelijk wordt gesteld in het kader van domeinnaamgeschillen onder de ADR-Voorschriften of de UDRP. Hoewel elke zaak moet worden beoordeeld op haar eigen merites, gaat het Panel nog kort in op de door de Verweerder aangehaalde zaken met betrekking tot de beoordeling van de kwade trouw. Deze betreffen fundamenteel verschillende feiten en/of omstandigheden: - Macmillan Publishers Limited, Macmillan Magazines Limited and HM Publishers Holdings Limited v. Telepathy, Inc, WIPO Zaak nr. D2002-0658: in deze zaak werd de bewuste domeinnaam niet te koop aangeboden; - Mobile Communication Service Inc. v. WebReg, RN, WIPO Zaak nr. D2005-1304: in deze zaak bevestigt het panel het principe dat er geen sprake is van kwade trouw bij het verhandelen van domeinnamen wanneer de verweerder geen weet had van het merk van de klager. Het panel bevestigde trouwens de kwade trouw op basis van het feit dat de verweerder al vaak in het ongelijk werd gesteld in vorige zaken, het feit dat de bewuste term niet in een woordenboek voorkomt en dat een eenvoudige opzoeking aantoonde dat de term merkenrechtelijk beschermd was (zoals in huidige zaak); - Media General Communications, Inc. v. Rarenames, WebReg, WIPO Zaak nr. D2006-0964: het panel bevestigde de kwade trouw op basis van het feit dat de verweerder het merk van de klager had moeten kennen; - Amadeus IT Group, S.A. v. NVA Online Advertising B.V., WIPO Zaak nr. DNL2023-0022: los van het feit dat deze zaak een .nl-procedure betrof die anders kan worden geïnterpreteerd dan een zaak onder de ADR-Voorschriften, werd de bewuste domeinnaam voor een aanzienlijk lager bedrag te huur aangeboden; - Limble Solutions, Inc. v. Domain Admin, Alter.com, Inc, WIPO Case No. D2022-4900: het panel oordeelde dat de verweerder geloofwaardig kon stellen dat zij geen weet had van de klager en diens merk. De klager was een kleine onderneming met slechts één recente merkregistratie; - CAC-ADREU-008074 – florea.eu: de klacht bestond uit slechts 3 zinnen en werd afgewezen door onvoldoende onderbouwing; - CAC-ADREU-008448 – mensik.eu en CAC-ADREU-008449 – maro.eu: beide klachten werden afgewezen als onvoldoende onderbouwd, onder andere met betrekking tot de verweerder’s kennis van de bewuste familienaam en merk ingeroepen door de respectievelijke klagers; - Dr. Muscle v. Michael Krell, FA1903001833036: het panel oordeelde dat de verweerder geloofwaardig kon stellen dat hij geen weet had van de klager en diens merk - CAC-ADREU-007911 - bemyhome.eu: de verweerder kon opnieuw geloofwaardig stellen dat hij geen weet had van de klager en diens merk. De klager kon slechts een recente venootschaps- en handelsnaam inroepen. De merkaanvraag van de klager dateerde van na de regsitratie van de bewuste domeinnaam. Op grond van alle bovenstaande omstandigheden, en rekening houdend met het doel van de Verordening om speculatieve registraties van domeinnamen te vermijden en te bestrijden, is het Panel van oordeel dat de Domeinnaam te kwader trouw door Verweerder is geregistreerd en gebruikt, overeenkomstig paragraaf 11(d)(1)(iii) van de ADR-Voorschriften.
page 7 7. Beslissing Om de voorgaande redenen, in overeenstemming met Paragraaf B (11) van de ADR-regels, beveelt de Arbiter dat de betwiste Domeinnaam wordt overgedragen aan de Klager.3 /Flip Jan Claude Petillion/ Flip Jan Claude Petillion Voorzittend Arbiter /Wolter Wefers Bettink/ Wolter Wefers Bettink Arbiter /Richard van Oerle/ Richard van Oerle Arbiter Datum: January 23, 2024 3 (i) The decision shall be implemented by the Registry within thirty (30) days after the notification of the decision to the Parties, unless the Respondent initiates court proceedings in a Mutual Jurisdiction, as defined in Paragraph A(1) of the ADR Rules. (ii) Klager vordert de overdracht van de Domeinnaam aan Klager. Daar Klager een bedrijf is met vestigingsplaats in Spanje, is aan de algemene criteria voor registratie van Artikel 3 van de Verordening (EU) 2019/517 voldaan.
page 8 English summary In accordance with Paragraphs B(12)(i) of the ADR Rules and 14 of the WIPO Supplemental Rules for the ADR Rules, below is a brief summary in English of WIPO Decision No. DEU2023-0043: 1. The Complainant is Amadeus IT Group, S.A of Spain, and the Respondent is Evolution Media E.U. of Austria. 2. The disputed domain name is . The disputed domain name was registered on May 9, 2019 with EURid vzw and currently resolves to a web page on which the disputed domain name is offered for sale. 3. The Complaint was filed in Dutch on October 31, 2023. The Respondent filed a response on December 3, 2023. The Panel, Flip Jan Claude Petillion, Wolter Wefers Bettink, and Richard van Oerle, was appointed on January 9, 2024. 4. The Complainant invokes several registered trademarks for the term AMADEUS including an international trademark registered on April 7, 1987 under registration number 511594, and a European Union Trade Mark registered on August 29, 2005 under registration number 002069375. 5. Pursuant to Article 9 of the Regulation (EU) No. 2020/857 and Paragraph B(11)(d)(1)(i)-(iii) of the ADR Rules, the Panel finds that: - The disputed domain name is identical or confusingly similar to a name in respect of which a right or rights are recognized or established by the national law of a Member State and/or European Union law. - The Respondent has no rights or legitimate interests in the disputed domain name. - The Respondent has registered and is using the disputed domain name in bad faith. 6. In accordance with Paragraph B(11) of the ADR Rules, the Panel decides that the disputed domain name be transferred to the Complainant.
Full & Egal Universal Law Academy